Vrijdag 17de mei
Rust tot den middag. Verzameling om 14 uur. Vertrek naar stelling NAZARETH (7km) , waar we de eerste dag der alerte geweest waren. Langs de weg lagen Ardense jagers op rust. De arme jongens ! ook zij hadden het niet gehouden. Met goede moed begonnen wij de stelling Nazareth te organiseren tegen lage vliegers. Wij begonnen piketten te timmeren als voetstuk voor onze FM AAvi . Onze goede wil was onuitputtelijk. Na één uur, bevel te vertrekken naar De Pinte. (7km). Rust voorzien tot ’s nachts 2u 30 . Onderhandelingen met Mr Soie (De Pinte) over het vervoer der ransels der 6/44 , met instemming van de commandant die het duur vond en dadelijk met het geld der kantien wilde betalen, wat ik voor mijn peloton op eigen kosten wou doen. Doch daar de officieren der andere pelotons niet mochten gestoord worden kon ik ze niet op de hoogte brengen. Mijn verbindingsman moest op het bureel blijven om mij te verwittigen. Na een eerste mededeling aan de mannen bleef hij bij de mannen liggen.
Rust gekregen tot 2 u 30 . Verwittiging van Mr Soie. Vervoer der ransels 3de peloton.
Zaterdag 18de mei.
Ontijdig verwittigd vertrok ik geïsoleerd op aanduidingen van sergeant Seghers naar Gent Sint Jacobskerk (12 km). Wij troffen de Cie in Gentvoorstad reeds aan. Onze moraal in het 3de peloton was fris in vergelijking met de anderen. Wij voelden ons peloton superieur door de ontlasting van de ransels. Wachten op de PI van sergeant Poortmans die letterlijk nog niets had gevonden. Dan maar zelf op zoek naar logement. Doch de commandant wilde eerst de verkenning der stellingen doen, zodat een heftige discussie ontstond met mij, die eerst logementen wou vinden voor de mannen. Op zijn streng bevel gaf ik toe en wij deden de verkenning. Het scheen mij alsof de commandant hetzelf niet ernstig opnam.
1ste opstelling : van Pré d’Amour tot St-Joris brug volgens de commandant. Opstelling vlug gedaan.
2de opstelling : De kolonel komt en vraagt naar majoor en commandant. De opstelling moet verkeerd zijn. Wij zoeken de commandant. Onvindbaar. Hij was gaan slapen, naar hij later zei. Wij zoeken de majoor op zijn PC. Hij was daar, doch als hij ter plaatse, door de kolonel
aangeduid aankomt, was de kolonel reeds weg.
Incident met commandant Scharres.
Terwijl ik de majoor zocht, valt cdt Scharres op mij, om mij te vermoorden van gramschap.
Ik zou een opeising van een camion door de 8ste Cie tegengewerkt hebben. ‘ Sale gamin, je vous aurai ! ‘‘Je vous excuse, ce n’est pas moi.’ Jammer van commandant Scharres !
Daar is iets in mij gebroken voor hem op dat moment. Ook hij had het hoofd verloren.
Poos. De majoor komt weer met nieuwe opstelling. Wij kopen een kaart van Gent en de majoor duidt eigenhandig de nieuwe stelling aan. Ik ga bij luitenant Neyns, die half dronken in het café zat, om hem mijn front te vragen voor het derde peloton. Ik raad hem aan ook zulke kaart te kopen, waarop hij antwoordt dat hij er zo maar een moet krijgen en dat de troep rust heeft. I ga er dan drie bijkopen, voor de commandant en de twee andere peloton oversten, geef aan de luitenant de aanduidingen van de majoor en ga op zoek naar de commandant, of misschien zelf mijn front bepalen en bezetten. . Gelukkig was de commandant ontwaakt. De commandant maakt een schets voor het 3de peloton. Ik verwittig luitenant Neyns bij de commandant te komen. Als hij komt , wil hij mij voor mijn opdringerig optreden een sigaar geven. Deze 2de opstelling was weer vlug gedaan.
3de opstelling : De kolonel passeert nogmaals en geeft weer andere opdrachten. Nogmaals verander ik mijn 1ste, 2de en 3de groep, en meld zodra opgesteld aan de commandant dat ik klaar ben. Doch, zie, ik vind de commandant, met de officieren, een deel van het onderofficieren kader en de bureaucraten , verzameld achter een glaasje bier. Daar was nu plots geen gevaar meer. De heksenketel was afgekoeld. ‘ Ieder heeft rust tot 23 uur ! ‘
Ik (en het 3de peloton) was niet verwittigd . Rust.
In iedere groep hadden we een koffiefeestje gehouden met peperkoek en twee flessen wijn.
Gent was in Paniek. Iedereen ging vluchten. Een wildeman sloeg zelf sommige zaken in eigen huis stuk met de voorhamer.
Ondertussen zochten alle soldaten zich fietsen, te requisitioneren. Ik schreef voor mijn peloton enige blanco opeising bons en toen ging het vlug.
Het ging nog verder : Sergeant Verest en korporaal Peeters beweerden dat de commandant toelating had gegeven zelfs auto’s op te eisen, en dat luitenant Grandry daarmede reeds volop aan de gang was. Neyns was zat. Zonder geschreven bevestiging van zulke belangrijke beslissing te vragen, begon ik systematisch , met een burger als gids, alle auto’s op te eisen die in de garages nog stonden. Ik bekwam aldus acht prachtige wagens, die wij in een FILATURE fabriek met essence vulden. Triomfantelijk schoof de gemotoriseerde colonne achter de St Jacobskerk aan, doch wij werden koud ontvangen door sergeant Seghers , helper van de commandant, en door luitenant Neyns die nog steeds zijn roes trachtte te neutraliseren.De commandant was onzichtbaar en luitenant Grandry ook. Luitenant Neyns ongeschikt. Tenslotte had sergeant Seghers gelijk in de discussie die wij voor de zoveelste maal hadden .
‘ Wie beveelt de Cie ? ‘ vroeg ik.
‘ Ik ‘ zei sergeant Seghers.
Na lang aarzelen, begreep ik dat mijn zet met de auto’s te sterk was en besloot alles te likwideren. Het bevel van het peloton gaf ik aan sergeant Colson , en ik bracht de acht wagens terug naar de garages. Bont avondmaal bij een der auto eigenaars en dan te voet op zoek naar de rest van de Cie met de vage aanduiding Melle. Toch was de trieste karavaan gedwee en barmhartig tegenover mij. Ten einde Gentbrugge (6km) logeerde ik ze in de bedden der burgers, die ik met den geweerkolf had gewekt. Daarna ging ik in ’t ronde zoeken naar de rest der 6/44. Eindelijk werden ze gesignaleerd door verloren soldaten der 7/44 in de richting van Melle verderop.
Alleen op weg. Soldaten en burgers komen langs mij voorbij. Een man van 30 jaar stort met zijn gezicht ten gronde en snikt met den kop tegen den grond van uitputting. Arm volk !
Ach God zal zich in het zwakke laten gelden. Wilt U, O God , dan alles tot het uiterste laten komen , om U dan in onzen diepste nood als machtigen redder te doen kennen ?
Bescherm dit volk dat zwerft langs de straten om 2 uur zondagmorgen . Ze kwamen van Wetteren. Ze kwamen van Lier en de Kempen.
Verder op zoek. Soldaten passeren gejaagd
. ‘ Welke Compagnie ? ‘ Carabiniers.
‘ D’ où venez-vous ? Des lignes près d’Alost.
‘ Que se passe-t-il là-bas ? ‘
Zo vraag ik hen over hun ervaring, over de waarde van hun wapens, enz.
Plots ; ‘ Haut les mains ! ‘ roept hun sergeant.
‘ J’ai une arme dans la poche droite de ma capote. Prenez la ! ‘
‘ Ici mes papiers de nomination d’officier belge .’ Niets te doen. ‘ En avant vers Gand ! ‘
Op elk woord dat ik nog wou spreken dreigde de sergeant mij met mijn eigen pistool.
Met de handen omhoog ging ik voor hun bajonetten voorop. Soms deden zij mij lopen.
‘ Mes hommes de ma Cie dorment ici dans les maisons ! ‘
Passez vite, pas un signal, c’est un piège !
Tot eindelijk een auto langs achter ons inhaalde en stopte. Het waren officieren der carabiniers. Een kalm, doch streng onderzoek stemde reeds gunstiger. Ik gaf zonder hun vraag: naam van mijn kolonel, mijn regiment, mijn militiejaar, mijn commandant der schoolcompagnie, kolonel van het 12 RI en de reden waarom ik daar rondliep. Mijn mannen slapen hier in de huizen.
De officier ging kijken.
‘ Ou sont les hommes de Journée ? ‘ ‘ Par ici, par ici … ! riep commandant Liégeois van de 7de Cie, die toevallig daar stond. Korte woorden. Alles in orde. Afkeuring van mijn nieuwsgierigheid. Mijn gelukwensen aan die sergeant. En weer ging ik op zoek naar de rest der 6/44 .
Het Bataljon was om zeep. Alles in wanorde. Verloren. De 7de en 8ste Cie verstrooid en verscheurd. Commandant Liégeois zocht manschappen en officieren. De caissons der 8ste stonden alleen langs de weg. De rest der 6/44 vond ik eindelijk als wezen achtergelaten in de gracht langs de straat en tegen de huizen. Na 10 minuten was ieder gelogeerd bij middel van een geweerkolf.
Vanaf Gent, vanaf de opeising der fietsen, begon de wanorde en de desertie. Daar was iets gebroken in het hart der soldaten die lagen langs de straatstenen zonder officieren.
De bezetting van Gent zou grote invloed uitoefenen op de moraal der manschappen.
1) In Gent hadden de mannen gevoeld dat het hoger bevel het hoofd verloren had.
Bewijs: 3 opstellingen op 3 uur en dan plots rust. Trouwens in de straten van Gent was verweer zonder K4.7 blijkbaar ondoelmatig en onhoudbaar.
2) Vele lagere officieren en de onderofficieren gaven de pijp aan Maarten als ze de onstandvastigheid en het weifelen van het hoger commando voelden. Daarbij hadden wij peloton oversten, enigszins het contact met onze mannen verloren, wat onvermijdelijk is door een opstelling in de huizen.
3)
4) De keuken had slecht geravitailleerd. Ik had zeer veel inspanning aan mijn mannen gevraagd.
5) Rond 21 uur kon ik mijn peloton niet beheersen daar ik mijn handen vol had met de colonne luxe auto’s welke ik ten slotte verplicht was terug te voeren. Sergeant Colson was per fiets en niet in staat ook het voetvolk in handen te houden, dus niet in staat het bevel over het 3de peloton dat ik hem had overgedragen te voeren naar behoren.
6) Rond 24 uur holde een RT artillerie door de straten van Gent voor de colonne der 6de Cie en sneed de Cie in tweeën. Alzo gingen sommige mannen verloren en gelukten er pas ’s anderendaags in ons te vervoegen.
Besluit : ’s Avonds hadden officieren en soldaten duidelijk de indruk dat de vijand ons reeds van verre beheerste door de paniekstemming die hij ons injoeg.
Hoe zou onze houding zijn bij het contact ?
Zondag 19 mei.
Om 3.00 uur kreeg commandant Liégeois der 7/44 de dringende raad van de officieren der carabiniers , waarschijnlijk stafofficieren, van een weerstandskern te vormen met wat van het II /44 nog overbleef en de verwittiging dat rapport zou worden ingediend bij de DI .
Om 4u30 werden op bevel van cdt Liègeois mijn gemotoriseerde en de rest der 6de Cie gewekt, en samen met een tiental der 7de Cie gingen we naar stellingen II /44. Commandant Liègeois duidde mij ongeveer de plaats aan. Haveloze bende. Ik als enige officier der 6/44 aanwezig met driekwart van de manschappen. Grandry kwam voorbij per fiets met als opdracht vanwege de commandant iets te te gaan controleren in Gent met betrekking op ons logement aldaar.
Waar waren de andere officieren ?
Aalst brandde aan de horizont . De lucht was duister door de rookwalmen. Wij hadden niets gegeten en maar weinig gerust. Ik zelfs niets.
Het eerste bataljon was reeds op zijn stellingen bezig met graven. Met de vage gegevens van cdt Liègeois wist ik alleen dat wij rechts van het I / 44 moesten aansluiten. Doch daarmede kon ik toch de Cie niet opstellen. Grandry had mij gezegd dat de commandant met luitenant Neyns en een deel van het 1ste peloton 6/44 op het kasteel hadden geslapen. Toen ik ging kijken waren er alleen achteruitgeslagen militairen van een ander regiment. Dus ben ik de enige officier der Cie, verantwoordelijk voor het strookje grond dat commandant Liégeois op mijn kaart had aangeduid. Het was ook dwaas de Cie nog langer op de heuveltop tussen beide spoorlijnen Melle-Gent aan luchtbombardementen bloot te stellen. Daarom besloot ik de Cie voorlopig op te stellen en dan verder naar de commandant te zoeken. Ik vond tenslotte de commandant doch ontving een sigaar omdat ik de Cie te laat verzameld had en ten tweede omdat ik ze op eigen initiatief had opgesteld. De commandant beval mij de Cie te verzamelen bij de brug. Luitenant Neyns was ik voorbijgereden. Hij stond te dromen bij de keuken die het gedeelte der 6/44, dat bij hem was, ravitailleerde. Van de overige driekwart die bij mij waren , hield hij geen rekening alhoewel er daarbij ook mannen van zijn peloton waren.
Opstelling op zondag 19 mei. We waren langs het spoor in reserve.
Het station van MERELBEKE werd gebombardeerd.
De vluchtende burgers kwamen ons zelfs langs de binnenwegen voorbij.
De 1ste groep van het 3de peloton wordt op aanduiding van sergeant Seghers door de commandant weggezonden voor een karwei van het regiment. Zij hebben gedurende drie dagen bruggen getimmerd over de Schelde en eindelijk de vierde dag weer alles afgebroken. Onder een luchtbombardement wordt deze groep uiteengedreven . Allen sergeant Colson kwam met Crabs terug op 23 mei. Groffils nog twee dagen later . De anderen nooit.
De Brandt en Claes waren in Gent verloren gereden door de artillerie die het 3de peloton had afgesneden. Ze vervoegden het peloton na het vertrek voor die karwei. Bervoets kon niet mede daar hij de enige zonder velo was en trouwens niet kon fietsen. Deze drie laatste bleven dus aanwezig, de anderen van de eerste groep waren op karwei.
Om mijn peloton weer in de hand te hebben bracht ik het langs de boskant aan de weg naar Merelbeke.
18u00. Op zoek naar de commandant. Ik kon onderweg juist de keuken op sleeptouw nemen en medebrengen naar het 3de peloton, anders hadden ze ons natuurlijk nooit gevonden. We bleven dan wachten langs het bos. Bij nieuwe opzoekingen bleef de commandant onvindbaar.
20u30 . Beslissing. Rust met Peeters en Colle als schildwacht. Sergeant Verest van het 2de peloton stelt zich ter mijner beschikking omdat hij geen vertrouwen heeft in zijn officier. Samen doen wij een verkenning van terugtocht op de weg naar Merelbeke, en terloops brengen wij twee fietsen mee.
23.30 ; Rustige nacht. De schildwachten worden ingetrokken. Sergeant Verest zal waken. Ik slaap in een verlaten villa.
Maandag 20 mei.
Om 4.00 uur ’s morgens zet luitenant Pirotton adjunct II / 44 alles op stelten door langs de straten te roepen : “ Tout le monde dehors ! …. Sur la position ! …. .
Ik kwam juist op tijd om een totale vlucht van het 3de peloton te voorkomen. Iedereen dacht dat vijandelijke tanks op korte afstand doorgebroken waren . Sommigen hadden de luitenant Pirotton slecht begrepen en dachten dat hij had bevolen achteruit te trekken op Merelbeke.
Geïsoleerd van de rest van de Cie deed het hazenverstand zich dadelijk gelden.
Korporaal Cruyskens moest zijn ploeg gaan wekken . De deur stond open en dus waren zij weg. De luitenant permitteerde zich juist een paar uur rust. Men zag hem niet, dus was hij weg. De meeste sliepen nog. Zij die wakker waren , dachten ‘ de anderen zijn reeds weg, laat ons ze rap volgen …’
Allen naar Merelbeke ! Langs daar bleek de enige vlugge aftocht mogelijk !
Sergeant Vander Weyden was dol. Met zijn groep trok hij op Merelbeke af. Het was zijn tweede crisis. Daar tegen kon geen bevel meer baten . Pas als hij van mij de belofte had gehoord een velo voor hem en zijn mannen te zullen krijgen, bedaarde hij en begon zelf de velos van de voorbijrijdende burgers desnoods met geweld los te maken. Alzo kwam hij per fiets met zijn mannen van Merelbeke terug. Ondertussen had ik de rest van het peloton in het bos doen verzamelen. Zo nabij voelden wij de vijandelijke gemotoriseerde.
Eindelijk een bevel van de commandant. Verzameling voor nieuwe opstelling als anti tankcentrum in het bos bij het kasteel. Daar vonden wij onze commandant terug. Waarschijnlijk had hij zijn PC aangeduid op de verzameling der peloton oversten van voorgaande dag waarop ik in slaap gevallen was.
a) Antitankcentrum op de wegenknoop. B) Antitankcentrum in het bos
De commandant gaf dadelijk onze nieuwe opstelling op. We lagen veilig in reserve tussen de bomen. Door de paniek van ’s morgens waren Melis en Notelaers afwezig, in de huizen achtergelaten. Dan volgde de Pinard stelling. Deze was zo genoemd omdat ik van de portier van het kasteel zeven flessen pinardwijn loskreeg voor mijn mannen en mij ( 2 X 3 + 1 ).
Na een paar uur, rond de middag kwam een nieuwe opstelling . De 2de groep vooraan langs de weg, de 3de en 4de groep achteraan bij de artillerie. De 4de groep die eerst voor de stukken geplaatst was, trok zichzelf tot achter de stukken terug. Onze artillerie schoot taai de ganse namiddag. ’s Nachts zou de repliek komen in een hevig Duits bombardement van een half uur (of was het langer … ?) waar de klaroen Jacobs van het 1ste peloton zijn leven verloor en een ander soldaat in de rug gekwetst werd. Onder dit bombardement was het 2de peloton gevlucht.
Dinsdag 21 mei. 08
In de ochtend om 3 uur besloot ik mijn peloton op een lijn voor de artillerie in te graven om niet langer de paaseieren welke voor de artillerie bestemd waren te ontvangen . Wij waren begonnen betonnen platen bij te slepen toen het bevel vanwege de commandant ons bereikt. We moesten de stelling van het gevluchte 2de peloton bezetten. Dat was een pijnlijke taak. Het 2de peloton had de hele voorgaande dag geluierd en zonder kuilen hadden ze zich in het bombardement niet ter plaatse kunnen handhaven. Hun kuilen moesten wij nu graven. Al mijn gezag kon er nauwelijks de mannen toe bewegen , vooral die van de 3de groep die heel die karwei voor zich hadden. De 4de groep had zich vooraan links reeds ingenesteld in bestaande kuilen. De 3de groep moet zijn front verlengen naar rechts waar zo goed als niets gereed gegraven was. Gelukkig mochten we onze oude stellingen weer innemen tegen 7 uur toen het 2de peloton weer langzaam te voorschijn sijpelde.Omstreeks 8 uur kregen we nog een dessert van het nachtelijk bombardement. De stellingen van het 2de peloton zouden aldus zo goed als ledig blijven de ganse dag. Tegen de avond besloot de commandant daarom opnieuw het 2de peloton door het 3de peloton te laten bezetten. Ik duid de 4de groep aan om met de rest van het 2de peloton een front te vormen.
De 2de en 3de groepen van het 3de peloton bleven op hun oude plaats .
Ik koos mijn PC in een schuilplaats langs de weg. Onderluitenant Grandry beval zijn overgebleven en mijn vierde groep. De desertie was sterk vermeerderd. Ik beschikte over geen enkel FM, 2 VB granaatbussen. De VB van de 4de groep had zijn bus in een zak gelaten. De 4 FM schutters waren met het wapen gevlucht.
Woensdag 22 mei. 08
Appel 10 u. 3de peloton 6/44
Op karwei : Claes
Afwezig: Lahaye,Loyaerts,Mostien,Raes, Raeds, Maes, Melis,Dor, Van Berghen, Van Loon.
Aanwezig: alle overigen.
Rond 14 u. vertelden de vluchtelingen uit Melsen van de brutale plunderingen door Waalse soldaten bij Vlaamse burgers , aldaar gepleegd, zwijnen geslacht, half gebruikt, half laten liggen, winkels geplunderd. Op zelfden dag rond 18 uur werd in Merelbeke een wijnhandel geplunderd. Vaten wijn stukgeslagen, en de inhoud over de grond gestort. Vooral de artillerie heeft daarin uitgemunt. Ik kon 4 flessen voor mijn mannen loskrijgen uit hun handen.
Soldaat Van Loon kwam rond 16u terug. Hij was schutter FM en met het wapen naar Merelbeke gevlucht. Nu lag hij te boffen in ons midden over het lekker leventje dat hij genoten had in Merelbeke, terwijl wij geen eten en geen rust hadden. Dat kostte hem een strenge sigaar.