SECHEMIB-PERENMAAT

Horus Sechemib Perenmaat is de laatste in de rij van de mysterieuse koningen uit de Tweede Dynastie. Er zijn twee voorname hypothesen betreffende Sechemib 1: namelijk dat hij dezelfde koning zou zijn als Peribsen die een andere naam aangenomen heeft en de tweede hypothese, die aanneemt dat hij de opvolger van Peribsen zou zijn. 2
De eerste hypothese vindt haar oorsprong bij Petrie3 die de twee namen voor eenzelfde persoon nam. Maar reeds in dezelfde publicatie drukte Griffith4reeds zijn twijfels uit over de juistheid van deze visie. Inderdaad op de zegel waar Petrie de naam Sechemab Perabsen gelezen had stond echter Sechemib Perenmaat. Maar dit gaf aanleiding tot de interpretatie dat Sechemib de naam van de koning was in het eerste gedeelte van zijn regering. Naam die hij in het tweede gedeelte zou veranderen in Peribsen terwijl hij terzelfdertijd Seth i.p.v. Horus als totemdier aannam.
Het was R. Weill5 die het eerst de hypothese naar voor bracht dat het om twee verschillende koningen zou gaan. J. Saint Fare Garnot6 daarentegen stelde opnieuw voor om deze namen tot ййn koning te herleiden. Lacau and Lauer 7 legden de nadruk op het feit dat de laatste namen van de Tweede Dynastie allen gebaseerd waren op het werkwoord "peri" (Peribsen, Perenmaat, Perenka) en ze stelden de gelijkenis vast tussen de titel van Sechemib "Inw Chaset" ( d.i. tribuut of veroveraar van de vreemde landen " en deze van Peribsen "Inoe Setjet" (d.i. veroveraar van Setjet)8. Waarbij dan met Setjet niet een stad binnen Egypte maar Syriл-Palestina zou bedoeld worden. Daarnaast moet er zeker een nauwe verwantschap tussen beide namen bestaan gezien ze beide de elementen ib en per bevatten. Men zou de naam van Sechemib-Pernemaat kunnen opvatten als een propagandamiddel waarbij de koning de terugkeer naar de Maat ( d.i. de goede rechtsorde, die door zijn voorganger niet gerespecteerd werd) en de terugkeer van de Horus totem voorstaat. Maar evengoed kan het als een argument worden beschouwd voor de naamverandering van Peribsen naar Sechemib-Perenmaat en voor de identiteit van beide koningen.
Wildung en later Barta9 daarentegen stellen de theorie voorop dat Sechemib identiek was aan Oeneg en Peribsen aan Sened. Deze stelling is echter onhoudbaar. De redenen werden voldoende besproken onde het hoofdstuk van Sened.
Meer recent is men eerder geneigd om Sechemib te laten volgen op Peribsen en aan Chasechemoei te laten voorafgaan. De inscripties op de zegels van Sechemib zijn immers alleen gevonden in de structuren toebehorende aan Peribsen te Abydos ( graf en omheining). Dit is voor de voorstanders van de gelijkheidstheorie een argument in hun voordeel.10. Maar voor hun tegenstanders werd het als zeer belangrijk aanzien dat deze zegels alleen bij de ingang gevonden werden. Zij stellen dan ook dat dit het gevolg was (zoals in het geval met Qa'a en Hetepsechemoei en ook met Chasechemoei en Netjerichet) van de viering van de begrafenis van zijn voorganger Peribsen door Sechemib. Wat er ook van zij veel jaren kan hij niet geregeerd hebben en eigenaardig genoeg is na meer dan een eeuw opgravingen te Abydos zijn graf aldaar nog niet ontdekt.
Een laatste theorie is nog dat Seth Peribsen zijn naam zou veranderd hebben in Horus Sechemib, dus het tegenovergetselde van wat een eeuw geleden werd voorgesteld. Hiervoor zijn noch overtuigende argumenten pro noch contra.
Waar we echter terdege rekening moeten mee houden is het volgende feit. Van Peribsen werden nooit inscripties gevonden te Sakkara. Daarentegen van Sechemib werden er wel gevonden in Djosercomplex (cfr infra). Dat Peribsen vrijwillig uitgesloten zou zijn als ketterkoning uit de collectie van de Djoser vazen wordt als hypothese tegengesproken door het feit dat zijn cultus nog werd gevierd te Sakkara tijdens de eerste helft van de Vierde Dynastie zoals blijkt uit het graf van Sjeri11
Wat hier wel een verklaring voor zou kunnen zijn is het feit, dat vermits Peribsen slechts in het zuiden regeerde er dus te Sakkara geen graven van edelen die hem onderworpen waren en die dus van hem als koninklijke gift vazen gekregen hadden waren. Als er geen graven waren kon Djoser of voor hem Chasechemoei er ook geen nemen. Dat er dan wel van Sechemib waren kan dan als volgt verklaard worden: Sechemib zou na Peribsen hebben geregeerd maar reeds geprobeerd hebben en misschien gedeeltelijk of tijdelijk geslaagd zijn in de herovering van het noorden waardoor er dus in Noord-Sakkara wel ( maar tot hiertoe voor ons nog onbekende ) private graven met vazen en opschriften van hem waren waaruit deze door Djoser konden worden verwijderd. Het is trouwens niet zeer waarschijnlijk dat deze vazen uit het zuiden zouden komen. Er is bovendien nog nooit en vaasfragment van Sechemib-Perenmaat in Abydos gevonden.
J. van Wetering heeft recent voorgesteld om de L)vormige Ptahhotep omheining ten westen aan van de Djoserpyramide aan Peribsen toe te wijzen ( cfr Peribsen ). Deze verondertselling wordt bijna niet ondersteund door archeologische argumenten maar andere argumenten die er op wijzen dat men deze omheining niet mag toeschrijven aan de Derde Dynastie maken dit een aantrekkelijke hypothese. Maar ook Sechemib zou in aanmerking kunnen komen als eigenaar van deze omheining en in dit geval zouden de vazen uit het Djosercomplex van heir kunnen komen. Momenteel is dit zuiver speculatief echter.
Een belangrijk argument voor de volgorde Peribsen, Sekhemib werd naar voor gebracht door Jean Pierre Pдtznick in verband met de zegelafdrukken gevonden te Elephantine 12. De epigrafische en palaeografische studies ervan schijnen er immers op te wijzen dat Seth (of Ash) Peribsen voorafging aan Horus Sechemib (die ook een verschillend personage zou zijn ). Deze criteria kunnen ook toegepast worden op de inscripties van de stenen vazen en wijzen dan ook in de richting van een volgorde:Peribsen-Sechemib-Chasechemoei). Vooral de vergelijking van de horizontalke inscripties van Sechemib en Chasecemoei wijzen in die richting.
Pдtznick is ook voorstander van de god Asj als totemdier eerder dan Seth zoals men gewoonlijk anneemt. F. Raffaele denkt dan ook dat er een stricte relatie tussen deze twee goden en hun functie bestond in de Vroeg Dynastische tijden. Hij gaat zelfs verder door te veronderstellen dat in de Tweede Dynastie de naam Seth (gespeld als "Soethesj") gevormd werd door syncretische versmelting van de twee godheden Seth en Asj (Sethesj). Actueel is het echter onmogelijk om dit te bewijzen zelfs niet op liguпstisch gebied.

De koningslijsten zijn van weinig nut voor het probleem ze wijzen een lacune (hoedjefa) aan voor Chasechemoei ( Bebti , Djadjatepi) The later king list univoquely hand down a lacuna (hwdjefa) en citeren slechts de Memfitische koningen van deze periode met weglating van Peribsen en Sechemib.
Tot slot : De gelijkenis van de horizontale inscriptie van (n 95) van Chasechemoei ( onder)uit de zuidelijke tombe van het Djoser complex met deze van Sechemib ( boven) enerzijds en het feit dat in andere inscripties van Sechemib de verticale stijl zoals deze gebruikt werd door Peribsen (rechts) op de vaten uit Abydos wordt aangehouden, samen met het gebruik van de valk als totemdier op de serech en de hierboven reeds aangehaalde argumenten, laten onze voorkeur toch uitgaan naar de veronderstelling dat Sechemib na Peribsen en voor Chasechemoei zou hebben geregeerd
Vondsten
- Zegelafdrukken gevonden te Abydos

In Abydos, Sakkara of elders in Egypte werden geen monumenten gevonden die aan hem konden worden toegeschreven. Al wat van hem bekend is zijn de zegelafdrukken met zijn serech gevonden in het graf van Peribsen (Oemm el Qa'ab graf P) en in de begrafenis omheining, het "Middenste Fort" genaamd. De zegelafdrukken worden uitvoerig besproken door Kaplony13. De aanwezigheid van zegelafdrukken van Sechemib in het graf en de omheining van Peribsen zijn dan het bewijs als we annemen dat het om twee verschillende koningen gaat dat Sechemib elders te Abydos of ergens op en andere plaats begraven is.
Zoals reeds hoger gezegd zijn er in Abydos geen vazen of potten van Sechemib gevonden . Spencer's (Early Dynastic Objects in the British Museum) nr. 277 is van onbekende oorsprong maar er wordt van beweerd dat de vindplaats Abydos zou geweest zijn.
- Vaasfragmenten te Sakkara

() |
Naam Teksten (Kaplony,Helck) |
Trap Pyr. |
Bronnen |
Horus (Sechemib) |
- |
1 (M.D.A.I.K. 20 n.52) |
Horus + Seth/Ash ? |
- |
2 (Spencer, E.D.O. n.277-8) |
Nesoet-biti/Nebti (Sechemib Perenmaat) + Inoe- Chasoet, Iz Djefa, Per Nesoet, Per Sjena, Iri Chet Nesoet |
allemaal op fragm. uit gallerijen n.87-94 .....................8 |
9 (Kaplony, B.K. n. 28) |
Nesoet-biti/Nebti " " : Oer, Per-Noe (?), Hem-Netjer Cherti |
- |
1: Kaplony, Steingefasse n. 19 |
Daarbij komen nog 8 fragmenten van stenen vazen uit het Djoser complex te Sakkara14. Deze werden gevonden in het puin van de oostelijke gallerijene VI en VII. 15
- Andere vondsten
Daarnaast is er nog de zegelafdruk gevonden in het puin te Elefantine, dat toegeschreven wordt aan het deel van de stad stammende uit het Oude Rijk.16.
Vrij recent werd nog een fragment van een zegelafdruk met Sechem(ib)-Perjen(-Maat) Horus naam gevonden te Oem el-Qaabin het graf van Chasechemoei (V, op een verzegeling van een zak vuit kamer 31-33, direct ten noorden van de grafkamer), iets wat onrechtsreeks pleit voor een volgorde van opeenvolging Sechemib, Chasechemoei. 17
Als laatste nog een albasten vaas van onbekende afkomst 18.
1. Quirke 1990: "Who were the farao's ? A history of their names with a list of Cartouches; p 45. Kaplony 1963, en Helck1979, p 132 zijn voorstanders van de tweede hypothese 2. Grdseloff 1944 , "Notes d'epigrafie archaпque", p 295; Emery 1963,"Het Oudste Egypte", p 83; Shaw en Nicholson 1995, "The Britisch Museum Ancient Dictionary of Ancient Egypt", p 220; Dodson 1996, "The mysterious Second Dynasty" KMT 7,2: p 25. Zijn voorstanders van de eerste hypothese. 3. Royal Tombs... II, 1901 p. 31 4. Royal Tombs... II, 1901 p. 53 n.49 5. R.Weill, 1908 , "Les Oroigines de l'Egypte Pharaonique 1иre partie. La IIeet IIIeDynastie" 1908 p. 119-26 6. J. Saint Fare Garnot B.I.E. 37 p 317v. Andere artikels over de zogenaamde Seth revolutie in Newberry A.E. 7, 40ev ; Cerny in Grdseloff, ASAE 44, 279ev 7. Lacau and Lauer, 1959, "Pyramide а degrйs IV, 2 p.43 8. Zie voor de namen van Peribsen en Sechemib ook G. Godron, B.I.F.A.O. 57 p. 150ev en B. Gunn A.S.A.E. 28 p. 156 n.4 9. Wildung 1969, in 'Die Rolle...' 1969 en Barta 1981, in Z.A.S. 108. 10. Petrie 1901: pl XXI.164-172 ; Ayrton & al. 1904: pl IX.3 . 11. Zie hiervoor de bijdrage over Sened. Bovendien nog dit in de oostelijke gallerijen werden twee zegels van Chasechemoei gevonden die afkomstig waren van de koorden waarmee de zakken waarin de vazen zaten waren toegeknoopt. Dit wijst erop dat Djoser de uitrusting van de begrafenis van Chasechemoei maar ook van Ni-netjer en mogelijks van Horus Za. hergebruikte voor eigen doeleinden cfr W.Helck 1979, in Z.A.S. 106. 12. Pдtznick MDAIK reports espec.: MDAIK 55, 1999, 166-173 en MDAIK 51, 1995, 179-184. 13. Peter Kaplony 1963, I.A.F. I, II, III (figuren). De Abydos zegelafdrukken in I.A.F. III zijn van Petrie R.T. II pl. 21 n. 164- 172 (met lichte afwijking ), en van E. Naville- E. Peet - H. Hall, 'The Cemeteries of Abydos' pt. I, 1914 pl. 9. 14. Lacau-Lauer Pyr.Deg. IV n. 87-94 (pl. 18) maar deze fragmente waren reeds eerder gepubliceerd door B. Gunn, A.S.A.E. 28 pl. 2 en door Firth - Quibell, Step Pyramid II pl. 88- 89. 15. Alle inscripties van Sechemib tot 1993 zijn bijelkaar gebracht in de " Quellenlist " van Jochem Kahl (Das System der Agyptische Hieroglyphenschrift Dyn. 0-3, 1994 p. 355-6 n. 2864- 2886) waar Sechemib voor Peribsen, wordt geplaatst (p. 7,8). 16. Leclant - Clerc 1993, Orientalia 62, p. 250; T. A. H. Wilkinson, Early Dynastic Egypt, 1999 p. 90-91; W. Kaiser, J.P. Pдtznick et al., in: MDAIK 55, 1999, 166-172). 17. cf. Dreyer, in: MDAIK 59, 2003, 115, pl. 24b. 18. Kaplony 1965, p 24 pl. V fig. 52.
|