Naar de inhoud

Verder dan Rome loopt de weg.

Ervaringen van een pelgrim.
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 1 juni 2008 tot 30 juni 2008

Alphonse de Lamartine


Alphonse de Lamartine

 Le Lac.  Dit gedicht is geïnspireerd door zijn verhouding met Julie. In het gedicht klaagt hij over de meedogenloze kracht van de tijd en vraagt hij tegelijkertijd aan de tijd om zijn passie voor eeuwig te bewaren. De thema’s dood en herinnering worden vernieuwend hier gecombineerd met een zeker natuurgevoel. Zo legt Lamartine ook de basis voor een van de belangrijke dichtvormen in de Romantiek, de elegie.  Lamartine werd  "le plus grand musicien de la langue française"  genoemd. 


ODE AU LAC DU BOURGUET.

Ainsi, toujours poussés vers de nouveaux rivages,
Dans la nuit éternelle emportés sans retour,
Ne pourrons-nous jamais sur l'océan des âges
Jeter l'ancre un seul jour ?

 O lac ! l'année à peine a fini sa carrière,
Et, près des flots chéris qu'elle devait  revoir,
Regarde ! je viens seul m'asseoir sur cette pierre
Où tu la vis s'asseoir !

Tu mugissais ainsi sous ces roches profondes;
Ainsi tu te brisais sur leurs flancs déchirés;
Ainsi le vent jetait l'écume de tes ondes
Sur ses pieds adorés.

Un soir, t'en souvient-il ? nous voguions en silence;
On n'entendait au loin, sur l'onde et sous les cieux,
Que le bruit des rameurs qui frappaient en cadence
Tes flots harmonieux.

Tout à coup des accents inconnus à la terre
Du rivage charmé frappèrent les échos,
Le flot fut attentif, et la voix qui m'est chère
Laissa tomber ces mots :

« O temps, suspends ton vol ! et vous, heures propices,
Suspendez votre cours !
Laissez-nous savourer les rapides délices
Des plus beaux de nos jours !

« Assez de malheureux ici-bas vous implorent;
Coulez, coulez pour eux;
Prenez avec leurs jours les soins qui les dévorent;
Oubliez les heureux.

« Mais je demande en vain quelques moments encore,
Le temps m'échappe et fuit;
Je dis à cette nuit : « Sois plus lente » ; et l'aurore
Va dissiper la nuit.

« Aimons donc, aimons donc ! de l'heure fugitive,
Hâtons-nous, jouissons !
L'homme n'a point de port, le temps n'a point de rive;
Il coule, et nous passons ! »


Temps jaloux, se peut-il que ces moments d'ivresse,
Où l'amour à longs flots nous verse le bonheur,
S'envolent loin de nous de la même vitesse
Que les jours de malheur ?

Hé quoi ! n'en pourrons-nous fixer au moins la trace ?
Quoi ! passés pour jamais ? quoi ! tout entiers perdus ?
Ce temps qui les donna, ce temps qui les efface,
Ne nous les rendra plus ?

Éternité, néant, passé, sombres abîmes,
Que faites-vous des jours que vous engloutissez ?
Parlez : nous rendrez-vous ces extases sublimes
Que vous nous ravissez ?

O lac ! rochers muets ! grottes ! forêt obscure !
Vous que le temps épargne ou qu'il peut rajeunir,
Gardez de cette nuit, gardez, belle nature,
Au moins le souvenir !

Qu'il soit dans ton repos, qu'il soit dans tes orages,
 Beau lac, et dans l'aspect de tes riants coteaux,
Et dans ces noirs sapins, et dans ces rocs sauvages
Qui pendent sur tes eaux !

Qu'il soit dans le zéphyr qui frémit et qui passe,
Dans les bruits de tes bords par tes bords répétés,
Dans l'astre au front d'argent qui blanchit ta surface
De ses molles clartés !

Que le vent qui gémit, le roseau qui soupire,
Que les parfums légers de ton air embaumé,
Que tout ce qu'on entend, l'on voit et l'on respire,
Tout dise : « Ils ont aimé ! »

(Alphonse de Lamartine   - Aix en Savoie, septembre 1817)

_____________________________________



28713-91700411e5ceefc220033aa97e5c3e9c.jpg

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Papoum om 00:00 Reageer op dit bericht

Op het eiland van Sotomayor lag de lat te hoog voor mij.

LATRINAIR  GEBEUREN  IN  HAVANA .

  

Ik ken dat gevoel al. Het is reeds de vierde maal tijdens mijn verblijf op het eiland dat mijn buik deze signalen geeft : ‘ Opgepast, versnelde stoelgang in aantocht … ‘ .

De eerste twee malen kwam ik zo’n crisis te boven door het slikken van immodium uit mijn reisapotheek. De derde maal reed ik naar de apotheek van het Plaza Hotel . Voor 7,00 $ vond ik er 15 pilletjes van Italiaanse oorsprong. Ik betaalde ook  4,00 $ aan de fietstaxi die me naar de plaats bracht waar ik het reddende middel kon in handen krijgen.

De rondslenterende bezoeker van het  Palacio de l’Artesania  die ik ben, wil daar zoals mijn reisgids aanraadt , enkele souvenirs kopen. Op mijn retourticket staat immers de datum van morgen en het is tijd om deze plicht te vervullen, want mijn familieleden hopen natuurlijk dat ik voor hen iets meebreng uit het land van Fidel Castro. Op deze laatste dag van mijn reis rond Cuba weet ik precies hoeveel plaats er in mijn valies blijft en  hoeveel dollars er nog steekt in mijn geldzakje. In mijn valies is weer veel plaats want ik liet van alles achter aan arme mensen. Wat betreft geld : ik ben al die geldzuigende Cubanen helemaal beu. Ik werd hier gedurende vijf weken behandeld  als een melkkoe.

Met versnelde stap ga ik nu in de richting van  de servicios voor caballeros . In mijn haast  en spoed merk ik niet eens dat in de gang er een  seniora de los lavabos zit.  Ik zie eerst een mannenpisbak afgedekt met een karton, een koordje en de melding ‘ buiten gebruik’. De andere hoek is bezet door een pissende zatte Cubaan. Tussen beide potten staat er een derde mannenpot die overloopt. Een volle emmer vangt  het water op en de rest loopt over de vloer weg naar een gaatje,  en zo verder naar de haven van Havana. Maar dat is niet wat ik zoek. Ik  ben er voor mijn grote behoefte. Er zijn drie plaatsen. Gewoon geen pot in het eerste, wel wat overblijft van twee deuren en wat  rommel en afval. Daarnaast geen deur, wel een pot zonder bril, en  nog iets dat er ligt  en dat van ver gelijkt op een stuk sigaar , maar van naderbij  niet geurt zoals tabak.  Ik  verleg dus mijn hoop naar de derde plaats. Ik probeer flink door te spoelen, maar er is geen water dat komt. Erger is dat er ook helemaal geen papier is, … caramba ! .... no papel higienico .

Ik voel dat van op afstand iemand naar mij kijkt. Ja, daar is toch een  ‘Madame Pipi ‘ zie ik plots.
Naar haar tafeltje loop ik want daarop liggen vierkantige papiertjes. Terwijl ik ‘ Papel, papel, papel, por favor  … stotter’  grijp ik er een  heel stapeltje. De vrouw bekijkt mij streng  en wijst met haar vinger naar een leeg soepbord. Maar in nood, spurt ik zonder tijdverlies terug naar kamertje 3 omdat ik bang ben dat die zatte Cubaan wel eens mijn plaats zou afpakken. Ik zie mijn redding nabij maar besef plots dat met mijn  1m90,  ik me diep zal moeten bukken om achter een muurtje van 1m50  voldoende privacy te hebben. Met pijnlijke doch verlossende grijns plooi ik me over de Cubaanse bril en ja hoor,  …
Oef, maar eventjes bleef er mij nog tijd over, amper één enkele tel.

Als voormalig basketter kan ik nog van op afstand zo een grote bal door ring en net krijgen,  maar hier mikte ik toch niet zo goed.  Ik gebruik het vele papier  voor mijn eigen reet, voor bril en pot terwijl ik me zo goed mogelijk plooi om niet groter te zijn dan die 1m50 .Daarna ga ik de volle emmer halen en spoel keurig door. Door die enkele stappen en bewegingen wil mijn buik nog wat meer kwijt. Gelukkig had ik zesmaal de voorziene portie papier van het tafeltje in de gang mee gescharreld. Ik wacht tot de emmer een tweede maal is vol gedruppeld  en spoel dan weer door, terwijl ik ook de bril en de vloer nat giet.  Ik vind zo doende dat ik als een beschaafd Westerse toiletbezoeker mijn plicht heb volbracht.

Ik wil één dollar betalen,  maar de ‘ Madame Pipi’ eist drie dollars omdat ik als een  ‘porco’ alles vuil heb gemaakt, bijna al haar papier heb geroofd,  en zij nu veel  bijkomend werk zal hebben en nieuw papier moet gaan kopen.  Ik  antwoord met een glimlach, ga niet in op haar eis, en zij wordt razend kwaad . Ik verlaat met snelle stap de plaats van deze bijenkoningin .

 

Later op die dag verneem ik uit goede bron  dat diezelfde  ‘Madame’ de hele dag, de hele week, het hele jaar, hetzelfde doet met de buitenlandse toiletbezoekers van het Palacio. Met haar scheve, vuile  WC-potten , heeft zij  een bijzonder goede business.Zij verdient er  ongetwijfeld meer dan 500,00 $  per maand en dat is zeer veel naar Cubaanse normen. Ook al is zij  gekleed in een vlekkeloos witte jas zoals een dokter in het hospitaal, toch is het niet duidelijk waarom zij daar de hele dag lang ongestraft toeristen mag proberen af  te zetten .  

 

In onze Euro-Westerse maatschappij worden wij van kindsbeen af verplicht tot presteren.

Wij moeten op de laatste dag voor de grote vakantie een mooi schoolrapport  thuis afleveren.

Vervolgens  worden wij  gedreven om een mooie job te vinden, om een goed lief te zoeken, een villa te bouwen met zware hypotheek, een auto te besturen van een goed merk, een beleggingsportefeuille op te bouwen met vele nullen, en zelfs om in de intiemste sfeer te scoren en klaar te komen zoals van supermannen en van  supervrouwen kan worden verwacht.

Ook de toerist, vakantieganger, pelgrim, reiziger, grijze wolf, die zich eigenlijk op een zacht tempo zou kunnen laten meedrijven, wordt meegezogen in de stroom van het algemeen prestatieverlangen.  Steeds verder, langer, duurder, avontuurlijker, exclusiever, straffer, zouden onze  familiereizen, touring tochten, cruises, vliegtuigreizen,  mobile home excursies, ‘all in ‘ hotelvakanties,  city trips,  weekends,  moeten zijn . De verhalen over al dit moeten bewijzen hoe goed, hoe slim en leep we zijn, hoe bijzonder ons aanpassingsvermogen nog is,  hoe  krachtig onze krediet wel functioneert, en hoe wij op hoge leeftijd nog kunnen uitgaan en versieren, wanneer wij ver van ons bed nog eens in actie komen. Reisverhalen, reisverslagen, schrijfsels over reizen, gaan steeds maar over rozengeur, genot en maneschijn. Alléén winnaars zijn helden, zijn een voorbeeld, een richtlijn. Losers, opgevers, verdwaalde of verdwaasde toeristen, daar kunnen wij ons niet aan spiegelen. Mijn reis naar Cuba kan slechts vertaald worden in een relaas vol met bittere ontgoocheling, een verhaal dat uitdraaide op een natte traan.

Behalve die zeven minuten in de toiletten van het Palacio de l’Artesania die ik hier boven beschreef , zou ik nog wel een roman kunnen schrijven over dat eiland vol met rum,  sigaren, oude auto’s, gineteras, salsa,  Ernesto Hemingway en de oude man en de zee,  kakkerlakken,  pesos and dollars,  el ultimo, Santiago de Cuba, Yulia Antomarchi,  moros y cristianos,  la Casa de la Trova, de Malecon, het bed waarin Napoleon Bonaparte is gestorven, Trinidad,  enz., enz.  .... .

 

En altijd gaat de zon op.     

Eens schreef een groot dichter  (Federico Garcia Lorca)  het volgende : 
‘ Loop niet verloren op Cuba, zoek het ten Westen van Andalousië …’ 


Ik was naar vele vreemde oorden gereist en wilde een streep meer verdienen als  ‘wereldreiziger’. Op een dag zag ik dat te Genua tijdens een manifestatie tegen de Globalisatie weer de foto van Che Guevara werd uitgehaald door de jonge manifestanten.
Ik dacht weer aan die poster die op vele muren had gehangen in vroegere tijden van contestatie. Maar met de klak van de Che  kom je er niet meer vandaag, ook zelfs niet in Cuba. Nooit voelde ik mij goed op Cuba, en toch blijf ik overtuigd dat Fidel Castro als een groot man in de geschiedenisboeken zal komen te staan. Maar Fidel Castro ontmoet je er niet. Wel zijn steeds op je gericht de blikken van zovele Cubaanse piraten van alle soort die hijgend naar je dollars gluren. Wel kom je er als oudere man steeds de blikken tegen van die vele sensuele dames van alle kleur en leeftijd die maar niet willen beseffen dat een zestigplusser al een tijdje met erectieproblemen zou kunnen sukkelen.

 

De lat lag te hoog voor mij in het land van Xavier Sotomayor.

  

Cuidado … reiziger !  Ga nooit je gevoeg doen in Havana op een vuile pot. Maar, schreeuw zelf eerst tegen la seniora de los lavabos zo hard mogelijk dat het een schande is voor een oude vriend van    ‘ la Revolucion’  van op zo een zielige manier het te moeten doen.

 

Als ik een groot dichter was zou ik schrijven … maar al ben ik nobody zo schrijf ik toch :

Loop nergens verloren, noch op Cuba, noch te Anderlecht, noch elders, … maar, vriend, probeer van het te vinden tussen Damme  en  Maaseik, of  gewoon in je prachtig  Haspengouw.   

 

---------------------------------------------------------------------------------------------  (  Wilfried  Journée,  Cuba 2002 ) . 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Papoum om 22:27 1 reactie Reageer op dit bericht

Kaartje uit Bahia de Honda ( 14/12/2001)

Dikke kus uit Cuba.

Op rust gesteld in een pension bij Vivy en Papita. Moeizame tocht in de warmte en met veel pech. De Cubanen zijn piraten en hun vrouwen zijn van lichte zeden. Was ik toch maar bij moeder thuis gebleven in plaats van hier te smelten en mij te laten uitpersen. Niet verwacht maar waar. Er heerst hier een grote devotie tot Sint Lazarus en tot Onze Lieve Vrouw van Guadeloupe. Het leven van een pelgrim is heel zwaar in de felle zon. Ik eet op dit moment lever, gebakken banaan, met brood. Het gaat me hier veel meer geld kosten dan ik had gedacht. Als een toerist verschijnt beginnen de Cubanen honger te krijgen naar dollars zoals crocodillen. Ik weeg veel te zwaar om hier te fietsen. Gewoon levensgevaarlijk. Ik doe het dus kalm en halveerde alvast mijn programma.  WJ . 
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Papoum om 21:29 Reageer op dit bericht

Papoum in Vietnam.

Langs de Mandarijnenweg.

Nadat ik ruim honderdduizend kilometers had gefietst op Europese wegen, naar Santiago de Compostela, naar Rome, naar Dantzig, naar Hooglede , naar Ullapool, en nog naar een onnoembaar aantal andere plaatsen, over berg en dal, door de regen en in de zonneschijn, had ik het vliegtuig genomen om tijdens de eerste maanden van de éénentwintigste eeuw op mijn eentje dwars door Vietnam te zwerven, van Noord naar Zuid. Nooit zag ik een mooier land. Nooit ontmoette ik betere mensen. Hierna volgen een paar momenten van toen (januari 2001) :

1. In deze tropische vochtige streek reed ik op mijn olijfgroene tweewieler langs een landweg in de richting van Hoa Lu.In vier dagen was er geen auto meer gesignaleerd. Over het kanaalbrugje waren elfduizend fietsen, driehonderd motorfietsen waaronder zesenvijftig nieuwe Suzuki's, achtenzestig stootkarren, duizend en negen voetgangers, vijf honden en een éénbenige oorlogsheld gepasseerd. Li Fu Jung had ze allemaal geteld. De jonge Jung wilde immers wiskundeleraar worden, maar tot op die dag had zijn moeder nog steeds niet genoeg dongs om het schoolgeld voor het komend semester te betalen.Hij wist niet goed tot welke categorie van weggebruikers ik behoorde. Een rijwiel met zo'n bepakking had hij nog nooit gezien, en evenmin zo'n grote en zware reus uit een ver land . Ik stopte. Ik groette hem eerbiedig en schonk hem mijn door de zon afgeschoten rennerspetje, een schrijfboek en vier kogelpennen, zwart, groen, rood en blauw. Jungske was toen de gelukkigste jongen ter wereld.

2. Het was heet. Ik zocht schaduw nabij een boerderijtje in de Mekongdelta. Eerst nog een ferme slok uit een van mijn bidons, en daarna als ontspanning een plasje ; zo voelde ik me weer fit genoeg om met moedige pedaalstoot verder te trekken. Maar mijn plasbeurt gaf aanleiding tot gegrinnik bij een viertal kereltjes die ik tot dan toe niet had opgemerkt. Zij lagen er te niksen, verscholen in een ander stukje schaduw.Toen bemerkte ik ook nog een oud vrouwtje gekleed in traditioneel zwart broekpak. Zij was hard aan het werken met een grote hark in de verschrikkelijke zon . De jongeren maakten grimassen naar mij, één van hen liet zijn tong zien, één stak zijn middenvinger omhoog, en een andere spande het spierballetje van zijn rechterarm om indruk te maken.Ik nam nog een slok. Maar het lauwe mengsel van groene thee, suiker en rijstalcohol smaakte niet meer. Ik spuwde het uit in hun richting. Dit werd opgevat als agressie van mijnentwege, en zij etaleerden nu alle vier hun magere bovenlijfspieren. Impulsief stapte ik met een raadselachtige glimlach in hun richting. Zij beseften plots dat hun Vietnamese spierballen weinig voorstelden tegenover een man met een baard, van 1,91 meter en 107 kilo's . Met de stijl van Jean-Marie Dedecker greep ik bij verrassing een van de gele mannetjes vast bij zijn lang zwart haar. Ik sleurde hem tot bij het moedertje dat stil was blijven verder harken. Ik nam haar werktuig over en duwde de steel in de handen van de jongen. Ik keek hem bijzonder streng in de ogen en schudde hem een paar keer flink door elkaar. Daarna gaf ik als een prins mijn arm aan het oude vrouwtje, en wandelde langzaam en plechtig met haar tot in de schaduwplek. Daar gingen we op een mat liggen. Wat later stopte ik haar glimlachend een briefje van 50.000 dong in de hand, goed voor wel honderd bakbananen. De drie andere jongens keken sprakeloos en onbeweeglijk toe. Toen ik mij oprichtte en de vierde weer eens boos aankeek, begon die echt voorbeeldig door te harken. Een ogenblik later sprong ik weer op mijn fiets. Toen ik wegreed hoorde ik achter mij een ongelooflijk geschreeuw. Ik zag hoe het stille grootmoedertje als een razende kat met een borstelsteel naar de jonge mannen begon te meppen. Ja, mijn investering van amper drie euros, had op die boerderij een krachtige vrouwelijke emancipatiegolf op gang gebracht , een revolutie. Nu ligt oma daar in de schaduw op de mat, en bewerken haar kleinzonen de weelderige moestuin.
------------------------------------------------------------------------------------------------

Op de barre hoogten van Khe San.

In december 2000, op een regenachtige dag, bezocht ik met een kleine toeristenbus de DMZ-zone , rondom de 17de breedtegraad in het midden van Vietnam. De bus bleef in de modder steken, en te voet beklommen wij de hoogten van de historische plaats Khe San, slagveld uit de Vietnamoorlog. Druipnat en vol slijk , met beide voeten ingepakt in plastieken zakken en vastgeplakt met tape, kwam ik daar toch vol moed en kwiek van geest boven, in mijn knalgeel regenjasje van wielrenner.

Tegen jonge Australiërs en Nieuw-Zelanders, die onze groep uitmaakten, kon ik met fierheid zeggen : ‘ Onze opa’s hebben nog samen gevochten aan de Yzer, nietwaar …en zijn daar ook samen nat geworden in het Flanders van  ‘ When the blossom grows …’ van de loopgraven in de 14/18 war.  Op die heuveltop van Khe San, waarvoor zoveel mensenlevens vielen, is alles troosteloos, vooral wanneer de regens vallen en de wolken op het landschap drukken. Een klein museum werd er gebouwd, niet meer als op Sinte Gitter, en roestig ijzer, door onkruid overwoekerd beton, tonen aan dat alles echt is. Minimale infrastructuur om toeristen te ontvangen, wat bezig te houden, niet meer dan een afdak zoals er wel in iedere dorpsschool bij ons is om kinderen en schoolmeesters te laten schuilen wanneer het tijdens de speeltijd regent. Amper één mannetje valt er de toeristen lastig om oorlogssouvenirs te verhopen, maar zijn authentieke aanstekers, waarmee de Amerikaanse soldaten riet en hutten in brand staken, functioneren in de regen niet, en kogelhulzen zijn nog overal te koop .

Plots, word ik aangeklampt door twee nette jonge dames, die me in beschaafd  Engels aanpakken. Zij zijn studentinnen van het laatste jaar op de hogeschool voor journalistiek en  zij verzamelen interviews voor hun eindwerk. ‘ Why me  …? ‘ vraag ik .

Waarom kiezen jullie me uit voor dit gesprek, alhoewel hier net toch een tiental jongere knappe mannen  arriveerden, allemaal even druipnat. Zie ik er uit als een Amerikaanse war-criminal die hier terugkomt op de plaats van zijn misdaden .

-         ‘ Nee, het is omwille van je grote grijze baard, geel jasje en leuk petje, en omdat je onmiddellijk onze glimlach beantwoordde .

-         ‘ Where are you from   … ?

Ik ben noch een Amerikaan, noch een Fransman, waartegen Vietnamezen zoveel oorlog maakten, maar ik ben een tweetalige Belg uit Flanders, Brussels, crosspoint of the European Union.  Liever had ik Frans gepraat, omdat mijn land en Vietnam, als gemeenschappelijk punt zeker delen dat zij toch heelwat van de Franse cultuur meekregen, uit de oorlogen en vrede  van het verleden.

- Wij leren hier in Vietnam geen Frans meer op school. Alleen privé-lessen zijn mogelijk, maar dan zouden wij moeten werken om geld te verdienen om dit te betalen, zodat nadien door gebrek aan tijd onze journalistenstudie  in gevaar komt. Wij leven immers in een economische situatie die ons veel beperkingen oplegt. Elk woord verdwijnt in de draaiende bandopnemer.

Kan ik jullie ontmoeten in Hué ?  Van mij zijn de Franse lessen gratis . Graag wil ik met jullie naar een restaurant. Geen ‘ja ‘ of geen ‘ neen’  antwoord. Alleen gegiechel en een onbeschrijfelijke glimlach op hun lieve gezichtjes. 

‘ We don’t live in Hue, and we have a boyfriend … ! ‘

‘ Of course, beauties as you, have probably ten boyfriends … ! .

 Stop; De micro wordt afgelegd, en de band wordt terug achteruitgespoeld.

‘ This is very serious. We are working for our school, on a higher level … ‘

 

O.K.  Let’s start again.

 

Why are you here, sir  …. ?           …………..enz  
Zij waren echt jong en lief., en zijn ondertussen zeker al   Bekende Vietnamezen..

 

- Wanneer per fiets ik door verre landen zwierf , kwam ik soms tot prestaties van welsprekendheid,  zelfzekerheid,  en zelfs ook wijsheid, die ikzelf niet van mezelf verwachtte, doch die opborrelden door de adrenaline, het gevoel van vrijheid, die zich in die momenten van me meester maakten.
Het is trouwens om deze kick eigenlijk dat ik op reis ging, elders en hier, en tussen Hanoï en Phu Quoc.  Langs de aloude Mandarijenenweg  voelde ik me als een lichtgevleugelde adelaar, terwijl voorheen op kantoor en ook zelfs in mijn riante woonst ,  ik mezelf rond  sleurde als een oude vermoeide kraai.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Papoum om 00:00 Reageer op dit bericht

In het rijke arme land van Mugabe.

De Ronde van Zimbabwé

( October 1999 )  :

Rusape
African night. Vanaf 18u30 is het donker. We logeren aan een meer, ver van de beschaving onder een schitterende sterrenhemel met allemaal andere lichtjes aan de hemel dan thuis, geen Grote Beer dus, noch Poolster. Of er hier grote beesten in de omgeving zijn weten wij nog niet, maar insecten zijn er genoeg. Zij kropen al in mijn tent  en deze avond huppelen zij zelfs over mijn briefpapier.
De vliegreis verliep uitstekend. In London Airport was het bier wel zeer duur. De Tax Free Shop is ook niet meer wat het was, behalve wanneer men naar verre bestemmingen buiten Europa vliegt. De groenten die we tijdens de vlucht van British Airways kregen, bezorgden me buikkrampen zodat ik voor alle zekerheid reeds wat immodium slikte, en het was nodig.Om Zimbabwé binnen te geraken moeten de reizigers 30,00 US $ betalen aan de immigratie. Spijtig genoeg stonden wij in de slechtste rij  zodat wij als de laatsten van alle passagiers van deze verplichting konden worden bevrijd. De eerste nacht volgde op een leuke camping met 'braai' (barbecue) en babbel. Onze eerste verkenning doorheen HARARE was reeds een slecht avontuur, een diefstal waarvan G. het slachtoffer werd. Zijn portefeuille werd gestolen terwijl ik naast hem stond. Ook bij mij deden ze een poging. Iemand kietelde me aan mijn onderbeen. Gelukkig draaide ik me volledig rond, want anders zou ook een snelle jongen mijn geld uit mijn handen hebben gerukt. Vier of vijf jonge dieven werkten samen . Zij waren allen identiek gekleed met groen hemd en blauwe broek. Deze jongeren waren door ons niet van mekaar te onderscheiden, ongewoon als we zijn in dit negermilieu. Het ging zo rap en onze reactie was te slecht. In plaats van per fiets te achtervolgen, begon ik te lopen . Maar in de warmte en met mijn gewicht, viel ik al vlug stil zodat de dief en de portefeuille van G. verdwenen terwijl ik aan het hijgen was. Wat doen als we ze pakten ?  Vechten ? Een messteek krijgen  ... ? G. was 3.000 Bfr kwijt en zijn identiteitskaart. Voor de andere tochtgenoten was dit een goede les. In deze hoofdstad zijn immers allerlei haaien. Amper één procent van de bevolking is in deze buurt nog blank. De zwarten van Zimbabwé zijn opvallend goed gekleed. Alles is in dit land voor ons goedkoop.
Enkele prijzen  : coca-cola ( 7 Bfr), koffie met koek (11Bfr), een jeansbroek (180 Bfr), schoenen ( van 400 tot 800 Bfr), een fiets ( 4000/5000 Bfr), een buitenband (150 Bfr ), een pint bier (15 Bfr), 1/4 kip met friet en salade (65 Bfr), een T-Bone steak met friet (95 Bfr), een dame-blanche (45 Bfr), een banaan ( 1 Bfr), in een gewoon hotel kost een overnachting met ontbijt voor twee personen (400 Bfr) en om lid te worden van een club waar golf wordt gespeeld ( 2.000 Bfr per jaar) .
De zeven flandriens die meerijden vlammen nogal hard door, zodat ik afzie. Maar het zal wel gaan kalmeren, morgen, over langere afstand. Ik speel Sinterklaas  en deel van alles uit aan de zwartjes. Ik bracht 50  Bic's mee en kreeg wat centen van mijn oude moeder om aan 'Missiewerk' te doen. Een maandloon is hier maar 2.000 Bfr voor de gewone man. In de vele dorpen wonen de inlanders, de Zimbabwezen, nog in hutten. Overal stappen zij te voet, soms zonder schoeisel  en met lasten op hun kop of schouders. De jeugd gaat naar school in nette uniformen. Soms lopen die kinderen vele kilometers blootsvoets om hun schoolklas of hun thuis te bereiken. Zwarte vrouwen met babies op de rug zie je overal. Alles is  O.K. met mijn been. Dit wordt een heel speciale ervaring.

Birchenough Bridge
Deze groep rijdt zo hard dat een oude luiaard als ik veel moet op de tanden bijten, vooral in de bergen.  In het hoogland is het merkwaardig koud, vooral 's nachts in mijn tentje. Gelukkig bereiken we nu de centrale vlakten, met veel warmte en geen druppel water meer.
Vrijdag, omstreeks 10u in de voormiddag, sloeg het noodlot toe. We reden samen in  4 X 2 vorm tegen 40 km/u een helling af . Op de weg lagen stukken hout, takken, en soms stukken autobanden. De eerste van de groep moet in zo'n situatie af en toe schreeuwen om de anderen te verwittigen . Er lagen drie vrij grote stukken metaal van een gesprongen trommelrem op de strook waar wij op reden. Die stukken waren verloren door een vrachtwagen. Zij waren zo groot als een telloor. A. die vlak voor mij reed kreeg zo een stuk tussen de spaken en hij vloog tegen het harde wegdek. Er kwam bloed uit zijn kop. Hij was onbeweeglijk groggy. Zijn fiets was erg beschadigd. De dood was zelfs niet ver af, vreesde ik reeds.  Gelukkig verscheen korte tijd later een dokter en kon A. met de volgwagen naar een hospitaal gebracht worden. Hij bleef achter te Mutare in een hotel. Hij kon zijn twee armen niet meer gebruiken en zijn hoofd, zijn knie, zijn lijf  deden fel pijn. Een bijkomend probleem was nog dat er een staking was van dokters en verplegers. We vonden twee personen die drie dagen voor hem zouden zorgen. Nadien zou  A. door OMOB Assistance terug naar België worden gerepatrieerd. Opgave na spectaculaire valpartij voor de ervaren wereldreiziger A.  Gelukkig was hij taai en sterk, en liep tenslotte dit alles nogal goed af. Er mag op deze plaats worden geschreven dat een andere deelnemer, de sterkste wielrijder van de groep ongetwijfeld, vier dagen voor onze afreis reeds was gevallen in de omgeving van Brussel toen hij op pad was voor een ultieme training. Deze andere pechvogel was moeten thuisblijven.
Zimbabwé is een schoon land, met hutjes, met kleine zwartjes overal langs de wegen, vooral op zondag wanneer er geen school is. Ik blijf uitdelen, eten, geld, kledij, want de mensen hebben hier toch zo weinig.  Maar er moet worden gezegd dat zij proper, vriendelijk en gezond zijn. Met hele families zitten zij op de grond, naast de grote weg waarop wij fietsen. Van onder de  BAOBAB BOOM houden zij hun geiten en magere koeien in het oog. Overal wachten ook mensen die handeltjes drijven, aan de bushalten , waar zij frisse cola presenteren, in flessen van 30 cl.  Ik zag reeds dat de zwarten één enkele schijf brood kopen en die zo droog opeten. We stopten aan een waterpomp. Een grote hefboom werd er gebruikt om water van diep uit de grond op te pompen. Een jongetje ( 25 kgr lichaamsgewicht ) sleurde aan die hefboom : het was 100 X pompen voor 85 liters water.  Drie vrouwen vertrokken terug naar huis ieder met op hun kop  een plastieken tonnetje met 25 liters.  Ik probeerde ook eens aan die hefboom te trekken. Na vier heffen in de hevige zon vond ik het reeds te zwaar en er kwam dan nog maar een geutje naar boven dat net genoeg was om mijn petje nat te maken  en mijn handen wat te verfrissen. De jongen van 25 kgr lachte met mijn onhandigheid. Ik hielp hem om een kruik met 10 liters op zijn hoofd te plaatsen. Hij vertrok terug en nam zijn broertje mee, een peuter nog, die de hele tijd zich in de modder had gerold. Dat zwart mannetje was bruinrood, doch piepgezond. Ik zag ze gaan. Wat een leven wacht hen  ?
Ik zocht in mijn fietstas naar een groot biljet plaatselijke zimdollars . Ik reed hen achterna en gaf dit geld aan de oudste, terwijl ik zei  ' You are a strong man, give this to your mother  .... ' .
Maar de jongen reageerde niet. Hij had waarschijnlijk nog nooit geld gezien  en zijn moeder was misschien al dood.
Een uur later. Langs de linkerzijde van de weg  beweegt een enorme bussel hout. Ik vorder nog amper in de bergop en alleen omdat mijn kameraden wachten, stamp ik verder op mijn pedalen, machinaal, onmenselijk. Het is op dit middaguur onbeschrijfelijk heet. Plots, komt van onder de hoop hout een klein mager meisje gekropen.Met grote witte ogen waarin een zwart bolletje beweegt, smeekt zij me   ' I'm very hungry, sir ... !'   Ik stop, en ik geef haar mijn laatste en beste mueslireep met bananensmaak, voor wielerkampioenen. Zo'n calorierijk voedsel heeft wellicht nog nooit iemand in zijn mond gehad in Zimbabwé. Daarom zeg ik haar duidelijk :  ' half now, and half later ...'  Het tienjarig meisje was zo blij dat zij 20 cm  in de hoogte opveerde. Maar toen wist ik nog niet dat wanneer men hier  'hungry' heeft  het ook kan betekenen dat men gewoon dorst heeft. Misschien moest dat kind maar een slokje hebben uit mijn drinkbus.  O wee, zou het kunnen dat zij, ocharme, door mijn zoete droge 'coureurskoek' in haar keeltje is versmacht.
Maar, ja, ik had toen geen druppel vocht meer om zelf te drinken en dus ook niet om uit mijn bidon weg te geven. Er zijn hier in Africa, in Zimbabwé, honderdduizenden kindjes, en in de zwoele zwarte zomernacht worden er nog steeds in het donker bijgemaakt. 
Vanavond, zullen wij slapen in een fantastisch hotel ( half pension voor 1500 Bfr) en leven zoals Redford en Streep in  'Out of Africa'. Soms is de wereld maar klein, en soms is hij zo groot. Ik hoop dat ik de andere hotelgasten niet zal storen, en ook de beestjes niet, met mijn vreselijk gesnurk waar ondertussen niemand thuis last van heeft, vermits ik thans op mijn fiets door Zimbabwé glijd. 

Main Camp Hwange.
 Het is vreselijk warm. Daarom is onze wieleractiviteit tot nul herleid. Dit is nu safaristijl tot en met, en we camperen voor twee dagen op een zanderig plein. Bij het krieken van de dag van morgen, zullen wij met een safarivrachtwagen op speurtocht gaan naar de grote wilde beesten. The Singing Bird Organisation vroeg per persoon 60,00 US $  om ons mee te nemen voor een picknick in de wildernis, en zij beweren dat we foto's zullen maken van olifanten, giraffen, zebra's, buffels, neushoorns, antilopen, ... en met een beetje geluk van de koning der dieren : de leeuw.
Gisteren at ik een slaatje in het Royal Victoria Falls Hotel. Wat een verschil met de arme-mensen-dorpen. Ik mocht daar mijn plas maken, niet zo maar in de vrije natuur of tegen een muurtje, maar in een speciale antieke kom met blokjes ijs en wat citroenschillen. Bovendien waren er witte sponshanddoeken, die maar éénmaal efkens worden gebruikt en dan weer worden gewassen .Nacht met breakfast voor twee kost in dit hotel  400,00 US $ .
Niet ver daarvan zag ik een negertje die van vuilbak tot vuilbak zwierf om uit de lege colablikjes nog die enkele lauwe gesuikerde druppeltjes op te lekken die ook hier nog blijkbaar in die blikjes blijven zitten, niet voor de insecten maar wel voor de arme jonge Zimbabwezen. Ik stak mijn vinger omhoog, riep die dorstige knaap, en stopte hem de nodige zimdollars in de hand ' for a cold drink, my friend ...' . De jonge ' Undermensch' wist niet wat er op dat ogenblik met hem gebeurde. Alleen bezoekers uit Vlaanderen, of Europa, handelen zo. Maar niet die Zuid-Afrikanen, die coloniale heersers en eigenaars die anno 1999 nog niet zijn uitgeroeid. Van die hautaine toeristen, keihard en zonder hart tegenover de zwarten, krijgen dorstlijdende niet-blanken nooit  iets.
In dit Park Hwange, de grootste dierentuin ter wereld, lopen de olifanten rond zoals de konijntjes op de Bolderbergse heide. Olifanten drinken 150 liters water per dag, in tropische oorden en zij kakken een kruiwagen stront tijdens hun grote dagelijkse behoefte. Het is hier mogelijk om souvenirs te kopen. Maar dat gezaag en gepingel bij iedere transactie is er voor mij te veel aan. In dit seizoen zijn er nog geen muggen te Hwange.  We slikken dus onze pillen tegen malaria zonder reden, want tropische ziekten zijn hier zeldzaam.Over een speciale brug ben ik ook even gefietst tot op het grondgebied van Zambia, mits het te vragen aan de douaniers. 
We zagen maar weinig halfbloeden. Deze zijn ongewenst zowel bij de zwarten als bij de blanken. Het fatsoen vraagt dus dat er alleen partners en paren van éénzelfde ras zijn.  Negers zijn ook mensen. Zoals bij ons  is 10 % van de bevolking samengesteld uit mooie mensen, mannen en vrouwen. De vele andere zijn niet zo knap, en soms zelfs heel lelijk. De liefde wordt hier echter bedreigd door het GROTE AIDS PROBLEEM. Overal zijn er condooms gratis beschikbaar. Vermits wij met zeven ernstige oudere mannen zijn, die mekaar voortdurend in het oog houden, hebben wij geen problemen met de nationale ramp in dit land. 

 -----   (Papoum  in  Africa  -  herwerkt uit brieven   )   ---------

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Papoum om 18:45 Reageer op dit bericht

Meer van Verder dan Rome loopt de weg.

↑ Terug naar de berichten