Rome 1996 - De Derde Dag.
DE DERDE DAG.
Niet de derde man, niet de langste dag, wel de derde dag … op weg naar Rome.
De werknemers rijden reeds met hun wagen naar Charleville-Mezières en in de ochtend ben ik al aan het fietsen tot wanneer ik stop voor ontbijt. Ik haal mijn Franse franken boven voor een zwarte koffie, een croissant, een broodje met kaas en een blikje cola. De dame uit de snackbar is een vlijtige bij. Zij oogt leuk , zelfs zo vroeg nog op de dag, allochtone van de tweede generatie, Afrique du Nord. Ik maak een babbeltje, doch een klant komt binnen voor koeken en onze kennismaking wordt afgebroken. Ik vertrek dan maar. Ik merk dat de diverse sensatiebladen frontpagina nieuws over België brengen , maar ik wil er niets van weten . Ik volg de éénrichtings naar Verdun en ik hoop van weldra terug de Maas te zien die ik stroomopwaarts wil volgen. Mijn banden schuren over de D764. Nu fiets ik op verschillende toeristische circuits, aangeduid door verkeersborden : ‘ Itinéraire des Fortifications”, “ Itinéraire Ardennes-Eifel” , “Itinéraire Rimbaud-Verlaine” .
Lieflijk groen is het landschap, golvend, zuurstofrijk.
Leve het vervroegd pensioen ! Wat een heerlijke dag !
Tussen de twee wereldoorlogen gebeurden er rare dingen in de Tour de France, wanneer de rit langs Charleville passeerde. Eerst waren er die acht edities van de gigantische tocht tussen Metz en Duinkerken in de heroïsche twenties toen was de stad aan de Maas maar een tussenpunt. Later werd deze zware etappe, vaak met tegenwind en langsheen plaatsen waar oorlogsleed nog goed zichtbaar was, gesplitst in twee aparte ritten, met Charleville als scharnier. Dat gebeurde elfmaal op een rij tussen 1927 en 1937.
De aanval van Firmin Lambot in 1919 was geweldig . Hij speelde dood of levend en won. De Antwerpse Waal was reeds de avond te voren vertrokken voor deze Metz-Duinkerken over 468 km die hij zou rijden in 21 uur, 4 minuten, en zevenendertig seconden. Hij reed als een krankzinnige, op gevaar van zich armen of benen te breken. Eugène Christophe, de beroemde pechvogel , nam risico om Lambot te counteren, maar hij viel en brak zijn fourche zodat hij in dat geweld ook de Tour van 1919 verloor en de gele trui moest afstaan.
In 1929 was er te Charleville grote ruzie tussen de inrichters , met aan het hoofd Henri Desgrange, en de sportbestuurders van de deelnemende ploegen van de fietsconstructeurs. Deze woordenwisseling was bitsig en nijdig dat zij zou leiden naar een grote verandering. Een jaar later werd de Tour betwist met landenploegen, een totale verandering die nodig was om te beletten dat combines de sportieve uitslagen zouden blijven vervalsen. Het idee voor een heel andere Tour werd geboren te Charleville.In 1936, op 8 juli te Charleville, verliet de zieke Desgrange de Tour de France. Jacques Goddet nam zijn plaats. De legendarische grote baas van de Ronde zou nooit meer terugkeren.
In 1931 te Charleville. Gele trui Antonin Magne kan niet slapen . Hij leest een aantal telegrammen van zijn supporters. Zo komt in zijn hand het alarm van een Fransman die te Menen in het sportcafé van Rebry een pint had gedronken. De Franse spion waarschuwt Antonin dat de Belgen tegen hem een groot offensief plannen tussen Charleville en Duinkerken. En, inderdaad, Demuysere en Rebry trekken vroeg ten aanval langs de moeilijke wegen van het Noorden. Maar een alerte gele trui drager kan de twee flandriens volgen . Magne stak een groter verzet op en nam meer eten en drinken mee dan normaal.
Charleville 1935. Dit is een Tour die werd gereden rond Frankrijk zoals de wijzers van het uurwerk en met enkele bijzonderheden . Zo kunnen opgevers uit de nationale ploegen vervangen worden door landgenoten die vertrokken als individueel. Zo wordt te Charleville de Landenaar Antoon Dignef overgeheveld naar de nationale ploeg waar hij knecht speelt voor Romain Maes.
Mijmerend blader ik zo in de encyclopedie van de wielersport die in mijn kop steekt, tot een plotse stortbui me doet schuilen. Van onder een boom bewonder ik het prachtige panorama van de vallei van de Maas. Sedan nadert. Mijn reisroute wijst me nu naar de D6. Wadelincourt . Pont - Mauquis. In deze gemeente stop ik om Duranton te groeten, de socialistische burgervader, een joviale man die goed is voor pelgrims. Ik maak er een praatje op het gemeentehuis met zijn secretaresse, want de burgemeester is op dat uur afwezig. Mijn bezoek kwam sympathiek over. Ik koop druivensap en een fles water van St-Amand. Mijn tempo is goed en weldra ben ik te Mouzon, een oude nederzetting van de Romeinen, op de Romeinse Weg naar Trier. Op de muur van een schuur zie ik een kader met een landkaart . Ik rem, stop, drink, eet, en zet mijn leesbril op om goed die landkaart te bekijken. Terwijl ik dat doe komt er een kleuter aangehuppeld. Hij bewondert mijn fiets, mijn trui, en mijn pet.Ik geef hem enkele rode ballonnetjes en vraag hem of hij later zal wielrenner worden.
Maar een oude man komt kwaad aangelopen . Met een rare toon vraagt hij : ‘ Vous cherchez quelque chose ? ’ ‘ Oui… ! ’ antwoord ik . Ik zoek de Romeinse weg. ‘ Vous y êtes …’ zegt hij . ‘ Cela ne m’étonne pas, car cette grange est déjà très vieille. Est-elle du temps des romains … ? ‘Dit om te wijzen naar de belabberde staat van het erf waarover de oude man wellicht een leven lang de plak heeft gezwaaid als een haan op een mesthoop. De Mouzonse grootpa grijnslacht, en tegen het kuikentje kleinzoon dat zich ondertussen aan zijn been heeft vastgeklampt fluistert hij terwijl zij terug het huis binnengaan : ‘ Viens, c’est ainsi que l’on fait des mauvaises rencontres … ‘Wellicht las hij net in de krant over Dutroux, Julie en Melissa … pedofielen en is zo’n rare Belg met baard en wielen … toch wat verdacht .
We volgen de D 964. Terwijl de Maas nooit ver is. We schuiven over de hellingen.Ergens moeten we toch even stoppen en uitpuffen, drinken en plassen. Ik sta op een parking en bestudeer een bord met informatie. Ik waan me even terug te Landen, aan Sinte Gitter, aan de bakermat der Karolingers. Een pijl wijst naar een plaats waar opgravingen gebeurden uit de Gallo -Romeinse tijden. Onder een plastieken dak zijn er overblijfselen te zien van muren van een oude tempel. Heidense erediensten aan de goden werden er gehouden. Maar mijn studie in de Gewijde Geschiedenis wordt onderbroken omdat een grote behoefte zich meldt in mijn onderbuik. Ik spurt even weg langs het voetpad, duik in het welige groen op voldoende afstand van de heilige plaats. Er zijn daar zeker dikke vliegen die alles zullen opeten. Maar ik aarzel, houd me in. Ik blokkeer . Gallische en Romeinse Goden heb ik zeker nodig om veilig tot Rome te geraken. Hier kakken zou heiligschennis zijn. Ik kom terug aan mijn fiets, die ik los keten. Plots hoor ik mijn naam roepen ‘ Wilfried …’ .Ik kijk op en zie niemand van kennis in de buurt. Droom ik ? Hoor ik stemmen door het felle zonlicht in mijn nek ?
Is het een heidense God die mij roept, of komt dit geluid uit mijn overvolle dikke darm ? Ik frons mijn voorhoofd en vind dan toch dra de uitleg. Achter een haag zijn er enkele schommels voor kinderen. Een jonge man roept op een kwajongen. De kleine heet toch wel Wilfried zeker, een zeldzame voornaam in Frankrijk. Ik ga tot bij de twee aan de schommels, laat mijn voornaam zien op mijn identiteitskaart. We lachen. Is dit een teken van de Romeins-Gallische Goden ? Hoe is het mogelijk dat precies nu en hier een oude en een jonge Wilfried zich ontmoeten in het grote Frankrijk ? Om dit te vieren geef ik drie rode opblaas balonnetjes aan Wilfriedje. ‘ Cela te fera des poumons, et c’est bon pour faire du sport quand tu seras grand … !’ Nu komt er ook een meisje bij met twee kleine meisjes. Allen samen zijn het twee studenten die als vakantie job moeten letten naar drie kinderen.
Even later fiets ik terug op de hoofdweg, maar een tijd lang volg ik ook een pad tussen bloemen, fruit en tomaten, met veel geuren en kleuren. Ik weet niet meer waar ik ben. ‘ Le chemin pour Inor, s’il vous plaît …, ‘Zut, het was wel mooi , doch ik reed zes kilometers te ver en moet terug.De Maas kronkelt er en vroegere overstromingen zorgden er voor goede grond.Ik kan niet nalaten om te eten van appeltjes, pruimen, en vooral braambeien.Inor, eindelijk. Drie uren ’s namiddags. Zal ik hier een peace mobile opdracht proberen in het gemeentehuis ? Neen, één per dag is genoeg, meer moet echt niet.Inor ligt aan Le Canal de l’Est . De Belgische grens is nu al ver achter ons, en omdat het goed warm is voelen we al iets van de charme van ‘ la France profonde’ . Op een plein achter de kerk vloeit water rijkelijk door een stenen wasbak. Er zijn banken, bomen, gras, schaduw, vuilbakken. Dit is een plaats die uitnodigt voor een dutje. Eerst loop ik nog wat rond. Ik kom aan ‘ Le Faisant Doré’ een Logis de France en ik heb veel goesting om er te logeren.Niet doen, man, … je bent een zwerver, een pelgrim, en dat is je grote geluk !Ik beslis van twee uren te rusten omdat mijn dag al goed gevuld was.
Met het vele water doe ik een wasje. Ik kruip ook in een verlaten huis . Na het eten van pruimen en ander fruit maak ik daar een hoopje hoger dan dat van een grizzly.Ik was mijn lijf, maar mijn naaktheid is niet naar de zin van een dame die met haar hond rond het plein wandelt. Ik smeer zeep over mijn kop, mijn bovenlijf, mijn intieme delen, benen en voeten. Met grote scheppen water uit mijn handpalmen spoel ik alles af met het frisse water van de dorpsfontein. Ik wrijf me droog en ik doe nieuwe kledij aan. Ik leg me op de bank, en enkele tellen later snurk ik als de reus uit het sprookje. Mijn was droogt in de zon en hangt aan een koord die ik gespannen heb tussen mijn fiets en een boom. Pas om half zeven zal ik terug vertrekken.
Te Stenay aangekomen in de haven, schijnt de zon mooi over het kanaal en in het avondlicht zie ik beelden die zijn weggelopen uit een schilderij van Monet. Op het Office du Tourisme krijg ik een heerlijke glimlach, maar ook info over Meuse-Ardennes en een regionale wegkaart. Ik fiets een rondje in Stenay en koop er proviand voor mijn avondmaal. Ik wil eten aan de haven omdat het daar zo heerlijk is, en banken en tafels komfort bieden langs de waterkant. Op mijn menu staan : Vin du patron, Camembert, bier, baguette, melk, patat,schuifjes worst, augurkjes.De glimlachende dame uit l’Office komt me nog even groeten en feliciteert mij omdat ik promotie maakt voor haar haventje, door me te gedragen als een levensgenieter.
Ik moet even over enkele bruggen en daarna vervolg ik mijn route langs verschillende boerendorpen. Veel bloemen aan de muur, maar ook zeer veel koeienvlaaien op het wegdek ; kilometers die zich opstapelen, en trappen maar tijdens deze zomeravond. Aan het kruispunt te Doulcon bekijk ik mijn wegkaart. Ik kom weldra aan Le Camping du Lac Vert te Dun sur Meuse waar ik mijn tentje mag opstellen voor 22 Franse franken. Nu besef ik dat ik zeer moe ben na deze Ardennen tocht. Tijdens het monteren van mijn binnentent kom ik op het goede idee van deze scheef aan te hechten zodat er meer plaats vrijkomt buiten mijn slaapkamer, zodat ik mijn fiets kan neerleggen onder het tentzeil. Vanaf deze camping zullen rijwiel en berijder samen in dezelfde groene igloo slapen.
Als men alleen is, dan is men geheel zichzelf
Is men met een ander samen, dan is men slechts voor de helft zichzelf. ( Leonardo da Vinci )









































