ANTWERPEN- VEZELAY- ANTWERPEN 1983

|
DE TOCHT NAAR VEZELAY.
Ter gelegenheid van het zestigjarig bestaan van de Koninklijke Antwerp Wieler- en Supportersclub besloten de dynamische wielertoeristen Achiel Malfait en Wilfried Wijn een officiële permanente proef van 1100 km in te richten tellend voor de klassementen van alle aangesloten rijders bij de Belgische Wielerbond Afdeling Wielertoerisme.
Roger Hoskens uit Attenhoven en Wilfried Journée, toen samen verenigd in de Wielerclub Black Diamond Association, de kleinste club (slechts twee leden) met het grootste programma (zij verslonden bergen, kasseien, afstanden , potten bier en grote steaks) twijfelden geen ogenblik en op een vroege ochtend van de lente 1983 stonden beide kameraden klaar om ook deze afstand aan hun toen reeds groot palmares bij te voegen.
Toen voor de jaren 1000 de Pelgrimstocht naar Santiago de Compostela ontstond, was de kathedraal van ‘ La Sainte Madeleine’ te VEZELAY het belangrijkste vertrekpunt van de pelgrims die uit het Oosten van Frankrijk, België, en Duitsland kwamen. Met hun tocht wilden Wijn en Malfait, de aloude verbinding naar Vezelay en Santiago terug in de belangstelling brengen. Zij zijn daar op een wonderbare manier in geslaagd, vermits 25 jaren later het aantal fietsende pelgrims naar Galicia ongelooflijk groot is geworden. De KAWS hoopte begin 1983 nederig dat ‘ deze fietstocht enkele fietsers er toe zou aanzetten de bedevaart te ondernemen die door hun club in ere werd hersteld …’ .
De kundig uitgestippelde wegwijzer was voor toeristen die vlot kleine versnellingen konden draaien en liep over secundaire wegen door de Ardennen, les Montagnes de Reims, de Bourgogne, de Morvan en de Argonne. De deelnemers moesten in totaal elfmaal hun controlekaart laten afstempelen. De inschrijvingskosten bedroegen 120,- fr en mits bijkomende storting van 200,- fr kon ook een herinneringstrofee worden bekomen.
Antwerpen-Vezelay-Antwerpen
We hadden een speciaal akkoord bekomen. We mochten van woensdag tot woensdag Landen-Vezelay-Landen rijden en dan in een tweede schuifje de ontbrekende Landen-Antwerpen-Landen er de volgende zaterdag aan toevoegen, op voorwaarde dat wij dan verslag zouden uitbrengen over onze avonturen in Frankrijk. Dit vooral om de gegevens op het parkoersblad eventueel te verbeteren voor fietsers die dat jaar ook dezelfde tocht zouden ondernemen. Ons start- en eindpunt om beide delen aan mekaar te knopen was Le Cheval Blanc aan het kruispunt te Jodoigne.
Er bestaat een beknopt verslag voor KAWS. Misschien volgt dit later nog wel. Vandaag hier een reportage over de eerste dag van deze fietstocht, geschreven op 5 juni 1983.
167 km tot Signy l’Abbaye.
Na afscheid van moeder en kindjes vertokken wij in gezelschap van Romain. Deze bekende sportman, die een tijdje goede vriend was van John Massis, ondernam een jaar eerder een poging voor het wereldrecord drieband biljart. Hij speelde 80 uren non-stop om in het Guiness Book of Records te geraken. Wij bekeerden hem zopas tot gezondere bezigheden op de fiets en hoopten dat hij daar ook niet zou willen beginnen met krachtpatserij. Die man was zo gelukkig als een kind omdat hij met ons mee mocht . Hij zou voor het eerst rijden op zijn nieuwe Raleigh tweewieler. Hij had zich als gangmaker aangeboden, zou meerijden tot Namen, maar eigenlijk nestelde hij zich voortdurend in onze wielen , tot Champion waar hij dan plots versnelde in een bergop om te tonen dat hij sterke kuiten had. Wij reden eerst links en dan rechts van de Maas naar Dinant , waar wij onze eetzakjes leegmaakten. Nadien hinderde een felle tegenwind onze vooruitgang. Een hevige regenbui deed ons schuilen te Waulsort, doch wind en zon droogden ons vlug op . Te Givet waren de banken tot 14.00 u. gesloten zodat wij onze wisselverrichting uitstelden en in een drankgelegenheid achter een stempel zochten. Er was veel verkeer op de weg tot Revin in de Maasvallei, een voor ons bekend terrein van vroegere ritten. De stevige klim van Les Masures deed ons herleven, en tot in Signy l’Abbaye bereden wij kleine wegen doorheen bossen en weiden, zoals wij graag zien. Het beste hotel van Signy is echter op woensdag en donderdag gesloten, zodat wij onze intrek moeten nemen in het hotelletje met balkon. Het jonge meisje en de man zijn er onwetend en stuntelig. Zij kunnen niet zeggen of er plaats is. Dat kan alléén ‘de patronne’ , maar die is afwezig en zal terugkomen volgens haar gewoonte, ofwel binnen vijf minuten ofwel binnen twee uren, want zij heeft tijd noch regel. Wij drinken twee pinten bier. Alles gaat hier mislopen ; wij zullen nog een uur langer moeten fietsen is onze indruk. De man aan de bar vindt zijn kurkentrekker niet meer en kan ook zijn toogklanten niet helpen voor een glas simpele ‘rouge van het huis’ . Wilfried die zoals dat moet voor een doorwinterde randonneur alle materiaal bij heeft , zoekt zijn ‘Swiss knife’ die alles opent. Hij redt de situatie voor de Franse dorstlijders. Een nieuwe fles rode landwijn wordt vlug ‘soldaat gemaakt’ . Eindelijk komt ‘la patronne’ binnen. Nadat zij vernomen heeft dat wij veel bier drinken, een kurkentrekker bij hebben, felle eters zijn, beslist zij van ons een kamer toe te kennen. Na dit twijfelend onthaal worden wij in de familie opgenomen, we eten er goed (boeuf braisé), en we praten er heel lang. Die ‘patronne’ heeft haar carrière als topverpleegster gemist. Zij praat toch zo graag over ziektes, dokters, hospitalen, operaties, geneeskrachtige kruiden, en astma.
Signy-l'Abbaye est une commune située dans le département des Ardennes (région de Champagne-Ardenne). La ville de Signy-l'Abbaye est le chef lieu de canton de Signy-l'Abbaye et appartient à l'arrondissement de Charleville-Mézières. Les habitants de Signy-l'Abbaye s'appellent les Signaciens et étaient au nombre de 1340 au recensement de 1999. La superficie est de 62.2 km². Elle se situe géographiquement à une altitude de 140 mètres environ.
|
||||||
![]() |
||||||
1 juni 1984.
/ Een jaar na de kletsnatte fietstocht naar Vezelay durfde Wilfried Journée het aan om de tocht van méér dan tweeduizend kilometers te maken naar het Noord Westen van Spanje. Hij volgde zeer precies de route die werd voorgeschreven in het boekje ‘ Naar Sinte Jakob fietsen ‘ van de Antwerpenaar Wilfried Wijn , de grote pionier der Renaissance van de grote middeleeuwse pelgrimstocht. Wegens gezondheidsproblemen was zijn compagnon Roger Hoskens toen niet in de mogelijkheid van dit ook te doen. Beide werknemers van de ASLK hadden ondertussen hun clubje van twee rijders opgedoekt na drie mooie jaren. Journée kreeg tijdens de eerste dagen gezelschap eerst van vijf, daarna van vier, daarna van drie tochtgenoten. Vanaf Bourbonne-les-Bains en zijn bezoek aan de bronnen van de Maas reed hij op zijn eentje verder met het boekje van Wijn op zijn stuurtas en zonder te weten dat met ongeveer 300 km achterstand er toen een andere fietser uit Antwerpen was gestart , Renaat Grandry , eveneens een lange kerel met een baard die ook het boekje van Wijn nauwkeurig volgde. /
Liefste mama, liefste zusjes, Al 900 km heb ik gefietst in 7 dagen. Gisteren was het een moeilijke dag . Slecht geslapen bij Marie-Claude en slecht gegeten onderweg, waardoor ik geen benen had. Ik eet ‘s avonds veel te veel en te weinig gedurende de dag. Dat zal ik veranderen. Tafelen ’s middags moet ik, en met kleinere porties in mijn maag moet ik naar bed. Bij deze lijnen voeg ik enkele papieren die ik niet onnodig wil meeslepen, doch wel wil bewaren. Altijd maar bossen en weiden met haagjes, bergop en bergaf, armzalige dorpjes, oude kasteelhoeven, vullen mijn route. Vele malen zag ik van dichtbij roofvogels zoals sperwers, buizerds, valken. Zij zijn beschermde dieren , nog in groot aantal hier, terwijl zij bij ons praktisch zijn uitgestorven. Het geeft toch wel wat angst als op een stille weg plots zo een grote vogel , met bek en klauwen, twee meters boven uw hoofd uit een boom weg fladdert. Ik kocht 500 gr zwarte gedroogde pruimen ‘pruneaux d’Agen’ om tijdens het fietsen op te knabbelen. Maar rapper kon ik niet rijden. Wel moest ik rap lopen naar een bosje om daar een rappe te deponeren. Alles heb ik bij, zacht WC-papier en zelfs papiertjes met eau de cologne om keurig de verrichting te voltooien. Aiguirande is niet precies op mijn voorziene weg. Gisterenavond ben ik aan een kruispunt rechts in plaats van links gereden. Toen ik dit besefte had ik juist goed genoten van een kilometerslange afdaling en omkeren was op dat ogenblik niets meer voor mij. Via een omweg kwam ik dan toch vlug aan een goed hotel en ik heb al gezien dat ik terug de pelgrimsroute kan bereiken na het volgen van wegen die ook mooi zuidwaarts lopen.
Ik deed mijn wasje met poeder uit de winkel van Marie-Claude. Het was nog niet droog vanochtend, behalve de zakdoeken. Wit met wit in de bidet, blauw met blauw in de wasbak, en ikzelf in mijn blootje in de badkuip. Zo moest ik het toch doen volgens moeders richtlijnen. Terwijl ik voor mijn start een platte band op mijn gemak herstelde, droogde alles nog een tijd lang in de zon. Op mijn weg heb ik al het een en het ander achtergelaten : vuile oude sokken, het uitgerafeld onderlijfje, en ook mijn zwarte pull waarvan ik eerst nog met mijn mes de mouwen had afgesneden. Eens voorbij de Loire is het toch altijd warmer .
Quid met die Marie-Paule ? Mijn brief is met haar gevuld. Zij is te vergelijken - door haar ‘moustache’ en afhangende kousen - met de oude Flore, huisbazin uit mijn tijd van het agentschap te Hannuit. Toch is zij erg vriendelijk. Ik kon hier bijna voor niks een kamer huren, doch een niet te frisse met zelfs nog een veeg van een voorganger op de lakens. Haar echtgenoot was niet thuis. Die was met een trein vijftien stieren gaan leveren in Griekenland. Hij was reeds twee dagen te laat voor zijn geplande terugkeer. Marie-Paule was ongerust. In dat dorp was er op die dag een dansfeest en de oude vrouw was ook bang dat zatte jonge kerels in haar ‘ Café-Magasin-Hotel du Commerce’ amok en kabaal zouden maken. Dat durfde niemand wanneer haar man er zou geweest zijn. Zij vroeg mij dan ook van in het café te blijven tot sluitingstijd. Ik werd alzo daar als buitenwipper benoemd. De jongeren kwamen er, maar niemand werd zat genoeg om te worden buiten gewipt. Het was me duidelijk dat de plaatselijke jonge boerenkerels geen geld hadden om veel te drinken. Tijdens die nacht was er veel lawaai op het plein voor mijn logement. Men reed daar rodeo meende ik. Ik kon niet slapen, moest vaak gaan pissen, maar dat was ook omdat ik een grote fles rode wijn had gedronken uit ‘le commerce de Marie-Paule’ die zij me rekende aan winkelprijs en niet aan de prijs van haar restaurant .
Op tocht met Hoskens, die vroeg uit de veren was en er dan al eentje rookte, begon ik altijd ten laatste om 9u00 aan het pedaalwerk van de dag. Maar nu op mijn eentje is het altijd veel later wanneer ik op mijn tweewieler kruip. Dat is eigenlijk niet zoals het hoort. Nu moet ik meestal tot aan het avondmaal fietsen om toch de nodige kilometers af te leggen die mij toelaten mijn doel te bereiken : Santiago de Compostela. |
+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
















