In het rijke arme land van Mugabe.
De Ronde van Zimbabwé
( October 1999 ) : |
In het rijke arme land van Mugabe.
De Ronde van Zimbabwé
( October 1999 ) : |
Herinneringen uit de Oorlog (18 + tot het bittere einde. )

Maandag 27 mei .
Ik verwittig mijn sergeanten alsook luitenant Duvivier , mijn buurman van rechts met wie ik verbinding houden moest, doch ik laat mijn mannen rusten tot 3 uur ’s maandags ochtend.
Dan met geweld maak ik ze wakker door ze persoonlijk en met eigen handen dooreen te schudden. En de versteviging der stellingen in de weide wordt doorgezet met elk vindbaar materiaal. Tegen 6 uur verschijnt de commandant. : ‘ Staakt de werken ! , de stellingen worden nogmaals vooruitgeschoven, nu tot bij de weg ! Hier in de greppel, onder de bomen en zelf geplante boshagen liggen we lekker en veilig voor aanval van land en lucht ! Verdubbelt waakzaamheid in afwachting !‘
De commandant bezocht ons nogmaals tegen 11 uur.
De opstelling van de groep rechts was foutief. Hij moest de Mi van luitenant Heynen omsluiten in plaats van er 40 m achter te blijven langs de weg. Luitenant Heynen en ik hadden elkaar links laten liggen. Terwijl we praatten, komt een burger ons loensch voorbijgevaren en roept tot de mannen ‘ Zij zijn daar achter het spoor, wat weiter … ! ‘ en hij rijdt weer snel terug.
Ik beloof de commandant met moeite de 2de groep vooruit te zullen brengen, zodra mogelijk.
Nu signaleert korporaal Cruyskens me het voorval van de burger en zijn wantrouwen.
Met sergeant Colson trok ik op patrouille, en op 100 m van het huis waar de burger binnengegaan was, bleven wij loeren. Ik meende aan de deurpost soms een weifelende geweerloop te zien op en neer gaan. Dan kwam een man de luiken sluiten. Een vrouw kwam voor de deur staan, wellicht gedwongen door wie binnenin was, om ons alle argwaan te ontnemen. Ik riep tot de burger ; ‘ Als je een vriend zijt, kom dan vooruit ‘
Hij aarzelde, kwam dan 5 passen vooruit.
‘ ’t Is goed ‘ . Ik meende de zaak in orde te mogen beschouwen, waarschijnlijk ten onrechte want later werd uit dit huis op ons gevuurd.
Sergeant Vanderweyden ging alleen voor de commandant op patrouille en kwam terug na Duitsers gezien te hebben opgesteld op afstand in een boomgaard. Hij meldde ; ‘ de vijand is op 700m , in de richting van het verdacht huis, hij koopt de melk van de boeren, betaalt met gepaste munt en geeft de hand aan de burgers …. ‘
Sergeant Vanderweyden laat nog steeds zijn groep op zijde liggen en gaat persoonlijk bij de commandant Eindelijk komt hij weer in zijn verweesde terug, daarna loopt hij naar het PC.
Een soldaat van de Waalse 5de Cie komt aangelopen en meldt ‘ Zijn peloton heeft de witte zakdoek opgestoken toen de Duitsers nabij waren. Hijzelf is onder de kogels van de Duitsers gaan lopen om niet gevangen genomen te worden ‘
Dus was de vijand ook links op 600 à 700 m. Ik meld zulks aan luitenant Duvivier rechts van mij. Mitrailleurs van de 8ste Cie die ons voorbij vluchtten bevestigen de nadering van de vijand. Plots fluit de lucht, wij ploffen neer en daar brult de aarde. 5,6 obussen van eigen artillerie slaan in op de weide waar onze stellingen van vorige nacht nog waren. Diep in mijn kuil bad ik tot God, machteloos en nietig. : ‘Uw wil geschiede, maar spaar de vaders en de echtgenoten. Neem mij liever dan een van hen. Ik behoor U toe. Doe met mij wat U wil .
Neemt U me heden of laat U me leven om U te dienen aan het altaar, zoals U wilt ‘ .
Poos. De commandant verschijnt. Hij heeft de verlenging van het vuur gevraagd aan de bataljonoverste. Doch weer zoeft de lucht, en baaf, baaf , nabij ons ploffen onze eigen obussen neer !
Allen zijn gaaf gebleven, doch de indruk was zeer slecht op mijn mannen. Zullen wij nu gaan sneuvelen door eigen artillerie ?
Nu heeft het bericht van onze commandant waarschijnlijk bataljon en batterij bereikt, want de buien die nu inslaan, vallen verder voor ons. Herademing !
Poos. De commandant is reeds lang weg.
Geweerschoten knallen links op de weg. Renaers, mijn verbindingsman bij de commandant, brengt het laatste bevel van de commandant (ook dit briefje bestaat vandaag nog ) :
6 /II /44 Le Cdt de la 6e Cie
Au Lt du 3e Pton
Licht me in . Wat gebeurt er ?
Houd stand. De Kie wijkt niet .
Debruyne
Geen uur. Het kon middag zijn.
Ik doe Renaers aan de commandant zeggen ‘ De vijand valt aan naar uw PC en ook van over de spoorlijn. Kracht = 30 cyclisten.
Ook de Cie rechts wordt verwittigd. Trouwens ook rechts werd reeds geschoten door de vijand en door die Cie. Op dat ogenblik ontstaat een geweldige wind. Regen en stormvlagen, alsof ook de winden en de regen in de Duitse rangen dienden. Hij maakt in ieder geval de waarneming moeilijker . Ondertussen had ik sergeant Driessens met twee of drie soldaten van de 4de groep en twee man van de 3de groep opgesteld front naar de vijand op de rand van een korenveld op 20 m van mijn PC , doch uit mijn zicht. Ongeveer rond 14 uur zien wij de Duitsers op het zwijgende 2de Peloton inlopen, de mannen uit hun kuilen opjagen, ze ontwapenen en achteruit schuiven naar het veroverd terrein. Libotte vat het geweer en schiet naar de rechtstaande Duitsers op 200m. Ook ik vlam erop met den wil te doden. Geen repliek door de Duitsers. Op dat moment is sergeant Driessens handen omhoog naar de vijand toegelopen. Ik moest luitenant Heynen dekken met mijn Mi . De 2de en de 1ste groep had hem laten staan alleen. Colson, Crabs, en De Brandt bleven op hun stellingen. Mijn grote fout was luitenant Heynen niet te verwittigen.
Ondertussen rapen mijn soldaten zich achter mij samen bij de velos, heimelijk als op kattenpootjes.
‘ Rap terug in uw kuilen ! ‘ roep ik .
‘ Wij moeten toch een stukje eten … ‘
‘ Nu is het geen moment om te eten ! ‘
Hun plan was duidelijk. Zij wilden hun velos nemen en achteruit trekken naar de hoeve waar we spek gegeten hadden. Het geweer op hen gericht dwong ik hen te gaan naar de spoorlijn bij de 1ste Cie , en zonder velos. Daar kwamen wij samen in een stelling bij de beek. Hier vervoegden ook Colson, Crabs, en De Brandt. Colson was zijn velo gaan halen. Libotte had er op geschoten denkende dat hij een Duitser was. Ik stelde mij onder bevel van luitenant Duvivier. Nu kwam ook luitenant Heynen achteruit en stelde zich bij de spooroverweg aan de top der lijn van de 1ste Cie.
Hier begon een pijnlijke woordenwisseling met Walravens, die niet wou schieten.
‘ Gij ziet uw ouders niet gaarne, anders zoudt gij niet schieten ! ‘
-‘ Ik ken mijn plicht en dat alléén …! ‘
‘ Gijlie zijt ongetrouwd, gij luitenant en die Libotte daar, wij hebben vrouw en kinderen. Waarom ons nutteloos overleveren … ! ‘
-‘ Werkt allen samen om den vijand te weerhouden ginder, dan blijft hij verre !’
‘ Allez, vooruit, kom mee als gij durft, wij gaan naar ginder…. Gij wilt niet. Gijlie zijt lafaards ‘
Walravens was razend. Ik was bang dat hij een domme streek zou uithalen .
‘Neen, Walravens, geen nutteloze offers. Hier zijt gij het beste en het sterkste,dat zijn katholieken. Ik ben geen katholiek. Ik ben kristen. Toen wij gebombardeerd werden, vroeg ik aan God dat hij mij zou nemen liever dan een van U .
‘ Luitenant, ik weet dat gij braaf zijt. Maar wat kunnen wij tegen een overmacht !
Ondertussen fezelden de anderen ‘ Kom laat ons lopen tot aan de hoeve (de spekhoeve).
Vandaar kunnen we nog weg achteruit. Meulenijzer, Dor, Van den Berghe, zijn er ook.
Zij gingen mij ontglippen. Ik verwittigde luitenant Duvivier. Hij zei : ‘ Allez chez commandant Dineur, derrière cette maison …’
En ik beval dadelijk : ‘ Allez ! Op ! Naar dat huis bij de spoorlijn. Daar is geen gevaar ! ‘
Bij dat huis liet ik ze eten. Daar zat een verpleger en een aalmoezenier in een stalleke. Achter het huis was de PC van commandant Dineur. Ik meldde hem mijn moeilijke situatie : zestien man over van II /44. Het antwoord van commandant Dineur was :
‘ Emmenez cette pourriture loin de mes hommes. Installez vous en réserve dans les trous derrière la ferme, pour remplacer mon peloton de réserve. ‘ Dat peloton was een tegenaanval begonnen om de bres van II/44 te stoppen, maar in de vlakke weide moesten zij weer achteruit en zich dadelijk op een goede plaats aan de grond plakken. Ik nam mijn hazen mede op 300m voor de spoorlijn in de bedoelde kuilen, om de twee toegangswegen, de vensters en de hagen te bewaken. De vijand dook weldra voor ons op, op 400 m. Ik zag duidelijk door mijn kijker Duitse grijze helmen, vesten en botten in een kleine boshage opgesteld en een andere groep takken voor zich dragend, vooruitkomend in de richting van een huis dat nader bij ons lag en waarvan de vensters voor hen zeer goede schietplaatsen zouden zijn. Ik zag die grote kerels onbeweeglijk rechtstaan op 300 m, terwijl zij hun gezichten door de takken opduiken en weer intrekken. Ik beval aan mijn mannen van naar believen en overvloedig te vuren op 300 m. Doch alléén Libotte schoot op het duidelijk aangewezen doel. De anderen doken diep in hun kuilen. Sergeant Colson kon waarschijnlijk die vijand nog niet zien van op zijn plaats. Ik stuurde hem naar commandant Dineur om de aanwezigheid van de vijand voor ons te melden en de artillerie te vragen. Antwoord: het is te kort bij U . Gebruikt uw geweren. Ik loerde steeds door mijn kijker en schoot op duidelijk erkend doel met den wil te doden. Doch ook langs mijn oren kwamen kogels voorbij fluiten hoe langer hoe talrijker. Zij kwamen van de vijand voor ons, van de 1ste Cie achter ons die op de vijand schoot, van de vijand voor de spoorlijn wiens verloren kogels nog hier eindigden en voorbij snorden. Onze artillerie sloeg nu overvloedig en raak in op de huizen voor ons waar de vijand reeds nestelde in de stellingen van onze Cie en van ons peloton. De commandant Dineur trachtte door artillerie de bres van het II /44 te stoppen. Ik vrees alzo dat de gevangenen der 6de Cie die in deze huizen geparkeerd werden in dit bombardement mede omgekomen zijn . Zo Renaers, Vanderweyden, en sommigen van zijn groep die in die huizen zijn gevangen genomen en ook het 2de peloton. Vreselijk was de verwoesting der artillerie , en nu schenen mijn mannen de gevangenen niet meer te benijden zoals eerst bij de beek aan de spoorlijn. Doch in deze kuilen konden wij ons niet handhaven, zo ver van de onzen en zo na bij den vijand. Terwijl de artillerie nog insloeg en wij dus de vuuroverhand hadden, trokken wij uit de kuilen links af achter een huis en vandaar naar de spoorlijn. Hier vond ik onderluitenant Sevenans van de 4de Cie /44 die kalm in een tuchtvolle lijn het vuur leidde tegen de vijand van over de spoorlijn. Weer zeurden mijn mannen van aftocht en vertrek.
Tot plots onderluitenant Sevenans riep : ‘ Verzameling ! ‘
‘ Op wiens bevel ? ‘ vroeg ik .
‘Commandant Dineur. ‘ God zij dank !
14.00 uur. Wij trokken dan haastig achteruit, bukten ons voor verloren kogels; en borgen ons voor overtrekkende vliegers. Wachten, en verzameling langs B 7 baan Tielt- Deinze. Daar vervoegt ons eindelijk commandant Dineur. Luitenant Heynen die zich ook had teruggetrokken op de 1ste Cie en de dikke luitenant der Mi bij de spooroverweg waren afgesneden en gevangen genomen.
Langs de aardewegen trokken we af richting Wingene (14 km). Nergens geen Belgische troepen meer. In de verte voorons zagen we een Rode Kruis vlag en juist reden twee gewondenautos in volle snelheid voort, voorbij gewonde Ardense jagers, die wij zelf straks zouden vinden langs die weg. Zo schoof de colonne haastig voort. De vijandelijk artillerie of hun vliegtuigen hadden lelijk huisgehouden. Wij vonden drie Ardense jagers, waarvan 1 dood, 1 dol, 1 zwaar doch niet hopeloos getroffen. Op een tentzeil droegen de twee verplegers van het stalleke , soldaat Michotte en ikzelf hun voort tot wij zelf niet meer konden. Dan namen wij een kruiwagen en verder. Wij vragen hulp. Luitenant Duvivier moest met het pistool dwingen ons af te lossen . Doch plots vuurt verraderlijk een mitraillette uit een huis. Allen ontwijken het gevaar langs koren, hagen, en greppels. De gewonde blijft achter te midden van het veld op den kruiwagen. Jammer. Hij was nog te redden, maar wij waren uitgeput en op hol geslagen door de Mi. Doch, voort naar Wingene, naar de hoeve Saros. Op de weg Wingene-Ruiselede trok massaal artillerie achteruit, gemotoriseerde en voetvolk. In de voormiddag was de baan gebombardeerd geworden door vliegers. Langs een veldweg parallel met de grote kassei trokken we naar hoeve Saros waar we eindelijk om 21 uur aanlandden. Wij waren welkom als helden na den veldslag . Wij kregen hesp en kieken. Na het avondmaal ging ik op zoek naar een hergroeperingscentrum mogelijk in Wingene gevestigd of EM 44 RI . Niets te zien.
Langs de aftrekkende artillerie bereikte ik met moeite de kleine ingang naar de goede hoeve, waar ik tot 23.30 uur moest vertellen voor hun gretige oren.
In de verwarring hebben wij commandant Dineur verloren , en op eigen initiatief naar hoeve Saros onzen weg vervolgd. Korporaal Libotte ging dadelijk zoeken naar staf 44 RI. De oude staf was achter de kerk.
Kwamen met mij aan op maandagavond in de hoeve Saros (16 mannen) :
Groep 1 = Colson, Crabs, De Brandt.
Groep 2 = Libotte, Van Haesendonck, Dewin, Michotte, Mars, Jean Notelaers
Groep 3 = Cruyskens, Standart, Janssens, Van Loon
Groep 4 = Walravens, Logist
+ oppasser Berwaerts
Waren reeds aanwezig in dezelfde hoeve :
Colle en Cleeren, alsook Paeps, DeVleeschouwer, VanLoon, oppasser Ronsmans, en waarnemer korporaal Cromphout Deze soldaten verloren we te Tielt door het fietsavontuur.
Op maandag avond 21u30 zocht korporaal Libotte op mijn suggestie naar de staf 44 RI. Hij vond achter de kerk een officier, die hem bevel gaf morgen dinsdagochtend te verzamelen voor de ingang. Toen wij dinsdag’s morgens daar aankwamen , was er niemand van het 44 RI te zien. Trouwens reeds ’s avonds rond 22.00 uur vond ik de staf gesloten. Ik ontmoette wel twee soldaten van 44 RI die van de kolonel De Louker toelating hadden verkregen te rusten tot ’s anderendaags ’s morgens. Ik heb nog naar die kolonel gezocht, doch hem niet gevonden.
OORZAKEN VAN DE CAPITULATIE
( volgens luitenant in hetzelfde notaboekje )
1. De acht maanden voor de 18 dagen hadden de ijver der soldaten verzwakt, alhoewel de officieren er bij gewonnen hadden ; het gaf aan de piot de tijd zich te ergeren over de kleine kanten van kazernesoldaten en daardoor het groot gedachte ‘ het land in gevaar ‘ verdedigen te vergeten. De boerenverloven, de mobilisatie per fasen, de demobilisatie van sommigen, de rekrutering voor de G.T.R. bracht de moraal op lager peil.
2. Overmacht van Duits materiaal op het onze. De Duitse vliegers konden waarnemen, bombarderen en mitrailleren, en zorgen voor transport van troepen en parachutisten.
Daarbij waren er nog de tanks, motorisatie en de mitraillette.
Het Belgisch afweergeschut en de jagers waren onvoldoende. Onvoldoende was ook de uitrusting en K 47 en perforerende kogels.
Een antitankcentrum zonder K 47 betekent niets.
De tankgrachten en stalen muren waren ondoelmatig,
zoals ook het geweer mod 89 , FM 15, Mi Colt.
3. De Duitse tactiek was ons te snel en te nieuw. De Duitsers voerden hun Blitzkrieg door vliegers en motorisatie, door paniek zaaien via vliegers met sirenes en parachutisten. Zij waren uitgerust als stormtroepen in lichte uitrusting ( in trui). Hun omsingelingsmethode en doordrijvendheid was goed. Zij vielen de zwakke punten aan, zodat wij onze sterke punten als verdediging niet konden gebruiken in de strijd.
Gevolgen voor de Belgische troepen in lijn :
- Wanordelijk verplaatsing en aftocht der troepen zonder veel gebruik gemaakt te hebben van de eerste en beste stelling aan grens, Albertkanaal en Maas.
- Verscheuring en verspreiding der soldaten door de onvoorziene aftocht , contactbreuk van oversten en soldaten.
- Afmatting der soldaten door overhaaste aftocht.
- Desorganisatie der diensten zoals bevoorrading , bagage, gezondheidsdienst.
- Terugtocht der Franse voorhoeden.
Gevolgen voor de troepen in het achterland :
- Door de vliegers waren ze van het eerste ogenblik af met de Duitsers in contact.
- Bevelen en tegenbevelen. Langs waar zal hij komen ? Hoe , waar, en welke troepen in stelling brengen ? Daardoor onzinnige verplaatsingen, afmatting der reservetroepen, onregelmatige bevoorrading, geen eten en geen rust.
- Demoralisatie. Door het slechte voorbeeld der jonge klassen en de ellendige zwerftocht der vluchtende burgers.
4. De Duitse moraal was beter dan de onze. De Duitsers hadden het zelfvertrouwen van een herenvolk, de doodsverachting en zelfverloochening. Zij hadden durf, namen initiatief, waren vol voortvarendheid. De Belgen toonden geen zelfverloochening voor de heilige taak. Er was bij hen egoïsme en streven naar zelfbehoud bij officieren en soldaten. De soldaten waren tuchteloos , gevolg van onze democratie. De soldaat had geen volstrekt vertrouwen en onderworpenheid tegenover zijn officieren, en de onderofficier trok zich gemakkelijk terug in de massa der soldaten, in plaats van als tussengestelde chef op te treden. De kleine soldij van
soldaten en onderofficieren , in vergelijking met de officieren, is hier gedeeltelijk de oorzaak van. Aan vee officieren ontbrak toewijding en initiatief, alsook de nodige hartelijkheid om het vertrouwen en de gehechtheid der frontsoldaten te winnen. Vele officieren hebben bewezen lafaards te zijn in het gevaar. De kritiekgeest van de lagere officier tegenover de onbekwaamheid en veroudering van het hogere commando en de manifeste onbekwaamheid en veroudering van dat hogere commando hebben eveneens mede bijgedragen tot
DE ONVERMIJDELIJKE KAPITULATIE van de Koning op dinsdag 28 mei om 4 uur.
Dinsdag 28 mei.
Om 3u 30 word ik gewekt door gerammel van voorthollende artillerie op de kasseien der baan Ruiselede- Wingene en door Mi vuur in de nabijheid der hoev Burgers, bevestigen mij dat niet verre af geschoten wordt en later heb ik vernomen dat de Duitsers werkelijk op 300 m van ons af waren in de huizen. Ik verwittig de mannen :
‘ Wie niet wil gevangen zijn moet onmiddellijk met mij mede. Na 3 minuten was iedereen klaar en op weg naar Wingene, naar Zwevezele, en met de stroom mede naar Brugge. Langs de wegen hadden de Duitse vliegers vreselijk ingeslagen .Overal lagen uitrustingen van Belgische soldaten . Wij zochten de staf van het 44 RI dat volgens geruchten rond Brugge verzamelde. Langs den weg staat de vroeger zo dolle artillerie gedijd en stil. Hier en daar kringetjes soldaten die druk praten. Men sprak over de capitulatie , die zou afgekondigd zijn. In Oostkamp doe ik mijn soldaten rusten, zoek achter inlichtingen over mijn 44 RI. Ik ontmoet alzo een kolonel der Infanterie die mij verzekert : DE KONING HEEFT GEKAPITULEERD. Wij schieten niet meer op de Duitsers en zij niet meer op ons. Straks zullen ze hier zijn. Maak orde , vooral orde om ze te ontvangen.
Hij was nog trots deze kolonel. Ik verwittig mijn mannen over de capitulatie, stuur nogmaals Colson en Libotte op zoek naar 44 RI. Vruchteloos.
Toen kwam de witte vlag, gevoerd op de eerste van een groep van drie Duitse autos. Op het gezicht der Duitse officieren voelde ik de onverdoken minachting , de spotlach. Nu konden wij eten en rusten. Wij vinden een hoeve en omwille van de blijde boodschap die wij er brachten, ontvangen wij gratis een keurige gedroogde hesp. Patatten worden gejast en terwijl ik slaap , wordt alles opgegeten. Wij kwamen rond 15 uur aan de staf 44 RI aan. Ik vond er nog Macherot en korporaal De Bie. De keuken was in een tuin geloodst en door de burgers geplunderd, onder toezicht der Duitsers. Op de staf 44 RI werden de wapens neergelegd. De kolonel zou komen in de namiddag. Ik deed De Bie daar blijven. Ik kom terug op den staf rond 18.30 uur. De kolonel is juist vertrokken met een auto van het Rood Kruis samen met enkele soldaten die daar stonden. Dan vertrekken wij met alle middelen, velo, auto, en te voet naar Wingene , hoeve Saros, waar we steeds welkom waren. Wat te doen ?
Ik had geen orders ontvangen en kon zelfs niet voorzien dat er zouden gegeven worden. Men had ook niet laten voorzien dat er instructies zouden gegeven worden over de demobilisatie.
Al de officieren, commandanten, majors, zeiden mij niets te weten en bekenden :
‘ On n’a pas même su faire la démobilisation …!’
IK SPRAK DAN MET DE Duitsers in Wingene aanwezig.
‘ Gehen sie ruhig nach Hause . Melden sie sich nur an deine Ortskommandant und sie werden dort bleiben durfen ‘ Dat zei me een Duitse sergeant, de hoogste Duitse gegradeerde , die ik daar in Wingene kon spreken. Vanaf woensdag morgen beschouwde ik mijn rol als Belgische officier geëindigd . Ik gaf mijn mannen toelating, op eigen middelen naar huis te komen .
Woensdag 29 mei.
De volgende ochtend, toen ik ontwaakte waren er reeds verschillende op eigen initiatief vertrokken. Met Libotte, Michotte, Cruyskens, en Logist, trokken wij per camion door Tielt naar Deinze. Halverwege Deinze werden wij in een kamp voor voetgangers geparkeerd. Doch Libotte en ik ontsnapten langs achter. Dan gingen wij per camion en te voet tot Deinze waar we langs hovingen tot aan het kanaal doorbraken. Het was onmogelijk , zelfs na uren wachten, een voet op de grote baan vooruit te geraken. Op Duitse rubberboten passeerden wij het kanaal en de Leie verderop , langs een houten brug. Hier moest ik scheiden van Libotte. De officieren werden per autobus naar Gent gevoerd. Ik nam hem mede tot aan de bus, doch deze was bomvol, misschien nog plaats voor één man, maar niet voor twee. Ik gaf Libotte een welgemeende handdruk. Hij was voor mij een flinke kerel geweest. Over zijn verleden werd veel kwaad verteld . Hij dronk soms veel en vergat zijn dienst. Daardoor was hij van adjudant uit het actief leger eenvoudig korporaal geworden. Doch in mijn peloton heeft hij zich naar wens gedragen en zijn leven een begin van rehabilitatie gegeven. Hij vroeg me toen een dienst ‘ Zohaast gij kunt, luitenant, schrijf naar huis bij mij en zeg of U over mij tevreden waart …’ Hij wou een troost bezorgen aan zijn ouders …. Michel Libotte, Drogerijhandelaar, 27, Maestrichterstraat , Tongeren . Dat beloofde ik hem van harte en wenste hem geluk in het leven.
Met een volgende autobus vol officieren kwam ik in Gent. Na lang wachten voor de kazerne , moesten wij gaan slapen in het Casino van het park. Ik was met drie officieren der Ardense
Jagers en een luitenant der artillerie. Dat waren de wapens die de oorlog hadden meegemaakt.
De Ardenners verstopten het niet :
‘Toen zij de witte vlag zagen , hebben soldaten en officieren de tranen in de ogen gekregen om de nutteloze offers die ze hadden gebracht. Wij waren bereid en ieder soldaat bij ons was tot de nodige offers bereid. Doch de overige infanterie mocht niet gehandeld hebben, zoals gebeurd is …’
Donderdag 30 mei.
’s Anderendaags zouden de passen gestempeld worden, en ik ging alleen in de stroom mede , om lang te wachten op hetzelfde kazerneplein. In dichte drommen werden de soldaten opgeleid naar Lokeren. Wij officieren bleven wachten , rekenend op een speciaal transport voor ons. Het bleek tenslotte dat wij ook te voet meemoesten in de walgelijke massa, in die drommen vernederde onteerde soldaten. Ik voelde mij als volk en als officier vernederd.
Ik zag een camion die in den drom moeilijk vooruit kon en waar desnoods nog een man mede kon. Ik klauterde er op, en voort ging hij, eens dat hij ruimte kreeg, voort, 100 km per uur, en in de richting van Brussel … en naar Luik … !
De witte vlag wapperde voorop en hoog. De burgers juichten ons toe !
Dendermond, Asse, Brussel, Leuven, Tienen……. HALT !
Duitse controle op de markt doet ons stoppen, doet een Duitser opstijgen, en onder zijn geleide naar de kazerne varen. Wij waren gevangen en gelijkgesteld met de krijgsgevangenen die in dit kamp opgesloten waren en nog ’s avonds zouden bijkomen. Wij waren er gedrieën van Walshoutem. Laporte Lucien was in Brussel op onze wagen overgestapt, en in de kazerne vonden wij krijgsgevangene Fernand Noé.
Vrijdag 31 mei.
’s Anderdaags in de ochtend komt Laporte de kamer opgestormd met een Urlaub in de hand tot vrijdagavond. Ik storm de trappen af, klop me in houding voor de Duitse onderluitenant , commandant van het Gefangenenlager, en vraag ook een Urlaub. Het ging en na 5 minuten waren wij de straat op, naar huis ….!
Een melkboerke wordt langs de weg aangeklampt, en wat een geluk, hij ging juist tot Grimde, dan toch tot Neerheylissem en eindelijk naar Neerlanden. In Landen stapten we stralend af. In de kerk kwam ik juist voor de prefatie en de consecratie .
Ik dankte God en herhaalde diep de belofte gedaan in de kuil onder de inval van eigen obussen. Ik kwam thuis. Blijdschap. s‘ Namiddags ging ik me aanmelden op het gemeentehuis en vandaar met Lucien Laporte naar het Kommandatur in Borgworm., waar ons Urlaub werd vervangen door een blijvende toelating om in onze woning te vertoeven.
Einde. Geschreven op 10 juni 1940. Theo Journée.
Herinneringen uit de Oorlog (Donderdag 23 -Zondag 26)
Donderdag 23 mei.
Tegen 23 uur woensdagnacht : verzameling. Voetvolk voor, cyclisten achteraan. Langs Gent naar ZWIJNAARDE. Dadelijk na de aankomst , zonder eten, moest opnieuw gegraven worden. Het viel de jongens hard. De vliegers scheurden langs ons hoofd voorbij in groten getale.
Wij voelden ons in hunne macht en dankbaar na hun doortocht omdat zij van die macht geen gebruik wilden maken. De schrik had de meeste te pakken. De stellingen van de 4de groep bleven de ganse dag quasi ledig. De 1ste en 2de groep, die sinds Melle één groep hadden gevormd onder bevel van sergeant Colson en korporaal Libotte was zwak bewaakt. De 3de groep was tamelijk goed vertegenwoordigd.
Situatie om 10 u: Appel.
Afwezig : . (1) Dirix,Lefevre,Houttekeer,Geerooms,Goetschalx,Groffis,Huybrechts,Hendrix,Dewitte,Wiels.
(2) Mostien,Raes + (vanaf zondag)Melis, Loyaerts,Lahaye,Mars, Raeds,+ (vanaf dinsdag)
Dijckmans, Van Liefferinghe, Michotte, Notelaers
(3)Mottie, Peeters, Hens
(4) Walschaerts,VanHoydonk
Aanwezig : de anderen
De desertie vierde hoogtij. Wij stonden er machteloos tegenover. Welke straf toepassen ?
Het eerste peloton was later uit Melle vertrokken en begon ook later de grondwerken in Zwijnaarde. Zij werden onder de arbeid gemitrailleerd door vliegers en dat prachtige peloton dat zich tot dan toe prachtig had bewaard, werd zwaar beproefd. ’s Avonds liep het met de 5de Cie mede voor een onmogelijke opdracht. Het ging verloren voor een groot gedeelte.
De vijand was voor de Scheldeboorden. Wij hoorden hun mitrailletten keffen. De nacht viel zwaar in. Gelukkig mochten we tegen 23 uur verzamelen om naar POESELE te vertrekken.
De cyclisten der 6/44 dus meestal het 3de peloton // 6/44 met 15 verkenners van het 44 RI vormde de achterhoede en we moesten aldus getuige zijn van de wanorde in ons Regiment.
Vrijdag 24 mei.
Op den weg naar Poesele vinden wij een hopeloze versperring door den aftocht aller wapens. Terwijl de kadavers der paarden en de ruines der woningen toch waarschuwden voor het luchtgevaar. Wij dankten de Duitse vliegers voor hun medelijden met ons. Wij kwamen allengs langs bekende wegen nabij VOSSELAERE. Langs de wegen lagen velos, ransels, auto’s en zelfs een stuk spek. De brug van Sint-Maartens Deurne was klaar om opgeblazen te worden. Een genie generaal snauwde ons toe per vieren te marcheren. Wij stapten zonder acht te geven voorbij. Ver achter ons hoorden wij de brug de lucht in vliegen.
Wij stapten voorbij Vosselaere met zijn kunstige toren. Ook daar hadden obussen ingeslagen.
De wegen en de brug van NEVELE waren ondermijnd. K 4.7 waren in de huizen door de afgebroken muren opgesteld. De genie wachtte op de laatste troepen om alles te doen springen. Een officier der genie vroeg zelfs aan mij een eenvoudig peloton overste :
‘ Etes-vous les derniers …. ? ‘ .
Wij kwamen ( na 18 km) rond 8 uur in het nederige Poesele voorbij Nevele aan en mochten rusten tot ’s avonds. Wij konden ons wassen, scheren, eten en slapen. Rond 20 uur vertrek naar WINGENE. Na ons vertrek bombardement van Poesele en Nevele. Ik was slechts half uitgerust. Deze mars zou zeer pijnlijk zijn. Ik sliep al gaande. De 5de Cie was kwaad om den trekharmonica die de cyclisten der 6/44 bespeelden. Tegen 4 uur zaterdagmorgen kwamen wij in den goeden hoeve Saros aan in het gehucht DE Beer bij Wingene.
Hier woonden goede mensen in deze patriarchale winning. Zeven dochters (en drie zonen) allen gedienstig als nonnetjes en gastvrij als ware wij van den huize . Het was een rustige dag die wij er doorbrachten, alhoewel wij nu en dan opgeschrikt werden door een luchtbombardement in den omtrek.
In de namiddag verzamelde ik mijn groepoversten en over ons die daar stonden , namens de 6L , sprak de priester zijn zegen uit. Tegen de avond hoorden wij een Mi niet ver van ons af. Allen vluchtten in de schuur. Ik stuur Vanderweyden, Libotte en Driessens, in drie richtingen op verkenning uit. De 8ste Cie was een nieuw stuk aan ’t proberen.
Appel van 16 uur ten hoeve Saros :
(1) Aanwezig : sergeant Colson, en soldaten Groffils, Claes, Bervoets, De Brandt, Crabs.
Afwezig : Dirix, Lefevren, Houttekeer,Geerooms, Goetschalx, Huybrechts, DeWitte, Wiels, Hendrix.
(2) Aanwezig: Korporaals Dijckmans en Libotte, alsook de soldaten Dewin, Notelaers, Van Liefferinghe,Van Haesendonck, Michotte, Mars.
Afwezig: Lahaye, Loyaerts, Raes, Mostien, Raedts, Melis.
(3) Aanwezig: Sergeant Driessens, en de soldaten Cruyskens, Van Loon, Janssens, Boekmans,Van den Berghe, Paeps, Renaers, Standart, Van Loo, De Vleeschouwer, D’Or.
Afwezig : Mottie, Peeters, Hens.
(4) Aanwezig: Sergeant Vanderweyden, Korporaals Van Geel en Meulenijzer, en de soldaten
VanCauwenbergh, Logist, Colle,VanHoydonck, Walschaerts, Cleeren, Walravens, Marit, Severs, Leersnijder, Robijns, Deville
Afwezig : Niemand
Ook aanwezig: De klaroen Voets bij de commandant en de ordonnans Ronsmans.
Het derde Peloton der 6/ 44 ( vier groepen)
onder bevel van OLt Journée bestond in totaal uit 61 militairen op oorlogspad.


Zondag 26 mei .
Op suggestie van een der dochter van HOEVE SAROS ( eigenaar Fr Van Hulle-De Rammelaere te Wingene) zou de H. Mis gelezen worden in hun keukenkamer. Alles werd voorbereid en een der EH aalmoezeniers droeg de H..Mis op terwijl de vliegers ronkten boven het huis. Toch voelden wij ons veilig in Gods handen.
Na de H.Mis moesten wij vertrekken langs TIELT naar AARSELE op de weg Tielt- Deinze.
Het was een heldere morgen. De vliegers dreigden dikwijls boven onze hoofden. Waarom marscheren in den dag ? ( 5 km te voet + 18 km per velo )
Aan de grote baan Zwevezele- Kortrijk mochten de cyclisten van het bataljon opstijgen en onder de leiding van luitenant Deryck der 8ste Cie naar Aarsele vertrekken. De voetgangers werden per camion vervoerd. Mijn peloton dat zo prachtig gehergroepeerd was, zou juist voor de slag uiteengescheurd worden omwille van volgende oorzaken :
1. het overhaast vertrek van luitenant Derycke zonder mij te verwittigen.
2. door de drukte en de versperring langs de wegen van voetvolk en auto’s
3. door de overdreven snelheid van luitenant Derycke vooraan
4. door het bombardement van Tielt waar vele huizen brandden en de straten vol glasscherven lagen. Daardoor is de cyclisten groep der 6 /44 , nochtans prachtig geëncadreerd met vooraan ikzelf, Colson en Vanderweyden, middenin sergeant Driessens en sergeant Avonts, achteaan sergeanten Cleymans, Poortmans, en Meynen, hopeloos verscheurd geraakt , en met deze gedunde rangen zijn wij daar aangekomen waar van de 6de Cie gevraagd werd in eerste linie te strijden. Jammerlijk was ook mijn optreden tegenover sergeant Driessens, die in Tielt niet verder mede wilde daar de grote hoop in de straten van Tielt was verloren gegaan en hij met mij alleen toch niets kon verrichten. Ik dreigde hem door de benen te schieten. Ten slotte ging hij mede op een krachtige vloek van mij. Na als een schepershond verschillende keren terug naar Tielt op klopjacht te zijn geweest , bracht ik ten slotte op de stellingen ongeveer de helft van de cyclisten mede. Sergeanten Cleymans, Poortmans, Meynen, Avonts, waren onvindbaar op de aankomstlijn. Tijdens deze verplaatsing per fiets was er een vliegende controle langs de colonne door een tandem, met adjudant Bons en sergeant Heuvelmans.
Wij hadden langs de weg Tielt - Deinze hopen munitie en auto’s in panne voorbijgereden.
Wij vonden drie geweren mod 30 die we als trofeeën meenamen.
Een 100m voor Born 6/0 op dezelfde weg stond onze commandant met het voetvolk. Hij wees ons de te volgen richting aan en kwam ons zelf daarna vervoegen. Hij gaf vlug en vaag de plaats van ons peloton aan. Ik begon dadelijk de verkenning met mijn groepsoversten en deed mijn stellingen achter een rij hagen ingraven, ging dan op zoek naar grote schoppen en naar de PC van de commandant. Binst mijn vertrek kwam de commandant zelf ter plaatse, was kwaad over mijn afwezigheid en over mijn opstelling die te ver van de commandant zijn lijn achteruit week. Hij duidde precies mijn nieuwe plaats aan , midden in een weide 100 m vooruit in natte grond zonder dekking tegen land en lucht, wat ik juist had willen vermijden. Toch herbegonnen ze dapper. Ondertussen werd er spek gebakken, koffie gemalen en brood gesmeerd in een nabije hoeve, en ieder ging op zijn beurt eens ruim eten en dan slapen. Ons eigen keuken was lucht. De wachtrol was in voege : 1/3 van wacht en 2/3 op rust in de hoeve .
Appel van 18 uur:
Voor de vier groepen = 5 + 6 + 8 + 9 = 29 mannen,
zijnde 3 sergeanten, 3 korporaals, 22 soldaten en 1 verpleger.
Ik had nogmaals geen enkel FM, geen enkel VB. De eerste bevoorraders FM hadden wel een geweer gevonden . Om 23u 30 Bevel van Commandant :
(dit briefje geschreven in potlood is in 2008 nog steeds goed leesbaar ingeplakt in het oude schrijfboekje van wijlen luitenant Theo Journée )
Aan Luitenant Journée,
Ons Kie , volgens orders v/d Major heeft een kleiner front. We zijn in 1ste lijn, en de vijand wordt verwacht tegen deze nacht ofwel morgen heel vroeg.
Weerstand tot het uiterste. Ge kent uw plicht.
26/8/40 . Handtekening DEBRUYNE.
Herinneringen uit de Oorlog (Vrijdag 17 - Woensdag 22)
Vrijdag 17de mei
Rust tot den middag. Verzameling om 14 uur. Vertrek naar stelling NAZARETH (7km) , waar we de eerste dag der alerte geweest waren. Langs de weg lagen Ardense jagers op rust. De arme jongens ! ook zij hadden het niet gehouden. Met goede moed begonnen wij de stelling Nazareth te organiseren tegen lage vliegers. Wij begonnen piketten te timmeren als voetstuk voor onze FM AAvi . Onze goede wil was onuitputtelijk. Na één uur, bevel te vertrekken naar De Pinte. (7km). Rust voorzien tot ’s nachts 2u 30 . Onderhandelingen met Mr Soie (De Pinte) over het vervoer der ransels der 6/44 , met instemming van de commandant die het duur vond en dadelijk met het geld der kantien wilde betalen, wat ik voor mijn peloton op eigen kosten wou doen. Doch daar de officieren der andere pelotons niet mochten gestoord worden kon ik ze niet op de hoogte brengen. Mijn verbindingsman moest op het bureel blijven om mij te verwittigen. Na een eerste mededeling aan de mannen bleef hij bij de mannen liggen.
Rust gekregen tot 2 u 30 . Verwittiging van Mr Soie. Vervoer der ransels 3de peloton.
Zaterdag 18de mei.
Ontijdig verwittigd vertrok ik geïsoleerd op aanduidingen van sergeant Seghers naar Gent Sint Jacobskerk (12 km). Wij troffen de Cie in Gentvoorstad reeds aan. Onze moraal in het 3de peloton was fris in vergelijking met de anderen. Wij voelden ons peloton superieur door de ontlasting van de ransels. Wachten op de PI van sergeant Poortmans die letterlijk nog niets had gevonden. Dan maar zelf op zoek naar logement. Doch de commandant wilde eerst de verkenning der stellingen doen, zodat een heftige discussie ontstond met mij, die eerst logementen wou vinden voor de mannen. Op zijn streng bevel gaf ik toe en wij deden de verkenning. Het scheen mij alsof de commandant hetzelf niet ernstig opnam.
1ste opstelling : van Pré d’Amour tot St-Joris brug volgens de commandant. Opstelling vlug gedaan.
2de opstelling : De kolonel komt en vraagt naar majoor en commandant. De opstelling moet verkeerd zijn. Wij zoeken de commandant. Onvindbaar. Hij was gaan slapen, naar hij later zei. Wij zoeken de majoor op zijn PC. Hij was daar, doch als hij ter plaatse, door de kolonel
aangeduid aankomt, was de kolonel reeds weg.
Incident met commandant Scharres.
Terwijl ik de majoor zocht, valt cdt Scharres op mij, om mij te vermoorden van gramschap.
Ik zou een opeising van een camion door de 8ste Cie tegengewerkt hebben. ‘ Sale gamin, je vous aurai ! ‘‘Je vous excuse, ce n’est pas moi.’ Jammer van commandant Scharres !
Daar is iets in mij gebroken voor hem op dat moment. Ook hij had het hoofd verloren.
Poos. De majoor komt weer met nieuwe opstelling. Wij kopen een kaart van Gent en de majoor duidt eigenhandig de nieuwe stelling aan. Ik ga bij luitenant Neyns, die half dronken in het café zat, om hem mijn front te vragen voor het derde peloton. Ik raad hem aan ook zulke kaart te kopen, waarop hij antwoordt dat hij er zo maar een moet krijgen en dat de troep rust heeft. I ga er dan drie bijkopen, voor de commandant en de twee andere peloton oversten, geef aan de luitenant de aanduidingen van de majoor en ga op zoek naar de commandant, of misschien zelf mijn front bepalen en bezetten. . Gelukkig was de commandant ontwaakt. De commandant maakt een schets voor het 3de peloton. Ik verwittig luitenant Neyns bij de commandant te komen. Als hij komt , wil hij mij voor mijn opdringerig optreden een sigaar geven. Deze 2de opstelling was weer vlug gedaan.
3de opstelling : De kolonel passeert nogmaals en geeft weer andere opdrachten. Nogmaals verander ik mijn 1ste, 2de en 3de groep, en meld zodra opgesteld aan de commandant dat ik klaar ben. Doch, zie, ik vind de commandant, met de officieren, een deel van het onderofficieren kader en de bureaucraten , verzameld achter een glaasje bier. Daar was nu plots geen gevaar meer. De heksenketel was afgekoeld. ‘ Ieder heeft rust tot 23 uur ! ‘
Ik (en het 3de peloton) was niet verwittigd . Rust.
In iedere groep hadden we een koffiefeestje gehouden met peperkoek en twee flessen wijn.
Gent was in Paniek. Iedereen ging vluchten. Een wildeman sloeg zelf sommige zaken in eigen huis stuk met de voorhamer.
Ondertussen zochten alle soldaten zich fietsen, te requisitioneren. Ik schreef voor mijn peloton enige blanco opeising bons en toen ging het vlug.
Het ging nog verder : Sergeant Verest en korporaal Peeters beweerden dat de commandant toelating had gegeven zelfs auto’s op te eisen, en dat luitenant Grandry daarmede reeds volop aan de gang was. Neyns was zat. Zonder geschreven bevestiging van zulke belangrijke beslissing te vragen, begon ik systematisch , met een burger als gids, alle auto’s op te eisen die in de garages nog stonden. Ik bekwam aldus acht prachtige wagens, die wij in een FILATURE fabriek met essence vulden. Triomfantelijk schoof de gemotoriseerde colonne achter de St Jacobskerk aan, doch wij werden koud ontvangen door sergeant Seghers , helper van de commandant, en door luitenant Neyns die nog steeds zijn roes trachtte te neutraliseren.De commandant was onzichtbaar en luitenant Grandry ook. Luitenant Neyns ongeschikt. Tenslotte had sergeant Seghers gelijk in de discussie die wij voor de zoveelste maal hadden .
‘ Wie beveelt de Cie ? ‘ vroeg ik.
‘ Ik ‘ zei sergeant Seghers.
Na lang aarzelen, begreep ik dat mijn zet met de auto’s te sterk was en besloot alles te likwideren. Het bevel van het peloton gaf ik aan sergeant Colson , en ik bracht de acht wagens terug naar de garages. Bont avondmaal bij een der auto eigenaars en dan te voet op zoek naar de rest van de Cie met de vage aanduiding Melle. Toch was de trieste karavaan gedwee en barmhartig tegenover mij. Ten einde Gentbrugge (6km) logeerde ik ze in de bedden der burgers, die ik met den geweerkolf had gewekt. Daarna ging ik in ’t ronde zoeken naar de rest der 6/44. Eindelijk werden ze gesignaleerd door verloren soldaten der 7/44 in de richting van Melle verderop.
Alleen op weg. Soldaten en burgers komen langs mij voorbij. Een man van 30 jaar stort met zijn gezicht ten gronde en snikt met den kop tegen den grond van uitputting. Arm volk !
Ach God zal zich in het zwakke laten gelden. Wilt U, O God , dan alles tot het uiterste laten komen , om U dan in onzen diepste nood als machtigen redder te doen kennen ?
Bescherm dit volk dat zwerft langs de straten om 2 uur zondagmorgen . Ze kwamen van Wetteren. Ze kwamen van Lier en de Kempen.
Verder op zoek. Soldaten passeren gejaagd
. ‘ Welke Compagnie ? ‘ Carabiniers.
‘ D’ où venez-vous ? Des lignes près d’Alost.
‘ Que se passe-t-il là-bas ? ‘
Zo vraag ik hen over hun ervaring, over de waarde van hun wapens, enz.
Plots ; ‘ Haut les mains ! ‘ roept hun sergeant.
‘ J’ai une arme dans la poche droite de ma capote. Prenez la ! ‘
‘ Ici mes papiers de nomination d’officier belge .’ Niets te doen. ‘ En avant vers Gand ! ‘
Op elk woord dat ik nog wou spreken dreigde de sergeant mij met mijn eigen pistool.
Met de handen omhoog ging ik voor hun bajonetten voorop. Soms deden zij mij lopen.
‘ Mes hommes de ma Cie dorment ici dans les maisons ! ‘
Passez vite, pas un signal, c’est un piège !
Tot eindelijk een auto langs achter ons inhaalde en stopte. Het waren officieren der carabiniers. Een kalm, doch streng onderzoek stemde reeds gunstiger. Ik gaf zonder hun vraag: naam van mijn kolonel, mijn regiment, mijn militiejaar, mijn commandant der schoolcompagnie, kolonel van het 12 RI en de reden waarom ik daar rondliep. Mijn mannen slapen hier in de huizen.
De officier ging kijken.
‘ Ou sont les hommes de Journée ? ‘ ‘ Par ici, par ici … ! riep commandant Liégeois van de 7de Cie, die toevallig daar stond. Korte woorden. Alles in orde. Afkeuring van mijn nieuwsgierigheid. Mijn gelukwensen aan die sergeant. En weer ging ik op zoek naar de rest der 6/44 .
Het Bataljon was om zeep. Alles in wanorde. Verloren. De 7de en 8ste Cie verstrooid en verscheurd. Commandant Liégeois zocht manschappen en officieren. De caissons der 8ste stonden alleen langs de weg. De rest der 6/44 vond ik eindelijk als wezen achtergelaten in de gracht langs de straat en tegen de huizen. Na 10 minuten was ieder gelogeerd bij middel van een geweerkolf.
Vanaf Gent, vanaf de opeising der fietsen, begon de wanorde en de desertie. Daar was iets gebroken in het hart der soldaten die lagen langs de straatstenen zonder officieren.
De bezetting van Gent zou grote invloed uitoefenen op de moraal der manschappen.
1) In Gent hadden de mannen gevoeld dat het hoger bevel het hoofd verloren had.
Bewijs: 3 opstellingen op 3 uur en dan plots rust. Trouwens in de straten van Gent was verweer zonder K4.7 blijkbaar ondoelmatig en onhoudbaar.
2) Vele lagere officieren en de onderofficieren gaven de pijp aan Maarten als ze de onstandvastigheid en het weifelen van het hoger commando voelden. Daarbij hadden wij peloton oversten, enigszins het contact met onze mannen verloren, wat onvermijdelijk is door een opstelling in de huizen.
3)
4) De keuken had slecht geravitailleerd. Ik had zeer veel inspanning aan mijn mannen gevraagd.
5) Rond 21 uur kon ik mijn peloton niet beheersen daar ik mijn handen vol had met de colonne luxe auto’s welke ik ten slotte verplicht was terug te voeren. Sergeant Colson was per fiets en niet in staat ook het voetvolk in handen te houden, dus niet in staat het bevel over het 3de peloton dat ik hem had overgedragen te voeren naar behoren.
6) Rond 24 uur holde een RT artillerie door de straten van Gent voor de colonne der 6de Cie en sneed de Cie in tweeën. Alzo gingen sommige mannen verloren en gelukten er pas ’s anderendaags in ons te vervoegen.
Besluit : ’s Avonds hadden officieren en soldaten duidelijk de indruk dat de vijand ons reeds van verre beheerste door de paniekstemming die hij ons injoeg.
Hoe zou onze houding zijn bij het contact ?
Zondag 19 mei.
Om 3.00 uur kreeg commandant Liégeois der 7/44 de dringende raad van de officieren der carabiniers , waarschijnlijk stafofficieren, van een weerstandskern te vormen met wat van het II /44 nog overbleef en de verwittiging dat rapport zou worden ingediend bij de DI .
Om 4u30 werden op bevel van cdt Liègeois mijn gemotoriseerde en de rest der 6de Cie gewekt, en samen met een tiental der 7de Cie gingen we naar stellingen II /44. Commandant Liègeois duidde mij ongeveer de plaats aan. Haveloze bende. Ik als enige officier der 6/44 aanwezig met driekwart van de manschappen. Grandry kwam voorbij per fiets met als opdracht vanwege de commandant iets te te gaan controleren in Gent met betrekking op ons logement aldaar.
Waar waren de andere officieren ?
Aalst brandde aan de horizont . De lucht was duister door de rookwalmen. Wij hadden niets gegeten en maar weinig gerust. Ik zelfs niets.
Het eerste bataljon was reeds op zijn stellingen bezig met graven. Met de vage gegevens van cdt Liègeois wist ik alleen dat wij rechts van het I / 44 moesten aansluiten. Doch daarmede kon ik toch de Cie niet opstellen. Grandry had mij gezegd dat de commandant met luitenant Neyns en een deel van het 1ste peloton 6/44 op het kasteel hadden geslapen. Toen ik ging kijken waren er alleen achteruitgeslagen militairen van een ander regiment. Dus ben ik de enige officier der Cie, verantwoordelijk voor het strookje grond dat commandant Liégeois op mijn kaart had aangeduid. Het was ook dwaas de Cie nog langer op de heuveltop tussen beide spoorlijnen Melle-Gent aan luchtbombardementen bloot te stellen. Daarom besloot ik de Cie voorlopig op te stellen en dan verder naar de commandant te zoeken. Ik vond tenslotte de commandant doch ontving een sigaar omdat ik de Cie te laat verzameld had en ten tweede omdat ik ze op eigen initiatief had opgesteld. De commandant beval mij de Cie te verzamelen bij de brug. Luitenant Neyns was ik voorbijgereden. Hij stond te dromen bij de keuken die het gedeelte der 6/44, dat bij hem was, ravitailleerde. Van de overige driekwart die bij mij waren , hield hij geen rekening alhoewel er daarbij ook mannen van zijn peloton waren.
Opstelling op zondag 19 mei. We waren langs het spoor in reserve.
Het station van MERELBEKE werd gebombardeerd.
De vluchtende burgers kwamen ons zelfs langs de binnenwegen voorbij.
De 1ste groep van het 3de peloton wordt op aanduiding van sergeant Seghers door de commandant weggezonden voor een karwei van het regiment. Zij hebben gedurende drie dagen bruggen getimmerd over de Schelde en eindelijk de vierde dag weer alles afgebroken. Onder een luchtbombardement wordt deze groep uiteengedreven . Allen sergeant Colson kwam met Crabs terug op 23 mei. Groffils nog twee dagen later . De anderen nooit.
De Brandt en Claes waren in Gent verloren gereden door de artillerie die het 3de peloton had afgesneden. Ze vervoegden het peloton na het vertrek voor die karwei. Bervoets kon niet mede daar hij de enige zonder velo was en trouwens niet kon fietsen. Deze drie laatste bleven dus aanwezig, de anderen van de eerste groep waren op karwei.
Om mijn peloton weer in de hand te hebben bracht ik het langs de boskant aan de weg naar Merelbeke.
18u00. Op zoek naar de commandant. Ik kon onderweg juist de keuken op sleeptouw nemen en medebrengen naar het 3de peloton, anders hadden ze ons natuurlijk nooit gevonden. We bleven dan wachten langs het bos. Bij nieuwe opzoekingen bleef de commandant onvindbaar.
20u30 . Beslissing. Rust met Peeters en Colle als schildwacht. Sergeant Verest van het 2de peloton stelt zich ter mijner beschikking omdat hij geen vertrouwen heeft in zijn officier. Samen doen wij een verkenning van terugtocht op de weg naar Merelbeke, en terloops brengen wij twee fietsen mee.
23.30 ; Rustige nacht. De schildwachten worden ingetrokken. Sergeant Verest zal waken. Ik slaap in een verlaten villa.
Maandag 20 mei.
Om 4.00 uur ’s morgens zet luitenant Pirotton adjunct II / 44 alles op stelten door langs de straten te roepen : “ Tout le monde dehors ! …. Sur la position ! …. .
Ik kwam juist op tijd om een totale vlucht van het 3de peloton te voorkomen. Iedereen dacht dat vijandelijke tanks op korte afstand doorgebroken waren . Sommigen hadden de luitenant Pirotton slecht begrepen en dachten dat hij had bevolen achteruit te trekken op Merelbeke.
Geïsoleerd van de rest van de Cie deed het hazenverstand zich dadelijk gelden.
Korporaal Cruyskens moest zijn ploeg gaan wekken . De deur stond open en dus waren zij weg. De luitenant permitteerde zich juist een paar uur rust. Men zag hem niet, dus was hij weg. De meeste sliepen nog. Zij die wakker waren , dachten ‘ de anderen zijn reeds weg, laat ons ze rap volgen …’
Allen naar Merelbeke ! Langs daar bleek de enige vlugge aftocht mogelijk !
Sergeant Vander Weyden was dol. Met zijn groep trok hij op Merelbeke af. Het was zijn tweede crisis. Daar tegen kon geen bevel meer baten . Pas als hij van mij de belofte had gehoord een velo voor hem en zijn mannen te zullen krijgen, bedaarde hij en begon zelf de velos van de voorbijrijdende burgers desnoods met geweld los te maken. Alzo kwam hij per fiets met zijn mannen van Merelbeke terug. Ondertussen had ik de rest van het peloton in het bos doen verzamelen. Zo nabij voelden wij de vijandelijke gemotoriseerde.
Eindelijk een bevel van de commandant. Verzameling voor nieuwe opstelling als anti tankcentrum in het bos bij het kasteel. Daar vonden wij onze commandant terug. Waarschijnlijk had hij zijn PC aangeduid op de verzameling der peloton oversten van voorgaande dag waarop ik in slaap gevallen was.
a) Antitankcentrum op de wegenknoop. B) Antitankcentrum in het bos
De commandant gaf dadelijk onze nieuwe opstelling op. We lagen veilig in reserve tussen de bomen. Door de paniek van ’s morgens waren Melis en Notelaers afwezig, in de huizen achtergelaten. Dan volgde de Pinard stelling. Deze was zo genoemd omdat ik van de portier van het kasteel zeven flessen pinardwijn loskreeg voor mijn mannen en mij ( 2 X 3 + 1 ).
Na een paar uur, rond de middag kwam een nieuwe opstelling . De 2de groep vooraan langs de weg, de 3de en 4de groep achteraan bij de artillerie. De 4de groep die eerst voor de stukken geplaatst was, trok zichzelf tot achter de stukken terug. Onze artillerie schoot taai de ganse namiddag. ’s Nachts zou de repliek komen in een hevig Duits bombardement van een half uur (of was het langer … ?) waar de klaroen Jacobs van het 1ste peloton zijn leven verloor en een ander soldaat in de rug gekwetst werd. Onder dit bombardement was het 2de peloton gevlucht.

Dinsdag 21 mei. 08
In de ochtend om 3 uur besloot ik mijn peloton op een lijn voor de artillerie in te graven om niet langer de paaseieren welke voor de artillerie bestemd waren te ontvangen . Wij waren begonnen betonnen platen bij te slepen toen het bevel vanwege de commandant ons bereikt. We moesten de stelling van het gevluchte 2de peloton bezetten. Dat was een pijnlijke taak. Het 2de peloton had de hele voorgaande dag geluierd en zonder kuilen hadden ze zich in het bombardement niet ter plaatse kunnen handhaven. Hun kuilen moesten wij nu graven. Al mijn gezag kon er nauwelijks de mannen toe bewegen , vooral die van de 3de groep die heel die karwei voor zich hadden. De 4de groep had zich vooraan links reeds ingenesteld in bestaande kuilen. De 3de groep moet zijn front verlengen naar rechts waar zo goed als niets gereed gegraven was. Gelukkig mochten we onze oude stellingen weer innemen tegen 7 uur toen het 2de peloton weer langzaam te voorschijn sijpelde.Omstreeks 8 uur kregen we nog een dessert van het nachtelijk bombardement. De stellingen van het 2de peloton zouden aldus zo goed als ledig blijven de ganse dag. Tegen de avond besloot de commandant daarom opnieuw het 2de peloton door het 3de peloton te laten bezetten. Ik duid de 4de groep aan om met de rest van het 2de peloton een front te vormen.
De 2de en 3de groepen van het 3de peloton bleven op hun oude plaats .
Ik koos mijn PC in een schuilplaats langs de weg. Onderluitenant Grandry beval zijn overgebleven en mijn vierde groep. De desertie was sterk vermeerderd. Ik beschikte over geen enkel FM, 2 VB granaatbussen. De VB van de 4de groep had zijn bus in een zak gelaten. De 4 FM schutters waren met het wapen gevlucht.
Woensdag 22 mei. 08
Appel 10 u. 3de peloton 6/44
Op karwei : Claes
Afwezig: Lahaye,Loyaerts,Mostien,Raes, Raeds, Maes, Melis,Dor, Van Berghen, Van Loon.
Aanwezig: alle overigen.
Rond 14 u. vertelden de vluchtelingen uit Melsen van de brutale plunderingen door Waalse soldaten bij Vlaamse burgers , aldaar gepleegd, zwijnen geslacht, half gebruikt, half laten liggen, winkels geplunderd. Op zelfden dag rond 18 uur werd in Merelbeke een wijnhandel geplunderd. Vaten wijn stukgeslagen, en de inhoud over de grond gestort. Vooral de artillerie heeft daarin uitgemunt. Ik kon 4 flessen voor mijn mannen loskrijgen uit hun handen.
Soldaat Van Loon kwam rond 16u terug. Hij was schutter FM en met het wapen naar Merelbeke gevlucht. Nu lag hij te boffen in ons midden over het lekker leventje dat hij genoten had in Merelbeke, terwijl wij geen eten en geen rust hadden. Dat kostte hem een strenge sigaar.
Herinneringen uit de Oorlog (Zondag 12- Donderdag 16)

Zondag 12 mei. Sinxen.
Ik had nog juist de tijd om me te wassen en een karig ontbijt te doen inpakken of reeds moesten wij verzamelen voor de wacht. Met het 3de peloton hadden we Post 2 Schelde te bezetten en we trokken die richting uit.
Doch daar komt Bastin de loper van het Bataljon II/44 ons tegenhouden.
“ Halt ! Parachutisten zijn gevallen ! “
Na een kwartier weifelen op het Bataljon , waarbij het weer een loos alerte bleek te zijn , konden we terug naar onze post optrekken.
Wacht op Post 2 , Heusdense Steenweg, Schelde , bij MELLE
Drievoudige taak : 1) lage vliegers
2) parachutisten
3) mobiele reserve tegen alle verassingen
Wij zagen de Franse colonnes naar Gent optrekken. Wij voelden ons sterk achter hen.
DCA stond opgesteld nabij onze post. Hij schoot raak.
Van 20u tot 21 u deed ik baancontrole op de Brusselse steenweg, van burgers en soldaten op de vlucht. Lastige karwei. Die wacht werd zeer ernstig opgevat. Wellicht meer dan nodig, want de moraal van de 2de reserve was toen zeer goed. Vooral om 4 u ’s morgens was iedereen paraat . Wij hadden zelfs 4 eventuele stellingen met tafels voorbereid, en een velo stond langs ieder FM en bij de schildwacht.
Tot 10 uur duurde dit. Daarna rust in Gentbrugge.
Maandag 13 mei .
Rust vanaf 10 u.
Herverdeling der patronen.
Vervollediging van de uitrusting.
Bier, radio en wat theorie over vliegers.
Dinsdag 14 mei.
Rust tot 20 u. Theorie : wachtervaring.
Piket vanaf 20 u . Verzameling om 21 u . Na lang wachten trekken we op ter bewaking der spoorlijn Gentbrugge tegen parachutisten .
Slapeloze nacht zonder parachutisten.
Woensdag 15 mei.
Piket tot 20 u. Veelvuldige wacht en patrouilles. Theorie over parachutisten. Wacht op Post 2 Schelde vanaf 20u .
Wij zagen de stille aftocht der Fransen, zonder te begrijpen.
Onze soldaten trokken in wanorde achteruit en verhaalden gruwelen over de Slag aan het Albert kanaal, over de lafheid van officieren en de toetrek der Duitsers. Ook verhaalden zij van schone uitzonderingen, zoals van een officier die de aftocht van zijn peloton had gedekt met de FM en tenslotte als bij wonder nog zijn mannen had kunnen vervoegen.
De burgerlijke vluchtelingen versperden hoe langer hoe meer het verkeer. De Franse DCA was vertrokken.
Donderdag 16 mei.
’s Morgens kwam de keuken pas om 9 u30, met één camionette voor het ganse peleton.
Kalme wacht. Incident met de baas van Chalet Congolais die twee kruiken essence ging halen. Waarschijnlijk een verdachte. Hij werd aan de gendarmerie gesignaleerd. Om 17 u bevel door commandant Scharres te verzamelen en naar Gentbrugge weer te keren ( 4km).
Nauwelijks een uur aangekomen of we moesten verzamelen voor het vertrek naar De Pinte .
Het 3de peloton verzamelde traag en ik trachtte door geforceerde mars de rest der Cie te hervoegen. Dat lukte. Nachtmars naar DE PINTE (14 km). Aankomst om 2 u op die vrijdagochtend. Kantonnement in een verlaten villa.
Herinneringen uit de Oorlog (Vrijdag 10 - Zaterdag 11 mei)
De 16 Di was sinds zondag 5 Mei 1940 een opleidingscursus voor onderofficieren en officieren begonnen in EEKE langs de Schelde . Onze Kie de 6/44 bleef gekantonneerd in MELSEN onder Gent. Generaal Wibier was onze hoogste officier. Ikzelf met sergeanten Avonts en Verest waren voor de Cie als leerlingen naar Eeke gestuurd en ik had er mij met ganser harte op toegelegd om uit het vele kaf ook wat koren te ziften en te bewaren.Vrijdag morgen 6 uur werd ik wakker. Ongewone drukte, daar scheelt wat ! De straat op !
Daar komt Luitenant Laime der 7de Kie in tamelijk goede orde aangestapt
. ‘ Il y a alerte , l’Allemagne a attaqué la Belgique à 2 h30 ! ‘
Ik rij verder en ontmoet luitenant Neyns en achter hem de horde der 6de Kie , afgemat en uiteengetrokken langs de afgelegde weg. ….. De commandant …. Aie … !
Sergeant Segers had alle patronen, ook der verlofgangers, medegegeven , de ransels van Schutter en 1ste bevoorrader FM doen mede dragen, en de soldaten in overhaaste mars zonder ontbijt en zonder uitdeling van brood doen vertrekken. In die voorwaarden kwamen de soldaten der 6de Cie 44 Ri op hun stelling NAZARETH niet om te strijden maar om te rusten.
Met een minimum ontbijt nog in de keel, vervoegde ik mijn peloton . Luitenant Neyns was commandant der Cie. Ik maakte kennis met mijn nieuwe sergeanten Colson en Driessen, en reeds klonk het verrassend bevel ‘Verzameling…’ van loopgracht tot loopgracht.
“ Terug naar Melsen ! “ . Luitenant Neyns was onvindbaar. Ik deed verzamelen en hem opwachten. Ondertussen beredderde ik het transport van mijn bagage uit Eeke naar Melsen.
De commandant was er nog steeds niet en met luitenant Neyns trokken wij naar huis.
Aangekomen in Melsen (8km) werd ik , met mijn peloton door de herrezen commandant aangeduid als piket van het kantonnement. Na contact met de commandant Housiaux der 5de Cie die de commandant van het kantonnement was, kreeg ik de noordelijke sector van Melsen te verdedigen.. Met mijn derde peloton deden we de verkenning van die sector.
Toespraak. ‘ Wij zullen, kameraden, broeders zijn …! “
Rust. Teruggave van de overtollige munitie en ransels.
Om 15u vertrek naar de stelling MUNTE . De eerste gevechten tussen Duitse en Belgische vliegers doen ons aan de werkelijkheid van de oorlog geloven. De oversten van de pelotons doen met de commandant de verkenning, doch nauwelijks hebben wij een paar schuilplaatsen bezichtigd of de eerste chef sergeant Seghers komt het bevel vanwege de kolonel overbrengen : Verzameling ! Terug naar Melsen ( 6km). Daar sliepen wij een laatste nacht bij Mr Louis Devos, in een merceriewinkel.
Rondom GENT was een prachtige gordel betonnen schuilplaatsen. Wij betrokken Munte en omgeving. Die schuilplaatsen waren huisjes in de trant van de streek.


Zaterdag 11 mei
Voor ons vertrek naar GENTBRUGGE hadden wij op de verzameling een heftige discussie met Mr Hebbelinck over stro dat als schadevergoeding moest afgestaan worden aan Mr Den Haese uit dezelfde straat , voor geleend stro. Zo zijn de burgers !
Mijn soldaten droegen zelf het stro dat de man met zijn kruiwagen niet mocht afhalen.
Terwijl de sirenen telkens opnieuw loeiden , kruisten Duitse vliegers en soms een Engelse het luchtruim. Wij stapten langs de Franse troepen die naar het Oosten trokken , terwijl wij vol verwachting waren van hun hulp. Zo kwamen wij aan in de Gestichtstraat Gentbrugge. Het kantonnement was weer te klein voor de Cie en dadelijk vonden wij door bemiddeling van de onderpastoor meer ruimte en autonomie in het patronaat der boyscouts. Wij hadden er aanstonds bier en weldra zelfs een radio. Daar was gelegenheid voor dagelijkse theorie over vliegers, parachutisten, en wacht. De moraal kon herleven.
Na aankomst waren wij van piket. Ikzelf moest op het bureel slapen tot zondag 7 uur.
Loos alerte om 20 u .
Onderluitenant Grandry nam het bevel van het 2de peloton.
Om vijf minuten van het bureel af te zijn kreeg ik van de commandant een lange sigaar.
Eveneens voor de wanordelijke vulling der matrassen in het 1ste en het 2de peloton, terwijl luitenant Neyns daar bij stond. Vinnige repliek van mij. Belofte van de commandant mij alleen nog geschreven orders te geven waaraan ik mij niet meer zou kunnen onttrekken.
De commandant had dus wantrouwen.
STAMKAART VAN EEN OFFICIER

STAMKAART VAN OFFICIER.
41092 - Journée, Théophile, Augustin
°Walshoutem 11-05-1916
zoon van Pierre-Joseph en van Maleux, Marie-Octavie
moedertaal : nederlands
moet 14 maanden dienst volbrengen
MUTATIES EN BEVORDERINGEN.
14/10/1936 - met werkelijke dienst bij het 11e Linieregiment
15/12/1936 - KORPORAAL benoemd
10/06/1937 - gelijkgesteld RESERVE SERGEANT
01/10/1937 - met verlof zonder soldij
01/12/1937 - met onbepaald verlof
01/12/1937 - RESERVE SERGEANT benoemd
01//12/1937 - gelijkgesteld RESERVE ADJUDANT bij de Infanterie
28/09/1938 - weder opgeroepen onder de wapens
03/10/1938 - met onbepaald verlof
26/08/1939 - weder opgeroepen onder de wapens RESERVE ONDERLUITENANT
20/11/1938 - benoemd bij KB Nr 2810 van 20/11/1939 -
- Brevet de Sous-Lieutenant de réserve désigné pour le 44e Linie Regiment
29/05/1940 - gevangene van de Duitsers
31/05/1940 - heeft terug zijn vrijheid hernomen
01/06/1940 - met verlof zonder soldij
1942 - getuige in onderzoek schadevergoeding aan burgers te Gent
09/02/1945 - weder opgeroepen in actieve dienst en aangeduid voor het 5e Bataljon Fuseliers
06/04/1945 - met verlof zonder soldij
04/06/1946 - vrijgesproken van schuldige houding tijdens de bezetting
11/06/1949 - weder opgeroepen onder de wapens
26/06/1949 - met verlof zonder soldij
01/04/1950 - weder opgeroepen onder de wapens
02/04/1950 - met verlof zonder soldij
Tijdens het jaar 1950 nog 9 X weder onder de wapens voor 2 dagen
20/05/1952 - weder opgeroepen onder de wapens
19/06/1952 - met verlof zonder soldij
22/10/1952 - RESERVE LUITENANT van de Infanterie bij KB Nr 1247 van 27/09/1952 benoemd tot de graad op datum van 26/09/1949 - DC. 631.32 Nr APO/1C/9493
08/04/1953 - nommé CHEVALIER DE L’ORDRE DE LA COURONNE pour les services rendus à l’armée - par AR du 15/11/1953 – n°2329 - Ministre de la Défense Nationale
26/06/1953 - weder opgeroepen onder de wapens
29/06/1953 - met verlof zonder soldij
24/07/1953 - weder opgeroepen onder de wapens
27/07/1953 - met verlof zonder soldij
04/09/1953 - weder opgeroepen onder de wapens
07/09/1953 - met verlof zonder soldij
30/09/1953 - weder opgeroepen onder de wapens
25/10/1953 - met verlof zonder soldij - 70e Wachtbataljon -
23/12/1953 - Besluit van Zijne Koninklijke Hoogheid den Prins Regent - Nr 1859 van 16/2/1946- Herinneringsmedaille van de Oorlog 1940- 1945- Eervolle onderscheiding Provincie Limburg - Twee gekruisde bronzen sabels van 6mm lengten
22/05/1954 - weder opgeroepen onder de wapens
24/05/1954 - met verlof zonder soldij
15/10/1954 - weder opgeroepen onder de wapens
18/10/1954 - met verlof zonder soldij
19/11/1954 - weder opgeroepen onder de wapens
22/11/1954 - met verlof zonder soldij
22/06/1955 - weder opgeroepen onder de wapens
01/07/1955 - met verlof zonder soldij
07/10/1955 - weder opgeroepen onder de wapens
10/10/1955 - met verlof zonder soldij
22/10/1955 - weder opgeroepen onder de wapens
24/10/1955 - met verlof zonder soldij
16/11/1955 – RESERVE KAPITEIN van de Infanterie benoemd
met anciënniteitsrang voor de bevordering op 26/06/1955
bij KB Nr 4230 van 16/11/1955. – DC.631.22 - Nr.10263
10/12/1955 - weder opgeroepen onder de wapens
12/12/1955 - met verlof zonder soldij
In 1956 nog 3 X weder opgeroepen voor telkens 4 dagen
In 1957 nog 2 X weder opgeroepen voor telkens 3 dagen
22/02/1958 - weder opgeroepen onder de wapens
24/02/1958 - met verlof zonder soldij
08/07/1960 - RESERVE KAPITEIN-COMMANDANT op 26/06/1960
bij KB 7801 bis van 26/06/1960
01/12/1969 - KB van 19/12/1967 - MEDAILLE van de Militair -
Strijder van den oorlog 1940 – 1945
18/08/1970 - bij KB van 16/06/13590 bericht dat hij wegens leeftijdsgrens ophoudt deel uit te maken van het reservekader – Dank voor de diensten bewezen aan het land en aan het Leger – De ERETITEL van de laatste graad mag worden gevoerd.
MINISTERIE VAN LANDSVERDEDIGING .
Brief van Boer Van Hulle uit Wingene.
VOLKSWAGEN OPEN CHINA te Changchun
ALLE PRIJZENGELD NAAR DE SLACHTOFFERS.
VOORUIT - Duitsland valt aan !V O O R U I T
ORGAAN DER BELGISCHE WERKLIEDENPARTIJ
Leve België !
Het fatale uur is gekomen !
Niet als een bliksemende verrassing, maar als de verwezenlijking van een bange nachtmerrie, die sedert maanden ons hart en onzen geest martelde.
Het is gekomen vanwaar het komen moest, van den kant der moordenaars van Europa, die aan hun dierlijke radeloosheid geen andere uitkomst meer zien, dan toe te slaan naar alle kanten, en liefst de zwakste en de onschuldigste eerst.
De aanval is voor de dagklaarte op België, en gelijktijdig op Nederland en Luxemburg ingezet, en dat zichtbaar naar sedert lang beraamde plannen.
Het is wellicht daarom maar beter dat nieuwe leugentaal van de nazi’s , dezen aanval is voorafgegaan met de onzinnigste voorwendsels. Dat hij aldus gekomen is zonder een andere reden dan de brutale wil van de gevaarlijkste gek, die ooit heeft bestaan : het monster Hitler, wordt er des te duidelijker door !
Want hieraan kan men des te dieper de onmetelijke schending, die ons wordt, aangedaan , peilen. Niets heeft geteld en niets heeft gebaat, noch onze onberispelijke neutraliteit, noch onze onaantastbare rechtspositie, noch onze afzijdigheid van alle conflicten.
Ziedaar de nazi barbaren op hun schoonst, zoals zij zijn en zoals wij ze steeds hebben afgeschilderd. Zoo ook, zoals het Belgische volk ze kende en wist dat zij waren.
En daarom treft deze schending zonder reden en zonder verwittiging, dat Belgische Volk aan in staat van zelfbeheersing en vastberadenheid. Men moet hedenmorgen onze soldaten en onze mensen hebben gezien en gesproken, om zich rekenschap te geven. Niemand is verrast geworden, maar allen – terwijl zij uit het diepste van hun hart de nazistische geweldenaars vervloeken - staan koel en ferm paraat om het onheil het hoofd te bieden. Van den eenvoudige soldaat aan zijn stelling, tot den arbeider op zijn werk, tot de moeder aan den haard, allen zijn slagvaardig.
België en zijn volk hebben zich niets te verwijten. En dat maakt ons tienmaal zoo sterk. Onze grond kan geschonden worden, maar hij kan niet vergaan. Op dezen grond staat onze vrijheid pal en het is nu voor haar dat we vechten en offeren gaan. Tot het uiterste als het moet. Doch zeker van den zege en van de onsterfelijkheid van België ’s onafhankelijkheid.
Leve België .
'' VOORUIT " - 11/5/1940
EXODUS 1940 VLUCHTELINGEN

De uittocht der Belgen
tijdens de eerste weken van de oorlog.
Vanaf de eerste uren na de Duitse inval sloegen vele landgenoten op de vlucht voor de Duitse oorlogsmachine. De herinnering aan het barbaarse optreden van de meedogenloze vijand in 1914 was nog aanwezig. Verantwoordelijk voor de angst was ook de Belgische regering. Toen deze een oproep deed tot alle 16- tot 35-jarigen rekruten om zich snel te begeven eerst naar West-Vlaanderen en naar Frankrijk om het vaderland te verdedigen, sloegen velen op de vlucht. Zeven duizend burgers met Duitse of Oostenrijkse nationaliteit die in België verbleven en andere personen die verdacht waren volgens de Staatsveiligheid werden aangehouden en weggevoerd naar kampen in Frankrijk. Talrijke politieke, sociale en economische leiders verlieten hun woonplaats. Dat veroorzaakte paniek en een exodus begon. In de chaos werden alle mogelijke vervoermiddelen ingezet.
De stoffige wegen waren overvol met grote zwaar geladen auto’s, maar ook met autobussen, vrachtwagens, brandweerwagens, ziekenwagens, boerenkarren, stootkarren , fietsen, alsook met ontelbare mensen met valies en rugzak die gewoon te voet gingen. Terwijl zowat twee miljoen Belgen met tonnen bezittingen als bagage naar het Westen of het Zuiden wilden, moesten de militaire voertuigen naar het Oosten waar het front was. De Duitse vliegtuigen namen regelmatig dit onontwarbaar kluwen onder vuur. Niemand voelde zich veilig omdat berichten over de zogenaamde vijfde colonne een heksenjacht ontketende. Er zouden immers spionnen, Duitse parachutisten verkleed als priesters en nonnen, zich stiekem laten meedrijven binnen de vluchtelingenstroom. Deze massa mensen dreef moeizaam naar de grens toe.
In Frankrijk was het al even erg. Alleen ‘les petits Belges’ die Franstalig waren konden er eerst wat sympathie voelen , soms werden Vlamingen afgemaakt omdat zij verdacht waren van Duitsers te zijn. De overlast die de tienduizenden vluchtelingen bezorgden was groot. Anderzijds werd hen woekerprijzen gevraagd voor eten en drinken of werden deuren en vensters gesloten toen zij voorbij kwamen. Te Bordeaux, tot waar duizenden met de auto waren geraakt , viel een voor de Belgen hatelijke beslissing . Zij moesten hun wagens gaan parkeren op een groot veld en kregen een papiertje. Zo moesten duizenden automobilisten hun schone Amerikaanse wagens afstaan aan militairen of ambtenaren die voordien met lelijke Franse karretjes rondtoerden.
Op 7 juni 1940, nadat België zich had overgegeven werd de Belgische frank met 1/3 gedevalueerd. Plots kregen de vluchtelingen die wekenlang in dezelfde kleren rondliepen veel minder Franse franken wanneer zij hun biljetten wisselden. Zo’n anderhalf miljoen Belgen verbleef die zomer op Frans grondgebied. Toen er terug zekerheid kwam in hun vaderland, besloten zij van weer naar huis te reizen. Het enige alternatief was de trein. Militair treinvervoer kreeg toen volledige voorrang. De repatriëring op grote schaal vanuit Bordeaux, Toulouse, Marseille, met volle treinkonvooien duurde lang. Pas in de herfst belandden de meeste vluchtelingen terug waar zij waren vertrokken, na een vaak pijnlijk en lang avontuur in een zuur land. Alles kwam weer min of meer in normale plooi, doch ongeveer één procent van de vluchtelingen kwam nooit meer terug naar huis, en meestal waren hun huizen bezocht geworden door dieven .
HET RIJKE WAALSCHE WIELERLEVEN

ALBERT PERIKEL.
Het is mij een genoegen hier enkele lijnen te brengen die voor de volgende generaties de naam van wielrenner Albert Perikel verder naar de legende en de onsterfelijkheid moeten dragen. In 1973 kocht ik van deze Albert Perikel een racefiets Bertin waarmee ik er enkele jaren later in slaagde, als modale wielertoerist goede prestaties te leveren. Vooral had ik het voorrecht enige tijd, in speciën de pensioenen te mogen uitbetalen van een aantal stokoude mannen, supporters van wijlen Albert Perikel. Meer dan de supporters en tifosi van alle gekende wielerkampioenen, waren de supporters van Albert Perikel de absolute top in hun specificiteit. Zij luisterden naar de voornamen Adhémar , Marius , Marcel , Edmond , Albert, Maurice ... en waren arbeidersjongens die in de crisisjaren rond 1930 niet de middelen hadden gehad om hogere studies te voltooien , maar die door taalkennis, wiskundig vermogen, en zelfs schoonschrift, in een publiek examen met vele deelnemers, zich in de toptien hadden geplaatst voor een goed betaalde plaats in een Brusselse parastatale instelling. Het toeval heeft gewild dat zij uit dezelfde streek kwamen, graag bier dronken en sedert hun jeugd aanbidders waren van de vele sterke Waalse wielrenners van toen uit het land van Maas ( niet Maes) en Samber, en in het bijzonder van Louis Mottiat en Omer Taverne. Zij kwamen op het idee, een uitstekend idee trouwens, van de Perikel's Club te stichten. Na de Orde van het Gulden Vlies, de Rotary Club, de Grote Loge, Sporting Anderlecht, kwam in dit land van groot verenigingsleven een clubje bij , die als humanitaire en sportieve oogmerken had steun te brengen aan twee rennertjes Albert en Alexander Perikel, wezen zonder familie. Was niet zomaar lid van deze club wie dat wilde. Er was een streng ingangsexamen. Op kantoor moest men in staat zijn 60 % te halen van de productie die het wiskundig genie Marius kon bereiken tijdens intrestberekening van spaarboekjes. In het stamcafé moest de kandidaat zeven pinten kunnen drinken in zes minuten . In het maanlicht op het Martelarenplein moest de aanstaande perikel een prestatie leveren van grote ‘ éloquence’. Gekleed in de verplichte kledij van een perikel en dat was zwart kostuum, wit hemd met groene stropdas, en zwarte hoge hoed, moest een perikel op weg naar, tijdens, of komende van iedere plaats er uitzien als een diplomaat of een minister. De perikel mocht niet dagelijks naar de hoofdstad komen, maar moest op kamers wonen in het Brussels uitgangskwartier, waar de onvermoeibare leden van de Club ' de mannen van de nacht waren' . Tijdens alle activiteiten werd er geld ingezameld om renner Perikel te steunen. Zijn broer was ondertussen gestopt om het huishouden van de twee jongens te doen en valiesdrager te zijn , zodat Albert zich totaal kon toeleggen op de wielersport. Stilaan van zwoegbeest in kleine koersen, klauterde hij omhoog tot in het wiel der kampioenen. De kantoren van de Belgische Wielerbond waren op slechts een boogscheut, of een schot komende van een wegspringende kurk van champagne of geuze, en de vooraanstaande leden van de Perikel's Club zorgden regelmatig dat in de keuken van wielerbond een frisse bak bier stond. Dit bracht faciliteiten aan Albert Perikel, meer en meer groeiend tot een echte locomotief op zijn fiets. De Waalse renner werd weldra geselecteerd in Belgische ploegen. Albert Perikel, van wie iedere selectie kritiek uitlokte, ontgoochelde echter in de buitenlandse koersen nooit , en zeker zijn supporters niet. Hij was ook zo'n beleefde, brave en werkzame jongen.
Het Perikelverhaal zou niet volledig zijn zonder de twee volgende episodes : 1. Het Criterium van Bosvoorde 1938 en 2. De Ronde van Frankrijk 1939. Toelatingen waren bekomen, in het ernstige 'Le Soir' hadden meerdere aankondigingen gestaan over een extra-Tour-criterium dat zou worden betwist te Bosvoorde. Op de bewuste vooravond stond de politie gereed, stroomden enkele honderden toeschouwers toe, waren er : afsluitingen en publiciteitspanelen, 'Vertrek en Aankomst', bloemen en meisjes om kussen uit te delen , geen officials maar wel een aankomstrechter die Poeske Scherens heette, extra personeel in de nabije kroegen en kwamen de Burgemeester en de Schepenen. Een grote fanfare liep door de straten, terwijl trams en auto's stilstonden in een gigantische chaos. Echte sensatie op het uur van de start : er was maar één enkele beroepsrenner aanwezig en die kwam er om het startschot te geven : Albert Perikel. Toen verschenen plots in bonte rennerstenues op hun rammelende sportfietsen alle leden supporters van de Perikels Club in gezelschap van de oude wielercrack Louis Mottiat. De koers liep op die dag niet voor renners, maar wel voor supporters, mannen die op de meest onwaarschijnlijke wijze waren uitgedost en van wie de afkeer voor hard benenwerk ruimschoots werd vergoed door hun liefde voor het bier. Nooit was er meer volks plezier op een koers dan op die dag.
De volgende ochtend stond trouwens de uitslag van dit criterium ' Premier Grand Prix Albert Perikel' niet alleen in Le Soir, maar ook in alle regionale kranten Wallonië , met Tourrenners die nooit koers reden.
OORLOGSKRONIEK

OORLOGSKRONIEK
31/01/33 - Hitler wordt tot rijkskanselier verkozen.
14/10/33 - Duitsland verlaat de Volkenbond en de ontwapeningsgesprekken te Genève
2/08/34 - Hitler volgt Hindenburg op als president en laat zich voortaan Führer noemen.
16/03/35 - Hitler voert de algemene dienstplicht in.
15/09/35 - Door de Neurenberger wetten worden joden tot minderwaardig gedegradeerd, gemengde huwelijken worden verboden. Het hakenkruis is voortaan de nationale vlag.
6/03/36 - België kiest voor een neutraliteitspolitiek door het Frans-Belgisch militair akkoord op te zeggen..
7/03/36 - Duitse troepen trekken het gedemilitariseerde Rijnland binnen.
17/07/36 - Begin van de Spaanse burgeroorlog.
13/03/38 - Door de Anschluss behoort Oostenrijk voortaan tot het Duitse rijk
29/09/38 - Hitler en Mussolini sluiten samen Chamberlain en Daladier het verdrag van München , waardoor het Sudetenland naar het Derde Rijk wordt overgeheveld.
15/03/39 - Heel Tjsechoslovakije wordt Duits protectoraat . Hitler te Praag.
23/08/39 - Ondertekening van het Duits-Russisch niet-aanvalspact.
26/08/39 - De Duitse ambassadeur te Brussel bevestigt de neutraliteit van België.
26/08/39 - Algemene mobilisatie van het Belgische leger.
1/09/39 - Duitsland valt Polen binnen.
3/09/39 - Frankrijk en Engeland verklaren Duitsland de oorlog.
6/10/39 - Hitler beweert een vriend van België te zijn/
8/11/39 - In een bierkelder te München wordt een aanslag op Hitler gepleegd.
9/11/39 - De Belgische militaire attaché te Berlijn waarschuwt voor een aanval.
2/01/40 - Mussolini waarschuwt België voor een dreigende Duitse aanval.
10/01/40 - Noodlanding van vliegtuig onthult aanvalsplannen tegen België .
13/01/40 – Alarm - Het Belgisch Leger staat paraat.
9/01/40 - Duitsland valt Denemarken en Noorwegen aan.
10/05/40 – De premier Chamberlain treedt af. Churchill vormt oorlogskabinet.
10/05/40 – Duitse troepen vallen België, Nederland, Luxemburg binnen.
OORLOG
1940 18-Daagse Veldtocht.Achttien dagen in mei.
Met de Achttiendaagse veldtocht wordt de campagne van ons Belgisch Leger in mei 1940 bedoeld, wanneer ons vaderland onder de voet gelopen werd door het leger van Hitler. De veldtocht liep van 10 mei 1940, de dag van de Duitse inval, tot 28 mei 1940, toen de Belgen de strijd staakten en capituleerden . Theofiel de vader van Papoum was oudstrijder .
Op 10 mei 1940 bestond het Belgische leger uit 22 divisies van ongeveer elk 17.000 manschappen. In totaal was het Belgisch leger ongeveer 600.000 manschappen groot, en was daarmee in verhouding tot het totaal aantal inwoners één van de grootste Europese legers van dat moment (8% van de Belgische bevolking). Onze Strijdkrachten bestonden uit beroepsmilitairen en de veertien militieklassen (tussen 1926 en 1939). Elke militieklas telde ongeveer 47.000 manschappen. Een gedetailleerd overzicht:
Brief van J.Timmermans .
(geschreven te Kapellen op 8 januari 1941)
Aan Mijnheer Theo Journée, O.Luit 44e Regt,
De E.H.Van Mechelen, pastoor van Hoogboom overhandigde ons uw vereerend schrijven. Met groote vreugde vernamen wij dan dat U nog gaaf en gezond zijt.
Wij hebben heel dien tijd in den waan verkeerd dat U ofwel krijgsgevangene waart of dat U zoudt gesneuveld zijn. Gode dank ! ’t Is op zijn best afgeloopen.
Bij ons is het ook nog betrekkelijk goed afgeloopen, alhoewel wij veel geleden hebben. In de nacht van 15 op 16 Mei werden wij uit ons huis verdreven door de Fransche soldaten.
Den 12 Mei begonnen onze soldaten van het 32e Regt. te drinken en te rooven, en de meeste dorpelingen waren van schrik den 14 Mei vertrokken. Wij bleven, omdat er nog geen order was gekomen.’s Nachts om 11 uur braken de Marokanen bij ons binnen langs eene verbrijzelde venster. Vier man kwamen dan in de keuken en vroegen ons : “ Que faites-vous, ici ? “
Wij antwoordden te blijven. “ Et il faut partir ! ” Wij moesten dan de groote poort openen en 35 manschappen kwamen binnen. Wij moesten seffens sargien, kussens en slaapgerief geven.
En in de verandak en aanpalende plaatsen begaven zich een 30 tal man ter rust.
Om 12 uur ‘s nachts moesten wij onder geleide van zes soldaten naar de kommandatur gaan, dicht bij de kazerne. De kommandant, na ons uitgehoord te hebben, stuurde ons naar huis. Heel den nacht hebben wij, onder de bewaking van zes soldaten gezeten in de keuken.
’s Morgens om 8 uur naar den luitenant in Villa Pax, die na van ons gehoord te hebben , ons naar de stad zond. Na vier dagen kwamen wij terug naar huis.Maar hoe was het daar gesteld ! Alle kasten opengebroken, alles geroofd in den winkel, uit de slaapkamers, alle ondergoed, sargies, enz. enz.Wij zeggen dan ook nog , Gode dank ! Ons huis staat nog recht en wij zijn nog in leven.Laat ons hopen dat het ergste voorbij is, en zeggen ook gelijk U zoo goed zegdet : ‘ Dat Gods wil geschiede ! Om te eindigen danken wij U voor uwe woorden van dank voor hetgene wij voor onze soldaten gedaan hebben. ‘t Was toch maar plicht. Wij zullen als voorheen op God betrouwen en steeds zullen wij de beste herinnering van U en uwe soldaten bewaren. Ook beloven wij voor U te bidden., opdat God U spare en U een schoone toekomst voorbereide.
Aanvaard met den meesten eerbied de welgemeende wenschen van mijne zusters Cornelie en Josephine en van mij. J. Timmermans .
MIJN ANALYSE VAN DEZE BRIEF UIT OORLOGSTIJD.
Na 67 jaren ligt deze epistel nog tussen de archieven van onze familie. Op goed papier en alléén recto beschreven, lezen we een prachtig en elegant handschrift. De gekrulde letters , de kwaliteit van de inkt, de evenwichtige uitbouw van het geheel, de inhoud, de met vaste hand aangebrachte signatuur , laat ons besluiten dat deze twee bladzijden werden geschreven door iemand die tot ver in de adolescentie en zelfs daarna scholing en goede opvoeding, heeft genoten.
De pastoor , toen voorbereider van het sacrament van het huwelijk, overhandigde eerder een andere brief die was geschreven door de militair. Deze brief is daar op het antwoord. De meerdere aanhalingen naar God, de beschrijvingen , het woord ondergoed (misschien een timide aanwakkering van erotische aard) , het aantal soldaten dat in hun huis kon slapen, het woord winkel, laten mij vermoeden dat het een schrijfster was die deze brief stuurde. Het is een tip voor de onderluitenant die daar ten huize 337, Hoogboomstraat , Kapellen, drie jonge dames kan vinden.’ Kom maar eens terug is de roep van het vrouwke …’, want naast de eeuwige Eva , aanwezig als J . zijn er ook nog Cornelie en Josephine , in totaal dus drie huwbare dochters in die katholieke middenstanders familie. Om deze keurig van de straat te krijgen is er dus een ernstige tussenpersoon nodig, de E.H. Van Mechelen.Omdat die brief zolang werd bewaard door de onderluitenant, is onze conclusie dat hij ook wel vond dat er voor hem daar nog een schone kans op toekomst open lag . Het was daar misschien wel ‘ in de saccoche’ voor hem . Fotomateriaal uit die tijd laat echter zien hoe prachtig de boerendochter Alina uit Waasmont er toen wel uitzag. De kansen van J waren dan ook maar klein.
--- Wie is echter de Hector Pointu onder ons ( of de inspectrice Colombe ) die op onderzoek gaat naar de oude relatie van deze onderluitenant (wijlen Fille van Lenkes ) met die mysterieuze onbekende J . Timmermans ? ---
Een andere optie is de volgende : We vergeten de eventuele privé aantrekkingskracht man-vrouw, en we vragen ons af wat deze brief doet tussen andere documenten van een dossier uit 1942 waarin dezelfde onderluitenant optreedt in een breed militair onderzoek naar gebeurde feiten tijdens de tweede helft van Mei 1940. Timmermans zou in dat geval iemand kunnen zijn, die indien nodig, als getuige ten voordele kan optreden en beschrijven hoe eerlijk en correct het verblijf te Kapellen is verlopen van de manschappen die onder bevel van de onderluitenant op oorlogspad waren.
Sedert de televisie de huiskamers vult wordt er bijna nooit nog verteld over de nare oorlogstijd die de vorige generaties hebben meegemaakt. Nu we weer tussen 10 en 28 mei zijn is het een goede periode om even 1940 onder ons vergrootglas te brengen. We doken eens in het dunne oorlogsarchief dat wij bijhouden en blijven koesteren.
TANKS - DE SLAG NABIJ HANNUIT .
Op 12 mei 1940 kwam het zo bij Hannuit tot de verwachte tankslag, met zo'n 1.600 deelnemende pantservoertuigen de grootste die de wereld tot op die dag gezien had. De eerste dag werd de Duitse aanval afgeslagen. Op 13 mei 1940 gelukte het door een concentratie van beide Duitse divisies tegen 3DLM uiteindelijk door het dekkingsscherm van Franse tanks heen te breken, die op de 14e succesvol werden teruggenomen achter de nu ingegraven troepen; ze hadden ongeveer 105 tanks verloren, de Duitsers zo'n 160.
Dat die Slag daar zo groot is geweest was me tot vandaag onbekend. Ik ben vaak als wielertoerist voorbijgereden aan het kleine oorlogsmonument. Soms gewoon maar om te plassen, ben ik er ook even gestopt. Tussen Hannuit en Jodoigne waar we in de toekomst toch allen vaak zullen komen, moeten we zeker een bezoekje brengen aan dat bepaalde punt langs de weg. Papoum en Kobe zagen precies daar al eens Tom Boonen tijdens een rit van de Ronde van België.
ANTWERPEN- VEZELAY- ANTWERPEN 1983
|
DE TOCHT NAAR VEZELAY.
Ter gelegenheid van het zestigjarig bestaan van de Koninklijke Antwerp Wieler- en Supportersclub besloten de dynamische wielertoeristen Achiel Malfait en Wilfried Wijn een officiële permanente proef van 1100 km in te richten tellend voor de klassementen van alle aangesloten rijders bij de Belgische Wielerbond Afdeling Wielertoerisme.
Roger Hoskens uit Attenhoven en Wilfried Journée, toen samen verenigd in de Wielerclub Black Diamond Association, de kleinste club (slechts twee leden) met het grootste programma (zij verslonden bergen, kasseien, afstanden , potten bier en grote steaks) twijfelden geen ogenblik en op een vroege ochtend van de lente 1983 stonden beide kameraden klaar om ook deze afstand aan hun toen reeds groot palmares bij te voegen.
Toen voor de jaren 1000 de Pelgrimstocht naar Santiago de Compostela ontstond, was de kathedraal van ‘ La Sainte Madeleine’ te VEZELAY het belangrijkste vertrekpunt van de pelgrims die uit het Oosten van Frankrijk, België, en Duitsland kwamen. Met hun tocht wilden Wijn en Malfait, de aloude verbinding naar Vezelay en Santiago terug in de belangstelling brengen. Zij zijn daar op een wonderbare manier in geslaagd, vermits 25 jaren later het aantal fietsende pelgrims naar Galicia ongelooflijk groot is geworden. De KAWS hoopte begin 1983 nederig dat ‘ deze fietstocht enkele fietsers er toe zou aanzetten de bedevaart te ondernemen die door hun club in ere werd hersteld …’ .
De kundig uitgestippelde wegwijzer was voor toeristen die vlot kleine versnellingen konden draaien en liep over secundaire wegen door de Ardennen, les Montagnes de Reims, de Bourgogne, de Morvan en de Argonne. De deelnemers moesten in totaal elfmaal hun controlekaart laten afstempelen. De inschrijvingskosten bedroegen 120,- fr en mits bijkomende storting van 200,- fr kon ook een herinneringstrofee worden bekomen.
Antwerpen-Vezelay-Antwerpen
We hadden een speciaal akkoord bekomen. We mochten van woensdag tot woensdag Landen-Vezelay-Landen rijden en dan in een tweede schuifje de ontbrekende Landen-Antwerpen-Landen er de volgende zaterdag aan toevoegen, op voorwaarde dat wij dan verslag zouden uitbrengen over onze avonturen in Frankrijk. Dit vooral om de gegevens op het parkoersblad eventueel te verbeteren voor fietsers die dat jaar ook dezelfde tocht zouden ondernemen. Ons start- en eindpunt om beide delen aan mekaar te knopen was Le Cheval Blanc aan het kruispunt te Jodoigne.
Er bestaat een beknopt verslag voor KAWS. Misschien volgt dit later nog wel. Vandaag hier een reportage over de eerste dag van deze fietstocht, geschreven op 5 juni 1983.
167 km tot Signy l’Abbaye.
Na afscheid van moeder en kindjes vertokken wij in gezelschap van Romain. Deze bekende sportman, die een tijdje goede vriend was van John Massis, ondernam een jaar eerder een poging voor het wereldrecord drieband biljart. Hij speelde 80 uren non-stop om in het Guiness Book of Records te geraken. Wij bekeerden hem zopas tot gezondere bezigheden op de fiets en hoopten dat hij daar ook niet zou willen beginnen met krachtpatserij. Die man was zo gelukkig als een kind omdat hij met ons mee mocht . Hij zou voor het eerst rijden op zijn nieuwe Raleigh tweewieler. Hij had zich als gangmaker aangeboden, zou meerijden tot Namen, maar eigenlijk nestelde hij zich voortdurend in onze wielen , tot Champion waar hij dan plots versnelde in een bergop om te tonen dat hij sterke kuiten had. Wij reden eerst links en dan rechts van de Maas naar Dinant , waar wij onze eetzakjes leegmaakten. Nadien hinderde een felle tegenwind onze vooruitgang. Een hevige regenbui deed ons schuilen te Waulsort, doch wind en zon droogden ons vlug op . Te Givet waren de banken tot 14.00 u. gesloten zodat wij onze wisselverrichting uitstelden en in een drankgelegenheid achter een stempel zochten. Er was veel verkeer op de weg tot Revin in de Maasvallei, een voor ons bekend terrein van vroegere ritten. De stevige klim van Les Masures deed ons herleven, en tot in Signy l’Abbaye bereden wij kleine wegen doorheen bossen en weiden, zoals wij graag zien. Het beste hotel van Signy is echter op woensdag en donderdag gesloten, zodat wij onze intrek moeten nemen in het hotelletje met balkon. Het jonge meisje en de man zijn er onwetend en stuntelig. Zij kunnen niet zeggen of er plaats is. Dat kan alléén ‘de patronne’ , maar die is afwezig en zal terugkomen volgens haar gewoonte, ofwel binnen vijf minuten ofwel binnen twee uren, want zij heeft tijd noch regel. Wij drinken twee pinten bier. Alles gaat hier mislopen ; wij zullen nog een uur langer moeten fietsen is onze indruk. De man aan de bar vindt zijn kurkentrekker niet meer en kan ook zijn toogklanten niet helpen voor een glas simpele ‘rouge van het huis’ . Wilfried die zoals dat moet voor een doorwinterde randonneur alle materiaal bij heeft , zoekt zijn ‘Swiss knife’ die alles opent. Hij redt de situatie voor de Franse dorstlijders. Een nieuwe fles rode landwijn wordt vlug ‘soldaat gemaakt’ . Eindelijk komt ‘la patronne’ binnen. Nadat zij vernomen heeft dat wij veel bier drinken, een kurkentrekker bij hebben, felle eters zijn, beslist zij van ons een kamer toe te kennen. Na dit twijfelend onthaal worden wij in de familie opgenomen, we eten er goed (boeuf braisé), en we praten er heel lang. Die ‘patronne’ heeft haar carrière als topverpleegster gemist. Zij praat toch zo graag over ziektes, dokters, hospitalen, operaties, geneeskrachtige kruiden, en astma.
Signy-l'Abbaye est une commune située dans le département des Ardennes (région de Champagne-Ardenne). La ville de Signy-l'Abbaye est le chef lieu de canton de Signy-l'Abbaye et appartient à l'arrondissement de Charleville-Mézières. Les habitants de Signy-l'Abbaye s'appellent les Signaciens et étaient au nombre de 1340 au recensement de 1999. La superficie est de 62.2 km². Elle se situe géographiquement à une altitude de 140 mètres environ.
|
||||||
![]() |
||||||
1 juni 1984.
/ Een jaar na de kletsnatte fietstocht naar Vezelay durfde Wilfried Journée het aan om de tocht van méér dan tweeduizend kilometers te maken naar het Noord Westen van Spanje. Hij volgde zeer precies de route die werd voorgeschreven in het boekje ‘ Naar Sinte Jakob fietsen ‘ van de Antwerpenaar Wilfried Wijn , de grote pionier der Renaissance van de grote middeleeuwse pelgrimstocht. Wegens gezondheidsproblemen was zijn compagnon Roger Hoskens toen niet in de mogelijkheid van dit ook te doen. Beide werknemers van de ASLK hadden ondertussen hun clubje van twee rijders opgedoekt na drie mooie jaren. Journée kreeg tijdens de eerste dagen gezelschap eerst van vijf, daarna van vier, daarna van drie tochtgenoten. Vanaf Bourbonne-les-Bains en zijn bezoek aan de bronnen van de Maas reed hij op zijn eentje verder met het boekje van Wijn op zijn stuurtas en zonder te weten dat met ongeveer 300 km achterstand er toen een andere fietser uit Antwerpen was gestart , Renaat Grandry , eveneens een lange kerel met een baard die ook het boekje van Wijn nauwkeurig volgde. /
Liefste mama, liefste zusjes, Al 900 km heb ik gefietst in 7 dagen. Gisteren was het een moeilijke dag . Slecht geslapen bij Marie-Claude en slecht gegeten onderweg, waardoor ik geen benen had. Ik eet ‘s avonds veel te veel en te weinig gedurende de dag. Dat zal ik veranderen. Tafelen ’s middags moet ik, en met kleinere porties in mijn maag moet ik naar bed. Bij deze lijnen voeg ik enkele papieren die ik niet onnodig wil meeslepen, doch wel wil bewaren. Altijd maar bossen en weiden met haagjes, bergop en bergaf, armzalige dorpjes, oude kasteelhoeven, vullen mijn route. Vele malen zag ik van dichtbij roofvogels zoals sperwers, buizerds, valken. Zij zijn beschermde dieren , nog in groot aantal hier, terwijl zij bij ons praktisch zijn uitgestorven. Het geeft toch wel wat angst als op een stille weg plots zo een grote vogel , met bek en klauwen, twee meters boven uw hoofd uit een boom weg fladdert. Ik kocht 500 gr zwarte gedroogde pruimen ‘pruneaux d’Agen’ om tijdens het fietsen op te knabbelen. Maar rapper kon ik niet rijden. Wel moest ik rap lopen naar een bosje om daar een rappe te deponeren. Alles heb ik bij, zacht WC-papier en zelfs papiertjes met eau de cologne om keurig de verrichting te voltooien. Aiguirande is niet precies op mijn voorziene weg. Gisterenavond ben ik aan een kruispunt rechts in plaats van links gereden. Toen ik dit besefte had ik juist goed genoten van een kilometerslange afdaling en omkeren was op dat ogenblik niets meer voor mij. Via een omweg kwam ik dan toch vlug aan een goed hotel en ik heb al gezien dat ik terug de pelgrimsroute kan bereiken na het volgen van wegen die ook mooi zuidwaarts lopen.
Ik deed mijn wasje met poeder uit de winkel van Marie-Claude. Het was nog niet droog vanochtend, behalve de zakdoeken. Wit met wit in de bidet, blauw met blauw in de wasbak, en ikzelf in mijn blootje in de badkuip. Zo moest ik het toch doen volgens moeders richtlijnen. Terwijl ik voor mijn start een platte band op mijn gemak herstelde, droogde alles nog een tijd lang in de zon. Op mijn weg heb ik al het een en het ander achtergelaten : vuile oude sokken, het uitgerafeld onderlijfje, en ook mijn zwarte pull waarvan ik eerst nog met mijn mes de mouwen had afgesneden. Eens voorbij de Loire is het toch altijd warmer .
Quid met die Marie-Paule ? Mijn brief is met haar gevuld. Zij is te vergelijken - door haar ‘moustache’ en afhangende kousen - met de oude Flore, huisbazin uit mijn tijd van het agentschap te Hannuit. Toch is zij erg vriendelijk. Ik kon hier bijna voor niks een kamer huren, doch een niet te frisse met zelfs nog een veeg van een voorganger op de lakens. Haar echtgenoot was niet thuis. Die was met een trein vijftien stieren gaan leveren in Griekenland. Hij was reeds twee dagen te laat voor zijn geplande terugkeer. Marie-Paule was ongerust. In dat dorp was er op die dag een dansfeest en de oude vrouw was ook bang dat zatte jonge kerels in haar ‘ Café-Magasin-Hotel du Commerce’ amok en kabaal zouden maken. Dat durfde niemand wanneer haar man er zou geweest zijn. Zij vroeg mij dan ook van in het café te blijven tot sluitingstijd. Ik werd alzo daar als buitenwipper benoemd. De jongeren kwamen er, maar niemand werd zat genoeg om te worden buiten gewipt. Het was me duidelijk dat de plaatselijke jonge boerenkerels geen geld hadden om veel te drinken. Tijdens die nacht was er veel lawaai op het plein voor mijn logement. Men reed daar rodeo meende ik. Ik kon niet slapen, moest vaak gaan pissen, maar dat was ook omdat ik een grote fles rode wijn had gedronken uit ‘le commerce de Marie-Paule’ die zij me rekende aan winkelprijs en niet aan de prijs van haar restaurant .
Op tocht met Hoskens, die vroeg uit de veren was en er dan al eentje rookte, begon ik altijd ten laatste om 9u00 aan het pedaalwerk van de dag. Maar nu op mijn eentje is het altijd veel later wanneer ik op mijn tweewieler kruip. Dat is eigenlijk niet zoals het hoort. Nu moet ik meestal tot aan het avondmaal fietsen om toch de nodige kilometers af te leggen die mij toelaten mijn doel te bereiken : Santiago de Compostela. |
In de richting van Vungtau (Cap St-Jacques) 2000.
Cat Ba Hotel, maandag 28/11/2000.
Haiphong is een havenstad met weinig toeristen. Die rijden er met zwermen voorbij zonder te stoppen, want tussen Hanoï en Halong Bay hebben zij geen tijd. Ik ben dus weer buitenmaats, uit het spoor, maar nog niet ontspoord, want ik gedraag me hier fatsoenlijk alhoewel de 'boumboum' voorstellen talrijk zijn.Eergisteren werd ik aangeklampt door twee mannetjes, die ik trakteerde. Misschien waren het wel jonge communisten. Zij seinden mijn aanwezigheid naar ergens door, en zopas kwam ik tot de vaststelling dat mijn boekje met adressen is verdwenen uit mijn kamer. Iemand heeft immers vandaag mijn kamer doorzocht. Dit is werkelijkheid en geen film. De partij of de staatsveiligheid houdt mij dus in het oog. Zo'n olifant als ik, valt op bij die mensen, zeker als hij per fiets rondsnuffelend zich door Haiphong beweegt. Gelieve mij te verontschuldigen bij de mensen thuis die nog geen kaartje van me kregen : ik ben al mijn adressen kwijt en ken ze niet van buiten. Maar aan mijn vriend Renaat Grandry wil ik wel een mooie brief als afscheid sturen, want hij is nu stervende. Zoek in mijn ABC-boekje met adressen en nummers zijn gegevens en post de enveloppe die bij dit schrijven werd toegevoegd.Vandaag nam ik de snelboot op zee naar Cat Ba. Dat is een eiland met veel troeven, waar ik wel rustig drie maanden zou willen verblijven om van daar te varen door de baaien die verder liggen. Zoals het altijd was en nog is, moet ook hier ik komen, zien, weggaan , geweest zijn, tegen hoog tempo.De dienstmeisjes in lichtblauwe ao-daï kijken naar mijn behaarde hand terwijl ik deze letters naar jullie schrijf. Onbeleefd zou je denken. Maar zij verstaan toch niets van wat ik schrijf. Zuiver schoonschrift is een duizendjarige kunst hier in het verre Oosten. Een wijs man met een baard die met kalligrafische kwaliteit papier vlot beschrijft zonder enige correctie te maken, wordt eerbiedig bewonderd door deze knappe vrouwen.Het hotel is groot, maar ik ben zowat de enige klant en laat dus door mijn aanwezigheid, mijn maaltijden, de boel dus draaien.Overnachten kost hier 15 $ . Een maandloon voor de Vietnamezen in staatsdienst is 40 $ . Hoe rijk is dan wel die dikke oude man die onder dit dak eet en slaapt ? Stukjes kip zwemmend in een bouillion van limoenen. Ik heb de meisjes met mijn gebarentaal uitgelegd dat zij zelf mijn menu mochten samen stellen, ... en lekker dat het is !
- Wat betreft deze jonge meisjes, opa, ... met je versleten hormonensysteem moet je toch passen, dat weet je toch ... (ja, oma ...) - Ik zal hen goed drinkgeld geven, vanavond, alvorens ik dit hotel verlaat, want daarom is hun lieve smile toch bedoeld.
Ik vond vandaag het FEDEX-agentschap en de Post van Haiphong.Mijn geld smelt weg. Morgen moet ik naar de bank. Nadien wacht me een lange treinreis naar de bergen toe, waar mijn fietslabeur zeer zwaar zal worden. Dit bevestigden de fietsende Hollanders die ik vandaag ontmoette. Mijn eigen toerfiets was vastgesnoerd op het dek van de boot. Wat een mooi zicht, vliegend over de schuimende golven van de Tonkin ! Voor 53.000 dongs, prijs van een goede maaltijd, is het mogelijk van één minuut naar huis te bellen. Het wordt nu tijd om mijn pakken te maken, om te verhuizen, 500 km naar het Westen te Sa Pa waar alles armer en kleiner is, wat betreft de mensen, doch waar de grootse natuur heerst in enorme pracht .Mooie muziek ondertussen, roze tafelkleedjes, lege banketzaal, met vier verschillende kolonnen. Er is hier waar ik schrijf ook een ronde bar, met zilveren blinkende metalen bekleding. Ik ben de man van 'Room 108' en ik ben graag gezien. Tot morgen, als ik vertrek.De deuren staan wijd open. Zij geven achteraan het gebouw uit op een tuin, met bad en massagesalon. Op zijn Thaïs ? Zal ik dat eens gaan uitproberen ?
Mijn motor loopt vlot op vocht uit mijn drinkbussen. Dit is thee met Vietnamese vodka, een gezonde mengeling, voor een matroos die vandaag twee mooie boottochten maakte. Tiger Beer is hier echter het beste sap. De prijs voor fris bier kan hier zeer varieren : volgens zeezicht, op het trottoir, in een hotel, of volgens de meisjes die het uitschenken. Er draaien veel oude Franse films op T.V., zonder ondertitels. Een Vietnamees vertelt de kijkers over wat het gaat en soms wijkt hij sterk af van wat er eigenlijk gebeurt. Voetbal is in Vietnam zeer geliefd. Zij kennen zelfs onze Luc Nilis. Op een landweg ontmoette ik gisteren een jongen en een meisje, een verliefd koppeltje vorderend op één oude damesfiets. Het was hun laatste zondag samen, want het meisje zou de volgende dag vertrekken naar het Oosten van Duitsland. De jongen zou haar wellicht nooit meer terug zien. Romeo en Julia, tussen de rijstvelden. Zij had reeds een paar jaren de Duitse taal geleerd en was toch zo blij dat zij met mij mocht praten, en vooral dat ik haar begreep. Het was een wondermooi meisje, met een lange zwarte staart als haartooi. Ik gaf mijn adres en telefoon. Indien het voor haar zou misgaan in Duitsland, beloofde ik van haar te helpen.Zij wist niet waar zij naar toe ging, alléén maar dat zij wel zou weg kunnen uit de armoede waarin zij nu leeft.Als zij telefoneert alvorens ik terug thuis ben, weten jullie waarover het gaat. Gelieve haar dan te helpen, zo mogelijk.
OPA. Nog steeds in blakende forme.
Philippe Noiret
Tijdens de jaren tachtig werd ik aanzien als een dubbelganger van Philippe Noiret. Eerst kon ik dat niet geloven, tot ik eens een hoed opzette, een lange bleke regenjas aantrok, een sigaartje tussen de lippen nam en enkele grimassen maakte voor de spiegel. Sedert die dag moest ik aanvaarden dat het wel zo was. Dit was niet lachwekkend. Ik kon er mee leven.
DE ACTEUR PHILIPPE NOIRET.
Philippe Noiret heeft in theater, film, cabaret, en ook op de radio prestaties gebracht die van hem een topper in zijn vak maakten. Hij werd gelauwerd met Oscars en met La Légion d’Honneur. Deze acteur had een Belgische moeder. Zijn vader was verkoper van mannenkledij. Te Rijsel, in de meest Vlaamse stad van Frankrijk, werd hij geboren. Door vaders beroep moest hij vaak verhuizen en zo kon de jonge Philippe nooit goed zijn op school. Wel werd daar ontdekt dat hij een prachtige stem had. Bij ‘ Les Petits Chanteurs à la Croix de Bois’ en in de toneelgroep van zijn college ontwaakte de toekomstige acteur. Met een kameraad schuimt hij eerst de cabarets af van Parijs. Op het podium als komiek drijft hij de spot met alles en nog wat. ‘ Zondagnamiddag met de radio in een luie zetel ’ maakt van hem een bekende Fransman. Hij kan weldra solliciteren bij het nationaal theater te Parijs waar hij groeide van rol tot rol. Gedurende de fifties heeft hij gespeeld in wel veertig klassieke stukken van Molière, Corneille, Shakespeare, Hugo, Brecht, Claudel, e.a. … .
Als kanjer uit het theater maakt hij in 1956 plots een sprong naar de filmwereld voor ‘ La Pointe Courte’ van Agnes Varda . Dit is de eerste film van ‘ La Nouvelle Vague’. Noiret is een beetje te dik om ‘jeune premier’ te spelen. Maar omwille van zijn ‘nonchalance’, van zijn vleugje humor en van zijn ‘elegance’, aanvaarden grote actrices hem graag als medespeler. Hij komt op het witte doek naast godinnen als Romy Schneider, Simone Signoret en Catherine Deneuve. Philippe Noiret scoorde hoog in ongeveer 125 films .
Enkele titels van deze films :
ALEXANDRE LE BIENHEUREUX - ZAZIE DANS LE METRO - LA GRANDE BOUFFE - L’HORLOGER DE SAINT PAUL - LE VIEUX FUSIL - NUOVO CINEMA PARADISO -IL DESERTE DEI TARTARI - IL POSTINO - COUP DE TORCHON - LES RIPOUX -LE ROI DE PARIS - QUE LA FETE COMMENCE -
Het verhaal van ‘Que la Fête commence’ uit 1975 ' speelt zich af tijdens de periode tussen Louis XIV en Louis XV, tussen 22 en 30 jaar verder in de tijd na de eerste Slag van Neerwinden die in de geschiedenis staat gebeiteld op 29 juli 1693.
Voor Philippe Noiret waren liefde, vriendschap, genegenheid zeer belangrijk. Hij werkte hard om er als acteur te komen, en nog meer om vijftig jaar lang één van de meest populaire topacteurs te blijven. Gedurende 44 jaren was hij getrouwd met de actrice Monique Chaumette. Zij hadden één dochter Fréderique en twee kleinkinderen , Deborah en Samuel.. Hij hield van honden en van paarden. Hij rookte iedere dag van zijn leven twee sigaren. Hij woonde in een landhuis te Montréal (Frankrijk) ten Westen van Carcassonne. Van hem zijn de woorden : ‘ Het leven is een enkele reis ; de reis is kort, laten wij dan maar onze weg afleggen in eerste klasse ‘ en met zijn prachtige stem zei hij ook nog eens dit : ‘ Het opperste geluk ervaar ik wanneer ik met mijn kont goed ben gezeten op mijn paard, met mijn neus in de ochtendfrisheid , met in de verte de besneeuwde toppen van de Pyreneeën, en met mijn labrador die glimlacht en zijn tong laat hangen ‘ .
Deze charismatische figuur uit de international filmwereld werd begraven in Le Cimetière de Montparnasse te Parijs. Hij rust er naast Jean Poiret, een ander groot acteur, en naast vele artiesten en vrienden . Hij stierf op 23 november 2006.



Neerwinden 1693

Une journée particulière.
Je me souviens de nos leçons d’histoire. Enseignée à partir du manuel transmis d’élève à élève, l’histoire nationale et internationale nous était donnée à pleines cuillères, entre l’algèbre, la gymnastique, le latin, et bien d’autres branches nécessaires à notre éducation de bon chrétien. En 1962-63 j’avais hérité d’un livre déjà utilisé par C. Bouvier l’année précédente. Quarante ans plus tard ce livre d’occasion avait toujours sa place dans le désordre de mon bureau. A présent que internet, bibliothèques, revues, cercles d’histoire, voyages, musées, idées de sagesse, me sont accessibles, étudier l’histoire est devenu mon plaisir.
Sur les routes de Hesbaye tant de choses se sont passées. Certains de ces chemins et sentiers, qui nous amenaient au collège, avaient déjà été tracés par les premiers agriculteurs d’il y a cinq mille ans ou par les Romains. Ils ont servi en temps de paix pour aller au travail, au marché, à la fête, à l’église, en pèlerinage, et quelques fois aussi ils ont servi en temps incertains au passage d’hommes armés. Ainsi , le 28 juillet 1693 les forces militaires de Louis XIV avaient quitté leurs campements situés les jours précédents à Vinalmont et sur les bords de la Mehaigne. ‘En silence et en sourdine’ elles montaient vers le centre de la Hesbaye. Infanterie, cavalerie, artillerie, remplissaient nos routes. Le Roy Soleil avait donné les moyens à 90 unités à pied et 200 cents unités à cheval pour un combat contre ceux qui s’opposaient à sa puissance. En ce même jour Guillaume III avait trouvé à Neerwinden une bonne position : colline, prairies, champs, routes profondes, cours d’eau et haies d’aubépine.
La Ligue d’Augsbourg avec 50.000 hommes avait décidé d’y faire face à la France, forte de 75.000 hommes. Le lendemain se déroulerait la plus sanglante des batailles de ce siècle-là, une journée de folie et d’horreur. PUGNA AD NERWINDAM .
Le Prince d’Orange (Gulielmus III Dei gratia Britannorum rex) qui était également roi d’Angleterre, s’opposait à Louis XIV (Ludovicus Magnus Rex Christianissimus). Ces grands se faisaient la guerre (1688 - 1697) sur terre et sur mer, conflit appelé Guerre de Succession du Palatinat. Cela s’est terminé après épuisement des combattants. Le Premier Traité des Barrières ramena un peu la paix. Toutefois la Hollande pouvait placer des garnisons à Nieuport, Ostende, Courtrai, Mons, Ath, Charleroi, Namur, Luxembourg. Rapidement ( 1700- 1713) suivrait la Guerre de Succession d’Espagne dont une des batailles s’est déroulée le 23 mai 1706 à Ramillies, douze années plus tard.
A un tir et demi de canon de leurs ennemis, les forces françaises firent halte. A l’ouest des murailles de Landen les hommes de Guillaume III dressaient des barricades sur 3 km. En une nuit trois villages furent rapidement transformés en forteresses, et dès la première clarté débuta ‘ La Première Bataille de Neerwinden. Les canons de l’artillerie des alliés étaient très efficaces jusqu’à ce que les dragons de la Maison du Roy étaient appelés aux combat.
‘ Messieurs, souvenez-vous de l’honneur de la France’ cria le Henri de Montmorency, Maréchal de Luxembourg, en envoyant 28.000 hommes dans un troisième assaut, des dragons qui étaient des mousquetaires très mobiles à cheval pouvant aussi livrer combat à terre car aux canons de leurs fusils ils montaient la baïonnette de Vauban, une arme nouvelle. A cette bataille aussi ont participé au moins quarante mille chevaux et mulets. Après l’heure du thé les généraux de Guillaume III décidèrent d’incendier les champs et fermes où les gens d’ici avaient cultivé le froment et l’orge depuis le néolithique.
Après les orages des jours précédents, le grand soleil était revenu en ce 29 juillet 1693. Une chaleur lourde, la fumée des incendies, les énormes pertes subies, mettaient les combattants dans un enfer indescriptible. Le Prince donna le signal pour un repli tactique, mais dans un désordre complet, ses troupes prirent la fuite vers Namur et Louvain. Surtout sur les bords et dans la Petite Gete la mort frappait les moins forts, les maladroits, les malchanceux. Les français ont crié victoire. Leur Maréchal se prit pour un Dieu. Il a griffonné un message qu’au galop, le Comte d’Artagnan a porté au Roi de France. Mais, après un tel massacre, il n’y avait pas de vainqueur. Pendant un siècle d’ailleurs, le déroulement et le résultat de cette bataille ont été sujets de discussion dans de nombreuses académies militaires. C’est probablement pourquoi le 18 mars 1793 au même endroit aurait lieu la Seconde Bataille de Neerwinden , le match retour. En 1693 les pertes en vies humaines et en chevaux dépassèrent toute raison. Selon les sources elles se chiffrèrent entre 27000 et 30000 morts, 20000 blessés, et plus de 10000 cadavres d’animaux. Pourtant cette Bataille n’avait duré que douze heures.
Guillaume III d’Orange de la très riche République des Sept Provinces et d’Angleterre, qui s’était replié près de Vilvorde. Afin de retrouver la discipline dans son armée, il fit fusiller neuf soldats tirés au sort pour manque de courage, engagea des recrues pour recomposer ses régiments, et déjà au 15 août il organisa à Bruxelles un grand défilé militaire pour prouver qu’il était invaincu. Le Maréchal de Luxembourg quitta la Hesbaye via Waremme dès les premiers jours d’août, car il n’y avait ni à manger ni à boire, et grand danger d’infection il y avait dans les habitations devenues inhabitables. Unité après unité, après avoir touché leur solde, et après pillage total des maisons, des granges, des champs et du couvent d’Hélecine, ils sont retournés d’où ils venaient. Certains parmi eux ont été reçus comme des héros à Paris où les drapeaux pris aux alliés étaient exposés au parvis de la cathédrale de Notre Dame.
Sont restés sur place des militaires sans cocarde ni uniforme et des prêtres, cuisiniers, charrons, cordonniers, et autres, qui comme entrepreneurs, débarrasseurs ou journaliers, avaient du travail. Parfois leurs noms de famille ont été transmis jusqu’à nous. Il fallait déshabiller et déchausser les cadavres à enterrer. La valeur du matériel abandonné était énorme : canons, munition, mousquets, baïonnettes, cuirs, couvertures, selles, charriots, tentes, vidanges. Il fallait amputer, désinfecter, laver, confesser, et tant de victimes encore, hommes et chevaux, mouraient seuls dans la douleur durant les jours suivants. Ceux qui étaient devenus fous à cause des atrocités vécues ou de leur fièvre, traînaient sur nos routes. Ils parlaient toutes les langues, ils n’étaient d’aucune nation car mercenaires, ils venaient de tous les horizons. Il fallait garder les prisonniers, rapatrier les invalides et parfois les cercueils, s’occuper des chevaux sacrifiés, blessés, ou errant sans cavalier dans nos plaines. Des milliers de mouches et même des loups et des chiens sauvages, étaient attirés par les odeurs. Le danger d’une épidémie était omniprésent. On peut retrouver que les villes de Huy et de Namur avaient absorbé 4000 blessés et 1500 prisonniers, et que sur le territoire d’Avernas avait été rassemblée une montagne de souliers, de vêtements, et de matériel militaire ayant appartenu aux morts et aux fuyards.
L’été suivant Lord Perth revint visiter la région afin d’y retrouver les têtes de mort et des fantômes qui la nuit donnent la chair de poule. Mais à sa surprise, dans son récit de voyage il marquerait qu’il avait été émerveillé par la beauté de la campagne où le vol des hirondelles l’avait enchanté et dans laquelle jusqu’à l’horizon la couleur rouge des coquelicots ressemblait à du sang . En douze mois la nature faisait déjà oublier ce qui s’était passé.
Cycliste-pèlerin de grands chemins je me suis arrêté plus de cent fois dans des endroits intéressants que par modestie je ne citerai pas. Près de Landen, ville frontière souvent détruite par les malheurs de l’histoire, il y a depuis 1780 une chapelle. Voilà un lieu pour réfléchir sur la vie et sur la mort, dire une prière, faire le chemin de croix, respirer un peu, simplement manger un fruit ou un bout de pain avec du sirop, lors d’un tour à bicyclette. Déjà citée au seizième siècle, à cette chapelle le vendredi-saint les fermiers venaient y prier et chercher une plaque de gazon qu’ils transféraient à leur domicile. C’était dans l’espoir de mourir dignement et sans souffrance. Ce site bucolique se trouve à un carrefour de cinq chemins appelé sur les anciens plans de cadastre ‘ carrefour de l’homme mort ‘.
La Chapelle de la Sainte Croix. (monument protégé AR 27/10/1982 ) est là..
L’ histoire est un immense jardin. Quel plaisir d’y bêcher un peu à mon âge.
Wilfried Journée .
Avril 2008 - Ancien du Collège.
dédié à RP Martin Hoeven ,
prieur des Pères Croisiers de Hannut,
fondateur du Foyer Culturel du Collège Ste Croix
qui jadis (1975) s’était beaucoup intéressé au même sujet.
Wielen en frieten volgens Wilfried.

Zimmermann I wrote .. Robert Allen or Arthur-August ?
Zimmermann
SPECIAL CITATION PULITZER PRICE 2008.
Bob Dylan
For his profound impact on popular music and American culture, marked by lyrical compositions of extraordinary poetic power.
Mention spéciale du Pulitzer pour Bob Dylan .
Wat kan ik hier nog toevoegen over Bob Dylan. Er zijn via Google ongeveer twintig miljoen items op internet te vinden over deze zeer grote figuur. Even surfen dus. In 2006, na jaren van stilte, verscheen hij plots weer in de belangstelling . Van de toen verschenen CD van hem werden op één week tijd 192.000 exemplaren verkocht. Nu kreeg hij een bijzonder eerbetuiging. Voor iemand van mijn leeftijd is het goed te voelen dat onze idolen uit de sixties nog steeds meetellen. De echte naam van singer/songwriter Bob Dylan, de man met gitaar en harmonica, is altijd Robert Allen Zimmermann geweest. Graag wil ik het hier hebben over een andere "Zim" die ik altijd heb bewonderd en die wat vergeten wordt, ook in de drukke wielermaand van april 2008. Ik schreef eens deze bijdrage voor www.dewielersite.net over volgende wielerkampioen:
Artur August Zimmermann was één van de eerste renners die rijk werd door het wielrennen. Zimmermann was een Amerikaanse pistier ook wel 'Zimmy' genoemd of beter 'de vliegende Amerikaan'. Hij kon de tweehonderd meter rijden op 12 seconden. In het begin van jaren 1900 kwam hij naar Europa en de Vliegende Amerikaan vroeg 25 duizend frank en een som van 1250 frank voor elke deelname aan een manifestatie, een percentage op het geïnde geld (en dat kon oplopen tot 30%), met een garantie van 25 duizend frank om het inkomensverlies te compenseren om diverse redenen. Het succes van Zimmermann was enorm: in enkele wedstrijden waren er zo'n 45 duizend toeschouwers. (Antonio Giancane)
Zimmermann was de enige blanke Amerikaan die tegen de zwarte sprintkoning "Major" Taylor wilde koersen. Hij was zelfs bereid om Taylor met raad en daad bij te staan, iets wat in het racistische Amerika van die dagen eerder een unicum mag genoemd worden. (X)
In de context van de sociale, culturele en economische situaties van het laatste decennium van de negentiende eeuw staat de boomlange Amerikaan Arthur-August Zimmerman aan de top van de zowat 600 profs die toen in Noord America de wielersport gedurende een aantal jaren zeer belangrijk maakten.Op een kleine versnelling verhoogde hij geleidelijk de cirkelvormige beweging van zijn benen tot op een fenomenaal toerental van bijna 200 per minuut. Op die manier won hij eerst als amateur en vanaf 1894 als betaald sportman een totaal van ongeveer duizend koersen, meestal op wielerbanen en over korte afstand. Hij koerste op Hoge Bi, op Star (= klein wiel vooraan, groot wiel achteraan) en op zijn beroemde Raleigh tweewieler. Het zinloze van de in 1893 geldende reglementering omtrent het statuut van de amateur is duidelijk in het volgende. De wereldkampioen (de grote Zim)won in 1893 101 van de 110 nummers waarin hij startte. Volgens de 'New-York Times' won hij toen 29 fietsen, meerdere paarden met tuig en kar, een half dozijn piano's, een huis, allerlei meubelstukken, dertig horloges, zilveren schalen, medailles en juwelen om een winkel te openen. Maar de man kon die dingen niet verkopen (alleen wegschenken aan zijn vrienden) omdat eens dat hij geld in zijn hand nam, dan was hij foutief bezig en kon hij geschorst worden.
Na zijn topjaren als sportman, bouwde A.A.Zimmerman zelf fietsen, in de A.A.Manufacturing Company in Freehold New Jersey. (Wilfried Journée)
Het geheim van deze Vliegende Yankee was dat hij reeds besefte dat sneller op klein verzet fietsen ( in zijn geval met stangen van 15,875 cm en 17 X 7 = 5m33 ) mits voldoende training een beter resultaat kon brengen dan zwaardere langzamere pedaalstoten. Een eeuw later deed Lance Armstrong hetzelfde op de weg.
De zeer lange kerel die deze Arthur-August was , muntte ook uit door zij elegante verschijning van perfect gentleman.
Egenlijk was hij een kerel zoals mannen van nu die ik ken, en ik denk aan Hans Lintermans, Johan Frison, en Victor Pennings, mannen van méér dan 1 meter 90 die aan het velo'ke ook veel eer bewijzen.


