DRESCO (Nl)
DRESCO -RIJWIELFABRIEK ----- Winschoten----Nederland
Dresco was een Nederlands bedrijf dat in de jaren vijftig verstevigde fietsen met een Hemy-hulpmotor produceerde.
1922: gebroeders S.J en W. Dresselhuis starten de productie van Dresco-fietsen aan de Blijhamsterweg 32 te Winschoten.
1936 zoon E.H. Dresselhuis wordt compagnon
1949: zoon P.F. Dresselhuis zet, met als compagnon J. Koetje, na het overlijden van de oprichter het bedrijf voort.
1963: de productie van fietsen wordt stopgezet. Dresco concentreert zich op assembleren en de grossierderij van fiets- en bromfietsonderdelen.
Begin jaren 70: start met het verpakken van fietsaccessoires. Eerst voor de fietsenmakers, later voor grootwarenhuizen en bouwmarkten.
1987: Ap Kalkhoven neemt Dresco over. Autoaccessoires worden aan het assortiment toegevoegd.
1989: Olpa uit Ochten, specialist in elektrotechnische materialen, wordt overgenomen.
1989: Dresco en Olpa worden in Wijchen gevestigd. Eerst als separate BV’s; later worden ze samengevoegd.
1995: zusterbedrijf Drespa-Duitsland start met de ontwikkeling en productie van elektrotechnisch schakelmateriaal.
2002: start verkoop van technische sanitair producten aan bouw-zelfbedieningsgroothandels en bouwmarkten.
2003: opening van een geheel nieuw distributiecentrum in Wijchen, voorzien van speciale orderpicking straten voor de diverse bouwmarkten
2003: in december neemt de Amerikaanse multinational Actuant Dresco in Wijchen over in het kader van hun geografische expansie in Europa. Dresco geldt als voorbeeld voor de strategie in Europa.
2009: in december verkoopt Dresco zijn fiets- en sanitair assortiment aan de Fetim Group. Dit om zich meer te kunnen richten op elektra.
2010: vanaf 1 april zal Dresco officieel verdergaan als Kopp Benelux BV.
2010: 1 september zal Dresco ophouden met bestaan, er zal een verkoopkantoor overblijven met 7 werknemers en onder de naam Kopp Benelux.
HISTORIEK
Het Oost-Groningse plaatsje Winschoten telt tegenwoordig amper 20.000 inwoners maar heeft in het verleden liefst drie rijwielfabrieken gehuisvest die deze naam verdienen. De oudste en meest bekende is Gruno, die in 1897 vanuit Groningen naar Winschoten verhuisde om daar haar eigenlijke start als NV Rijwielenfabriek Gruno te maken. Niet veel later, omstreeks 1900, begon J. Moesker in Winschoten op bescheiden schaal in zijn Rijwielfabriek Zwaluw fietsen te produceren. Dat dit meer was dan een fietsenmaker die voor zijn eigen winkel met de hand wat fietsen bouwde, daarvan getuigt onder meer een bericht van een heuse 'staking bij rijwielfabriek Zwaluw' vanwege een loongeschil in 1906.
De derde was Rijwielfabriek Dresco, opgericht door Sikko Jacob Dresselhuis (1886 - 1949). Dresselhuis stamde zoals veel Nederlandse fietsfabrikanten uit een smedenfamilie. Zijn vader Edde dreef een smederij in het Groningse Drieborg, op een steenworp afstand van de Duitse grens. De oudste zoon van Edde, Hendrik, emigreerde in 1908 naar de Verenigde Staten en dus was het aan Sikko als de tweede zoon om de smederij over te nemen. In 1913 verkocht Sikko de complete smederij-inventaris en vormde de zaak om tot een rijwielhandel.
In 1922 verplaatste Dresselhuis zijn zaak naar een fabrieksgebouw aan de Hoogklei 3 in Winschoten. Het bedrijf heette nu officieel fa. Gebroeders Dresselhuis en werd geleid door Sikko en Willem Dresselhuis, waarbij Willem de verkoop op zich nam. Bij de fabriek zat ook een woongedeelte waar Sikko met zijn vijfkoppig gezin en Willem, nog een broer en hun vader Edde, woonde.
Dresco fabriceerde niet alleen fietsen, er werd ook in fietsen gehandeld. De firma Dresselhuis verhandelde Duitse rijwielen, dit uitsluitend aan fietsenmakers. Met andere woorden; Sikko en Willem traden op als groothandelaar, dit in tegenstelling tot menige handelaar die in die tijd wagonladingen fietsen rechtstreeks en vaak voor bodemprijzen aan particulieren verkocht.
De volgende belangrijke stap werd in 1926 gezet. Sikko en Willem Dresselhuis lieten aan de Blijhamsterweg 22 in Winschoten een woonhuis voor twee gezinnen met daarachter een eigen fabriek bouwen. De verhuizing vond tegen het einde van 1926 plaats. Uit hetzelfde jaar dateert ook de eerste vermelding van de benaming 'rijwielfabriek Dresco' voor de fabriek van de gebroeders Dresselhuis die in de oude kranten op Delpher te vinden is.
Het is niet eenvoudig om een goed overzicht over de door Dresco gefabriceerde fietsen te krijgen. Een Dresco-folder uit 1926 toont de toen nog zeer beperkte breedte van het assortiment: drie toermodellen met de modelnamen Populair, Standaard en Speciaal, een kinderrijwiel en een transportfiets. Op de diverse onderdelen van de fietsen werd de naam Dresco ingeslagen. Dat klopt enerzijds bij de bewering in De Rijwiel-, Motor- en Autohandel van 25 april 1929 dat Dresco zijn fietsen 'van begin tot eind in de eigen werkplaatsen' maakte, maar anderzijds betekent een merknaam op een onderdeel natuurlijk niet dat dit onderdeel niet alsnog ingekocht kan zijn.
Behalve complete Dresco-fietsen leverden de gebroeders Dresselhuis ook frames en merkloze, zogenaamde eigennaamrijwielen voor de rijwielhandel. Uit diverse artikelen en advertenties uit de late jaren 20 en de jaren 30 blijkt dat Dresco vooral gezien moet worden als leverancier van zwaardere twee- en driewielers. Zo schreef De Nederlandsche Rijwielhandel op 15 mei 1931: “De Dresco-Rijwielenfabriek (Fa. Gebr. Dresselhuis) te Winschoten gaf een prijscourant in het licht van transportrijwielen (carriers). Men vindt er in tien punten bijzonderheden opgesomd over het Dresco-fabrikaat. Voorts ontvingen wij eenige vloeibladen van deze firma, bedoeld als reclame voor invalide-wagens, op de fabricatie waarvan de firma zich in den laatsten tijd met kracht toelegt.”
Begin jaren 30 maakten in Nederland de zogenaamde lichte motorfietsen opgang: fietsen met een verzwaard frame en een hulpmotor. Ook de Gebr. Dresselhuis kwamen met een model. Een ander typisch jaren 30-model zijn tandems. Vanaf eind 1935 begon het tandem rijden in Nederland een echte rage te worden. Twee fabrikanten die dat al meer dan een jaar eerder zagen aankomen waren Magneet en Durabo.
Naar de omvang van de fietsproductie bij Dresco in de jaren 30 kan alleen worden gegist. Hoewel Dresco wat de vele speciale twee- en driewielers betreft een zeer respectabele productiebreedte had, zullen de aantallen toch niet zo hoog geweest zijn. De grootte van de fabrieksgebouwen aan de Hoogklei en later de Blijhamsterweg past bij een voor Nederlandse begrippen kleine tot middelgrote fietsfabriek. Gezien het aantal overgebleven vooroorlogse Dresco-fietsen moet Dresco kleiner geweest zijn dan middelgrote fietsfabrikanten zoals Batavus, Veeno of Phoenix.
In 1936 zat Nederland midden in de crisis, de verkoopprijzen van fietsen bereikten hun historische dieptepunt. Sonja van der Goot hierover: "Sikko en Willem hadden beide twee zonen, er moest een toekomst voor hen worden gecreëerd. Ook was Willem [die voor de verkoopactiviteiten veel moest reizen] in de ogen van zijn echtgenote te veel van huis. Besloten werd dat Sikko verder ging met zijn oudste zoon Eddo Hendrik en dat Willem een middenstander zou worden en een rijwielzaak zou opzetten." Eddo Hendrik - toen pas 23 jaar oud - nam dus de taken van Willem in de verkoop over. Overigens blijkt uit documenten in het familiearchief dat Willem waarschijnlijk nog wel enige betrokkenheid bij de rijwielfabriek hield. De naam Fa. Gebr. Dresselhuis veranderde door de gewijzigde samenstelling van de directie in 1937 officieel in 'Rijwielenfabriek Dresco (S. J. Dresselhuis)'.
Zoals voor veel Nederlanders begon met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog ook voor de familie Dresselhuis een nare tijd. Eddo Hendrik was voor het leger opgeroepen en sneuvelde bij Dordrecht tijdens de gevechtshandelingen in mei 1940. Willem, die al tijdens zijn zakenreizen in Duitsland voor Dresco de maatregelen tegen de Joodse burgers met eigen ogen had kunnen zien, sloot zich bij het verzet aan en werd daarin zeer actief. Nadat hij in december 1942 al eens was vastgezet en na enkele weken weer werd vrijgelaten, werd hij samen met anderen in april 1944 opnieuw gearresteerd. Hij belandde uiteindelijk in concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg, waar hij op 30 december 1944 door uitputting stierf. Broer Sikko legde omstreeks 1942 onder een voorwendsel de Dresco-fabriek stil om niet voor de Duitsers te hoeven werken. Hoe sterk de fabriek in economische zin onder de oorlog te lijden had en hoe de zaken er bij de bevrijding voorstonden is niet duidelijk. Maar de sluiting was in dat opzicht uiteraard niet voordelig.
Na een kortstondig ziekbed overleed Sikko Dresselhuis op 5 oktober 1949. Pieter volgde hem op, met zijn zwager Wieger Holwerda als compagnon aan zijn zijde. Ook de oudste zoon van Willem Dresselhuis, Stef, werkte vanaf 1952 bij Dresco als verkoper. Stef's dochter Sonja van der Goot over de toenmalige directie: "Op de een of andere manier was het compagnonschap van Pieter Dresselhuis en Holwerda niet erg succesvol. Pieter was geen zakenman en had geen passie voor een leidende functie; hij was meer technisch onderlegd. Holwerda ging daarom uiteindelijk bij Dresco weg."
Dresco bleef zich naar het lijkt ook na de oorlog meer op de zware voertuigen richten. Zo adverteerde het bedrijf in 1950 in De Nederlandsche Rijwielhandel met bakfietsonderstellen, naar keuze met enkele of dubbele hoofdbuis.
Terwijl over de verrichtingen van Dresco op het gebied van de opkomende sportfietsen vrijwel niets bekend is, haakten ze wel in op een andere trend in die tijd: de hulpmotorfiets. Dresco bouwde een verzwaard wiegframe en monteerde tussen de onderbuizen een Franse 48cc Hemy-hulpmotor en een Mosquito-tank onder de bagagedrager. Daarnaast is ook een bewaard gebleven Dresco-hulpmotorfiets met Mosquito-motortje onder de bracket bekend - deze is gebruikt omdat Hemy op een gegeven moment de productie had stopgezet. Er zijn niet veel exemplaren van de Dresco-Hemy verkocht. Het tijdschrift Bromfiets besprak dit model in 2005 in de rubriek 'Eendagsvlieg' en schatte de totale productie op zo'n 300 stuks. Als reden voor het matige verkoopsucces werd de prijs genoemd. Volgens de overlevering zou Dresco in de jaren 50 ook bromfietsen en lichte motorfietsen gemaakt hebben.
SABRE B-merk
In de loop van de jaren 50 introduceerde Dresco het merk Sabre. In tegenstelling tot de Dresco-fietsen werden de Sabre-fietsen ingekocht. Bij welke leverancier en of er nog enige afmontage plaatsvond bij Dresco is niet bekend. De naam Sabre sloeg op de Super Sabre, een Amerikaans jachtvliegtuig dat in 1953 als eerste de geluidsmuur doorbrak. Waarschijnlijk was het de bedoeling om met de Sabre-fietsen een breder marktsegment te kunnen bedienen, net zoals ook andere fietsfabrikanten een eigen B-merk introduceerden. Het is een teken dat Dresco het in de jaren 50 gaandeweg moeilijker kreeg om overeind te blijven.
Eind jaren vijftig verliet Stef Dresselhuis het bedrijf. Sonja van der Goot: "Mijn vader heeft tot 1959 bij Dresco gewerkt als verkoper maar is toen weggegaan en uiteindelijk een eigen tassengroothandel begonnen. Hij hield overigens niet van fietsen. Nadat hij bij Dresco weg was heeft hij bij wijze van spreken nooit meer een fiets aangeraakt.” In 1961 trok ook Wieger Holwerda zich als compagnon terug. Twee jaar later werd hij opgevolgd door Jacob Koetje, sinds 1949 medewerker bij Dresco en vanaf 1963 dus ook mede-eigenaar. In dat jaar stopte Dresco met de productie van complete fietsen en ging verder als grossier en met assemblagewerkzaamheden. In 1967 verhuisde Dresco naar een industriegebied aan de rand van Winschoten. De oude fabriekshallen werden nog tot 1987 deels voor opslag gebruikt en deels verhuurd.
In de jaren 70 ging Dresco bij de onderdelenverkoop over op het voorverpakken van fiets- en bromfietsonderdelen voor warenhuizen en bouwmarkten. Dresco was daar succesvol mee en velen zullen het merk tot op de dag van vandaag van de ventieltjes, crankspies, fietsverlichting enz. in blisterverpakking kennen. Ook complete fietsen werden minimaal tot zo'n 20 jaar geleden nog onder de naam Dresco verkocht, uiteraard als puur handelsartikel. Piet Dresselhuis ging in de jaren tachtig met pensioen en liet zich door Koetje uitkopen. Koetje verkocht het bedrijf enkele jaren later. Op dat moment werkten er nog maar negen mensen. Daarna volgde een hele reeks overnames en fusies, een verbreding van het assortiment en een verplaatsing naar Wijchen. De Dresco-onderdelen die tegenwoordig in bouwmarkten en op internet te koop zijn, zijn afkomstig van het Veldhovense bedrijf Service Best International.
Onder de Nederlandse fietsfabrikanten was Dresco altijd een relatief kleine speler. Maar juist daarom is het opmerkelijk hoe breed en 'eigen' het productieprogramma van Dresco voor de oorlog was. In de jaren dertig was het bedrijf in dat opzicht zonder meer op zijn hoogtepunt. Dresco blonk toen uit in het maken van de zwaardere typen fietsen zoals bakfietsen en tandems. Na de oorlog en vooral na het overlijden van Sikko Dresselhuis was de ziel uit de onderneming verdwenen. Anderzijds slaagden zijn opvolgers er wel in om Dresco nog decennialang draaiend te houden door in te krimpen en het bedrijf goed aan de veranderende omstandigheden aan te passen.
WILLEM DRESSELHUIS - WINSCHOTEN
Geboren: 13 juli 1899, Drieborg
Gestorven: 30 december 1944, Neuengamme, Duitsland
Auteur:Sonja van der Goot-Dresselhuis
Willem Dresselhuis werd geboren op 13 juli 1899 in Drieborg aan de Duitse grens en bracht daar zijn jeugd door. De familie had een smederij die men rond 1920 omtoverde tot een rijwielfabriekje. Ondanks de economische crisis gingen de zaken erg goed en in 1922 vestigden de twee broers Dresselhuis zich in Winschoten waar men een fabrieksgebouw en woonhuis liet bouwen.
Rijwielpaleis
De verkoop was in handen van Willem Dresselhuis die daardoor veel contacten had in het gehele land. Ook Noord-Duitsland behoorde tot zijn werkterrein. Willem sprak hierdoor vloeiend Duits en zag de politieke veranderingen in Duitsland in een vroeg stadium. In 1936 besloot Willem een winkel in het centrum van Winschoten te openen waar rijwielen en kinderwagens werden verkocht; rijwielpaleis Dresselhuys. In 1939 verhuisde Willem naar een statig pand aan de Venne. Zijn bovenburen waren de Joodse familie van Geuns; een ouder echtpaar met hun dochter. In het centrum van Winschoten waren vele Joodse winkeliers met wie Willem goed contact had, ook waren vele van zijn leveranciers van Joodse afkomst. Willem had in Duitsland gezien dat er onrechtvaardige maatregelen werden genomen tegen deze bevolkingsgroep.
Toen Nederland mobiliseerde werd hij op 40-jarige leeftijd chauffeur bij de vrijwillige Landstorm in Haarlem. Na de capitulatie keerde hij terug naar Winschoten waar hij hoorde dat zijn neef, collega en zielsverwant Eddo Hendrik Dresselhuis was gesneuveld. Eddo Hendrik reed met een groep soldaten toen ze onder mitrailleurvuur werden genomen terwijl ze de witte vlag droegen. Willem regelde een transport en haalde Eddo Hendrik, die al in een massagraf lag, op en bracht zijn lichaam naar Winschoten. Ondertussen haalde hij zijn zuster en haar kinderen uit het gebombardeerde Rotterdam en bracht ook hen naar Winschoten.
Pionier Vanaf dat moment wist Willem het zeker; de Nazi’s moesten worden bestreden en vol vuur en overgave werd hij een pionier van het verzet in Winschoten. Hij spoorde mensen aan om zich te verzetten en niet passief toe te blijven kijken. Hij hielp waar hij kon, eerst in eigen kring maar dat breidde zich al snel uit. Zo werd hij lid van de Ordedienst Winschoten. Hij werkte niet alleen regionaal maar reisde ook veel naar het Westen waar hij onder andere contact had met de familie Flinterman wiens zoon een Engelandvaarder was en werkte voor de Royal Air Force.
Al in december 1942 werd hij gearresteerd op verdenking van Jodenhulp en andere illegale activiteiten en gedetineerd in het Huis van Bewaring in Groningen. Door een attest van huisarts Pot en de hulp van een verzetsman die advocaat was; J.F.S. Domela Nieuwenhuis Nijegaard, werd hij na zes weken vrijgelaten. Vanaf dit moment werd hij in de gaten gehouden en ging hij gebruik maken van een verbindingsman, met wie hij dagelijks contact mee had, F.F.H. Du Pré, om toch door te kunnen werken. Toen de Landelijke Organisatie voor Onderduikershulp werd opgericht, zocht men hem aan. Willem richtte zich op de voedselvoorziening en falsificatie van papieren. Hij hield zich bezig met zoveel activiteiten dat hij er een dagtaak aan had.
Infiltrant In de loop der tijd vormde zich een kern van actieve verzetsmensen in Winschoten. Dominee A. Du Croix was één van die mensen, hij maakte gebruik van een koerier; Jopie. Deze leek betrouwbaar maar veranderde gedurende de oorlog van zijde. Eind 1942 verraadde hij zijn opdrachten aan de politiecommissaris Van Den Hof in Winschoten. Vanaf dat moment hield hij de groep in de gaten en gaf informatie door, ook over Willem.
De groep hield zich onder andere bezig met onderduikers, illegale pers, spionage, wapens, verbergen van aanslagplegers en met pilotenlijnen.
Ondertussen was het studentenverzet (mei 1943) in de stad Groningen uiteengevallen en doken de studenten massaal onder. Een medicijnenstudent; Jan Berend van Delden alias Van der Meij, vertrok naar het Westen, naar Bussum. Hij was bevriend met een jonge jurist, Joan Gelderman, die contact had met de leiding van de Landelijke Ordedienst. Beide jonge mannen waren zeer actieve verzetsmensen met een groot netwerk.
V-man De Abwehr en SD maakten gebruik van V-mannen (vertrouwensmannen) die als spion infiltreerden in groepen om netwerken bloot te leggen. De V-man Carl Ludwig Huschka alias Karel Schreuder lukte het om in contact te komen met Van Delden en Gelderman. Hij gebruikte meerdere malen dezelfde tactiek; hij deed zich voor als verzetsman die bij de Duitse Abwehr werkte om informatie voor het verzet te verzamelen. Huschka was een bijzondere man die een talent had om mensen voor zich te winnen.
Nadat de groep Zwaantje in Delfzijl, die contacten had met ‘het Westen’ en Engeland, werd opgerold (21-7-1943) moest er een manier worden gevonden om het contact met deze regio te herstellen. Huschka ging, met medeweten van Van Delden, naar het Noorden om dit contact, zogenaamd, op te bouwen. De betrokkenheid van Van Delden was één van de redenen waarom men Huschka in Winschoten vertrouwde. Een andere reden was dat hij de koerier ontmaskerde als verrader. Ook bood hij zich aan, om samen met Van Delden, de fanatieke politiecommissaris Van Den Hof te liquideren volgens een plan van de Winschoters (maar de V-man waarschuwde Van den Hof waardoor deze nooit meer alleen was en de liquidatie niet door ging).
Onraad In diezelfde tijd (31-7-1943) overleed het 10-jarige dochtertje van Willem Dresselhuis aan de ziekte dysenterie waardoor het contact met Huschka werd onderhouden door anderen uit de groep. Op een gegeven moment rook Willem onraad. Hij werd erg voorzichtig en wilde alleen nog contact met de groep via codes die op de zijkant van een luciferdoosje werden geschreven. Maar de V-man wist al genoeg: samen met de informatie van de koerier was er aanleiding om bijna 100 personen in de provincie op te pakken. De SD besloot echter alleen zo’n 20 mensen te arresteren, omdat er anders grote maatschappelijke onrust zou ontstaan.
Arrestatie Toen de Abwehr een bericht van Van Delden naar Engeland onderschepte met vragen omtrent de identiteit van meerdere V-mannen, werd het tijd om toe te slaan (24 februari 1944). Eerst werden de mensen uit het Westen opgepakt, waaronder de Winschoter J.W. Woltjer die vanuit Bussum werkte. De groep in Winschoten dook onder. Toen enkele mannen weer tevoorschijn kwamen en er niks gebeurde, ging ook Willem Dresselhuis naar huis. Diezelfde nacht, 14/15 april 1943, deed de SD invallen in de woningen van tenminste zes Winschoters en nog enkele personen rondom Winschoten. In totaal werden bijna 25 mensen opgepakt. Tijdens de inval vluchtte Willem het dak op. Toen men Willem niet aantrof, kwam de SD-er Lehnhoff hoogstpersoonlijk naar binnen en bedreigde de kinderen met een pistool, maar die wisten niet eens dat vader thuis had geslapen. Uiteindelijk vond men Willem achter een schoorsteen. De 14-jarige zoon van Willem Dresselhuis, Stef, wist dat zijn vader een kist met wapens en een radio en/of zendertje had verborgen in zijn kelder. Bij ontdekking zou dit grote gevolgen hebben gehad voor zijn vader. Hij alarmeerde een vriend van zijn vader die de verboden zaken, in de vroege ochtend, in een sloot net buiten Winschoten gooide.
Kampen Du Croix, Du Pré, Jansen, Robertus, Dresselhuis, Stikker en later Wouda werden naar Groningen gebracht en zouden hier drie maanden blijven. Er volgden vele invallen en arrestaties, velen doken onder. Op 13 juli 1944 werden de zeven mannen naar Amersfoort of Vught gebracht. Toen de geallieerden in aantocht waren en de mannen de oorlogsgeluiden al hoorden, werd het kamp ontruimd. Op 11 oktober 1944 ging een groot transport richting Duitsland waar de mannen naar verschillende kampen werden gebracht. Willem Dresselhuis kwam in Neuengamme terecht. Overlevenden vertelden dat Willem zijn medegevangenen steeds moed insprak. Op 30 december 1944 stierf Willem Dresselhuis echter zelf door uitputting.
Bron: Herbert Kuner http://www.rijwiel.net/dresco_n.htm
https://nl.wikipedia.org/wiki/Dresco






|