Een balhoofdplaatje is een logo van de fabrikant of het merk dat is aangebracht op de balhoofdbuis van een fietsframe. Balhoofdplaatjes werden al eind 19e eeuw toegepast en waren vaak gemaakt van metaal. Ter bevestiging aan de balhoofdbuis kunnen daarin nagels of schroeven zijn gebruikt. Bij moderne(re) fietsen kunnen tevens, al dan niet met lijm, balhoofdplaatjes van kunststof zijn aangebracht. Ook kan een balhoofdbuis voorzien zijn van een transfer/sticker.
Phoenix-oprichter Albert Schootstra (1879 - 1953) was de zoon van een winkelier uit Workum die sierraden verkocht en uurwerkmaker was. Rond 1900 kwamen daar ook fietsreparaties bij. Albert trad in 1904 toe tot de zaak van zijn oudere broer Rients, die in Joure als rijwielhersteller en uurwerkmaker gevestigd was. De Phoenix-rijwielfabriek die uiteindelijk hieruit voortkwam, beschouwde deze stap later als haar begin.
De detailzaak werd in de loop van de tijd uitgebreid met een fietsgrossierderij. De gebroeders Schootstra verhandelden toen de merken R.A.S. (voor R. & A. Schootstra), Mentor, Fryslân, The Famous en Phoenix. Het merk Famous werd in 1905 wettig gedeponeerd, de merken Phoenix en Mentor in 1908, op wiens naam dit gebeurde is echter niet bekend. Tegelijkertijd bestond in Heerenveen de firma "NV Phoenix Rijwiel- en Vijlenfabriek" van de partners Harmsen & Nieuwenhuis, die al in de 1890er jaren was opgericht.
Deze firma werd in 1917 geliquideerd en door Andries Gaastra (Batavus) opgekocht, die de merknaam Phoenix vervolgens aan Schootstra zou hebben doorverkocht. Hoe en wanneer de naam Phoenix daadwerkelijk in handen van Schootstra kwam is onduidelijk. Mogelijk waren de Schootstra's van de fietsmerken Mentor, Fryslân, The Famous en Phoenix toen nog alleen maar agent.
Vast staat dat Rients en Albert Schootstra de zaken in 1912 splitsten: Rients zette de detailhandel voort en Albert nam de groothandel voor zijn rekening. In 1914 verkaste Albert Schootstra naar Leeuwarden en vestigde daar in de Baljeestraat zijn groothandel in rijwielen en onderdelen. Twee jaar later werd de zaak verplaatst naar de Zuidergrachtswal, waar het bedrijf tot 1961 zou blijven. Hier begon Schootstra nog gedurende de Eerste Wereldoorlog met zijn eigen fietsen te vervaardigen.
De verkoop van Schootstra's Phoenix-, Mentor- en Famous-fietsen groeide de komende jaren gestaag. In 1925 ging Schootstra een belangrijke zakelijke band aan met de Zwitserse firma Phoebus, fabrikant van de "Nordlicht"-fietsverlichting. Als alleenvertegenwoordiger voor Nordlicht in de meeste provincies van het land breidde Phoenix haar werkterrein daarmee over een veel groter gebied uit. Desondanks leek tot het einde van de jaren '30 de verkoop van Phoenix-fietsen zich voornamelijk tot het noorden van het land te beperken, net als bij andere noordelijke merken als Veeno (Bedum) en Batavus (Heerenveen), terwijl de merken Fongers (Groningen) en Germaan (Meppel) vroeger begonnen waren en al voor de oorlog in het hele land goed vertegenwoordigd waren. Phoenix ontplooide zich in de schaduw van grotere, oudere merken tot een middelgrote Nederlandse rijwielfabriek. Schootstra bouwde fietsen zoals ook de andere fabrieken dat deden, er werd toen niet veel aandacht aan reclame besteed.
Midden jaren '30 kwam een aantal Duitse fietsfabrikanten, waaronder Adler, met fietsen op de markt waarbij een versnellingsmechanisme in de trapas was ingebouwd in plaats van in de achternaaf. In de loop van 1937 verkreeg Schootstra de licentierechten voor de Zwitserse Phoebus "Mutaped"-drieversnellingsbracket. Phoenix bracht een model met Mutaped-versnellingen op de markt, dat zo'n kleine 20 jaar lang wél goed verkocht, Phoenix had zo voor het eerst een onderscheidend model. In 1937 ontwikkelde Phoenix ook zijn eigen lakmethode, het Vortus-lakprocédé. Met de Mutaped-fiets en de Vortus-lak had Phoenix twee wapenfeiten waarmee het bedrijf zichzelf bij de rijwielhandel onder de aandacht wilde brengen. Voor dit doel werd eind 1937 een rijdende showroom ingericht, een primeur binnen de Nederlandse rijwielbranche! De bescheiden Phoenix-showroom bestond uit een aanhangwagen die speciaal ingericht was om de Phoenix-rijwielen met Mutaped-versnelling, de verchroomde fietsen en fietsen in speciale kleuren aan de handel te laten zien.
De groei van Phoenix werd in 1940 onderbroken door de Tweede Wereldoorlog. De komende vijf jaar had het bedrijf niet meer of minder te lijden dan veel andere fietsfabrieken.
Begin jaren '50 bracht Phoenix toerfietsen op de markt met een in details vernieuwde vormgeving. De spatborden, voorvorkkroon en -scheden en de cranks hadden voortaan niet meer dezelfde algemene vormen zoals bij veel (goedkopere) andere merken ook, maar kregen een karakteristiek uiterlijk waarbij ronde vormen werden vervangen door veelhoekige. In de jaren ’60 oogden de Phoenix-modellen stijlvol en bij de tijd. In de jaren '50 leverde Phoenix gemiddeld zo'n 20.000 fietsen per jaar af. Daarmee zat Phoenix op enige afstand achter de drie grootste Nederlandse fietsfabrieken Gazelle, Simplex-Locomotief en Union, maar op gelijke hoogte met andere bekende merken zoals Fongers, Empo of Magneet. Met de productie van bromfietsen hield men zich in Leeuwarden niet bezig, terwijl de meeste concurrenten dat wél deden.
Phoenix Rijwielen uit Leeuwarden was in het midden van de jaren vijftig een belangrijke sponsor van de Ronde van Surhuisterveen. De renners streden in de GP Phoenix om de hoofdprijs, een sportfiets of een dames- of herenfiets naar keuze. De fiets was beschikbaar gesteld door de directie van de rijwielfabriek. Agent van deze bekende fabriek voor Surhuisterveen en omstreken was de firma Evert Hoekstra, De Kolk in Surhuisterveen. Zowel in 1955 als in 1956 was Jan Bloetjes uit Alkmaar de winnaar van de Ronde van Surhuisterveen.
Rond 1960 verkocht Phoenix goed, begin 1961 plande men immers de verhuizing naar een nieuw te bouwen, grotere fabriek aan de rand van Leeuwarden. Maar van die plannen kwam niets terecht omdat zich voor Phoenix de gelegenheid voordeed, het financieel kwakkelende Fongers over te nemen. De fusie werd in juni 1961 een feit. Omdat er op het terrein van Fongers in Groningen voldoende plek voor expansie was werd de productie van beide bedrijven daar geconcentreerd. Anderhalf jaar later kwam als derde en kleinste fusiepartner Germaan erbij. Door een verscherpte prijsconcurrentie en stijgende kosten, veroorzaakt door loonstijgingen en een veel groter aantal modellen en uitvoeringen dan voorheen, waren kleine fietsfabrieken niet meer rendabel. De combinatie van deze drie Noord-Nederlandse bedrijven stond nu qua productie op ongeveer gelijke hoogte met Union en Simplex-Locomotief, daarboven kwam nog alleen maar Gazelle.
De drie afzonderlijke merken bleven bestaan, maar de modellen die ze maakten waren vrijwel gelijk.
Alleen op details zoals de vorm van de spatborden of de kroonkap waren er de eerste jaren nog verschillen. Daarnaast produceerde en verkochtPFG (Phoenix-Fongers-Germaan) vanaf het seizoen 1962 een sportief model in de naam van het Amsterdamse merk RIH en werden ook bromfietsen gemaakt. Om de productie hoog te houden bouwde PFG fietsen en frames in opdracht van derden - aanvankelijk vooral voor Kaptein en na de fusie van Kaptein met Union in 1966 voor grossiers en grossierscombinaties - en werden tot 1966 bromfietsen voor Kaptein geassembleerd. Wat de export betreft verkocht PFG met name fietsen naar Duitsland onder de merknamen Mentor en Zuiderzee. Deze fietsen waren goed voor een kwart van de totale Nederlandse fietsenexport naar dat land.
Pas in december 1966 was de fusie officieel afgerond en kreeg het bedrijf de nieuwe naam NV Rijwielindustrie Phoenix-Fongers-Germaan, met Siebe Schootstra als enige directeur. Sukkelend ging het verder. In 1969 was men op zoek naar een fusiepartner, maar de gehoopte fusie zou niet tot stand komen. Gazelle wilde niet, buitenlandse interesse was er niet en gezien de rentabiliteit van het bedrijf wou ook de Nederlandse overheid geen steun verlenen. Men verkocht wel goed maar de winstmarges waren te klein, en voor een serieuze schaalvergroting op eigen kracht ontbrak het aan kapitaal, plus geschikt personeel vinden binnen de regio Groningen was niet simpel. Zo restte uiteindelijk niets anders dan de verkoop van PFG aan Batavus, dat door omstandigheden over voldoende middelen beschikte.
Het merk Fongers werd door Batavus in eigen beheer verder gevoerd. De merken Phoenix en Germaan werden voortaan in licentie overgedragen aan grossierscombinaties en dergelijke, waarbij Batavus deze fietsen wel zelf bleef produceren. Nadat jarenlang nauwelijks meer iets van het merk Phoenix te zien was, begon Batavus in 2008 weer zelf een aantal modellen onder de merknaam Phoenix in de markt te zetten.
ROBIJN, SMARAGT en CUM LAUDE rijwielen. Van der Meer’s goedkope rijwielwinkel. Tjalke van der Meer Korflaan 602. de Dracht 29. Lindegracht 3-5 Heerenveen.
"Van der Meer’s goedkope rijwielwinkel" – zo noemde Tjalke van der Meer in de jaren '30 zijn rijwielhandel aan de Dracht in Heerenveen. Het moest de klanten aanlokken en het klonk tegelijkertijd alsof het om een plaatselijke winkel, zoals duizend andere, ging. Maar schijn bedriegt, Van der Meer bezat een goed draaiende handelszaak en bediende na verloop van tijd klanten in heel Noord-Nederland met fietsonderdelen en met zijn eigen Smaragd- en Robijn-fietsen.
Tjalke van der Meer werd in 1887 in Heerenveen geboren. Na zijn schooltijd begon hij als typograaf bij een drukkerij en ging daarna een tijd bij de spoorwegen werken, waar hij in 1913 stopte om als handelsreiziger de kost te gaan verdienen. Voor welke bedrijven hij toen werkte is niet geweten, maar mogelijks legde hij in die jaren al contacten met de rijwielbranche.
In 1919 richtte hij samen met ene Van der Bijll aan de Smyrnastraat 94 in Deventer de bandengrossierderij Van der Bijll & Van der Meer op. Hoofdleverancier voor de banden was Englebert Fils & Cie. uit Luik (België) met een Nederlandse vestiging in Amsterdam.
Het compagnon schap tussen Van der Bijll en Van der Meer een slechte keuze. In de zomer van 1920 werd de firma ontbonden en vertrok Van der Bijll. Van der Meer zette het bedrijf voort. Hij vroeg de deponering van drie merknamen aan: Smaragd, Cum Laude en Smyrna. Op 15 september 1920 kreeg hij antwoord van het merkenbureau: Smaragd en Cum Laude werden gedeponeerd, alleen tegen Smyrna bestaat bezwaar omdat dit woord "als bestaande uitsluitend uit een plaatsnaam [Smyrna is de oude naam voor het huidige Izmir in Turkije], voldoende onderscheidend vermogen miste om als merk in den zin van art. 3 der Merkenwet te dienen." Van der Meer gebruikt de namen voor ingekochte eigen merkbanden.
Op 13 september 1920 sloot Van der Meer een contract met Englebert met een termijn van een jaar voor de levering van 5.000 buitenbanden en 3.000 binnenbanden, een aanzienlijk aantal voor een beginnende groothandelaar in een relatief dunbevolkt gebied.
Van der Meer bleef tot eind oktober 1921 in Deventer en verhuisde toen terug naar Heerenveen om daar de handel in een woonhuis aan de Korflaan 602 voort te zetten. Het was zakelijk gezien een flinke stap terug want Van der Meer beschikte in Heerenveen niet meer over een echt bedrijfspand. Zijn jaarcontract 1921/1922 met Englebert behelsde de levering van 2.500 buitenbanden en eenzelfde aantal binnenbanden. Hij moest de banden en andere rijwielonderdelen in en om zijn woonhuis opslaan, en voor de verkoop trok hij in de begintijd naar markten en dergelijke. Ook zijn erkenning door het Centraal Bureau voor de Rijwielhandel (CBR) raakte Van der Meer door de verhuizing naar Heerenveen kwijt, "... aangezien uw bedrijf aldaar niet in het minst voldoet aan de eischen, gesteld voor erkenning als grossier", zoals het CBR in een brief van 28 november 1921 liet weten. Maar Van der Meer had een uitgesproken handelsgeest en was niet van plan om het bij een plaatselijke bandenhandel te laten. Uit een antwoordbrief van rijwielfabriek Pon van 30 november 1921 blijkt dat Van der Meer de vertegenwoordiging van Opel-fietsen voor de provincie Friesland op zich wou nemen, die Pon uit Duitsland importeerde. Of dit ook daadwerkelijk zo doorging, daarvoor zijn geen aanwijzingen.
Na vier jaar in de Korflaan verhuisde Van der Meer in 1925 naar de Dracht, een winkelstraat midden in Heerenveen, waar hij op nr. 29 "Van der Meer's goedkoope rijwielwinkel" vestigde. Vermoedelijk kreeg hij hier ook zijn CBR-erkenning terug, nu als kleinhandelaar in plaats van als groothandelaar. Zijn aspiraties gingen echter verder - Van der Meer was altijd met meer bezig dan het bedienen van de particuliere klanten in zijn directe buurt. In januari 1926 liet Van der Meer het merk Smaragd opnieuw deponeren, nu behalve voor rijwielonderdelen ook voor complete rijwielen en schaatsen. Voor schaatsen verkocht Van der Meer veel leerwerk. De productie van de Smaragd-rijwielen moet in 1926 of 1927 zijn begonnen en werkte volgens het beproefde recept van de zelf monterende groothandelaar: de frames en onderdelen werden goedkoop ingekocht en tot complete fietsen afgemonteerd voor een prijs die duidelijk onder die van de bekende merkfietsen lag.
Rond 1930 onderging de rijwielhandel van Van der Meer een schaalvergroting. Zijn zonen Mindert (geb. 1912) en Folkert (geb. 1914) kwamen meewerken. De winkel met de woning van Van der Meer's gezin erboven onderging een drastische verbouwing: er kwam een verdieping bij en de façade werd gemoderniseerd. Een investering die midden in de economische crisis viel, maar Van der Meer had daar als bedrijf van gunstig geprijsde fietsen en toebehoren gegarandeerd minder last van dan de grote merken. Klanten die de weg naar Heerenveen te ver vonden, konden per post te bestellen.
In de jaren rond 1930 lag de verkoop bij 500 stuks per jaar en tot eind jaren '30 steeg dat aantal naar 750. In de prijscouranten van 1930 en 1931 wordt verder melding gemaakt van een tweede winkel aan de Midstraat 435 in Joure. In 1935 is daar geen sprake meer van, in plaats daarvan had Van der Meer toen een magazijn aan de Kleine Kerkstraat 33-35 in Heerenveen.
Begin jaren '30 konden Van der Meer's klanten kiezen uit vijf gewone Smaragd-modellen met freewheel en bandrem voor tussen f (gulden) 38,- en f 65,-, een dienstfiets en een transportfiets. Het prijsverschil werd veroorzaakt door de kwaliteit van de gemonteerde onderdelen, maar ook door de garantieduur die van 1 jaar voor een Smaragd model A opliep tot 10 jaar op frame, lagerwerk en vork van een Smaragd model C.
In 1935 was het goedkoopste Smaragd-model in prijs gezakt naar f 24,-. Maar daaronder verkocht Van der Meer nu nog drie andere merken - Victorie, Balmoral en Indiana - die al bij f 17,- begonnen, en zelfs een merkloos rijwiel voor f 15,-. De drie merken waren waarschijnlijk zogenaamde fantasiemerken die door iedereen gebruikt konden worden. Verder verkocht Van der Meer in dat jaar ook racefietsen, naar keuze van Brits of Nederlands fabricaat, en bakfietsonderstellen. In de jaren daarna werd het assortiment uitgebreid met ondermeer sportfietsen en kinderfietsen en stegen de prijzen weer. Uit het aanbod van Van der Meer is op te maken dat hij de fietsen van verschillende partijen zal hebben betrokken, deels kant-en-klaar en deels met eigen afmonteren. Uit correspondentie van 1929 blijkt dat Van der Meer doorlopende leverafspraken met rijwielgroothandelaar en -importeur Max Velleman uit Amsterdam ("Velenzo"-rijwielen) had. Namen van andere leveranciers zijn niet bekend.
Eind jaren '30 laat hij de twee goedkoopste van de fantasiemerken vallen. In plaats daarvan vroeg Van der Meer in 1938 een nieuwe eigen merknaam aan bij het merkenbureau: Saffier. Het verzoek werd afgewezen omdat deze naam al in gebruik was door de firma Jac. Franssen & Zonen uit Venlo (Cyrus), en zo werd het uiteindelijk in 1939 een andere edelsteen: Robijn. Deze merknaam was op dat moment beschikbaar, maar had al wel een verleden in Noord-Nederland. De oudste vermelding van Robijn als fietsmerk die gevonden werd is een advertentie van fietsenmaker Jelke Bethlehem uit het plaatsje Oldeboorn, zo'n 15 km ten noorden van Heerenveen. In deze advertentie uit het blad Frisia van 27 augustus 1915 maakte Bethlehem reclame voor het "Robijn springframe - geheel veerend rijwiel van de nieuwste constructie". Of het om een eigen merk gaat is niet zeker.
Van der Meer introduceerde dus naast Smaragd als tweede hoofdmerk Robijn. In 1940 was de goedkoopste Smaragd-fiets voor f 35,- verkrijgbaar en de duurste voor f 62,50, de Robijn-modellen liepen van f 45,- tot f 50,-. In de jaren na de oorlog verdween het merk Smaragd stilletjes van het toneel en werd Robijn hét merk van Van der Meer. Het lijkt erop dat Van der Meer, die in de jaren '30 passend bij de tijdsomstandigheden met Smaragd vooral voor betaalbaarheid had gekozen, nu met Robijn naar een imago wilde waar ook kwaliteit een rol speelde. Daarmee veranderde Van der Meer mee met zijn tijd.
Een tweede verandering die in 1940 werd ingezet was de overstap van detailhandels- naar groothandelszaak. De folders van Van der Meer uit de jaren '30 waren geschreven voor de particuliere kopers. Maar het aanbieden van kale frames, complete fietsen zonder merk en de mogelijkheid om met een vertegenwoordiger af te spreken als de weg naar Heerenveen te ver was, geeft aan dat ook toen al in zekere mate met kleinhandelaars zaken werden gedaan. Dit soort vermenging van detailhandel en grossierderij in de rijwielhandel was altijd tegen de zin van het CBR. Om teveel wrijvingen te voorkomen stapte de oudste zoon, Mindert van der Meer, eind 1940 officieel uit het bedrijf om zich dan vervolgens op hetzelfde adres als zijn broer en vader als grossier in rijwielen en onderdelen te vestigen. En er was nog een tweede reden, zoals uit een brief van Mindert aan de Kamer van Koophandel van 12 december 1940 blijkt: De Van der Meer's zagen de van regeringswege opgelegde distributie van banden en onderdelen aankomen, waarbij alleen groothandelaars nog rechtstreeks leveringen zouden krijgen.
Na de oorlog gingen de Van der Meer's helemaal over op het grossieren. Per 1 januari 1946 werd de bedrijfsnaam Gebr. van der Meer. Vader Tjalke bleef nog wel tot aan zijn overlijden in 1962 bij de zaak betrokken. Om zich volledig op het grossieren te kunnen richten, en zeker met de opgang die de rijwielhandel eind jaren '40 vanwege de grote inhaalvraag maakte, werd het gebouw aan de Dracht 29 te klein. Men vond een nieuw, groter onderkomen aan de Lindegracht 3-5 in een plechtstatig voormalig bankgebouw. Op 2 oktober 1950 vond de feestelijke opening plaats, en de Heerenveense Koerier kopte de dag daarop "Het Robijn-huis geopend".
Ook qua personeel vond er een expansie plaats. Op de Dracht hadden zo'n 10 man in het bedrijf gewerkt, in de jaren '50 waren dat er 14 tot 15, inclusief de monteurs van de Robijn-fietsen en de vertegenwoordigers die de klanten bezochten. Het afzetgebied strekte zich uit over heel Noord-Nederland boven de lijn Zwolle-Beverwijk, inclusief de eilanden Terschelling en Ameland. Er werd vlot en efficiënt gewerkt. Binnen de 24 uur had iedere klant zijn artikelen per bodedienst thuis. De fietsbanden vonden in de voormalige bankkluis een ideale, droge opslagplaats. Op de eerste verdieping van het gebouw was een grote toonzaal ingericht. Behalve fietsen en fietsonderdelen verkocht men er ook radio's, stofzuigers en wasmachines. In de tuin achter het bankgebouw werd er in 1957 een betonnen magazijnhal bijgebouwd.
In 1952 begon de firma Van der Meer ook weer met de verspreiding van een vouwblad voor de klanten, aanvankelijk onder de naam "Periodiek bericht", later "Robijn nieuws". Smaragd-fietsen kwamen daarin niet meer voor. Onder het merk Robijn verkocht men een assortiment zelf afgemonteerde modellen dat alles bood wat in de jaren '50 standaard was: toerfietsen, sportfietsen en kinderfietsen (24" en 26") in verschillende prijsklassen en deels in kleur.Vanaf 15 januari 1953 nam de firma Van der Meer, die tot dan toe nog nooit verkoper van een van de beroemde grote fietsmerken was geweest, de exclusieve verdeling van Simplex-fietsen voor de provincies Friesland, Groningen en Drente op zich. Om de klanten te bezoeken werd een speciale vrachtwagen gebruikt die als rijdende showroom voor de Simplex-modellen was gearrangeerd. De montage van Robijn-fietsen ging nog tot omstreeks 1960 door. Toen stopten de gebroeders Van der Meer ermee, net als veel andere zelf monterende groothandelaren in de jaren '60. Het was door de stijgende arbeidslonen en de druk op de prijzen niet meer rendabel. In plaats daarvan gingen ze in overkoepelende grossierscombinaties coöpereren en werden er langs die weg ook kant-en-klare fietsen ingekocht, al dan niet van Nederlands fabricaat. Groothandel Van der Meer sloot zich aan bij Ring 65/Cortina.
In die tijd kwam ook de enige zoon van Folkert van der Meer, Tjalko, in het bedrijf werken. Hij herinnert zich nog verhalen van zijn vader over de service die in de jaren '30 aan klanten werd geboden. Zo werden de fietsen die niet rechtstreeks in de winkel in Heerenveen werden verkocht meestal met een bodedienst verstuurd, maar soms ook op de treeplank van de auto van Van der Meer naar klanten in heel Noord-Nederland meegenomen. Een enkele keer kwam het ook voor dat een klant een fiets kocht, maar nog niet had leren fietsen. Die kreeg in dat geval fietsles van Van der Meer.
In 1967 verkochten de gebroeders Van der Meer het pand aan de Lindegracht omdat dit financieel attractief was. Na de stopzetting van de eigen fietsmontage was er immers minder ruimte nodig. De zaak verhuisde naar de K.R. Poststraat 17 in Heerenveen, een pand waar voorheen een glashandel was gesetteld. De rijwielgroothandel draaide ook hier nog goed, maar begin jaren '70 wilden Mindert en Folkers van der Meer om leeftijdsredenen stoppen. Een eigen opvolger was er niet, en zo zochten de gebroeders een geschikte koper bij wie de werkgelegenheid voor het personeel behouden zou blijven. Ze kwamen uit bij metaalbedrijf Spanninga uit Joure, producent van ondermeer fietsachterlichten en bromfietsplaatjes. De overdracht vond op 1 februari 1973 plaats, maar door omstandigheden werd de voormalige firma Van der Meer al in november 1974 door Spanninga doorverkocht aan rijwielgroothandel Yankee in Hoogeveen, en enkele jaren later volgde de opheffing van de Heerenveense vestiging.
Tjalko van der Meer, kleinzoon van oprichter Tjalke, had een paar jaar in het familiebedrijf meegedraaid maar koos uiteindelijk toch voor een ander vak. Hij is nog wel in bezit van een archief met documenten over de zaak van zijn voorouders die teruggaan tot het begin in 1919. Zonder zijn vriendelijke ondersteuning was dit artikel niet mogelijk geweest.
BATAVUS. Opgericht door Andries Gaastra als de Rijwiel- en Motorenfabriek A. Gaastra. Vanaf 1932 als de Batavus NV Rijwiel & Motorenfabriek en Batavus Intercycle B.V. Heerenveen. De merknaam Batavus werd in 1909 gedeponeerd. 1904-1986. De Phoenix-Fongers-Germaan, PFG, combinatie is in 1970 opgekocht door Batavus.
Historie
Het verhaal van Batavus begon in 1904 met de opening van een winkel in uurwerken en naaimachines aan de Dracht in Heerenveen door Andries Gaastra. De pionierstijd van de fiets was toen al voorbij, de fietsenhandel begon nu een eigen bedrijfstak te worden en overal in het land namen vaak jonge ambachtslieden het repareren, monteren en verkopen van rijwielen ter hand. Zo ook Gaastra, die vanaf 1907 fietsen uit Duitsland importeerde. Hij werd invoerder van de bekende Presto-fietsen uit Chemnitz en startte daarnaast met fietsen onder het eigen merk Batavus te monteren.
Het bedrijf nam serieuzere vormen aan als Gaastra in 1917 de rijwiel- en vijlenfabriek Harmsen en Nieuwenhuis uit Heerenveen overnam die het fietsenmerk Phoenix voert. Gaastra had nu een echte fabriek. De rechten op het merk Phoenix verkocht hij door aan rijwielgrossier Schootstra in Leeuwarden. Het bedrijf maakte een klein assortiment weinig opvallende fietsen en bleef vooral een lokale fabrikant, zoals er vóór 1940 vele tientallen waren.
Eind 1934 opende Gaastra naast de existerende fabriek een groot fabrieksgebouw. Hier stonden nieuwe machines, waaronder ook een verchroominrichting. Het verchromen was op dat ogenblik bij de grote rijwielfabrieken al sinds enkele jaren mogelijk. Batavus maakte in die tijd ook carriers (bakfietsen), lichte motorrijwielen en een racefietsmodel. Aan het begin van de oorlog werkten bij Batavus zo'n 120 mensen. Gaastra was daarmee voor Heerenveen een belangrijke werkgever. Het bedrijf had sinds het begin een aarzelende maar gestage groei doorgemaakt. Maar vergeleken bij de grote fietsfabrieken was Batavus nog steeds onbeduidend.
Na de bevrijding begon een nieuw tijdperk voor Batavus. De gebouwen en machines van Batavus hadden de oorlog zonder schade doorstaan. In juli 1945, overleed oprichter Andries Gaastra. Zijn oudste zoon Gerrit, die al sinds 1928 in het bedrijf werkte, en diens broer Hans namen nu de bestiering over. In 1951 overleed ook Hans Gaastra, dat kwam door een verkeersongeluk. Vanaf dat moment ontwikkelde Gerrit Gaastra als enige aandeelhouder en directeur zijn ondernemerskwaliteiten. Gerrit was een echte fabrikant met innovatieve ideeën, een scherpe blik voor marktontwikkelingen en een grote gevoelsband bij het product.
In het begin van de jaren vijftig speelden in de tweewielerbranche twee producten een significante rol: sportfietsen en bromfietsen. Door de toenemende verkoop van tweewielers moest Batavus in de eerste helft van de jaren vijftig steeds meer gebouwen erbij huren of kopen. Het werd tijd voor een reorganisatie. Gaastra verkocht in 1954 de schaatsenproductie aan de firma Zandstra NV in Sneek en opende in 1956 een modern ingerichte, nieuwe fabriek in Oudeschoot (nu Heerenveen-Zuid) waar efficiënt gewerkt kon worden. Het aantal werknemers was inmiddels gestegen naar 300. In 1958 groeide Batavus nog een stuk verder door de overname van de relatief kleine rijwielfabriek Bato uit Tiel.
Er kwam stevige groei met bromfietsen en opvallende sportfietsen. Al snel werd Batavus toonaangevend op dit gebied, in de jaren ‘60 volgden vouwfietsen en deelfietsen. Het begin van een bloeiperiode, waarbij het bedrijf vele anderen wist over te nemen. Frames bouwt men niet meer zelf, maar de fabriek in Heerenveen draait nog prima. Batavus is deel van de Accell groep.
Omdat de werkweek korter werd hadden mensen sedert 1974 meer tijd voor recreatie. Koga heeft toen als nieuw opgerichte fietsenfabrikant direct op deze trend ingespeeld. Andries Gaastra, voormalig Sales Manager bij Batavus, richtte Koga BV op toen zijn vader Gerrit de onderneming Batavus verkocht. Hij voegde de eerste twee letters van de achternaam van zijn vrouw samen met de eerste twee letters van zijn eigen naam en vormde zo het merk Koga.
Gaastra wou een exclusief assortiment lichtgewicht fietsen op de markt te brengen. De allereerste Koga bouwde hij in zijn eigen woning in Oranjewoud, vlakbij Heerenveen. Gaastra besloot al snel om alleen componenten van exclusieve leveranciers te specificeren, om zo aan de hoogste kwaliteitsverwachtingen te voldoen. Nadat Koga importeur van Shimano-onderdelen was geworden, ontstond er een netwerk met daarin ook andere Japanse fietsenfabrikanten. Onder hen was Miyata, een bedrijf dat op dat moment al 80 jaar fietskaders produceerde. Tot 2010 werden de Koga frames geproduceerd door Miyata, daarom kwam achter de merknaam Koga het achtervoegsel Miyata.
1976, Koga Miyata bracht haar eerste racefietsen op de markt. Koga wss een pionier in de samenwerking met Shimano.
In 1977 begon Koga Miyata de wielerploeg “IJsboerke” te sponsoren. In 1980 reden alle renners van het IJsboerke-Koga-Miyata-Warncke Team op Fullpro-L- of Fullpro-fietsen met originele specificaties.
In 1981 was er de sponsoring van het profteam "Capri Sonne". Dat jaar won Peter Winnen op een Koga Miyata de Tour de France-etappe over L'Alpe d'Huez. De winnende fiets van Peter Winnen werd pas op de ochtend van de etappe door het Team Capri Sonne afgeleverd in L'Alpe d'Huez. Deze speciale, nog lichtere versie van de teamfiets was feitelijk pas de dag ervoor klaar en werd 's nachts persoonlijk door Koga-monteur Aart Boer naar de etappestart in Alpe d'Huez vervoerd. Enkele renners besloten ter plekke om deze nieuwe teamfiets te gebruiken, waaronder Peter Winnen.
1982, de luxefietssector werd als een van de eersten getroffen door de economische crisis. Koga Miyata leed onder het moeilijke zakenklimaat en moest zich grotendeels terugtrekken uit de sponsoring van de wielerploeg.
1991, Koga begon met het sponsoren van het professionele Tulip-team met Adri van der Poel als teamcaptain. Van der Poel werd later wereldkampioen veldrijden.
1992, Koga werd verkocht aan Atag Holdings, dat tot dan toe uitsluitend een verwarmingsbedrijf bezat. Gaastra verliet Koga en Co Rijcken, die al vanaf de start bij het bedrijf was, nam de leiding over. Met de groei van het bedrijf was Gaastra minder betrokken geraakt bij productontwikkeling, het aspect waarin hij het meest geïnteresseerd was. Gaastra werd door Koga aangetrokken als adviseur en bleef invloed uitoefenen op de ontwerpen.
1998, Atag Holdings scheidde de verwarmings- en fietsenactiviteiten af, zodat de winsten van beide nauwkeuriger konden worden weergegeven. Koga werd daarmee overgebracht naar een nieuwe holding: “Accell”. Een goede zet, want nog geen jaar later boekte Atag zware verliezen.
2006, Koga Signatuur werd aangemaakt, of het nu een trekking-, toer- of sportfiets is, met Koga Signature kon vanaf nu iedereen altijd en overal zijn eigen persoonlijke Koga-fiets samenstellen. Met de Fietsconfigurator op de website kan men stap voor stap uw droomfiets ontwikkelen. Tenslotte wordt de fiets volledig met de hand voor u opgebouwd. Je kan ook je eigen naam op het frame zetten: een gesigneerde fiets op maat.
2007, Koga opende een nieuw kwaliteits- en testcentrum, waar met behulp van ruim twintigtestmachines componenten en frames konden worden getest.
2008, Marianne Vos won Olympisch goud in de puntenkoers op de Olympische Spelen in Peking. Speciaal voor de Olympische Spelen van Peking in 2008 ontwikkelde Koga voor Bos, Vos en de andere renners van de Nederlandse kernploeg het unieke Kimera baanframe.
2009, KOGA-monteurs ontwikkelden hun eigen werkstations. De nieuwe werkplekken werden door de monteurs zelf ontwikkeld en voldeden aan de relevante veiligheidsvoorschriften op de werkvloer. Het doel was om het werken comfortabeler en gemakkelijker te maken. de monteurs hadden nu alle benodigde materialen overzichtelijk gesorteerd en binnen handbereik, zoeken was dus niet meer nodig. Ook nieuw op de werkplekken was de lift: fietsen hoefden niet meer handmatig omhoog getild te worden. Antivermoeidheidsmatten zorgden voor een verbeterd loopcomfort. Speciale daglichtverlichting projecteerde een natuurlijk lichtspectrum, hierdoor bleven de monteurs alert en werden ze minder snel moe.
2010, de merknaam werd afgekort tot Koga, omdat de frames niet meer door Miyata werden gemaakt. Kort en krachtig, net zoals toen het merk in 1974 werd geregistreerd.
2014, om het 40-jarig jubileum van KOGA te vieren werd er een gelimiteerde serie van 40 lichtgewicht racefietsen vervaardigd. Hierbij werd uitsluitend gebruik gemaakt van hoogwaardige componenten. De fiets was voorzien van een speciale badge en was individueel genummerd om exclusiviteit te garanderen.
2119, De KNWU werkte in samenwerking met KOGA, TU Delft, Actiflow en Pontis Engineering hard aan een nieuwe baanfiets. Deze baanfiets bewees zichzelf ruimschoots, want er werden al meerdere medailles op deze fiets behaald. De nieuwe naam van de baanfiets ontstond op een speelse manier! Door KOGA-fans een nieuwe naam voor de baanfiets te laten bedenken, maakten zij kans op een complete reis naar de Olympische Spelen van Tokyo. Uit ruim 1.700 inzendingen werd er een definitieve keuze gemaakt. De trotse Patrick De Roo kwam via een anagram van Geesink (die in 1964 had gewonnen) op de naam KOGA KINSEI. Vrij vertaald betekende dat: gemaakt voor goud.
De merkmanager van KOGA, Harald Troost, was een van de juryleden die voor de lastige keuze stond om tot een goed besluit te komen. Uiteindelijk werd gekozen voor KOGA KINSEI omdat het heel goed klonk en de Japanse naam een hele duidelijke connectie had met Tokyo, waar de Olympische Spelen zouden plaatsvinden.
Balhoofdplaatje van fietsenfabrikant Koga Miyata uit Heerenveen. Het plastieken plaatje is volledig zwart en maakt gebruik van reliëf. Het geheel is omringd door een boord. Bovenaan prijkt de merknaam ‘KOGA / MIYATA’. Centraal wordt er een tandwiel afgebeeld met daarin de drukletter ‘M’. Onderaan het plaatje staat het opschrift ‘HANDMADE’.
NEW BEESTON---- Bronda rijwielen ----- Groningen ----- Nederland
De firma J. Bronda was gevestigd aan de Schoolstraat in Groningen. De firma Bronda leverde naast een aantal geïmporteerde merken als Bismarck, BSU en BSA nog twee andere merken, de Meba en de New Beeston. Over twee andere merken van deze Firma, de Metropole en de Skandia weten we niet veel.
in rijwielen, rijwieldelen en aanverwante artikelen Gr. 1908- 1923 Cremer. (Tweede inschrijving) / Firma G. Cremer & Co Grossier in rijwielen en onderdelen Gr. 1923 1964. (Courier, Standard)
Eunen J. v., Rijwielen en toebehoren, O. Ebbingestr. 57 Groningen. Tel. 628. en 828
Alleenverkoop van BRENNABOR-Rijwielen.(Rijwiel-Magazijn „DE LEEUW” Violenstraat no. 16. en Ca 1914 ook Auto Verhuurinrichting „VITESSE”.) voor 1904-1929
GRONINGEN - Fietsenhandel Ferwerda Fietsen in de binnenstad van Groningen is failliet. Op de deur van de winkels prijkt een briefje met de daarop de tekst 'wegens omstandigheden gesloten'.
Ferwerda Fietsen begon in 1937 als eenmanszaak aan de Steentilstraat in Groningen.
In de daarop volgende '60 jaren groeide Ferwerda uit tot een bedrijf met vijf verschillende winkels, allemaal gevestigd in de Steentilstraat in het centrum van de stad.
Wat de reden is voor het faillissement is op dit moment nog niet duidelijk.
Groningen is de hoofdstad en belangrijkste gemeente van de provincie Groningen in Nederland. Groningen, ook wel de "hoofdstad van het noorden" genoemd, is de grootste plaats en tevens het economische en culturele centrum van het noordelijke deel van het land.
FONGERS, De Gron. Rijwielenfabr., A., Heereweg 85a Gr. Tel. 211. / A. Fongers, Rijwielfabricage, het vervaardigen en het handeldrijven in automobielen enmotorrijwielen Gr. 1884-1971. (Fongers). In 1915 had Fongers de volgende eigen Rijwiel-Filialen: Amsterdam, Nassaukade 500; Arnhem, Bakkerstraat 5; Den Haag, Spui 45 en Reinkenstraat 121; Groningen, Heereweg 85; Leiden, Breestraat 86; Middelburg, Lange Delft 19; Rotterdam, WestNieuwland 16; Utrecht, Neude 12.
Historiek
Fongers was gevestigd aan de Hereweg in Groningen. Het bedrijf was pionier in de ontwikkeling van de klassieke Nederlandse toerfiets. De fietsen waren degelijk en zeer elegant.
Albert Fongers uit Warffum vestigde zich in 1871 als smid aan de Nieuwe Kerkhof in de stad Groningen. Het was de periode waarin de Hoge Bi voorzichtig zijn intrede deed in Nederland. Kennelijk was Fongers geïnspireerd door dit nieuwe vervoermiddel en hij startte in 1884 op zeer bescheiden schaal met de fabricage van eigen fietsen. De zaken gingen goed en de kleine huisfabrikant wilde zijn vleugels uitslaan. Om de noodzakelijke schaalvergroting te kunnen financieren werd in 1896 een naamloze vennootschap opgericht. Vanaf 1897 werden de zaken in de Fongers-fietsfabriek aan de Hereweg groots aangepakt. Het bedrijf volgde de laatste (Engelse) stand van de techniek en leverde topkwaliteit.
Achter een monumentale voorgevel beschikte het bedrijf over drie hallen van honderd meter, waarin een complete productielijn werd ondergebracht. In een aanpalend pand werd een groothandel in onderdelen gestart. Hoewel de precieze productiecijfers niet bekend zijn, moet de omzet van de nieuwe fabriek enkele duizenden fietsen per jaar zijn geweest. De totale productie van Fongers van 1885 tot 1945 bedroeg circa 300.000 fietsen.
Het waren hoogwaardige rijwielen, die zeker in de jaren tot 1910 alleen waren weggelegd voor de koopkrachtige bovenlaag van de bevolking. De strijd om een aandeel in deze vrij kleine markt was niettemin heftig, waarbij Nederlandse fabrikanten ook nog eens de strijd moesten aanbinden met een veelheid aan buitenlandse concurrenten (met name uit Engeland en Duitsland). Deze felle concurrentie werd enerzijds op de prijzen gevoerd en anderzijds op kwaliteit. Zeker toen de fiets na 1920 onder invloed van de massaproductie en de grotere koopkracht relatief goedkoper werd, ontstonden voor Fongers de eerste problemen in de continuïteit van de onderneming.
Opvallend was dat Fongers na die eerste topjaren niet veel meer innoveerde. Modellen werden jaar na jaar bijna ongewijzigd doorgebouwd en waren dus zeer herkenbaar. Fongers ontwikkelde een eigen productenlijn met een grote hoeveelheid specifieke details (zoals het eigen velgremstangensysteem, de stuurstrop etc.) Na het overlijden van Albert Fongers werd zoon Ties in 1921 voorzitter van de directie. Ties overleed in 1944.
Fongers besteedde veel aandacht aan reclame. Bij de fabriek in Groningen bevond zich ook een rijwielschool. Deze rijschool heeft tot 1940 dienst gedaan en was in 1933 toneel van een internationale kunsttentoonstelling ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan van De Ploeg. Het hoofdgebouw aan de Hereweg werd ontworpen in de Neorenaissancestijl en is karakteristiek voor de periode waarin het gebouwd werd (1896).
In de jaren dertig was het bestaan van de onderneming enkele keren in gevaar geweest. Zo werd in 1931 een overname door Burgers overwogen. Het was de periode waarin de prijzen van de fietsen een historisch dieptepunt bereikten en de concurrentie moordend was. Ondanks aanpassingen in de fabricage hield Fongers vast aan het oorspronkelijke concept (hetzelfde model als in 1910 kon in 1940 nog steeds besteld worden, zij het met wijzigingen in de specificatie van de gemonteerde onderdelen).
Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag de productie grotendeels stil. In oktober 1944 werd het bedrijf bovendien getroffen door het overlijden van directeur Ties Fongers. Na de bevrijding was vernieuwing weerom niet de sterkste kant van Fongers; het vasthouden aan oude productiemethoden en marketingmethoden zou uiteindelijk leiden tot de ondergang van het bedrijf. Paradoxaal genoeg is het bedrijf in feite ten onder gegaan aan de kwaliteit van zijn product. Eind 1957 besloot de leiding in verband met de oplopende verliezen tot een grondige redres.
In 1961 werd Fongers overgenomen door de fabrikant 'Phoenix' uit Leeuwarden. In 1963 trad ook het Meppelse bedrijf Germaan tot deze combinatie toe; vanaf dat moment heette het bedrijf PFG (Phoenix/Fongers/Germaan). Ook deze combinatie zou het, ondanks de vele nieuwe fietsmodellen die werden ontwikkeld, niet redden. In 1969 werd deze PFG-combinatie op zijn beurt overgenomen door Batavus. De productie op de locatie Groningen werd in 1971 gestaakt. De naam Fongers werd tot ver in de jaren tachtig als sub merk van Batavus gevoerd, totdat ook deze fabriek opging in een groter verband. Tegenwoordig verkoopt Batavus weer één eenvoudig model onder de merken Fongers en Germaan.
In 1985 werd het fabriekscomplex voor het grootste deel afgebroken, alleen de monumentale voorgevel werd gerestaureerd. Daarachter bevindt zich inmiddels een modern kantoorgebouw. Achter het kantorencomplex is een nieuw woonbuurtje met huurwoningen gebouwd, het kreeg de naam Fongersstede. Ook in een aantal vitrines van het Groninger museum leeft de herinnering aan dit bedrijf voort.
Groothandel in Fietsen, de firma J. Bronda verkocht fietsen van de merken New Beeston, Meba, BSA, Metropole, Bismarck, NSU, en Skandia. New Beeston en Meba waren eigen merken van Bronda. Bismarck en NSU werden geïmporteerd uit Duitsland, BSA uit Engeland.
BRONDA
J. Bronda staat vooral bekend om zijn ‘New Beeston rijwielen. Voor 1900 was de Beeston uit Engeland een populair rijwielmerk op de Nederlandse markt. De zoon van Bronda ging zelfs naar Engeland om het rijwielvak, of wel fietsenmaker te worden. Zijn opleiding genoot hij opvallend in dezelfde plaats als waar de Beeston Humber rijwielen vervaardigt werden. Kortom een populair merk waar Bronda graag zijn naam aan wilde verbinden. Voor die dagen ook niet ondenkbaar dat dat een gouden greep was. Veel onderdelen voor zijn eigen merk New Beeston haalde hij aanvankelijk dan ook uit Engeland. Het is een merk die dan al staat voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Rond de 1914 jaren kon je bij de Fabriek Bronda ook Windhoff auto’s kopen. Waar in die jaren, naast rijwielen en motorrijwielen al veel vraag naar was. In een folder uit 1914 komen we ook andere fietsmerken tegen die niet in de fabriek zelf gemaakt zijn. Bij veel rijwielenfabrieken zien we dat ze bij aanvang meer handelsonderneming waren en zich laten pas geheel op hun eigen merk rijwielen richte. Bij Bronda zien we dit heel duidelijk na deze jaren gebeuren. Wellicht komt dat door het succes van de New Beeston en de vaardigheid waarmee ze deze tot het eind kunnen blijven leveren, en dat zonder verandering van het beeldmerk op het balhoofd plaatje.
Jannes de Jong. Rijwielfabriek Vrijheid. Folkingestraat 15, Damsterdiep ZZ 67 Gr. Daarna Poelestraat. Achter de muur. Gr. 1922-1949. (Vrijheid, Rubicon en Gronings Roem).
Jannes de Jong diende de aanvraag voor een aantal eigen merknaam in op 08-02-1921. Na de samenwerking met Firma S. A. Cloetingh & J. de Jong, tot 1921/22, laat hij zich in 1922 zelfstandig inschrijven onder de naam rijwielfabriek /”De Vrijheid” Jannes de Jong. Na wat omzwervingen door de stad betrekt hij de langste tijd een fabriek aan de Poelestraat. In 1948 zijn er plannen om aan de Oliemuldersweg een geheel nieuwe rijwielfabriek te bouwen. Maar om onduidelijke redenen is de bouwaanvraag door de Jong zelf een jaar later weer ingetrokken. Ook de inschrijving van De Vrijheid bij de K.v.K. loopt tot 1949.
Een jaar later zal de fabriek zich vestigen in Apeldoorn onder de naam Rubicon: Vereenigde rijwielfabrieken Rubicon en Vrijheid . De Jong & Zn. N.V.
Ik ben Delameilleure Philippe
Ik ben een man en woon in Preshoekstraat 145 - 8510 Marke - België (België) en mijn beroep is Gepensioneerd.
Ik ben geboren op 27/09/1960 en ben nu dus 64 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: Wielrennen - Verzamelen van fietsmerkenplaatjes (balhoofdplaatjes) .