De regering van Ni-netjer was de langste (40-45 jaar) uit de tweede dynastie en samen met deze van Chasechemoei relatief goed gekend. Wat betreft het aantal gedocumenteerde bronnen is het zonder twijfel het hoogtepunt uit de eerste helft van deze dynastie
Zijn dood werd gevolgd door een zeer obscure periode van ongeveer 20 tot 30 jaar tot de troonsbestijging van Chasechem(oei)
Het materiaal van Ninetjer's regeringsperiode komt bijna uitsluitend uit Beneden-Egypte (Sakkara, maar ook van Gizeh en Helwan); Slechts enkele inscripties op fragmenten van stenen vazen, die zijn naam vermelden, zijn ons uit Opper-Egypte bekend (Abydos-Oemm el Qaab tombe P and V).
De overgrote meerderheid van inscripties van Nineter zijn deze die in inkt werden aangebracht op de binnenkant van stenen vazen en fragmenten ervan van het complex van Djoser te Sakkara. Honderden ervan werden aan hem toegeschreven door interne criteria zoals wordt uitgelegd in het belangrijk artikel van W. Helck (ZAS 106, 1979, 120-132) wiens conclusies echter recent werden in twijfel getrokken door I. Regulski (zie verder). Koningsnamen vindt men nooit onder deze inscripties in inkt (uitgezonderd enkele tempel of graf namen zoalls Hoet-Ka......enz). Maar anderzijds was op een groot aantal vazen afkomstig van de zelfde site Nineters Horus naam op de buitenkant gegrift.
Nineter's graf (B) werd in 1938 door S.Hassan gevonden te Sakkara. De ingang ligt ongeveer 150 m oostwaarts van het graf van Hetepsechemoei (A) in het gebied ten zuiden van het Djoser complex. Slechts een tiental jaar geleden werd het graf opnieuw grondig onderzocht. W. Helck (op. cit) stelde voor dat bijna het geheel van de duizenden stenen vazen afkomstig van de gallerijen van het Djoser complex origineel in (de bovenstructuur van ?) het graf van Ninetjer zouden geplaatst zijn om daarbna te verhuizen naar de locatie waar de archaeologen Firth, J.Quibell en J.P. Lauer ze ontdekten.
De Palermo steen, brengt verslag uit van de een deel ( 15 jaar 6e tot 21e) van de regering van Ninetjer en vermeldt ook het begin van zijn titels. Zoals reeds vermeld is hij de derde vorst op de schouder van het Caïro beeldje CG1, na Hetepsechemoei en Nebra. Ternslotte vernoemen we nog een beeldje van Ninetjer. Het zou het eerste niet in stukken gebroken beeldje zijn van een identificeerbare Egyptische koning want zijn Horus naam werd erin gegrift. Recent echter heeft men de autheticiteit ervan betwist.
DE KONINKLIJKE NAMEN
Tot het verschijnen van het artikel van Grdseloff (ASAE 44, 1944, 187) die de lezing 'Ninetjer' intoduceerde werd de naam gelezen als Netjeren of Netjerimoe. De naam netjer of god staat hier uit eerbied voor de n en de naam dient dus gelezen als n-netjer. Zonder twijfel was hij de derde koning van de Tweede Dynastie (de tussenkoningen tussen de Tweede en de Eerste dynastie niet meegerekend) hij staat als immers derde op het Cairo beeldje CG1 dat uit de periode kort na zijn regering stamt.
Bij Manetho vinden we de naam Binothris (althans in de versie volgens Africanus; Eusebius noemt hem Biophis) Bit sluit goed aan bij de naam Ba-Ninetjer of Baoe-netjerw uit de lijsten van het Nieuwe Rijk. Deze persoonlijke naam staat nochtans nergens vermeld in eigentijdse documenten waar Ninetjer zowel de Horus als de nesoebiti/nebti -schijnt te zijn.
Op de Turijnse papyrus is de naam evident er staat netjer-r-n te lezen n-netjer de r is dan een fonetisch complement bij netjer.
Ook de lijst van Abydos en deze van Sakkara leveren weinig moeilijkheden op. Het kleine teken voor de ram (Abydos) en de ba-vogel 'Sakkara) is een wierookptje met zijn rook. Het kan als determinatief staan achter het woord "sntr" voor wierook maar ook allenstaand voorkomen als ideogram en wierook betekenen. Met een ba vogel erachter als determinatief betekent het ba ( ziel) en met een ram erachter als determinatief eveneens ba maar nu met betekenis van ram. Abydos leest dan vlot ba-n-netjer en Sakkara ba-netjer-w. De r en t achter netjer (in feite neter) zijn dan fonetische complementen

Er is echter heel wat meer inkt gevloeid over het gedeelte van de Palermo steen waar de koningstitels op vermeld staan. (D. Wildung 'Die Rolle', 42-43). Op zijn minst zijn er drie interpretaties voor deze korte serie hiлrogliefen. (Palermo Stone recto, lijn 4); Van rechts naar links lezen we : de horus naam N-ntjr dan een zittende farao, een bies met kleine scheuten die in latere tijden voor "n(e)ch(e)b" zal staan maar die wel gelijkenis vertoont met de "soet" plant uit nesoet of koning, dan een mond of de letter r, een golfje of de letter n en het teken voor goud n(e)boe. Dit wordt gevolgd door het begin van een afgebroken cartouche.
- De zittende koning kan opgevat worden als een determinatief bij de Horus naam. Dan volgt r(e)n (n) n(e)bw . R(e)n betekent doorgaans naam maar kan ook jong (van vee of antilopen) betekenen. Klassiek is de r(en) n n(e)boe de gouden Horus naam. Maar de gouden Horus naam is enkel bekend vanaf de vierde dynastie met mogelijks één uitzondering van Khaba uit de Derde Dynastie. Zou hier dan kunnen staan "zoon of jong van de Goudene" ( waarbij de Goudene dan de god Seth van Ombos is ?) In beide gevallen zou het dus een voorloper van de Gouden Horus naam kunnen zijn. Alleen wat staat het bloeiend riet daar dan te doen. Is het een vergissing voor de n(e)soet plant en betekent het aldus koning ? Of is het geen vergissing en betekent het "bloeiende".
- Het zogezegd determinatief van de zittende koning zou in feite betekenen "toet" dit is standbeeld, afbeelding, vorm " men zou dan de naam moeten lezen als "de bloeiende vorm (van de naam?) van de Goudene."
- "Rn (ny) N(e)bw" zou een naam zijn geplaatst tussen de Horus naam en de Nesoet-biti / Nebti cartouche.
Het zou dus wel eens kunnen dat deze lijn een grote betekenis heeft voor de studie van de Gouden-Horus naam. Maar het is moeilijk om uit te maken of we achter achter de Horus naam met een volledige H(o)r N(e)bw Ren -of Gouden Horus naam te doen hebben of met de titel Ren (n) N(e)boe gevolgd door de ontbrekende naam in de cartouche. In het eerste geval zou de cartouche dan een derde naam bevatten die dan ofwel de nesoet)biti of de nebti naam of beide zou moeten zijn. Het zou wel eigenaardig zijn daar op de verso zijde van Palermo steen bij farao Oeserkaf het volgende staat Neswt-bity (Wsrkaf) iri.f m mnw.f ...met de N(e)soet biti titel buiten de cartouche zoals het traditioneel voorkomt . Nog een andere mogelijkheid is nog dat r+n dus wel degelijk naam zo betekenen en neboe de Gouden Naam wat dan de lezing "Gouden naam, Rn ' of "Gouden naam Naam zou opleveren. Hoe dan ok,de evolutie van de titulatuur is nog steeds slecht bekend, en zo zou eveneens de nebti naam ontstaan zijn achter het gebruik van deze samenstelling als een terugkerend infix van de nesoet-biti namen.
We hebben ook al besproken dat in sommige documenten de nebti naam Ninetjer ook de nesoet-biti naam was.