Woordenboek Westends Dialect
Inhoud blog
  • Dit is mijn laatste artikel op mijn blog ‘Westends Dialect’
  • Guklit up zu Westeëns
  • Pluzantstu dieëruguluudn
  • Een drietal moppen om 2021 in te zetten
  • Wata dandru meënsjhun vieng - Wat de andere mensen vinden

    Zoeken in blog


    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     


    Laten we dat niet verloren gaan
    24-06-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Woordenlijst Nr 27: Kinderen Verzorging Speelgoed

    Agturkomurtju: geboren vele jaren na broers of zusters
    Adopsju: adoptie
    Baarmoeëdur/-moeëdru: baarmoeder
    Bavetu: bavet
    Bijbie: baby
    Bijbieklirtjus: babykleertjes
    Bijbiesietn: babysitten
    Bijbiesietur: babysit
    Bijbievoeëdiengu: babyvoeding
    Blokdoozu: blokkendoos
    Bolu: bal
    Booörlienk: boorling
    Bostvoeëdiengu: borstvoeding
    Broekvintju: klein kind (dat nog de korte broek draagt)
    Bubbel: klein kind
    Budorvun: bedorven
    Buutnegtluk kient: buitenechtelijk kind
    Buvoliengu: bevalling
    Dooödgubooörn: doodgeboren
    Drieëlienk: drieling
    Driewieëlur: driewieler
    Du bost geevn: borstvoeding geven
    Duuvulskiend: duivelskind
    Eeënandug: eenhandig
    Futeuru: kinderwagen
    Futu: fopspeen
    Iïn slaapu wieëgn: in slaap wiegen
    Joeëns: kinderen
    Joeënsnaamu: jongensnaam
    Juutukako: schommel
    Kadee: kleine
    Kakstoeël: kinderstoel
    Kakurnesju: kakkernestje, jongste kind
    Kepukient: dat door iemand het liefst gezien wordt
    Ketn: knikkers 
    Ketu: knikker
    Keuntju: konijntje
    Kiendurbedu: kinderbed
    Kiendurbieslag: kinderbijslag
    Kiendurfuteuru: kinderwagen
    Kiendurjoörn: kinderjaren
    Kiendurspeelgoeët: kinderspeelgoed
    Kiendurziektu: kinderziekte
    Kient: kind
    Kient in uus zien: kind in huis zijn
    Kient nog kroöjen: op niemand meer kunnen rekenen, alleen op zichzelf
    Kient van du reekniengu zien: kind van de rekening zijn
    Kijzursnee: keizersnede
    Kleurboek: kleurboek
    Kleutur: kleuter
    Kleuturjinu: kleuteronderwijzeres
    Kleutursjhoolu: kleuterschool
    Knuful: knuffel
    Koeveuzu: broedmachine     Fr couveuse
    Kriesjhun: krijsen, wenen
    Krisju: kinderkribbe, opvang     Fr crèche
    Kwielubabu: slabbetje
    Leeërn loopn: leren lopen
    Leeftiet: leeftijd
    Leegoo: lego
    Meisjusnaamu: meisjesnaam
    Mindurjoörug: minderjarig
    Moeëdurmeëk: moedermelk
    Moeëdursjhooöt: moederschoot
    Moeëdurskientju: volwassen maar nog steeds verwend kind
    Moeëduruus: moederhuis
    Moeëtn is dwang en bleëtn is kiendurguzang: het wel willen doen maar niet als het verplicht wordt
    Moeëtuwerk: moeten trouwen omdat je zwanger bent
    Muziekdoozu: muziekdoos
    Nog kient nog kroöjen: geen kinderen hebben
    Oogapul: oogappel
    Ot kient mor u naamet: als het kind maar een naam heeft
    Otootju: autootje
    Pampur: pamper
    Papflesjhu: papfles
    Papkient: papkind, bedorven
    Pekln: bikkelen
    Peutur: peuter
    Piejaanoo: piano
    Pleegguzin: pleeggezin
    Pleegmoeëdru: pleegmoeder
    Pleegoedurs: pleegouders
    Pleegvoödur: pleegvader
    Plijmobiel: playmobil
    Poepunolutju: achterwerk van een kind
    Potju: pis- en kakpot voor kinderen
    Poziesju: toestand van zwangerschap
    Prentuboek: prentenboek
    Pupu: pop
    Pupukasu: poppenkast
    Puuzul; puzzel
    Ramuloöru: rammelaar
    Rotbudorvn: rotbedorven
    Seultju: emmertje
    Siendroom van Down: Mongool
    Siendroom van Toerit: syndroom van Tourette
    Sjaritu: kinderwagen
    Sjheptju: schepje
    Sjhooltiet: schooltijd
    Sjhreeëm: wenen
    Slierboönu: glijbaan
    Snotneuzu: klein kind
    Speelgoeët: speelgoed
    Speelpleku: speelplaats in een school
    Spoörpotju: spaarpot
    Staapulblokn: stapelblokken
    Step: autoped
    Taafulfoetbal: tafelvoetbal
    Teërlienk: teerling
    Tkient bie du naamu noemn: het kind bij de naam noemen, zeggen waar het op staat
    Tkient van du reekniengu: het kind van de rekening, enige die schade lijdt
    Tkient wegsmietn met tbatwoötur: het kind weggooien met het badwater, samen met het slechte ook het goede weggooien
    Toetur: schommel
    Trampolienu: trampoline
    Tring: trein
    Tromul: trommel
    Trontienitu: autoped       Fr trotinette
    Tweeëlienk: tweeling
    U boertju: een puf vóór het slapengaan
    U budorvn stroent: een bedorven kind
    U kiendurant is gow guvult: een kinderhand is rap gevuld
    U kient koopn: een kind krijgen/baren
    U polutju geevn: een handje geven
    U zundagskient: een zondagskind, iemand die altijd veel geluk heeft
    Up zu potju goön: op zijn potje gaan
    Upvang: opvang
    Upvoeëdiengu: opvoeding
    Uut du kleeënu kindurs zien: de kinderen zijn groot/volwassen/uit het huis
    Van kientsbeeën of: van kindsbeen af
    Vielootju: fietsje
    Vieërlienk: vierling
    Voendulienk: vondeling
    Voogdieë: voogdij
    Vooörkient: voorkind
    Vooörligtiengu: voorlichting
    Vroetvrowu: vroedvrouw
    Vroeggubooörtu: vroeggeboorte
    Vroegriepu: vroegrijp
    Vulgroejt: volgroeid
    Vurtroeëtuln: vertroetelen
    Vurwagtiengu: verwachting
    Vuuflienk: vijfling
    Weezu: wees
    Weezukient: weeskind
    Weezuus: wezenhuis
    Wieëgu: wieg
    Wieëgulietju: wiegenlied
    Wupplanku: schommel, wipplank
    Zu keelu oopnzetn: zijn keel openzetten, hard schreeuwen
    Zundagskient: zondagskind (dat altijd veel geluk heeft)
    Zuuglienk: zuigeling

     

    24-06-2019, 00:00 geschreven door stammer

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    17-06-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Tjestug joôr gutrowt

    Du vuftieënstn juunie was Juultn tjestug joör gutrowt me zu Madliïnu. U geeël endu, ee?
    Du drie kiendurs, die nie in du streeku weun, woörn ton ook van plang om dur u grooötu feeëstu van tu maakn.
    Zu moestn eeëst en voral u neetabliesument viengn, lieëfst nie tu veru weg, wo daan zu zeevun kaamurs kostn voorbugoedn, wo daanzu goeët kostnn eetn e wo daan zu u natraksju kostnn upvoeërn en wo daan zu u daansju kostn plaseern. E ja, nie tu vurgeetn, du twi joendn van eeën van du kiendurs moestn toeguloötn wordn.
    Nie gumakuluk, wi, kgon meër zegn, oenmeugluk i Midulkerku. I Niepooört gieng ta wel, gulukug.
    Tkomtropan vandrop tiet bie tu zien, ee?
    Zaan ziedur nateurluk du noöstu famielju uutgunooödugt mor ook u poör gubeurs wo daan zu goeët mee ovreeënkom e wo daan zaltiet kun up reekn. Bertn e Marie woörn dur ook nateurluk. Altugoöru woörn zu me dertug man.

    Zen tog zuku sjhooönu kartjus get met weënshn lik ‘goeju guzoentijt verdru’ of ‘nog u naantal guzoendu joörn tugoöru’ mor ook omdat du feeëstu goeët zoe slaagn. Juultn e Madliïnu wierdn ook nog gulooft voer undur ‘goeju ijgunsjhapn’ e voer oendurtprosent ofgusjhildurt as vooörbeeldn voer undur noökomuliengn.
    Da dijt undur egt veelu deugt. Zadnt vurdieënt!
    Madliïnu die nie beetur wist, vurshoot nog gin bitju oön zu tilugram kreegn van du keunienk. Zu vroegdaan Juultn: ‘Ken ju gie em misjhieën goeët?’

    Ook du burgumeeëstur en du sjheepns weënstn undur veelu guluk. Moestn zu guldugt wordn int gumeeëntuus of bie undur tuus, wieërt undur guvraagt. Zadn tlatstu gukoozn en zu zaatn fieër lik twi giëters in undur zeetlu met dotorietijtn roent undur, voe du fotoo in du gazetu, Madliïnu met eur boekee blomn en neevns undur u kadoo van du gumeeëntu, u sjhooönu voözu.
    Nateurlik droenkun zu ton u gloözutju up 'doedu’ trowurs en iedreeën was gulukug.
    Du feeëstu was guslaagt en tzij zeëfs utwieën “Up no du vuuvuntjestug!’



    Vertaling

    Jules is zestig jaar getrouwd.

    De vijftiende juni was Jules zestig jaar getrouwd met zijn Madeleine. Een lange tijd, hé.
    De drie kinderen, die in de streek wonen, waren dan ook van plan om er een groot feest van te maken.
    Ze moesten eerst een instelling vinden, liefst niet te ver weg, waar ze zeven kamers konden voorbehouden, waar ze lekker konden eten en waar ze een attractie konden opvoeren en waar ze eens dansje konden doen. En niet te vergeten, de twee honden van één van de kinderen moesten ook toegelaten worden.
    Niet eenvoudig, hoor, ik zal zelfs meer zeggen, onmogelijk in Middelkerke. In Nieuwpoort kon dat wel, gelukkig maar.
    Het komt erop aan er op tijd bij te zijn, hé?
    Zij hadden natuurlijk de naaste familie uitgenodigd maar ook een paar buren waar ze goed mee overeenkomen en waar ze altijd kunnen op rekenen. Albert en Marie waren er ook natuurlijk. Alles samen waren ze met dertig personen.
    Wat hebben ze toch mooie kaartjes gekregen met wensen zoals ‘goeie gezondheid verder’ of ‘nog een aantal gezonde jaren samen’ maar ook opdat het feest goed zou slagen. Jules en Madeleine werden ook nog geloofd voor hun ‘goede eigenschappen’ en voor honderd percent afgeschilderd als ‘voorbeelden voor hun nakomelingen’.
    Dat deed hen echt veel deugd. Ze hadden het verdiend!
    Madeleine die niet beter wist, verschoot nog geen beetje toen ze een telegram kregen van de koning. Ze vroeg aan Jules ‘Ken jij hem misschien goed?”
    Ook de burgemeester en de schepenen wensten hen veel geluk. Moesten ze gehuldigd worden in het gemeentehuis of bij hen thuis, werd hen gevraagd. Ze hadden voor het laatste gekozen en ze zaten fier gelijk twee gieters in hun zetel met de autoriteiten rond hen, voor de foto in de krant. Natuurlijk dronken ze dan een glaasje op de ‘oude’ trouwers en iedereen was gelukkig.
    Het feest was geslaagd en er zei zelfs iemand ‘Op naar de vijfenzestig!’

    17-06-2019, 11:18 geschreven door stammer

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    10-06-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Woordenlijst Nr 26: Gereedschap Materialen Bouw Allerlei

    Aamur: hamer
    Aksju: haakje
    Alaam: gereedschap
    Alumienjom: alluminium
    Arduun: arduin
    Asjhun: as
    Baksju: bakje
    Bakuliet: bakeliet
    Bakursoovn: bakkersoven
    Bakploötu: bakplaat
    Bakvormu: bakvorm
    Balaaänsu: balans
    Baladeuzu: looplamp
    Baskuulu: bascule
    Basing: grote kuip
    Bazasu: rugzak
    Beezum: bezem
    Biedong: beton
    Bielu: bijl
    Blek: blik
    Blekndoozu: blikken doos
    Bloksju: blokje
    Boöku: balk
    Bobienu: bobijn
    Boeërukaru: boerenkar
    Booöru: boor
    Bowkroönu: bouwkraan
    Brantslangu: brandslang
    Bratpanu: braadpan
    Briekuljong: steenafval
    Briekurieë: steenbakkeij
    Brijnaaldu: breinaald
    Brikiezur: breekijzer
    Buuldoozur: bulldozer
    Buuzu: buis
    Dermu: slang
    Dieng: dingen
    Dienk: ding
    Drendul: lange draad
    Droöt: draad
    Eetaazju: verdieping    Fr étage
    Ekn: hekken
    Gasmasjien(u): grasmachine
    Gasmoöjur: grasmaaier
    Gassjhoöru: grasschaar
    Gravee: grind
    Iezur: ijzer
    Iezurdroöt: ijzerdraad
    Iezurzaagu: ijzerzaag
    Kaavu: schoorsteen
    Kajoetjoedermu: rubberen darm
    Katjoe: caoutchou
    Karbongpapier: carbonpapier
    Kartong: karton
    Kartongdoozu: kartonnen doos
    Kasiesteeën: kasseisteen
    Katukop: meervoudig stopcontact
    Keësu: kaars
    Keetn: ketting
    Kobujaagur: ragebol
    Koerang: stroom    Fr  courant
    Koesju: laag (verf)   Fr couche
    Koevoeët: koevoet
    Kolu: lijm     Fr colle
    Kontrolulamtju: controlelampje
    Kork: kurk
    Kortuwaagn: kruiwagen
    Kripu: crèpe
    Kroönu: kraan
    Lakvervu: lakverf
    Lanteërn: lantaarn
    Latu: latLeeëru: ladder
    Liem: lijm
    Masjienu: machine
    Moeëru: moer
    Moenteuru: monture
    Nulu (u): deksel
    Nulutju (u): een dekseltje
    Oetunaamur: houten hamer
    Oetuwerk: houtwerk
    Oogspaniengu: hoogspanning
    Oolievervu: olieverf
    Ooparluür: luidspreker                            Fr haut parleur
    Otomoöt: automaat
    Piejosju: pikhouweel                   Fr pioche
    Pielampu: zaklamp
    Pielu: batterijtje                      Fr pile
    Poönu: fluweel
    Posturtju: beeldje op schouw of tafeltje
    Pulu: bidon
    Puuneisu: duimspijker                       Fr punaise
    Rekul: elastiek
    Roendilu: rond metaaltje om vijzen vaster te helpen aanspannen
    Rusor: veer                               Fr ressort
    Santuboetiek: rommel, allerlei gerief
    Seulu: emmer
    Sjetu: breigaren
    Sjhaavu: schaaf
    Sjheurpapieër: scheurpapier
    Sjhievu: schijf
    Sjhoöru: schaar
    Sjhoeblienk: schoensmeer
    Sjhroevu: schroef
    Sjhutuldoek: schoteldoek
    Sleutur: sleutel
    Slootur: sleutel
    Sluutspelu: veiligheidsspeld, toespeld
    Spaa: spade
    Staaku: staak
    Staksju: staakje
    Stekurdroöt: prikkeldraad
    Stofoösju: materiaal
    Stofzuugur: stofzuiger
    Stoksju: stokje
    Stoovoet: stoofhout
    Supapu: ventiel                                    Fr soupape
    Toernavies: schroevendraaier                    Fr tournevis
    Toespelu: sluitspeld
    Trekiezur: magneet
    Trektuür: tractor                        Fr tracteur
    Trekur: aftrekker
    Up travoo: op de werf                         Fr travaux
    Vakboent: vakbond
    Veiliengu: veiling
    Verukiekur: verrekijker
    Vervu: verf
    Vervubustul: verfborstel
    Veugulkooöju: vogelkooi
    Vielu: vijl
    Vienguroeët: vingerhoed
    Viezu: vijs
    Vintielatuür: ventilator        Fr ventilateur
    Visbenu: vismand
    Visjhurieë: visserij
    Viskaru: viskar
    Vismart: vismarkt
    Visristorang: visrestaurant
    Visvangstu: visvangst
    Viswienkul: viswinkel
    Vlieëguvangur: vliegenvanger
    Vulpenu: vulpen
    Vurnis: beschermende stof als bovenlaag    Fr vernis
    Vurnisjhun: vernissen
    Vuulblek: vuilblik
    Vuulkaru: vuilkar
    Wasspelu: wasspeld
    Wiezur: wijzer
    Wulu: wol
    Zaagu: zaag
    Zeisu: zeis
    Zikul: sikkel
    Zil: zeil
    Zwientju: handveegborstel

     

     

    10-06-2019, 00:00 geschreven door stammer

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    03-06-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Woordenlijst Nr 25: Afmetingen Hoeveelheden Tekeningen Vormen Getallen en Cijfers

    Aaänsvul: handvol
    Aal bie mukoör: alles bijeen
    Aaltoopu: allemaal samen
    Akuvietju: kleinigheidje
    Aludrieë: alledrie
    Alumalu: allemaal
    Aluvieëru: alle vier
    Alutweeë: alletwee
    Aluzessu: alle zes
    Anutjusnest (geil dun): alles
    Bataklang (geil du): alles
    Boogsjheutu: boogscheut
    Booörduvul: boordevol
    Booört: boord
    Breeët: breed
    Breuku: breuk
    Bridur: breder
    Britu: breedte
    Budeeëliengu: bedeling
    Bunoödriengu: benadering
    Buperkiengu: beperking
    Busiefurn: becijferen
    Buutnmoötu: buitenmate
    Deeëlboör: deelbaar
    Deeëliengu: deling
    Deëëln: delen
    Dieëpu: diep
    Dinu: dun
    Dogtu: de hoogte
    Driejoek: driehoek
    Duust (1000), twiduust (2000), vuufduust (5000), twientugduust (20.000), oendurtduust (100.000)
    Eëlt: helft
    Eeën (1), tweeë (2), drieë (3), vieëru (4), vuuvu (5), zesu (6), agtu (8)
    Eevun: evenErteëln: hertellen
    Geeëlu noop (u): een hele hoop
    Geeëlugaaäns: helemaal
    Grodur: groter
    Grotu: grootte
    Gudoeftu: iets log, zeer groot
    Ienkul: enkel
    Ikstra: extra
    In dogtu: in de hoogte.
    In du dieëpn: in de diepte

    In du langdu: in de lengte
    In du vertu: in de verte
    Inoet: inhoud
    Kart: kwartier, kwart
    Kieloomeetur: kilometer
    Klieku: kliek
    Klindur: kleiner
    Langdu: lengte
    Lank: lang
    Leeëgu: laag
    Leksju: likje, laagje (verf bvb)
    Letur: weinig
    Ligiengu: ligging
    Meeër e meeër: steeds meer
    Midulienu: middellijn
    Midulmoötu: middelmaat
    Mieljaar: miljard
    Mieljoeën: miljoen
    Mielu: mijl
    Moötu: maat
    Naänsvul (u): een handvol
    Neëlt (du of u): de helft
    Nieks: niks, niets
    Nieëmundalu: niets
    Nievoo: peil, hoogte
    Noövn (u): een halve
    Nuumuroo: nummer
    Oendurt (100), twijoendurt (200), driejoendurt (300), vuuvoendurt (500)
    Oendurtuust: honderdduizend
    Oendurvurdeeëliengu: onderverdeling
    Oeneevun: oneven
    Oenpoör: onpaar
    Oentsiefurn: ontcijferen
    Oeveelu keeërs: hoeveel keer
    Ofguroent: afgerond
    Ofmeetn: afmeten
    Ofneemn: afnemen
    Ofroendn: afronden
    Oftrekn: aftrekken
    Ofsplitsn: afsplitsen
    Ogtu: hoogte
    Olugoöru of Oltugoöru: allemaal samen
    Oöf e noöf: half en half, fifty-fifty
    Oöfleeg: halfleeg
    Oöfvul: halfvol
    Oörbritu: haarbreedte
    Oovren: overhebben
    Oovurvloeët: overvloed
    Potlooöt: potlood
    Promielu: per duizend
    Pursies: precies
    Reeku: rij
    Rijong: gebied
    Rijzu (met): op gelijke hoogte van, gelijklopend met
    Rjeën du knots: niemendal     Fr rien
    Roendu: rond, toer
    Roenduut: ronduit
    Santuboetiek: alles wat er samen ligt of samen staat
    Siefur: cijfer
    Sjharding: kleinigheid
    Stief: zee
    Stief veelu: zeer veel
    Stik: stuk
    Stiksju: stukje
    Strieëpu: streep
    Surieë: reeks
    Teeëkniengu: tekening
    Teeën en tandur: het een en het ander
    Tieënu (10), Eëvu (11), twoavu (12), veeërtieënu (14), vuftieënu (15), zestieënu (16), zeevuntieënu (17), ….
    Tis mor u sjhortu grooöt: het is niet groot
    Tjokuvul: bomvol
    Tsjhildu gi noör: het scheelde geen haar
    Tsjhildu moör u sjharding: het scheelde maar een kleinigheid
    Tsjhildu mo letur: het scheelde maar weinig
    Tseëfstu: hetzelfde
    Tunuptelu: met klein overschot, om af te ronden
    Tweeënoöf: twee en half
    Twoöfnoöf: twaalf en half
    Twi man en u peërdukop: weinig volk
    Twientug (20), veeërtug (40), fuftug (50), tjestug (60), tjeevntug (70), tachuntug (80), tneegntug (90)
    Upteln: optellen
    Upteliengu: optelling
    Upurvlaktu: oppervlakte
    Utsukluts: alles bijeen
    Uutdin: uitdunnen
    Uutdroöjn: uitdraaien
    Uutsjhuuvn: uitschuiven
    Vaneënsteëns: over de gehele lijn
    Veelvowt: veelvoud
    Veugulvlugt: vogelvlucht
    Vieërdubl: vierdubbel
    Vieërkant: vierkant
    Vieëroek: vierhoek
    Vooörlatstn: voorlaatste
    Vormugeevn: vormgeven
    Vormugeeviengu: vormgeving
    Vul: vol
    Vulang: volhangen
    Vulloön: volladen
    Vurdeeëliengu: verdeling
    Vurdubliengu: verdubbeling
    Vurgrooötglas: vergrootglas
    Vurgrooötiengu: vergroting
    Vurgrooötn: vergroten
    Vurmeenugvuldiegiengu: vermenigvuldiging
    Vurmindriengu: vermindering
    Vuroediengu: verhouding (breuk)
    Vuroogn: verhogen
    Vuroogiengu: verhoging
    Vurvormiengu: vervorming
    Vurvormn: vervormen
    Vurwiediengu: verwijding
    Vurwiedn: verwijden
    Vuuvoek: vijfhoek
    Wienkulaak: winkelhaak
    Winug(u): weinig(e)
    Zantju: prentje

     

    03-06-2019, 00:00 geschreven door stammer

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    27-05-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Woordenlijst Nr 24: Toestanden

    A mukoör ang met aakn e noogn: aan elkaar hangen met haken en ogen
    Agturgroent: achtergrond
    Agturstu: achterste
    Akuwerie: bedoening (een hele)
    Ambjaaänsu: stemming
    An du noöls brieng: kapot maken
    An du noöls komn: kapot aan het gaan
    Avaaänsu: vooruitgang
    Bataklang: alles wat erbij hoort (negatief)
    Biebluuvn: bijblijven
    Biejoedn: bijhouden
    Binustu: binnenste
    Blekn: blinken
    Bluuvn: blijven
    Boendug: bondig
    Boovustu: bovenste
    Budekiengu: bedekking
    Busjhikboör: beschikbaar
    Busjhikiengu: beschikking
    Bustoön: bestaan
    Buutnguweunu: buitengewoon
    Buutnkaaänsu: buitenkans
    Buutnstoön: buitenstaan
    Buutukant: buitenkant
    Buutuleevn: buitenleven
    Buutustu: buitenste
    Buwoöriengu: bewaring
    Da zieëtur lieëf uut: dat ziet er niet goed uit
    Dade gi naamu: dat heeft geen naam, dat is ongehoord
    Dekiengu: dekking
    Derdu ki goe ki: derde keer goeie keer
    Deurwikt: doorweekt
    Doenkur: donker
    Du veugul is goön vlieëgn: de dader is er vandoor
    Duustur: duister
    Elusteekudoenkur: zeer donker
    Flutsu: mislukking, flop
    Geeël tanutjusnest: iedereen
    Gledug: glad
    Groendug: grondig
    Gruus: stofferig overblijfsel
    Gupateilt zien: er slecht uitzien na ongeval of vechtpartij
    Guvinugt: bedorven
    Guweunu: gewoon
    In du foelu van tvoök: in de massa       Fr foule
    In du miezeerju zitn: problemen hebbenIn du naap gulogeert zien: in de aap gelogeerd zijn, slecht af zijn
    Ju botn dran vaagn: er je voeten aan vegen
    Ju vastoedn antgas: op je weerhouden zijn
    Keemul: vergissing
    Koentukraafs: ondersteboven
    Krempn: krimpen
    Krotu en kompajieë: armoede

    Kurumul: kruimels, zaagmeel
    Lienksju: linkse
    Lik oörieng in u tunu: als haringen in een ton, erg dicht op elkaar
    Nanutjusnest (u) : een vervelende toestand
    Natugeit: nattigheid
    Ne nog kient nog kroöju: geen kinderen hebben
    Nie mi weetn van wufur oet pieln maakn: geen uitweg meer kennen uit de armoede
    Nieëwugeit: nieuwigheid
    No du klooötn goan: kapotgaan
    O ju ju gat vurbrant moejop du bloörn zitn: wie zijn gat verbrandt moet op de blaren zitten
    Oenbuwakt: onbewaakt
    Oentknoopiengu: ontknoping
    Ofbieng: afbinden
    Ofbluuvn: afblijven
    Ofsjhafn: afschaffen
    Ofwagtn: afwachten
    Ofwiekn: afwijken
    Ofwisuln: afwisselen
    Oenkruut vurgoö nie: onkruid vergaat niet
    Oeënvurdieënt: onverdiend
    Oeënvurmieduluk: onvermijdelijk
    Oeënvurmietboör: onvermijdbaar
    Oendurstu: onderste
    Omuwisuln: omwisselen
    Oöfdooöt: halfdood
    Oopunboör: openbaar
    Oörmoeë: armoede
    Oovrendu: overhoop
    Oovroop: overhoop
    Oovurbluuvn: overblijven
    Oovurdrievn: overdrijven
    Oovurgank: overgang
    Oovurleeviengu: overleving
    Oovursjhaakuln: overschakelen
    Oovursloön: overslaan
    Oovurwientriengu: overwintering
    Optju: hoopje
    Ovrendu (aal): overhoop
    Rampu: ramp
    Regsju: rechtste
    Riemram: nutteloze aanvullingen
    Sietuuwoösju: toestand           Fr situation
    Sleetu: slijtage
    Sligt: slecht
    Smeeërboeël: smeerboel
    Soöj: saai
    Spilument: zaak
    Stampunduvul: stampvol
    Steeg: stijf, niet glad
    Stekudoenkur: stikdonkerien
    Stienkn van u neuru veru: van ver reeds een slechte geur afgeven
    Stooöriengu: storing
    Straaliengu: straling
    Tagsturstu: het achterste
    Tbinustu: het binnenste
    Tboovustu: het bovenste
    Tbuutustu: het buitenste
    Tgot do gin oönu no kroöjn: daar zal geen haan achtur/naar kraaien, niemand interesseert zich daarvoor
    Tis aatunt tseëfstu: het is altijd hetzelfde
    Tis an/voe du wup: het is verloren, kapot
    Tis gin avaaänsu: het brengt niets op
    Tis gin vetn: het betekent niet veel
    Tis in du sakosj: het is geregeld
    Tlienksju: het linkse
    Tligdaal oovrendu; ales ligt overhoop
    Toedoeën: toedoen
    Toeë: toe
    Toendurstu: het onderste
    Toet nieëtn in: het houdt niets in
    Toopangn met aakn en oogn: aan elkaar hangen met haken en ogen
    Topoovurklooötn: rommelig
    Tradiesju: traditie
    Tregsju: het rechtste
    Tshjildu mor u noör: het scheelde maar een haar
    Tsjhildu mor u sjharding: het kwam maar op een kleinigheid aanTweëns deuru: dwars door
    Tvooörstu: het voorste
    Tzieë zwart van tvoök: het ziet zwart van het volk
    U busjheetn komisju: een netelige kwestie
    U sjheetu in u netzak: een storm in een glas water
    Up u vrimdu: weg van zijn land, van thuis
    Utsukluts: boeltje
    Vastugroejn: vastgroeien
    Veruguvordurt: vergevorderd
    Veruguzogt: vergezocht
    Veuzun: smeulen
    Vieng: vinden
    Vogtugeit: vochtigheid
    Voldoeëndu: voldoende
    Vooörnen: voorhebben, gebeuren
    Vooörnvoln: voorvallen
    Vooörstu: voorste
    Vooörtbrieng: voortbrengen
    Vorsbustoön: blijven bestaan
    Vorsdeurn: voortduren
    Vulweërdug: volwaardig
    Vurandriengu: verandering
    Vurasiengu: verrassing
    Vurdin: verdunnen
    Vurduustriengu: verduistering
    Vurfrisjhiengu: verfrissing
    Vurfient: verfijnd
    Vurkeeërt: verkeerd
    Vurlooörn: verloren
    Vurmoeëduluk: vermoedelijk
    Vurnestult: verstrikt
    Vurnieëwiengu: vernieuwing
    Vurnowiengu: vernauwing
    Vursjherpn: verscherpen
    Vursjhien: verschijnen
    Vursjhoepurt: verschroeid
    Vurslapiengu: verslapping
    Vursnipuriengu: versnippering
    Vursoepliengu: versoepeling
    Vursperiengu: versperring
    Vurspreidiengu: verspreiding
    Vursterkiengu: versterking
    Vurvangiengu: vervanging
    Vurvesjhiengu: verversing
    Vurwagtiengu: verwachting
    Vurwariengu: verwarring
    Vurwarmiengu: verwarming
    Vurwisuliengu: verwisseling
    Vurwisuln: verwisselen
    Vurzaamuliengu: verzameling
    Vurzaamuln: verzamelen
    Vurzaamulplatsu: verzamelplaats
    Vurzetn: verzetten
    Vurzogtn: verzachten
    Vurzwakiengu: verzwakking
    Vurzwoöriengu: zwaarder maken
    Woendur: wonder
    Zwienuboeël: chaos

     

    27-05-2019, 00:00 geschreven door stammer

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    20-05-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Woordenlijst Nr 23: Persoon – Soorten Nationaliteiten

    Aaänguspoeëldn: tweede verblijver
    Agturkomurtju: nakomertje
    Ameeriekoön(dur): Amerikaan
    Baakurmatu: bakermat
    Bergbuweunur: bergbewoner
    Bojeemur: zigeuner
    Broeëru: broer
    Bulastiengbutaalur: belastingbetaler
    Burgur: burger
    Burgurbuvoökiengu: burgerbevolking
    Burgurieë: burgerij
    Buroemteit: beroemdheid
    Busjhermulienk: beschermeling
    Buutulant: buitenland
    Buutulandur: buitenlander
    Buvoökiengu: bevolking
    Buvoökiengssiefur: bevolkingscijfer
    Dakloozun: dakloze
    Drieëlienk: drieling
    Du voentusmet en: aarden naar zijn peter of meter
    Duuts: Duitser
    Fraaänsman: Fransman
    Grotmoeëdru of grooötmoeëdru: grootmoeder
    Grotvoödru of grooötvoödru: grootvader
    Ieleegaaln: illegale, die onwettig in ons land verblijft
    Iengulsman: Engelsman
    Ietaljoöndur: Italiaan
    Indjoön: indiaan
    Japanees: Japanner
    Joeëns: kinderen
    Joengn: jongen
    Joenk: meisje
    Joengkeit: jongeling, jongman
    Joenkman: niet-getrouwde man
    Kafeekenesu: iemand die men kent uit het café
    Kakurnesju: de jongste van een reeks broers en/of zusters
    Kalant: cliënt
    Kamuroöt: kameraad
    Kenesu: kennis
    Kleeënzeunu: kleinzoon
    Kniïkur(s): kind(eren)
    Koekutieënu: lief, schatje, minnares
    Komisjunoöries: boodschapper

    Kozien: kozijn, neef
    Lantloopru: landloper
    Mamzil: mademoiselle, juffrouw
    Manumeëns: mannelijk persoon
    Meëns: mens
    Metu: grootmoeder of meter
    Metulap: meter tweede of derde keuze
    Moeëdru: moeder
    Moku: meisje/vriendin
    Moöt: maat, kameraad
    Mumee: oma
    Nieëwulienk: nieuweling
    Niepooörtunoöru: Nieuwpoortenaar
    Noenklu: nonkel, oom
    Noökomulienk: nakomeling
    Oedur: ouder
    Oedu doozu: oude vrouw       =>  u noedu doozu
    Oedu vint: oude man
    Oet wuuf: oude vrouw
    Ofstamiengu: afstamming

    Ofstamn: afstammen
    Ofstamulienk: afstammeling
    Olandur: Hollander
    Oöfbroeëru: halfbroer
    Oöfzustru: halfzuster
    Oomoo: homosexueel
    Oöngaar: Hongaar
    Oosturiekur: Oostenrijker
    Oovurgrotmoeëdru: overgrootmoeder
    Oovurgrotvoödru: overgrootvader
    Opkomurtju: opschieteling
    Ostendunoaru: Oostendenaar
    Petu: grootvader of peter
    Poolu: Pool
    Portuugees: Portugees
    Preematuur: vroeggeborene
    Pupee: opaPurnukul: klein mannetje/kindje
    Rasiest: racist
    Ruus: Rus
    Sjhooönbroeëru: schoonbroer
    Sjhooöndogtru: schoondochter
    Sjhooönmoeëdru: schoonmoeder
    Sjhooönvoödur: schoonvader
    Sjhooönzeunu: schoonzoon
    Sjhooönzustru: schoonzuster
    Sjhreevu: grens tussen 2 landen
    Sjienees: Chinees
    Sjhot: Schot
    Sjokoo: homoseksueel
    Spanjoört: Spanjaard
    Stiefdogtru: stiefdochter
    Stiefmoeëdru: stiefmoeder
    Stiefvoödru: stiefvader
    Stiefzeunu: stiefzoon
    Suultang: sultan
    Toeriest: toerist
    Tweeëlienk: tweeling
    Upurooft: opperhoofd
    Upshieëtulienk: opgroeiend kind
    Vintju: manneke, troetelnaam voor echtgenoot
    Vintn: venten
    Vlaamienk: Vlaming
    Vlieëgtuugpasazjieër: vliegtuigpassagier
    Vlugtulienk: vluchteling
    Voödru: vader
    Vooörntrekn: voortrekken, bevoordeligen
    Vooöroedur: voorouder
    Vooörtzegn: verderzeggen
    Vooörzitur: voorzitter
    Vorstnpoör: vorstenpaar
    Vrieëndinu: vriendin
    Vrieënduluk: vriendelijk
    Vrieënt: vriend

    Vrieguzel: vrijgezel
    Vrimdu: allochtonen of personen die hun vakantie aan de kust doorbrengen
    Vrimdulienk: vreemdeling
    Vromeëns: vrouw
    Vrovoök: vrouwvolk
    Vulwasn: volwassen
    Vulwasunu: volwassene
    Vurasiengu: verassing
    Vurwuuft: verwijfd
    Waalu: Waal
    Weewoöru: weduwnaar
    Weewu: weduwe
    Weezu: wees
    Wuuf: vrouw, wijf
    Wuuvutju: vrouwtje
    Wuuvn: vrouwen
    Zeunu: zoon
    Zustru: zus
    Zweet: Zweed
    Zwitsur: Zwitser

    20-05-2019, 00:00 geschreven door stammer

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    13-05-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Woordenlijst Nr 22: Natuur Hemellichamen Milieu Verschijnselen Weersomstandigheden

    Aaguln: hagelen
    Aagulsteeën: hagelstenen
    Baagumesu: zeer slecht weer met storm; men zegt dat de paling dan aan de oppervlakte zwemt
    Baromeetur: barometer
    Bietndu koet: het is erg koud
    Biet vieër oj koet et: bijt vuur als je koud hebt
    Bloeëdeeët: bloedheet
    Buutn: buiten
    Buutn (du): buiten(de)
    Buutntempurateuru: buitentemperatuur
    Buvang: bevangen
    Daglugt: daglicht
    Diekdeurbraaku: dijkdoorbraak
    Dooötvrieëzn: doodvriezen
    Driefzant: drijfzand
    Drogtu: droogte
    Du zunu sjhienkt: de zon schijnt
    Dundurn: donderen
    Eemul: hemel   => du neemul: de hemel
    Eërtbeeviengu: aardbeving
    Eeët: heet
    Eevunoöru: evenaar
    Erfst: herfst
    Erfstweeru: herfstweer
    Ies: ijs
    Ieskoet: ijskoud
    Iezuln: ijzelen
    Grooötu beër: grote beer
    Kliemoöt: klimaat
    Kliemoötvuranduriengu: klimaatverandering
    Koet: koud
    Leeëgwoötur: laagwater
    Lentuweeru: lenteweer
    Lentuwirtju: lenteweertje
    Lugt: lucht
    Meewient: wind van achter
    Miljeuvrieënduluk: milieuvriendelijk
    Moönsvurduusturiengu: maansverduistering
    Moönu: maan
    Moönusjhien: maneschijn
    Molujoeng reegn: zeer hard regenen
    Nateuru: natuur
    Nooördn: noorden
    Oavu moönu: halvemaan
    Oenweeru: onweer
    Omuwoöjn: omwaaien
    Oogwoötur: hoogwater
    Ooöstn: oosten
    Oovurstroomiengu: overstroming
    Oozonlaagu: ozonlaag
    Orkoön: orkaan
    Planeetu: planeet
    Puupusteërtn: pijpenstelen (regen)
    Reegn: regenen
    Reegnvlaagu: regenvlaag
    Riem: rijm
    Rutuln van du koedu: bibberen van de kou
    Salaavlaagsju: korte regenvlaag, juist voldoende om de salade de besproeien
    Seejootweeuutstoot: CO2-uitstoot
    Sjheemuriengu: schemering
    Sjhien: schijnen
    Sjhowtu: schaduw
    Sjhooön weeru: mooi weer
    Slagwoötur gieëtun: zeer hard regenen
    Sligt weeru: slecht weer
    Smooör: mist
    Smuuk(n): motregen(en)
    Sneeëw: sneeuw
    Sneeëwstormu: sneeuwstorm
    Sneeëwvint: sneeuwman
    Sneeëwvlaagu: sneeuwvlaag
    Sneeëwvlokn: sneeuwvlokken
    Spriengtieë
    Steekudoenkur: zeer donker
    Steru: ster
    Stikeeët: stikheet
    Stormu: storm
    Stormopzeeë: storm op zee
    Tis kerumesu in delu: het regent maar de zon schijnt erdoor
    Tis koet wi: het is koud, weet je
    Tis twientug groön: het is twintig graden warm
    Treegnt oedu wuuvn: het regent oude wijven
    Trek: tocht  door de wind
    Trekgat: waar het bijzonder erg tocht
    Trekn: tochten
    Trekt ier: het tocht hier
    Trekt up: het (weer) klaart op
    Tsjhilt u vestu: warmer of kouder dan voorheen
    Tsoenaamie: tsunami
    Tun uutkantu: op de buiten
    Tuusvuul: het huisvuil
    Tvoln van du bloörn: het vallen van de bladeren
    Tvrieëst dat krakt: het vriest dat het kraakt
    Tzunutju doet deugt: het zonnetje doet deugd
    Upwarmiengu van deërdu: opwarming van de aarde
    Uutzigtu: uitzicht
    Vastuvrieëzn: vastvriezen
    Vlaagu: vlaag
    Vostsjhaa: vorstschade
    Vrieëzn: vriezen
    Vrieëskoedu: vrieskoude
    Vulu moönu: volle maan
    Vurdrienkn: verdrinken
    Vurkoedn: kouder worden
    Vurniengt: vergif
    Vurstievn: verstijven
    Vurwarmiengu: verwarming
    Vuulkaru: vuilniswagen
    Vuulkoön: vulkaan
    Vuulugeit: vuiligheid
    Waktu: vochtigheid
    Weeru: weer
    Weerlugt: bliksem
    Wervulwient: wervelwind
    Westn: westen
    Wiendagtur: wind mee
    Wiendup: wind op kop
    Wiendagtur: rugwind
    Wient: wind
    Wientstootu: windstoot
    Wientureuru: winteruur
    Wienturmoönt: wintermaand
    Wienturtiet: wintertijd
    Wienturweeru: winterweer
    Woöjn: waaien
    Woöku: wolk
    Zandstormu: zandstorm
    Zeeëwient: zeewind
    Zieduwient: zijwind
    Zigtboörijt: zichtbaarheid
    Zoomureuru: zomeruur
    Zoomurtiet: zomertijd
    Zoomurweeru: zomerweer
    Zoomurwient: zomerwind
    Zoomurwirtju: zomerweertje
    Zunsvurduusturiengu: zonsverduistering
    Zunu: zon
    Zunubrant: zonnebrand
    Zunubril: zonnebril
    Zunusjherm: zonnescherm
    Zuudn: zuiden

    13-05-2019, 00:00 geschreven door stammer

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    06-05-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Woordenlijst Nr 21: Politiek

    Afiesjus plakn: affiches plakken
    Anplakn: aanplakken
    Aparenteeriengu: apparentering
    Biezitru: bijzitter in kiesbureau
    Binulant: binnenland
    Blown: man blauwe, liberaal
    Blowu: vrouw blauwe, liberalen
    Brugpensioeën: brugpensioen
    Bugrooötiengskontrolu: begrotingskontrole
    Bugrooötiengu: begroting
    Bulastiengvooördeeël: belastingvoordeel
    Bulastiengvriesteliengu: belastingvrijstelling
    Bulastiengvurlijgiengu: belastingverlaging
    Bulastiengvuroogiengu: belastingverhoging
    Buleitsbuslisiengu: beleidsbeslissing
    Bunoemiengu: benoeming
    Bunoemn: benoemen
    Burgumeeëstru: burgemeester
    Burgurluk: burgerlijk
    Burgurregtn: burgerrechten
    Butoogiengu: betoging
    Buudjet: budget
    Buutulantpolutiek: buitenlandpolitiek
    Buvoegteit: bevoegdheid
    Buvoökiengu: bevolking
    Buvrieënt: bevriend
    Buzetiengu: bezetting
    Deepuutoösju: deputatie
    Dilugoösju: afvaardiging        Fr délégation
    Eeëstu mieniestru: eerste minister
    Eeëtoflegiengu: eedaflegging
    Erkieëziengu: herkiezing
    Foertstemu: proteststem
    Foldur: folder
    Fraksju: fractie
    Fraksjulijdur: fractieleider
    Groeënu: Groenen
    Groentwet: grondwet
    Gumeeënturoöt: gemeenteraad
    Kalootu: CD&V’er
    Kaamur: kamer van volksvertegenwoordigers
    Kabienit: cabinet
    kartil: kartel
    Kernkabienit: kerncabinet
    Kieëzursliestu: kiezerslijst
    Kieëziengu: verkiezingen
    Komisju: commissie
    Komuunootiïr: in verband met Vlaanderen - Wallonië         Fr communautair
    Kordoön sanietiïr: cordon sanitaire
    Kowaliesju: coalitie
    Kuumuul: uitoefening meerdere functies tegelijk              Fr cumul
    Liburaaln: liberalen
    Liestutrekur: lijsttrekker
    Liestuduuwur: lijstduwer
    Liestustemn: lijststemmen
    Mandatoöries: mandataris
    Maniefistoösju: betoging                Fr manifestation
    Meeërdureit: meerderheid
    Mielietant: militant
    Mieniestru: minister
    Mieniestur-preeziedent: minister-president
    Mieniestru van buutnlaansjhu zaakn: minister van buitenlandse zaken
    Mieniestru van binulaansjhu zaakn: minister van binnenlandse zaken
    Mieniestur van kuultuur: minister van cultuur
    Mieniester van eekonoomiesjhu zaakn: minister van economische zaken
    Mieniestur van eenirzjie: minister van energie
    Mieniestru van fienaansjus: minister van financies
    Mieniestru van juustiesie: minister van justitie
    Mieniestru van laansvurdeediegiengu: minister van landsverdediging
    Mieniestur van lantbow: minister van landbouwMieniestur van mobielietijt: minister van mobiliteit
    Mieniestur van oendurwies: minister van onderwijs
    Mieniester van oentwikuliengssaamunwerkiengu: minister van ontwikkelingssamenwerking
    Mieniestur van oopnboaru werkn: minister van openbare werken
    Mieniestur van pensjioeën: minister van pensioenen
    Mieniestur van sosjaalu zaakn: minister van sociale zaken
    Mieniestur van voöksguzoentijt: minister van volksgezondheid
    Mieniestur van Vurkeeër: minister van verkeer
    Mieniesturoöt: ministerraad

    Mindurijtsrugeeëriengu: minderheidsregering
    Oenafankuluk: onafhankelijk
    Oeëngeldug stemn: ongeldig stemmen
    Oendurvooörzitur: ondervoorzitter
    Ofiesjil: officieel
    Oftreedn: aftreden
    Opoziesju: oppositie
    Oovurijt: overheid
    Oovurloopur: overloper, van ene partij naar andere
    Parlument: parlement
    Partieë: partij
    Peniengmeeëstur: penningmeester
    Pijliengu: peiling
    Plakoöt: verkiezingsbord
    Poliesjuroöt: politieraad
    Proviïnsjuroöt: provincieraad
    Roöt: raad (gemeente-, provincie-, …..)
    Roötszitiengu: raadszitting
    Roojn: rode, socialist
    Rooju: rode, socialisten
    Rugeeëringsformoösju: regeringsformatie
    Rugeeëriengskowaliesju: regeringscoalitie
    Rugeeëriengu: regering
    Rugiïrakoort: regeeraccoord
    Sikrutoöries van du partieë: secretaris van de partij
    Sinatuür: senator
    Sjheepun: schepen
    Sjheepunkoleezju: schepencollege
    Sjheurliestu: afspliting van een bestaande politieke partij, scheurlijst
    Sjhorsiengu van du zitiengu: schorsing van de zitting
    Sosjaliest: socialist
    Sosun: socialisten
    Spietsjhun: speechen
    Spreekgustoeëltu: spreekgestoelte
    Staakiengu van stemn: staking van stemmen
    Stemiengu: stemming, verkiezingen
    Stemn voer utwieën: voor iemand stemmen
    Stempligt: stemplicht
    Stoöt: staat
    Sunoöt: senaat
    Tjeevu: tjeef, scheldnaam voor iemand van de CD&V
    Tjeevustreeku: tjevenstreek, verwijt voor politiek bedrog en woordbreuk van de christendemocraten
    Uproepiengu: oproeping
    Upvolgur: opvolger
    Uuttreedundu rugeeëriengu: uittredende regering
    Uutvoeërundu magt: uitvoerende macht
    Veeturoön: veteraan
    Viep: VIP Very Important Person
    Viesu eeëstu mieniestru
    Vijlugijtsroöt: veiligheidsraad
    Vlams Bulang: Vlaams Belang
    Vlamsjhu Roöt: Vlaamse Raad
    Voödurlant: vaderland
    Voödurlantslieëfdu: vaderlandsliefde
    Voöksliet: volkslied
    Voökspartieë: volkspartij
    Voöksroötpleegiengu: volksraadpleging
    Voöksteliengu: volkstelling
    Voöksvurgoöriengu: volksvergadering
    Voöksvurteegnwooördiegiengu: volksvertegenwoordiging
    Vooörkeurstemu: voorkeurstem
    Vooörzitur: voorzitter
    Vorstunuus: vorstenhuis
    Vraagnurtju: vragenuurtje
    Vriezinug: vrijzinnig
    Vulplakn: volplakken (borden met kiespropaganda)
    Vurgoödurzaalu: vergaderzaal
    Vurgoöriengu: vergadering
    Vurgoörn: vergaderen
    Vurkieëzieng: verkiezing(en)
    Vurkoozun zien: verkozen zijn
    Wetgeevundu magt: wetgevende macht
    Wooörtvoeërdur: woordvoerder
    Zeetul: zetel
    Zeetuln: zetelen
    Zitiengu: zitting
    Zweepupartieë: zweeppartij

     

    06-05-2019, 00:00 geschreven door stammer

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    29-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Woordenlijst Nr 20: Religie

    Aaänbidn: aanbidden
    Aalmoezunieër: aalmoezenier
    Aartsbisjhop: aartsbisschop
    Abdieë: abdij
    Absoluusju: absolutie
    Adrilugun: Allerheiligen
    Alurzieëln: Allerzielen
    Asjhukruusju: assenkruisje (op Aswoensdag)
    Asjhuwoeënsdag: Assenwoensdag
    Avukoöt van du duuvul: advocaat van de duivel
    Bazuliek: basiliek
    Beeduvoört: bedevaart
    Biebul: bijbel
    Biegtu: biecht
    Biegtukot: biechtstoel
    Biegtustoeël: biechtstoel
    Biegtvoödru: biechtvader
    Bieguloof: bijgeloof
    Bieguloovug: bijgelovig
    Bloeëtprosesju: bloedprocessie
    Boediest: aanhanger boeddhisme
    Bruvier: brevier
    Bugraaviengu: begrafenis
    Bugraaviengsdieënst: begrafenisdienst
    Buregtn: het H.Oliesel toedienen
    Busjhermuliengu: beschermelinge
    Daaguliksjhuzoendu: dagelijkse zonde
    Delu: de hel
    Doogmesu: de hoogmis
    Dooökistu: doodkist
    Dooökotju: huisje op kerkhof
    Dooöstriet: doodstrijd
    Dooötzoendu: doodzonde
    Dooprugiestur: doopregister
    Doopulienk: dopeling
    Doopvoentu: doopvont
    Dopsul: doopsel
    Driekeuniengn: driekoningen
    Eeëstu komuunju: eerste communie
    Eemul: hemel
    Eemulvoörtdag: Hemelvaartsdag
    Elu: hel
    Erfzoendu: erfzonde
    Geuzu: ongelovige
    Goeju vriedag: goede vrijdag
    Goeju weeku: goede week
    Gotsdieënst: godsdienst
    Gudopt: gedoopt
    Guloftu: gelofte
    Guvormt: gevormd (Vormsel ontvangen)
    Iengul: engel
    Iengulbuwoördur: engelbewaarder
    Ienguloör: engelhaar
    Iesijliegun: ijsheiligen
    Ijlug oliesul; heilig oliesel
    Ijlugvurkloöriengu: heiligverklaring
    Joodu: Jood
    Ju kapu oovr daagu smietn: uit de kerk treden
    Kalootu: katholiek
    Kapelu: kapel
    Kapu: kap (van een kloosterzuster)
    Kanuuniek: kanunnik
    Kapuloön: kapelaan
    Kardienaal: kardinaal
    Katukismuus: catechismus
    Kazuuvul: kazuifel
    Keësu: kaars
    Keësuroeët: kaarsvet
    Kerkof: kerkhof
    Kerkudeurn: kerkdeuren
    Kerkuluk: kerkelijk (gehuwd, begraven)
    Kerkumuziek: kerkmuziek
    Kerkutoru: kerktoren
    Kesboom: kerstboom
    Kestag: kerstdag
    Kestumesu: mis in de kerstnacht
    Klokn luwn: klokken luiden
    Klooöstru: klooster
    Klooösturordu: kloosterorde
    Koönsukroösju: consecratie
    Komuunju: communie
    Kostru: koster
    Kruusweg: kruisweg
    Krieptu: crypte
    Kruusju: kruisje
    Kruusteeëkn: kruisteken
    Kruusweg: kruisweg
    Leezn: bidden
    Luuwn: luiden (de klokken)
    Martuldooöt: marteldood
    Martulgank: martelgang
    Martuln: martelen
    Martuloöru: martelaar
    Masuür: zuster                                  Fr ma soeur
    Mesu: H.Mis
    Mesudieëndur: misdienaar
    Mieraakul: mirakel
    Moönsinjuür: monseigneur
    Mosliem: moslim
    Mosliemikstreemiest: moslimextremist
    Neemul (du): de hemel
    Nunusjhoolu: zuster- of nonnenschool
    Oendurpastru: onderpastoor
    Oeënzu neeëru: onze heer
    Oeënzu nirtju: Onze-Lieve-Heer
    Oeënzu voödur: Onze Vader
    Oeënzu vrowtju: Onze-Lieve-Vrouw
    Ofrandu: offerande
    Ofsjheurn: afscheuren (een geloof verlaten)
    Ofurblok: offerblok
    Oksaal: oksaal
    Ooftdoek: hoofddoek
    Ooftzoendu: hoofdzonde
    Oöfvastn: halfvasten
    Oogmesu: hoogmis
    Ostie: hostie
    Paapu: paap, rooms katholiek
    Palmuzundag: Palmzondag
    Paradies: paradijs
    Parogju: parochie
    Pastru: pastoor
    Peenieteënsju: penitentie
    Pieloörubietur: pilarenbijter, die veel in de kerk zit
    Poösjhn: Pasen
    Poöspligt: paasplicht
    Poöturnostur: paternoster
    Pows: paus
    Preekn: prediken
    Prikstoeël: preekgestoelte
    Prosesju: processie
    Protustant: protestant
    Rilukwieë: relikwie
    Roepiengu: roeping
    Sakrament: sacrament
    Sakriestieë: Sacristie
    Seelieboöt: celibaat
    Sienksjhn: Sinksen
    Simunoörie: seminarie
    Sintupieëtur: Sint-Pieter
    Sirmoeën: sermoen
    Sjhapuulier: schapulier
    Sjhepiengu: schepping
    Slotklooöstur: slotklooster
    Slotnunu: slotzuster
    Stoeëltjusgelt: wat voor een stoel in de kerk moet betaald worden
    Tieën guboodun (du): de tien geboden
    Tjeevu: iemand van de chtistelijke volkspartij (CD&V)
    Trown voe du kerku: trouwplechtigheid in de kerk
    Vaaguvieër: vagevuur
    Vastun: vasten
    Vastuntiet: vastentijd
    Vatiekoön: vaticaan
    Voentu: vont
    Voentusmet: zegt men van iemand die zich gedraagt zoals zijn peter of meter
    Vroegmesu: vroegmis
    Vurgeeviengu: vergeving (van de zonden)
    Vurgifunisu: vergiffenis
    Vurlosiengu: verlossing
    Vuriezn: verrijzen
    Vursjhieniengu: verschijning (van OLV)
    Werk van bermertugijt: werk van barmhartigheid
    Wierook: wierook
    Wiewoötru: wijwater
    Wiewoöturvat: Vat voor gewijd water (aan ingang kerk)
    Woendur: wonder
    Zaalugvurkloöriengu: zaligverklaring
    Zantju: bidprentje
    Zet eur kapu oovur daagu gusmeetn: ze is uitgetreden als geestelijke
    Zoendu: zonde
    Zundagsmesu: mis op zondag
    Zundagsrust: zondagsrust

    29-04-2019, 00:00 geschreven door stammer

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    22-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Tlatstu nieëws oovur Bertn en Juultn

    Ju kent zu giedur nu stilutjusan we, zeekr, uuzu blowu Bertn en zu boeëzumvrieënt Juultn?
    Zu kwaamn reegulmoötig tugoöru u pientju drienkn in undur stamkafee in Lombardieë, mo da ku nu nie mi. Worom? Wienu datur gubeurt is du veeërtieënstun oktoobru in Midulkerku e Bertn zodoönug gupakt aan zu nertu datun nie mie buutn komt. Datu blowu giengn vurlieëzun, dat aatn nog kun pijzun mo daan zu gieng vurpleturt wordun! Zu vrowu vurtelt datun bleeëk wiert en da zu pijsdu datun u nataksju gieng kriegn.
    Juultn was nateurluk bliedu da zien kleur zooön klienkunt suukses kostu aaln, mo naat tog ook we kompasju me zu moöt Bertn. Net em tuus goön buzoekn voer em beetersjhap tu weënsjhun mo volguns dat sjhient wastur gin trooöstun an. Da KaaVeeOO ut nie goeët doet int foetbal en dat du triïnur nu zeëvu uut zu nijgn weggugoön is, da det em ook gin deugt gudoön.

    Nis nu we tieduluk zu moöt kwiet, mo voe du restu lat Juultn du moeët nie zakn. Zien favorietn, du Liestu Dudekur en du kluub van Brugu doent alutweeë stief goeët, da toet em deugt.
    Otn nog u ki not stamkafee goöt, zieët iedureeën da zu pientju em nie smakt lik andurs. Nu bluuft ook noojt nie langu mi. Nu mist zu moöt Bertn, dadis zeekr.
    Nu werkt iïn zu nof of nu go me zu vieloo gon rieën. Nu go bievooörbeelt u ki gon kiekn oeveru dat stoöt me tvurlegun van du tram no du kustboönu. Gotn dadooöjt van zu leevun guwent wordn datur gin tram mi deur torp riet? Tgo roöru doeën, wi! Mo ja, nu pakt ie tog nooöjt du tram en ot moestu nooödug zien, kutn nog asan eeën van du veelu otobuuzn neemn die goön stopn in Momartru. Ju wit wel da Dekur, al zwaanzun zeekru, guzeit et datn van torpplingsju utwa gieng maakn lik du plas duu tirtru, tpling op u neuvultju in paries. Mo ja woö zoe ju al die sjhildurs moetn goön aaln en nu kut tog nie van iedur uus u kafeetju maakn wo dajook kut eetn. Ot mo guzelug is! Me veelu groeën en tog we tirasjus wo daju up ju gumak u pientju kut drienkn.

    Ot du tram weg is got ut u pluzieër zien van eeën van de sjieku promunaadn tu gubruukn: du Zeeëloönu of de Niepooörtloönu. Voeëtgangurs en vieloos gon in dun eemul zien, toet in Niepooört nie me moeëtn uppasn voe du tram!

    Mo nu wit ie ook da mu mo gon kun ooördeeëln odalus ofguwerkt is.

     

    Vertaling

    Jullie kennen ze nu stilaan wel, zeker, onze blauwe Bertn en zijn boezemvriend Juultn?
    Ze kwamen regelmatig bijeen om een pint te drinken in hun stamcafé in Lombardsijde, maar dat kan nu niet meer. Waarom? Wat gebeurd is de veertiende oktober in Middelkerke heeft Bertn zodanig aangegrepen aan zijn hart en nu komt hij niet meer buiten. Dat de blauwe zouden verliezen dat had hij nog kunnen denken maar dat ze zouden verpletterd worden! Zijn vrouw vertelt dat hij bleek werd en dat ze dacht dat hij een aanval zou krijgen.
    Juultn was natuurlijk blij dat zijn kleur zo’n klinkend succes kon behalen, maar hij had toch ook wel medelijden met zijn maat Bertn. Hij is hem thuis gaan bezoeken om hem beterschap te wensen maar naar het schijnt was er geen troosten aan. Dat KV Oostende het niet goed doet in de voetbal en dat de trainer nu zelf weggegaan is, dat heeft hem ook geen deugd gedaan.

    Hij is nu wel tijdelijk zijn maat kwijt, maar toch laat Juultn de moed niet zakken. Zijn favorieten, de lijst Dedecker en de club van Brugge doen het allebei zeer goed, dat doet hem deugd. Als hij nog een keer naar het stamcafé gaat, ziet iedereen dat zijn pintje hem niet smaakt zoals gewoonlijk. Hij blijft ook nooit niet lang meer. Hij mist zijn maat Bertn, dat is zeker.
    Hij werkt nu in zijn tuin of hij rijdt met de fiets. Hij gaat bijvoorbeeld eens kijken hoever het staat met het verleggen van de tram naar de kustbaan. Zal hij dat ooit van zijn leven gewoon worden dat er geen tram meer door het dorp rijdt? ’t Zal raar doen, hoor! Maar ja, hij pakt toch nooit de tram en mocht het nodig zijn, dan kan hij nog altijd één van de vele bussen nemen die zullen stoppen in Montmartre.
    Je weet wel dat Dedecker, al zwanzen zeker, gezegd heeft dat hij van het dorpspleintje iets ging maken zoals ‘Place du Tertre’, het plein op de heuvel, in Parijs.
    Maar ja, waar zouden ze al die schilders moeten halen en hij kan toch niet van ieder huis een cafétje maken waar je ook kunt eten. Als het maar gezellig is! Met veel groen en toch wel terrasjes waar je op je gemak een pintje kan drinken.

    Als de tram weg is, zal het een plezier zijn om één van die chique promenades te gebruiken, de Zeelaan of de Nieuwpoortlaan. Voetgangers en fietsers zullen in de hemel zijn, tot in Nieuwpoort niet meer moeten opletten voor de tram.
    Maar hij weet ook dat we maar kunnen oordelen als alles afgewerkt is.

     

     

     

    22-04-2019, 00:00 geschreven door stammer

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    15-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Woordenlijst Nr 19: Huisgerief Keukengerief Meubelen Slaapgerief

    Aparoöt: apparaat
    Bakn: bakken
    Baskuulu: weegschaal
    Basing: kuip
    Batkuupu: badkuip
    Bedu: bed
    Bedugoeët: beddegoed
    Bedulaakn: bedlaken
    Beduspreeë: bedsprei
    Beekur: beker
    Beeltbuuzu: beeldbuis
    Beezum: bezem
    Benu: grote mand
    Bleeëkn: bleken (de was)
    Blikwoötru: bleekwater
    Bloempot: bloempot
    Boeëdulliestu: boedellijst
    Boeëdulsjhidiengu: boedelscheiding
    Boekukasu: boekenkast
    Brieëvunbusu: brievenbus
    Broomes: broodmes
    Broön: braden  => ik broön, ik bradu, gubroön
    Brooötmes: broodmes
    Brooötplanku: broodplank
    Brooötrooöstur: broodroosterBroöpanu: braadpan
    Bumeubuln: bemeubelen
    Bustek: bestek
    Bustul: borstel
    Buufetkasu: buffetkast
    Buufetstoovu: kookfornuis
    Buuroo: bureau       Fr bureau
    Buuroolampu: bureellamp
    Buuroostoeël: bureaustoel
    Buuzustoovu: Leuvense stoof
    Dampukapu: dampenkap
    Deeëgrolu: deegrol
    Dieëpvrieëzur: diepvries
    Dievang: divan
    Doeksju: doekje
    Doesju: douche
    Doozunoopundoeëndur: dozenopener
    Draprieë: draperie, gordijn
    Drienkbeekur: drinkbeker
    Driswaar: opbergmeubel      Fr dressoir
    Droogkasu: droogkast
    Du vuulu wastu uutangn: de vuile was uithangen
    Dwil: dweil
    Eërt : haard
    Feu kontienuu: kachel    Fr feu continu
    Fluuwienu: kussensloop
    Fotuj: zetel              Fr   fauteuil
    Friegoo: ijskast
    Frietpot: pot om frieten in te bakken
    Fruutpersu : fruitpers
    Fursjetu: vork           Fr fourchette
    Gazetubak : gazettenbak
    Goözu: gas
    Goözukroönu: gaskraan
    Goözuvieër: gasvuur
    Gordien: gordijnen
    Gordienu: gordijn
    Greit gudoön: klaargemaakt (eten)
    Grooötu kuustu: grote kuis
    Ieskasu: ijskast
    Kafjumeuln: koffiemolen
    Kafjukanu: koffiekan
    Kakstoeël: kinderstoeltje
    Kanapee: slaapbank            Fr  canapé
    Kasu: kast
    Keënki: olielamp
    Kiendurbedu: bedje voor een kind maar ook bed waarin een kind gebaard wordt
    Kitu: kan, emmer
    Kleeërkasu: keerkast
    Kloksju: klokje
    Kobujaagru: lange borstel
    Koeviïrs: bestek                 Fr couverts
    Kompjoeëtur: computer
    Koödru: kader
    Koödurs: kaders
    Koolkitu: koolemmer
    Korkutrekur: kurkentrekker
    Kruuku: kruik
    Kruumuldieëf: kruimeldief
    Kuuswuuf: kuisvrouw
    Lampadiïru: staande lamp                Fr lampadaire
    Lampu: lamp
    Lavaboo : lavabo
    Leeplu: lepel
    Luustur : luster
    Matrasu: matras
    Matu: mat
    Meëkkanu: melkkan
    Miekroogoöf: microgolf
    Mooör: warmwaterketel
    Mostoörtpot: mosterdpot
    Munoözju: huishouden             Fr ménage
    Neërt (u): een haard
    Neutukraakur: notenkraker
    Noofkusn (u): een hoofdkussen/kopkussen
    Oentruumiengu: ontruiming
    Ofruumn: afruimen
    Ofwasmasjienu: afwasmachine
    Oofkusn: hoofdkussen
    Oopuneërt: open haard
    Oörbustul: haarborstel
    Oovurgordien: overgordijnen
    Oovurgordienu: overgordijn
    Orloozju: uurwerk     Fr horloge
    Paksju: pakje
    Paravang: kamerscherm                Fr paravent
    Pasuviet: roerzeef               Fr passe vite
    Patatumesju: aardappelmesje
    Patatusjheldurtju: mes om aardappelen te schillen, aardappelmesje
    Peepurvatju: pepervaatje
    Pispot: oud gebruik om een kleine behoefte in de slaapkamer te doen
    Sjoözju: deken
    Stroojzak: strozak
    Plantu: plant
    Portretukoödru: kader voor foto’s
    Posteuru: beeld(je)
    Prieëzu: stopcontact       Fr prise de courant
    Radiejateur : radiator, chauffageelement    Fr radiateur
    Rolu: rol
    Rusoorbak: waarop de matras gelegd wordt
    Saladieru: slakom             Fr saladière
    Salongtaaful ; salontafel
    Sarzu: deken
    Seulu: emmer
    Sjhabu: legplank
    Sjheurbustul: schuurborstel
    Sjhild(u)rieë : schilderij
    Sjhoeblienk: schoensmeer
    Sjhoebustul: schoenborstel
    Sjhoedoozu: schoenendoos
    Sjhoetrekur: schoentrekker
    Sjhof: lade
    Sjhutuldoek: schotelvod
    Sjhutulmasjienu: schotelmachinu
    Sjhutuls wasjhun: afwassen
    Sjhuumspoön: schuimspaan
    Sjhuuvu: schuif
    Sjofaazju: verwarming                                Fr chauffage
    Sjofaazjukeetlu: chauffageketel
    Sluünsu: vod
    Speegul: spiegel
    Spoeënsu: spons
    Stoöndu kloku: staande klok
    Stoeël: stoel
    Stofsluünsu: stofdoek
    Stofzuugur: stofzuiger
    Stoovu: kachel
    Stuutudoozu: boterhammendoos
    Suüfurdoozu: stekjesdoos
    Suüfurs: stekjes
    Taaful: tafel
    Taafulkleeët: tafelkleed
    Taboeritu: krukje                       Fr tabouret
    Talooöru: teljoor
    Tapiet: tapijt
    Tasu: tas
    Tiluviezju: televisie
    Toolu: tafelbedekking              Fr toile
    Tregtur: trechter
    Trekur: aftrekker
    Tvuulblek en tzwientju: het vuilblik en het handborsteltje
    Twalet: toilet
    Upblienkn: opblinken
    Upruumiengu: opruiming
    Upruumn: opruimen
    Upzet: opzet, schikking van gerief in huis
    Uusoedn: huishouden
    Vaagubustul: veegborstel
    Vaksju: vakje
    Vlieëguvangur: vliegenvanger
    Voözu: vaas
    Voeëtbanksju: voetbankje
    Voeëtmatu: voetmat
    Vurlotu broödpanu: braadpan met afgesleten email
    Vurlugtiengu: verluchting
    Vurziep: vergiet
    Vuulbak: vuilbak
    Vuulblek: vuilblik
    Waafuliezur: wafelijzer
    Waskeërn: wasmachine
    Wasmasjienu: wasmachine
    Wasspeln: wasspelden
    Wasspelu: wasspeld
    Wastu: was
    Woöturbedu: waterbed
    Woöturkroönu: waterkraan
    Woötursteeën: aanrecht of pompbak
    Zaksju: zakje
    Zeetlu: zetel
    Ziftu: zeef
    Ziftn: zeven
    Zipzop: zeepsop
    Zoetvatju: zoutvaatje
    Zwientju: handborsteltje

    15-04-2019, 00:00 geschreven door stammer

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    08-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Woordenlijst Nr 18: Fruit en groenten

    Abriekoozn: abrikozen
    Abriekoozu: abrikoos
    Andievju: andijvie
    Andjoeën: ajuin
    Andjoeëns: ajuinen
    Aplu: appel
    Apuloöru: appelaar
    Artiesjokn; artisjokken
    Aspirzjus: asperges
    Banan: bananen
    Bananu: banaan
    Bananuboom: bananenboom
    Bananupeelu: bananenschil
    Bananusjhelu: bananenschil
    Beeëtu: biet
    Bijur: bes
    Blomkooln: bloemkolen
    Blomkoolu: bloemkool
    Booön: bonen
    Booön in tomatusowsu: bonen in tomatensaus
    Booönu: boon
    Braambijurs: braambessen
    Brokolie: broccoli
    Daaduls: dadels
    Ditn en datn: dadels
    Druuvn: druiven
    Druuvu: druif
    Druuvutju: druifje
    Erweetn: erwten
    Erweetu: erwt
    Fiegn: vijgen
    Fiegn agtr poösjhn: vijgen na Pasen
    Fiegu: vijg
    Fiegublat: vijgenblad
    Fieguboom: vijgenboom
    Frambooözu: framboos
    Freezn of friïzn: aardbeien
    Fruut: fruit
    Groëenu koolu: groene kool
    Groeënsul(s): groente(n)
    Jantju rut: worm in appel of peer
    Kapurtjus: kappertjes
    Keeëstu: pit (van een vrucht)
    Keëzn: kersen
    Keëzu: kers
    Kiewie: kiwi
    Kleemantien: clementines
    Knolsildrieë: knolselder
    Koerzjitu: courgette
    Kokosneutu: kokosnoot
    Kools: kolen
    Koönservn: conserven
    Komkomur(s): komkommer(s)
    Krieëkn: krieken
    Krop salaa: krop salade
    Limoeën: limoen
    Look: knoflook
    Majies: maïs
    Mandarienu: mandarijn
    Muloeënu: meloen
    Niktarienu: nectarine
    Neutu: noot
    Olievn: olijven
    Olievu: olijf
    Oguurkn: augurken
    Oobirzjienu: aubergine
    Padustoeln: paddestoelen
    Paprieka: paprika
    Patatn: aardappelen
    Peërn: peren
    Peëru: peer
    Peëruloöru: perelaar
    Pisjn: perziken
    Pisju: perzik
    Pompoeën: pompoenen
    Pompoeënu: pompoen
    Pompulmoeëzu: pompelmoes
    Pret: prei
    Pruumn: pruimen
    Pruumu: pruim
    Purselu: peterselie
    Raapu: raap
    Radiezu: radijs
    Robarbu : rabarber
    Roo beeëtn: rode bieten
    Rooökoolu: rode kool
    Rooökools: rode kolen
    Rozienu: rozijn
    Salaa: sla, salade
    Savoojkoolu: savooikool
    Seenapul: sinaasappel
    Seenapulpeelu: sinaasappelschil
    Seenapulzop: sinaasappelsap
    Sietroeën : citroenen
    Sietroeënu : citroen
    Sietroeënuzop : citroensap
    Sildrieë: selder
    Sjalotu: sjalot
    Sjampienjongs: champignons
    Sjhorsuneeëln: schorseneren
    Sjiekongs: witloof
    Sniebooön: snijbonen
    Sniebooönu : snijboon
    Spienoözju: spinazie
    Spruutn: spruiten
    Steekubijur: stekelbes, kruisbes
    Suüfurblomu: zwavelbloem
    Tomatn: tomaten
    Tomatu: tomaat
    Tusjhunterwu: maïs
    Tuutufruut: mengeling van gedroogde groenten
    U staalu pret: een bundel prei
    Venkul: venkel
    Ves: vers
    Vesjgeit: versheid
    Witloof: witloof
    Witu booön: witte bonen
    Woöturkers: waterkers
    Workul: wortel
    Zjunievurs: jenevers
    Zo plat lik u fiegu: zo plat als een vijg

     

     

    08-04-2019, 00:00 geschreven door stammer

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    01-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Woordenlijst Nr 17: Dranken Dronkenschap

    Alkol: alcohol
    Akolgubruuk: alcoholgebruik
    Alkolmisbruuk: alcoholmisbruik
    Alkolvrie: alcoholvrij
    Alkolvurslaaviengu: alcoholverslaving
    An du toog ang: aan de toog hangen
    Avukoöt: advokaat (drank)
    Baarkruku: barkruk
    Bak bieër: bak bier
    Busjwipst: lichtjes dronken
    Biedong: bidon
    Bieër: bier
    Bieër uut du flesjhu : bier uit de fles
    Bieër van tvat: bier getapt uit vat
    Bieër van du streeku: streekbier
    Bieërbuuk: bierbuik
    Bieërflesjhu: bierfles
    Bieërkroönu: tapkraan
    Bieêrsjhuum: bierschuim
    Bieërtunu: bierton
    Bieërvurbruuk: bierverbruik
    Bluuvnang: lang in een café blijven in plaats van huiswaarts te keren
    Boemuln: boemelen, van het ene café naar het andere
    Botul: fles
    Botuln: bottelen, vullen van fles
    Bronwoötur: bronwater
    Buneevult: beneveld
    Buturmeëk: botermelk
    Buzoopn: bezopen
    Deekanteern: rode wijn van bezinksel scheiden door overgieten in karaf    Fr décanter
    Deur du neuzu zien: zat zijn
    Deur du noeënu voln: blijven plakken over de middag
    Diezjistief: spijsverteringsbevorderend drankje                 Fr digestif
    Djien: gin
    Drankgubruuk: drankgebruik
    Drankmisbruuk: drankmisbruik
    Dranksju: drankje
    Drienkn: drinken
    Drienk(u)busu: drinkbus
    Drienkwoötur: drinkwater
    Droenku: dronken, zat
    Droenku guzijt is nugtur gupijst: dronken gezeid is nuchter gepeinsd
    Du zoeëtu niïnvol: de zoete inval
    Dust: dorst
    Flambeern: ontbranden van sterke dranken voor afwerking van bepaalde gerechten     Fr flamber
    Flasjhu of flesjhu: fles
    Flesjhu wien (u): een fles wijn
    Fluutjusbieër: bier van slechte kwaliteit
    Fruutsap: fruitsap
    Gesturt: gemorst
    Gin dust: geen dorst
    Gistiengu: gisting
    Goerdu: drinkbus                Fr gourde
    Groötu dust: grote dorst
    Hopu: hop
    I ju leëzu gieëtn: gulzig en veel drinken
    Iestee: ijsthee
    In du droöj zitn: aan het uitgaan zijn
    Int zop zitn: bezig zijn met zich te bedrinken
    Joegoert: yoghurt
    Kafju: koffie
    Kamielutee: kamillethee
    Kantienu: kantine
    Kloöru wien sjhienkun: klare wijn schenken, duidelijke taal spreken
    Korksmaaku: kurksmaak (van wijn)
    Kortndrank: sterke drank
    Kriku: zwaar bedronken
    Kroöntjuswoötur: kraantjeswater
    Lampetn: zwaar drinken
    Leeggoeët: leeggoed
    Liekeuru: likeur
    Liemonatju: limonadetje
    Moeëtn bloözun: moeten blazen (bij alhocoholcontrole)
    Nie mi weetn van wufur progju daj ziet: erg dronken zijn
    Nie mir op ju beeën kun stoön: niet meer op zijn benen kunnen staan van dronkenschap
    Nis bluuvn plakn: hij is (te) lang op café gebleven
    Nis boovn zu teewoötru: hij is boven zijn theewater, hij heeft te veel gedronken
    Oendur iïnvloeët: bewegingen en handelingen beïnvloed door drankgebruik
    Oendrienkboör: ondrinkbaar
    Pekur: iemand die graag lang in de cafés blijft hangen
    Pekn: blijven hangen in café
    Piels: pils
    Pientu of Pientju: pint
    Pilil: pale ale
    Plat woötur: plat water, niet bruisend
    Poepuloeëru: verschrikkelijk dronken
    Poestur: cognac in een tas koffie
    Portoo: porto
    Promielu: promille (in het bloed)
    Pulu: container voor drank
    Rusepsju: receptie
    Ruum: rum
    Santee!: Gezondheid!                   Fr Santé
    Sjambreern: op kamertemperatuur brengen van rode wijn     Fr chambrer
    Sjampanju: champagne
    Sjheel van du dust: scheel van de dorst
    Sjhuum: schuim (op een pint)
    Sjoklakafju: chocomelk
    Sjoklameëk: chocolademelk
    Sloksju: slokje
    Soeboks: bierviltje
    Sterku drank: drank met hoog alcoholgehalte
    Stoet: stout (bier)
    Streekbieër: streekbier
    Stroentzat: zeer zat
    Stroojn beeën en: strooien benen hebben, moeilijk op zijn benen kunnen staan (door de drank)
    Sturtn: morsen
    Taafulbieër: tafelbier
    Taafulwien: tafelwijn
    Tee: thee
    Teusju sietru/woötru: een slokje limonade/water
    Toernee: rondje
    Toernee zjeeneeral: rondje voor iedereen in ’t café
    Trapiest: trappist
    Trekteern: een rondje geven
    Tu dieëpu int glas kiekn: te diep in het glas kijken, te veel drinken
    U botul wien: een fles wijn
    U fleshu wien: een fles wijn
    U koötur en: een kater hebben
    U pientu tapn: een pint tappen
    U pientju up en: een pint op hebben, iets gedronken hebben
    U staptju in du weërelt zetn: eens goed uitgaan
    U stik i ju klooötn: zat zijn
    U stik i ju kraagen: zat zijn, een stuk in zijn kraag hebben
    U vlamunt stik i ju voeëtn en: een vlammend stuk in je voeten hebben
    U vliegu in ju noogn: te veel gedronken hebben
    Utwieën oendur taaful drienkn: iemand onder tafel drinken, dronken voeren
    Uutdrienkn: uitdrinken
    Uutkriegn: uitkrijgen
    Uutsjhienkn: uitschenken
    Uutzuupn: uitzuipen
    Votka: vodka
    Vuldoeën: vol doen
    Vulgietn: vol gieten
    Vulsjhienkun: vol schenken
    Vurfrisjhiengu: verfrissing
    Vurgeevn van du dust: heel grote dorst
    Wieskie: whisky
    Woötur bie du wien doeën: water bij de wijn doen
    Woöturtju: een glas water
    Wien: wijn
    Woö datu brouwur is, moet du bakur nie zien: iemand die drinkt moet niet eten
    Zjatu kafju (u): een tas koffie
    Zjunievur: jenever
    Zo droenku lik u kanong: zo zat als een kanon
    Zuupn: zuipen
    Zuupn lik u tempulier: overmatig drinken

     

    01-04-2019, 00:00 geschreven door stammer

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    25-03-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Woordenlijst Nr 16: Relaties Verwijten tussen personen eventueel met geweld

    Aaän zu flasjhu: hij heeft het zitten
    Aaänveërtboör: aanvaardbaar
    Aaänroön: aanraden
    Aaänsluutiengu: aansluiting

    Agtur tgat klapn: roddelen
    Agturaaln: achterhalen
    Akooört: akkoord
    Akuwerie: ruzie
    Al moestn du kroöjn tuutbriengn: de waarheid komt wel ooit aan het licht
    Alu bitjus eëpn: hoe klein ook het voordeel, het helpt vooruit
    Aleeënu: alleen
    Altroösju: ontroering
    Altugoöru: allemaal samen
    Ambras zoekn: ruzie zoeken
    Ambrasseerun: omhelzen
    Ambuteerun: lastig vallen      Fr embêter
    An du lisu loopn: aan de leiband lopen, niet zelfstandig een beslissing kunnen nemen, maar het laten afhangen van een ander
    Andunoölsbrieng: kapot maken
    Andrieng: aandringen
    Anduudn: aanduiden
    Aniemoösju: animatie
    Antoedn: onthouden
    Art teegn oeënzogtu: hard tegen hard
    Babultju (u) sloan: een babbeltje slaan
    Baturn: vechten
    Beetur u goeju gubeur dan u veru vrieënd: beter een goeie buur dan een verre vriend
    Bie du buk doeën: bedriegen
    Bie du buk guzet wordn: bedrogen worden
    Bie zu pietju pakn: beetnemen
    Biedroöjn: bijdraaien
    Biejeeënbrieng: bijeenbrengen
    Biejeeëndrievn: bijeendrijven
    Biejeeënoedn: bijeenhouden
    Biejeeënraapn: bijeenrapen
    Biejeeënkomn: bijeenkomen
    Biejeeënzoekn: bijeenzoeken
    Biekomn: bijkomen
    Bielegn: bijleggen (een ruzie)
    Biezien: bijzijn
    Binloötn: binnenlaten
    Blamot gusleegn: murw geslagen
    Boeërubudrog: boerenbedrog
    Boeëzumvrieënd: boezemvriend
    Boent: bond
    Boovnoörms: bovenarms (ruzie)
    Boözug: bazig
    Budroogn wordn datu doom uut ju nooörn komt: bedrogen worden dat de damp uit je oren komt
    Bugleidn: begeleiden
    Bugleidiengu: begeleiding
    Bugoestn: goesting doen krijgen
    Bugroeëtn: begroeten
    Bukentmaakiengu: bekendmaking
    Bukentunisu: bekentenis
    Bukomn: bekomen (van een hevige emotie)
    Bukrooöniengu: bekroning
    Bukukuln: verwennen
    Buloeërn: beloeren
    Buloftu: belofte
    Bulooöniengu: beloning
    Buluusturn: beluisteren
    Bumiduln: bemiddelen
    Bumoejn: bemoeien
    Bunoödeeëln: benadelen
    Bunoödriengu: benadering
    Bunoödurn: benaderen
    Buooördeeëliengu: beoordeling
    Buooördeeëln: beoordelen
    Burispiengu: berisping
    Busjheetn komisju: iets wat je niet graag doet maar waarvoor men je in ‘t gat gestoken heeft
    Busjhermiengu: bescherming
    Busjhutiengu: beschutting
    Busluupn: besluipen
    Bustriediengu: bestrijding
    Butastiengu: betasting
    Butoovriengu: betovering
    Butrapn: betrappen
    Bututuln: in de watten leggen, bederven
    Buutnsluutn: buitensluiten
    Buutnstoöndur: buitenstaander
    Buveilugiengu: beveiliging
    Buvolugeit: bevalligheid
    Buvooördeeëliengu: bevoordeling
    Buzoekeuru: bezoekuur
    Buzoekreegliengu: bezoekregeling
    Buzoektiet: bezoektijd
    Buzwoör: bezwaar
    Das bie toör gugreepn: dat is bij het haar gegrepen
    Deuren: doorhebben
    Deurusteekn: verwijten
    Deuruvurteln: doorvertellen
    Deuruvurbien: doorverbinden
    Deurzieën: doorzien
    Dinu doeën: flauw doen
    Djok (u): een duw, stoot
    Droef: stout
    Du daavur up ju lief: de daver op het lijf, zeer bang zijn
    Du kerku int midn oedn: de kerk in ’t midden houden, bemiddelen
    Du nuul van tspil zien: tenslotte het slachtoffer zijn
    Du zot oedn met utwieën: iemand voor de gek houden
    Duts: slachtoffer, benadeelde
    Dwieng: dwingen
    Eekulen anutwieën: een hekel aan iemand hebben
    Eëk zu goestu: elk zijn goesting
    Eësnspoeëliengu: hersenspoeling
    Ej gie da guglooft?: hebt gij dat geloofd?
    Eën gie gulooft dadu? En gij gelooft dat?
    Ertulik: hartelijkFarsu: grap
    Feezln: vezelen, fluisteren
    Fiegn agtur poösjhun: vijgen na Pasen, iets wat te laat komt
    Flak in zu noönzigtu: vlak in zijn gezicht
    Gin klooötn weërt zien: voor niets deugen
    Go vors: ga weg
    Got magt weetn: niemand zal het ooit weten
    Gotvurmielu djuu: vloek
    Greëtn: de zot houden, uitlachen, spotten
    Guburtu: gebuurte
    Gunaakn: aanraken
    Guriengult: om de tuin geleid, geklopt in een rechtstreeks duel (vb bij voetbal)
    Gutoesjeert: geraaktIn kwestju zien: ruzie hebben
    In kenisu zien: vrijen, iemand leren kennen
    In stokn komn: ruzie krijgen
    In toendurstu sjhof lign: in de onderste lade liggen, zegt men van iemand die niet bemind/gerespecteerd wordt
    In utwieën zu raapn gusjheetn en: iemand kwaad op jou gemaakt hebben
    In zu raapn gusjheetn: een slechte beurt maken
    Jeun: gunnenJu duumtju driïn vetn: leedvermaak hebben
    Ju ka su kusun: je kunt mijn kl.... kussen
    Ju manieërn oedn: je goed gedragen
    Ju moet dovooörn van u peërd geetn en: je moet daar zot voor zijn
    Ju moe froöj zien: je moet braaf zijn
    Ju moe ju muulu oedn: je moet je mond houden
    Ju noarienk brat nie: je haring braadt niet, je krijgt niet gedaan wat je wenst
    Ju zie gie zeekru up ju kop gustuukt?: jij bent zeker gek geworden?
    Kadoo en kadootju: geschenk en geschenkje
    Kapootu: condoom
    Katju mien, katju weeru: weervraak, oog om oog, tand om tand
    Katjuporu: lichte duw of tik
    Katenoent: kat en hond, die steeds ruzie maken
    Kbraakn vaju: ik heb genoeg van je
    Kbraakn vaju muulu tu zieën: ik wil je niet zo vaak meer zien
    Kekgoöjn: giechelen, zotte praat verkopen
    Ken dromu gudoön: ik heb het opzettelijk gedaan
    Kendur nie omu gudoön: ik deed het niet opzettelijk
    Kent a mu rekul: ik heb pech, het lot valt op mij
    Keunuklooötn: klungelen, knoeien, prutsen, vitten
    Klaagurs eën gin nooöt mo gift du bofurs u brooöt: klagers hebben geen nood maar geef de stoefers een brood
    Klintjus zien nie gumakt om in du grooöte under gat tu kiekn: kleine mensen spelen ook een rol en zijn niet onderdanig
    Klooötn: kloten, pesten, plagen
    Kgloovn da nie: ik geloof dat niet
    Kmeugn ier dooötvoln ot gi woar is: ik mag hier doodvallen als ik lieg
    Knegtubraku: meisje dat zot is van de jongens
    Koentukraafs: tegendraads
    Koetnaaänsju: gesprek
    Komeern: roddelen
    Komeeruklaps: praat van een roddelaar(ster)
    Kompanieë: gezelschap            Fr  compagnie
    Kompasju en: medelijden hebben                       Fr compassion
    Kompensoösju: tegenprestatie            Fr compensation
    Kul: zever
    Kust mu botn: kust mijn kl…. wat je doet of zegt interesseert me niet
    Kwoöt spreekn: roddelen
    Kzien da braakndu beu: ik ben dat erg beu
    Let mor up datur nieëtnt teegn ju kop woöjt: pas maar op dat er niets tegen jouw hoofd waait, zegt men tegen iemand die te zot of
              uitbundig doet
    Lieëgn dajt zeëvu glooft: zeer hard liegen
    Litkoörtu: lidkaart
    Lop no du moönu: loop naar de maan
    Mangkieërn: ontbreken                              Fr manquer
    Mangkument: wat ontbreekt                        Fr manquement
    Medulankgat: tegen de zin
    Meeluusturn: meeluisteren
    Meemaakn: meemaken
    Met du groovu bustul durdeuru goön: zeer grondig opkuisen
    Met du poepurs zitn: angst hebben
    Misjeun: misgunnen
    Misvurstoön: misverstaan
    Miszieën: miszien
    Moeëdurtjusdag: moederdag
    Moeëtn: moeten
    Moötugun: matigen
    Moptju: mop, grap

    Mu nooörn eën gutuut: mijn oren hebben getuit, er werd over mij gesproken, meestal kwaad
    Mukoör (me): met elkaar
    Muulupeëru: muilpeer, oorveeg
    Net em of eur iïnguzwoögn: hij loopt hoog op met hem of haar
    Net u piek up mu: hij heeft iets tegen mij
    Nie koentroörju zien: best meevallen                   Fr contraire
    Nieëtn of nieks tu pieëpn en: niets te zeggen hebben
    Nis/zis nie op zu/eur muulutju guvoln: hij of zij heeft altijd een antwoord klaar
    Noar in du butur (u): een haar in de boterNondudjuu: vloek                                            Fr nom de dieu
    Nu mieëk vaaän zu neuzu: hij reclameerde
    Oedjantgas: houd je klaar, er komt iets op je af
    Oedu ki ju klepu: houd eens je mond
    Oedu ki ju kwebul: houd eens je mond
    Oedu ki ju moent: hou eens je mond
    Oedu ki ju muulu: hou eens je mond
    Oedu koejn uut du gragt aaln: oude koeien uit de sloot halen
    Oendurandlieng: onderhandelingen
    Oenduroeënsju: onderonsje
    Oengurstaakiengu: hongerstaking
    Oentkopliengu: ontkoppeling
    Oentmoeëtiengu: ontmoeting
    Oentwiekn: ontwijken
    Oet du zot me ju metu: spot met iemand anders
    Ofdwieng: afdwingen
    Ofgoön: afgaan, gezichtsverlies lijden
    Ofluusturn: afluisteren
    Ofmatn: afmatten
    Oframuln: aframmelen
    Ofreekn: afrekenen
    Ofsjhrikn: afschrikken
    Ofsloön: afslaan
    Ofsnoepn: afsnoepen
    Ofspreekn: afspreken
    Oftroevn: aftroeven
    Ofweërn: afweren
    Ofzegn: afzeggen
    Okoözjen van u twadu: ergens de kans toe krijgen                     Fr occasion
    Omaaliengu: omhaling
    Omugoön: omgaan
    Oogagtiengu: hoogachting
    Oogoedn: hooghouden
    Oovurkomstu: bezoek
    Op zu steru kriegn: op zijn kop krijgen
    Opdriengn: opdringen
    Ortn: luisteren
    Ort u ki: hoor eens
    Osjublieëf: alstublieft
    Ovanduln: afhandelen
    Ovreeënkomn: overeenkomen
    Palufun: in de watten leggen, overdreven troosten, strelen, knuffelen
    Peërduvroet: zeer kwaad
    Peëruls smietn voe du zwieëns: goede raad geven aan mensen die daar evenwel niets van horen willen
    Pies in du wient: beteuterd, bedrogen zonder resultaat
    Proöt teegn du vaak: praat tegen de vaak
    Ramuliengu: pak slaag, rammeling
    Rasiesmu: racisme
    Rienguln: beetnemen, ringeloren, de baas over spelen
    Riesjhu: risico                         Fr risque
    Riesjhieërn: proberen op het gevaar af
    Riesjhieërluk: risicovol
    Ripuutoösju: goede naam                Fr  réputation
    Rukomandee: aangetekende zending               Fr recommandé
    Ruloösju: relatie, verhouding
    Rutuln: reclameren, van zijn neus maken
    Rut(tu)liengu: schelding
    Ruuzju maakn: ruziemaken
    Saamnwerkiengu: samenwerking
    Saluu: groet, gegroet                                         Fr salut
    Saluuweerun: groeten                       Fr saluer
    Siefa: slag in het gezicht
    Sjhein van utwadu lik u noent van zu stroent: iets zorgeloos achterlaten
    Sjheër ju weg: maak dat je wegkomt
    Sjheëvu sjhatsu rieën: zijn partner bedriegen
    Sjheur ju puustu: ga weg
    Sjhop i ju nol (u): een trap in jouw achterste
    Slag om sliengur: gevecht om elkaar om het even waar te raken
    Sneuvu: steek onder water
    Spaniengu: spanning
    Spekujoodu: spekjood, jood die zich niet aan de Joodse regels houdt
    Spuugn: spuwen
    Stik stroent (u): misprijzende uitdrukking voor iemand die hooghartig is
    Stopt u ki me zaagn: stop eens met zagen
    Stribuln: tegenwerken
    Tgat sjhooönen: zijn kans zien/hebben
    Tgot a ju neuzu zien: reken er maar niet op dat je krijgt wat je wenst
    Tietbomu: tijdbom
    Tilufong: telefoon
    Tis stilu woö dat nooöjt u ki woöjt: het is stil waar het nooit eens waait
    Tis u vuul stik stroent: ’t is een hoovaardige
    Tis weël bustit: verdiende loon
    Tisof: ze zijn uit elkaar
    Titsn: plagen
    Tnie kun aaln: het niet kunnen halen, niet tegen iemand op kunnen
    Toefuliengu: pak slaag
    Toeloötiengu: toelating
    Toetan: afblaffen
    Toet nieët in: er is niets aan
    Toopu: samen
    Top zu buuk meugn sjhrievn: er niet meer op mogen rekenen
    Trekn op utwieën: gelijken op iemand
    Troeëtuliengu: rammeling
    Trutsuln: treuzelen
    Truukn van du fooöru: listen van de foor
    Truut in paksjus: zever
    Tstoön boomn in du weg: kinderen die niet mogen horen wat volwassenen vertellen
    Tugoöru: samen
    Tugoöru me mukoör: allemaal tezamen
    Tugoörubluuvn: samenblijven
    Tugoörudoeën: samendoen
    Tugoörukomn: samenkomen
    Twistriet: tweestrijd
    Tzien klaps teegn du vaak: tevergeefs
    Tzotjuutang: het zotje uithangen
    U boeër zu kuünstn ofvraagn: uithoren
    U breeë rik en: brede rug, veel kunnen verdragen
    U keeml sjhieëtn: een fout begaan
    U naap sjheërn: slecht varen bij een initiatief
    U nertu van koekubrooöd: braaf mens
    U niksju en teegn utwieën: iets hebben tegen iemand
    U noedu naap muuln leeërn trekn (proberen): een ouder persoon van iets willen overtuigen
    U noogsjhu flikn: een oogje trekken
    U noör in du butur: er is onenigheid, ruzie
    U snak en u beetu kriegn: afgesnauwd worden
    U sneuvu geevn: een verdoken opmerking maken
    U toengu van lintjus: die veel babbelt
    U zaagsju span: zagen
    U zwien in du beitn: een haar in de boter
    Up u goe blatju stoön bie utwieën: bij iemand op een goed blaadje staan
    Upboksun teegn utwieën: met iemand in aanvaring komen
    Upitsn: ophitsen
    Upsuüfrn: opsolferen, opdringen
    Upvang: opvang
    Utwadu upsuüfrn: iets opsolferen
    Utwieën bie zu pietju en: er iemand inluizen, iemand liggen hebben
    Utwieën deuren: iemands bedoelingen doorzien
    Utwieën in tgat steekn: iemand doen opdraaien voor een vuile job
    Utwieën nog van oör nog van pluumn ken: een persoon absoluut niet kennen
    Utwieën roent ju viengur droöjn: iemand beïnvloeden, in je macht hebben
    Utwieën teegn zu zjilee trekn: iemand omhelzen
    Utwieën u droaj geevn: iemand een slag geven
    Utwieën u keunubilu geevn: met je knie tegen zijn dij tikken, wat pijn doet
    Utwieën u klooöt oftrekn: iemand bedriegen
    Utwieën zu kop ofbietn: brutaal en luid tegen iemand spreken
    Utwieën zu kop updroöjn: iemand opstoken
    Utwieën zu toengu peeln: iemand uitvragen tot hij/zij alles vertelt
    Utwoö gin keuru van en: ergens geen kans toe hebben
    Uutbastiengu: uitbarsting
    Uutlachn: uitlachen
    Uutooörn: uithoren
    Uutsjhieëtn: plots al scheldend reageren
    Uutsjhietn: iemand uitmaken
    Va ju neuzu maakn: reclameren
    Vaagu: oorveeg, mep
    Van koo guboörn: doen alsof je niets gehoord of gezien hebt
    Van u sjheetu u dundurslag maakn: een kleinigheid opblazen tot iets ergs
    Veesloörs zien leugnoörs: wie vezelt, liegt
    Vegtpartieë: vechtpartij
    Veelugooört: veelgehoord
    Veeluguvraagt: veelgevraagd
    Veugulvrie: vogelvrij
    Vieëriengu: viering
    Vloekn: vloeken
    Voe wieën su nilugun: in wiens voordeel
    Voetju lapn: pootje lappen
    Voetsululpu: voedselhulp
    Voetsulvorzieëniengu: voedselvoorziening
    Volsjheit: valsheid
    Voödurtjusdag: vaderdag
    Voöksmoent: volksmond
    Voöksuproeër: volksoproer
    Vooörsmaksju: voorsmaakje
    Vrieloötn: vrijlaten, vrijheid teruggeven
    Vrieviengu: wrijving
    Vrimdu goön: zijn partner bedriegen, seks bedrijven met een andere partner
    Vuragtiengu: verachting
    Vurdeediegiengu: verdediging
    Vurdistruuweerun: kapot maken, vernietigen
    Vureinugiengu: vereniging
    Vurgeeviengu: vergeving
    Vurgifunisu: vergiffenis
    Vurgisiengu: vergissing
    Vurgoödurzaalu: vergaderzaal
    Vurgoöriengu: vergadering
    Vurgoörn: bijeenkomen van personen
    Vurjoördagsfeeësju: verjaardagsfeestje
    Vurjoördagskadoo: verjaardagsgeschenk
    Vurjoördagskoörtu: verjaardagskaart
    Vurjoördagstoartu: verjaardagstaart
    Vurjoörn: verjaren
    Vurkent: herkend
    Vurkriegn: verkrijgen
    Vurmomiengu: vermomming
    Vurnestuln: in de war brengen
    Vurniengt: vergif
    Vuroentsjhuldugieng: verontschuldigingen
    Vurofgoodiengu: verafgoding
    Vurooördeeëliengu: afkeuring
    Vurpligtieng: verplichtingen
    Vurpligtiengu: verplichting
    Vursmooörn: moord door verdrinking
    Vurstandug: verstandig
    Vurstant: verstand
    Vurstantoediengu: verstandhouding
    Vurtrouwulienk: vertrouweling
    Vurveeliengu: verveling
    Vurvrimdn: vervreemden
    Vurvrimdiengu: vervreemding
    Vurweënsjhieng: verwensingen
    Vurweënsjhun: verwensen
    Vurwiet: verwijt
    Vurwietn: verwijten
    Vurwitugiengu: verwittiging
    Vurwitugun: verwittigen
    Vurwoörlooöziengu: verwaarlozing
    Vurwoörlooözn: verwaarlozen
    Vurzeurn: verzuren
    Vurzoeën: verzoenen
    Vurzoeëniengu: verzoening
    Weëlbustit: verdiende loon
    Weggujoogn: weggejaagd
    Wieën draagtrier du broek: wie is er baas in dit gezin
    Woötur en vieër: water en vuur: niet bij elkaar passende naturen
    Zaagt u ki nie: zaag eens niet
    Ze veelu kak an eur gat: ze is hoogmoedig
    Zeëfvurdeediegiengu: zelfverdediging
    Zeim an utwieën zu gat smeërn: zeem aan iemand’s gat smeren
    Zet u muulu van lintjus: zij is een babbelkous
    Zu kak inoedn: niets willen of durven doen of zeggen
    Zu karu keërn: zijn houding wijzigen

     

    25-03-2019, 00:00 geschreven door stammer

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    18-03-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Woordenlijst Nr 15 Beweging Handelingen

    Aänsjhuuvn: aanschuiven
    Afuseern: goed vooruitgaan
    Agtruut: achteruit
    Agtruut goön: achteruit gaan
    Agturdoeën: nadoen
    Agtur(gu)loop: naloop, moeite nadien
    Agturloopn: nalopen
    Aguntur: naar daar
    Ajaagn: haasten, opjagen
    Aksju: actie
    Ali voruut: allez vooruit
    Anang: aanhangen
    Anbrieng: aanbrengen
    An du nols brieng: kapot maken
    Ankomn: aankomen
    Ankomstu: aankomst
    Bagoözju: bagage
    Bagoözjukluuzu: bagagekluis
    Bieng: binden
    Biesprieng: bijspringen
    Binaaln: binnenhalen
    Binbrieng: binnenbrengen
    Binkomn: binnenkomen
    Binoedn: binnenhouden
    Binustubuutn: binnenste buiten
    Boenkn: bonken
    Boezjeern: bewegen
    Booötreizu: bootreis
    Boswanduliengu: boswandeling
    Bresu: bres
    Bugun: beginnen
    Bukiekn: bekijken
    Burietboör: berijdbaar
    Burieën: berijden
    Bustemiengu: bestemming
    Bustemulienk: bestemmeling
    Bustormiengu: bestorming
    Buuklandiengu: buiklanding
    Buutngoön: buitengaan
    Buutnkomn: buitenkomen
    Buutnzetn: buitenzetten
    Buweegiengu: beweging
    Buzetiengu: bezetting
    Buzigtugiengu: bezichtuging
    Buzieën: bekijken
    Buzu geevn: versnellen, buitengewoon zijn best doen
    Dadit gin brooöt: dat eet geen brood, dat is niet dringend
    Deemaraazju: versnelling van een voortbewegingstempo      Fr démarrage
    Deurkruusjhn: doorkruisen
    Deurloopn: doorlopen
    Deuru doeën: verdergaan, doorzetten
    Deurubreekn: doorbreken
    Deurudrievn: doordrijven
    Deurudrieng: doordringen
    Deurudroajn: doordraaien
    Deurudrukn: doordrukken
    Deurugeevn: doorgeven
    Deurugoön: doorgaan
    Deurujaagn: doorjagen
    Deurujasn: doorspoelen
    Deurukiekn: doorkijken
    Deuruknipn: doorknippen
    Deurukomn: doorkomen
    Deurukriegn: doorkrijgen
    Deurukruupn: doorkruipen
    Deuruloötn: doorlaten
    Deuruloopn: verder lopen
    Deurureizn: doorreizen
    Deururieën: doorrijden
    Deurusnieën: doorsnijden
    Deuruspoeëln: doorspoelen
    Deurusteekn: doorsteken
    Deurustootn: doorstoten
    Deurutrekn: doortrekken
    Deuruvoeërn: doorvoeren
    Deuruvurwiezn: doorverwijzen
    Deuruzetn: doorzetten
    Deuruzoekn: verder zoeken
    Deurzoekn: doorzoeken
    Djokn of u djok geevn: duwen
    Doeël: doel
    Doeën: doen
    Dretsn: doelloos rondlopen
    Drievn: drijven
    Driln: op stap gaan
    Droöj: draai
    Droöj mo ju karu: ga maar terug, keer maar om
    Du pootn vanoendur ju gat loopn: zijn uiterste best doen
    Du zulu platloopn: veel op de drempel van hetzelfde huis staan (om iets te bekomen)
    Dur vanoendur trekn: weggaan of weglopen
    Durnoörtoe: daarnaartoe
    Eemul en eërdu vurzetn: alles doen wat mogelijk is
    Eevoluusju: evolutie
    Flisju: richtingspijl
    Frotn: wrijven
    Frutn: weglopen
    Furuln: doelloos rondlopen
    Gartuki: ga eens opzij
    Gif mo buzu: ga er maar snel op los
    Gif mo goözu: geef maar gas
    Gif mo sjetu: ga er maar snel op los
    Gïin zitunt gat en: altijd in beweging willen zijn
    Gletsn: glijden
    Goözu geevun: gas geven, er snel op los gaan
    Guglotsn: gegleden
    Gukruust: gekruist
    Gustoopun: gebukt, gebogen
    Gutoogt: getoond
    Gugrogt: geraakt, aangekomen
    Gupriseert zien: haastig zijn, haast hebben
    Ieduln: ledigen, leegmaken
    Iïn vieër eën vlamu: in vuur en vlam: erg enthousiast
    Iïn vulu galoo ofkomn: in volle vaart
    Ikuputjikn (lopen al) …: lopen al hinkend
    In troendu: in het rond
    Jogn: joggenJu karu droajn: terugkeren
    Ju karu keeërn: terugkeren
    Ju sjhupu ofkuusjhn: weggaan
    Kemu guweërt: ik heb me gehaast, ik heb mijn best gedaan, ik heb goed weerstand geboden
    Keeërt u ki weeru: kom eens terug
    Kena bugost: ik ben al begonnen
    Kgon no mu nest: ik ga slapen
    Kloörspeeln: klaarspelen
    Kloörstoön: klaarstaan
    Komdu ki: kom eens
    Komu kik: ik kom
    Kruusjhn: kruisen
    Kzien a bugun: ik ben al begonnen
    Kzien vors: ik ben weg
    Landiengu: landing
    Lik u pielu uut u boogu: snel vertrekken
    Meedrievn: meedrijven
    Mee-eëpn: meehelpen
    Meegoön: meegaan
    Meekriegn: meekrijgen
    Meeloopn: meelopen
    Meeneemn: meenemen
    Meereizn: meereizen
    Meerieën: meerijden
    Meesleepn: meeslepen
    Meevlieëgn: meevliegen
    Meewerkn: meewerken
    Miegroösju: migratie
    Mienguln: mengen
    Moöjn: maaien
    Moönuraketu: maanraket
    Mu goön no verumetjus: we gaan naar niet meegedeelde bestemming
    Mu goön u ki goön kiekn  … want mu kunt nie zieën va nieër: wij gaan eens kijken, want we kunnen het niet zien van hieruit
    Mu zien sjhampavu: we zijn verdwenen
    Noözn: dichterbij komen
    Oöstju mo: haast je maar
    Oöstug zien; haast hebben
    Ofroln: afrollen
    Ofsjheurn: afscheuren
    Ofsloovn: afsloven
    Ofsluutn: afsluiten
    Ofsmietn: afwerpen
    Ofsnieën: afsnijden
    Ofspan: afspannen
    Ofsprieng: afspringen
    Ofspuitn: afspuiten
    Oftrapn: aftrappen
    Oftrekn: aftrekken
    Ofvaagn: afvegen
    Ofvoeërn: afvoeren
    Ofzoekn: afzoeken
    Ofzoendurn: afzonderen
    Omubloözn: omblazen
    Omuduwn: omduwen
    Omoogusteekn: omhoogsteken

    Omukantuln: omkantelen
    Omukeeërn: omkeren
    Omukloojn: omvervallen
    Omurieën: omverrijden
    Omutoeër: omweg
    Omverurieën: omverrijden
    Oopnsloön: openslaan
    Oopnsnieën: opensnijden
    Oovurbrieng: overbrengen
    Oovurentweeru loopn: heen en weer lopen
    Opduukn: opduiken
    Paseern: voorbijkomen
    Proboösju: poging
    Regtu vo ju kiekn: recht voor je kijken
    Regtudeuru: rechtdoor
    Reizu: reis
    Riebudubie: weg, vertrokken
    Rigtiengu: richting
    Robuln: rollen
    Roentdeeëln: ronddelen
    Roentdraagn: ronddrage
    Roentdroöjn: ronddraaien
    Roentfureln: doelloos rondlopen
    Roentrieësturn: onrustig van het één naar het ander gaan of lopen
    Roenttjooln: rondzwerven
    Roentwareern: rondlopen
    Saluu en du wiend vanagtru: trap het maar af
    Sjetu geevn: snel vooruitgaan
    Sjhampavu: verdwenen
    Sjhartuln: krabben
    Sjhievurn: glijden
    Sliengurn: slingeren
    Sluupn: sluipen
    Smeetu: worp
    Smietn: smijten
    Snuusturn: snuisteren
    Spakn: spakken, hinken
    Spriengplanku: springplank
    Steptju: stapje
    Stepunoöf: met haastige tred
    Stik mo ju bultu uut: begin maar te werken
    Stoempn: duwen
    Stoe
    mpu: actie van het stoempen
    Striewuln: strooien
    Stuupn: zich bukken, buigen
    Tendunoösum: buiten adem
    Tert(u)n (op): trappen op
    Tis goe jagt: het gaat vooruit
    Tis ieër lik u duuvukot: komen en gaan
    Tjakin tjakuut: in alle richtingen, chaotisch
    Tjakuut tjakin: in alle richtingen, chaotisch
    Tjooln: zwerven, ronddolen
    Tleevn is voe du rapu: het leven is aan de durvers
    Toepasiengu: toepassing
    Toetan: tot aan
    Toogn: tonen
    Trot: tocht
    Tu vieërklowu: rap
    Tuusbluuvn: thuisblijven
    U boeër zit zo langu nie up zu nofstee: het duurt te lang
    U gat in du lugt spriengn: een gat in de lucht springen, enthousiast/blij zijn
    U noek ofsteekn: een kortere weg nemen
    U steptju in du weërult zetn: uitgaan (op café, ...)
    U toertju doeën me ju vieloo: en toertje doen met de fiets
    U vroenk dran geevn: omwringen
    U wanduliengsju doeën: een wandelingetje doen
    Up du karu spriengn: meedoen, deelnemen (aan een project)
    Up du nuutkiek stoan: uitkijken
    Up eeëtu kooln zitn: op hete kolen zitten, ongeduldig wachten
    Up u loptju: haastig
    Up zu dooju gumak: op zijn gemak
    Upaaln: ophalen
    Upbloözn: opblazen
    Updrievn: opdrijven
    Upplakn: opplakken
    U tuksju doeën: een dutje doen
    Uutbloözn: uitblazen
    Uutdeeëln: uitdelen
    Uutdoeën: uitdoen
    Uutgank: uitgang
    Uutguglotsn: uitgegleden
    Uutgletsn: uitglijden
    Uutgoön: uitgaan
    Uutkipn: uitladen
    Uutloötn: uitlaten
    Uutoedn: uithouden
    Uutspriengn: uitspringen
    Uutvaagn: uitvegen
    Uutwiezn: uitwijzen
    Vaagn: vegen
    Van kromu noös guboörn: doen alsof, niet reageren
    Van Pieër no Pol guzon wordn: van het kastje naar de muur gezonden worden
    Van u noözu gupoept zien: haastig zijn
    Vastunaaguln: vastnagelen
    Verdurgoön: verdergaan, vooruitgaan
    Vietisupilu: pil om een beweging of een actie te doen versnellen
    Voöksvuruuziengu: volksverhuizing
    Voögn: volgen
    Vooörndoeën: voordoen
    Vooörngoön: voorgaan
    Vooörnsteekn: voorsteken
    Vorsdoeën: verder doen
    Vorsgoön: weggaan, verdergaan
    Voruut: vooruit
    Voruutduwn: vooruitduwen
    Voruutgank: vooruitgang
    Voruutgoan: vooruitgaan
    Voruutsteekn: vooruitsteken
    Vruuzn: verhuizen
    Vulpompn: volpompen
    Vurbiegoan: voorbijgaan
    Vurbiekomn: voorbijkomen
    Vurbieloopn: voorbijlopen
    Vurbiesteekn: voorbijsteken
    Vurdapurn: sneller gaan
    Vurdigtn: verdichten, naderen
    Vurdooln verdwalen
    Vurdwien: verdwijnen
    Vurguniengu: vergunning
    Vurkeniengu: verkenning
    Vurkoop: verkoop
    Vurloötn: verlaten
    Vurplatsn: verplaatsen
    Vursjhafn: verschaffen
    Vursjhuuvn: verschuiven
    Vursleepn: verslepen
    Vursneliengu: versnelling
    Vurtraagiengu: vertraging
    Vurvoeër: vervoer
    Vurvoeërn: vervoeren
    Wandulienksju: wandelingetje
    Wareern: weg en weer gaan, verblijven al spelend, …
    Weërju mo: haast je maar, doe maar je best
    Weerubrieng: terugbrengen 
    Weerugubrogt: teruggebracht
    Weeruguvoeng: teruggevonden
    Weerukeeërn: terugkeren
    Weerukomn: terugkeren
    Weeruvieng: terugvinden
    Weeruzieën: weerzien
    Weg moeëtn: weg moeten, een verplichting hebben
    Wegang: weghangen
    Wegbloözn: wegblazen
    Wegbluuvn: wegblijven
    Wegbrieng: wegbrengen
    Wegfrutn: weglopen
    Wienkulieërn: verschillende winkels bezoeken
    Woar istn gublon: waar is hij naartoe
    Wupn: wippen
    Zeeëru: snel, rap
    Zeeëru afuseern: rap vooruitgaan

    Zeëfbudieniengu: zelfbediening
    Ze gin zitunt gat: ze kan niet blijven zitten
    Zil zetn: haast maken
    Zu sjhipu ofkuusjhun: zijn schop afkuisen, weggaan
    Zuugiengu: zuiging
    Zuugn: zuigenZwoajn: zwaaien

                                          


                                                

    18-03-2019, 00:00 geschreven door stammer

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    11-03-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Woordenlijst Nr 14: Kledij Juwelen Maquillage

    Aakn e noogn: haken en ogen
    Aaänguklit: aangekleed
    Aaängutjootult: raar of slecht aangekleed
    Aaänsjhoeë: handschoen
    Aaänsjhoen: handschoenen
    Agturbeuzu: achterzak
    Alpingsju: muts
    Alsbant: halsband
    Andoeën: aandoen
    Ang mo ju paaltoo an du portumaantoo: hang maar je mantel aan de kapstok
    Angurtju: hangertje
    Anklein: aankleden
    Anen: aanhebben
    Anpasn: aanpassen
    Antasu: handtas
    Baretu: baret
    Batkostuumu: badpak
    Batmutsu: badmuts
    Bazasu: rugzak
    Biekienie: bikini
    Bievakmutsu: bivakmuts
    Bijbiedol: babydoll, nachtkleding voor de vrouw, sexy lingerie
    Bijbieklirtjus: babykleertjes
    Binubeuzu: binnenzak
    Binuzak: binnenzak
    Blienk: schoensmeer
    Bloeëzu: bloes
    Bloezong: korte jas       Fr blouson
    Boerka: kledingstuk gedragen door Islamitische vrouwen; bedekt heel het lichaam, inclusief gezicht
    Boerkienie: boerkini; zwemoutfit dat enkel handen, voeten en gezicht vrijlaat
    Boksaaänsjhoeën: bokshandschoenen
    Boloeët: bolhoed
    Boöj: trui
    Botien: hoge schoenen

    Botienu: hoge schoen                   Fr  bottine
    Braaänzulee of Braaänzjulee: armband
    Brijn: breien
    Broekbeuzu: zak van de broek
    Broeksju: broekje
    Broekspuupu: broekspijp
    Brosju: speld                      Fr broche
    Burgurkleeërn: burgerkleren
    Deekoltee: laag uitgesneden halsopening       Fr décolleté
    Djieëns: jeans
    Djirsee: jersey, katoen of wollen machionaal gefabriceerde stof
    Duukpak: duikerspak
    Emdu: hemd    =>  u nemdu: een hemd
    Falaar: sluier, hoofddoek                Fr foulard
    Flieës: fleece, vacht, gebreide en geruwde stofsoort
    Frak: jas
    Gabardjinu: regenjas in lichte stof    Fr gabardienne
    Getn: beenstukken (vroeger van militairen)       Fr guetrons
    Goedn ketienk: gouden ketting
    Goedn orloozju: gouden uurwerk
    Goeduwerk: juwelen, sieraden, goud
    Guzigtsmasjhur: gezichtsmasker
    Kajuutn: rubberen pantoffels waarin de voeten geweldig zweetten, wat tot zweetvoeten leidde
    Kanadjinu: overjas                 Fr canadienne
    Kapootu: mantel met kap              Fr capote
    Kapu: kap
    Kapuusjong: kap vastgemaakt aan de jas        Fr capuchon
    Katoeën: katoen
    Kazuuvul: kazuifel, mouwloos opperkleed gedragen door de priester als hij de mis opdraagt
    Ketienk: ketting
    Kiemonoo: kimono; Japans kledingstuk. Losse mantel of japon met wijde mouwen die met een ceintuur wordt dichtgebonden
    Kiendurkleeërn: kinderkleding
    Klaksju: klakje
    Klaku: klak, pet
    Kleeën medu laptju: met welke kledij ook, er goed uitzien
    Kleeërbustul: kleerborstel
    Kleeërn: kleren, kledij
    Kleeërn voe du vijlugijt: veiligheidskleding
    Kleeërn voe tu feeëstn: feestkleding
    Kleeërn voe tu werkn: werkkleing
    Kleeërn voer in du vrieju tiet: vrijetijdskleding
    Kleeërn voer int guvegt: gevechtskleding
    Kleeërn voer uut tu goön; uitgangskleding
    Kleeërn voet snagts: nachtkleding
    Kloefn: klompen
    Knoptju: knoopje
    Koentukletsur: pitteleer, lange jas bij feestelijkheden
    Koesn: kousen
    Koesn die slookurn: kousen die afzakken
    Kokmutsu: koksmuts
    Kolaän: kousbroek     Fr  collant
    Komuuniezong: onderjurk             Fr combinaison
    Kopspelu: kopspeld
    Korsee: keurslijf                       Fr   corset
    Kostuumu: pak
    Kotieln broek: fluwelen broek
    Kroontju: kroontje
    Krosjteern: haken met een haakpen           Fr crochete
    Kultun: kleren
    Leëzn: laarzen
    Linun: linnen
    Maaänsjetu: manchet                     Fr manchette
    Maaänsjetuknoop: manchetknop
    Masjhur: masker
    Mieniekienie: minikini
    Moentmasjhur: mondmasker
    Monokul: oogglas       Fr  monocle
    Monookienie: monokini, bikini zonder bovenstuk
    Mutsu: muts
    Naaldu: naald
    Nagtemdu: nachthemd
    Neegliezjee: gemakkelijk ochtendgewaad            Fr négligé
    Niekam: nikam
    Nielong: nylon
    Nielongs: nylonkousen
    Noeërujaagurtju (u): strikdas, vlinderdasje
    Noöt: naad
    Noöjmasjien(u): naaimachine
    Noöjn: naaien
    Nunukleeërn: religieuze kleding van een non
    Oarmbant: armband
    Oeët: hoed     => Noeët (u): een hoed
    Oeëwu zieëju gie doö nu aangutjootult?:Hoe ben jij nu aangekleed?

    Oendurbroek: onderbroek
    Oendurgoeët: ondergoed
    Oendurlief: onderhemd
    Oeërujaagurtju: strikje
    Oendurlievutju: onderhemdje
    Oogsjhaduw: oogschaduw
    Ooörbelu: oorbel
    Ooörrieng: oorbellen
    Ooörrienk: oorbel
    Oovral: overall
    Oovurgoojur: overgooier, wijde mouwloze jurk zonder taille die over het hoofd wordt aangetrokken
    Orlogu: uurwerk
    Orloozjubantju: uurwerkbandje
    Paltoo: mantel, overjas                     Fr paletot
    Pardusuu: mantel                      Fr pardessus
    Pasturkleeërn : religieuze kleding van priester
    Peërul : parel
    Pelsun frak: pelsmantel
    Piekubestu  => up zu piekubestu guklit zien: piekfijn gekleed zijn
    Piewantn: wanten
    Pinwaar: ochtendjas meestal gedragen bij het opstaan en vóór het slapengaan       Fr  peignoir
    Pirmanaäntu: haargolf blijvend     Fr   permanent
    Plastrong: das                    Fr plastron
    Ponsjoo: poncho, van origine Zuid-Amerikaans kledingstuk, rechthoekige doek met in het midden een gat om het hoofd door te steken
    Poönu: fluweel
    Pulumutsu: puntmuts
    Reegnkaptju: regenkapje
    Reegnmantul: regenmantel
    Rieëmtju: riempje
    Rieëmu: riem
    Riekooördu: schoenveter
    Rieleëzun: rijlaarzen
    Rowkleeërn: rouwkleding
    Sandaaln: sandalen
    Sandaalu: sandaal
    Satien: satijn
    Savatn: pantoffels
    Senteuru: riem             Fr ceinture
    Sjakosju: handtas            Fr sacoche
    Sjarpu: sjerp                                  Fr écharpe
    Sjetu: sajette, wol
    Sjhabu: schort
    Sjhortu: schort
    Sjort: short
    Slepu: hemd     =>    in zu slepn roentloopn: rondlopen zonder broek, in zijn hemd
    Sletsn of Slufurs: pantoffels
    Sliep: onderbroek
    Slieptju: slipje
    Smookieng: smoking
    Snelzeikr: open vrouwenbroek
    Soetjeën: bustenhouder         Fr soutien
    Soetoönu: soutane, onderdeel priesterkleding
    Stofu: stof
    Streksju: strikje
    Striekiezur: strijkijzer
    Striekn: strijken
    Strieng: string, soort onderbroek of zwembroekje dat schaamstreek bedekt en verder bestaat uit een touwtje of smal stukje stof om het middel en door de bilspleet
    Taal a ju gat ang: al je geld uitgeven aan kledij
    Talongs: hoge hakken                       Fr talon
    Tanga : tanga, damesslip
    Tieritu: rits                   Fr tirette
    Toepet: haarstukje    Fr toupet
    Tooga : toga, kledij van de rechter
    Turnslufurs: turnpantoffels
    Tuulu: mazenweefsel (doorzichtig)
    U boöj brijn: een trui breien
    Upgutietumatoojt: opgemaakt/opgezet
    Uunieformu: uniform
    Uutloötn: uitlaten, vergroten of verlengen van kleding
    Uutrustiengu: uitrusting
    Uutstriekn: uitstrijken
    Veln mantul: bontjas
    Vestubeuzu: zak van de jas
    Viengurrienk: vingerring
    Vlindurdasju: vlinderdasje, hoerenjagertje
    Vrowukleeërn: vrouwenkleren
    Vuliengu: (op)vulsel
    Vurklindurn: verkleinen, inpakken
    Vursjhooön: verschonen, verversen (baby)
    Wienturkleeërn: winterkleren
    Wulu: wol
    Wuuvukleeërn: vrouwenkleren
    Zeulu: zool  (van u sjhoeë: van een schoen)
    Ziedu: zijde
    Zilvurn ketienk: zilveren ketting
    Zilvurn orloozju: zilveren uurwerk
    Zjartiln: jarretellen, onderdeel van het damesondergoed ter voorkoming van het afzakken van de kous
    Zjielee: vest                        Fr  gilet
    Zokn: sokken
    Zoksju: sokje
    Zoomurkleeërn: zomerkleren
    Zunuklaksju: zonnepetje
    Zuutwestur: zuidwester, hoofddeksel gedragen door zeevaarders


    Lipustiftu: lippenstift
    Makiejoözju: make-up                                Fr  maquillage
    Misaaänplie:
    Oogsjhaaduw: oogschaduw
    Pirmanaantu:

    11-03-2019, 00:00 geschreven door stammer

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    04-03-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Woordenlijst Nr 13: Geld Financies

    Aalmoeëzu: aalmoes
    Aksjus: acties, aandelen
    Al slaapundu rieku wordn: al slapend rijk worden, er niets moeten voor doen
    Andeeëln: aandelen
    Andeeëloedur: aandeelhouder
    Bankbieljet: bankbiljet
    Bankbrieftju: bankbriefje
    Bankgugeim: bankgeheim
    Bankkluuzu: bankkluis
    Bankkoörtu: bankkaart
    Bankleeëniengu: banklening
    Bankofsjhriftu: bankafschrift
    Bankreekniengu: bankrekening
    Bankroeët: bankroet
    Banktugoeët: banktegoed
    Batju: koopje
    Beeteewee: BTW belasting op de toegevoegde waarde
    Bendug: zuinig
    Beuzu: beurs (instelling en zak)
    Biebutaaliengu: bijbetaling
    Biedraagu: bijdrage
    Bielegn: bijleggen
    Biepasn: bijpassen
    Bievurdieën: bijverdienen
    Bievurdieënstu: bijverdienste
    Binbrieng: binnenbrengen (als bijdrage aan gezinskosten, bvb)
    Boekoediengu: boekhouding
    Boekoedn: boekhouden
    Borgsteliengu: borgstelling
    Brantkasu: brandkast
    Brieftju: briefje (van twintig euro bvb)
    Budervn: bederven
    Budriefsbulastiengu: bedrijfsbelasting
    Bukostugiengu: bekostiging
    Bukostugun: bekostigen
    Bulastboör: belastbaar
    Bulastieng: belastingen
    Bulastieng oentduukn: belastingen ontduiken
    Bulastiengaängiftu: belastingsaangifte
    Bulastiengefiengu: belastingsheffing
    Bulastiengoftrek: belastingsaftrek
    Bulastiengsjhievu: belastingsschijf
    Bulastingsiestiïm: belastingssysteem
    Bulastiengvrie: belastingsvrij
    Bulegiengu: belegging
    Bulegur: belegger
    Bulooniengu: beloning
    Bumiduln: bemiddelen
    Buslaglegiengu: beslaglegging
    Buspoöriengu: besparing
    Busteediengu: besteding
    Butaalboör: betaalbaar
    Butaaliengu: betaling
    Butaalkoörtu: betaalkaart
    Butaaln: betalen
    Buzitieng: bezittingen
    Buzoldiegiengu: bezoldiging
    Dadis giïn gelt: dat is goedkoop
    Dieëru: duur
    Dieëzn: duurder worden
    Dran toesteekn: geld verliezen op een door jou betaalde zaak
    Drienkgelt: drinkgeld
    Dur gelt uutsloön: winst maken
    Dur warmtjus iïn zitn: er warmpjes inzitten, veel geld hebben
    Erfunisu: erfenis
    Ervn: erven
    Fajiet(u): bankroet
    Fortuunu: fortuin
    Garaaänsju: waarborg
    Gasboeëtu: gasboete, opgelegd door de gemeente
    Gelt moe roln: geld moet rollen
    Gelt rieëkn: geld ruiken, voelen dat er iets te verdienen is
    Gelt uut utwieën zu zak klopn: iemand te veel doen betalen
    Gelt vurdieën lik sliek: op gemakkelijk manier veel geld verdienen
    Gelt vurdoeën: geld uitgeven
    Geltzak: rijke
    Gin rostu kluutu en: niets bezitten
    Gupast gelt: gepast geld
    Ienkulgelt: muntstukken, kleingeld
    Iepoteeku: hypotheek
    Infloösju: inflatieInt zwart werkn: in het zwart werken
    Ju gelt plaseern: je geld vastzetten op termijn
    Ju gelt vastu zetn: je geld vastzetten
    Ju ku gin kei vloön: je kunt niets ontnemen aan iemand die niets heeft
    Ju mag ut up ju buuk sjhrievn: je zult nooit betaald worden
    Kapietaal: kapitaal
    Kasu: kassa
    Kiendurgelt: kindergeld
    Kluturgelt: kleingeld
    Kluutu: tien centiem oud Belgisch geld
    Kluuzu: kluis in de bank
    Kortiengu: korting, afslagKoruupt zien: korrupt zijn
    Krebu bietn: armoe, hongerlijden
    Kroozn (va ju gelt): rente
    KrotEnKompanjieë: grote armoede
    KrotEnOörmoeë: grote armoede
    Krotu: armoede
    Lamurn: geld geven
    Leeëniengu: lening
    Leeflooön: leefloon
    Leevun van du dis: onderhouden worden door het OCMW
    Leevun van zu rentn: leven van de opbrengst van zijn geld
    Meeërweërdu: meerwaarde
    Met u fursjetu sjhrievn: te veel aanrekenen
    Ne gi naagul voe zu gat tu krabuln: hij bezit niets en hij heeft geen geld
    Nis me zu gat in du butur guvoln: hij is in een rijke familieterechtgekomen
    Nu biet u frang in tweeën: het is een gierigaard
    Nu zoet u frang in tweeën bietn: hij is erg gierig
    Nu zit op zu geld: hij is gierig
    Ofbieën: afbieden
    Obliegoösju: obligatie
    Oenkostn: onkosten
    Ofbutaaln: afbetalen
    Ofgusleegn: prijs is verminderd
    Ofkortn: een schuld afbetalen
    Ofslag: korting
    Oftrekn van ju bulastieng: aftrekken van je belastiengen (gedane onkosten, forfait)
    Oftrogln: aftroggelen
    Ofpriezn: afprijzen
    Ofslag: afslag
    Oörmoeë: armoede
    Oörmoeë troef: daar heerst armoede
    Oovursjhot: overschot
    Oovursjhrieviengu: overschrijving
    Otomoöt: geldautomaat
    Parkeerboeëtu: parkeerboete
    Parkeergelt: parkeergeld
    Poenku: spaargeld (verdoken)
    Portufuju: portefeuille
    Portumonee: geldbeugel        Fr portemonnaie
    Pronostiekn: een pronogstiek invullen
    Reeguulariezoösju: regularisatie
    Riekdom: rijkdom
    Rieku stienkur: rijke stinker/man
    Rinuweern: ruineren
    Rusuu: ontvangstbewijs        Fr  reçu     
    Rutu: blut
    Senteuru doeën: de riem toehalen om te besparen                    Fr ceinture
    Sentn: centen
    Sjhaavurgoeëdiengu: schadevergoeding
    Sjhatbuwoördur: schatbewaarder
    Sjhatkistu: schatkist
    Sjhatrieku: schatrijk
    Sjhuldn: schulden
    Sjhuldn maakn: schulden maken
    Sjhuldn ofbutaaln: schulden afbetalen
    Sjik: cheque
    Sjikboek: chequeboek
    Sliek van deërdu: geld   
    Smooörrieku: zeer rijk
    Speelsjhuldn: speelschulden
    Spoörboeksju: spaarboekje
    Spoörgelt: spaargeld
    Spoörkasu: spaarkas
    Spoörn: sparen
    Spoörn voe ju noedun dag: sparen voor de oude dag
    Spoörreekniengu: spaarrekening
    Sponsurn: sponsteren, steunen met geld
    Steeg: stijf
    Steeg van ofgoön: gierig zijn
    Steeënrieku: steenrijk, zeer rijk
    Stortiengu: storting
    Suukurtantu: suikertante, rijke tante zonder kinderen
    Teëru doeën: verteren, geld uitgeven
    Tgelt deur deurun en viïnsturs smietn: geld door deuren en vensters gooien
    Tgelt dur deuru jaagn: veel en snel geld uitgeven
    Tgelt groejt nie up mu rik: het geld groeit niet op mijn rug, ik ben spaarzaam want ik moet er hard voor werken
    Tis eeën me kluutn: één met kluiten, een rijke
    Toar zoet deur ju klaku groejn: je geld zou ervan op geraken
    Tu nieëtu goön van tgelt: waardevermindering van het geld
    Tvolt va nie oogu: het is niet duur
    Tzoet up ju patatn nie vurdieën: heel weinig verdienen
    U fluutu van u sent: een kleinigheid
    U kleeën peënsjoeëntju: een klein pensioen
    U kostlik batju: een dure aangelegenheid
    U lotju koopn: een lot kopen
    U neuroo: een euro
    U neezul en die geld sjhiet: over onuitputtelijke geldbron beschikken
    U nomaaliengu doeën: geld inzamelen
    U zak gelt en: rijk zijn
    Up du poef koopn: kopen op afbetaling
    Up gin frang/euroo kiekn: het komt niet op een frank/euro
    Up ju geld zitn: gierig zijn
    Up zwart zoöt zitn: op zwart zaad zitten, geen financiële mogelijkheden meer hebben
    Upbrieng: opbrengen
    Upbriengstu vaju gelt: opbrengst, rente
    Upslag: opslag
    Uutspoörn: uitsparen
    Vakaaänsugelt: vakantiegeld
    Van zu gelt klapn lik u boer van zu kleeënu patatjus: van zijn geld spreken zoals een boer van zijn kleine aardappelen
    Voe gin gelt van du weeërult: voor geen geld van de wereld, wat je ook mag bieden
    Voe tzeëfstu gelt: voor hetzelfde geld
    Vraagn kost giïn gelt: vragen kost geen geld, toch vragen als er weinig kans op slagen is
    Vraagpries: vraagprijs
    Vrie van taks: vrij van belastingen
    Vurdieën: verdienen
    Vurdieënstu: verdienste
    Vureurn: verhuren
    Voöksupvoeëdiengu: volksopvoeding
    Voe nietn: gratis, kosteloos
    Voer u napul en u nei: zeer goedkoop
    Vooördeeël: voordeel
    Vooördeeëlug: voordelig
    Vooörnsjhieëtn: voorschieten
    Vooörsjhot: voorschot
    Vurdoeën: uitgegeven => aal zu gelt vurdoëen aaän snoep
    Vurgoeëdiengu: vergoeding
    Vurkoopupbriengstu: verkoopopbrengst
    Vurkwistiengu: verkwisting
    Vurlieës: verlies
    Vurlieëzn: verliezen
    Vurigtiengu: verrichting (op bankrekening)
    Vuriekn: verrijken
    Vurspiliengu: verspilling
    Wediengu: wedding
    Wedn: wedden
    Witwasjhun: witwassen
    Woekurn: te veel geld vragen
    Woekurpries: veel te hoge prijs
    Woekurwiïnstu: woekerwinst, te veel verschil tussen waarde en gevraagde prijs
    Woörborgu: waarborg
    Zo rieku of datu zeeë diepu is: zo rijk als de zee diep is, zeer rijk
    Zo woörmu lik djop: zo arm als job, zeer arm
    Zoöjn no du zak: de tering naar de nering zetten
    Zu broek draän sjheurn: zijn broek eraan scheuren, verlies lijden
    Zu gelt dur deurujasn: snel veel geld uitgeven
    Zu gelt plaseerun: zijn geld vastzetten, investeren, plaatsen
    Zu gelt zit in u koesu: hij heeft geen vertrouwen in de banken
    Zu slepn draan sjheurn: verlies lijden bij een zaak
    Zwart geld: niet aangegeven geld
    Zwem int gelt: rijk zijn

     

    04-03-2019, 00:00 geschreven door stammer

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    25-02-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Woordenlijst Nr 12: Gemoedstoestand Gevoelens

    Aänjaagn: zich fel haasten
    Agturdogtug: achterdochtig
    Agturloop: veel moeite
    Alturoösju: ontroering
    Ambjaaänsu: stemming                        Fr ambiance
    Andagtug: aandachtig
    Ankurn: hevig verlangen
    Barmertug: barmhartig
    Bendig: nieuwgierig, hevig naar iets uitkijkend
    Beu lik koedu pap: iets zeer beu zijn
    Biebudoeëliengu: bijbedoeling
    Bleëtn: wenen
    Bliedu of blieë: blij
    Blietsjhap: blijdschap
    Bliekboör: blijkbaar
    Bloeëtstolunt: bloedstollend
    Braavu zien: braaf zijn
    Brimstug: geil, bronstig
    Budoeëliengu: bedoeling
    Budoeëln: bedoelen
    Budwieng: bedwingen
    Bugoeftu: behoefte
    Bukn: koppig zijn
    Bukomuriengu: bekommering
    Bukooöriengu: bekoring
    Bukrompn: bekrompen
    Bulachuluk: belachelijk
    Bulang: belang
    Bulangsteliengu: belangstelling
    Buleedugt: beledigd
    Buleeëriengu: belering
    Bulemuriengu: belemmering
    Buletsul: beletsel
    Bumoeëdurn: bemoederen
    Bunowt zien: bang zijn
    Buproeviengu: beproeving
    Burustiengu: berusting
    Busjhaamt zien: beschaamd zijn
    Busjhijdun: bescheiden
    Busjhowiengu: beschouwing
    Buwoöjt: scheel van de goesting (naar eten)
    Da werkt op mu zilmus: dat werkt op mijn zenuwen
    Dankboör: dankbaar
    Deegoe: afkeer          Fr dégoût
    Deeliekoöt: delikaat             Fr délicat
    Dinu doeën: er niet goed van zijn
    Dragtur kun sjhuufuln: erachter mogen fluiten, iets niet krijgen
    Droomweirult: droomwereld
    Drukdoeëndurieë: drukdoenderij
    Du kituls en: gevoelig voor kriebels
    Du krul kriegn: zeer hard op de zenuwen gewerkt
    Dul zien: kwaad zijn
    Dur geërn bie zien: er graag bij zijn
    Dur me ju klaku noö sloön: op goed geluk polsen of raden
    Dur nie goeët vaän zien: er niet goed van zijn
    Dur tertu van iïnzien: er het hart van in zijn
    Durbie kwieëln: erbij kwijlen
    Durvan braakn of spuugn: er genoeg van hebben
    Eeënzaam: eenzaam
    Eëk weërt em: iedereen doet zijn best
    Eëk zu goestu: ieder zijn wil, zijn goesting
    Eemulstuvroet: zeer kwaad
    Eeërlik zien: eerlijk zijn
    Enuvleis: kippenvel (rilling van ontroering, van ‘t verschieten)
    Ertulik: hartelijk
    Espres: opzettelijk                    Fr exprès
    Foeëln: voelen
    Froöj zien: braaf zijn
    Gamuuzeert: geamuseerd
    Gintriseert: geïnteresseerd
    Goestu: goesting     
    Goestu en: goesting hebben
    Groeën van zjaloezieë: groen van jaloezie
    Guboöriengu: doen alsof, iets gebaren, veinzen
    Guboejt: geboeid
    Gubrookn: gebroken
    Gukwetst: gekwetst
    Gulukug zien: gelukkig zijn
    Guneërn: amuseren
    Guwoöru wordn: gewaarworden
    I ju gat gubeetn zien: verbolgen zijn over iets
    In du duuk: stiekem
    In u vroedu koleeru sjhieëtn: koleriek reageren
    In zu broek doeën: bang zijn
    Intoesjast: enthousiast
    Jankn: huilen als een hond
    Jeun: genieten
    Ju juünstu toogn: tonen dat je iets wil doen
    Ju karu keeërn: van mening veranderen
    Ju kasu upfretn: zich vervelen, ongeduldig zijn
    Ju kazaku droöjn: van gedacht veranderen, overlopen
    Ju kluts kwiet zien: van niets meer weten
    Kaan al bunowt da: ik was al bang dat
    Kajietn: uitschreeuwen van de pijn
    Kalmtu: kalmte
    Kalmu: kalm
    Kanuguluk: geluk dat er voor jou nog wat overgebleven is
    Ken dur gunoeg van: ik heb er genoeg van
    Ken dur mu klaku vaan vul: ik heb er genoeg van
    Ken dur mu kot in: ik geniet ervan
    Kgo no mu kip: ik ga slapen
    Koeroözju: moed          Fr courage
    Kompasju: medelijden
    Kontent zien: tevreden zijn                     Fr content
    Kontentument: tevredenheid, voldoening           Fr contentement
    Koönfjeënsju: vertrouwen   Fr confiance
    Koönfort: comfort                    Fr confort
    Kopug: koppig
    Kriegn dur kieëkuvel van: ik krijg er kippenvel van
    Kriesjhn: wenen
    Ksien dul: ik ben kwaad
    Kurjeus: nieuwsgierig              Fr curieux
    Kurjeuzuneuzn en vraagsteërtn: nieuwsgierig zijn
    Kurjeuzuteit: nieuwsgierigheid
    Kutent: content, tevreden
    Kuumn: niets zeggen
    Kvoeëln muniegoeët: ik voel me niet goed
    Kwetsboör: kwetsbaar
    Kwieln: kwijlen
    Kwitzoendur of: ik ben benieuwd of
    Kwoöt zien: kwaad zijn
    Kzien kuük: ik ben pompaf
    Kzien murwu: ik ben murw geslagen
    Kzien tertu of: ik kan niet meer
    Kzient zo moewu lik aaängubrandu pap: ik ben het heel erg moe
    Lachun: lachen
    Lank gat (met u): tegen de goesting iets doen
    Leeg: lui
    Leegoört: luiaard
    Liebur: vrij                      Fr libre
    Lieburtijt: vrijheid              Fr liberté
    Lieën: lijden
    Lujugeit: luiheid
    Malsjaaänsu en: ongeluk hebben     Fr malchance
    Me ju pies in du wient stoön: verslagen, geen raad meer weten
    Meegoöndu: gewillig, sympathiek
    Meeleevn: meeleven
    Meënsjhuluk: menselijk
    Meefoeln: meevoelen
    Meevoln: meevallen
    Meewiln: meewillen
    Meezitn: meezitten
    Me tu poepurs zitn: bang zijn
    Met u kleeën ertju: met een klein hartje, beschroomd
    Met u lank gat: met tegenzin
    Mien bobienu is of: in ben doodop
    Moeë: moe
    Moeëduloos: moedeloos
    Moeëdurertu: moederhart
    Moeëdurlieëfdu: moederliefde
    Moentzieënt: we zien er tegenop
    Mu zoendur kloör upstoön: het zou niet goed zijn als we dat deden
    Nie va wantn weetn: nergens iets van afweten
    Nis dul, zisdul: hij is kwaad, zij is kwaad
    Nis/zis goeët vanertu wi: hij/zij heeft een goed hart, hoor
    Nooötgudwoeng: noodgedwongen
    Oedjan tgas: bereid je er maar op voor
    Nu jeunt em doö: hij voelt zich daar goed
    Oenaaängunaam: onaangenaam
    Oenduvroet zien: heel erg boos zijn
    Oeëngudult: ongeduld
    Oeënguduldug: ongeduldig
    Oeënguluk: ongeluk
    Oeëngulukug: ongelukkig
    Oeëngurust: ongerust
    Oeënpusjentug: ongeduldig           Fr impatient
    Oeënsjaänsu: ongeluk, tegenvallend
    Oeënvrieënduluk: onvriendelijk
    Oeënzeekru: onzeker
    Oeërusjaänsu: veel geluk
    Oentmoeëdugt: ontmoedigd
    Oentroeëriengu: ontroering
    Oentroeërt: ontroerd
    Ofvraagn: afvragen
    Ooörndul: geschift, getikt
    Oovurguvoeëlug: overgevoelig
    Op zu sjieku bietn: zich inhouden
    Peizn: peinzen, denken  => kpeizn: ik denk
    Pieëpn: schreeuwen
    Pienluk: pijnlijk
    Poepurs: schrik 
    Poeër: pit
    Preus: fier
    Preus lik veeërtug: zeer fier
    Pusjeënsju: geduld         Fr patience
    Pusjentug: geduldig             Fr patient
    Riliengu: rilling
    Roesputeern: misnoegen uiten         Fr rouspéter
    Rooj: last
    Rooöt van sjhamtu: rood van schaamte
    Roözunt van koleeru: razend van woede
    Ruksju: reukje
    Rutuln: misnoegdheid uiten
    Seënsoösju: sensatie
    Simpatiek: sympathiek
    Sjaänsu: geluk, meeval                Fr chance
    Sjhieë: bevlieging
    Sjhien: schijn
    Sjhietur: bangerik
    Sjhiln: schelen
    Sjhreimn: wenen
    Sjhruwuln: zeer luid schreeuwen
    Spietug: spijtig
    Stilu: stil
    Surjeus: ernstig                        Fr sérieux
    Tertu durvan iïn zien: er het hart van in zijn
    Tienkt mien da: me dunkt dat
    Tis mo daj twit: als je het maar weet
    Tis mu juustu gliek: het is mij om het even
    Tis voe bie tu bleëtn: je zou erdoor wenen
    Tka mu nie sjhiln: het kan me niet schelen
    Toed an du rebn: het is straffe kost
    Trow zien: trouw zijn
    Tsloeg (d)a mu nertu: ik verschoot mu rot
    Tspek a ju klooötn en: het zitten hebben, het slachtoffer zijn
    Twerkt up mu zilmus: het werkt op mijn zenuwen
    U noent zoet rieëkn: het was te verwachten
    U sjheetu lachn: plezier hebben
    U vroedu koleeru: erg kwaad zijn
    Ulpuloos: hulpeloos
    Up ju kinu meugun klopn: op je kin mogen kloppen, niet krijgen wat je verwacht
    Up ju peërt zitn: kwaad zijn
    Up ju weeroedn zien: afwachten en voorzichtig zijn
    Upgulugt: opgelucht
    Upguwekt: opgewekt
    Upjaagn: opjagen, aanzetten tot grotere haast
    Upoedn: ophouden
    Upregt zien: oprecht zijn
    Utwa doeën met u lank gat: iets doen tegen zijn goesting
    Utwa geeëstug vieng: iets leuk vinden
    Utwa meeën: iets ernstig menen
    Utwieën geërn zieën: van iemand houden
    Utwoö dinu van zien: ergens niet goed van zijn, ontgoocheld zijn
    Uutbundug: uitbundig
    Uutguloötn: uitgelaten
    Uutoedn: uithouden
    Uutpluuzn: uitpluizen
    Uutgupluust: uitgeplozen
    Van u noözu gupoept zien: haast hebben, haastig zijn
    Veelu pusjeënsen: veel geduld hebben         Fr patience
    Vijandug: vijandig
    Voeëlboör: voelbaar
    Voeëliengu: voeling
    Vooörguvoeël: voorgevoel
    Vooörkeuru: voorkeur
    Vooörlieëfdu: voorliefde
    Vooörooördeeël: vooroordeel
    Vooörproevutju: voorproefje
    Vooörsmaksju: voorsmaakje
    Vorspelboör: voorspelbaar
    Vorspeliengu: voorspelling
    Vraagteeëkn: vraagteken
    Vreeësuluk: vreselijk
    Vriedom: vrijheid
    Vrieënduluk: vriendelijk
    Vriegeevug: vrijgevig
    Vriejijt: vrijheid
    Vriejuut: vrijuit
    Vriewilug: vrijwillig
    Vroegiengu: wroeging
    Vroet: kwaad
    Vrowunertu: vrouwenhart
    Vuldoön: voldaan
    Vurboöziengu: verbazing
    Vurdrieët en: verdrietig zijn
    Vurdwoöst: verdwaasd
    Vurlang: verlangen
    Vurlijdiengu: verleiding
    Vuroendursteliengu: veronderstelling
    Vurasiengu: verrassing
    Vurneedriengu: vernedering
    Vurneedurt: vernederd
    Vursjhieëtagtug: die gemakkelijk schrikt of verschiet
    Vursjhrikt zien: verschrikt, zeer bang
    Vursmagtn: verstikken
    Vurstievn: verstijven (van angst bv)
    Vurvuliengu: vervulling (wens)
    Vurwerkiengu: verwerking (van een tegenslag)
    Vurwoendriengu: verwondering
    Vurwoendurn: verwonderen
    Vurwoendurt: verwonderd
    Wa sjhiltur: Wat scheelt er
    Walgiengu: walging
    Wanoopug: wanhopig
    Weënsjhn: wensen
    Wijgur zien oovr utwa: zorg dragen over iets
    Wit van koleeru: wit van woede
    Zis nie zindlik: ze kijkt niet nauw, ze is niet kieskeurig
    Zjaloeës zien: jaloers zijn
    Zjaloezieë: jaloezie
    Zoendu: zonde
    Zu booöntjus tu weeëku legn: azen op iets
    Zu gat sjhuufult: hij is zenuwachtig, op zijn ongemak
    Zu jeun undur doö: ze voelen zich daar goed
    Zu jeunt eur doö: ze voelt zich daar goed
    Zu lipu loötn ang: ongelukkig, verdrietig zijn
    Zu toopu sloön: bang zijn
    Zu zit met du poepurs/sjhieturs: ze is bang

    25-02-2019, 00:00 geschreven door stammer

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    18-02-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Woordenlijst Nr 11: Liefde Huwelijk of andere relatie

    Aaängutrowt: aangetrouwd
    Aavunturtju: avontuurtje, korte vlucht uit de relatie
    Afeëru: buitenechtelijke relatie            Fr affaire
    Agtur utwieën zu gat loopn: altijd bij iemand willen zijn, ook als die dat niet wil
    Aliementoösju: voorziening     Fr alimentation
    Amang: aanhouder, lover      Fr amant
    Anbidur: aanbidder
    Ankurn agtur utwieën: niet zonder iemand kunnen
    Anoedur: minnaar maar ook iemand die blijft aandringen => dun anoedur wint
    Asan ruuzju maakn: altijd ruzie maken
    Bieslaap: bijslaap
    Biezit: bijzit
    Broek vul goestiengu (of goestu): geil zijn
    Bruuloft: bruiloft
    Buturbrieftju: boterbriefje, bewijs dat men getrouwd is
    Dijtn: daten, afspreken
    Eereksju: erectie
    Ertrown: hertrouwen
    Flikur: flikker, homo
    Flirtn: flirten
    Fuftug joör gutrowt: vijftig jaar getrouwd, gouden bruiloft
    Geërn zieën: houden van        => van utwieën, van utwadu
    Goeët int bedu: goed in bed
    Guluk int spil, oeënguluk in du lieëfdu: geluk in het spel, ongeluk in de liefde
    Gusjhit: gescheiden
    Gusjhit van taaflenbedu: gescheiden van tafel en bed
    Gutrowt zien voe tgelt: niet getrouwd zijn uit liefde maar omdat de partner rijk is
    I roetu zien met utwieën: een relatie hebben met iemand
    Ju vint/wuuf budrieëgun: je man/vrouw bedriegen
    Kapootu: condoom
    Kenisun: een relatie aangegaan hebben, vrijen
    Kiendurloos: relatie zonder kinderen
    Kiendurweëns: kinderwens
    Kloarkomn: klaarkomen, orgasme krijgen
    Knufuln: knuffelen
    Koedan warmu lieëfdu: koude handen, warme liefde
    Kopul: koppel
    Kozien: kozijn    Fr cousin 
    Leeërn rieën up u noedu vielo: door een oudere (getrouwde) vrouw ingewijd worden in de liefde
    Leevn lik kat e noent: slecht overeenkomen
    Lekn: kussen
    Lieëf: lief     
    Lieëfdu: liefde       => 
    Lieëfdu makt blint: liefde maakt blind
    Lieëfdu up teeërstu guzigt: op het eerste gezicht
    Lisbiejinu: lesbische vrouw
    Luduvudu: liefdeverdriet
    Met du mantul van du lieëfdu budekn: met de mantel van de liefde bedekken, vergeven
    Minoöru: minnaar
    Minoresu: minnares
    Mitrisu: minnares           Fr maîtresse
    Moku: meisje of verloofde
    Monookienie: monokini
    Mu lieëf: mijn lief
    Mukoör geërun zieën: houden van elkaar
    Mukoör misun: elkaar missen
    Mukoör nie kun misun: elkaar niet kunnen missen
    Munoögu: huishouden             Fr ménage
    Net/zet durmee tu doeën: hij/zij heeft er een relatie mee
    Net u nandru: hij heeft een andere
    Neukn: neuken, de liefde bedrijven
    Nie van du stroötu gugrogt: niet van de straat geraakt, (nog)nooit een relatie gehad hebben
    Nis of zis nog nie van du stroötu: nog niet verloofd of getrouwd
    No doeërn goön: naar een hoerenkot gaan
    Od u noedu sjheuru in brandu vlieëgt: als een oudere verliefd wordt
    Oedn van mukoör: houden van elkaar
    Oedu lieëfdu roeëst nie: oude liefde roest niet
    Oeërujaagur: hoerenjager
    Oeërukot: hoerenkot
    Oentrow: ontrouw, bedriegen van partner
    Oentugt: ontucht
    Ofmaakn: verbreken (van vrijage)
    Ofspraaku: afspraak
    Oftrekn: masturberen
    Omelziengu: omhelzing
    Oomooguuwuluk: homohuwelijk
    Oörmenoörmu goön: arm en arm gaan
    Oovurspil: overspel
    Orgasmu: orgasme
    Ovreeënkomn: overeenkomen
    Palufun: liefkozen
    Peenies: penis
    Pieëpurn: kussen
    Poepn: neuken
    Pot: lesbienne
    Randeevoe(tju): afspraak(je)                Fr rendez-vous
    Rieku gutrowt zien: getrouwd zijn met een rijke man of vrouw
    Ruloösju: relatie
    Siks: sex
    Sjharul: scharrel, losse verkering
    Sjhatju: schatje
    Sjhidiengu: scheiding
    Sjhijdn of sjkheeën: scheiden
    Sjhooönbroeëru: schoonbroer
    Sjhooönmoeëdru: schoonmoeder
    Sjhooönvoödru: schoonvader
    Sjhooönzustru: schoonzuster
    Sjhooten up utwieën: iemand in de gaten hebben om er een relatie mee aan te gaan
    Sleep: onderste van trouwkleed dat langs de grond sleept en daarom opgeheven wordt
    Smooörvurlieëft: smoorverliefd
    Speelvajoögu: huwelijksreis
    Stiefmoeëdru: stiefmoeder
    Stiefvoödur: stiefvader
    Streeëliengu: streling
    Swietu: gevolg bij een chique huwelijksplechtigheid
    Teegn ju zjielee trekn (utwieën): iemand aanhalen, tegen de borst drukken
    Tetuzot: man die van borsten houdt
    Tisof: de relatie is verbroken
    Tis weeran: de relatie is er weer
    Tjestug joör gutrowt: zestig jaar getrouwd, diamanten bruiloft
    Toopu weun: samenwonen
    Topuzot: zeer verliefd
    Totju: kusje
    Trow: huwelijk
    Trowfeeëstu: trouwfeest
    Trowfotoo: huwelijksfotoTrowkleeët: trouwkleed
    Trown voe du kerku: kerkelijk huwelijk
    Trown voe du wet: wettelijk huwelijk
    Trowrienk: trouwring
    Tugoaruweun: samenwonen
    U nartnen: een stijve hebben
    U noar in du butur: een haar in de boter
    U noent met u noeët an: zegt men van een vrouw die er niet goed uitziet maar toch de interesse van de man opwekt
    U noeëru lik u peërt: een vrouw die heel wat minnaars had/heeft
    U sjheivu sjhatsu rieën: vreemd gaan
    U sjhooön kopul: een mooi koppel
    Up u nandur goön: vreemdgaan, scheve schaats rijden
    Veuguln: de liefde bedrijven
    Vint: man
    Vooörspil: voorspel
    Vrieguzel: vrijgezel
    Vrieoözju: vrijage
    Vrijn: vrijen
    Vrimdu goön: vreemdgaan
    Vurlang: verlangen
    Vurlieëft: verliefd
    Vurlooviengu: verloving
    Vuroediengu: verhouding
    Vuroovriengu: verovering
    Vursieëriengu: versiering
    Vursieërn: versieren
    Vuuvuntjestug joör gutrowt: vijf en zestig jaar getrouwd, briljanten bruiloft
    Vuuvuntwientug joör gutrowt: vijf en twintig jaar getrouwd, zilveren bruiloft
    Wuuf: vrouw
    Wuuvuzot: vrouwenzot
    Zet u nandreeën: ze heeft iemand anders
    Zet utwieën andurs: ze heeft iemand anders
    Zis i roetu me: ze heeft een relatie met
    Zjuubielee: jubileum
    Zorgun voe mukoör: voor elkaar zorgen
    Zot zien van utwieën: verliefd zijn op iemand
    Zu lieëfdu vurkloörn: zijn liefde verklaren
    Zu zien weg van mukoör: ze zijn niet meer samen                    

    18-02-2019, 00:00 geschreven door stammer

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    11-02-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Woordenlijst Nr 10: Gebouwen – Bouwwerken - Woningen en onderdelen ervan - Wonen

    Aaänbusteediengu: aanbesteding
    Agturdeuru: achterdeur
    Agturkaamur: achterkamer
    Agtruut: tuin of grond achter het huis
    Alee: overloop               Fr allée
    Alukuupu: beerput
    Alupit: beerputArduun: arduin
    Asaänsuür: lift                              Fr ascenseur
    Baksteeën: baksteen
    Balatom: balatum
    Balkong: balkon
    Baluustraadu: balustrade, leuning van een balkon
    Batkaamur: badkamer
    Beërpit: beerputBelu: bel
    Biebown: bijbouwen
    Biedong: beton
    Biedongblok: betonblok
    Biedongmeuln: betonmolen
    Biedongrot: betonrot
    Biegubow: bijgebouw
    Bieldieng: building
    Binudeuru: binnendeur
    Binumeur: binnenmuur
    Blaf(u)teuru: vensterluik
    Boeërdurieë: boerderij
    Boeërof: boerderij
    Boeërofstee: hoeve
    Bojlur: boiler, waterverwarmer
    Boöku: balk
    Bowbudrief: bouwbedrijf
    Bowgroent: bouwgrond
    Bowjoör: bouwjaar
    Bown: bouwen
    Braku: barak  => nu/zu weunt in u braku                 Fr baraque
    Brantvijlugijt: brandveiligheid
    Briekn: bakstenen           Fr briques
    Brieku: baksteen
    Briekuljong: verbrijzelde bakstenen
    Brievubusu: brievenbus
    Bubown: bebouwen
    Buklidiengu: bekleding
    Buneen: beneden
    Burguruus: burgerhuis
    Buteeguliengu: betegeling
    Buungalow: bungalow
    Buuro: studie- of werkkamer        Fr  bureau
    Buutudeuru: buitendeur
    Buutugeevul: buitengevel
    Buutumeur: buitenmuur
    Buutuvurbluuf: buitenverblijf
    Buuzu: buis
    Buweunboör: bewoonbaar
    Buweunur: bewoner
    Bwatu: brievenbus                     Fr boîte aux lettres
    Dagturdeuru: de achterdeur
    Dalu: de hal
    Dampukapu: dampkap
    Deebara: opbergruimte     Fr débarras
    Dek: dak
    Dekbudekiengu: dakbedekking
    Derdu vurdieëp: derde verdiep
    Deuru: deur
    Deurugat: deuropening
    Diepoo: depot
    Diestriebuusju: verdeling, bezorging    Fr distribution
    Doeëniengu: hofstede, huis
    Doeëniengsju: kleine hofstede
    Droöjtrap: draaitrap
    Dubulu deuru: dubbele deur
    Duuvutoru: duivelstoren
    Dweësboöku: dwarsbalk
    Eestu vurdieëp: eerste verdiep
    Eërdiengu: aarding
    Eërt: haard
    Eetaazju: verdieping                    Fr étage
    Eetkaamru : eetkamer
    Fasoödu: gevel      Fr façade
    Fondoösju: fundament        Fr fondation
    Gank : gang
    Garaazju : garage
    Garaazjupooörtu : garagepoort
    Garu: opening => du deuru stoat up u garu: voor een stuk geopend
    Geevlu: gevel
    Gootsteeën: gootsteen
    Goözu: gas
    Groent: grond
    Groentwoötur: grondwater
    Grooötu kuustu: de grote schoonmaak
    Guliekvloeërs: gelijkvloers
    Iepoteeku: hypotheek
    Iezoloösju: afdeklaag, isolatie    Fr isolation
    Iïrkoo: air conditioning
    Ilutriek: elektriciteit
    Ilutriekdroöt: elektrische draad
    Ipurstu: bovenste verdieping
    Kaavu: schoorsteen
    Kaburdoesju: cafeetje (met rood licht)
    Kaliju: klei
    Karwiju: karwei
    Kasien: vensterbank
    Keldru: kelder
    Kiendurkaamur: kinderkamer
    Klienku: deurklink
    Koeër: koer
    Koök: kalk
    Koönstruuksju: bouw, constructie       Fr construction

    Kornisju of Kornisu: dakgoot
    Kortsluutiengu: kortsluiting
    Kuusjhiengu: grote kuis
    Kuustu: kuis
    Latustooörs: rolluiken
    Lavaboo: lavabo
    Leuniengu: leuning
    Lievieng: woonkamer, living
    Liftu: lift
    Lijdiengu: leiding
    Lugt: verlichting
    Maaänsardu: gebroken dak   FR mansarde
    Mazoetpit: mazouttank
    Meur: muur
    Netspaniengu: netspanning
    Nof (du): de tuin
    Nuus (u): een huis
    Oedumanuus: rusthuis
    Oeëngusjhikt: ongeschikt
    Oenbuweunboör: onbewoonbaar
    Of: tuin
    Ofloop: afloop
    Ofstee: boerderij
    Oftrekn: afbreken (van een huis)
    Ogstu vurdieëp: hoogste verdiep
    Omijniengu: omheining
    Oogbow: hoogbouw
    Opurvlaktu: oppervlakte
    Ovutju: tuintje    => u novutju: een tuintje
    Paljee: overloop                Fr palier
    Papier plakn: papier plakken, behangen
    Plaaänsjee: houten vloer
    Plafong: zoldering       Fr plafond
    Plintu: plint
    Plong: zekering           Fr plomb
    Pit: put
    Plat dek: plat dak
    Pompu: pomp
    Pooörtu: poort
    Prieëzu: stekker

    Radiatuür:  radiator, verwarmingselement            Fr radiateur
    Riejooln: riolen
    Riejoolu: riool
    Rookmeldru: rookmelder
    Ruutn: ruiten
    Salamaänzjee: eetkamer   Fr salle à manger
    Salong: woonkamer, zitkamer, ontvangstruimte       Fr salon
    Sieteërn: waterput     Fr citerne
    Sjambrang: deuromlijsting      Fr chambranle
    Sjhaavulieng: schaverlingen
    Sjhapstal: schaapstal
    Sjheuru: schuur (voor hooi of stro)
    Sjhowu: schoorsteen
    Sjofaazju: verwarming                           Fr chauffage
    Sjofaazjukeetlu: chauffageketel
    Sjofaazjukeldru: chauffagekelder
    Slapkaamur: slaapkamer
    Steliengu: stelling
    Stoörs: rolluiken
    Stopkontakt: stopcontact
    Stortbat: stortbad
    Studentukaamur: studentenkamer
    Sument: mortel
    Teegul(s): tegel(s)
    Terupapieër: teerpapier
    Tirasu: terras                               Fr terrasse
    Tirmoostaat : thermostaat
    Toetuuzunt: bij ons thuis
    Toru: toren
    Trap(n): trap(pen)
    Tu nuutkantu: op de buiten  
    Tu nuutkantu weun: op de buiten wonen
    Tuus: thuis
    Tvurtrek: toilet
    Twalet: toilet
    Twidu vurbluuf: tweede verblijf
    Twidu vurdieëp: tweede verdiep
    Twiwuünstu: dubbel huis
    Up du buutn weun: op de boerenbuiten wonen
    Up teeëste vurdieëp: op het eerste verdiep
    Uprit: oprit
    Uptrekn (van huis): verdieping(en) bijbouwen
    Uus: huis
    Uutbreidiengu: uitbreiding
    Vastgoeët: vastgoed
    Ventieloösju: ventilatie     Fr ventilation
    Vieërtoru: vuurtoren
    Vielawiek: villawijk
    Vielookot : fietsenberging
    Viïnstur: venster
    Viïnsturkasien: vensterkozijn
    Viranda: veranda
    Vloeër: vloer
    Vloeërbudekiengu: vloerbedekking
    Vloeërn: vloeren leggen
    Vloeërvurwarmiengu: vloerverwarming
    Vogtugijtsgroöt: vochtigheidsgraad
    Volsjhu plafong: vals plafond
    Vooördeuru: voordeur
    Vooörplatsu: voorkamer
    Vowtu: opkamer
    Vruuzn: verhuizen
    Vurandriengu: renovatie, wijziging
    Vurbluuf: verblijf
    Vurdieëpiengu: verdieping
    Vureuriengu: verhuring
    Vureurn: verhuren
    Vurlugtiengu: verlichting EN verluchting
    Vurpagtn: verpachten
    Vurpagtiengu: verpachting
    Vurtrek: WC
    Vurwarmiengu: verwarming
    Vurzakiengu: verzakking
    Weun: wonen
    Weunkaamur: woonkamer, living
    Woöturkroanu: waterkraan
    Woöturpit: waterput
    Woöturtoru: watertoren
    Wuünstu: woning
    Ziedeuru: zijdeur
    Zjaloezieë: vliegenraam
    Zoldru: zolder
    Zoomuruus: zomerhuis
    Zoomurvurbluuf: zomerverblijf
    Zu weun in tol van fluutol: ze wonen afgelegen op de buiten
    Zulu: drempel
    Zwoöjdeuru: zwaaideur

     

    11-02-2019, 00:00 geschreven door stammer

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Archief per week
  • 01/03-07/03 2021
  • 15/02-21/02 2021
  • 01/02-07/02 2021
  • 18/01-24/01 2021
  • 04/01-10/01 2021
  • 21/12-27/12 2020
  • 07/12-13/12 2020
  • 23/11-29/11 2020
  • 09/11-15/11 2020
  • 26/10-01/11 2020
  • 12/10-18/10 2020
  • 28/09-04/10 2020
  • 14/09-20/09 2020
  • 31/08-06/09 2020
  • 17/08-23/08 2020
  • 27/07-02/08 2020
  • 13/07-19/07 2020
  • 29/06-05/07 2020
  • 15/06-21/06 2020
  • 01/06-07/06 2020
  • 18/05-24/05 2020
  • 04/05-10/05 2020
  • 20/04-26/04 2020
  • 06/04-12/04 2020
  • 30/03-05/04 2020
  • 23/03-29/03 2020
  • 16/03-22/03 2020
  • 09/03-15/03 2020
  • 02/03-08/03 2020
  • 24/02-01/03 2020
  • 17/02-23/02 2020
  • 10/02-16/02 2020
  • 03/02-09/02 2020
  • 27/01-02/02 2020
  • 20/01-26/01 2020
  • 13/01-19/01 2020
  • 06/01-12/01 2020
  • 31/12-06/01 2019
  • 23/12-29/12 2019
  • 16/12-22/12 2019
  • 09/12-15/12 2019
  • 02/12-08/12 2019
  • 25/11-01/12 2019
  • 18/11-24/11 2019
  • 11/11-17/11 2019
  • 04/11-10/11 2019
  • 28/10-03/11 2019
  • 21/10-27/10 2019
  • 14/10-20/10 2019
  • 07/10-13/10 2019
  • 30/09-06/10 2019
  • 23/09-29/09 2019
  • 16/09-22/09 2019
  • 09/09-15/09 2019
  • 02/09-08/09 2019
  • 26/08-01/09 2019
  • 19/08-25/08 2019
  • 12/08-18/08 2019
  • 05/08-11/08 2019
  • 29/07-04/08 2019
  • 22/07-28/07 2019
  • 15/07-21/07 2019
  • 08/07-14/07 2019
  • 01/07-07/07 2019
  • 24/06-30/06 2019
  • 17/06-23/06 2019
  • 10/06-16/06 2019
  • 03/06-09/06 2019
  • 27/05-02/06 2019
  • 20/05-26/05 2019
  • 13/05-19/05 2019
  • 06/05-12/05 2019
  • 29/04-05/05 2019
  • 22/04-28/04 2019
  • 15/04-21/04 2019
  • 08/04-14/04 2019
  • 01/04-07/04 2019
  • 25/03-31/03 2019
  • 18/03-24/03 2019
  • 11/03-17/03 2019
  • 04/03-10/03 2019
  • 25/02-03/03 2019
  • 18/02-24/02 2019
  • 11/02-17/02 2019
  • 04/02-10/02 2019
  • 28/01-03/02 2019
  • 21/01-27/01 2019
  • 14/01-20/01 2019
  • 07/01-13/01 2019
  • 01/01-07/01 2018
  • 24/12-30/12 2018
  • 17/12-23/12 2018
  • 10/12-16/12 2018
  • 03/12-09/12 2018
  • 19/11-25/11 2018
  • 12/11-18/11 2018

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!