
LATRINAIR GEBEUREN IN HAVANA .
Ik ken dat gevoel al. Het is reeds de vierde maal tijdens mijn verblijf op het eiland dat mijn buik deze signalen geeft : ‘ Opgepast, versnelde stoelgang in aantocht … ‘ .
De eerste twee malen kwam ik zo’n crisis te boven door het slikken van immodium uit mijn reisapotheek. De derde maal reed ik naar de apotheek van het Plaza Hotel . Voor 7,00 $ vond ik er 15 pilletjes van Italiaanse oorsprong. Ik betaalde ook 4,00 $ aan de fietstaxi die me naar de plaats bracht waar ik het reddende middel kon in handen krijgen.
De rondslenterende bezoeker van het Palacio de l’Artesania die ik ben, wil daar zoals mijn reisgids aanraadt , enkele souvenirs kopen. Op mijn retourticket staat immers de datum van morgen en het is tijd om deze plicht te vervullen, want mijn familieleden hopen natuurlijk dat ik voor hen iets meebreng uit het land van Fidel Castro. Op deze laatste dag van mijn reis rond Cuba weet ik precies hoeveel plaats er in mijn valies blijft en hoeveel dollars er nog steekt in mijn geldzakje. In mijn valies is weer veel plaats want ik liet van alles achter aan arme mensen. Wat betreft geld : ik ben al die geldzuigende Cubanen helemaal beu. Ik werd hier gedurende vijf weken behandeld als een melkkoe.
Met versnelde stap ga ik nu in de richting van de servicios voor caballeros . In mijn haast en spoed merk ik niet eens dat in de gang er een seniora de los lavabos zit. Ik zie eerst een mannenpisbak afgedekt met een karton, een koordje en de melding ‘ buiten gebruik’. De andere hoek is bezet door een pissende zatte Cubaan. Tussen beide potten staat er een derde mannenpot die overloopt. Een volle emmer vangt het water op en de rest loopt over de vloer weg naar een gaatje, en zo verder naar de haven van Havana. Maar dat is niet wat ik zoek. Ik ben er voor mijn grote behoefte. Er zijn drie plaatsen. Gewoon geen pot in het eerste, wel wat overblijft van twee deuren en wat rommel en afval. Daarnaast geen deur, wel een pot zonder bril, en nog iets dat er ligt en dat van ver gelijkt op een stuk sigaar , maar van naderbij niet geurt zoals tabak. Ik verleg dus mijn hoop naar de derde plaats. Ik probeer flink door te spoelen, maar er is geen water dat komt. Erger is dat er ook helemaal geen papier is, … caramba ! .... no papel higienico .
Ik voel dat van op afstand iemand naar mij kijkt. Ja, daar is toch een ‘Madame Pipi ‘ zie ik plots.
Naar haar tafeltje loop ik want daarop liggen vierkantige papiertjes. Terwijl ik ‘ Papel, papel, papel, por favor … stotter’ grijp ik er een heel stapeltje. De vrouw bekijkt mij streng en wijst met haar vinger naar een leeg soepbord. Maar in nood, spurt ik zonder tijdverlies terug naar kamertje 3 omdat ik bang ben dat die zatte Cubaan wel eens mijn plaats zou afpakken. Ik zie mijn redding nabij maar besef plots dat met mijn 1m90, ik me diep zal moeten bukken om achter een muurtje van 1m50 voldoende privacy te hebben. Met pijnlijke doch verlossende grijns plooi ik me over de Cubaanse bril en ja hoor, … Oef, maar eventjes bleef er mij nog tijd over, amper één enkele tel.
Als voormalig basketter kan ik nog van op afstand zo een grote bal door ring en net krijgen, maar hier mikte ik toch niet zo goed. Ik gebruik het vele papier voor mijn eigen reet, voor bril en pot terwijl ik me zo goed mogelijk plooi om niet groter te zijn dan die 1m50 .Daarna ga ik de volle emmer halen en spoel keurig door. Door die enkele stappen en bewegingen wil mijn buik nog wat meer kwijt. Gelukkig had ik zesmaal de voorziene portie papier van het tafeltje in de gang mee gescharreld. Ik wacht tot de emmer een tweede maal is vol gedruppeld en spoel dan weer door, terwijl ik ook de bril en de vloer nat giet. Ik vind zo doende dat ik als een beschaafd Westerse toiletbezoeker mijn plicht heb volbracht.
Ik wil één dollar betalen, maar de ‘ Madame Pipi’ eist drie dollars omdat ik als een ‘porco’ alles vuil heb gemaakt, bijna al haar papier heb geroofd, en zij nu veel bijkomend werk zal hebben en nieuw papier moet gaan kopen. Ik antwoord met een glimlach, ga niet in op haar eis, en zij wordt razend kwaad . Ik verlaat met snelle stap de plaats van deze bijenkoningin .
Later op die dag verneem ik uit goede bron dat diezelfde ‘Madame’ de hele dag, de hele week, het hele jaar, hetzelfde doet met de buitenlandse toiletbezoekers van het Palacio. Met haar scheve, vuile WC-potten , heeft zij een bijzonder goede business.Zij verdient er ongetwijfeld meer dan 500,00 $ per maand en dat is zeer veel naar Cubaanse normen. Ook al is zij gekleed in een vlekkeloos witte jas zoals een dokter in het hospitaal, toch is het niet duidelijk waarom zij daar de hele dag lang ongestraft toeristen mag proberen af te zetten .
In onze Euro-Westerse maatschappij worden wij van kindsbeen af verplicht tot presteren.
Wij moeten op de laatste dag voor de grote vakantie een mooi schoolrapport thuis afleveren.
Vervolgens worden wij gedreven om een mooie job te vinden, om een goed lief te zoeken, een villa te bouwen met zware hypotheek, een auto te besturen van een goed merk, een beleggingsportefeuille op te bouwen met vele nullen, en zelfs om in de intiemste sfeer te scoren en klaar te komen zoals van supermannen en van supervrouwen kan worden verwacht.
Ook de toerist, vakantieganger, pelgrim, reiziger, grijze wolf, die zich eigenlijk op een zacht tempo zou kunnen laten meedrijven, wordt meegezogen in de stroom van het algemeen prestatieverlangen. Steeds verder, langer, duurder, avontuurlijker, exclusiever, straffer, zouden onze familiereizen, touring tochten, cruises, vliegtuigreizen, mobile home excursies, ‘all in ‘ hotelvakanties, city trips, weekends, moeten zijn . De verhalen over al dit moeten bewijzen hoe goed, hoe slim en leep we zijn, hoe bijzonder ons aanpassingsvermogen nog is, hoe krachtig onze krediet wel functioneert, en hoe wij op hoge leeftijd nog kunnen uitgaan en versieren, wanneer wij ver van ons bed nog eens in actie komen. Reisverhalen, reisverslagen, schrijfsels over reizen, gaan steeds maar over rozengeur, genot en maneschijn. Alléén winnaars zijn helden, zijn een voorbeeld, een richtlijn. Losers, opgevers, verdwaalde of verdwaasde toeristen, daar kunnen wij ons niet aan spiegelen. Mijn reis naar Cuba kan slechts vertaald worden in een relaas vol met bittere ontgoocheling, een verhaal dat uitdraaide op een natte traan.
Behalve die zeven minuten in de toiletten van het Palacio de l’Artesania die ik hier boven beschreef , zou ik nog wel een roman kunnen schrijven over dat eiland vol met rum, sigaren, oude auto’s, gineteras, salsa, Ernesto Hemingway en de oude man en de zee, kakkerlakken, pesos and dollars, el ultimo, Santiago de Cuba, Yulia Antomarchi, moros y cristianos, la Casa de la Trova, de Malecon, het bed waarin Napoleon Bonaparte is gestorven, Trinidad, enz., enz. .... .
En altijd gaat de zon op.
Eens schreef een groot dichter (Federico Garcia Lorca) het volgende :
‘ Loop niet verloren op Cuba, zoek het ten Westen van Andalousië …’
Ik was naar vele vreemde oorden gereist en wilde een streep meer verdienen als ‘wereldreiziger’. Op een dag zag ik dat te Genua tijdens een manifestatie tegen de Globalisatie weer de foto van Che Guevara werd uitgehaald door de jonge manifestanten. Ik dacht weer aan die poster die op vele muren had gehangen in vroegere tijden van contestatie. Maar met de klak van de Che kom je er niet meer vandaag, ook zelfs niet in Cuba. Nooit voelde ik mij goed op Cuba, en toch blijf ik overtuigd dat Fidel Castro als een groot man in de geschiedenisboeken zal komen te staan. Maar Fidel Castro ontmoet je er niet. Wel zijn steeds op je gericht de blikken van zovele Cubaanse piraten van alle soort die hijgend naar je dollars gluren. Wel kom je er als oudere man steeds de blikken tegen van die vele sensuele dames van alle kleur en leeftijd die maar niet willen beseffen dat een zestigplusser al een tijdje met erectieproblemen zou kunnen sukkelen.
De lat lag te hoog voor mij in het land van Xavier Sotomayor.
Cuidado … reiziger ! Ga nooit je gevoeg doen in Havana op een vuile pot. Maar, schreeuw zelf eerst tegen la seniora de los lavabos zo hard mogelijk dat het een schande is voor een oude vriend van ‘ la Revolucion’ van op zo een zielige manier het te moeten doen.
Als ik een groot dichter was zou ik schrijven … maar al ben ik nobody zo schrijf ik toch :
Loop nergens verloren, noch op Cuba, noch te Anderlecht, noch elders, … maar, vriend, probeer van het te vinden tussen Damme en Maaseik, of gewoon in je prachtig Haspengouw.
--------------------------------------------------------------------------------------------- ( Wilfried Journée, Cuba 2002 ) .