5 procent van alle ongevallen wordt door concentratieproblemen veroorzaakt. Word je door iets afgeleid, dan heb je niet meer je onverdeeld aandacht bij de taak (bestuurder) die je aan het uitvoeren was.
Wat zijn de grootste afleidingen tijdens het rijden? De bronnen van afleiding tijdens het rijden zijn met de nieuwe technologieën talrijker geworden (ze zijn bijna ontelbaar):
a. in de wagen:
- eten - mobiel telefoneren (GSM) - afstemmen van de radio, GPS, .. - luisteren naar de radio - een gesprek voeren met een passagier - de krant lezen -
b. buiten de wagen - een opvallend persoon op het trottoir - een reclamebord - een winkelraam - een ongeval op de andere rijbaan - ..
c. na eenruzie rijdt men ongeconcentreerd
Mobiel bellen (GSM) is het gevaarlijkste: waarom? - de bestuurder wordt fysiek afgeleid doordat hij tegelijkertijd zowel de telefoon als het voertuig moet bedienen. Hij moet zijn aandacht verdelen over het telefoongesprek en het autorijden.
- rijgedrag van bestuurders die rijden en bellen: - ze vertragen plots als zij een oproep ontvangen of zelf iemand opbellen - ze staren = strak naar een punt in de verte kijken waardoor de rest weinig aandacht krijgt, bij voorbeeld: - voetgangers die aan een zebrapad wachten om over te steken - verkeersborden langs de weg - in de spiegels kijken - geen voorrang geven - aarzelend of onaangepast rijgedrag: - de auto wijkt van zijn traject af - de reactietijd wordt langer - overtredingen van de tweede graad ( 100 ):gebruik van een GSM in de hand behalve bij stilstaan of parkeren. Hij mag geen gebruik hiervoor van de pechstrook en niet bellen terwijl hij wacht voor het rode licht ,in de file staat.
9. Leg je motor stil als je langer dan 20 seconden moet wachten (bij een rood licht, bij een spoorweg, voor een open brug, ). Een wagen verbruikt veel brandstof bij een stationair toerental.
10.Controleer maandelijks de bandenspanning. Te weinig spanning zorgt ervoor dat je meer brandstof gaan verbruiken en de banden sneller gaan slijten.
11.Vermijd overbodig gewicht. Hou de koffer leeg en plaats fietsen bij voorkeur op op een rek achteraan het voertuig. Verwijder onmiddellijk na het gebruik de ski- box, het fiets of bagagerek.
12. Gebruik de auto niet voor korte ritten, vooral met koude motor.
13. Parkeer je wagen in de rijrichting waarin je de volgende keer zal wegrijden ten- einde onnodig manoeuvreren met een koude vervuilende motor te vermijden.
14. Veilig en zuinig rijden kan alleen met een goed onderhouden wagen.
15. Maak verstandig gebruik vanboordapparatuur: - gebruik je toerenteller om tijdig te schakelen - cruise controle helpt je om gelijkmatig te rijden - schakel de airco alleen aan als het echt warm wordt in de auto of wanneer je ramen beslaan.
16. Registreer je brandstofverbruik.
Eco-rijden is een nieuwe rijstijl. Wie zo rijdt zal dit niet alleen in zijn portemonnee merken maar levert ook een belangrijke bijdrage tot het ontlasten van ons milieu:
-minder brandstofverbruik -schade en onderhoud -meer comfort en veiligheid voor de bestuurder -minder stresserend rijgedrag
De bedoeling van Eco-rijden is energieverbruik en schadelijke uitstoot van gassen te verminderen.
Eco-driving is de meest moderne manier van autorijden. Op technisch gebied zijn de motoren enorm geëvolueerd waardoor er een groter vermogen kan ontwikkeld worden bij lagere toerentallen. Helaas rijden de meeste autobestuurders nog steeds zoals het hen jaren geleden werden aangeleerd. Dit vereist dan een totale andere rijstijl: een energiebewuste rijstijl die op een eenvoudige manier soms een brandstofbesparing tot 15 procent levert met als gevolg minder uitstoot van vervuilende stoffen. TIPS om eco-driving zuinig te rijden:
1.Zorg ervoor dat je vooraf je weg uitstippelt zodat je geen nodeloze omwegen moet rijden. Houd steeds rekening met de voorziene verkeersdrukte en de spitsuren: vermijd bijvoorbeeld het centrum van drukke steden. Gebruik even- tueel een navigatiesysteem.
2.Vermijd onnodig versnellen en vertragen. Houd je voertuig in beweging.
3.Schakel zo snel mogelijk naar een hogere versnelling. Schakel bij een toeren- tal dat bij voorkeur lager is dan 2000 toeren.
4.Vermijdhoge toerentallen die onnodig veel brandstof kost. Moderne motoren leveren namelijk ook bij lagere toerentallen voldoende vermogen.
5.Geef de juiste hoeveelheid gas. Houd de toerentallen relatief laag en rijd met met zo constant mogelijke snelheid.
6.Volg de verkeersstroom en anticipeer op wat voor je gebeurt. Hou voldoende afstand ten opzichte van je voorligger. Zo vermijd je dat je voortdurend moet afremmen en gas geven wat alleen maar veel brandstof verbruikt.
7.Laat tijdig het gaspedaal los bij het vertragen wanneer je een kruispunt , verkeerslicht nadert. Moderne motoren sluiten immers automatisch de brandstoftoevoer af en het verbruik is 0,0 liter.
8.Rem op de motor. Laat hierbij de motor zo lang mogelijk in dezelfde versnel- ling zonderkoppeling in te drukken. Zo laat je jouw auto bollen zonder te ontkoppelen. Ontkoppelen verbruikt brandstof, uitrollen niet.
Anticiperen = defensief en preventief rijden situaties voorzien
1.Wat is anticiperen ? betekent vooral zelf fouten vermijden en tijdig reageren op fouten van andere weggebruikers om zo ongevallen te voorkomen= vooruitlopen op mogelijke ontwikkelingen.
2.Hoe kan men anticiperen ?
a.Houd je blik ver gericht en laat je blik zoeken ; hou eveneens voldoende ruimte rondom je voertuig ( maar ook kijken in de achteruitkijkspiegels en over de schouders ) Factoren die het zicht kunnen beperken: - Ruitenwissers: moeten aan de binnen- en buitenkant zuiver zijn -Na het gebruik van alcohol,drugs of geneesmiddelen: merkt men zaken niet of te laat op. Zaken lijken verder op dan ze in de werkelijk- heid zijn. De rijvaardigheid is negatief beïnvloedt. -De weersomstandigheden: beperken dikwijls het zicht (regen,mist,sneeuw, wanneer de zon erg laag staat, ook een tunnel inrijden:(lichten ontsteken) -Een oogarts: kan nagaan of je voldoende goed ziet. Het dragen van een bril kan heel wat probleem oplossen. -De vermoeidheid: dat de alertheid en concentratie afnemen , veroorzaakt een minder efficiënte informatieverwerking. -Door afleiding: is men minder aandachtig. Kan het gevolg zijn van: de radio bedienen,telefoneren(GSM), =verstrooidheid -De snelheid: aan de omstandigheden aanpassen; geef je voldoende tijd om de risicos tijdig te herkennen. -Een slechte zit- en stuurhouding: achter het stuur. -Gebrek aan zuurstof: en roken in het voertuig verminderen het gezicht- vermogen bij nacht. -Slechte werking van de verlichting: van je wagen ( grote lichten van tegenliggers kunnen je ook verblinden)
b.Houd voldoende veiligheidsafstand tussen je voertuig en de voorligger: dit laat je toe om ver te kunnen zien. Rekening houden met: -De snelheid: deel uw snelheid door 2 80km/u delen door 2= 40m als veilige afstand -De zichtbaarheid: ( in het donker, mist, regen; rook) snelheid aanpassen. -De remafstand: de stopafstand mag nooit groter zijn dan de zichtafstand ( zijn de remmen ,de verlichting,de banden, de vering,de schokdempers in goede staat. De lading(aanhangwagen) kan een grote hoeveelheid voortbeweging of kinetische energie ontwikkelen die soms moeilijk te stoppen is. -De weersomstandigheden: op een glad wegdek wordt de remafstand
langer en de kans op slippen is groot. -De signalisatie: borden die de snelheid beperken, een onoverzichtelijke bocht, een gevaarlijke plaatsgesteldheid, een afdaling aankondigen -Een vluchtweg: inschatten in wisselende situaties.
c.Aandachtig en alert blijven. - let op mogelijke rijbewegingen van andere weggebruikers ( zwakke) - voet klaar boven het rempedaal houden zo is men klaar op tijdig te remmen.
3.Waarom altijd anticiperen? ( positieve gevolgen) om:- ongeval te voorkomen - brandstof te besparen(vermijd bruusk remmen en opnieuw optrekken) - ecologisch te rijden : er worden minder uitstoot van luchtverontreinigende stoffen en geluidsoverlast ( max 80dB) - slijtage van de remmen en de banden te beperken
4.Hoffelijkheid - gun kinderen, fietsers, bromfietsers de nodige tijd - andere weggebruikers ook helpen - indien beperkt zicht: kunnen stoppen over een afstand die men nog kan overzien.
5.Past tijdens het rijden de volgende verdedigingstechnieken toe: - wat kan er gebeuren? ( risicos ) - hoe kan ik gepast en tijdig reageren?
en zelfs als men de goede kijktechniek toepast en alert is, kan er onverwachts een hindernis opduiken. Een te kort veiligheidsafstand belemmert het zicht.
1.De dode hoek is de ruimte rond het voertuig (groter bij vrachtwagen)die de bestuurder niet kan zien waarin zich andere weggebruikers kunnen bevinden. - Vooral de dode hoek aan de rechterkant maakt het rechts afslaan bijzonder risicovol zelfs met goed afgesteld spiegels.
2.Gevaarlijke dode hoeken rond de vrachtwagen - naast de rechtse portier - voor de neus van de vrachtwagen - achter het voertuig - een rijstrook links of rechts van het voertuig
3.Het slechte zichtveld van de bestuurder is het resultaat van de typische bouw (hoge positie en de grootte van het voertuig) van een vrachtauto waarbij de motor zich vooraan onder de cabine bevindt.
4.Om de dode hoek zo klein mogelijk te maken moeten de spiegels goed afgesteld zijn.
5.Rijgedrag: tijdens het rijden moet men bij het uitvoeren van een zijdelingse verplaatsing(bv:bij file -of rijstrookverandering, links inhalen, links of rechts afslaan) herhaaldelijk naar links of rechts over de schouder kijken om een duidelijk beeld te hebben van de weggebruikers die zich in de onmiddellijke nabijheid van het voertuig bevinden.
Achteruitkijkspiegels (1) zijn de ogen rond je auto
1.Algemeenheden
- Goed ingestelde spiegels bieden een ruim zicht op het verkeer achter en langs de flanken van de auto - In elke buitenspiegel zit er nochtans een grote dode hoek. Dode hoeken (blinde hoeken) zijn de ruimtes rond een voertuig die de chauffeur vanuit de bestuurdersplaats niet kan waarnemen. Ongelukken vermijden is een kwestie van uitkijken
2.Hoe moet men de spiegels afstellen? - a. Beginnen: met een goede zit- en stuurhouding te nemen - .- hoofd en romp recht: dit laat toe een beter gezichtveld links en rechts (ruimere hoofdbeweging naar links en rechts). Gebogen lichaam = smaller gezichtveld
-stuur: handen 10u10 of 9u15 stand : zonder dat de rug loskomt van de rugleuning -de pedalen: helemaal kunnen induwen , benen licht gebogen -de rugleuning: recht en schouders blijven in contact met de stoel - b. Afstellen: (1) - Linkerbuitenspiegel: -foto
-de spiegel naar buiten draaien tot men : -de zijkant van de wagen langs de binnenkant van de spiegel ziet (evenwijdig) -de achterdeurklink zit in het midden van de binnenkant van de spiegel -de spiegel zit dan in de rechte stand -Opm:men heeft dan een maximaal zicht linksachter de auto (2)-Rechterbuitenspiegel: -foto
-de spiegel naar buiten draaien tot men: -de rand van de wagen langs de binnenkant van de spiegel (evenwijdig) ziet -de linkse achterdeurklink in het midden van de binnenkant van de spiegel zien -de spiegel zit dan in de rechte stand
(3)-Binnenspiegel: -foto
-de linkerkant van de achterruit komt gelijk met de linkerkant van van de binnenspiegel -de onderkant van de achterruit valt met de onderkant van de spiegel samen - de binnenspiegel zit in de horizontale stand
(4)-Een klein bollend spiegeltje: kan op de spiegels worden aangebracht dat een deel van de dode hoek opvangt ( later in artikel 3 :dode hoek)
1.Definitie: -kijken zover mogelijk vooruit (de heersende verkeerssituaties) om a. zoveel mogelijk van je snelheid te behouden, wat zuiniger dan acceleren is b. tijdig op fouten van andere weggebruikers te reageren -Vele automobilisten gedragen zich als voetgangers en kijken maar een paar meter vooruit ( op de neus van de wagen )
2.Hoe kan men zover mogelijk kijken?Door: a. een goede zithouding in de wagen aan te nemen -zo heeft men een goed zicht op de weg -niet:aan het stuur hangen tegen het portier leunen doorgezakt of voorover gebogen maar: - de rug moet over heel de lengte tegen de bijna verticaal geplaatste rugleuning steunen ( ± 7cm afstand houden tussen hoofd en hoofdsteun)
b. het hoofd- recht te houden - gericht naar de horizon hou je blik op de weg
c. de voorruit van de wagen , de buiten en de binnenkant, moet proper zijn, vooral in de winter ( vrij van ijs ) d. niet te bellen tijdens het rijden ( GSM ), want dit vermindert de aandacht op het verkeer en leidt je afen je fixeert je blik op één punt
e. geen alcohol, drugs, sommige geneesmiddelen gebruiken want
ze tasten het zicht aan :
- verandering in visuele waarnemingen - het gezichtsveld vernauwt - aanpassingsproblemen bij duisternis f.slaperigheid (vermoeidheid) achter het stuur - oozaken: -te lang achtereen doorrijden -slecht of te kort slapen, stress, .. - gevolgen: leidt tot - afname in alertheid - minder efficiёnte informatieverwerking - te verwachten:verslechtering in de uitvoering van de rijtaak dus ook in de kijktechniek en anticipatie g.. altijd voldoende afstand tot je voorligger te houden ( = goed gezichtsveld ) de Tweesecondenregel toepassen
h. de verlichting van de wagen : de koplampen moeten in goede staat zijn zodanig de verschillende gezichtsvelden,van dichtbij tot veraf, duidelijk en helder verlicht zijn i. Goed zien: men moet beschikken over een goed zicht ( regelmatig door een oogarts gecontroleerd en eventueel een bril dragen ) j. zorgen dat je niet verblind wordt door de laagstaande zon of door de lichten van een tegenligger
3.Kijk ver vooruit. Je ziet wat er kan gebeuren. Kijk waar je rijden wilt en niet alleen naar je voorligger. Beweeg je ogen en je hoofd. Kijk voortdurend naar een ander punt,links,rechts, ver vooruit en dichterbij. Niet staren Rijstijl aan de omstandigheden aanpassen Denk altijd over wat zou kunnen gebeuren en mogelijke oplossingen zoeken
1.Gevolgen Wie vermoeid is, neemt minder goed waar doordat zijn concentratie daalt. Hij zal dan ook later en soms te laat reageren (reactietijd verdubbeld) Afstanden en de snelheid van de anderen schatten wordt moeilijker. Wie vermoeid is, heeft de neiging sneller te gaan rijden.
3.Oorzaken -langdurige lichamelijke of geestelijke inspanning -lange werkdag -lange tijd in dezelfde houding aan t stuur blijven zitten -motor-en rijlawaai -de trillingen en de schokken -hitte, onvoldoende verluchting, verontreinigde lucht -geneesmiddelen tegen verkoudheid, hoest,,,,,,,,, -drugs, alkohol
Oplossingen
- aan een lange tocht uitgerust beginnen - om de 2 uur stoppen (een pauze nemen) - veel water drinken, iets licht eten - tussen 13 en 15 uur en tussen 2 en 5 uur : is men minder alert en minder waakzaam (gevaar voor slaperigheid)
Opgelet Bij tekenen van verminderde waakzaamheid en slaperigheid moet men zo snel mogelijk stoppen.
De bestuurder die een kruispunt oprijdt moet dubbel voorzichtig zijn ten einde alle ongevallen te voorkomen. Betekenis: - vertragen :geleidelijk (snelheid aanpassen) desnoods stoppen - anticiperen: -ver vooruit kijken ten einde de risicosituaties te ontdekken en ingrijpen in geval van
1.Het kruispunt naderen ( met beperkt zicht) - de voet gereed boven het rempedaal houden - dit laat toe sneller te reageren voor een plotse hindernis : - als u iemand die voorrang heeft te laat opmerkt of - als een van links komende bestuurder u niet opmerkt heeft - kijktechniek: eerst naar achteren, dan naar links, dan naar rechts
-eerst naar achteren: ( als je nog ver van het kruispunt bent) om te zien waar de achterliggers zich bevinden en hoe snel ze rijden
-dan naar links : omdat vandaar het verkeer komt waarmee u het eerst in botsing kunt komen
-dan vooruit : kan je veilig oversteken ?
-dan naar rechts van waar het verkeer komt dat van u voorrang moet krijgen
3 Kruispunt vrij: dan alleen : aarzel niet - versnellen en - het kruispunt oversteken en ontruimen
4 Past hetzelfde rijgedrag toe op een kruispunt met verkeerslichten ( in geval een bestuurder door rood zou rijden)
-voorzichtig: (anticiperen) rekening houdend met wat kan gebeuren; behoedzaam - dubbel: (extra,uiterst) boven het gewone
De bestuurders moeten dubbel voorzichtig zijn teneinde elk ongeval te voorkomen:
1.bij het naderen van: -voetgangers(kinderen,ouderen,personen met een handicap - fietsers en bromfietsers (kinderen,bejaarden) - een voertuig voor schoolvervoer
- een oversteekplaats voor voetgangers en fietsers
- een spoorwegovergang
- een verhoogde inrichting
2.ten aanzien van: - kinderen binnen de erven en woonerven
- kinderen in speelstraten
- kinderen op wegen voorbehouden voor voetgangers, fietsers en ruiters
3.bij het voorbijrijden van een oranjegeel knipperlicht(het wijzigt de voorrangsrege- ling niet)
4.bij het oprijden van een kruispunt (ook voor de bestuurders die voorrang hebben)
5.bij het inrijden van een wegversmalling
6.op bruggen, op-en afritten (autosnelwegen)
7.op autowegen ( kruispunten en verkeerslichten)
8.op plaatsen met veel wind , schaduw(ingang tunnel) bij mistig weer
9.op het ogenblik dat men ingehaald gaat worden indien men voor een hindernis moet uitwijken
10.als een tegenligger halsstarrig weigert het grootlicht uit de schakelen
Om defensief(preventief) te rijden, wat moet men zeker doen ? (4)
1. Betekenis : een offensief tegen ongevallen 2. Waarom ?: om ,op een openbare weg, ongevallen te voorkomen 3. Wanneer ?: zodra men een voertuig in beweging brengt en dit voortdurend 4. Hoe ?: a. door voldoende afstand te houden tot de voorligger, ook bij het voorbijrijden
en inhalen. b. door de snelheid aan de omstandigheden , waarin men zich bevindt , aan te passen. c. door de foutieve gedragingen van de andere weggebruikers te zien en voorzien om tijdig te kunnen reageren. d. door te denken over wat zou kunnen gebeuren en mogelijke oplossingen te zoeken. e. door zover mogelijk vooruit te kijken , kan men vaak voorspellen wat men verderop in het verkeer kan verwachten. Zo kan men dan veelal rustig en veilig reageren zonder bruusk te moeten remmen.
5. Een voertuig besturen is een full-time bezigheid die andere handelingen uitsluit zoals: GSM gebruiken, GPS regelen, documenten lezen, maaltijd gebruiken .. Die neven en bijkomende activiteiten zullen uw verkeerinzichtelijk handelen versnipperen.
6. Deverkeersregelsrespecteren zal de bestuurders voor ongevallen behoeden.
7. Anticiperen en hoffelijk en verdraagzaam rijden.
Verkeersveiligheid = veilig verkeer = de anderen niet in gevaarbrengen
Uitleg: bevordering van veiligheid van weggebruikers door een veilige omgeving, regelgeving gericht op veilig- heid en gedragregels in het verkeer.
2.Veiligheidsafstand - afhankelijk van de snelheid moeten de bestuurders tussen hun voertuig en de voorligger een voldoende veilige afstandhouden zodat ze tijdig kunnen stoppen bij een bruuske vertraging - aanbevolen vuistregel: de minimumafstand zou moeten gelijk zijn aan de helft van de snelheid Vb: snelheid 50km/u : afstand : 25m 90km/u :: 45m Opm: 45m = afstand tussen 2 verlichtingspalen op de autosnelweg
3. Veiligheidsgordel
- de veiligheidsgordel en de bevestigingssystemen moeten op correcte wijze gedragen en gebruikt worden - kinderen kleiner dan 1,35m moeten vervoerd worden in een aangepast kinderbeveiligingssysteem - vanaf 1,35m : moeten ze meereizen in een kinderbeveiligings- systeem of de gordel dragen
- aangepast systeem : - een babyzitje achterin ( tegen de rijrichting in) , een kinder- zitje of een verhogingskussen.
4. Veiligheidsvest
op autosnelwegen en autowegenmoet de bestuurder van een pechvoertuig een retro-reflecterende veiligheidsvest dragen zodra hij zijn voertuig verlaat.
1. Wie?: De bestuurders van auto(ook vrachtwagen, autobus)
2. Waar?: - In een zone met beperkte parkeertijd( blauwe zone)
- Op plaatsen met borden E5,E7 ofE9a tot g aangevuld met een onderbord met een afgebeeld parkeerschijf
3. Reglement: - Op een werkdag (zaterdag inbegrepen)
- Van 0900 tot 1800 uur - Maximum parkeerduur: twee uur (tenzij anders aangegeven)
4. Hoe?: - Op de binnenzijde van de vooruit plaatsen - De aanduiding van het uur of van het halfuur volgend op de aankomst doen verschijnen Opmerking: de bewonerskaart en de speciale kaart voor gehandicapten mogen de parkeerschijf vervangen.
5. Opmerkingen/ - Bij het verstrijken van de parkeerduur: parkeerplaats verlaten - Verboden onjuiste gegevens op de schijfaan te brengen - Gegevens op de schijf: niet wijzigen voordat het voertuig de parkeerplaats heeft verlaten
6. Niet verplicht: - Voertuig geparkeerd voor de inrij van een eigendom - Aanhangwagen, oplegger, caravan.
1. buiten de bebouwde kom een vrachtwagen van meer dan 3,5T op een openbare weg waarvan de rijbaan twee rijstroken in de gevolgde rijrichting omvat: een brommer, een bromfiets, een voertuig met meer dan 2 wielen of een gespan niet mag inhalenbehalve tussen de borden F107 en 109.
2. niettegenstaande alle spiegels die een vrachtwagen gebruikt: de blinde hoek aan de rechterzijde niet helemaal uitgeschakeld is. Zorg altijd dat u de vrachtwagen- bestuurder in zijn spiegel ziet. Dan kan de bestuurder U ook zien.
3. bij een richtingverandering de achterzijde van een vrachtwagen of een aanhang- wagenuitzwenkt. Ze kan een zijdelingse beweging van tenminste 1m maken. Wees dan aandachtig, houd de achterzijde van het voertuig in her oog en blijf op afstand.
4. buiten de bebouwde kom de voertuigen met meer dan 7,5T of langer dan 7m onderling een afstand van ten minste 50m moeten houden.
5. een bestuurder van 18 jaar, met een getuigschrift van vakbekwaamheid een vrachtwagen met meer dan 7,5T mag rijden.
6. de vrachtwagen met heringesneden of heropgegoten banden mag rijden. Dit is verboden voor personenwagens.
7.het blustoestel mag niet ouder zijn dan 6jaar .Het moet op een opvallende en gemakkelijk te bereiken plaats.
8. een snelheidsbegrenzer verplicht is op de vrachtwagens met meer dan 3,5T. Ze beperkthun snelheid tot 90km/u.
9. een vrachtwagen 3 à 4 remsystemen heeft: - bedrijfrem: luchtdruk - retarder: hydraulisch of electrisch - lastafhankelijke remkrachtverdeler - ABS: antiblokkeringssysteem: verhindert de neiging tot blokkering van de wielen zodat het voertuig zijn stabiliteitbehoudt en controleerbaar.blijft. - antislipregeling: verhindert het doorslippen van de aangedreven wielen bij het optrekken en bij het rijden op een glad wegdek = betere stabiliteit
De bestuurder van een pechvoertuig (na een ongeval of bij defect) die stopt op een autoweg :
moet een retro-reflecterende veiligheidsvest dragen,
zodra hij zijn voertuig verlaat
teneinde de nodige maatregelen te treffen om de veiligheidvan het wegverkeer te waarborgen (vier pinkerslichten en gevaar- driehoek) Deze verplichting geldt alleen voor de bestuurder , zowel overdag als s nachts.
De passagiers nemen bij voorkeur plaats achter de vangrail en dragen zo mogelijk eveneenseen retro-reflecterende veiligheidsvest.
a. de (+) pool van de slechte accu met de (+) pool van de hulpaccu b. de (-) pool van de hulpaccu aan het koetswerk van het voertuig met slechte accu c. start de motor van het voertuig met hulpaccu d. start vervolgens de motor van het voertuig met
de lege accu
4. Opmerking: de pluspool (+) is dikker dan de minpool
Het naderen van een oversteekplaats voor voetgangers
-zebrapad-
1. Aankondiging a. Borden - A21: -gevaarsbord: staat rechts van de baan - op ongeveer 150m voor de gevaarlijke plaats
- F49: -duidt de plaats van het zebrapad aan
b.Wegmarkering:
-wordt afgebakend door evenwijdig met de as van de rijbaan getrokken witte banden. 2.Onze houding. a. de bestuurder(fietser,bromfietser,motorrijder,auto, vrachtwagen,bus) mag een oversteekplaats voor voetgangers slechts met matige snelheid naderen. b. de bestuurder moet voorrang verlenen aan voet- gangers (ook personen met een handicap) die zich erop bevinden of op het punt staan (aan linker- of rechterkant van de weg) zich erop te begeven. (ook bij links of rechtsafslaan) c. het is verboden een bestuurder (brommer,motorrijder of een voertuig met meer dan 2 wielen) in te halen die een zebrapad nadert of ervoor stopt(plaats waar het verkeer niet wordt geregeld door een politieagent of door verkeerslichten) Het zicht naar voor is belemmerd. 3.Opmerkingen a. Voetgangers zijn in t donker en bij regenweer niet altijdgoed zichtbaar al denken zij van wel (zij zien jou wel) Bij duisternis extra aandachtig zijn want de voet- gangers dragen zelden opvallend kledij. b.Wij moeten de voetgangers respecteren. Wij zijn ook regelmatig voetgangers.
Welke voornaamste onderdelen van de wagen beïnvloeden je remafstand ?
De remafstand kan langer zijn als zekere onderdelen van de wagen versleten en niet goed onderhouden zijn. 1. De banden: (tubless: zonder binnenband) :enig contact met het wegdek - slijtage: groeven minder dan 1,6mm - spanning: te laag of te hoog - uitlijning: niet korrekt - Bij koud weer : rubber wordt harder=minder grip (eventueelwinterbanden gebruiken) want het raakvlak verkleint (temperatuur minder dan 7graden) Gevolgen:- risicos op watergladheid groter - minder grip op het wegdek - slijtage groter - verbruik neemt toe - warmt sneller op - risico groter op klapband - slechte wegligging en rijcomfort
2. De schokdempers en de vering: (zorgen ervoor dat de banden maximaal in contact blijven met het wegdek) Slechte werkende of versleten : -lekkage - koetswerk na een druk op een hoek van het koetswerk deinend naar omhoog komt Gevolgen: - de wielen springen van het wegdek - de wegligging wordt slechter - als men remt, blokkeert een omhoog gesprongen wiel onmiddellijk en het zal de auto scheeftrekken als het opnieuw in contact met het wegdek komt - trillingen in het stuur
3. De remmen: (moeten in goede staat zijn) - rem- bokken en schoenen versleten(slechte contact met remschijven of remschoenen) - te weinig remvloeistof in het reservoir - lucht of water in de remleidingen - te veel speling op de rempedaal - remleiding in slechte staat - remschijf slecht geventileerd Gevolgen:- slechte werking van de remmen zal een langere remafstand veroorzaken.
4. De stoplichten Gloeilampen (een gloeidraad die licht opwekt) geven hun maximale lichtsterkte pas na ongeveer 200milliseconden terwijl led-verlichting (stroom door een transistor ontstaat licht) na amper 1millisecond. Wie een voertuig met led-verlichting volgt kan sneller reageren op een noodstop. Bij 120 km/uur betekent dat men over 6,60m meer remafstand tot het voertuig beschikt
5. Rijgedrag: Alert zijn en anticiperen (iets doen) op een mogelijk gevaar:
Wat doen bij een verkeersongeval (verplichtingen) ? 3.Eerste hulp ..EHBO
1.Men is verplicht de gewonden te hulp te komen 2. Het is belangrijk de bevoegde hulpdiensten via Tfnr: 100,112,praatpaal zo snel mogelijk te waarschuwen . Te vermelden: -de aard en de plaats van het ongeval - het aantal slachtoffers en bijkomende informatie: - er zitten personen gekneld in de wrakstukken - de gewonde reageert niet meer - er zijn voertuigen met giftige stoffen bij betrokken .. 3. Slachtoffer(s) uit de wagen halen: - als er brand of brandgevaar is - op een drukke weg (snachts of bij mistig weer) - naar een veilige plaats brengen (indien absoluut nodig) maar: een slachtoffer van een ongeval kan men beter niet verplaatsen 4. Reacties: - het slachtoffer met een deken of een jas dekken - geen drinken aan een gewonde geven - de helm van een motorrijder niet afnemen - kleren die vuur hebben gevat : met een deken afdekken of hem in het zand rollen - slachtoffer bloedt uit een wonde: - dichtdrukken met een steriele verband, een zuivere zakdoek of handdoek om bloedverlies te beperken - Ademhalingsmoelijkheden: - kledingstukken losmaken - kijken of er geen voorwerpen de mondholte afsluiten - het hoofd voorzichtig achterover kantelen(hals ondersteunen met een hand) - Slachtoffer ademt niet meer: - mond-op-mond beademing toepassen tot de persoon zelf weer ademt - Als het hart stilstaat: - Onmiddellijk methartmassage (2x) samen met kunstmatige ademhaling(15x). Iemand anders kan helpen of overnemen 5.In afwachting van de komst van de ziekenwagen en politie: - slachtoffer blijven controleren - veiligheid van de plaats - doorgang vrij voor de ziekenwagen 6. Cursus over eerste hulp (EHBO) bij het rode kruis kan iedereen volgen 7. Zorg eerst voor je veiligheid tijdens je optreden