Louis Thevenet (1874-1930)
Alle informatie over Louis Thevenet (adressen,  verblijfplaatsen, gezin, familie, ooggetuigenverslagen, schilderwerken, publicaties, anekdotes, door hem geschreven brieven, documenten, eigenaars van werken, foto's, prentkaarten, ...) is welkom via "E-mail mij", verder in deze kolom.
Over mijzelf
Ik ben Rik Wouters.
Ik ben een man en woon in Halle (Vlaanderen) en mijn beroep is dichter, prozaschrijver en literair criticus, plastisch kunstenaar en toeristische gids.
Ik ben geboren op 02/04/1956 en ben nu dus 68 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: alle aspecten van Barcelona en Catalunya, Nederlandstalige literatuur, geschiedenis in het algemeen en van mijn geboortestad Halle in het bijzonder en schilder-, bouw- en beeldhouwkunst.
Mijn adreskaartje vermeldt dat ik "anarchist", "artiest en dichter" en "catalanist en flamingant" ben.
Zoeken in blog

E-mail mij

Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.

Mijn favorieten
  • Halle in de literatuur door Rik Wouters
  • Recht van spreken van Rik Wouters
  • seniorennet
  • Louis Thevenet (1874-1930): onvolledige catalogus
  • Archief per maand
  • 01-2009
  • 07-2008
  • 12-2007
  • 11-2007
  • 10-2007
  • 09-2007
  • 08-2007
  • 07-2007
  • 06-2007
  • 05-2007
  • 04-2007
  • 03-2007
    Zoeken met Google


    Blog als favoriet !
    Inhoud blog
  • WIJZIGINGEN
  • ACTIVITEITEN OVER THEVENET IN DE BREEDSTE BETEKENIS VAN HET WOORD
  • GEGIDST WORDEN DOOR HET WERK, HET LEVEN EN HET HALLE VAN THEVENET (+ illustratie)
  • BIBLIOGRAFIE EN AANVERWANTE ZAKEN
  • ELEKTRONISCHE LINKS
  • THEVENET IN EEN LIEDJESTEKST
  • SCHILDERDE THEVENET MET SCHOENSMEER?
  • THEVENET OP WWW.VLAAMSEKUNSTCOLLECTIE.BE
  • FRANçOIS VAN HAELEN: MAECENAS OF OPPORTUNIST?
  • THEVENET IN DE POËZIE VAN RIK WOUTERS (gedicht) (4) (+ illustratie)
  • THEVENET EN "HET HARMONIUM" (+ illustratie)
  • JOHAN VANVOLSEM EN 'BEKENDE HALLENAREN', ONDER WIE THEVENET
  • DOODSBRIEF VAN THEVENET
  • MISLEIDENDE RECLAME WAARIN LOUIS THEVENET VOORKOMT (2): HOTEL THEVENET TE OOSTENDE
  • THEVENET EN DROGENBOS (+ illustratie)
  • EEN BOEK OVER THEVENET DOOR RIK WOUTERS GESCHONKEN AAN DE BIBLIOTHEEK VAN HALLE SPOORLOOS? (4; hopelijk de laatste aflevering)
  • THEVENET IN DE POËZIE VAN RIK WOUTERS (gedicht) (3)
  • EEN BOEK OVER THEVENET DOOR RIK WOUTERS GESCHONKEN AAN DE BIBLIOTHEEK VAN HALLE SPOORLOOS? (3)
  • EEN BOEK OVER THEVENET DOOR RIK WOUTERS GESCHONKEN AAN DE BIBLIOTHEEK VAN HALLE SPOORLOOS? (2)
  • THEVENET OPGENOMEN IN HET "NATIONAAL BIOGRAFISCH WOORDENBOEK"
  • EEN BOEK OVER THEVENET DOOR RIK WOUTERS GESCHONKEN AAN DE BIBLIOTHEEK VAN HALLE SPOORLOOS? (1)
  • MISLEIDENDE RECLAME WAARIN LOUIS THEVENET VOORKOMT? (1)
  • THEVENET-GEDENKPLAAT AAN DE CONSCIENCESTRAAT 58 TE HALLE (+ illustratie)
  • THEVENET EREBURGER VAN HALLE? (3)
  • THEVENET EREBURGER VAN HALLE? (2)
  • THEVENET EREBURGER VAN HALLE? (1)
  • THEVENET IN DE POËZIE VAN RENÉ LYR
  • ZAGEN THEVENET EN MENET ELKAAR NOG NA 1907?
  • SERGE GOYENS DE HEUSCH, CLAUDE LYR EN "RETROSPECTIEVE LOUIS THÉVENET" (+ illustratie)
  • THEVENET IN DE POËZIE VAN RIK WOUTERS (gedicht) (2)
  • COLLECTIEVE TENTOONSTELLINGEN
  • INDIVIDUELE TENTOONSTELLINGEN
  • THEVENET IN DE POËZIE VAN RIK WOUTERS (gedicht) (1)
  • THEVENET EN "DE KAPSTOK" (+ illustratie)
  • RENÉ LYR EN "CEUX QUE J'AI DEFENDUS" [+ ullustratie]
  • RENÉ LYR EN "LES MOTS ET LES COULEURS" (+ illustratie)
  • THEVENET EN DE L. THEVENETLAAN TE HALLE (+ illustratie) EN EEN GEDENKPLAAT IN DE HENDRIK CONSCIENCESTRAAT
  • THEVENET EN DE HALLENAAR VICTOR LECOSSOIS
  • LOUIS FRANçOIS MARIE JOSEPH THEVENET, GEBOREN TE BRUGGE
  • THEVENET EN DE "COMMODE MET OPEN LADE" (+ illustratie)
  • RENÉ LYR, "MON AMI LOUIS THÉVENET" EN HET 'MYSTERIE' MENET (+ illustratie)
  • RESPECTEERDE DE HALLENAAR THEVENET OF WAS "LA NATURE" SLECHTS EEN BANALE, MISSCHIEN ZELFS KLEINERENDE SPOTNAAM?
  • OVER RENÉ LYR, DÉ BIOGRAAF VAN THEVENET, EN ZIJN PUBLICATIES IN BOEKVORM
  • THEVENET EN HENDRIK CONSCIENCE
  • THEVENET AAN HET STATION VAN HALLE (+ illustratie)
  • *BIJLAGE 6: LOUIS THEVENET OP WIKIPEDIA
  • *BIJLAGE 5: OLIEVERFSCHILDERIJEN IN HET BEZIT VAN MUSEA
  • *BIJLAGE 4: BLAUWDRUK VOOR '˜DÉ' LOUIS THEVENET-WANDELING OF VISUALISERING VAN LE PEINTRE MAUDIT IN HET HALSE STADSCHAP [a]
  • *BIJLAGE 3: INKOMSTEN UIT VERKOCHTE WERKEN VOLGENS "DE REEKENING VAN EMMA" (grafiek)
  • *BIJLAGE 2: VERHOUDING TUSSEN AANTAL VERKOCHTE WERKEN EN AANTAL BETAALDE WERKEN VOLGENS "DE REEKENING VAN EMMA" (grafiek)
  • *BIJLAGE 1: "MIJNHEER GAAT UIT" [(gedicht) (0)]
  • *NAWOORD OF PAS KLAARZIEN IN HET MYSTERIE DAT THEVENET GENOEMD WORDT
  • *THEVENET IN DE SCHIJNWERPERS OF EEN POGING OM HEM IN HET HALSE COLLECTIEVE GEHEUGEN TE KRIJGEN
  • *SLEUTELWERKEN DOORGELICHT
  • *EEN POGING TOT AL DAN NIET SITUEREN
  • *OOGSTRELENDE KLEURENSCHAKERINGEN
  • *DAGDAGELIJKSE VOORWERPEN
  • *DE REEKENING VAN EMMA" OF EEN ONMOGELIJKE ZOEKTOCHT IN HET KUNSTENAARSVERLEDEN (1, tenzij anders vermeld)
  • *DE MENS THEVENET
  • *WONEN IN HALLE EN DE ZOEKTOCHT NAAR EEN GOEDE WONING
  • *HALLE AAN DE ZENNE VAN 1916 TOT 1930 [a]
  • *VAN BRUGGE OVER BRUSSEL NAAR HALLE
  • *DE NAAM KENT MEN SOMS WEL MAAR NAAR DE DADEN HEEFT MEN HET RADEN
  • *HALLE: (TE) VEEL CULTUUR EN (VEEL TE) WEINIG KUNST?
  • *[OPDRACHTEN EN CITAAT]
  • *[BLADWIJZER OF] GEHEUGENSTEUN ( + illustratie)
  • THEVENET OF THÉVENET?
  • GEBRUIKSAANWIJZING (+ illustratie)
  • COPYRIGHT
    Gastenboek

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    over de Halse kunstschilder die al dan niet terecht een Brabants fauvist genoemd wordt
    Gebleken is dat Thevenet in Halle waar hij 16 jaren gewoond heeft, zo goed als onbekend is. Het Stadsbestuur, noch het Zuidwestbrabants Museum bezitten ook maar één werk. Tijdens zijn verblijf in Halle heeft het Stadsbestuur zelfs geen tentoonstelling aan zijn werk gewijd. Een initiatief van de literaire en kunstvereniging "Xarnego" uit Halle, waarvan letterkundige Rik Wouters voorzitter is. De bijdragen zijn van Rik Wouters, tenzij anders vermeld. Een aanvulling op dit blog is "http://blog.seniorennet.be/louis_thevenet2" of "Louis Thevenet (1874-1930): onvolledige catalogus".
    07-08-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.THEVENET IN DE POËZIE VAN RENÉ LYR


    In 1982 verscheen postuum René Lyrs verzamelde L’Oeuvre Poétique. Dit werk is verschenen op mille exemplaires dont neuf cent cinquante sur vélin bouffant et cinquante sur papier de Hollande Van Gelder numérotés de 1 à 50 constituant l’édition oirginale [1]. Het bevat alle gedichten van Lyr, verschenen in dichtbundels, met uitzondering van de eerste 4 dichtbundels, "Chant du Rêve", "Dans le Silence", "Brises" en "Rimes Fanées", waaruit selecties opgenomen zijn. Ook de onuitgegeven dichtbundels "Chansons de l’aube et du soir" (1902-1948), "Voyage au bout de toi" (1949-1951) en "Rosace de mes nuits" (1957) werden opgenomen.
    "Rétrospectieve", uit 1954, bevat talrijke verzen waarin ‘Thevenet’ de hoofdrol speelt. "Fleur de mon jardin", uit 1957, bevat een gedicht waarin Thevenet terloops opduikt.
    "Rétrospective" -Daarom ook gebruikte ik hierboven het algemene ‘verzen’.- stelt problemen. Gaat het om 1 gedicht waarin weinig om de lay-out gegeven werd? Gaat het om 1 gedicht waarin de onderdelen of ‘hoofdstukken’ door grotere ruimtes wit dan tussen strofes van elkaar gescheiden zijn? Gaat het om verscheidene gedichten die door grotere ruimtes wit dan tussen strofes van elkaar gescheiden zijn, in plaats van de stervorm gebruikt in andere bundels? Ik heb voor het laatste geopteerd.
    Hieronder vind je de originele teksten en een vertalingen ervan van mezelf. De ongetitelde gedichten van "Rétrospective" heb ik tussen vierkante haakjes als volgt van en ‘titel’ voorzien: gedicht gevolgd door een volgnummer. Ik heb vorm en interpunctie zoveel mogelijk gerespecteerd. Titels van werken werden, wanneer er een Nederlandse titel bestaat, in het Nederlands én cursief afgedrukt: onder het gedicht geef ik in de mate van het mogelijke informatie over de vermelde of beschreven schilderij. Lyrs foutieve ‘Thévenet’ wordt als Thevenet geschreven.



    "RÉTROSPECTIEVE"

    [gedicht 1, pagina 181]

    Oleffe Auderghem – le jardin
    des conciles dans la clairière
    Oleffe le Maître le Père
    comme le nommaient les dauphins
    Louis Thévenet Brusselmans
    Philibert Cockx Rik Wouters
    les en-allés les mil neuf cents.
    Ils ont combattu sous son nom
    ceux qu’on dira "Les Brabançons".
    Aujourd’hui tout l’oubli l’assiège
    mais nos vigiles le protègent
    dans la nuit et dans le brouillard
    comme jadis L’Homme du Phare

         Oleffe Oudergem – de tuin
         de samenkomsten op de open plek in het bos
         Oleffe de Meester de Vader
         zoals zijn kroonprinsen hem noemden:   
         Louis Thévenet Brusselmans 
         Philibert Cockx Rik Wouters,
         de gestorvenen die van negentienhonderd. 
         Onder zijn naam hebben zij die men
         "De Brabanders" zal noemen, gevochten. 
         Vandaag lijdt hij aan algehele vergetelheid 
         maar onze wakers beschermers hem
         tijdens de nacht en in de mist
         zoals vroeger L’Homme du Phare
        
    "L’Homme du Phare" is een werk van Oleffe.



    [gedicht 2, pagina’s 186-187]

    La grâce habite Solembempt
    et chaque matin c’est dimanche
    sur la toile Louis se penche
    tel Balthasar à Bethléem

         gratie woont in het Sollenbeemd
         waar het elke dag zondag is
         Louis bestudeert het doek
        zoals Bathasar Bethlehem

    bergers s’en viennent des vallons
    rois mages par plaines et monts
    chemineau par chemins chemine
    le coeur prie la main dessine

         herders komen uit dalen
         koningen over vlaktes en bergen
         een zwerver loopt over wegen
         de ziel bidt terwijl de hand tekent

    Entre dans la nature écoute le matin
    les paroles sont des corolles au jardin
    toutes neuves et la fillette en robe blanche
    et la lumière essaim d’abeilles dans les branches

         Aanschouw de natuur luister naar de morgen
         woorden zijn als nieuwe bloemkronen 
         in de tuin het meisje in het witte kleed
         het licht is als een zwerm bijen in de takken

    il suffit de tremper le pinceau dans l’air bleu
    le chant répond de la bouche des mains des yeux
    de tout ce jeune corps pétri de sa clarté
    qu’à la basse soutient le noir en pédalier

         het volstaat om het penseel in blauwe lucht te doppen
         gezang beantwoordt met mond handen ogen
         dat jeugdige lichaam gevormd door licht
         terwijl de bas het zwart als een voetklavier ondersteunt

    un amoureux émoi soulève le corsage
    et l’on voit battre doucement dans les barreaux
    la fleur du géranium fluidique coeur d’oiseau
    pris par la Chaise Rouge ainsi qu’en une cage.

         een ontroerde minnaar tilt het lijfje op
         men ziet zachtjes tussen tralies de bloem bonken
         van de geranium als het vloeibare hart van de vogel
         genomen door de Chaise Rouge in een kooi.

    Over "Chaise Rouge" heb ik niets kunnen achterhalen.



    [gedicht 3, pagina 188]

    Interrogé le vide énorme de la chambre
    un poème raconte et la vie et l’amour
    il est ce livre sur la table où se rassemblent
    les objets les reflets les musiques du jour.

         Een dichter die de enorme stilte ondervraagd
         heeft, vertelt over leven én liefde 
         hij is dat boek op tafel waar voorwerpen
         muzieken van de dag weerkaatsen.

    L’Harmonium absents les doigts ses touches noires
    comme des barres sur le blanc d’ivoire pur.
    Le violon au bois tendre suspend au mur
    les frémissants répons de la muette histoire

         Het Harmonium afwezig de vingers de zwarte toetsen
         zoals muziekstrepen op het maagdelijk-witte ivoor.
         De viool van zacht hout hangt op aan de muur
         sidderende responsaria van de zwijgende geschiedenis

    et dans le cadre d’or aux cercles enchantés
    le vieux portrait pâlit au colloque profane
    du couple en ces atours d’Orient inventé
    masques trop ressemblants de l’estampe persane.

         in de gouden kader vol betoverde cirkels
         verbleekt het oude portret de wereldlijke samenspraak
         van het koppel verzonnen in een oosterse omgeving
         verbergt het te gelijkend op een Perzische plaat.

    "Het Harmonium" verwijst naar het gelijknamige schilderij uit 1924 waarop verzen 3-4 van strofe 3 onmiskenbaar alluderen.



    [gedicht 4, pagina 188]

    Toutes les portes sont ouvertes
    les murs ne sont plus que des trous
    de lumière nette par où
    les Pespectives sont ouvertes

         Alle deuren zijn open 
         muren zijn niets meer 
         dan heldere lichtgaten
         langswaar Pespectives open zijn.

    les plans chevauchant l’accord
    des angles des carrés des lignes
    au prisonnier des gris des ors
    et des blues d’Oleffe font signe.

         de harmonie van hoeken vierkanten
         lijnen die tekeningen overlappen
         grijzen goudgelen en blauwen 
         van Oleffe geven aan de gevangene teken

    Trois cadences les tons posés
    comme des notes musicales
    et pour combler les intervalles
    les silences accumulés.

         Drie maten van aangebrachte kleuren
         als muzikale tonen 
         vullen intervallen
         verzamelde stiltes.

    La route et le bourdon sont prêts
    Louis s’évade dans l’abstrait.

         Weg en pelgrimsstaf zijn klaar
         Louis vlucht weg in het abstracte.

    Over "Pespectives" heb ik niets kunnen achterhalen. Het gedicht is alleszins gebaseerd op "Mijnheer gaat uit" uit 1916 en "Le violoncelle" uit 1923.



    [gedicht 5, pagina 189]

    Plus d’ombre
    le point détaché le jeu clair
    des lumières et des matières
    dans l’ordre muet et le nombre

         Geen schaduw meer
         afgesplitst ogenblik helder spel
         van kennis en aanleidingen
         in sprakeloze orde en harmonie

    un style d’espace et de rythme
    en contrepoint de son thème banal
    libre l’esprit un élan cathédral
    au moindre accent de som hymne.

         een stijl van ruimte en ritme
         in het contrapunt van zijn alledaagse thema
         vrije geest opwelling kathedraal
         in het minste accent van zijn lofzang.

    Peinture pure heure biblique
    au balancier entre les poids
    mesure orphique l’on perçoit
    l’exactitude des répliques.

         Zuivere schilderkunst bijbels uur
         op de slinger tussen de gewichten
         orfeïsche maat men neemt 
         de nauwkeurigheid van weerwoorden waar.

    Triangle timbre de la nappe
    chaise avec ses trois pieds valseurs
    sonnantes monnaies du Pape
    et cloche de Chapeau à fleurs.

         Driehoek kleurklank van het tafellaken
         stoel met haar drie walsende poten
         slaande Judaspenningen
         en de klok van de Hoed met bloemen.

    "Hoed met bloemen" verwijst naar het gelijknamige schilderij uit 1928.
    Vers 1 van strofe 1 kan het tweede deel van Thevenet’s carrière waar closionisme meer en meer naar de achtergrond verdween, aanduiden.



    "FLEURS DE MON JARDIN"

    ANCOLIE [pagina 222]
         AKELEI

    Soeur de la tristesse, ancolie,
    en ton humilité tapie
    à l’ombre des glaïeuls vainqueurs…
    et pourtant tu ris, tendre fleur

         Akelei, zuster van droefheid,
         in jouw nederigheid berust de schaduw 
         van overwinnende zwaardlelies.
         En toch lach je, gevoelige bloem 

    tu ris d’un ton frais, sans mélange
    ainsi que l’éclat d’ocre clair,
    si simple, si vive, si franche,
    dont Thévenet chantait son air.
    Et se prolonge la cadence
    au pli de ta corolle d’or
    avec la chère résonance
    de ses mots, par-delà la mort.

         je lacht met een frisse kracht, zonder mengsel, 
         als een uitbarsting van helder oker, 
         zo gewoon, zo hevig, zo openhartig,
         die Thevenet zangerig verheerlijkte.
         En het tempo verlengt zich 
         in de vouw van je gouden bloemkroon
         met de kostbare weerklank 
         van haar woorden, verder dan de dood.
        
    Tu les rappelles à ma peine
    en notre jardin de printemps
    si bien que c’est sa joie sereine
    à te regarder, que j’entends.

         Je herinnert hen aan mijn werk,
         in onze tuin in de lente
         zo goed dat het haar rustige genot
         is om je te bekijken dat ik hoor.
       
    [1] LYR, René. L’Oeuvre Poétique. Unimuse, Tournai. 1982.


    01-07-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ZAGEN THEVENET EN MENET ELKAAR NOG NA 1907?


    In mijn bijdrage "René Lyr, "Mon ami Louis Thévenet" en het ‘mysterie’ Thevenet (+ illustratie)", elders op deze site, had ik het over Menet wiens Thevenet-portret uit 1907 de kaft van Lyrs "Mon ami Louis Thévenet" siert. In vermeld boek had Lyr het terloops over Menet die quitta Bruxelles un beau jour et personne n’entendit plus parler de lui. [1]. Ik ben naar Menet op zoek geweest: veel heb ik, zoals uit vermelde bijdrage blijkt, niet gevonden.

    Lyr blijft vaag over Menet’s ‘verdwijning’. Hij weet dat hij Bruxelles op un beau jour verlaten heeft en dat sindsdien personne n’entendit plus parler de lui [1]. Wist Lyr zelf niets meer? Vond hij Menet niet boeiend genoeg om meer over te schrijven? Lyr heeft me met vragen opgezadeld.
    En er komen er nog meer. Wanneer is die beau jour geweest? Kort na het schilderen van Thevenet’s portret? Jaren later? Is het waar dat personne n’entendit pus parler de lui [1]? Veralgemeent Lyr? Waarom zou hij dat doen? Misschien omdat híjzelf niets meer van Menet gehoord heeft?
    Walschot veronderstelt dat Menet nog in 1913 in wat België genoemd wordt, was of geweest is. In zijn transcriptie van "de reekening van Emma" vermeldt hij dat in het jaar 1913 op 15 Maarte een zekere Mr Minet een paiza matin waarin paiza staat voor paysage, gekocht heeft voor 200 frank. Hij voegt er in zijn commentaren bij Emma’s boekhouding, die uitvoerig en verhelderend werken, aan toe dat de koper was, D.i. waarschijnlijk, Menet die het portret van Louis Thévenet schilderde. [2].
    Heeft Walschot het bij het rechte eind? Is Minet inderdaad een verschrijving van Menet? Verwonderlijk is dit niet, zoals uit mijn bijdrage ""de reekening van Emma" of een onmogelijke zoektocht in het kunstenaarsverleden", elders op deze site, blijkt. Toch heeft zelfs Walschot er zijn twijfels over. Niet voor niets gebruikte hij waarschijnlijk [2]. Zijn gereserveerdheid lijkt terecht. Het kan niet anders dan dat Hallenaar Walschot die geschiedenis en leven van zijn stad door en door kende, weet had van Minet’s die in Halle woonden. Ook nu wonen er nog.
    Thevenet verbleef in 1913 echter in het Brusselse. Woonden daar toen Minet’s? Ik zou het niet weten. Bladeren in de "Witte Gids" voor 2007-2008 leverde me voor Brussel 43 Minet’s op. Is het verwonderlijk dat er ook in 1913 Minet’s zouden gewoond hebben? Ik denk het niet. In dit geval kan het zeer goed zijn dat een Minet werk van Thevenet gekocht heeft. In dit geval is Walschot het te ver gaan zoeken en was zijn lichte twijfel terecht.
    Ik had vorige zin als slot van deze bijdrage willen beschouwen. Ik ben in vermelde telefoongids echter ook op zoek gegaan naar 'Brusselse' Menet's. Ik heb er één gevonden. Leefden er in 1913 ook Menet’s in Brussel? Het lijkt me zeer goed mogelijk dat ‘Thevenet’s’ Menet er nog rondhing, Thevenet nu en dan of zelfs geregeld zag en in 1913 de paiza matin [2] gekocht heeft.
    Vragen blijven echter: 
    -zagen Thevenet en Menet elkaar nog na 1907?;
    -wie heeft in 1913 de paiza matin [2] gekocht? Een Minet of een Menet?

    Je beweert dat het niet belangrijk is om te weten of de koper van Thevenet’s schilderij een Minet of een Menet, en in het laatste geval misschien wel dé of Thevenet’s Menet, was. Je hebt ongetwijfeld gelijk.
    Maar zijn het niet de schijnbaar ‘overbodige’ en over gewone mensen handelende details die de al te vaak saaie en daardoor niet tot lezen en bestuderen  uitnodigende geschiedenis van data en belangrijke gebeurtenissen boeiend en menselijk maken?!

    [1] LYR, René. Mon ami Louis Thévenet. Editions Nationales, Uccle. 1945.
    [2] WALSCHOT, L. De "reekening van Emma". In: Hallensia, jg. 24, nr. 1, januari-maart 2002, p. 26-29.


    28-06-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SERGE GOYENS DE HEUSCH, CLAUDE LYR EN "RETROSPECTIEVE LOUIS THÉVENET" (+ illustratie)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


    In 1990 verscheen "Retrospectieve Louis Thévenet" dat werd uitgegeven naar aanleiding van de retrospectieve tentoonstelling Louis Thévenet, georganiseerd door de Stad Halle met de medewerking van het Gemeentekrediet, in het Oud-Jezuïetencollege van 6 oktober tot 30 november 1999. [1].

    Het boek bevat 7 teksten:
    -een "Woord vooraf" van François Narmon, toen voorzitter van het directiecomité van het Gemeentekrediet;
    -een "Ten geleide" van Tom Severs, toen schepen van cultuur van de stad Halle;
    -niet-ondertekende "Biografische gegevens";
    -een Nederlandstalige vertaling van een tekst van Serge Goyens de Heusch;
    -een Nederlandstalige vertaling van een tekst van Claude Lyr, zoon van René Lyr, Thevenet’s biograaf;
    -een niet-ondertekende "Catalogus";
    -het Franse origineel van hierboven vermelde tekst van Goyens de Heusch;
    -het Franse origineel van hierboven vermelde tekst van Lyr;
    "een niet-ondertekende en erg selectieve "Bibliografie" die dan ook onvolledig en, wat erger is, niet representatief is.
    Het boek bevat ook en vooral een rijke schat aan iconografisch materiaal:
    -"Mijnheer gaat uit" van 65 cm bij 55 cm uit 1916 in kleur en de ondertekening van één van zijn werken, L
    THEVENET, op de kaft;
    -6 zwart-wit-foto’s van Thevenet en 1 zwart-wit-foto van Thevenet met vriend-schilder Crétin-Georges [1];
    -16 kleurenafbeeldingen van tentoonstelde schilderijen waarvan 10 uit zijn Halse periode dateren;
    -Frans-Nederlandse toegangskaart tot de Wereldtentoonstelling te Gent in 1913 met daarop de foto die jaren later op zijn zerk op de begraafplaats van Halle zal prijken;
    -postkaart aan René Lyr, geschreven op 7 juli 1925;
    -zwart-wit-afbeeldingen van 87 van de 88 tentoonstelde schilderijen waarvan 61 uit zijn Halse periode dateren;
    -Thevenet’s Franstalige doodsbrief waarop Thévenet [1] staat;
    -een foto van het borstbeeld van Thevenet door G. Van Goolen.
    Kortom, een gedenkwaardige en verzorgd-uitgegeven catalogus naar aanleiding van een memorabele tentoonstelling.

    Als tekstschrijvers van de kritische bijdragen werd gekozen voor Goyens de Heusch en zoon Lyr. Goyens de Heusch is schrijver van één van dé magistrale, verhelderende en verrijkende naslagwerken over "L’Impressionisme et le Fauvisme en Belgique" [2] dat overvloedig van illustratieve schilderijen voorzien is, en van "De Brabantse fauvisten" [3]. Zoon Lyr is opgegroeid tussen de vele Thevenet’s die deel uitmaakten van zijn vaders kunstverzameling. De keuze aanvechten zou onrechtvaardig zijn.
    Toch komen een aantal zaken vreemd over.
    Waren er geen andere kunstkenners die evengoed, misschien zelfs beter zouden gedaan hebben? Goyens de Heusch heeft Thevenet immers niet gekend en heeft het in zijn publicaties slechts met mondjesmaat over Thevenet sinds hij in Halle is komen wonen. Op die manier laat hij meer dan de helft van Thevenet’s oeuvre grotendeels buiten beschouwing. Zoon Lyr heeft Thevenet in zijn jeugd enkele keren ontmoet en gekend tussen 1925 en 1930 [4] zodat zijn kennis grotendeels komt van wat hij zijn vader heeft horen vertellen en uit de al dan niet uitgegeven geschriften van zijn vader.
    Waarom werd gekozen voor Franstaligen? Er zijn toch genoeg Nederlandstalige kunstkenners die evengoed, misschien zelfs beter zouden gedaan hebben. Ik heb a priori niets tegen Franstaligen. Ik zou echter geopteerd hebben voor een vertaling van René Lyrs "Mon ami Louis Thévenet" [5] uit 1945 omdat het het enige ‘volledige’ verslag van Thevenet’s leven, waarop de meeste latere schrijvers zich gebaseerd hebben, bevat. Het zou wel een vertaling moeten geweest zijn met tal van voetnoten die verduidelijkten, aanpasten of verbeterden.
    Bij de keuze van zoon Lyr plaats ik een groot vraagteken. Kan iemand die bewust aan vervalsing meegewerkt heeft en ze zelfs in stand gehouden heeft door zijn vaders ongepaste ingreep in de kunstgeschiedenis zelf te gebruiken, ‘objectief’ zijn? Vader en zoon Lyr hebben het steeds over Thévenet gehad omdat dat Franser en welluidender klonk -Kan Franstalige arrogantie in wat België genoemd wordt, echt zó ver gaan?!-, zo vond René. Dit laatste heeft Claude Lyr van der Eeckt persoonlijk bevestigd toen ik hem die vraag stelde tijdens het gesprek dat ik bij hem thuis met hem had. [6]. Zoon Lyr heeft de ‘uitvinding’ van zijn vader gebruikt en de ingreep van die vader nooit veroordeeld. Hij heeft, net als zijn vader, zonder toestemming van Thevenet en, wat erger is, zonder scrupules ingegrepen in Thevenet’s leven en het op een arrogante, denigrerende en hautaine wijze gedeeltelijk vervalst.

    Waarom werden Franstalige teksten opgenomen? Halle maakt immers deel uit van het Vlaams Gewest waar Nederlands de enige erkende en officiële taal is. Je zou natuurlijk kunnen stellen dat het Gemeentekrediet als uitgever doet en laat wat het wil en als Belgische bank de officiële talen van wat België genoemd wordt, gebruikt. Waar is het Duits dan echter gebleven?! 
    Probleem is wel dat de stad Halle nauw, erg nauw bij de publicatie betrokken was. De tentoonstelling werd georganiseerd door de Stad Halle, weliswaar met de medewerking van het Gemeentekrediet [1]. Overdrijf ik door te stellen dat de stad Halle hoofdorganisator en het Gemeentekrediet nevenorganisator was? Overdrijf ik door te stellen dat de stad Halle het Gemeentekrediet de toestemming gegeven heeft om de uitgave van de catalogus van een door de stad Halle georganiseerde tentoonstelling op zich te nemen? Dat de stad Halle actief meegewerkt heeft aan de catalogus, blijkt meer dan duidelijk uit het voorwoord van Tom Severs, toen schepen van cultuur van de stad Halle.
    Is het de taak van de Vlaamse stad Halle om een andere dan de enige gewesttaal te promoten?! Heeft de stad Halle überhaupt het recht om publicaties in een andere taal dan de enige gewesttaal te steunen en zelfs mee uit te geven?! Mijn antwoord dat niet korter kan: NEEN!

    Ondanks hierboven vermelde negatieve punten kan er op de teksten van Goyens de Heusch en Lyr op het zuivere inhoudelijke vlak weinig opgemerkt worden.

    Het "VVV-Toerisme Halle" op de Grote Markt van Halle heeft nog enkele exemplaren van "Retrospectieve Louis Thévenet". Het boek kost 7 € en kan er afgehaald worden. Het kan ook besteld worden en wordt na betaling opgezonden; de prijs wordt verhoogd met 3 € voor de verzendingskosten. Meer informatie:
    toerisme@halle.be.

    [1] DDAA. Retrospectieve Louis Thévenet. Brugge 1874 - Halle 1930. Gemeentekrediet, Brussel. 1990 [n.a.v. de tentoonstelling "Louis Thévenet", georganiseerd door de Stad Halle met de medewerking van het Gemeentekrediet in het Oud-Jezuïetencollege te Halle van 6 oktober tot 30 november 1990].
    [2] GOYENS DE HEUSCH, Serge. L’Impressionisme et le Fauvisme en Belgique. Fonds Mercator, Anvers. 1988.
    [3] GOYENS de HEUSCH, Serge. De Brabantse fauvisten. In: DDAA. De Brabantse fauvisten. Gemeentekrediet van België, Brussel, p. 11-99. 1979 [n.a.v. de tentoonstelling "De Brabantse fauvisten", georganiseerd door het Gemeentekrediet van Belgïë in de Passage 44 te Brussel].
    [4] LYR, Claude. Het mysterie Thévenet. In: DDAA. Retrospectieve Louis Thévenet. Brugge 1874 - Halle 1930. Gemeentekrediet, Brussel, p. 45-53. 1990 [n.a.v. de tentoonstelling "Louis Thévenet", georganiseerd door de Stad Halle m.m.v. het Gemeentekrediet in het Oud- Jezuïetencollege van Halle van 6 oktober tot 30 november 1990].
    [5] LYR, René. Mon ami Louis Thévenet. Editions Nationales, Uccle. 1945.
    [6] VAN DER EECKT, Gabriëlla. Louis Thevenet: 1894-1930 Schilderij: "De Vierbunder". Eindwerk tot het bekomen van het diploma van antiekhandelaar. I.M.O.V. Gent, Gent. 1994 [Promotor: Lieve Compernolle].


    27-06-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.THEVENET IN DE POËZIE VAN RIK WOUTERS (gedicht) (2)


    Onderstaand gedicht is een vrije interpretatie van "En attendant la procession" van 70 cm bij 60 cm uit 1924. Het maakt deel uit van een dichtbundel in voorbereiding met als werktitel "Of hij ooit nog thuiskomen zal, ergens, en woordenloos bijven spreken". Er is nog geen verschijningsdatum voorzien.


    "WACHTEND OP DE PROCESSIE" 

    Zoals elk jaar bijna heeft een processie op zich laten
    wachten. Parapluus kunnen overvloedige regen niet
    bezweren. Vlaggen van Hal en la Belgique die gevels,
    zelfs ruzies verbergen, kunnen overgewicht nauwelijks

    nog dragen. Hij houdt zich in een geborgen deurgat
    verborgen. Hij wil niet opvallen: hij spreekt de taal
    amper. Hij heeft geleerd dat woordenloos spreken
    beter is om te verbeelden waar hij heen wil. Hij kijkt

    op en weet dat een kwajongen die hij heel goed kent,
    een spandoek waarop "chrétien" staat, aan een gevel
    van la maison du peuple gehangen heeft. Hij lacht,
    lichtjes gegeneerd. Hij zal zichzelf nooit verraden.


    26-06-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.COLLECTIEVE TENTOONSTELLINGEN


    Volgende gegevens worden in de aangeduide volgorde vermeld: naam van de tentoonstelling; ruimte waar de tentoonstelling plaatsvond; organisator(en); plaats; periode. "[…]" komt in de plaats van niet-achterhaalde gegevens, "[begrip]" in de plaats van nog te bevestigen gegevens.
    Meer dan waarschijnlijk zijn dit niet alle collectieve tentoonstellingen waarop werk van Thevenet te zien was.

    1. Tijdens zijn leven:
    -"Cinquième Salon Annuel"; Musée Moderne; Labeur; Brussel; 1902;
    -"Sixième Salon Annuel"; Musée Modene; Labeur; Brussel; 1903;
    -[…]; […]; La Libre Esthétique; Brussel; 1904;
    -[…]; […]; Labeur; Brussel; 1905;
    -[…]; […]; Labeur; Brussel; 1906;
    -"Salon des Indépendents"; […]; […]; Paris; 1906;
    -[…]; […]; Labeur; Brussel; 1907;
    -"Salon d’Automne"; […]; […]; Paris; [december] 1909;
    -"Collection F. Van Haelen"; kasteel van Wolvendael; […]; Ukkel; 10.5.1924 - 23.5.1924.

    2. Postuum:
    -[…]; […]; […]; Winterthur; 1933;
    -[…]; […]; […]; Oslo; 1934;
    -[…]; […]; […]; Stockholm; 1934;
    -"Exposition Universelle et Internationale de Bruxelles"; […]; […]; Brussel; 1935;
    -[…]; […]; Propagande artistique belge à l’étranger; Helsingfors; 1937;
    -[…]; […]; Propagande artistique belge à l’étranger, Moskou; 1937;
    -"Panorama de la Peinture belge Contemporaine"; Paleis voor schone Kunsten; Compagnons de l’Art; Brussel; 1938;
    -"Exposition de Liège"; Pavillon de l’Art Moderne; […]; Liège; 1939;
    "Trente chefs-d’oeuvre de la Peinture Belge"; […]; […]; […]; 1942;
    -"Nieuwpoort en zijn schilders"; stadhuis van Nieuwpoort, stad Nieuwpoort; Nieuwpoort; 13.7.1957 - 28.7.1957;
    -"De Brabantse fauvisten"; Passage 44; Gemeentekrediet; Brussel; 1979;
    -"Zes Halse schilders"; Oud-Jezuïetencollege; […]; Halle; 23.2.1980 - 2.3.1980;
    -"15ième Salon d’Ensemble des peintres de Rouge-Cloître et d’Auderghem"; Rood Klooster; […]; Oudergem; 4.12.1986 - 15.2.1987;
    -"Schilders van het interieur"; Sint-Audomaruskerk; Opbouwwerk Ijzerstreek m. m. v. VVV Veurne-Ambacht; Beauvoorde; 13.7.1991 - 18.8.1991;
    -"De verzameling François Van Haelen"; Herman Teirlinckhuis; Gemeentekrediet; Beersel; 11.6.1994 - 10.7.1994;
    -"De verzameling François Van Haelen"; Galerie van het Gemeentekrediet; Gemeentekrediet; Brussel; 9.9.1994 - 6.11.1994;
    -"Art @ Belgium"; Passage 44; Dexia; Brussel; 21.9.2000 - 14.1.2001;
    -"Ukkel, mijn geheime tip" en "Enele oude Ukkelse artiesten"; ’t Hof ten Hove"; […]; Ukkel; 26.1.2002 - 27.1.2002:
    -"D'Ensor à Magritte dans les collections du Musée de Gand"; Musée de Lodève; Lodève, Frankrijk; 20.11.2004 - 27.2.2005.


    25-06-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.INDIVIDUELE TENTOONSTELLINGEN


    Volgende gegevens worden in de aangeduide volgorde vermeld: ruimte waar de tentoonstelling plaatsvond; organisator(en); plaats; periode. "[…]" komt in de plaats van niet-achterhaalde gegevens, "[begrip]" in de plaats van nog te bevestigen gegevens.
    Ik ben er niet zeker van of alle individuele tentoonstellingen opgenomen zijn.

    1. Tijdens zijn leven:
    -Galerie Georges Giroux; Galerie Georges Giroux; Brussel; 17.3.1913 - 30.3.1913;
    -[…]; Cercle Artistique et Littéraire de Bruxelles; Brussel; 12.1.1914 - 18.1.1914;
    -Galerie Georges Giroux; Galerie Georges Giroux; Brussel; 1916;
    -[…]; Cercle Artistique et Littéraire de Bruxelles; Brussel; 1923;
    -Galerie Louis Manteau; Galerie Louis Manteau; Brussel; 21.2.1925 - 4.3. 1925.

    2. Postuum:
    -[…]; Kunst van Heden; Antwerpen; [1ste helft] 1931;
    -Kunstkring in het Park van Brussel; Cercle Artistique et Littéraire de Bruxelles; Brussel; 24.12.1932 - […];
    -[…]; Kunst van Heden; feestzaal van de stad Antwerpen, Antwerpen; 1939;
    -Paleis voor Schone Kunsten; Paleis voor Schone Kunsten; Brussel; 20.12.1941 - 18.1.1942;
    -Galerie Brueghel; […]; Brussel; 1946;
    -[…]; Geschied- en Oudheidkundige Kring Halle; Oud-Jezuïetencollege, Halle; […] - 16.2.1955;
    -Orangerie van het Wolvendaelpark te Ukkel; Uccle Centre d’Art; Ukkel; 9.7.1955 - [juli] 1955;
    -Oud-Jezuïetencollege; Geschied- en Oudheidkundige Kring Halle; Halle; 25.5.1960 - 11.9.1960;
    -Raadzaal van het stadhuis Halle; Middenstandsraad; Halle; 23.12.1970 - 3.1.1971;
    -Oud-Jezuïetencollege; Organisatiecomité retrospectieve; Halle; 24.1.1975 - 16.2.1975;
    -Galerij A.S.; Galerij A.S.; Konkke; [december] 1984 - 6.1.1985;
    -Herman Teirlinckhuis; Gemeente Beersel; Beersel; 15.6.1985 - 14.7.1985;
    -Oud-Jezuïetencollege; Stad Halle m. m. v. Gemeentekrediet; Halle; 6.10.1990 - 30.10.1990;
    -Felix De Boeckmuseum; Gemeente Drogenbos en Stichting Felix De Boeck, Drogenbos; Drogenbos; 9.9.2001 - 25.10.2001;
    -Museum Dhondt-Dhaenens; Museum Dhondt-Dhaenens; Deurle; 20.2.2005 - 17.4.2005.


    21-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.THEVENET IN DE POËZIE VAN RIK WOUTERS (gedicht) (1)


    Een eerste Thevenet-gedicht is opgenomen in "Bijlage 1: "Mijnheer gaat uit"". Het is een vrije interpretatie van "Monsieur va sortir" van 65 cm bij 55 cm  uit 1916.

    Onderstaand gedicht is een vrije interpretatie van "Le violoncelle" van 70 cm bij 60 cm uit 1923 dat veel 'gelijkenis' vertoont met het vermelde "Monsieur va sortir". Het maakt deel uit van een dichtbundel in voorbereiding met als werktitel "Of hij ooit nog thuiskomen zal, ergens, en woordenloos bijven spreken". Er is nog geen verschijningsdatum voorzien.

    "DE VIOLONCEL" 

    Jaren later en dichter bij dood dan leven. Een interieur
    is veranderd. Schoenen die niet blijken te aarzelen,
    hebben een wandelstok vervangen. Een violoncel die
    nooit van Adrien Servais geweest is, en een ronde tafel

    met een levende nature morte hebben met veel stilte
    die zichtbaar is, de plaats van een gesloten ladenkast
    ingenomen. Iemand heeft op een achtergrond een deur
    dicht geduwd en een vluchtweg afgesloten. Gelukkig

    sieren schilderijen een muur die neutraal was. Kleuren
    houden geen storend stof en afwezigheid op afstand. Hij
    ligt boven in het hoge bed. Marine van Oleffe herinnert.
    Zal mijnheer vandaag eindelijk en voorgoed uitgaan?


    20-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.THEVENET EN "DE KAPSTOK" (+ illustratie)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


    De afgebeelde illustratie in mijn bezit is een kleurenafbeelding van een fragment van "De kapstok" uit 1917, 67 cm bij 48 cm, eigendom van het Van Buuren Museum, Léo Erraralaan 41 te 1180 Brussel.
    De prentkaart is uitgegeven door Est-Quest-Br. -Staat Br. voor Bruxelles?- en bevat opschriften in het Nederlands en het Frans. Het Nederlandse luidt: Thevenet: "De kapstok" - (fragment). / 1874-1930, schilder van werken met een volks- en intimistisch karakter. Opmerkelijk is dat de Franse tekst het over over Thévenet heeft.
     De korte bovenzijde van de kaart is gekarteld. Zat er ooit iets anders, misschien wel een andere prentkaart, aan vast?


    18-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.RENÉ LYR EN "CEUX QUE J'AI DEFENDUS" [+ ullustratie]
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


    In 1978 verscheen postuum Lyrs "Ceux que j’ai défendus". Il a été tiré de cet ouvrage 100 exemplaires sur édtion Climatic numérotés de 1 à 100. Ce tirage constitue l’édition originale. [1]. Mijn exemplaar heeft vreemd genoeg geen nummer.
    Het boek bevat fragmenten uit Lyrs dagboeken en kan als een vervolg op "Les mots et les couleurs" [2] gezien worden. Opnieuw komen immers schilderen en schilders, naast Lyr zelf, aan bod.

    Thevenet is geregeld aanwezig, maar treedt minder op de voorgrond dan in "Les mots et les couleurs" [2]:
    -op 67 pagina’s komt hij in 12 pagina's al dan niet terloops aan bod;
    -een potloodtekening van Lyr die Thevenet frontaal voorstelt met deukhoed en pijp, is ingelast na pagina 64.
    De kaft echter ademt vooral Thevenet. Het is een kleurenweergave van een olieverfschilderij van Claude Lyr, Renés zoon, met als titel ""La Collection". De symboliek ervan verwijst volledig naar (het belang van) zijn vader:
    -15 schilderijen die aan de muur hangen, verbeelden niet alleen Lyrs belang als kunstcriticus én vriend van schilders, maar ook als kunstliefhebber en verzamelaar van schilderijen. In verband met dit laatste spreekt de titel van het werk van Claude Lyr boekdelen;
    -in een open deur liggen op een lage tafel 5 boeken. Ze verwijzen naar het feit dat Lyr schrijver was. De boeken liggen op 2 stapeltjes. Duiden ze aan dat Lyr kritisch -schilderkunst en muziek- én creatief schijver -dichtbundels en andere creatieve werken- was?
    7 van de 15 schilderijen zijn van Thevenet. Ik som ze op:
    Eerste rij vertikaal (helemaal links):
    -1. Bovenaan: "Gerookte haringen met tas", 20 cm x 40 cm, 1915;
    -2. Onderaan: "Het harmonium", 50 cm x 60 cm, 1924;
    Tweede rij vertikaal:
    -3. Bovenaan: "Mijnheer gaat uit", 65 cm x 55 cm, 1916;
    -4. Onderaan: "Boemkool en regenscherm", 50 cm x 33 cm, 1922;
    Vijfde rij vertikaal (links van de deur):
    -5. Bovenaan: ik heb titel, noch jaar kunnen achterhalen;
    Zesde rij vertikaal (boven de deur):
    -6. Bovenaan: "Hoed met bloemen", 60 cm x 70 cm, 1928;
    Zevende rij vertikaal (helemaal rechts):
    -7. Onderaan: "Le chevalet" of La chaise rouge", 60 cm x 70 cm, 1922.

    Net als in "Les mots et les couleurs" [2] kan moeilijk ontkend worden dat Lyr meer door Thevenet en zijn werk dan door (dat van) andere schilders getroffen werd. In "Ceux que j’ai défendus" is de aandacht echter verlegd naar het pure visuele zoals uit de kaft blijkt.

    [1] LYR, René. Ceux que j’ai défendus. De Brusselmans à James Ensor. Unimuse, Tournai. 1990.
    [2] LYR, René. Les mots et les couleurs. 1924-1940. Unimuse, Tournai. 1978.


    17-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.RENÉ LYR EN "LES MOTS ET LES COULEURS" (+ illustratie)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


    In 1978 verscheen postuum Lyrs "Les mots et les couleurs". Il a été tiré de cet ouvrage : 100 exemplaires sur Holland Van Gelder numérotés de 1 à 100. Ce tirage constitue l’édition originale [1]. Mijn exemplaar heeft het nummer 15.
    Het boek bevat fragmenten uit Lyrs dagboeken die 36 schriften bevatten en geschreven zijn van 1924 tot en met 1940. Slechts schilderen en schilders komen, op uitzondering van een musicus, aan bod.
    Uit het voorwoord blijkt dat Lyr met het idee rondgelopen heeft om zijn dagboeken of fragmenten eruit te publiceren. Hij had zelfs een titel voor ogen. Die titel is de uiteindelijke titel van het boek geworden.

    Thevenet is prominent aanwezig:
    -op de 164 pagina’s komt hij in 40 bladzijden al dan niet terloops aan bod;
    -de kaft bestaat uit een afbeelding van "Mijnheer gaat uit", 65 cm bij 55 cm, uit 1916, één van Thevenet’s bekendste werken. Het behoorde ooit tot Lyrs verzameling;
    -2 foto’s van Thevenet in Halle, ingelast na bladzijde 112: op de ene speelt hij pijprokend harmonium en op de andere poseert hij pijprokend met de pijp in de rechterhand tussen kast met vazen links en spiegel, schoorsteenmantel en kachel rechts. Het niet-armoedige interieur doet me veronderstellen dat de foto’s genomen zijn in de woning op de Consciencestraat.

    Het kan moeilijk ontkend worden dat Lyr meer door Thevenet en zijn werk dan door (dat van) andere schilders getroffen werd.

    [1] LYR, René. Les mots et les couleurs. 1924-1940. Unimuse, Tournai. 1978.


    16-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.THEVENET EN DE L. THEVENETLAAN TE HALLE (+ illustratie) EN EEN GEDENKPLAAT IN DE HENDRIK CONSCIENCESTRAAT
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


    In de vijftiger jaren van vorige eeuw heeft de Stad Halle bijzondere aandacht aan Louis Thevenet besteed. In de onmiddellijke omgeving van het kanaal Brussel-Charleroi kwam een L. THEVENETLAAN, zoals uit het straatnaambord blijkt. Aan de gevel van zijn vroegere woning op de Hendrik Consciencestraat 58, 41 toen de schilder er van 1927 tot 1930 woonde, werd in de zeventiger jaren van vorige eeuw een gedenkplaat van Camille Colruyt ingehuldigd. Over het wanneer, waarom en hoe moet ik nog onderzoek verrichten. Wel staat vast dat rond beide zaken officiële ‘dingen’ gebeurd zijn. Toch durf ik te gewagen van gemiste kansen.

    Het opschrift van de gedenkplaat vermeldt slechts de eerste letter van de voornaam, familienaam en geboorte- en overlijdensdatum. Dat Thevenet schilder was, wordt onvermeld gelaten zodat de toevallige voorbijganger die zeer goed een Hallenaar kan zijn, niet te weten komt wie die Thevenet was.
    De naam van de straat waar de gedenkplaat kwam, werd niet veranderd in Thevenetstraat. Thevenet heeft er nochtans de laatste 4 jaren van zijn leven gewoond en nog verscheidene meesterwerken voortgebracht. Conscience daarentegen is nooit in Halle gedomicilieerd geweest en heeft, ondanks korte en minder korte verblijven, niets met die straat te maken. Denk niet dat ik wil dat de Consciencestraat uit Halle moet verdwijnen. Verplaats ze naar elders waar wel een link met Conscience is. 2 mogelijkheden: het stuk van de Ninoofsesteenweg vóór het café van "Lamme Gisj" en het pleintje vóór dat café.
    Ontneem Thevenet het eerbetoon waarop hij recht heeft, toch niet.

    Dat een laan langs het kanaal Brussel-Charleroi, die slechts in de vijftiger jaren van vorige eeuw ontstond, naar Thevenet genoemd werd, is een raadsel, gewoon maar omdat er geen link tussen de schilder en die plaats geweest is.
    Maar ja, gedane zaken … Ik moet er dus mee leven. Toch stoort het straatnaambord, waarvan ik in mei 2007 een foto genomen heb, dat de schilder onwaardig is, me. Het gaat om een verbleekte plaat waaruit stukken ontbreken en die met verroeste moeren vastgeschroefd is. Ooit moet de naam van Thevenet er in melkwitte letters op een hemelsblauwe achtergrond geprijkt hebben. Er is geen enkele verwijziging naar wie Thevenet was.
    Daarom moet ook de recente gemiste kans aangeklaagd worden. Toen enkele jaren geleden nieuwe straatnaamborden aangebracht werden, viel de Thevenetlaan (?) uit de boot. Dat het nochtans anders kan, blijkt door het straatnaambord van onder meer het Sollenbeemd waar Thevenet 12 jaren gewoond heeft: onberispelijk wit op blauw met de naam van de stad, haar wapenschild en een verklaring van de naam van de straat.
    Vreemd is dat de naam van de L. THEVENETLAAN in hoofdletters afgedrukt is en die van het Sollenbeemd in gewone letters. Twijfelde de Stad eraan of de schilder Thevenet of Thévenet heette? Heeft ze door het gebruik van hoofdletters een polemiek willen vermijden? Heeft ze haar eigen onkunde verdoezeld? Wie zal het zeggen?

    Feit is dat de Stad Halle werk mag maken van een opfrissing van het straatnaambord van de L. THEVENETLAAN. Nee, geen opfrissing, maar een actualisering door het plaatsen van een nieuw bord met vermelding van de voornaam en de situering van de schilder.
    Feit is dat de Stad Halle werk mag maken van de erkenning van Thevenet als schilder en de (h)erkenning van de schilder als authentiek Hals kunstenaar!


    15-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.THEVENET EN DE HALLENAAR VICTOR LECOSSOIS


    Van 13 juli tot 18 augustus 1991 liep er in de Sint-Audomaruskerk van Vinkem-Beauvoorde een tentoonstelling met als titel "Schilders van het interieur" [1]. Werken van 2 Hallenaars werden tentoongesteld:
    -Louis Thevenet van wie vermeld wordt dat hij De dingen van elke dag, intiem en ongekunsteld schilderde, met "Zomerzondagmorgen", 70 cm bij 60 cm, waarvan een detail in zwart-wit in de catalogus afgebeeld is, en "Tien na tien", 65 cm bij 55 cm, beide zonder vermelding van datum;
    -Victor Lecossois (Halle, 1897 - Asse, 1976) van wie Typisch naïef werk van een autodidakt, "In het café", 62 cm bij 70 cm, zonder vermelding van datum en in zwart-wit in de catalogus afgebeeld is.

    Over Lecossois vond ik ondermeer: Peintre naïf; outilleur, monteur de radios, brodeur, métiers divers; découvert par T. Bos et D. Haine; peintre de natures mortes, de processions, de coins de villes, de terrasses et d'intérieurs de magasins où il évoque le temps de sa jeunesse. Lecossois est un observateur attendri de la vie populaire brabançonne et de ses traditions folkloriques, mais il dépasse l'anecdote naïve et les inventaires minutieux. Ses constructions reposent sur une architecture rigoureuse, sur des perspectives multiples qui tendent à rétablir le tableau dans ses deux dimensions essentielles. Excellent coloriste, il se cantonne dans la douceur des tons pastel; en 1975, il ouvre sa palette à des roses tyriens, des turquoises, des jaunes clairs, distribués en longues stries dans les ciels et savamment "repiqués". Expositions à Bruxelles, Belgrade, Anvers et Lokeren. Participe à Peintres naïfs belges (Théâtre National, Bruxelles, 1965; Hasselt et Verviers, 1966), à Naivi, première Biennale de Zagreb (1970), à Naivni, deuxième Biennale de Zagreb (1973). [2]. 

    Zou Lecossois Thevenet persoonlijk gekend hebben?

    [1] D’HAESE, Jan. Schilders van het interieur. Opbouwwerk Ijzerstreek met medewerking van VVV Veurne-Ambacht, Veurne. 1991.
    [2]
    http://balat.kikirpa.be/DPB/NL/FMPro?-db=Dictionnaire.fp5&-lay=web&-format=Detail_notice.htm&ID_dpb=3311&-find.
     


    12-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.LOUIS FRANçOIS MARIE JOSEPH THEVENET, GEBOREN TE BRUGGE


    In het Stadsarchief van de Stad Halle [a] en in mijn eigen archief [b] bevindt zich een fotokopie van de geboorte-akte van Louis Thevenet.

    De volledige tekst:
    Ten jare achttien honderd vier en zeventig, den twaelfden / february, om tien uren ’s morgens, is voor ons: Arthur Pecsteen, de Sche- / pen, Ambtenaer van den borgerstaet der Stad Brugge, hoofd- / plaets der provincie Westvlaenderen, verschenen:
    Alphonse / Constantin Thevenet, professor van muziek, oud / acht & dertig jaren, geboren te Brugge, alwaer wonende noordzand- / straet, D. 45; denwelken ons vertoond heeft een kind van het / mannelijk geslacht, geboren heden om zeven ure ’s morgens, in / bovengemeld huis, van hem verklaerder, en van / Anne Thérèse Françoise Van Vyve, zijne huis- / vrouw, byzondere, oud zes & dertig jaren, geboren te Brugge, aldaer / wonende noordzandstraet, D. 45 en waeraen hij verklaerd / heeft te geven de voornamen van Louis François / Joseph Marie; de voornoemde vertooning en ver- / klaring gedaen in tegenwoordigheid van Emile Mathot, négo- / ciant, oud zeven & dertig jaren en François Anicaert, bijzondere, / oud vijf en zeventig jaren, beide wonende te Brugge; na voorlezing, / de vader en de getuigen hebben met ons geteekend.
    De verklaring is ondertekend door:
    -links boven: Alphonse Thevenet;
    -links onder en achter elkaar: Mathot en Anicaert;
    -rechts iets lager dan Thevenet: de schepen van de burgerlijke stand.

    In de tekst valt duidelijk de schrijfwijze van de familienaam op: Thevenet en niet Thévenet. Dit zou kunnen geïnterpreteerd wordt als een fout van de schepen van de burgerlijke stand. De handtekening van vader Thevenet, Thevenet, spreekt dit echter tegen.
    Bij de handtekeningen vallen 3 zaken op:
    -vader Alphonse Thevenet heeft getekend met Alphonse Thevenet Van Vyve. Hij heeft aan zijn familienaam die van zijn echtgenote én moeder van Louis toegevoegd;
    -Mathot Thevenet die een jaar jonger was dan Alphonse Thevenet. Is Mathot een voornaam? Kan hij dan een broer of neef van Alphonse Thevenet geweest zijn? Is Mathot een familienaam? Kan het dan zijn dat hij net als Alphonse Thevenet de familienaam van zijn echtgenote aan de zijne heeft toegevoegd? Dan moet hij aangetrouwde familie, maar geen schoonbroer geweest zijn;
    -Het is vreemd dat beiden aan hun familienaam een tweede familienaam toegevoegd hebben. Was dit toen de gewoonte?


    [a] Halle - Stadsarchief. Monseigneur Senciestraat 13 te 1500 Halle.    
    [b] Rik Wouters - privé-archief. Merellaan 7 te 1500 Halle.


    10-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.THEVENET EN DE "COMMODE MET OPEN LADE" (+ illustratie)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


    De afgebeelde illustratie in mijn bezit is een zwart-wit-foto van de "Commode met open lade", 51 cm bij 73,5 cm, uit 1907. De foto is genomen door "Photo l'Épi" van R. Devolder uit Hamoir tijdens de "Exposition Universelle et Internationale de Bruxelles" in 1935.


    06-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.RENÉ LYR, "MON AMI LOUIS THÉVENET" EN HET 'MYSTERIE' MENET (+ illustratie)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


    In 1945 verscheen Lyrs "Mon ami Louis Thevenet" [1] dat volledig aan de schilder gewijd is en klaargeraakte te Uccle in janvier 1944. Er waren 2 uitgaven:
    -Deux cents exemplaires sur papier de luxe numérotés de I à 200 ;
    -Mille exemplaires sur papier ordinaire numérotés de 20I à I200 (…).
    Het boek kan nog voor een betaalbare prijs in de gespecialiseerde handel gekocht worden. Mijn exemplaar heeft het nummer 659.

    Het boek van 185 pagina's bevat zwart-wit illustraties:
    -26 schilderijen van Thevenet. Het oudste schilderij dateert uit 1905, het jongste uit 1928;
    -een brief van Thevenet aan Lyr van 2 januari 1925;
    -2 foto’s van Thevenet: een met deukhoed, pijp en schilderstas en een ander met pijp terwijl hij op zijn harmonium waarop een partituur opvalt, speelt;
    -het "Portrait de Louis Thévenet", schilderij van Auguste Oleffe uit 1897 waarop Thevenet aan de havengeul van de Nieuwpoortse vissershaven op zijn schildersezel schildert en waar hij er voor een 23-jarige erg oud uitziet;
    -een potloodtekening van Lyr van Thevenet met deukhoed en pijp zonder opgave van het jaar;
    -een foto van Emma met hoed, mantel en handtas in een niet nader te bepalen winkelstraat in een niet nader te bepalen gemeente of stad;
    -een foto van de tuin van een huis dat Oleffe in Nieuwpoort huurde met Oleffes vrouw Henriette, zijn moeder en Oleffe zelf.
    De kaft bevat een portret van Thevenet met links onderaan Menet, de naam van de schilder, en erboven 1907, waarop de schilder met deukhoed met zijn kinderlijke en speelse blik de toeschouwer recht in de ogen kijkt.

    Over Menet is weinig geweten. Lyr heeft het over hem slechts beknopt in "Mon ami Louis Thevenet" gehad: Le portrait de Menet, que j’ai quotidiennement sous les yeux, est l’unique document qui nous reste de la psychologie et du comportement social de Louis à la période de son existence où nous sommes. Il porte la date : 1907. Je n’ai vu, de son auteur, que deux toiles, d’inspiration et d’intention curieuses, et dont la facture prouve un talent plein de ressources. Ce Menet, français d’originaire de la Lorraine, quitta Bruxelles un beau jour et personne n’entendit plus parler de lui. [1, p. 43].
    Het werk moet voor Thevenet een bijzondere waarde gehad hebben. Lyr vervolgt immers: Thévenet gardait ce souvenir jalousement. Il y retrouvait, fidèle, l’image de son lointain combat. On dirait un personage de Rembrandt. (…) Ce portrait en dit plus que tous les mots qu’on a prêtés à l’artiste de ce qui fut – au fond – sa pénible aventure. [1, p. 43-44].
    Na Thevenet's dood heeft Emma het schilderij aan Romain Sevenants, eigenaar van café "Le Terminus" te Ukkel en eigenaar van tientallen Thevenet's, gegeven. Lyr kon het in 1943 van Sevenants afkopen. Ik heb (nog) niet kunnen achterhalen waar het schilderij zich nu bevindt.

    Veel heeft Lyr me niet bijgebracht over Menet: de familienaam, het feit dat hij schilder en tijdsgenoot van Thevenet was en zijn origine français (…) de la Lorraine [1, p. 43]. Hij heeft zelfs zijn voornaam niet vermeld.
    Toch kan men Lyr weinig of niets verwijten. Een weliswaar te korte en dus ook onvolledige zoektocht op internet leverde me niet veel bruikbaars over Menet op:
    -zijn voornaam was Florent;
    -hij werd in 1872 in Houdeng-Goegnies in wat België genoemd wordt, geboren;
    -zijn datum van overlijden wordt geregeld niet vermeld hoewel vaak 1942 opgegeven wordt;
    -ook de plaats van overlijden wordt geregeld niet vermeld hoewel vaak Nantes opgegeven wordt;
    -hij heeft ooit in Schaarbeek, lees Schaerbeek, gewoond;
    -schilderijen: "Danseres" (43 cm bij 29 cm), "Arène en Espagne" (30 cm bij 42 cm) en "L’Épave (le peintre lillois Denoeux)";
    -er bestaat een licht-erotische prentkaart.
    Over zijn portret van Thevenet uit 1907 heb ik geen spoor gevonden.
    Het ‘mysterie Menet’ blijft bestaan.

    Groot was mijn verbazing toen bleek dat Menet voor een nageslacht gezorgd heeft. Ik vond volgend bericht van een zekere Damien, op 25 november 2006 op een website geplaatst: je recherche des infos sur Florent Menet qui est mon arriere grand pere, peintre belge j’nen sais pas beaucoup plus mes grands parents n’ont jamais voulu m’en quelqu’un pourrait m’aider [a]? Een kreet voor hulp.
    Was Florent Menet in de ogen van zijn familie een peintre maudit zoals Thevenet dat was voor de Belgische kunstkringen, de Stad Halle en de Hallenaars?

    [a] www.journal-naissance.com/v4/forums.


    04-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.RESPECTEERDE DE HALLENAAR THEVENET OF WAS "LA NATURE" SLECHTS EEN BANALE, MISSCHIEN ZELFS KLEINERENDE SPOTNAAM?


    In mijn essay "L. Thevenet onbegrepen schilder van een oeuvre vol dagdelijkse dingen" heb ik geschreven dat de schilder, Hoewel hij een eenzaat was, (…) niet leefde in het verleden en (…) zich niet afzonderde. Meer zelfs, Hij kende de mensen uit zijn woonomgeving en vond Halle een goede en mooie stad waar hij tussen de mensen leefde. Tussen de gewone mensen die net als hij hun eigen kleine en vooral grote problemen hadden. Hij was zelfs door Halle geïntrigeerd: Hij kende leven en werk van Servais en Conscience. [1].
    Hij heeft zich niet alleen over de stad, maar ook over haar inwoners positief uitgelaten. Hij vond de Hallenaars Des braves gents, zoals René Lyr Thevenet citeerde, Tout le monde me connaît. On m’estime. On sait que je suis un artiste. (…) J’aime ces gents [2].
    Klopt dit? Is het niet eerder zo dat ze hem een zonderling vonden en hem daarom eerder denigrerend "la nature" noemden? Is het niet eerder zo dat ze, en ik denk vooral aan het Stadsbestuur, zijn werk miskenden of, erger nog, in het geheel niet kenden? Is het niet zo dat zelfs het huidige Stadsbestuur Thevenet nog steeds miskent?! Ze bezit nog steeds geen werk van hem en maakt ook geen aanstalten om er één wat geen zou zijn, aan te kopen. Herinner je dat ik volgende vraag gesteld heb: Halle (te) veel cultuur en (veel te) weinig kunst? [1].

    Had ik het vraagteken mogen of moeten weglaten? Ik vrees van wel. Ik kan mijn vraag immers spijtig genoeg slechts bevestigend beantwoorden. Iemand die niet met mij akkoord gaat, heeft me op Adrien François Servais van wie Halle in 2007 met veel pracht en nog meer praal het tweehonderdste geboortejaar herdacht, gewezen. Zijn volste recht, uiteraard. 3 reacties hierop zonder veel commentaar:
    -uitzonderingen bevestigen spijitg genoeg de regel zoals één van mijn leraren Latijn placht te verkondigen zonder er spijtig genoeg aan toe te voegen;
    -waarom werd Servais’ graf van één van de oude kerkhoven, dat waar nu aan de A. Demaeghtlaan een warenhuis is, naar de huidige begraafplaats verhuisd terwijl dat van Thevenet op datzelfde huidige kerkhof zonder poeha verwijderd werd?;
    -Servais was de man van de Franssprekende bourgeoisie, Franstalige lage en hoge adel en zelfs Franstalige koningshuizen, die zwom in het geld en baadde in de luxe waarvan hij misschien wel vond dat die met zijn ‘status’ overeenkwam zoals ondermeer uit zijn Cluysenaer-villa blijkt, en die in alle brieven waarover ik gelezen heb, slechts Frans schreef. Thevenet daarentegen leefde tussen de gewone mensen en schuwde zich niet om er in het openbaar al eens dronken bij te lopen. Wie zou jij als Stadsbestuur kiezen wanneer je een prestigieus project op poten wilt zetten en tegelijkertijd de kans hebt om er als politicus ‘gebruik’ van te maken om je te ‘profileren’?! Onder ons, zou Servais weten dat hij als een ordinaire melkkoe wordt leeggemolken??!

    Had Thevenet gelijk toen hij beweerde dat de Hallenaar m’estime en sait que je suis un artiste [2]? Lyr had het in "Les mots et les couleurs" [3], een boek waarvan ik tot voor kort het bestaan niet kende, nogmaals over de problematiek van het ‘als kunstenaar geliefd zijn’: A Hal, les enfants le poursuivaient dans les rues en criant : "La nature". Il n’a jamais vu, dans ces manifestations qui faisaient rire les gens, la moindre injure : "Tu vois comme ils m’aiment", me disait-il en les montrant. Ils savent que la nature est tout, ils respectent mon art. Louis n’a pas arrangé son décor. Il l’a pris tel qu’il était. [3, p. 155].
    Ontbrak het Thevenet aan mensenkennis? [1]. Feit is dat Lyr in vermeld boek komaf maakt met de ‘idée-fixe’ van Thevenet over geliefd zijn en de schilder categorisch tegenspreekt. Ik citeer: A ma dernière visite à Thévenet, les gamins de Hal crièrent derrière nous "La nature ! La nature". Pauvre Louis ! Les gents l’insultent, les gosses lui jettent des pierrres. Il est la risée de la petite ville. Le commissaire de police, à qui je le recommande, me dit: "Malheureusent, il lance des hypothèses à tout le monde, quand il est seul" - Quelle navrance ! Un homme qui fait des choses comme personne n’est capable de le faire… Que ne devrait la société à un tel bienfaiteur, à un tel donneur de gaité ? [3, p. 25; de niet-gecursiveerde woorden staan in het werk cursief].
    Het is duidelijk. Er werd om Thevenet gelachen. Gelachen in de betekenis van uitgelachen, bespot, beschimpt, gekleineerd, … Is dat het lot van iedereen die anders is omdat alles in het teken van de of zijn kunst waarvoor hij opkomt, staat?! Wie zal het zeggen?
    Deze geestelijke en zelfs lichamelijke mishandeling van Thevenet bleek in Halle door officiële instanties geweten te zijn. De commissaire de police [3, p. 25] was ervan op de hoogte. Heeft hij ooit stappen ondernomen om er een einde aan te maken? Niets wijst erop.
    Die commisaris had zelfs een (drog)reden om het verwerpelijke gedrag van Hallenaars goed te praten: Malheureusent, il lance des hypothèses à tout le monde, quand il est seul" [3, p. 25; het niet-gecursiveerde woord staat in het werk cursief]. Over wat onder hypotheses of veronderstellingen moet verstaan worden, liet Lyr de lezer op zijn honger zitten. Meer zelfs, hij leek er eerder mysterieus over te doen. Thevenet zou tal van dingen tegen iedereen -We veralgemenen allemaal wel eens.- gezegd hebben wanneer il est seul [3, p. 25]. 
    Begrijpe wie kan: iets tegen iemand zeggen wanneer men alleen is. Hoe kan dan bewezen worden dat hij des hypothèses [3, p. 25; het niet-gecursiveerde woord staat in het werk cursief] gezegd heeft? il est of was immers seul [3, p. 25]. Waren het hypotheses die misschien slechts voor zichzelf bestemd waren maar die hij luidop uitsprak, dronkemanspraat, leugens, verwijten, … Was het misschien gewoon maar de waarheid die vaak, al te vaak, maar terecht kwetst? Kortom, wat, inderdaad wat, heeft hij al dan niet gezegd?

    Ik ben bang dat veel over Thevenet verloren gegaan is. Ik ben bang dat veel te veel over Thevenet voorgoed verloren gegaan is.

    [1] WOUTERS, Rik. L. Thevenet onbegrepen schilder van een oeuvre vol dagdelijkse dingen. Over zijn vrijwillige ballingschap in Halle van 1916 tot 1930. Xarnego, Halle. 2007.
    [2] LYR, René. Mon ami Louis Thévenet. Editions Nationales, Uccle. 1945.
    [3] LYR, René. Les mots et les couleurs. 1924-1940. Unimose, Tournai. 1978.


    03-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.OVER RENÉ LYR, DÉ BIOGRAAF VAN THEVENET, EN ZIJN PUBLICATIES IN BOEKVORM


    René Lyr werd op 15 november 1887 te Couvin geboren als René Vanderhaeghe. Al zijn publciaties in boekvorm zijn onder het pseudoniem René Lyr verschenen. In 1908 leerde hij de Poolse Régine, die zijn levensgezellin werd, kennen. Ze hadden 5 kinderen: Yolaine (°29 mei 1909), Rolande (°24 oktober 1912), Claude (°31 augustus 1916), Guy (°22 april 1922) en Aude (°2 maart 1924). Van 1946 tot em met 1957 was hij conservator van het Instrumentenmuseum te Brussel. Op 15 mei 1954 stierf Régine. In 1957 stierf Lyr.
    De "Prix René Lyr voor literatuur die geregeld wordt uitgereikt, in 1959 en het "Fonds René Lyr" door de Koninklijke Bibliotheek van Brussel in 1960 werden gecreëerd. In 1960 werd het "Monument René Lyr", borstbeeld van de schijver op 20 jaar door Augsute Puttemans, in Couvin ingehuldigd. 

    René Lyr was een veelzijdig schrijver met een bijzondere aandacht voor zijn kunst en die van anderen zoals uit onderstaande, mischien wel onvolledige lijst blijkt. Ik heb me beperkt tot werken verschenen in boekvorm voor dichtbundels en essays en tot opgevoerde 'toneelstukken' die misschien wel niet gepubliceerd zijn. Werken zonder datum worden onder het laatst gedateerde werk in alfabetische orde geplaatst. De publicaties zijn in het Frans, tenzij anders vermeld.
    2 werken werden bekroond:
    -in wat België genoemd wordt in 1921: "Histoire de l’orgue" uit 1924 met de "Prix d’Histoire et de Critique" dat manuscripten bekroonde, van de "Académie Royale de Belgique";
    -in Frankrijk in 1957: "Ma présence intérieure" uit 1954 met de "Prix Paul Verlaine" van de "Académie Française".

    Poëzie:
    -Chants du Rêve (Imprimerie Hoerée, Bruxelles, 1908);
    -Dans le Silence (Librairie Spineux, Bruxelles, 1908);
    -Brises (Édition de la Belgique artistique et litéraire, 1909);
    -Rimes Fanées (Édition de la Renaissance de l’Occident, 1922);
    -Ce livre enfin le tien (Éditions Nationales, Uccle, 1949);
    -De mes mains habitées (Éditions Pierre Seghers, Paris, 1949);
    -Transparences (Les Écrivains réunis, Lyon, 1953);
    -L’ombre à nos pas mêlée (L’Afrique et le Monde, Bruxelles, 1953);
    -La Présence Intérieure (Éditions Pierre Seghers, Paris, 1954);
    -Rétrospective (Les Écrivains Réunis, Lyon, 1954);
    -Vingt bandeaux chinois (Éditions Georges Thone, Liège, 1955);
    -Mes oiseaux (Éditions Unimuse, Tournai, 1956);
    -Fleurs de mon jardin (Éditions Unimuse, Tournai/Paris, 1957);
    -Rythmes (Éditions Unimuse, Tournai/Paris, 1957);
    -Quintes quintaines (Éditions Unimuse, Tournai/Paris, 1957);
    -Provence (Éditions Unimuse, Tournai/Paris, 1957);
    -Mythologie (Éditions Unimuse, Tournai, 1957);
    -Les Limites franchies (postuum; Éditions Unimuse, Tournai, 1957);
    -Dans le soir prolongé (postuum; Éditions Unimuse, Tournai, 1967);
    -L’Oeuvre Poétique (volledig; postuum; Éditions Unimuse, Tournai, 1982).

    Ballet/radiospel/toneel/muziek:
    -Pierre Breughel l'Ancien (radiospel in verzen en proza; muziek van Jean Absil; opvoering in het INR te Brussel op 7 november 1951);
    -Les voix de la Mer (opera in 3 aktes en 7 kleuren; libretto; muziek van Jean Absil; opvoering in de Beursschouwburg te Brussel op 2 maart 1954);
    -Les Pierres Magiques (muziek van René Barbier; opvoering in het Palais de Beaux-Arts te Charleroi in 1961);
    -Le Comte aux Houssets (3 aktes in versvorm;  libretto;  muziek van Paul La Gye);
    -Le dilemne (3 aktes in proza, in samenwerking met Jean Fischbach);
    -Le Miracle de Pan (muziek van Jean Absil);
    -Les Météores (ballet; muziek van Jean Absil; Radio Monte-Carlo);
    -Sigismond (3 aktes in versvorm, muziek van Oscar Espla).

    Essays:
    -Histoire de la musique et les musiciens belges (Éditions Delagrave, Paris, 1913; in samenwerking met Paul Gilson);
    -Lettres à Régine (1922);
    -Histoire de l’Orgue (Éditions des Gaules, Paris-Bruxelles, 1924; in samenwerking met L. de Bondt);
    -Les Musiciens impressionnistes (Éditions de l’I.N.R., 1938);
    -Mon ami Louis Thévenet (Éditions Nationales, Bruxelles, 1945);
    -Les musiques militaires (Éditions l’Armée et la Nation, Bruxelles, 1948);
    -La France retrouvée (Établissements Vromant, 1948, Bruxelles);
    -Clair de lune sur la Vistule (Éditions Wellens-Pay, Bruxelles, 1948);
    -Couvin mon pays (Éditions Georges Thone, Liège, 1949);
    -Pouchkine (Éditions Nationales, Bruxelles, 1949);
    -Initiation à la musique (Éditions du Ministère de la Défense Nationale, Bruxelles, 1950);
    -Beknopte inleiding in de muziek (Nederlands; Éditions de l’I.N.R., Brussel, 1950);
    -Croquis d’audience (Éditions de la Caravelle, Bruxelles, 1950);
    -L’école belge du violon (Bruxelles, 1952);
    -César Snoeck, musicologue et collectionneur (Éditions de la Ville de Renaix, Renaix, 1952);
    -Gustave Camus (De Sikkel, Anvers, 1953);
    -Gustave Camus (Nederlands; De Sikkel, Antwerpen - Cercle d'Art, Brussel, 1953);
    -Louis Thévenet (De Sikkel, Antwerpen en Cercle d’Art, Brussel, 1954);
    -Louis Thévenet. (Nederlands; De Sikkel, Antwerpen, 1954);
    -Les mots et les Couleurs (postuum; Éditions Unimuse, Tournai, 1978);
    -Ceux que j’ai défendus, de Brusselmans à James Ensor (postuum; Éditions Unimuse, Tournai, 1990).


    02-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.THEVENET EN HENDRIK CONSCIENCE


    In zijn Thevenet-biografie schreef René Lyr over Thevenet’s tweede woonplaats in Halle: Un chantier, de huidige Jean Jacminstraat, s’amorce, vers les champs proches, plantés de betteraves, et les pâtures où paissent les veaux. Il longe la fabrique de Chicorée " Pacha ", sinds jaren verdwenen, dont les émanacions effluent à la ronde. Au premier embranchement, c’est la rue Henri Conscience… [1, p. 95] waar Thevenet in 1925 een bouwgrond kocht en een huis liet bouwen waar hij van 1927 tot zijn dood in 1930 woonde.
    Lyr vervolgde en liet Thevenet aan het woord: " Tu sais qu’il a habité Hal ? Georges Eekhoud l’a raconté. Il était venu se réfugier à Hal in de periode dat hij conservator van het Wiertzmuseum te Elsene was, niet ver van het Jourdanplein waar Thevenet Emma heeft leren kennen, dans un petit cabaret, là-bas, à l’autre bout, pas loin du cimetière… On ira prendre une chope tout-à-l’heure… " [1, p. 95]. Thevenet had het over de herberg van Guillaume Geerts, "Lamme Gisj" in het Hals, aan de Ninoofsesteenweg waar vroeger het voetbalveld van Cercle Hallois en nu S.K. Halle is.
    Lyr liet Thevenet zeggen dat Georges Eekhoud l’a raconté. [1]. Eekhoud heeft in 1881 een biografie van Concience geschreven. De bibliografische gegevens van het werk heb ik (nog) niet kunnen achterhalen. Het werk werd door W. D. Leen in het Nederlands vertaald en verscheen in 1883 bij A.-N. Lebègue en Cie te Brussel. Heeft Thevenet Eekhouds boek gelezen? Nergens heb ik titels van boeken die Thevenet zou gehad en/of gelezen hebben, gevonden. Heeft hij de kennis over Eekhouds werk van horen zeggen?

    Wie was Conscience?
    Henri Conscience, gemeenzaam Hendrik genoemd, die in 2005 door Vlamingen tot derde grootste Belg werd gekozen, werd op 3 december 1812 te Antwerpen geboren. Zijn vader was een Frans-Napoleontisch marinier. Hij verloor al snel zijn moeder. Hij stierf op 10 september 1883 te Elsene.
    Hij meldde zich als vrijwilliger tijdens de opstand tegen de Nederlanders in 1830. In 1839, 1846 en 1851 streefde hij zonder succes een politiek mandaat na. Hij studeerde voor onderwijzer. Hij was hulponderwijzer. Van 1857 tot 1869 was hij arrondissementscommisaris te Kortijk. Van 1869 tot zijn dood was hij conservator van het Wiertzmuseum te Elsene.
    Een poging om als schrijver in het Frans carrière te maken mislukte. Hij besloot dan maar om in het Nederlands te schrijven en is uitgegroeid tot dé vertegenwoordiger van de Romantiek in de Vlaamse literatuur. Tijdens zijn Brusselse periode kreeg hij internationale erkenning. Zijn werk werd vertaald in het Duits, Engels, Frans, Italiaans, Pools, Tsjechisch en Russisch.
    In het begin van zijn literaire carrière was hij anti-klerikaal, maar niet anti-kerkelijk. Tijdens zijn legerdienst in Dendemonde schreef hij volgende verzen: J’ai fait l’amour à des nonnettes, / Fraîches comme les fleurs des champs. / Elles disaient: Beau diable, faites. / Mais ne nous faites pas d'enfants. [a]. Later heeft hij zich om commerciële redenen een katholiek getoond. Toch is hij altijd een rebel gebleven: hij stuurde zijn zoon naar het staatsonderwijs en de rijksuniversiteit van Gent en nam het tijdens zijn Kortrijkse periode op voor het gemeentelijke onderwijs. "In ’t Wonderjaer" (1837) koos hij zelfs de zijde van de Geuzen die tegen het katholieke Spanje vochten.
    Zijn oeuvre valt in 3 delen uiteen:
    -historische romans uit tal van geschiedkundige periodes, waarin hij het ‘Vlaamse’, vaderlandse verleden deed heropleven en verheerlijkte: "In ’t Wonderjaer" (1837), "De Leeuw van Vlaenderen" (1838), zonder twijfel de eerste Nederlandstalige roman in wat België genoemd wordt, "Jacob van Artevelde" (1849), "De Boerenkryg" (1853), "Kerels van Vlaenderen" (1871), …;
    -zedenkundig-maatschappelijke en moraliserende romans die zich meestal in een klein-burgerlijk stadsmilieu afspelen: "Siska van Roosemael" (1844) tegen de verfransing van de burgerij, "De plaeg der dorpen" (1855) over het alcoholisme, …;
    -folkloristische en dorpsnovelles die zich vaak in de Kempen afspelen en die door hun landelijke eenvoud en het idealiseren van de mens opvallen: "De brandende schaepherder" (1847), "Blinde Rosa" (1850), "De Loteling" (1850), "Baes Gansendonck" (1850), "Rikke-Tikke-Tak" (1851), "De Grootmoeder" (1852), "Het Goudland" (1862), de eerste Vlaamse avonturenroman, …
    De "Geschiedenis mijner jeugd" (1888) kan als zijn autobiografie beschouwd worden.
    Zijn kracht situeert zich op 2 gebieden:
    -hij was een rasecht verteller en een geboren kunstenaar;
    -hij heeft Vlaanderen het bewustzijn van het eigen verleden en de overtuiging van de eigen kracht, wat ik een eigen Vlaamse ziel zou willen noemen, bijgebracht.
    Tijdens zijn verblijf in Kortrijk werd hij om loutere financiële redenen een veelschrijver. Het resultaat was dat de kwaliteit van zijn werk eronder geleden heeft.
    Zijn erkenning is onloochenbaar:
    -nog tijdens zijn leven werd te Antwerpen een standbeeld onthuld;
    -hij kreeg een staatsbegrafenis.
    Dat hij zijn volk heeft leren lezen, is echter duidelijk overroepen. Hoe kon iemand die niet kon schrijven, lezen?

    Wat had Conscience met Halle te maken?
    Thevenet heeft via de pen van Lyr de link gelegd: " Tu sais qu’il a habité Hal ? (…) Il était venu se réfugier à Hal dans un petit cabaret, là-bas, à l’autre bout, pas loin du cimetière…(…) " [1, p. 95]. Het was, zoals reeds vermeld, de herberg van "Lamme Gisj" aan de Ninoofsesteenweg.
    Wat herinnert aan Consciences verblijf in Halle?
    In het stadschap (rechtstreeks): herberg van "Lamme Gisj" aan de Ninoofsesteenweg.
    In het stadschap (onrechtstreeks):
    -een gedenkplaat uit 1912 aan de zuidelijke zijgevel van het renaissancestadhuis op de Grote Markt;
    -de Consciencestraat;
    -een bronzen gedenkplaat uit 1932 aan de zijgevel van "Lamme Gisj", langs de kant van de Ninoofsesteenweg.
    Buiten het stadschap: het Consciencepad van Halle over Dworp naar Beersel [b].
    In boekvorm:
    -"Eene verwarde zaak" [c] dat op 29 augusutus 1874 [d] verschenen is en zich in Halle, Dworp en Beersel afspeelt;
    -de brochure van het genoemde Consciencepad [b].
    Andere onrechtstreekse herinneringen:
    -Maria, Consciences dochter, was gehuwd met Gentil Antheunis [e]. Hij heeft haar in 1867 bij de schrijver thuis leren kennen. Op 10 augustus 1870 trouwden ze te Elsene nadat het huwelijk door financiële problemen van Conscience was uitgesteld. Ze hadden 3 kinderen. In 1892 volgde een scheiding. In het begin van de twintigste eeuw hertrouwden ze;
    -in Halle is een straat naar Gentil Antheunis die er vanaf 1877 vrederechter was, genoemd. Antheunis werd op 9 september 1840 te Oudenaarde geboren en stierf op 5 augustus 1906 te Elsene. Hij was dichter, componist en vertaler.

    Heeft Thevenet het werk van Conscience gelezen?
    Ik heb er mijn twijfels over. Nergens heb ik -En ik herhaal mezelf.- (een lijst met) boeken die hij zou gehad en/of gelezen hebben, gevonden. Nergens heb ik gelezen dat hij Conscience, wiens werk nochtans in het Frans vertaald werd, zou gelezen hebben.

    [a] DURNEZ, Gaston. Hendrik Conscience. Er klopt een hart in het standbeeld. In: DURNEZ, Gaston. Vlaamse schrijvers. Vijfentwintig portretten. Manteau, Antwerpen/Amsterdam. 1982.
    [b] VANSCHUERBEEK. Het Consciencepad - Wandelen tussen Halle en Beersel. VVV-Toerisme Halle, Halle.
    [c] CONSCIENCE, Hendrik. Eene verwarde zaak. Dorpsverhaal. Drukkery van J.P. van Dieren en comp., uitgevers, Antwerpen [met 4 platen van Edward Dujardin]. 1874.
    [d] WILLEKENS, Emile. Hendrik Conscience en zijn tijd. Kroniek van Consciences leven (...). Stichting Mercator-Plantijn, Antwerpen. 1983.
    [e] VANSLEMBROUCK, Marcel. Gentil Antheunis. V[ereniging van]W[est-Vlaamse]S[chrijvers]-cahiers [als jg. 35, nr. 4, juli-augustus 2000], Brugge. 2000.

    [1] LYR, René. Mon ami Louis Thévenet. Editions Nationales, Uccle. 1945.


    01-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.THEVENET AAN HET STATION VAN HALLE (+ illustratie)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


    De figuur helemaal rechts met zomerhoed en schilderskist is Louis Thevenet. Links is 
    het vroegere station van Halle.
    Sinds het opstarten van deze site tot 1 oktober 2007 werd de prentkaart die eigendom is van Guy Mossiat, verzamelaar van prentkaarten van Buizingen en Halle, met zijn toestemming afgedrukt. Ik ben en blijf hem daarvoor dankbaar.
    Sinds 1 oktober 2007 ben ik zelf eigenaar van zo'n prentkaart geworden. Daarom druk ik vanaf die datum mijn eigen exemplaar af.


    22-04-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.*BIJLAGE 6: LOUIS THEVENET OP WIKIPEDIA


    Louis Thevenet

    Louis François Joseph Marie Thevenet (Brugge, 12 februari 1874 - Halle, 16 augustus 1930) wiens naam vaak en ten onrechte als Thévenet wordt geschreven, was een Belgisch kunstschilder.

    Inhoud

    1 Biografie
    2 Mens
    3 Tentoonstellingen
    4 Zijn kunst
    5 Typering als kunstenaar
    6 Belangrijke werken (olie op doek)
    7 Herinneringen aan Thevenet in Halle
    8 Bibliografie (beknopt)

    Biografie

    Thevenet werd op 12 februari 1874 te Brugge geboren.
    In 1876 kwam hij met zijn ouders in
    Brussel wonen. Tot 1916 woonde hij op verschillende plaatsen in wat nu het Brussels Gewest is, en in de in het zuiden aangrenzende gemeentes Beersel en Drogenbos. Van 1897 tot 1903 verbleef hij geregeld in Nieuwpoort en Oostende in gezelschap van Auguste Oleffe die als zijn geestelijke mentor mag gezien worden. In 1916 vestigde hij zich in Halle waar hij tot zijn dood bleef wonen.
    Hij oefende verschillende beroepen uit. Hij was loopjongen, leerling-bakker en hulpbanketbakker in een bankerbakkerij. Hij werd hulpkok op een Engelse pakketboot waarop hij enkele wereldreizen ondernam. Hij was loopjongen of klerk bij een muziekuitgeverij. In 1896 besloot hij om zich volledig aan het schilderen te wijden.
    In 1908 huwde hij te Beersel met Emma Tevels. In 1912 adopteerden ze Jeanneke Mommaerts toen ze nauwelijks enkele dagen oud was. Bij zijn dood zou blijken dat de adoptie nooit officieel geregeld was.
    Van 1916 tot 1927 woonde hij op de Sollenbeemd 52, ter hoogte van het huidige Monument van de Weggevoerden. Bij de sanering van de Sollenbeemdwijk werd het huis afgebroken. In 1925 kocht hij een bouwgrond op de Hendrik Consciencestraat 41, nu 58. Hij liet er een huis bouwen waar hij van 1927 tot zijn dood woonde.
    Op 16 augustus 1930 stierf hij meer dan waarschijnlijk aan een hersenbloeding. Hij werd op 19 augustus op het stedelijke kerkhof begraven.

    Mens

    Hij was religieus, levenslustig, kinderlijk verwonderd, dromerig, teruggetrokken hoewel hij zich niet van zijn omgeving afzonderde, eenvoudig en tevreden. Hij had interesse voor muziek en bespeelde zelf het harmonium. Hij had 3 grote fouten: snoep, vooral dan suikergoed, het roken van de pijp en het drinken met een voorkeur voor lambic en geuze.
    Hij was Franstalig hoewel hij het geschreven Frans niet volledig beheerste. Hij kende geen Nederlands. Wel doorspekte hij zijn gesproken taal met Brussels- en Hals-Vlaamse woorden en eigen neologismen.

    Tentoonstellingen

    In 1903 richtte hij met ondermeer Charles Dehoy, Auguste Oleffe, Willem Paerels en Fernand Schirren "Le Labeur" op.
    Hij nam aan tal van groepstentoonstellingen deel. De belangrijkste waren "
    Les Indépendents" in 1906 en "Salon d’Automne" in 1909, beide te Parijs. Hij stelde individueel tentoon in "Galerie Giroux" in 1913 en 1916, "Cercle Artistique de Bruxelles" in 1914 en 1923 en in de "Galerie Louis Manteau" in 1925, alle te Brussel.
    Retrospectieves werden na zijn dood gehouden te
    Antwerpen in 1931 en 1939, Beersel in 1985, Brussel in 1932, 1941 en 1946, Drogenbos in 2001, Halle in 1960, 1970, 1975 en 1990 en Ukkel in 1955.

    Zijn kunst

    Hij is vooral bekend voor zijn huiskamer- en café-interieurs en stillevens. Hij kleedde zijn schilderijen aan met dagdagelijkse objecten als bier- of wijnglas, boek, boestering, fles of karaf, fruit, hangklok, hoge, winter- of zomerhoed, kapstok met kleding, kast met open lade, Mariabeeld onder een glazen stolp, muziekinstrument, open deur, open venster, overloop of hall met open deuren of het begin van een trap, paraplu, schilderij, schotel, spiegel, vaas met bloemen, vogelkooi, wandelstok, zicht van binnen op binnentuin in zonlicht, zoetigheid en taart, … die hij steeds weer in andere combinaties en vanuit andere invalshoeken afbeeldde zodat zich bij de kunstliefhebber geen déjà-vugevoel voordeed. Wel zijn een aantal schilderijen het gevolg van een verderborduren op bestaande werken.
    De betekenis van zijn werk situeert zich op 3 niveaus: een weergave die de werkelijkheid benadert, een drang om de realiteit te ontvluchten en interesse voor geografische vormen als cirkel, vierkant en rechthoek. 3 constanten vallen op: waarneming, limiet van ruimte en tijd en herinnering.
    Hij ondersteunde zijn
    composities met bijzondere, meesterlijke en warme kleurencombinaties die met de jaren tot oogstrelende tintenschakeringen uitgroeiden. De eerder donkere kleuren als bruinen, donkere grijzen, sepia en donkere soorten oker waarover een donkere vernis lijkt aangebracht te zijn, van vóór 1916 evolueerden erna tot zachte kleuren als blauwen, gelen, groenen, lichte grijzen, roze, soorten rood en zachte okers die de werken een bijzondere helderheid verlenen.

    Typering als kunstenaar

    Meestal wordt autodidact Thevenet door kunstcritici een Brabants fauvist genoemd. Daardoor wordt hij ondergebracht bij zijn Brabantse fauvistische generatiegenoten als Jos Albert, Jean Brusselmans, Philibert Cockx, George Creten, Dehoy, Anne-Pierre de Kat, Prosper de Troyer, Jehan Frison, Marthe Guillain, Médard Maertens, Albert-François Mathys, Paerels, Roger Parent, Ramah of Henri-François Raemaekers, Schirren, Pierre Scoupreman, Rudolphe Strebelle, Edgard Tytgat, Jean Vanden Eeckhoudt, Médard Verburgh, Fernand Verhaegen en Rik Wouters. Allen werden geboren in de zeventiger en tachtiger jaren van de negentiende eeuw, met uitzondering van Vanden Eeckhoudt, geboren in 1857.
    Hij was echter in de eerste plaats een buitenschools schilder die zijn ogen de kost heeft gegeven. Hij heeft die dingen die hem aanspraken en binnen zijn nooit-verwoord concept pasten, overgenomen en op een persoonlijke manier verwerkt. Zijn werk is dan ook een soort kritische en weloverwogen synthese van
    realisme, impressionisme, synthetisme, symbolisme, fauvisme, post-impressionisme of neo-impressionisme, cloisonisme, divisionisme, luminisme en pointillisme.

    Belangrijke werken (olie op doek)

    "De keuken", 1906, 58 cm x 73,5 cm.
    "De Bollenwinkel", 1908, 58 cm x 69 cm.
    "De zwarte soepterrine", 1911, 55 cm x 68 cm.
    Het cabaret", 1913, 65 cm x 75 cm.
    "Wat ik graag heb, 1914, 80 cm x 60 cm.
    "Mijnheer gaat uit", 1916, 65 cm x 55 cm.
    "De kapstok", 1917, 67 cm x 48 cm.
    "Café 'De Grève'", 1920, 70 cm x 60 cm.
    "Tuin De Saegher in bloei", 1923, 60 cm x 70 cm.
    "De Mariamaand", 1923, 82,5 cm x 70 cm.
    "In afwachting van de processie", 1924, 70 cm x 60 cm.
    "De witte tafel", 1925, 60 cm x 70 cm.
    "Hoed met bloemen", 1928, 60 cm x 70 cm.
    "De toog in Halle", 1928, 60 cm x 70 cm.

    Herinneringen aan Thevenet in Halle

    Eén zaak herinnert rechtstreeks aan zijn verblijf in Halle: zijn huis op de Hendrik Consciencestraat 58, toen 41, waar hij van 1927 tot 1930 woonde.
    Twee zaken herinneren onrechtstreeks aan zijn verblijf in Halle:
    -
    een gedenkplaat van
    Camille Colruyt aan de gevel van zijn vroegere woning op de Hendrik Consciencestraat 58;
    -
    de Thevenetlaan.
    De Stad, noch het
    Zuidwestbrabants Museum bezitten een werk van de schilder. In het Zuidwestbrabants Museum is niets te vinden dat aan hem herinnert.

    Bibliografie (beknopt)

    -Verschillende auteurs. Ontmoeting met Felix (De Boeck) Louis Thévenet. Gemeente Drogenbos en Stichting Felix De Boeck, Drogenbos. 2001 [ter gelegenheid van de tentoonstelling in het Felix De Boeckmuseum te Drogenbos van 9 september tot 25 oktober 2001].
    -
    Verschillende auteurs. Retrospectieve Louis Thévenet. Brugge 1874 - Halle 1930. Gemeentekrediet, Brussel. 1990 [ter gelegenheid van de tentoonstelling "Louis Thévenet", georganiseerd door de Stad Halle met de medewerking van het Gemeentekrediet in het Oud-Jezuïetencollege te Halle van 6 oktober tot 30 november 1990].
    -
    LYR, René. Louis Thévenet. De Sikkel, Antwerpen [in de reeks "monografieën over Belgische kunst"]. 1954.
    -
    LYR, René. Mon ami Louis Thévenet. Editons Nationales, Ukkel. 1945.
    -WOUTERS, Rik. Louis Thevenet: onbegrepen schilder van een oeuvre vol dagdagelijkse voorwerpen. Over zijn vrijwillige ballingschap in Halle van 1916 tot 1930. Xarnego, Halle. 2007.


    >

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!