In het maandblad Tribune van het ACOD, de socialistische vakbond voor het onderwijs en andere overheidsdiensten, staat een ingewikkelde bijdrage over de plannen om leerkrachten gedifferentieerd te verlonen, volgens hun schoolopdracht of competenties. Waarom moet men een systeem veranderen dat al bij al redelijk functioneert? De loonsverhogingen volgens anciënniteit hebben het rechtvaardige in zich dat iedereen wel ouder wordt en bijgevolg meer zal verdienen. Het enige bezwaar is de relatief lage verloning van de jonge leerkrachten. Maar een loonstelsel ontwerpen dat verloont volgens prestatie, roept vragen op zoals: welke prestaties zal men gaan meten en zijn deze prestaties wel te meten? Bijvoorbeeld is het denkbaar die wie lesgeeft aan een moeilijke klas meer zou krijgen, maar wat is een moeilijke klas: kan je dat van tevoren vastleggen? Het nadeel van een verschillend loon is de naijver, de afgunst. Nu al wordt er met argusogen nagekeken wie van de collegas het voordeligste uurrooster heeft gekregen, als daar dan nog voor de ene een hoger en voor de andere een lager loon bij komt, dan valt te vrezen dat er van de collegialiteit die nu al niet zo fantastisch is - weinig overblijft. Willen de vernieuwers nu werkelijk van heel het leven een competitie maken, moeten wij in iedere situatie onze medemens zien als een rivaal, een concurrent?