Bart zijn verhalen
verhalen voor alle lezers in quarantaine
10-05-2020
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.4 Seizoenen
Klik op de afbeelding om de link te volgen

 

 

LENTE

Hoe maagdelijk wit die verse sneeuw was

Schaatsen en glijden op de bevroren plas

Dit alles is nu voorbij

De zon breekt door het ijs

En straalt z’n nieuwe lente

Naar de eerst bloemen in de wei.

 

 

Zomer

De geur van vers hooi kriebelt m’n neusgaten in

’t gedacht van een zwoele avond in ’t verschiet

Plots uiteengedrukt middenin een zin

Zware donder na een bliksemschicht

het onweer breekt los

De zomer kondigt zich aan.

  

%%%FOTO1%%%

 

Herfst

Kleuren kleuren, volgen elkaar op.

Het blad neemt het over van de bloemen

Gouden kleuren tot in de boomtop

Daar kan de herfst zich op roemen

En priemt de zon door het bos met zijn stralenkracht

Staan wij verwondert te kijken naar deze pracht.

 

 

 

WINTER

Het gevoel van krakende botten

Zoals de krakende sneeuw onder m’n botten

Een neus die drupt van de kou

Twee voetsporen in de sneeuw

Eén van mij en één van jou.

 

 

10-05-2020 om 10:40 geschreven door Bart

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
>> Reageer (0)
08-05-2020
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Deel 4. Raket met duizend gezichten.
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Raket met duizend gezichten.

%%%FOTO1%%%

Deel 4

De verhuis.

              “Laten we elkaar testen. Ik stel de eerste vraag en dan mag jij: Jan, ken jij het verschil tussen een altsax en een tenorsaxofoon?”

“Och, daar ken ik niets van. Ik weet alleen dat een saxofoon zoiets is als een antieke waterpomp. Een S-vormige buis met allemaal kleppen en verder zo een gebogen handvat. Men blaast in het handvat en er komt prachtige muziek uit.”

“Vrij goed, Jan. Maar het verschil zit hem voornamelijk in dat handvat. Maar eerst wat is eigenlijk een saxofoon? Het is wel een blaasinstrument maar geen koperblazer. Want een koperblazer bestaat alleen uit koper. Bij een saxofoon zit er een rietje in het mondstuk en het is dat rietje dat het geluid produceert. Daarom hoort de saxofoon bij de houtblazers, net als een dwarsfluit en een hobo. Het verschil tussen een altsax en een tenorsax zit hem in het bovenste stuk waar het mondstuk op gemonteerd wordt. Een altsax heeft een recht mondstuk. Het klinkt zowel somber en treurig als majestueus en zeer hel. De altsax wordt gebruikt bij jazz en funk, de tenorsax heeft als mondstuk een S-vorm. De tenorsax klinkt eerder duister, mat, rauw tot edel maar zonder glans. En deze tenorsax wordt gebruikt in harmonies en bigbanden. Let op, Jan, de saxofoon hoort niet in een fanfare want daar komen alleen maar koperinstrumenten in voor.

Wist je trouwens dat bij de saxofoon zelfs de mond van de speler een belangrijke rol speelt? De zuiverheid van de muziek hangt sterk af van de vorm en bouw van de mond.

“Wat een les. Jij moet leraar worden.”

“Je weet Jan, dat ik nog geruime tijd ondergedoken moet blijven. Zodat ik nog niet onder de mensen kan komen. Maar het is aan jou. Stel je vraag.”

“Wat is het verschil tussen een cornet en trombone?”

“Een cornet is dat geen ijsje?”

“Nee zotteke, een cornet en een trombone zijn net als de trompet scherp koper instrumenten. De vorm van een cornet is een rechthoekig platgeduwde spiraal met drie toppen van boven. De cornet stamt af van de posthoorn. Het muziekinstrument wordt vooral gebruikt in de brassband. Dezelfde familie als fanfare en harmonie. Men gebruikt alleen maar blaasinstrumenten, geen snaarinstrumenten. Een brassband heeft een strikte bezetting van vijfentwintig spelers waarvan tien met een cornet.”

“Maar wat is dan juist een trombone?”

“Als ik schuiftrompet zeg dan weten de meeste mensen wel wat ik bedoel. Maar het is een verkeerd woordgebruik. Het juiste woord is trombone. Het wordt ook bij scherp koper gerekend. Met het uitschuiven van de buis verandert de lengte en zo ook de toonhoogte. Kom neem je altsax en speel nog eens stardust voor ons.”

Als Xavier en Francesco de eetkamer binnenkomen, doen ze dat op hun tenen om de prachtige muziek niet te storen. Ze blijven in het deurgat staan en genieten van de door merg en been snijdende klanken die uit de saxofoon van Yvette vloeien.

Yvette legt tenslotte haar altsax weg. Xavier en Francesco nemen een stoel en zetten zich bij aan de tafel.

“Een heerlijk bakje koffie zal ons wel smaken. Niet Konijntje?”

“Een kunstenaar moet zowel eten als drinken.”

“Ja, zeer juist konijntje. Want een lege maag bevordert de nervositeit en belemmert de inspiratie.”

Jan slikt zijn koffie door. “En een lege gereedschapskist bevordert de razernij en belemmert het werk.”

Francesco en Nestor kijken verdwaasd naar Jan. Francesco fronst zijn wenkbrauwen en vraagt: “Wat heeft een gereedschapskist nu met een kop koffie te maken? Daar versta ik niets van.” “Ik versta van uwe kunst ook niks. Maar misschien verstaat uw huisdier het wel.

Tenminste als ik over hamers, zagen en bankvijzen begin?”

Francesco kijkt vragend naar Xavier, die er zelf onnozel bijstaat. Hij begrijpt niet eens waarom hij vernoemd wordt. Volledig ontdaan vraagt hij: “Waarom zou ik daar iets mee te maken hebben?”

“Omdat JIJ al MIJN gereedschap verkocht hebt. Omdat JIJ dacht dat het kunstwerken waren.”

Francesco kijkt uit de hoogte: “Och Janneman, jij gaat ons toch niet leren wat kunst is en wat niet. Jij verstaat niks van kunst.”

“Noem mij geen Janneman en ik weet wel niets van kunst maar ik weet wat gereedschap is en ik wil mijn gereedschap terug.”

“Dat verroest oud ijzer? Daar wil ik niet meer over klappen.”

Francesco richt zich naar Yvette: “Yvette hebben jullie al besloten? Kunnen we blijven inwonen?”

Jan springt recht: “Niks v…”

Yvette onderbreekt Jan en roept boven hem uit: “Jan, het is beter voor jezelf dat je uw mond houdt. Je werkt wel voor ons, maar voor de rest…Francesco, als jullie aan de voorwaarde voldoen dan mogen jullie blijven.”

Jan zet zich mokkend weer op zijn stoel. Hij begrijpt dat zolang hij geen geld binnenbrengt hij het minste in de pap te brokken heeft. Hij wil ook niet dat de twee nieuwkomers teveel over hem te weten komen. Ze zouden van hem kunnen profiteren. Francesco doet een stap naar Yvette en schudt haar hand: “Oké! we betalen mee, we werken mee en we beslissen mee. Vanaf vandaag. Waar kunnen we slapen?” Nestor is plots zijn kater kwijt. “Dat is een groot probleem: Yvette, als enige vrouw hier in huis, slaapt apart. In de kamer waar ik en Jan slapen is slechts plaats voor drie personen. Met veel moeite dan nog. Waar moet de vierde man dan slapen?” Jan is zijn mokken onmiddellijk vergeten. Hij ziet zijn kans schoon om dichter bij Yvette te komen. “Geen probleem, ik zet mijn bed wel bij Yvette op haar kamer.” “Jij profiteur. In mijn kamer slapen geen mannen. Tenminste zolang ik dat zelf niet wil.”

“Dat voorstel van Jan is nog niet zo slecht. Maar we moeten het wel wat aanpassen,” brengt Nestor in het midden, “we plaatsen een grote kast in de kamer en we vormen zo twee slaapkamers.”

“Allez, het is goed ik slaap dan wel achter de kast.”

“Wie zegt er dat jij daar mag slapen. Ik ben de oudste dus heb ik de voorkeur.”

“Nestor, jij bent even vruchtbaar als ik, dus even gevaarlijk.”

“Jij hebt al altijd een oogje op Yvette gehad en nu wil jij je kans wagen.”

Xavier staat plots recht: “Ik wil ook wel op die kamer van Yvette. Dan lig ik alleen en heb ik geen last van snurkers.”

“Als ik het zo hoor wil iedereen in mijn kamer.”

Francesco zet zich wat rechter. “Misschien dat we Yvette zelf kunnen laten beslissen wie achter de kast mag slapen.”

“Ik? Neen, ik kies niet. Maar we zullen het lot laten beslissen. Wat denken jullie daarvan?”

“Waarom het lot?” probeert Xavier nog, maar Yvette heeft al vier lucifers vast en breekt van elk een stukje. De mannen drummen rond haar.

“Ik breek van elk lucifer een stukje. Ieder trekt er één en wie het langste heeft mag achter de kast.” “En wie mag er eerst?”

“Zeg, Xavier. Doe niet kinderachtig. We laten gewoon den oudste eerst trekken. Allez

Nestor trek maar.”

De vier mannen trekken elk hun stokje.

“Ik heb de grootste!” roept Xavier.

“Laat eens zien, ik denk dat ik het langste stuk heb. Hier is haast niets afgebroken,” reclameert Jan zelfzeker.

“Inderdaad, Jan, jij hebt gewonnen. Jij mag verhuizen.”

“Dat is niet eerlijk, ik heb niet kunnen kiezen,” klaagt Xavier verongelijkt.

“Zeg Xavier, er is altijd iemand die het laatste stuk moet nemen. En jij had evenveel kansen. Daarbij daarjuist toen je dacht dat jij gewonnen had, toen sprak je niet over oneerlijkheid.”

Xavier aanvaardt met tegenzin de kritiek. Binnensmonds mompelend slentert hij naar buiten.

“Die is ook nooit tevreden,” merkt Jan op, maar Yvette suste hem snel: “Jan zwijgt er nu maar over.”

Xavier loopt mokkend de tuin in. Kon hij die Jan maar eens een flinke loer draaien. Ze hadden hem zo uitgelachen dat hij een hamer voor kunst aanzag. Toch wist hij dat moderne kunst ooit gewone dingen in hogere waardes zou scheppen door ze tot de kunst te verheffen. Waarom dan geen hamer? Of een trektang, of een gewoon urinoir. Waarom niet? Slenterend komt hij voorbij de plek waar Jan zijn oude meubelen staan. Hij duwt kwaad tegen een wankele kast die prompt omvalt. De zijwand kraakt los en bengelt nog met één vijs aan het raamwerk. Een tafel met slechts drie poten stampt hij erbij. “Het zou een schoon kampvuur zijn, al die oude rommel hier,” denkt hij met een grijns. Plots wordt zijn grijns breder. Schichtig kijkt hij links en rechts. Zijn hoofd draait voorzichtig naar achteren, kijkt even voor zich op de grond en ziet een oude krant liggen. Het ligt zomaar voor te grijpen aan zijn voeten. Haastig scheurt hij de krant uiteen en maakt er proppen van. De aansteker gaat vliegensvlug uit zijn zak. De blauwe vlam graait vurig aan het gazettenpapier. En even later stijgt een rookpluim op en het droge hout wordt een knetterend dansend vuurtje.         In de woonkamer zitten de vier anderen plannen te maken en de bedden te verdelen. “We hebben nog een probleem,” zegt Nestor, “er zijn maar vier bedden. En voor de zetel is er boven geen plaats.” “Jan slaapt dan wel op een kermisbed.”

“Nestor, wat is een kermisbed?” vraagt Francesco nieuwsgierig.

“Wel, vroeger toen ik nog een kind was kwam er weleens familie op bezoek. Zij moesten meer dan tachtig kilometer reizen en in die tijd was dat een heel eind. Met het openbaar vervoer nam dat al gauw uren in beslag. Daarom bleef de ganse familie gewoonlijk overnachten. Wij hadden voor al de kinderen geen bedden genoeg. Hoe losten we dat dan op? Wel we legden enkele matrassen op de grond en daarop sliepen de kinderen. Omdat het gewoonlijk met de kermis was dat de familie bleef slapen noemden we zo een bed gewoon een kermisbed. Voor de kinderen bleef het de hele nacht kermis.”

“De mensen waren vroeger toch vindingrijk,” knikt Yvette bewonderend.

“Vindingrijk, of niet vindingrijk, ik slaap niet op de grond. Alle bedden heb ik persoonlijk bijeen verzameld en nu zou ik op de grond moeten slapen.” Om zijn woorden kracht bij te zetten klopt Jan met zijn vuist hard op de tafel. “Daar komt niets van in huis.”

“Ja, dan zal IK maar van kamer verhuizen.” De twinkeling in de ogen van Nestor was Jan niet ontgaan.

“Niets van. Ik had het langste stekje en niemand anders. Maar ik geloof dat ik een

oplossing ken. Er staat nog ergens een bed, buiten op de wei.” De drie mannen en Yvette gingen met grote passen naar buiten.

“Ik ruik precies verbrande plastic.” Yvette trekt haar neusgaten open en snuift de lucht hevig naar binnen. “Zie je wel er is ergens brand. Ik hoor het knetteren. Kijk daar in de hof, er is brand.”

“Mijn meubels. Vlug allemaal een emmer met water vullen en blussen.”

“Er is hier maar één emmer!” Roept Nestor terug.

De emmer wordt gevuld maar het weinige water kan het hevige vuur niet temmen. “Binnen staat een blusapparaat,” roept Yvette. Francesco stormt naar binnen en komt hijgend met het blustoestel terug buiten. Omdat hij de werking niet kent en bij gebrek aan zelfvertrouwen geeft hij het vlug door aan Jan. Jan neemt het blusapparaat aan en leest diagonaal de gebruiksaanwijzing. Vervolgens klemt hij het toestel stevig vast en trekt de borgpen eruit. Hij gaat een paar passen vooruit totdat hij dicht genoeg maar ook weer niet te dicht bij het vuur staat. Met een arendsblik richt hij de straal naar de basis van de vuurhaard. Zelfzeker drukt hij het ventiel in en… er gebeurt niets. Het poeder is aaneengekoekt door te lang stil te staan, denkt Jan haastig en hij stompt het apparaat enkele malen flink op de grond. Niets kan nog helpen. Het poeder zit muurvast. Hij werpt het toestel in het gras en snelt weer naar binnen. Enkele tellen later komt hij terug buiten met de tuinslang. Zet ze open en blust zo het vuur.

Bezweet en zwart van de rook bekijken de krakers de ravage. Nestor denkt: “Eindelijk zijn we van die rommel vanaf. “Jan denkt: “Verdomme daar heb ik zo voor gelopen en nu is alles opgebrand.” Yvette denkt: Daar ligt een prop papier half opgebrand. Dit vuur is door iemand aangestoken. En waar is Xavier? Francesco rommelt tussen de half verbrande meubels op zoek naar kunst. “Dit is nu wat ik bedoel met de stopzetting van de catastrofe. De vernietiging wordt tegengehouden door het blussen. We hebben nu twee objecten. Het meubel…”

“Iemand heeft het vuur aangestoken, “onderbreekt Yvette Francesco. De drie mannen blijven als verstomd staan.

“Waarom denk je dat?” vraagt Jan met aandrang.

“Hier ligt een krant in stukken gescheurd en daar ligt een half verbrande prop.” “Maar dat is de krant van gisteren. De kruidenier heeft er mijn prei mee ingepakt. Ik struikelde hier over een stuk tafelpoot dat op de grond lag. Daardoor viel mijn netzak en de prei rolde uit de gazet over de grond. De krant heb ik niet meer opgeraapt, omdat ik toch al thuis was. Ik zie het aan die foto daar. Die herken ik nog omdat ze mij opviel.”

“Natuurlijk viel het je op, het is een foto van een callgirl in monokini.”

“Jan wees ernstig. Het gaat om uw meubelen, herinner jij je dat nog wel?”

“Natuurlijk dat ik mij dat herinner, en daar ligt mijn bed. Half opgebrand. Het half vernietigd object en het meubel. Het meubel door enige nostalgie verbonden. Maar door het verlies van een gedeelte is het een verlies van het gehele. Zo was het toch hé

Francesco?”

Maar Francesco luistert al niet meer. Hij trekt wat verbrande stukken hout weg en sleurt tenslotte een tafel opzij.

“Zeg Jan deze tafel kan je toch niet meer gebruiken, die mag ik wel hebben zeker? Ik noem het ‘de geredde catastrofe.”

“Ja, neem het maar en noem het zoals je wilt. Al noem je het van hout tot houtskool. Neem alles maar weg. Het is toch allemaal rommel, maar uiteindelijk kunnen ze allemaal wel iets gebruiken. Die tafel is niet zo erg. Maar mijn bed, zie eens de achterkant van mijn bed is half opgebrand. Dat is pas een catastrofe.”

Nestor, bestudeert de half opgebrande prop papier. Hij draait zich naar Yvette en neemt haar even apart: “Het moet gebeurt zijn terwijl we allen binnen zaten. En als iemand het aangestoken heeft kan het alleen Xavier zijn. Want die is als eerste naar buiten gekomen, zeker een minuut of tien voor ons. Voldoende om het vuur aan te steken. Hij was niet tevreden met de uitslag van de loterij. Trouwens, waar is hij nu?” Yvette trekt een bedenkelijk gezicht. “Als Jan tot dat besef komt, zal dat Xavier zijn beste dag nog niet wezen.”

“Wat zijn jullie aan het smoezen? Je bent toch niet over mij bezig hé.”

“Niets, Jan. Niets bijzonders.”

“Jawel, ik zag jullie alle twee staan konkelfoezen. Over wat hadden jullie het?” “Och Yvette, laten we het hem maar zeggen. Hij komt het toch te weten.” Nestor doet een stap terug naar Jan: “Kijk deze prop is door iemand aangestoken en die iemand is hier niet aanwezig. En wie is hier niet?”

“Verdomme. Ik had het kunnen denken. Die is kwaad omdat hij niet in de kamer van Yvette mag slapen. De smeerlap. Die heeft zomaar al mijn meubels in brand gestoken. Maar dat gaat hij betalen.”

Yvette komt vlak naast Jan staan en fezelt hem in zijn oor: “Jan, Xavier is de kip met de gouden eieren. Hij is de enige die geld genoeg heeft. Tenminste zijn vader. Als we hem gaan verplichten, zou hij zich wel eens terug kunnen trekken.”

“Ja Yvette, maar toch wil ik het niet zo laten. Ik weet al hoe ik zijn schuld ga vereffenen.”

“Jan, doe geen zotte dingen. Je weet wat ik gezegd heb. Denk eraan.”

“Ik ga niets verkeerds doen. Wees gerust.” “Wat ga je dan doen?”

“Dat zeg ik niet. Maar het is gewoon een grap.” “Pas maar op want ik ken die grappen van jou.”

                          Enkele uren later staan Nestor en Jan voor het verbrande bed.

“Nog goed bruikbaar dat bed. Een matras erop en je ziet het alleen nog als je er achter staat. En daarbij in een bed moet je slapen, dus met je ogen dicht en dan zie je er niets van. Kom Nestor draag jij het mee naar boven.”

“Waar ga je het zetten? “

“Daar waar mijn bed staat. En mijn bed verhuis ik naar de nieuwe slaapkamer. Je denkt toch niet dat ik in dat bed ga slapen. Dat de brandstichter er maar in gaat liggen. Dan kan hij iedere avond bij het naar bed gaan eraan denken wat hij gedaan heeft.”

“Oei, die gaat dat niet goed vinden, denk ik.”

“Het kan me niet schelen. Wie zijn bed verbrandt moet maar op de blaren liggen. En dat is nog niet alles, ik zal ze wel eens leren. Die kunstenaars.”

“Wat zoek je dan nog te doen, Jan?”

“Ik ga al mijn meubelen, de verbrande en de niet verbrande, allemaal in de galerij zetten.”

“Zou je dat wel doen? Francesco heeft hier toch niets mee te maken?” “Francesco? Die pikt altijd van mijn meubelen. Hij is te schoon om iets te vragen. Maar als ik mijn rug gedraaid heb is hij daar. Kastjes, stoelen, ijzerwerk, zelfs een driewielertje heeft hij gepikt om zijn pronkstukken te maken.”

“Jan, ik vind uw idee niet goed. Daar help ik niet aan mee.”

“Het kan me niet schelen, dan sleur ik zelf wel alles naar binnen. Francesco komt morgen pas terug en die zal wel weten waar Xavier uithangt. Dus die twee zien we vandaag niet meer terug. En jij houd je mond tegen Yvette. Het is mijn zaak. Begrepen?”

“Het is al goed. Verschuif liever die kast nog eens een halve meter naar links, dan hebben we langs hier een deur, waarlangs Yvette op haar kamer kan.”

“Nestor, dek jij de bedden op, dan kan ik al naar de galerij. Als ik te lang wegblijf gaat Yvette argwaan krijgen.”

“Het is al goed, maar ik keur het af en ik wil er ook niets mee te maken hebben. Verstaan?”

“Oké, oké.” Jan mompelt het half binnensmonds terwijl hij de trap afdaalt. Fluitend gaat hij over het gras. Hij stouwt zijn stootkar vol en duwt ze de galerij binnen. Hij kapt de meubels af en verspreidt ze over de vloer. Hij laadt nog twee keer de stootkar vol, de laatste keer laat hij de kar volgeladen in het midden van de galerij staan. Hij knutselt snel nog een rek in elkaar en duwt die vol met vijsjes, moeren, krammen en nagels. Al fluitend gaat hij terug naar binnen.

“Wel Jan je bent de brand al vergeten zeker? Je bent zo goed gezind.”

“Och, een grootmeester moet kunnen breken met het aardse, het slijk der aarde, het materiële.”

              De volgende morgen zitten Yvette en de twee mannen in de woonkamer als Xavier en Francesco binnenkomen. Yvette doet snel teken aan Jan dat hij zijn mond moet houden over wat gisteren gebeurd is. Jan knikt licht morrend, maar houdt verder zijn mond.

“Goede morgen allemaal. Zijn de slaapkamers in orde gekomen?” vraagt Francesco goedgemutst.

“Alles is in orde,” antwoordt Yvette. “Het is toch zo hé mannen?” Yvette kijkt vragend naar Jan en Nestor.

Nestor knikt vriendelijk naar de twee kunstenaars. Natuurlijk, uw bedjes zijn gedekt.”

“Ik heb ook een kunstwerk gemaakt,” zegt Jan op mysterieuze toon. “Ga maar eens kijken in de galerij.”

Verschrikt springen de twee mannen recht en haasten zich verontrustend naar hun galerij. Yvette kijkt kwaad naar Jan: “Wat heb jij uitgespookt? Pas op hé man. Xavier

is onze bron van inkomsten. Denk eraan. Wat heb je gedaan?”

“Och niets bijzonders. Ik heb wat gerei en de verbrande meubels in hun galerij geplaatst. Ze zullen eerst moeten verhuizen voordat ze kunnen werken.”

“Ze zullen het op een hoop bijeen smijten vrees ik.”

“Geeft niet. Anders steken ze het toch maar in brand. Alleen dat schap.”

“Schap, welk schap?” “Wel dat van jou, Yvetje.”

“Onnozelaar, wat is er met dat schap?”

“Och, ik heb in het midden van de galerij een schap ineengevezen en dat vol doosjes met nagels en vijzen gezet.”

“Ja, als ze dat op de grond kappen! Dat zal nogal een boel worden. Ja, het is uw eigen schuld. Wie wind zaait zal storm oogsten.”

“Wie heeft er hier wind gezaaid? Wie heeft er brand gesticht? Wie is er altijd met mijn meubels weg en wie verkoopt mijn gereedschap voor stomme kunstwerken?” “En wie betaalt hier ons eten, kleren, drinken en noem maar op?”

“Het is weer zoals altijd. Het draait weer om geld.”

“Jongen zwijgt maar al. Of ik verraad aan hen dat jij hier gratis woont, en nog nooit iets in de leefpot gestoken hebt.”

“Ik zou dat maar niet doen, want dan zou uw goudhaantje wel eens anders kunnen gaan kraaien.”

              In de galerij staan de twee kunstenaars perplex. De stukken hout liggen over heel de vloer verspreid, de stootkar en het schap met vijzen staan in het midden van de vloer. Xavier denkt aan al het werk dat hij straks zal moeten doen. Alles moet weer naar buiten en Francesco zal wel niet helpen. Die heeft belangrijkere dingen te doen, kunstwerken creëren. Kwaad stampt hij tegen het schap en wil het omver duwen, maar Francesco houdt hem tegen.

“Wacht, konijntje. Een kunstenaar ziet altijd eerst voordat hij handelt. Iedere handeling kan tot een kunstwerk leiden. Er vormt een zich idee in mij hersens.”

“Spijtig, meester. Want ik zou hier graag alles op zijn kop zetten.”

“Maar natuurlijk. Dat is het konijntje. De omgekeerde wereld”

Xavier kijkt argwanend zijn meester aan: “Wat wil je er dan van maken, meester?”

“Haal al de doosjes er voorzichtig af en plak ze allemaal dicht met tape.”

                          In de woonkamer legt Jan aan Nestor uit wat hij in de galerij uitgestoken heeft.

“Het rek heb ik dan vol kleine doosjes met vijzen en moeren getast. Ik heb er mijn best voor gedaan om het zo vol mogelijk te zetten. Jij zou het moeten zien. Zo ordelijk. Je zou jaloers worden.”

“Als ze het maar niet omgooien. Dan vliegen uw vijzen over de vloer. Alles door elkaar.”

“Jullie hebben afgesproken zeker? Yvette zei dat ook al.”

Even later komt Yvette binnen. “Ze zijn weg, de twee artiesten. Nestor ga je mee? Dan kunnen we Jan zijn rek eens zien, hoe ordelijk dat alles geschikt is. Zoiets krijgen we van Jan nooit meer te zien.”

“Ja, maar ik ga ook mee. Ik wil zien hoe ze alles opgeruimd hebben.”

Met drie gaan ze naar de galerij. Buiten zien ze de stootwagen gekanteld op het gras liggen. De oude meubels liggen er nog half op. Yvette gaat als eerste in de galerij. Heel even blijft ze verbaasd staan daarna schiet ze in een onstuitbare lachbui. Nestor en Jan komen ook binnen. Voor hen staat het rek ondersteboven. De doosjes met vijsjes, moeren en nagels zijn zorgvuldig aan de schappen geplakt en hangen als dusdanig ook ondersteboven. De doosjes zijn tevens ook dichtgeplakt zodat er niets uit kan vallen. Met als gevolg dat men er ook niets uit kan nemen zonder dat de hele inhoud er uitvalt. Jan leest hardop het plakkaatje dat aan het rek hangt. Het is in mooie sierletters geschreven: “De omgekeerde wereld.”

Een vloek galmt door de galerij en Jan duwt met alle macht het rek omver. De doosjes barsten open en met hels gekletter rollen alle vijsjes, moeren en nagels over de grond.

“Zie je wel dat alle vijzen, moeren en nagels door elkaar vliegen. Alleen doe je het nu zelf.”

Yvette schiet opnieuw in een lachbui. Het werkt zo aanstekelijk dat Nestor en uiteindelijk ook Jan beginnen te lachen.

              Rond tien uur die avond komen Xavier en Francesco binnen. Yvette en de twee anderen zitten in de zetel. Jan heeft zijn trompet bovengehaald en speelt: ‘Il Silenzio’. Als Francesco het hoort wacht hij ontroerd tot hij stopt met spelen. “Yvette, konijntje heeft een som geld meegebracht, twee pakjes. Eén voor mij en één voor hem. Kan iemand nu onze slaapplaatsen aanwijzen. Wij willen naar bed. Kan iemand ons wakker maken om negen uur dertig. Of is dat iets voor eigen rekening?” “Dat is voor eigen rekening,” mengt Jan zich vliegensvlug tussenbeide. “En ik ga jullie slaapplaatsen wel aan wijzen, volg me maar.” De drie mannen gaan naar boven: “Deze kamer is voor Yvette en de loteling, ik dus.

Daar mogen jullie niet inkomen. Dat is privé. En daar die deur is voor jullie. Let op Nestor slaapt daar ook. Opdat niemand de andere zou kunnen opsluiten heb ik de sleutel maar van de deur genomen. Het eerste bed is voor Nestor. Het tweede is voor jou, Francesco.”

“En mijn bed? Is er voor mij dan geen bed voorzien?” roept Xavier in paniek. “Jawel. Voor jou heb ik een speciaal bed. Een echt kunstwerk. Daar achter die kast staat uw bed.”

              Jan gaat zonder omkijken de trap af maar keert na drie treden weerom. Op zijn tenen loopt hij naar de deur die hij op een kier heeft laten staan. Gebukt staat hij met zijn oor tegen de deur. Nestor en Yvette die van Jan zijn fratsen wisten komen op hun tenen naast Jan staan. Francesco legt zich onmiddellijk zonder zich verder om Xavier te bekommeren op zijn bed. Xavier gaat voorbij de kast en stopt voor het laatste bed. Het half afgebrande bed staat netjes opgedekt, op de sprei ligt een groot plakkaat: ‘In de echte wereld moet iedereen die zijn bed verbrandt op houtskool liggen.’ Een tweede kleiner plakkaatje hangt aan het voeteinde: ‘Verkoolde dromen’.

.

 

08-05-2020 om 08:05 geschreven door Bart

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
>> Reageer (0)
07-05-2020
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Deel 3. Raket met duizend gezichten.
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Raket met duizend gezichten.

%%%FOTO1%%%

Deel 3

Te koop.

             Tien dagen na de inhuldiging van het Tinnengat zit Nestor aan de keukentafel. Voor hem staan verschillende dozen met afgewerkte bloemen. Naast hem liggen de lege plastic zakken op de grond. Met een zucht steekt hij de laatste steel op de bloemknop.

“Wat zit ik hier nog te doen?” zucht hij, “ik zit hier helemaal alleen. In de leefpot zit geld genoeg. En Jan… die heeft nog niets verdiend. Het zelf maken van die speeltuigen voor het Tinnengat heeft hem geen cent opgeleverd. Het was goed bedoeld van hem, maar toch…”

Slaafs neemt hij de rol plakband en plakt de doos dicht. Hij ruimt de lege zakken op, kuist de tafel af en veegt de vloer. Vastbesloten gaat hij naar de woonkamer.     Yvette zit in de zetel en Jan prutst aan de radio. Sinds Yvette de stekker uitgetrokken heeft wil er geen muziek meer uitkomen. De lampen geven wel licht maar er is geen klank meer. Een straaltje rook ontsnapt geniepig uit een verluchtingsspleet en een doordringende geur van verbrand stof en plastic vult de kamer. Yvette springt recht en trekt de stekker opnieuw uit het stopcontact. Nestor komt binnen gewandeld.

“Het stinkt hier. Is er iets verbrand? Plastic of zo?”

“Laat maar, onze Jan is weer bezig.”

“Hij is toch weer niet naar de rommelmarkt geweest zeker?”

“Neen, geen koffiezetters die kunnen ontploffen. Het is die oude knar, daar. Hij denkt dat er nog muziek in zit. Het enige wat er uit komt is rook en stank. Hij kan het ding

misschien nog aan de Indianen verkopen als rookmachine.”

Jan staat recht en kijkt geërgerd naar Nestor: “Moet jij geen bloemen gaan maken in plaats van je hier te komen moeien?”

“Ik stop met die rotbloemen. Jullie willen me toch niet helpen en ik heb genoeg verdient. Het is nu aan jou. Zorg jij ook maar eens dat die leefpot gespijsd wordt.” Yvette springt recht uit haar zetel: “Genoeg verdient? Jij genoeg verdiend met dat

thuiswerk? Dat was nog niet genoeg om het zout…”

“Op de patatten, ik weet het al. Maar Jan heeft nog NIKS bijgedragen.” “Hij doet het huishouden,” verdedigt Yvette Jan weer.

“Ik toch ook. En ik steek nog geld in de leefpot op de koop toe!”

“Ja, om het zout te kopen. Als je maar niet wil zeggen dat jij ook niets meer wil doen in het huishouden, want Jan kan niet alles doen: het huis onderhouden, herstellen, kuisen wassen, eten klaarmaken, afwassen en strijken.” “Nee, dat zeg ik niet. Ik wil alleen stoppen met bloemen maken.”

Jan wordt hier stil van en gaat zwijgend naar buiten. “Nestor heeft gelijk,” denkt hij,

“van mij steekt er nog geen vijf cent in de leefpot. Ik kan misschien iets doen voor Nestor om het goed te maken. Ik heb nog een bromfiets staan die ik ooit geruild heb voor een bandopnemer. Ik rijd toch nooit met een brommer. Ik zal hem aan Nestor geven.”

In de hof zet Jan wat kasten opzij en kantelt een oude matras om. Hij bekijkt de brommer die tegen de haag staat.

“Hier en daar wat roest op het stuur, maar de banden zijn nog goed en benzine zit er ook nog in, ”mompelt hij tevreden en stapt vastbesloten weer naar binnen: “Nestor, kom eens mee, ik heb iets voor jou.”

Nestor staat lichtjes argwanend op maar gaat toch mee. Vlak voor de bromfiets blijven ze staan. “Voor jou, Nestor. Ik rijd er toch niet op en jij kunt hem goed gebruiken.”

Verrast neemt Nestor het ding vast: “Meen je dat? Moet ik er niets voor teruggeven of terugdoen?”

“Nee, je hebt er al genoeg voor gedaan. Duizenden bloemen gemaakt en al het geld in de leefpot gestoken. Dat is knap van jou. Daarom wil ik je bedanken. Ik rijd er toch nooit op. Hij staat hier toch maar te roesten.”

“Dank je, Jan. Dank je.” Nestor neemt de brommer en gaat er mee richting galerij. Plots blijft hij staan: “Jan,” fluistert hij, “kijk eens of die twee daar soms ergens rondhangen?”

Jan kijkt achter de hoek en gaat de galerij binnen. “Kom maar de kust is veilig,” roept hij naar buiten.

Nestor komt voorzichtig door de deur en plaatst zijn bromfiets tegen een muur in de galerij. Hij neemt een emmer water en een spons. Vol ijver begint hij zijn bromfiets te kuisen.

Enkele uren later heeft Nestor zijn job geklaard en zit hij terug bij de anderen in de woonkamer. Francesco en Xavier komen opgejaagd in de galerij. Druk beginnen ze alle meubelen buiten te zetten. Een paar oude stoelen, de werkbank van Jan, oude plastic zakken en nog wat andere kleine rommel. Ze maken de galerij volledig leeg op de bromfiets na. Die laten ze staan. Xavier brengt drie doodskisten binnen en Francesco plaats ze lukraak op de grond. “Konijntje loop naar de hof en haal snel dat plastic geraamte dat daar al weken ligt en leg het in die derde kist daar, met zijn armen er nog uit.” Vijf minuten later loopt Francesco kris kras door de galerij. Af en toe doet hij teken met zijn hand. Xavier, loopt met een emmer popcorn achter hem. Telkens Francesco een teken doet laat Xavier een handvol popcorn vallen. De kunstenaar geeft gelijktijdig uitleg over zijn bedoelingen. “Deze keer wil ik minimaliseren. Met weinig materiaal een groot kunstwerk maken. De ganse galerij is het decor. Die bromfiets geeft nog een storende invloed maar ik laat hem toch maar staan. Straks zetten we wel de banden plat zodat hij zeker op zijn plaats blijft staan. Hier nog een beetje meer konijntje. Niemand mag mijn werk, zelfs niet per ongeluk, verstoren door de onderdelen te verplaatsen of te vertrappelen. Met dit kunststuk wil ik doorbreken. Geen halve materialen meer maar afgewerkte stukken. Een werk dat onverplaatsbaar is en dat gebruik maakt van zijn omgeving.”

“Meester, zouden we die brommer toch maar niet buiten zetten?”

“Neen, konijntje, want als de eigenaar hem dan weer binnen zet verstoort hij vast het kunstwerk door er op te trappen Maar ik heb nog een oud fietsslot, we leggen de bromfiets wel aan de ketting.”

“En de banden steken we plat,” voegt Xavier er met binnenpretjes aan toe. “Meester, waarom hebben wij die doodskisten meegebracht?”

Francesco snuift duidelijk hoorbaar door zijn neusgaten, de verse lucht stroomt in zijn longen. “De dood hoort bij het leven en is hiervan onafscheidelijk. Wij maken van de dood een taboe en stoppen het weg zodanig dat we er amper mee kunnen leven.” Francesco verlegt een hoopje popcorn, bekijkt het van op afstand om het popcorn uiteindelijk weer terug te leggen. Na een halfuur talmen, knikt hij goedkeurend en verlaat de galerij. Xavier volgt hem gedwee. Plots kraakt het popcorn onder Xavier zijn linkervoet en de grootmeester draait zich wild om: “Xavier! Een kunstenaar, al is hij nog maar een leerling, moet het werk van een ander kunstenaar steeds waarderen. En dat doe je niet door het te vertrappelen. Man kijk toch uit waar je loopt. Straks kan ik helemaal opnieuw beginnen. En daarbij, het is hier veel te licht. De juiste sfeer is er niet. We moeten de ramen verduisteren.”

“Ja meester. Ik zal het onthouden. Ik zal het niet meer vertrappelen. En ik zal het hier donker maken.”

Xavier loopt voorzichtig op zijn tenen verder de galerij uit.

Yvette is in een goede bui en helpt Nestor door het stof af te doen terwijl hij de ramen lapt. De twee kunstenaars komen binnen en zetten zich in de zetel. Francesco vraagt plots aan de anderen: “Kent iemand van jullie het belang van het tijdelijk element?”

Yvette zucht en Nestor gaat vlug met zijn emmer naar buiten om de ramen langs de andere kant te kuisen. Francesco gaat met heldere stem verder: “Je moet het opvatten als een bewustmaking act. Het tijdelijk element kan in sommige gevallen zeer belangrijk zijn. Neem nu de stopzetting van de catastrofe. Een object begint aan de vernietiging, bijvoorbeeld een zetel wordt in brand gestoken. Dezelfde vernietiging wordt plots tegengehouden en men blust de brand. Vanaf dan zijn er twee objecten: namelijk het half vernietigd object en het meubel. Het meubel door enige nostalgie verbonden. Maar door het verlies van een gedeelte is een verlies van het gehele niet ondenkbaar...”

De deur vliegt open en Jan stormt de kamer binnen. “Het is gedaan met het pand.

We vliegen eruit.”

Nestor ziet de opgewonden Jan en komt snel weer naar binnen. “Wat is er Jan?

Hebben ze uw veer weer opgewonden?.”

“Niet moeilijk. Ik kwam Mieke, je weet wel de maatschappelijke werkster, tegen en die zei dat de bank het huis hier wil verkopen.”

Francesco kijkt verwonderd op. “Dit gebouw is toch van jullie? Waarom zou de bank het dan willen verkopen?”

Yvette doet snel teken aan Jan en Nestor om te zwijgen: “Natuurlijk is dat van ons. Ze zullen onze lening willen afkopen. Maar wij verkopen niet. Wij blijven hier en jullie galerij loopt geen gevaar. Wees maar gerust,” sust Yvette de twee kunstenaars. Francesco springt zonder verder te luisteren recht en neemt Xavier bij de arm. “Dat brengt mij op een idee. ‘De dreiging en zijn verlossing.’ ”Kom konijntje we gaan onmiddellijk winkelen, nu mijn inspiratie nog vers is. Ik heb verf en doeken nodig.” Eens dat de twee kunstenaars de deur uit zijn vraagt Jan: “Waarom moest ik opeens zwijgen?”

“Ik snap het. Zij mogen niet weten dat wij dit gebouw gekraakt hebben. Want zij betalen huur aan ons en zo zouden wij hun borg moeten terugbetalen.”

“Goed gezien, Nestor en natuurlijk hebben wij al rijkelijk van dat geld geleefd,” beaamt Yvette. “En Jan, wat heeft Mieke nu juist aan jou verteld?”

“Wel, de bank wil het gebouw verkopen. Ze gaan een kijkdag organiseren en iedereen mag dan komen. Als er kandidaat kopers zijn wordt het volledig verkocht en vliegen wij eruit. Het pleintje is wel gered maar wij vliegen hier weg.”

Yvette denkt even na: “Eén ding is zeker. Francesco mag niet te weten komen dat wij krakers zijn en dat wij de huur van de garage van hem ontfutseld hebben.” “Neen, zeker niet, want mijn naam staat op het contract,” vult Nestor half paniekerig aan.

Jan krabt in zijn haar: “Laat ons eens zeggen dat er een openbare kunstverkoop komt. Zo dat zij hun werken kunnen verkopen, zo kunnen we de open deur dag verdoezelen.”

“Goed idee!” roepen de andere twee in koor.

              Als de twee kunstenaars terugkomen van de verfwinkel staat Yvette hen in de keukendeur op te wachten.

“Jongens kom eens binnen. Mieke, je weet wel onze maatschappelijke werkster die ons zo goed geholpen heeft met het Tinnengat, heeft ons een voorstel gedaan. Overmorgen wil zij dat wij een opendeurdag houden. Een soort kunstverkoop houden. Zo kunnen de mensen kennismaken met uw kunststukken en Jan geraakt zo ook wat van zijn rommel….”

Xavier onderbreekt Yvette. “Dat zal niet gaan want mijn meester heeft een kunststuk gemaakt dat onverplaatsbaar is. De galerij is het omhulsel.” “Omhulsel? ”vraagt Yvette onbegrijpelijk.

Waarop Xavier uitleg geeft: “Wel ja, de galerij is momenteel het decor van één geheel. Enkele afgewerkte stukken worden ondersteund door het decor, de galerij zelf. Dat betekent dat niemand de galerij mag betreden zonder dat ik erbij ben. Daarom kunnen we in de galerij niets tentoonstellen laat staan een verkoop houden.” “Geeft niet,” pikt Yvette erop in, “het is al dagen mooi weer. We doen de verkoop gewoon in de tuin. Je kunt al je kunstwerken in de tuin plaatsen, het is toch zomer voor iets, niet?”

“Gaat Jan dat goedkeuren?”

“Natuurlijk, daar zorg ik wel voor.”

              Twee dagen later heeft Xavier verschillende kunstwerken van zijn meester verzameld om in de tuin op te stellen. Jan wil die dag niet thuis zijn en verdwijnt met de noorderzon. Yvette zet haar pruik en uilenbril op en gaat naar het Tinnengat op een bank zitten. Nestor ziet het niet meer zitten en denkt met heimwee aan een fles whisky. Hij gaat het huis uit, maakt een wandeling maar na drie kwartier komt hij terug. In de tuin loopt hij Xavier en Francesco steeds voor de voeten. Zodanig dat de grootmeester er zenuwachtig van wordt. Hij stuurt Nestor terug wandelen en laat Xavier de verkoop alleen verder regelen. Gehaast verlaat hij het pand. Xavier schuift een oude deur op de stootkar om zo een verkoopstand op te bouwen. Hij legt de verzamelde werken voorzichtig op de plank, maar omdat hij het verschil niet kent tussen het gereedschap van Jan en de kunstwerken van zijn meester zet hij de hamers en tangen tussen de verbrande stoelen en schilderijen met een gat erin. Nestor blijft nog wat talmen op de hof maar gaat tenslotte naar de galerij, de angst om zijn onderkomen te verliezen speelt Nestor parten. Bij zijn bromfiets gekomen merkt hij niet eens dat er een ketting omligt en ook niet dat de banden plat gestoken zijn. Zijn interesse gaat enkel naar de fietstas. Hij neemt er een fles uit en een half uur later loopt Nestor lallend rond en schopt al zingend tegen de hoopjes popcorn die vrolijk de lucht invliegen.

              De opkomst is niet groot, maar toch groot genoeg om al het gereedschap van Jan aan de man te brengen. Xavier is fier dat de meester zijn werken zo goed in de smaak vallen. Alle tangen, hamers, zagen, boren en zelfs een bankvijs worden verkocht. De kopers zijn niet van plan om het gebouw te kopen maar komen eerder uit nieuwsgierigheid. Mijnheer en mevrouw Smits hebben wel interesses en gaan dan ook heel het huis bekijken van boven tot onder. Uiteindelijk komen zij in de garage. Al de ramen zijn verduisterd door donkere gordijnen zodat enkel een flauwe schemer van de keukendeur de grote ruimte een beetje oplicht. Het geheel ziet er beangstigend uit. De vrouw zoekt naar het licht, maar daar had Xavier ook voor gezorgd. Al de lampen had hij losgeschroefd. De vrouw neemt haar aansteker en met het blauwe vlammetje voor haar uit gaat zij voorzichtig verder tot zij tegen een hoek van een doodskist stoot. Door de schok schrikt Nestor wakker en komt half recht uit de kist. Mevrouw Smits laat een krijs, de aansteker valt op de grond en zij loopt al gillend de garage uit. Haar echtgenoot loopt haar achterna. Recht van de galerij gaan zij een klacht neerleggen bij het verkoopbureel. “Schandalig, hoe jullie uw klanten behandelen. Jullie hadden regisseur moeten worden, van horrorfilms dan. Nooit willen we nog met jullie onderhandelen.”

Zo komt het dat het gebouw uiteindelijk gered wordt door een dronken Nestor. Hij zelf weet nog van niks want na een paar stappen valt hij gewoon weer in een volgend doodskist om zijn roes verder uit te slapen.

Yvette zit op de bank van het Tinnengat. Twee kindjes zitten op de wip. Het jongetje heeft een blonde krullenbol. In haar gedachten gaat ze terug naar haar kindertijd. Haar vriendje had ook een lichte krullenbol, ‘zo wit als sneeuw en zo sterk als een leeuw’ was zijn leuze. Hij was haar steun en als zij eens bang was van het donker of als ze gepest werd om haar vlechten was hij steeds daar om haar bij te staan, desnoods met zijn vuisten. Zij noemde hem haar witte ridder. Iedere nacht droomde ze van haar witte ridder. Nu, hier op de bank droomt ze ook. Een kind hebben om te verzorgen, te vertroetelen ermee in het park gaan wandelen, dat is toch het schoonste wat er bestaat. Maar de realiteit is anders. In de verte ziet zij een politiewagen aankomen rijden, instinctmatig staat ze op en gaat weer huiswaarts.

Thuis aangekomen zitten Francesco en Xavier in de woonkamer: “Zeg waar zitten jullie allemaal? Ik dacht dat we een open deur dag hielden. Jullie gingen de rommel van Jan toch verkopen?” Vraagt Xavier licht verontwaardigd.

“Was Jan er dan niet? Ik kon er niet bij zijn vandaag. Mijn moeder was plots onwel geworden. Ik ben heel de dag bij haar geweest,” loog Yvette. Op dat moment komt Jan samen met Mieke binnen.

“Jan, waarom was je niet op de uitverkoop? Ik heb verschillende werken verkocht van de grootmeester.”

“Xavier, zwijg maar al. Er is iets ernstigs gebeurd. Er zullen sancties volgen denk ik.

We vliegen eruit, met of zonder verkoop.”

“Wat is er dan gebeurd?” vraagt Yvette voorzichtig, terwijl ze teken doet aan Jan dat hij moet opletten wat hij zegt maar Mieke wil het zelf vertellen.

“Deze middag kwam er een ernstige kandidaat koper en jullie hebben haar de schrik op het lijf gejaagd. Wat er juist is gebeurd weet ik niet maar zij was volledig ontdaan. Ze sprak van spoken en doodskisten. Enfin, ze was heel kwaad en het verkoopbureel

wil nu een onderzoek instellen over wat er juist gebeurd is.”

“Wij weten nergens van,” ervoer Yvette, “wij waren niet eens hier. Jan was weg en ik zat op het pleintje.”

“Ja, van Jan weet ik het wel. Die heeft een alibi. Die zat bij mij.”

Yvette haar ogen worden groter en het ligt op haar lippen om te vragen wat Jan de hele dag bij Mieke deed. Maar ze begrijpt dat zij daar geen zaken mee heeft. Dus zwijgt ze. Mieke merkt haar reactie en geniet duidelijk van de situatie.

Jan vraagt plots: “Is Nestor nog niet terug?”

“Niet gezien,” antwoordt Yvette “Jullie ook niet, kunstenaars?”

“Niet gezien.“

“Morgen komt er een inspecteur,” vervolgt Mieke, “en ik geef jullie de raad om te zorgen dat hier niemand aanwezig is, want al wie hier is zal op de rooster gelegd worden. En als dan blijkt wat jullie allemaal uitspoken…Ik weet alles van jullie, ook van Francesco en Xavier. Maar ik begrijp jullie problemen, ik zal niets verraden, maar als ze iets vermoeden dan zal het er gaan stuiven denk ik. Het mooie leventje zal dan vlug gedaan zijn.” Mieke draait zich nog even naar Jan: “Jan kom jij maar weer naar mij morgen, ik heb nog een dag extra verlof.” Met deze woorden kijkt ze even naar Yvette die Mieke op dat moment wel kon dood bliksemen.

              Als Mieke weg is vraagt Francesco onmiddellijk: “Wat bedoelt zij met ons mooie…”

Maar Yvette luistert niet eens naar hem, zij roept boven hem uit: “Jan, wat heb jij haar allemaal verteld en wat moet jij heel de dag bij haar?”

“Ik, niets speciaals. Ik heb wat lusters gehangen en de afvoer van het bad was verstopt. Gewoon wat klusjes gedaan.”

“Wat klusjes gedaan, in haar bed zeker? En wat heb je haar allemaal gezegd?”

“In haar bed? Maar neen. Maar daar heb jij toch niets mee te maken zeker.”

“Oh nee? En als jij je mond voorbijpraat? Wat dan?” “Mieke is te vertrouwen. Zij is een goed mens.”

“Zeg, wat gebeurt hier allemaal?” vraagt Francesco met drang, “wat mag er niet geweten worden? En waarom vliegen jullie uit dit huis? Betekent dat, dat wij onze galerij weldra kwijt zijn?”

“Wij moeten het hen zeggen, Yvette. Het spelletje is uit.”

“Hou jij je mond maar. Ik zal het wel zeggen.” Yvette zet zich wat rechter en richt zich tot de kunstenaars in de zetel: “Francesco en Xavier, luister, wij hebben jullie niet alles verteld.”

“Dat heb ik intussen wel begrepen,” verklaart Francesco en wacht geduldig op de verdere uitleg van Yvette.

“Wij hebben de zorg van dit gebouw op ons genomen en mogen in ruil dit betrekken.”

“Met andere woorden: jullie zijn krakers?”

“Eigenlijk wel, ja.”

“Dat is duidelijk. Maar dan hebben jullie die galerij onwettig aan ons verhuurd?”

“Ja, maar voor jullie maakt dat toch weinig verschil. Je was akkoord en een grootmeester moet kunnen breken met het aardse, het slijk der aarde, het materiële. ‘De hogere kunst fungeert als uitdrukking van een andere, bovennatuurlijke wereld die het wezenlijke herbergt, het poëtische. Dat waren toch uw woorden, Francesco. Waren dat uw woorden niet?”

“Ja, ja, maar wij wisten toen niet alles. Maar goed zand erover. Tenminste als we akkoord kunnen komen.”

“Akkoord? Wat willen jullie dan?”

Francesco haalt diep adem en bijt op zijn nagels: “Het is misschien vervelend voor jullie maar ik wil al lang dichter bij mijn werken zijn. Wij willen bij jullie intrekken.” Jan begint nu op zijn nagels te bijten en Yvette haalt diep adem: “Luister, er zijn niet veel regels, maar het weinige zul je toch moeten respecteren.”

“Laat maar horen. In een samenleving horen steeds losse elementen en vaste…” “Ja, ja het is al goed, ik versta het wel. Eerste regel: er is een takenverdeling voor wat het huishoudelijk werk betreft. Iedereen helpt mee in het huishouden.” Yvette zei het klaar en duidelijk en ze keek daarvoor recht in de ogen van Francesco. “Ten tweede al onze onkosten worden betaald uit een gezamenlijke leefpot. Elk van ons doet een vrijwillige bijdrage en daar leven wij van. Dit wordt van jullie dan ook verwacht. En ten derde:…”

“Wacht die bijdrage, wij hebben …”

Hier wacht Francesco even en Yvette moet slikken, zij vreest dat Francesco wil zeggen dat zij al een bijdrage geleverd hebben. Dan zal deze zaak voor haar niets opbrengen. Wijselijk zwijgt ze en heft ze haar kin omhoog om aan te duiden: zeg het maar wat hebben jullie? Francesco gaat stotterend verder: “Wij hebben…ook… een soort… leefpot. Xavier is onze gezamenlijke euh… “ “Penningmeester!” komt Xavier snel tussenbeide.

“Dank je. Konijntje. Dat wil zeggen: Xavier betaalt voor ons beiden.”

“Als het dan ook maar dubbel is dan is dat oké,” antwoordt Yvette. Opgelucht gaat ze verder: “Ten derde iedere grote verandering moet met allen samen besproken worden.”

“Goed, maar moet Nestor dan niet mee beslissen? Want die is hier nog altijd niet.” “Oh, ja waar is Nestor eigenlijk? Het is al donker aan het worden. Die moest al lang thuis zijn.”

Xavier herinnert zich plots Nestor in de tuin gezien te hebben.

“Maar die is toch al lang thuis. Die liep daarstraks op het erf rond. Is hij misschien boven?”

Jan loopt roepend naar boven maar komt even later terug: “Boven is hij niet, zelfs niet in zijn bed.”

“Waar zou die dan zijn?” vraagt Yvette zich lichtjes ongerust af.

Francesco staat op: “Als je hem gevonden hebt bespreek ons voorstel dan maar met hem. Kom Xavier, deze nacht slapen we nog niet hier. Bij het missen van een kleinste schakel loopt de hele ketting vast. Hopelijk weten we morgen meer.”

De twee kunstenaars verlaten het huis en gaan de garage binnen. Daar Xavier al de lampen losgedraaid heeft zien zij geen steek voor de ogen. Francesco licht met een aansteker terwijl Xavier op de trapladder klimt en een lamp vastdraait. Het licht gaat aan en Francesco slaat een luide gil. Yvette en Jan komen zo snel ze kunnen naar de galerij en zien Francesco met zijn arme zwaaien. Ze horen hem brullen: “Jij, lelijke kunstbarbaar. Kijk eens wat je gedaan hebt! Heel mijn kunstwerk is verknoeid.” Yvette komt als eerste in de galerij: “Nestor, wat doe jij hier en wat lig jij in die doodskist te doen?”

“Doods…kist, li..g…ik in een k…is…t. Ik, ik, ik lig in MIJN bed. En j…jullie

heb…hebben mij w..w…wak…ker ge…ge…gemaakt.”

“Nestor, jij bent dronken, jij hebt weer aan de whisky gezeten. Je had ons beloofd niet meer te drinken.” “Dat, dat, ik …dr…oom. Slaap wel.” Met deze woorden valt Nestor weer in slaap. Yvette gaat naar hem toe en probeert hem wakker te schudden. Buiten wat gesnurk en gemompel komen er geen andere geluiden uit zijn mond.

“Mannen help mij eens we moeten die zatlap in zijn bed krijgen. Dat hij zijn roes kan uitslapen. Francesco en Xavier, morgen zeg ik dat Nestor zijn akkoord gegeven heeft. Hij weet morgen toch niets meer van vandaag. Welkom in de club. Morgen regelen we de slaapplaatsen. Kom helpt me die man op te pakken.” Met zijn allen dragen ze Nestor naar boven en leggen hem in bed.

             De volgende morgen zit Nestor met een kater aan tafel. Hij legt aan Yvette en Jan uit waarom hij gedronken heeft. Hij vreest dat hij zijn thuis moet verlaten en dat is hem te machtig. Vaag herinnert hij zich dat iemand hem wakker had gemaakt en toen hij opkeek liep een vrouw krijsend de galerij uit gevolgd door een man. Zij riep als maar door “EEN SPOOK, EEN SPOOK”.

“Oh, dan waren dat die kandidaat kopers. Jij hebt ze zonder het te weten de stuipen op het lijf gejaagd. Die komen nooit meer terug.”

Jan begrijpt snel wat Yvette bedoelt en de hele toestand doet hem in een schaterlach losbarsten. Zo aanstekelijk dat de andere twee ook beginnen te lachen totdat hun buik er pijn van doet.

“Herinner jij je nog iets van gisteren?” vraagt Jan nieuwsgierig aan Nestor.

“Ja, Xavier had gisteren een stand opgebouwd om de kunststukken van Francesco te verkopen. Maar Xavier kent niets van kunst. Hij kent het verschil niet eens tussen de werken van Francesco en een gewone hamer. Het enige wat hij verkocht zijn hamers, zagen en ander gereedschap.”

Jan begint weer te schateren maar stilaan begrijpt hij wat Nestor bedoelt. “Maar dat waren toch mijn hamers, en zagen. Dat is mijn gereedschap dat die snul verkocht heeft.”

Nestor kijkt Jan meewarig aan: “Dat zal wel, want zij bezitten niets alleen wat kunstwerken of wat er voor moet doorgaan.”

“Wacht tot die twee kwakzalvers terugkomen zie. Die denken toch niet dat zij bij ons kunnen komen wonen zeker?” .

 

07-05-2020 om 11:18 geschreven door Bart

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
>> Reageer (0)
06-05-2020
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Deel 2. Raket met duizend gezichten.
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Raket met duizend gezichten.

%%%FOTO1%%%

Deel 2.

Het pleintje.

Francesco neemt een mes en kerft ruwweg twee keer door het doek. “Xavier steek die kader eens omhoog zodat ik het resultaat kan beoordelen.”

Xavier gaat op een stoel staan en houdt het schilderij boven zijn hoofd. “Is het zo goed, Meester?

“Kom zet maar terug neer. Mijn inspiratie zegt dat er nog twee grote en één half grote kerf bij moeten komen.”

Francesco zijn mes ritst weer door het doek, en weer en weer, twee lange en één korte snee: “Hou het nog eens recht en ga een paar meter achteruit staan. Dit kunstwerk heeft ruimte nodig.” Xavier luistert gedwee.

“Fantastico. Alleen een grootmeester kan zo een werk tot in de details uitvoeren. Al zeg ik het zelf. Dit vertolkt de vernieling van wat een ander opgebouwd heeft. Ik noem het ‘De verwoesting van het schone’. Waar en hoe ga ik het ophangen?”

“Zeg het maar meester.”

“Ja konijntje, dat ga ik doen. Neem de ladder en knoop een ijzerdraad aan die balk daarboven. We knippen de draad van lengte en we hebben de ideale ophanging.

Van dit kunstwerk uiteraard.”

Xavier doet wat zijn meester zegt. Dat doet hij trouwens altijd. Even later daalt hij de ladder weer af en bekijkt het stukgesneden schilderij. Jan komt in de galerij en houdt halt aan het kunstwerk. Hij bekijkt het aandachtig en vraagt om uitleg: “Wat betekent dit nieuwe kunstwerk?”

Xavier en Francesco staan sprakeloos. Jan noemde het ding aan die draad een kunstwerk en wil zelfs meer weten hierover. Dat hadden zij niet verwacht van een kunsthater zoals Jan. Francesco herstelt zich vrij snel van de verrassing en legt uit:

“Dit kunstwerk geeft het probleem weer van de innerlijke ruimte als gevolg en oorsprong van de uiterlijke ruimte. De innerlijke ruimte is hier slechts een zwart gat waar een tekortkoming schuilhoudt. Dit is een gevolg van de uiterlijke ruimte Indien het uiterlijke niet bestond kon het gat ook geen plaats hebben. Want een gat in het niets is nog minder dan niets. Het is enkel omdat er een uiterlijk bestaat dat we het innerlijke gat kunnen doen gelden.”

Francesco gaat zo op in zijn betoog dat hij niet eens merkt dat Jan enkel schijnbaar interesses vertoont. Jan wacht enkel geduldig af totdat de kunstenaar is uitgepraat om daarna het woord over te nemen. “Daar zijn jullie dus mee bezig. Uwe kostbare tijd verdoen met wat stukken en brokken te maken. Vernielingen aanrichten en rommel maken. Allemaal terwijl buiten de grootste catastrofe staat te gebeuren. ‘Het Tinnengat’, kennen jullie ‘het Tinnengat?’ Dat is dat leegstaand pleintje hier niet ver vandaan. Dit pleintje is nog één brok natuur. Als we niets doen wordt het weldra verkaveld. Er komen grote kantoorgebouwen op. Weten jullie wat dat betekent? Dat wil zeggen drukte, auto’s, files, opstopping, getoeter, nervositeit in de straten. De kant van de straat wordt dan bekleed met geparkeerde auto’s. Iedere avond luchtvervuiling van startende wagens. De vogels zullen gaan vliegen en trekken naar rustige buurten. En er zullen meerdere gebouwen komen. Appartementsblokken. Ons laatste stukje groen zal verdwijnen. En onze woonst zal opgeslorpt worden door de massa. Dit is pas een innerlijk probleem van de uiterlijke invloed. En wat doen jullie? Oude waardeloze schilderijen stuksnijden en aan een ijzerdraadje hangen. Wij moeten samen actie voeren, betogen. Allemaal samen de verkaveling tegenhouden.”

Xavier en Francesco staan perplex. Ze vinden wel dat Jan ergens gelijk heeft: het pleintje en de straten moeten gered worden. Maar bij het horen van het woord betogen gaat hun aandacht weer volledig naar hun kunstwerk aan de draad. “Hang het eens wat hoger, Konijntje.”

Yvette komt binnen en vangt nog net het woord betogen op. Zij vraagt wie er voor wat gaat opkomen en Jan doet opnieuw zijn verhaal.

Met veel interesse luistert zij naar hem maar moet hem uiteindelijk teleurstellen: “Ik vind het een edele gedachte van jou, Jan, maar je weet toch dat ik niet zomaar mee kan gaan betogen. Ik moet ondergedoken blijven. Stel dat ze me oppakken, mijn vermomming zal snel opvallen en dan vlieg ik onmiddellijk in de cel.”

Ze kijkt Francesco aan die schijnbaar druk bezig is maar toch alles goed hoort. “Maar

Francesco, jij en Xavier kunnen toch een paar uur vrijmaken om te gaan betogen?”

“Betogen ligt niet in onze aard. Maar ik wil wel helpen. Ik beloof jullie een kunstwerk te maken in verband met de antiverkaveling.”

Jan en Yvette vinden het een reuze idee. Ze hopen met het kunstwerk de aandacht van de pers te kunnen trekken.

Nestor zit aan de tafel. Op het tafelblad liggen de rozenblaadjes netjes in doosjes. Eerst de rode roze kelkblaadjes en daarnaast de groene takjes. De grootste links en de kleinsten volledig rechts. De groene plastic topjes liggen apart in het doosje bovenaan. Op de grond staat een zak voor de gescheurde blaadjes. De laatste doos met satérozen is bijna afgebroken. Weldra kan hij aan het echte werk beginnen. De eerste echte kunstbloemen maken. Zijn eerste geld verdienen. Yvette enthousiast over de betoging vraagt aan Nestor of hij niet mee gaat betogen. Waarna Jan voor de derde maal met veel vuur zijn uitleg doet. Nestor denkt na. Hij zit met een dilemma. Hij wil dolgraag mee gaan betogen maar de bloemen moeten ook op tijd af zijn. Doordat de eerste dozen verkeerd waren gemonteerd moet hij nu alle bloemen demonteren en opnieuw monteren. Hij heeft nog geen enkele bloem volledig juist en af.

“Spijtig,” zegt Jan, “niemand wil echt iets voor de natuur doen. De natuur, onze toekomst en de toekomst van onze kinderen.”

“Oké,” zegt Nestor, “ik ga mee betogen als jij belooft mij daarna te helpen met bloemen te maken.”

Jan gaat onmiddellijk akkoord en samen beginnen ze plannen te maken, aangespoord door Yvette. “Er moet een spandoek gemaakt worden, slagzin gezocht en een echte aandachtstrekker, iets speciaals, maar wat?”

              Op het erf in een hoek ligt al de rommel van Jan op een hoop. Iedere maand op de dag van het groot vuil gaat hij met een oude stootkar de buurten af en laad alles op wat bruikbaar is. Thuis wil hij het altijd onmiddellijk weg stapelen maar dat komt er nooit van. De stootkar staat steeds overvol, de kasten, tafels en losse planken, oude lusters, een weegschaal, zelfs een plastic geraamte liggen kris kras op elkaar. Nestor heeft hem al duizend keer gezegd wat een rommelvent hij wel is en Jan belooft telkens weer op te ruimen maar verder dan een belofte komt het nooit. Francesco maakt regelmatig gebruik van die rommel en zoekt daar inspiratie en materiaal om zijn kunstwerken te creëren. Deze namiddag staat hij gebukt bovenop de rommel wanneer Jan het erf opkomt, op zoek naar verf en een oud laken om een spandoek te maken. “Francesco! Ben je weer meubels van mij aan het pikken? Dat is hier van mij en daar moet jij met je pollen afblijven. Ik blijf toch ook af van de prullen die jij maakt.”

Francesco voelt zich betrapt en smijt het apotheekkastje met een smak op de grond.

Het kleinood valt in kleine plankjes uiteen. Zonder iets te zeggen gaat hij van de werf af. Maar om de hoek blijft hij staan loeren. Jan neemt een schilderborstel een pot verf en een wit laken. Hij kijkt nog eens kwaad over het erf. Gelukkig kon Francesco tijdig wegtrekken. Even later ligt het erf er weer verlaten bij en Francesco roept zachtjes naar Xavier: “Xavier zie je dat oranje kastje en die oude matrassen staan? Wel loop vlug naar daar en breng het hierheen. Ik heb het nodig om dat project van de antiverkaveling. Maar zie dat Jan je niet ziet. Wees voorzichtig.”

              Enkele uren later heeft Francesco zijn kunstwerk klaar. Fier nodigt hij de drie krakers uit om het te komen bewonderen. Omdat ze denken dat het over de antiverkaveling gaat volgen ze vol verwachting de grootmeester. In het midden van de galerij ligt een stapel brandhout. Francesco houdt halt vlak voor de stapel en begint zijn kunstwerk te verklaren: ”Samenstellingen worden uitgewerkt door het ordenen van kleine eenheidsblokken. Sommigen zijn heel, andere slechts delen ervan. Zodoende ontstaan er verschillende gelijkwaardige talen. Elke constructie is vergankelijk en toch echt. “

“Voor mij is dat gewoon een stapel brandhout dat in as vergaan is als het straks is opgebrand,” zegt Yvette nonchalant.

“Is dit de antiverkaveling?” vraagt Jan volledig verrast.

“Neen, dit is niet de antiverkaveling. Ik had plots inspiratie voor iets anders. Dit noem ik ‘de warmte en de mens’”

“Zie je wel dat het brandhout is,” zegt Yvette voldaan.

“Kom,” zegt Nestor tot Jan, “we nemen onze spandoek en trekken naar het pleintje. En morgen gaan we bloemen maken. Je hebt het beloofd.” Jan, Nestor en Yvette verlaten ontgoocheld de galerij. Ze hadden wel wat meer medewerking van Francesco verwacht.

              De volgende morgen zit Jan met een verwilderde kop en kleine oogjes naast een goedgezinde Nestor. Vrolijk fluit hij een deuntje. “Die betoging was echt een succes. De burgemeester was onder de indruk van onze vreedzame maar efficiënte aanpak. Ik heb er een goed oog in.”

“Ik niet, dat gaat hier vooruit als bonen knopen,” antwoord Jan nog slaperig en telt voor de vierde maal de afgewerkte bloemen op tafel. “We zitten hier al van voor zeven uur deze morgen, het is nu kwart na acht. Vierentwintig bloemen in meer dan één uur. Ieder twaalf bloemen. Dat is vijf minuten per bloem. Dat moet sneller kunnen. We moeten in serie gaan werken. Eerst het één en dan het andere.” Hierbij legt Jan zijn bloem die hij in de maak heeft op tafel en denkt hardop na: “Als we nu eens eerst al de blaadjes van elkaar trekken? Er hangen steeds drie verschillend blaadjes aan elkaar. Om ze te kunnen monteren moeten we die altijd één voor één lostrekken. Als we nu eens eerst al die blaadjes van elkaar trekken en we steken die van dezelfde grootte bijeen in een zak. Dan hoeven we maar uit elke zak één blad te nemen naargelang we nodig hebben.”

“Niks van,” onderbreekt Nestor hem, “we hebben al één keer alles verknoeid en dit systeem werkt. Door de routine zal alles wel sneller gaan. We doen voort zoals we bezig zijn. En neem uw bloem terug vast, in plaats van het staan uit te leggen.”

“Zeg, ik wil toch alleen maar helpen, zeker.”

“Doe maar,” denkt Jan, “straks moet je toch boodschappen doen en dan heb ik het kot vrij.”

                           In de namiddag vervult Nestor zijn plicht en gaat zoals altijd naar de winkel.

Terwijl hij zijn jas aantrekt kijkt hij bezorgd naar Jan. “Jan, geen zotte kuren doen hé. Gewoon voort blijven werken. Je kunt als je doorwerkt zeker zeven of acht bloemen maken terwijl ik weg ben.”

“Ja, ja. Het is al goed. Maak mar dat je wegkomt.”

Zodra Nestor de deur dichtslaat maakt Jan van de gelegenheid gebruik om zijn plan door te drukken. Hij neemt de zak met groene blaadjes en trekt zo snel hij kan al de blaadjes van elkaar. Daarna neemt hij de rode kelkblaadjes en ook die trekt hij van elkaar. Vlug neemt hij de tweede zak met groene blaadjes en ook dan weer een zak met rode blaadjes.

              Yvette Francesco en Xavier zitten aan tafel. Zij wil met Francesco over muziek praten maar de kunstenaar kan alleen maar over beeldende kunst spreken. Zij beschrijft de door merg en been dringende klanken van een saxofoon en Francesco ziet enkel de mooie vormen van het instrument. Xavier zit erbij en luistert alleen maar. Yvette denkt met heimwee terug aan de tijd met haar saxofoon. Het is het enige wat zij meegebracht heeft toen ze naar het kraakpand kwam.

Jan heeft intussen drie zakken van de groene blaadjes en twee zakken van de rode kelkblaadjes uiteengetrokken, “Nestor zal nu wel moeten toegeven dat zijn idee niet zo slecht was. Denkt hij tevreden. Straks kunnen ze de blaadjes zomaar uit de zakken nemen zonder ze eerst te moeten vaneen trekken.“

              De buitendeur naar de keuken gaat open en een vrouw komt binnen. “Zijn jullie de betogers om het tinnengat te behouden?”

“Ja, en wie ben jij?”

“Ik ben de maatschappelijke werkster van de gemeente hier. De poort staat open en daarom kom ik maar langs achter binnenvallen. Ik heb goed nieuws voor jullie. Het

Tinnengat blijft! De burgemeester heeft de verkaveling afgeblazen.”

Bij deze woorden krijgt Jan de tranen in de ogen: “Kom vlug in de woonkamer dan vertellen we het aan de anderen.”

Yvette kan een gilletje niet onderdrukken. De vrouw vertelt verder:

“Toch niet te vroeg victorie kraaien want er is een maar aan.”

“Zeg maar, wij zijn tot alles bereid,” antwoordt Jan grootmoedig.

“Luister! Jullie moeten bewijzen dat het pleintje echt nuttig voor de gemeente kan zijn. Dat wil zeggen jullie richten een speelhoek in met speeltuigen en ook een bank voor de ouders. Jullie krijgen een budget en verder de vrije hand. Maar let wel indien het resultaat niet voldoet wordt de verkaveling terug herzien.”

Iedereen is enthousiast. Zelfs Francesco wil zijn kunstwerk nog afmaken en het tentoonstellen op het pleintje. Met deze woorden gaan Francesco en Xavier naar de galerij. De maatschappelijke werkster gaat langs de keuken terug buiten. In de keuken blijft ze voor de zakken met bloemen staan en roept naar binnen: “Zijn dat kunstbloemen die jullie aan het maken zijn?” Jan en Yvette komen ook naar de keuken.

“Die heb ik wel duizenden gemaakt in de tijd. Om een reis naar Lourdes te kunnen bekostigen,” vervolgt de vrouw, “voor een groep gehandicapten. Een goed werk. Ik maakte in die tijd driehonderd bloemen per uur. Er waren vrouwen die er zelfs driehonderdveertig op één uur ineenstaken. Wacht ik doe het even voor. Maar waar is het machientje?”

“Machientje? Welk machientje? Moet er een machientje zijn?” Vraagt Jan volledig onthutst.

“Natuurlijk is er een machientje. Het wordt er altijd bijgeleverd. Zonder machientje is het gewoon niet te doen.”

Yvette kijkt Jan aan en vraagt: “Zou Francesco er toch niet mee weg zijn?” “Stel je voor. Het zit misschien wel in één van zijn kunstwerken. ‘De technici en een bloem’, of zoiets.”

De twee vrouwen en Jan haasten zich naar de galerij en vinden Francesco in druk gesprek met Xavier. Vóór hen staat een kruiwagen met daarop een spade, een riek, een rijf en een kolenschop. Alles met hun steel omhoog. Bovenop de vier stelen staat een kinderfietsje gemonteerd met op het zadel een ijzeren toestelletje. Een basisplaat met daarop een buisje gelast. In dat buisje zit een veertje met een pinnetje op gemonteerd.

“Daar staat het,” roept de maatschappelijke werkster opgelucht, “daar op het zadel van het fietsje.”

Jan wil het onmiddellijk nemen maar wordt tegengehouden door Xavier: “Afblijven, dit is een creatie van de meester. ‘De anti moderne techniek’.” « Alles is anti bij uw grootmeester,” concludeert Yvette.

Jan gaat voor Francesco staan en kruist zijn armen. “Dit hier is een creatie van Francesco de grootmeester en die fiets is eigendom van Jan de klusjesman. En die spade ook, en die rijf ook en die moderne techniek hier allemaal is van Jan de klusjesman en jij kunt nu kiezen: ofwel sleur ik alles uiteen en neem alles mee terug ofwel geef jij mij onmiddellijk dat ‘anti modern techniek toestel’ op die fiets terug. Wat kies je?” “Konijntje, geef dat ijzeren onding maar terug. Ik zei daarstraks al dat er iets bij zat dat niet paste.”

Xavier gaat op een stoel staan en probeert het machientje van het zadel af te trekken. Maar Francesco heeft het goed vastgelijmd en het wil niet zo goed lossen. Xavier geeft er een stevige ruk aan en valt achteruit. Het hele gevaarte valt als een puinhoop in elkaar. Jan en Yvette proesten het uit van het lachen. De maatschappelijke werkster kan slechts met moeite haar lach bedwingen. Met een reflex neemt Jan het bloemenmachine en gaat met geheven hoofd terug naar binnen.

“Zo laat nu maar eens zien wat je kunt,” vraagt Jan aan de vrouw terwijl hij fier de zakken met de uiteengetrokken blaadjes voorschuift.

“Hebben ze dat zo afgeleverd bij jullie?”

“Neen dat is mijn werk. Ik heb ze voor jou allemaal al vaneen getrokken.” De vrouw kijkt even rond en ziet nog enkele originele zakken staan. Ze schuift de zakken van Jan opzij en zet een zak met blaadjes en een zak met kelkblaadjes naast haar. “Kijk!” zegt ze terwijl ze een groen topje neemt en het op het pinnetje van het machientje zet. “We nemen een topje en zetten het met de rand naar onder op dit pinnetje. Dan nemen we een rood kelkblaadje. Er zitten drie blaadjes aan elkaar, goed voor één roos, het kleinste met het gaatje over het groene topje met een ruk breekt het af van de twee andere blaadjes, het volgende blaadje over het topje, weer afbeken en tenslotte het laatste blaadje. Hetzelfde doen we met de groene blaadjes. Steel erop en de eerste bloem is klaar. Dit was traag. Maar nu laat ik jullie zien hoe vlot het kan gaan.”

Jan neemt zijn horloge en telt af. Twaalf seconden later is de eerste bloem klaar.

“Ongelooflijk,” zegt hij, “mag ik eens proberen?”

“Natuurlijk, moeilijk is het niet. Enkel wat routine en jij kunt dat ook in twaalf seconden.”

Jan zet zich achter het toestel en twintig seconden later is zijn bloem klaar.

“Dat is vijftien maal sneller dan mijn record. Hoe kan ik je bedanken? Je bent vandaag tweemaal onze reddende engel. En wees gerust; van het pleintje maken wij een juweeltje. Zeg dat maar tegen de burgemeester.”

              Een half uur nadat de maatschappelijke werkster het pand verlaten heeft, komt Nestor met zijn boodschappen binnen. Jan legt de gemaakte bloemen vlug opzij, schuift het machientje onder een doos.

“Wel Jan moet jij geen bloemen maken? Wij hadden toch een afspraak!”

“Och maat, ik heb er een studie van gemaakt. Hoeveel bloemen doe jij op een uur?” “Iets meer dan twaalf, nu nog, maar met wat meer routine worden dat zeker veertien stuks.”

“Dat is ongeveer vijf minuten per bloem. Wel ik maak er twee per minuut.”

“Zo een praat heb ik nog nooit gehoord. Zelfs aan de toog niet.”

“Wedden we?”

“Wel ja, als jij er voor zorgt dat ik er ook twee per minuut kan maken dan hoef jij mij niet meer te helpen.” “Voor geen enkele bloem?”

“Voor geen enkele bloem!”

“Vanaf nu?”

“Vanaf het moment dat je het mij geleerd hebt.”

“Oké afgesproken. Yvette jij bent mijn getuige.”

Jan neemt met trillende handen het machientje van onder de doos.

“Wat is dat, waar komt dat vandaan?”

“Ssst. Zwijg, kijk en leer.”

Jan begint zijn bloemen te maken en na de vijfde bloem heeft hij nog maar vijftien seconden nodig. Nestor weet niet wat hij ziet. Razend enthousiast vraagt hij:

“Laat mij dat eens proberen?”

“Ja, maar indien je er twee per minuut maakt dan is mijn taak gedaan. Dan moei ik mij er niet meer mee. Akkoord?” “Ga opzij jong, laat mij dat proberen.”

“Aan jou de eer.”

Nestor begint, de eerste bloem gaat wat moeilijk maar daarna gaat het steeds beter. Na de zevende bloem breekt hij het record. Veertien seconden. Jan wrijft in zijn handen. “Zo mijn taak zit erop voor de rest van mijn leven. Nu iets anders. De maatschappelijke werkster is hier geweest, het tinnengat mag blijven. Maar er is wel een voorwaarde. Wij allen samen, dus jij ook, moeten van het pleintje een echt juweeltje maken zodat de gemeente fier kan zijn op haar pleintje. Het moet zo gezellig en mooi worden dat de reisbureaus het in hun brochures gaan zetten. Francesco wil ook helpen door een kunstwerk van hem op het grasveld tentoon te stellen. Jij gaat toch ook helpen hé?”

“Na uw hulp ben ik dat wel verplicht. Ik kan nu bloemen maken tegen honderd in het uur.”

“Ja, nog iets,” voegt Jan eraan toe, “we krijgen een budget toegewezen. Maar ik heb materiaal genoeg staan in de hof en op mijn stootkar. Dus het volledige budget steek ik in de leefpot. En Yvette jij gaat voortaan terug mee afwassen. Want mijn eerste bijdrage in de leefpot wordt kortelings gestort.”

“Oké, oké. Je hebt gewonnen. Het geluk is voor rare mensen.” Plots ziet Nestor de zakken staan met de afgetrokken bloemen.

“Wat is dat daar? Wie heeft dat gedaan? Zo kan ik die toch niet gebruiken, nu moet ik zes keer uit een zak pakken om één bloem te maken in plaats van twee keer.” Maar Jan hoort dat laatste niet meer, want hij loopt vlug naar buiten en roept over Nestor heen:

“Ik heb met die bloemen niets meer te maken. Dat heb jezelf beloofd. Ik ga een picknicktafel maken voor het tinnengat, want Mieke komt volgende week.” “Wie is Mieke?” vraagt Yvette terwijl ze met hem mee loopt.

“Mieke is de maatschappelijke werkster van daarstraks.”

“Amaai, zo familiair al? Heb je soms iets met haar?”

“Neen, maar ik zag haar naam toevallig op een kaartje staan. Mieke en nog iets, maar dat kon ik niet snel genoeg lezen.”

“Dat naamkaartje was toch van haar?”

“Ik denk dat, ja. Ik blijf ze toch Mieke noemen.”

“En, wat komt Mieke dan doen?”

“Wel ik heb met haar afgesproken dat wij samen naar het pleintje zouden gaan om te bespreken hoe we het allemaal gaan doen.”

“Dat is een goed idee. Misschien kunnen we allemaal wel meegaan.”

“Zou je dat wel doen Yvette? Zie dat er foto’s of zo gemaakt worden. Als iemand je herkent en ze vinden je, wat dan?”

“Ik zet mijn rosse pruik op en met mijn uilenbril kent niemand me nog.”

              Een week later wandelen Jan, Yvette, Nestor, Xavier, Francesco en Mieke samen naar het pleintje.

Yvette heeft voor alle veiligheid haar pruik en uilenbril opgezet. Er wordt druk gepraat over de toekomst van het pleintje. Plots neemt Xavier het woord:

“Wij hebben een verrassing voor jullie. Mijn meester heeft zijn belofte gehouden en een kunstwerk gemaakt. Deze morgen heeft hij het op het pleintje geplaatst. Het heeft iets met een spiraaltje te maken.”

Mieke houdt bruusk haar pas in. “Zeg, er komen kinderen op het pleintje. Er is toch niets onzedelijks bij? Want met die kunstenaars weet men maar nooit.”

Francesco stelt Mieke onmiddellijk gerust: “Mijn kunstwerk heeft niets met het spiraaltje te maken waar jullie aan denken. Het is een protest op de verkavelingen. Een spiraal richt onze aarde naar de zelfvernietiging. De vrijliggende stukken grond worden verkaveld en verbouwd en kunnen daarna niet meer gebruikt worden om tot meer ecologische redenen aangewend te worden.”

Mieke fronst haar wenkbrauwen. “Ja, dat men ze wil verkavelen dat weet ik al, maar wat heeft die spiraal daar mee te maken?”

“De spiraal wijst in de richting van de zelfvernietiging. Even geduld nog, zo dadelijk zien we het tinnengat en dan kun je mijn kunstwerk bewonderen.”

Even later draaien ze de hoek om en allen, behalve de twee kunstenaars, blijven versteld staan: Tafels, oude matrassen, ketels, pannen, kapotte deuren, scheve schuiven, een verroeste fiets, autozetels en stukgeslagen stoelen liggen verspreid over het pleintje. In de drie hoeken staat een veer uit een oude matras recht op de grond. Yvette proest het uit. Mieke durft Francesco niet aan te kijken.

“Inderdaad dit stuk grond kan door niets anders nog gebruikt worden. Er is zelfs geen ruimte om een schommel te plaatsen, laat staan een heel speeltuintje met picknickbank en al.”

Jan staat onthutst te kijken naar zijn meubelen en mompelt: “Mijn meubelen, mijn meubelen. Allemaal kapotgeslagen.” Hij slaat zijn handen voor zijn gezicht, heel even maar. Dan vliegt hij op Francesco en grijpt hem bij de keel. “Mijn meubelen moeten terugkomen en er moet plaats vrijkomen voor de speeltuigen en voor de picknicktafel. Heb je mij verstaan? Stuk kunstenaar van niks.”

Xavier grijpt Jan bij zijn schouders. “Mijn meester is geen kunstenaar van niks. Hij is een grootm…”

Jan draait zich om en geeft Xavier een stomp op zijn oog zodat hij op de grond valt. Francesco wil Jan slaan maar Mieke komt tussenbeide. “Vrienden, het is gedaan. Ik zal jullie wel zeggen wat er moet gebeuren. Of willen jullie alles zien verkavelen?” Jan laat Francesco los en Xavier wordt recht geholpen door Yvette en Nestor. Mieke gaat naar de oude matrassen. “Deze dingen moeten weg. In die hoek komt een nieuw kunstwerk, een veel kleiner en enkel met harde materialen die niet kunnen rotten. Daar aan die kant komt de picknickbank en de rest is voorbestemd om de speeltuigen te plaatsen. Over enkele weken spreken we terug af voor een evaluatie.” Francesco gebiedt aan Xavier dat hij alles weer terug moet dragen naar de galerij. Jan verbetert Francesco door te zeggen dat alles terug op de plaats moet gelegd worden waar ze het genomen hebben, waarop Francesco hem goedschalks een glimlach toezendt.

              Twee dagen lang regende het pijpenstelen. Deze voormiddag is het eindelijk wat zachter gaan regenen. Zo een vuil miezerig weertje waar je uiteindelijk doornat van wordt. Jan staat in de hof en timmert een schommel in elkaar. Hij heeft een kast en een tafel afgebroken om aan het nodige hout te komen. De wrevel tussen Francesco en hem is nog altijd goed voelbaar. Hij is te koppig om aan Francesco te vragen in de galerij zijn speeltuigen te mogen afmaken. Yvette heeft hem al verweten kinderachtig te zijn, maar toch brengt zij hem af en toe een warme kop koffie.

                            Francesco is samen met zijn compagnon aan een volgend kunstwerk bezig.

Hij heeft een vogelkooi zien liggen tussen de rommel van Jan. Al drie keer heeft hij Xavier erop uitgestuurd om te zien of Jan nog altijd op de werf was. Francesco zijn geduld is ten einde. “Konijntje, ga naar Jan op de werf en vraag hem heel vriendelijk of wij die vogelkooi mogen hebben.”

Xavier doet alles voor zijn meester en als een brave soldaat gaat hij naar buiten. “Jan, de grootmeester wil graag de vogelkooi daar hebben, ik mag die toch wel meenemen zeker?”

“Vogelkooi? Gaat hij jou in een kooi zetten? Dat hij maar naar de zoo gaat, daar zijn kooien genoeg.”

“Moet ik mijn leermeester dat zeggen?”

“Zeg hem wat je wilt, maar van mijn gerief blijft hij af.”

Terneergeslagen draait Xavier zich om en gaat terug naar de galerij om de boodschap over te brengen.

Yvette staat vanuit het raam de gebeurtenissen gade te slaan. Zij neemt een paraplu en gaat naar Jan.

“Wel Jan wat was dat allemaal? Zouden jullie niet beter overeenkomen in plaats van elkaar de duvel aan te doen? Als jij eens wat toegeeflijker zou zijn dan mag jij misschien wel in hun atelier werken. Daar sta je droog.”

“Ik moet niet droog staan.”

“Heb je al eens gedacht welke kleur je de schommel gaat geven?”

“Rood, dat zien alle kinderen graag.”

“En gaat dat in die miezerige regen?”

“Er zijn betere omstandigheden.”

“Jan, wees redelijk, kom toch overeen, zodat iedereen er baat bij haalt.”

“Ik ga niet smeken aan die omhooggevallen rommelmaker.”

“En als ik nu eens voor jou ga onderhandelen?”

“Phoe! Allez, ja goed, omdat jij het bent. Die rommelmaker mag hier wat materiaal komen halen, maar hij moet eerst vragen wat hij wil hebben. En in ruil mag ik in zijn atelier werken voor de speeltuigen van het pleintje.”

Een kwartier later staan de twee rivalen naast elkaar te werken in de galerij. Af en toe gaat Francesco naar de hof iets bruikbaars zoeken en dan doet hij teken aan Xavier die het dan weer aan Jan moet gaan vragen. Om zijn wit kostuum niet te bevuilen doet Xavier telkens zijn werkhandschoenen aan en draagt uiterst voorzichtig de stukken één voor één naar binnen. Op zeker moment staan Jan en Xavier samen buiten voor de kapotte tafels, kasten en andere rommel. Naast hen heeft de aanhoudende regen een grote plas gevormd. Jan neemt een losse plank, bekijkt ze even. “Deze is te lang,” zegt hij tegen zichzelf en gooit de plank naast hem weg. De plank valt in de plas en het vuile water spat omhoog. Enkele druppels spatten op Jan zijn broek en een hele veeg tegen Xavier zijn pak. Xavier springt opzij, schuift uit en valt in het slijk.

“Nu kan je zelf mee in het kunstwerk gaan staan,” schertst Jan.

“Dat is jouw schuld! Jij gooit alles zomaar weg zonder te kijken waar het heen vliegt.”

“Man doe werkkleren aan in plaats van dat bakkerskostuum.”

“Dat is geen bakkerskostuum, dat is een Corneliani van Hugo Boss.”

“Ah, dan kun je er nu gerust mee in het bos. Het is toch al vuil.”

              Enkele weken later breekt de grote dag aan. Het pleintje wordt ingehuldigd. De speeltuigen zijn al geplaatst. Op de stootkar werd het kunststuk van Francesco geladen en afgedekt met een groot wit laken. Yvette heeft voor de gelegenheid haar pruik opgezet en een grote zonnebril verstopt haar blauwe kijkers. Een diep uitgesneden decolleté moet de aandacht afleiden. Aan het pleintje wordt het werk van de meester afgeladen en in de aangewezen hoek geplaatst. Xavier zorgt nauwlettend dat het kunststuk mooi onder het laken verstopt blijft. Mieke is ook komen kijken om zeker te zijn dat alles tegen de opening in orde zou zijn. Er wordt een biertje gedronken en iedereen is goedgezind. Plots neemt Jan Yvette vast en zet haar op de stootwagen, Mieke wordt door Nestor naast Yvette gezet; Jan springt ook op de stootkar. Yvette neemt haar saxofoon en Jan zijn trompet. De drie mannen duwen de stootkar door de straten en zingen: “En dat we toffe jongens zijn…” Mieke slaat de maat.    Tegen twee uur in de namiddag zijn ze allen terug op het pleintje. Yvette met haar pruik en Xavier in zijn Corneliani pak. Francesco en Jan dragen een lange stofjas. Met dit verschil dat Jan een korte short onderaan heeft terwijl Francesco een lange jeans draagt. Van Yvette moet Jan een das aan doen, die draagt hij boven zijn T-shirt. De burgemeester doet zijn toespraak, knipt het lint door en onthult het meesterwerk van Francesco: een mini houten wipplank met aan de ene kant een papegaaienkooi met daarin een fles whisky. Aan de andere kant staat een bakje met blauwe vergeet mij nietjes ingeplant. Xavier legt uit: “De geest gevangen in zijn eigen kooi wordt in evenwicht gehouden door het leven.”

Met luid applaus worden de champagneflessen geopend. Natuurlijk spelen Yvette en Jan weer de nodige muziek. Het pleintje is gered.

              Drie dagen later is Yvette de tafel aan het afruimen. Want afspraak is afspraak. Zij helpt terug mee in het huishouden. Jan komt binnen. “Op wat trekt dat nu. Het zijn allemaal dezelfde. Die bureaucraten.”

“Wat scheelt er Jan, je bent toch gaan ontvangen bij Mieke, uw vriendin?”

“Mieke, Mieke, zeg maar Mie. Ik bracht de rekening binnen en ze vroeg de bonnetjes van de aankopen. Ik heb alleen maar wat nagels gekocht, de rest komt uit mijn stootkar. Negen en negentig cent. De nagels stonden in reclame. Ik kreeg één euro van haar en omdat ik niet kon teruggeven mocht ik het overschot houden. Die euro voor die nagels heb ik dan nog geleend van Nestor. Die moet ik teruggeven.”

“Als ik het goed begrijp leg jij dan niets in de leefpot?” “Van wat zou ik? Ik had gerekend op minstens tweehonderd euro en wat krijg ik? Niets. De rotzakken.”

“Dan betekent dat, dat ik niet meer moet afwassen? Jan, de afwas staat voor jou. Het water is nog warm. Je kunt er onmiddellijk aan beginnen.”

“Ik moet eerst naar Nestor. Zijn geld teruggeven.”

Yvette knippert met haar ogen. “Nestor? Die is bezig aan een heel vervelend werk. Ik zou hem maar niet storen. Hij zei daarstraks dat iemand hem een ferme loer gedraaid heeft. Hij is de laatste bloemen aan het maken, maar al die blaadjes zijn al van elkaar getrokken en ze liggen allemaal nog eens dooreen ook. “Heel slordig gedaan,” zei hij. Hij is al twee uren aan het sorteren. Weet jij daar soms iets van?”

“Ik ga eerst afwassen, Nestor wil ik nu niet storen.”

 

06-05-2020 om 08:21 geschreven door Bart

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
>> Reageer (0)
05-05-2020
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.deel 1/12 Raket met duizend gezichten.
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Raket met duizend gezichten.

%%%FOTO1%%%

Deel 1.

Saterozen.

              Jan fietst in zijn korte short door de Dorpstraat. De punten van zijn stofjas plakken nat aan zijn billen. Hij had de tijd niet genomen om te schuilen. Enkele kinderen die in een plas spelen wijzen hem lachend na: “Kijk,” joelen zij, “die vent heeft geen broek aan.” Jan doet alsof hij niets hoort. Hij houdt zijn aandacht op de twee zakken die aan zijn stuur bengelen. Hij wil zijn nieuwe aanwinst niet laten botsen. Het plastic zou kunnen barsten.

              De foto in het boek eist haar volle aandacht. Toch vindt ze deze de meest lachwekkende van allemaal. Spullen die zij normaal in de vuilbak kiepert zitten hier netjes aaneengelijmd en vormen samen één geheel. Kunst noemen ze dat! Een kleuter kan beter. “Toch moet het kunnen,” denkt ze. Ze heft haar blonde hoofdje even omhoog, maar de woorden onder de foto trekken opnieuw haar aandacht. ‘Niet alleen het object, maar ook de omgeving draagt bij tot het slagen of niet slagen van een kunstwerk.’ Zachtjes sluit ze haar ogen en de woorden sijpelen langzaam dieper, wilde plannen worden stukje bij stukje vastgelegd. Ze is zo diep in haar lectuur verzonken dat zij de laatste nieuwe hits niet eens hoort. De radio staat nochtans op tien.

Dat kan ze, de muziek keihard en toch met volle aandacht een boek lezen.

De livingdeur vliegt open en botst met een klap tegen de muur van de bergplaats. Jan probeert ze nog snel tegen te houden maar door naar de klink te grijpen rijst een plastic zak uit zijn handen. De zak met de koffiezetter klettert tegen de stenen vloer. Een droge knak doet hem beseffen dat iets breekt. De harde vloek doet dan ook niet op zich wachten. Hij kijkt naar de tafel en zucht. Met zijn vrije hand veegt hij de borden, koppen en vorken opzij. De tweede plastic zak die hij nog in zijn hand heeft zet hij op de vrijgekomen plaats. Weinig hoopvol bukt hij zich om de andere zak op te rapen, kijkt er even in en zet die dan ook op tafel.

“Wat een lawaai, dat horen ze tot op de hoek van de straat.” Jan probeert boven de bonkmuziek uit te komen en dat lukt hem zelfs, maar Yvette merkt er niets van. Schijnbaar slapend zit ze rustig met gesloten ogen in haar zetel, maar het boek in haar handen zit zo geklemd dat zelfs een slaapwandelaar het niet zou kunnen nadoen. In lange pas gaat hij naar de radio en draait de volumeknop met een ruk linksom. De harde metalen klanken blijven even luid zijn oor doorboren. Het kreng wil gewoon niet stiller.

“Wat een rommel,” mompelt hij en bonkt tweemaal op de houten kast. De radio valt stil. Yvette draait rustig een bladzijde om en leest de commentaar van de criticus. Jan staat weer terug aan de tafel en schuift nog wat borden opzij. Hij neemt de tweede koffiezetter uit de zak: “Yvette, ben jij ooit op een rommelmarkt geweest?” Glunderend kijkt hij naar zijn aanwinst. Yvette ligt alweer met gesloten ogen op de bank.

“En volk dat er was,” vertelt Jan verder. “Je kon er over de koppen lopen. Op sommige momenten was het onmogelijk om bij de kramen te komen. Een duizendste luk dat ik dit hier nog gevonden heb. Ik vroeg nog garantie maar dat geven ze natuurlijk niet op een rommelmarkt.”

Yvette opent haar ogen. “Hoeveel geld heb je gekregen om die rommel mee te nemen?”

“Gekregen, gekregen. Ik stond aan de andere kant van de kraam, daar moet je betalen. Maar van die twee maak ik ene goede.” Fier heft hij een koffiezetter omhoog. Een snoer waarvan de stekker ontbreekt, bengelt aan het toestel. Enkele druppels bruin vocht druipen langs de draad naar beneden en petsen op de tafel.

“Twee euro.”

Voorzichtig zet hij het vuile ding weer neer en neemt het tweede toestel van de tafel. Snel draait hij de verse barst in het omhulsel naar hem toe en heft het ding ook in de hoogte: “Twee en een halve euro. Met de stekker er nog aan.”

“Had die rommel maar laten liggen. Je had dat geld beter in onze leefpot gestoken.” Voordat Jan kan antwoorden springt de radio weer keihard aan en een schrille vrouwenstem krijst: “ I want, you will hear me.” Jan smakt de koffiepot op de tafel, het gebarsten stuk plastic springt los en valt verloren op de stenen vloer. In drie passen is hij in de hoek en bonkt tweemaal hard op het houten meubel met als gevolg dat een luid irriterend gebrom de kamer vult. Yvette staat rustig op en wandelt naar de hoek van de kamer bukt zich en trekt de stekker uit de contactdoos. Stilte!

“Nog zo een prachtoccasie. Rommel waar je vijf euro voor betaald hebt. Daar hadden we ook beter brood van gekocht.”

Maar Jan wil liever een ander onderwerp aansnijden en vraagt snel: “Wat ben je aan het lezen? Hé, je hebt de tafel nog niet afgeruimd. Het was toch uw beurt vandaag!” “Geen roman zoals je zou denken, maar een boek over Kunst. ‘KUNST EN ZIJN

OMGEVING’ Daar ga ik nog geld mee verdienen. Veel geld.”

Jan neemt een hamer en klopt zachtjes op het deksel van een koffiezetter.

“De enige juiste plaats voor kunst is op het containerpark.” Het deksel barst en splitst in drie stukken. “Kunst is tijdverspilling en kunstenaars zijn allemaal armoezaaiers. Als ze dood zijn geven andere zotten, kunstkenners zogezegd, miljoenen voor een stuk doek met hier en daar een streep verf op. Pure geldverspilling.” De drie stukken van het deksel schuiven over de grond.

Met een strijdlustige blik springt Yvette recht. “Twee versleten, vuile koffiezetters, dat is pas geldverspilling. En wil ik eens wat zeggen: de enige die hier geld binnenbrengt dat ben ik. Waarom zou ik hier dan staan afwassen en de tafel afruimen? Wanneer iemand de tafel nodig heeft, dan moet hij zelf maar afruimen. En dan kan hij ineens afwassen ook.”

“Bij jou is het ook maanden geleden dat je nog iets in de leefpot gestoken hebt. We zijn bijna blut. En daarbij ik werk toch ook.”

“Werken? Jij werken? Dat is nieuw.”

“Ah wel ja, ik werk. Koffiezetters herstellen. Als ik van deze twee er ene goede maak dan verkoop ik die en van dat geld koop ik weer twee kapotte en dan herstel ik die weer en dan verkoop ik die weer en dan koop ik…” “Vergeet maar geen adem te halen anders stik je nog.”

“Och ja, lach er maar mee.”

Yvette gaat recht voor hem staan en kijkt hem vrank in de ogen. “Waarom zou ik er niet mee lachen? Jij koffiezetters maken van die rommel daar?“ Venijnig wijst ze naar de tafel. “Zie maar dat ze niet ontploffen.” Even wacht ze, maar voordat Jan kan antwoorden zegt ze uitdagend: “Wel, ik maak een akkoord met jou. Ik zal terug in het huishouden helpen vanaf het moment dat jij je eerste euro verdiend hebt. En nu, trek maar je plan met de afwas en de tafel afruimen. En naar de winkel ga ik al lang niet meer. Saluut.”

Yvette gaat terug liggen en verdiept zich weer in haar boek. Jan begrijpt dat de discussie afgelopen is. Verslagen ruimt hij de tafel af, gaat naar de keuken en zet zich aan de afwas.

Nestor komt langs achter de keuken binnen. Onmiddellijk controleert hij de kamer. De kastdeur staat half open, de pan steekt met haar steel uit over het vuur, een keukenhanddoek hangt verfrommeld aan het rek, de anderen liggen verspreid over de grond. Hij kijkt naar de afwasbak, het schuim rijst boven het aanrecht uit.

Eerst hangt Nestor de handdoeken netjes geplooid over het rek en strijkt met zijn hand de laatste rimpels glad, hij sluit de kast en geeft de pan een kwartdraai zodat die weer veilig op het vuur staat. “Jan, je gebruikt te veel zeep. Je hebt meer schuim dan water. Trouwens wat sta ‘jij’ hier te doen? Is Yvette ziek? Het is toch haar beurt vandaag om af te wassen?”

“Nee, Yvette is niet ziek, ze had geen tijd.”

“Hoe geen tijd? We hadden toch een afspraak!”

Jan zucht: “Ze wil niet meer meedoen.”

Nestor neemt de moor van het vuur en vult hem met water. Met het schotelvod kuist hij zorgvuldig de onderkant af en zet de moor weer op het gasvuur. “Hoezo niet meer meedoen? Wilt ze weg? Heeft ze een andere woonst gevonden?”

Jan grist ruw een handdoek van het rek. Eén valt er op de grond, de andere hangen weer scheef en schots te dansen.

“Bijlange niet, waar zou ze naartoe gaan. Ze is hier veilig. Wie gaat er nu een computerspecialiste zoeken in een kraakpand.”

Nestor schuift de handdoeken weer zorgvuldig op het rek en wrijft zorgvuldig met zijn hand erover en begint te mompelen meer tegen zichzelf dan tegen Jan: “Ik kan dat zo niet zien liggen, ik zou wel willen maar dat moet allemaal in orde zijn.” Hij raapt de handdoek van de grond. Terwijl hij deze op het rek hangt beseft hij dat hij het vuur nog niet aangestoken heeft. Automatisch kijkt hij over zijn schouders maar ziet geen lucifers op de kast liggen. Hij wrijft met zijn linkerhand de plooien van de handdoek glad, trekt enkele schuiven open nog steeds op zoek naar stekskes, hij snuffelt op het aanrecht en kijkt vragend naar Jan. Maar Jan zit met zijn gedachten ver in het verleden. Ooit lang geleden heeft hij ook nog computers verkocht. Yvette kwam toen af en toe in de winkel. Op zekere dag vertelde zij hem dat ze saxofoon speelde, als hobby. Met een glimlach denkt hij aan zijn trompet die nu naast zijn bed staat. Het is het enige dat hij meegebracht heeft naar het kraakpand. Zijn enige troost en vriend nadat zijn vrouw hem verlaten had.

“Jan, voor de derde maal, weet jij waar de lucifers zijn? Ze liggen weer niet op hun plaats.”

Jan schrikt op en kijkt vluchtig rond. Hij gooit de handdoek op de kast die prompt van het blad afrijst, onverschillig voelt hij in zijn zakken. Nestor neemt als een robot de handdoek van de grond, vouwt hem netjes op en hangt hem aan het rek. Met zijn rechterhand wrijft hij hem extra glad. Jan heft een nog natte pan op en vindt de lucifers drijvend in het sop. Hij draait zich stilletjes met zijn rug naar Nestor, schudt de druppels van het doosje, wrijft het droog over zijn stofjas en geeft het aan Nestor.

“Binnenkort eten we netelsoep in plaats van tomatensoep met balletjes,” waarschuwt Jan hem terwijl hij zijn handdoek terug wil nemen. Te laat, Nestor had hem al gevonden. Ruw neemt Jan een nieuwe handdoek van het rek. Weer komen er enkelen mee en schuiven van het rek op de grond. Nestor bukt zich al maar Jan roept: “Laat die nu maar liggen. Die raap ik straks zelf wel op.”

Nestor kan het niet laten. Hij raapt de handdoeken op, plooit ze netjes in drieën en hangt ze weer aan het rek. Met zijn hand wrijft hij de plooien glad. “Wat bazel jij nu allemaal. Netelsoep in plaats van tomatensoep met balletjes? Heb je soms ruzie gehad met Yvette?”

Jan draait zich om en zet een afgedroogd kopje in de kast. “Ruzie, nee eigenlijk niet. Ik zei alleen dat de tafel nog niet afgeruimd was en ze was precies op haar teen getrapt.”

Nestor neemt het kopje en zet het op het juiste schap. “Ja Jan, maar HOE heb je dat weer tegen Yvette gezegd? Je weet toch dat ze niet gecommandeerd wil worden.

Heb je dat wel vriendelijk genoeg gevraagd? Weet je wat, ik zal eens een heerlijk potje koffie zetten. Met kokend water en een oude koffiebeurs, de enige echte koffie.” Jan geeft de koffiepot aan Nestor: “Nog altijd op grootmoeders wijze zeker?” grinnikt hij.

Minutenlang blijft het stil. De moor begint te zingen en Nestor giet het hete water in de beurs. Heerlijke dampen stijgen op en vullen de keuken. Jan neemt een kop en begint die af te drogen: “Deze morgen ben ik naar de rommelmarkt geweest. Toen ik thuis kwam was ik kletsnat van de regen, mijn kleren plakten aan mijn lijf, het water stond in mijn schoenen en mijn nat haar droop voor mijn ogen. Ik stond daar in de woonkamer met twee plastic zakken in mijn handen die ik kwijt wou maar de tafel was nog gedekt. De radio stond keihard en madame lag met haar luie kont in de zetel rustig een boekje te lezen. Dan moet je lief en vriendelijk blijven: ‘Yvetteke ben je de tafel niet vergeten af te ruimen, mijn kind? Nee, ik was niet vriendelijk. Ik vroeg haar om plaats te maken, maar mijn stem was niet luid genoeg. De radio stond op tien. Ik nam de twee zakken in mijn linkerhand en draaide de volumeknop linksom. Zonder resultaat. De beat bleef om mijn oren slaan. Ik bonkte wild met mijn vrije vuist op de radio die plots stilviel. Oef! Stilte. Ik schoof wat borden en pannen opzij zodat ik wat plaats kreeg voor mijn nieuwe aanwinst, want ik had die twee zakken nog steeds vast in mijn linkerhand. Ik begon te vertellen over de rommelmarkt maar ze onderbrak me en vertelde me droogweg dat zij de enige is die geld binnenbrengt en dat zij geen huishoudelijk werk meer wil doen. Niet koken, niet afwassen, niet kuisen, kortom niets meer.”

Droevig zet Jan de afgedroogde kop op het schap. Nestor neemt de kop en zet die een schap hoger, op het juiste schap. Plots ziet hij het, het bord naast de ondertassen. Brokken etensresten hangen nog aan de onderkant vastgeplakt. Moedeloos neemt hij het bord uit de kast en schudt meewarig met zijn hoofd.

“Niets meer, hoor je dat, ze doet niets meer,” herhaalt Jan.

“Ja, ja ik heb je wel gehoord. Als ik je goed versta wil Yvette beweren dat zij de enige is die geld binnenbrengt en dat zij daarom in het huishouden niet meer wil helpen. Ja, en het ergste is dat zij nog gelijk heeft ook. Zij is de enige die geld binnenbrengt,” antwoord Nestor met een ernstig gezicht en terwijl hij het bord aan Jan geeft, “dat bord is niet goed afgewassen, er hangen nog patatten aan de onderkant.” Jan neemt het bord aan en draait zich met zijn rug naar Nestor. Met zijn handdoek wrijft hij de patat eraf en geeft het bord terug. “Wat ik gekocht had was weggegooid geld beweerde ze en zolang wij geen geld in de leefpot steken wil zij niets meer doen in het huishouden. En winkelen, kan ze niet. Ze durft niet eens op straat te komen.” “Dat zou ik geloven, sinds zij dat computervirus in de wereld gestuurd heeft. Ze is als de dood dat iemand haar zou herkennen.” Nestor giet weer kokend water op de koffiebeurs. “Niets zo lekker als koffie uit een beurs. Nogal wat beter dan die papieren filters. Papier, dat trekt op niets, papieren filters proef je altijd. En, wat heb je dan eigenlijk gekocht op de rommelmarkt?” “Een koffiezetter”, zegt Jan droogweg.

“Een koffiezetter? Zo één met een papieren filter? Ja, dat is weggegooid geld. Niet moeilijk dat Yvette kwaad was. Wie koopt er nu een koffiezetter?”

“Ik mocht hem meepakken voor geen geld.”

Met half toegeknepen ogen vroeg Nestor: “Gratis, voor niks?” “Zo goed als,” verzwakt Jan zijn uitspraak.

“Hoeveel heb je dan eigenlijk betaald? Of mag ik het niet weten?”

“Twee euro. Dat is toch voor niks.”

“Is dat voor niks?… En werkt hij nog?”

“Nee, maar ik heb een tweede gekocht en van die twee maak ik ene goede.”

“Ook voor twee euro?”

“Nee, voor twee en een half. Er zat nog een stekker aan.”

“Wie geeft er nu geld voor een vuile versleten koffiezetter en dan nog ene zonder stekker.”

Jan kijkt paniekerig. “Het is maanden geleden dat Yvette nog iets in de leefpot gestoken heeft. Straks hebben we geen geld meer en dan moeten we netelsoep eten in plaats van tomatensoep met…”

“Met balletjes, ja, ik weet het al en daarom…” Nestor wacht even en giet nog eens heet water op de koffiebeurs. “Eerst nog een snuifje zout en de koffie is dadelijk klaar.”

“En daarom…? Zout en de koffie is klaar? Is dat de oplossing? Waarvan denk je binnenkort die koffie te betalen? We hebben weldra zelfs geen zout meer. De koffie is klaar; dat is nu de oplossing. Onze Nestor heeft gesproken.”

“Wacht, wacht eens wat, zenuwachtig ventje. Laat me eerst eens uitspreken.”

“Maar zeg het dan. Dat moet bij jou ook altijd zo lang duren.”

“Als je er niet tussenkwam was het al lang gezegd. Zwijg nu even en luister,” hier wacht Nestor even alsof hij niet goed weet hoe hij verder moet. “Omdat we altijd afhankelijk zijn van Yvette moeten we daar iets aan doen, en daarom… Ik heb het eigenlijk direct willen zeggen toen ik binnenkwam maar ik zag jou aan de afwas en ik was zo verbaasd dat ik eerst moest weten waarom Yvette er niet stond.”

“Ga je het nog zeggen of moet ik het uit uw neus peuteren?”

“Geduld man. Luister. Je kunt aan iets beginnen zonder na te denken of je kunt op veilig spelen. Als je iets wil bereiken moet je dat voorbereiden, op lange termijn denken. Zeker spelen. Er is niets zo zeker om geld te verdienen dan je handen uit de mouwen te steken.”

Jan kruist zijn armen en kijkt naar het plafond. “Ja, en wat zoek jij dan te gaan doen op lange termijn?” Koffie gaan verkopen soms? Koffie op grootmoeders wijze, met of zonder zout!”

“Ik heb thuiswerk aangenomen.”

“THUISWERK?! Wat voor iets dan? Enveloppen vouwen zeker? Thuiswerk, daar verdien je het zout op uw patatten nog niet mee. Of liever het zout voor in uw koffie.” Nestor draait zich naar de keukenkast en neemt voorzichtig een handdoek van het rek. Stilzwijgend vouwt hij die open op het tafelblad. Met beide handen strijkt hij het doek glad en zet twee kopjes op de handdoek.

“Neen geen enveloppen, plastic bloemen.” “Plastic bloemen?” vraagt Jan ongelovig.

“Ja, kunstbloemen. Bloempjes op steeltjes zetten.”

“Kunst! Spreek me niet van kunst. En zeker niet van kunstenaars. À propos, wat betaalt dat die KUNSTbloemen?”

Nestor giet opnieuw water in de beurs en tikt met een mes even op de rand van de pot. “Twee euro per doos.” Hij wacht even en omdat Jan niet onmiddellijk reageert: “Tien dozen is twintig euro.”

“Ik kan ook wel rekenen, maar hoeveel bloemen zitten er in zo een doos?” “Ongeveer honderd zeker?”

“Hoe? Weet jij dat niet? Knappe voorbereiding. Oké. Neem nu honderd bloemen. Dat is dan 2 eurocent per bloem. Ik zal wel koffiezetters maken. Dan kan ik zelf mijn prijs bepalen.”

“De vorige keer heb jij de wasmachine gemaakt. Heel de straat zat zonder licht.” “En alleen maar opsteken?”

“Nee. Insteken, de stekker insteken. Een vonk van een meter knalde uit het stopcontact, alles zag zwart en overal in de straat ging het licht uit. Knappe stielman ben jij.” “Nestooor. Ten eerste gaat het hier over bloemen, kunstbloemen ineensteken. En ten tweede die vonk kwam niet door mij. Dat was die wasmachine. Maar die bloemen, is dat alleen maar zo een knop op een steeltje steken?”

“Ja, zoiets. En dan inpakken ook natuurlijk.”

“Nestor, ze bellen. Ga jij opendoen of ik?”

“Yvette is daar, die zal wel opendoen.”

“Is dat niet gevaarlijk voor haar?”

“Ze zal haar pruik wel opzetten, zeker.”

“En haar uilenbril, dan herkent zelfs haar eigen moeder haar nog niet. Zeg die bloemen, die moet je toch niet volledig monteren of wel?”

“Och jong, ik weet er het fijne niet van. Straks brengen ze de dozen en dan maken ze een paar voorbeelden. Hier, uw koffie, laat hem maar niet koud worden.” “Een kleine demonstratie zal wel nodig zijn. Ik zou niet weten hoe men daaraan begint, een plastic bloem ineensteken.”

“Dat kan niet moeilijk zijn en als iedereen meehelpt, is zo een doos direct vol.” “Nestor, spijtig maat, maar ik ga koffiezetters maken. Die twee koffiezetters is nog maar een begin. Ik maak er ene goede van en verkoop die. Van dat geld koop ik vier oude toestellen en zo groeit mijn zaak en binnenkort...”

“Ja, ik begrijp het al. Je laat mij zitten met mijn bloemen. ’t Is niks, ik vraag het wel aan Yvette en als die helpt kom je vanzelf terug want jij wilt toch zoveel mogelijk bij Yvette zijn.”

“Wat is daar verkeerd aan? Yvette heeft ook haar goede kanten. Zij kan tenminste mee met de moderne tijd. Jij leeft nog in de middeleeuwen. Koffie zetten met een moorke! Phoe.”

Nestor weet wel dat hij niet supermodern is, maar hem uitmaken voor ouderwets, dat kan hij echt niet verdragen. Nestor kuist zwijgend voor zich uitstarend het vuur af en sluit de twee openstaande kastdeuren. Met het hoofd recht omhoog stevent hij naar de woonkamer. Vóór hij de keuken verlaat kijkt hij nog even om of alles in orde is.

“Hé Nestor, uw koffie, je vergeet uw kop koffie.” Maar Nestor is de deur al uit.

              De volgende morgen zit Jan in de woonkamer. Zijn tafel ligt vol gereedschap: een boormachine, twee hamers, een trektang, een stel schroevendraaiers en twee koffiezetters waar van één nog slechts de onderdelen te zien zijn. Het omhulsel ligt op de hoek van de tafel, klaar om er af te vallen. Nestor en Yvette komen binnen. Yvette met haar kunstboek in de hand. “Wel Jan, is de afwas al gedaan?” vraagt ze met licht leedvermaak.

“Je weet hé Yvette, als ik iets kan doen voor jou, dan is niets teveel hé,” antwoordt Jan opgewekt.

Nestor en Yvette blijven naast de tafel staan. “Wat ben je nu weer aan het ineen prutsen?” vraagt Yvette niet echt nieuwsgierig.

Jan houdt net enkele stukken van de koffiezetter aan elkaar: “Yvette, geef die tang daar eens, ik kan dit niet loslaten.” Nestor komt wat dichter en wijst met zijn vinger naar de koffiezetter. “Die vijs zit scheef.”

Jan draait het toestel naar zich toe om naar de vijs te kijken maar de koffiezetter schuift uit zijn handen en valt prompt uit elkaar. Enkele stukken kletteren op de grond. “Zie je nu! Waar bemoei jij je mee? Zie maar dat uw bloempjes niet scheef staan.”

Terwijl Jan onder tafel kruipt om de stukken op te rapen vraagt Yvette heel verwonderd: “Bloemetjes? Welke bloemetjes?”

Jan komt weer onder de tafel uit en stoot zijn hoofd tegen het tafelblad. “Au. Verdomme, rot tafel! Weet jij dat dan nog niet van die bloemen? Wel ja, meneer daar, meneer vindt dat we niet genoeg te doen hebben. Hij heeft thuiswerk aangenomen.” Nestor die wat verveeld zit met de zaak sorteert de vijsjes op tafel: de grote vooraan en de kleinere ernaast, de rondellen netjes eronder en op de laagste rij de moeren. En omdat Jan niets meer zegt, geeft Yvette Nestor een por in zijn zij.

Nestor schrikt op en kijkt Yvette schaapachtig aan: “Yvette jij bent toch ook met kunst bezig, niet? Wel dit zal je dan zeker interesseren. Kunstbloemen! Dat is echt iets voor jou. Je kunt er bij gaan zitten en het is een schoon tijdverdrijf. We vervelen ons hier toch maar.”

“Vervelen? Jij misschien wel maar ik moet dat hier terug ineen krijgen. En blijf van die vijzen af. Ik mankeer er precies al één,” werpt Jan er tussen.

Yvette gniffelt en wijst naar Jan. “Jij, jij mankeert al lang een vijs. À propos is die koffiezetter nog niet klaar? Ik heb wel zin in een lekker kopje koffie.”

Jan die terug onder de tafel gekropen is komt er weer onderuit, ditmaal voorzichtig om zijn hoofd weer niet te stoten. Hij knikt naar Nestor terwijl hij naar Yvette kijkt.

“Vraag het maar aan hem daar die maakt nog koffie met een koffiezak.” Zonder verder aandacht aan de anderen te geven, neemt Jan een tube lijm en begint de stukken plastic in te lijmen. De nog open tube lijm legt hij naast zich op tafel.

Nestor wil weten of Yvette nu mee wil werken of niet en begint haar te paaien. “Zeg Yvette, ik heb gehoord dat jij niet meer wil helpen in het huishouden. Dan heb jij toch wel wat meer tijd vrij. Zie jij daar niets in? Zo met gedrieën samen gezellig plastic bloemen ineensteken en het verdient nog goed ook.”

“Goed verdienen? Met plastic bloemen te maken? Daar verdien je het zout op uw patatten nog niet mee!”

“Jullie hebben precies afgesproken, jullie twee. Jan zei dat ook al. Maar ik zal jullie één ding vertellen: je kunt beter thuiswerk doen dan niks te eten te hebben.” Vol overtuiging zet hij zijn beide handen op de tafel en omdat er geen reactie van de anderen komt gaat hij verder: “Een mens voelt dat aankomen. De sfeer is gespannen, sommigen willen niet meewerken, anderen gaan zotte dingen doen en je begint je af te vragen hoe dat komt! Maar iedere keer dat je geld uit de leefkas haalt voel je de bodem dichterbij komen. Een mens denkt verder en denkt aan zijn eten. Dat is alles.” Nestor heft zijn arm weer op en een blad papier kleeft aan zijn mouw. Een bundel lijmdraden rekken zich uit van de tafel naar zijn mouw. Nestor kijkt het kleverige gedoe aan en probeert de draden los te trekken maar hoe meer hij beweegt, hoe langer de draden worden. Yvette wil zich verweren en als Nestor naar de keuken wil gaan om de draden lijm aan zijn mouw af te kuisen houdt zij hem tegen: “En daarom heb jij thuiswerk aangenomen, met het gedacht dat iedereen hier tegen honderd in het uur plastic bloemen zou gaan maken. En dat voor een appel en een ei.” Jan proest het uit, maar Yvette wijst nu naar Jan. “En jij Jan, heb jij daarom die afgedankte koffiezetters gekocht om zo een centje bij te verdienen?”

“Ja, euh…NEE, ik heb ze niet gekocht om bij te verdienen maar ik kon ze eigenlijk niet laten liggen. Ze hadden ze misschien wel weggegooid. Dat zou toch zonde zijn. En het idee om terug te verkopen is toch goed bedacht. Zo krijgen we weer geld in onze leefpot.”

Yvette wijst met gestrekte wijsvinger naar het ding dat op tafel staat dat nu met een koord bijeengehouden wordt. “Dat ding daar op tafel zal volgens mij nooit werken, dat kan alleen maar ontploffen, dat is al. Ik geloof goed dat ze die rommel weggooien en jij geeft daar nog vier en een halve euro aan? Goed zot ja.”

“Maar we moeten toch iets doen om geld bij te verdienen. Onze leefpot is bijna op.” De ogen van Jan staan wild in zijn hoofd. Hij zou er bijna bij gaan huilen.

Nestor trekt zich met een venijnige ruk los van de tafel. De slierten wiegen gevaarlijk naast de panden van zijn jas. Voorzichtig draait hij zich om: “Ik ga die lijm hier verwijderen. Ruziën jullie nog maar wat verder.”

Yvette kruist haar armen en zegt: “Jan als jij die rommel blijft kopen zal ons geld zeker rap op zijn,” zij verheft haar stem zodat ook Nestor haar goed kan horen,“ en daarbij wat jullie twee gaan doen dat interesseert mij niet. Ik heb mijn eigen plannen.” Bij de woorden ‘eigen plannen’ komt Nestor snel terug naar de woonkamer en zet zijn handen in zijn zij. De draden lijm zitten nu tot in zijn jaszak. Maar Nestor heeft even andere zorgen: “Zeg je gaat me toch niet laten zitten met die bloemen. Ik heb beloofd dat er volgende week dertig dozen af zouden zijn.”

Jan kan het niet laten op te merken: “Nachtwerk hé Nestorke. Nachtwerk hé man. Jij zult je voorlopig niet meer vervelen. Je zult niet meer moeten blijven plakken in de staminee.”

Yvette die de lijmdraden nu pas opmerkt zegt: “Hij plakt al genoeg zo. De lijm puilt al uit zijn zakken.”

Nestor bekijkt zijn jaszak en trekt voorzichtig zijn hand uit zijn zak. Hij wil zich omdraaien om weer naar de keuken te gaan. De lijmdraden irriteren hem geweldig. Toch bedenkt hij zich, draait zich weer om en vraagt:

“Yvette wat ben jij eigenlijk van plan?”

Jan geeft Yvette de tijd niet om te antwoorden. “Oh ik weet het al. Ze gaat computerlessen geven. Maar die vlieger gaat niet op. Er komt geen computer in huis. Ik heb mijn buik vol van computers.”

Yvette bekijkt Jan met spottende blik: “Niks computerles. En wat ik ga doen? Niks. Ik verdien geld zonder iets te doen. Veel geld.”

“Op uwe rug zeker,” zei Jan vlugger dan hij eigenlijk wou.

Nestor wil Yvette verdedigen en zet Jan op zijn plaats: “Ben je weer jaloe…? “ “Willen jullie twee me nu eens laten uitspreken! In plaats van steeds te zitten kibbelen.” Yvette wacht even opdat de anderen zeker zouden luisteren. “Ik ga de garage verhuren!”

Jan en Nestor roepen beide in koor: “DE GARAGE VERHUREN?!”

“Ja, ze staat toch maar leeg en als ik ze verhuur brengt zij geld op en ik moet er niets voor doen.”

Nestor schudt meewarig zijn hoofd. “Meisje, je weet toch dat die garage niet van jou is hé?”

Yvette staat nog steeds met haar armen gekruist en met zelfzekere stem geeft ze haar antwoord: “Dat weet ik. En ze is ook niet van jou, en ook niet van Jan. Wij betalen zelfs geen huur. Wij zijn hier zomaar in komen wonen omdat het huis hier stond te verkrotten. We hebben het opgekuist, we onderhouden het en als we de garage verhuren blijft die ook proper. De eigenaar mag blij zijn.”

Jan stond met open mond te luisteren. Als Yvette begon te praten was hij altijd verbaasd hoe eenvoudig zij de moeilijkste dingen kon oplossen. “Nestor, Yvette heeft gelijk. Als jij niet alle ramen gekuist had en ik die lekken op het dak niet hersteld had dan was het hier een echte bouwval geworden.”

Yvette voelde dat ze Jan al voor haar plan had gewonnen en wilde er nog wat aan toevoegen: “En als ik hier niet woonde waren alle ruiten kapot gesmeten door snotapen. Dan zat het hier vol duiven, ratten, kakkerlakken, muizen, wilde katten, hamsters, meeuwen…”

“Hamsters?” onderbrak Nestor haar.

“Neen, hamsters niet, maar meeuwen wel want die komen van het stort hier achter de hoek.”

Nestor zet zijn handen weer op de tafel maar deze keer voorzichtig aan de andere kant van Jan, ver weg van de tube lijm. “Ja, natuurlijk, de meeuwen komen naar al dat eten dat de mensen weggooien.”

Jan houdt zijn koffiezetter onderste boven. “Ja, ja Nestor, duivenstront op al de stoelen en tafels, en dat plakt zoals uwe jas.” Hij klopt met zijn vuist een paar maal op de bodem. Twee vijzen vallen eruit en een klad bruine vloeistof maakt een vlek op tafel juist naast de vingers van Nestor. “Ha, daar zijn mijn vijzen.”

Nestor springt als een haas achteruit. “Bah, viezerik!” Zonder wachten richt hij zich weer tot Yvette: “Zeg Yvette ik weet niet, maar… je kunt toch niets verhuren zonder dat het uw eigendom is?”

Yvette steekt haar kin vooruit. “Krakers hebben ook hun rechten. En daarbij ik laat de huurder contant betalen, centen in uw polletjes. Wat kunnen we verliezen? We hebben toch niets. Mijn moeder zei altijd: een kei kan je niet afstropen. En omdat wij niets hebben kunnen ze ons ook niets afpakken.”

“Ik vertrouw dat niet. Wat uw eigendom niet is kan je niet verhuren. Dat is onwettig en daarbij die garage kunnen we zelf toch ook gebruiken.”

“Oh. Wat wil je daar dan gaan doen? Whisky op flessen trekken misschien?” werpt Jan plots tussenin.

“Dat is gemeen, je weet dat ik alles doe om van de drank af te blijven. Sinds ik hier bij jullie ben heb ik nog geen alcohol aangeraakt.”

Plots begreep Jan waarom Nestor de garage niet wil verhuren. “Yvette, ik snap het al. Nestor denkt dat wij allemaal gaan helpen om die plastic bloempjes in elkaar te steken. Daar heeft hij plaats voor nodig. En zoals we hem kennen heeft hij altijd veel plaats nodig. Ik zie het al voor me: een grote tafel vol met stapels bloemen, haakjes, tangen, hamers en weet ik al wat meer gereedschap hij nodig heeft om die kunstbloemen te maken. Dan grote dozen vol met takken en stelen langs de muur en aan de andere muur zakken met oase, kunstblaadjes en dozen met afgewerkte stukken. Je kent hem toch er mag geen millimeter verkeerd staan, daarom heeft hij altijd zoveel plaats nodig.”

Yvette steekt haar armen in de lucht en knikt vastberaden met haar hoofd. “Oh nee, dat nooit. Ik verhuur de garage en dan hoef ik niet nog iets anders te doen.

Dat hij met zijn bloemen maar in de keuken gaat zitten, of op de wc voor mijn part.” Jan knikt instemmend en gaat naar de keuken. Nestor is ten einde raad. “Maar Yvette, in de garage is plaats genoeg. Ideaal voor thuiswerk. Toch geen rommel in de keuken. In de garage kan je alles laten liggen. Het ligt daar voor niemand in de…” Yvette laat Nestor zelfs niet uitspreken. “Ik heb al kandidaten voor de garage. Daarstraks was er iemand aan de deur die loodglas maakt. Dus als jij de garage wilt moet je ze maar huren. Wie eerst betaalt die krijgt ze. Punt amen en uit. En ga nu je jas maar schoon maken. De lijm is nu hard, met wat geluk kun je het er zo aftrekken.” Jan komt terug binnen met een kop koffie en gaat recht naar Nestor. “Uw koffie van gisteren, die zal nu wel afgekoeld zijn.”

              Enkele uren later komen Francesco en Xavier voorbij het kraakpand gewandeld. Francesco is met veel gebaren aan het woord. “Zelfs een architect kan een kunstenaar zijn. Hij zal dan in beton en staal denken, maar ook in licht en geluid. Het punt is dan alleen dat het laatste tijdelijk is. Ik refereer gewoon naar John Körmeling,

Nederlands architect en kunstenaar.”

Xavier loopt er wat verloren bij. Hij wil wel kunstenaar worden maar de hoge woorden van Francesco ontgaan hem meestal. Verstrooid kijkt hij naar het bordje op de garagedeur. “Hé, Francesco kijkt daar eens!”

Omdat Francesco niet onmiddellijk halt houdt maar met zijn hoofd in de wolken verder gaat, blijft Xavier staan en leest het bordje nog eens: “Francesco, kom eens zien.

Ze verhuren hier een kunstgalerij.”

Bij het horen van het woord kunstgalerij keert Xavier onmiddellijk op zijn stappen terug en leest in gedachten het bordje: “Mijn beste Xavier, een beeldende kunstenaar begrijpt door middel van zijn ogen. Hij hoeft zelfs absoluut geen kennis te bezitten van wat hij ziet. Hij voelt het. Het is iets wat academici wel nooit zullen begrijpen.” Xavier kijkt hem hoopvol aan. “Ik bezit helemaal geen kennis, kan ik dan beeldend kunstenaar worden?”

Francesco duwt tegen het kleinere deurtje in de garagedeur dat spontaan opendraait:

“Kom konijntje, een open deur is een uitnodiging. Laat ons binnengaan.”

Wanneer zij goed en wel binnen zijn komt Nestor van de groentewinkel thuis. In zijn netzak zit een prei en een selder. Beide groenten steken met hun loof boven de zak uit. Aan de garagepoort ziet hij het bordje van Yvette hangen. Hij vloekt binnensmonds en gaat langs het kleine deurtje binnen. Zorgvuldig sluit hij maar komt onmiddellijk terug buiten. Met een nauwkeurige precisie hangt hij het bordje recht en gaat dan pas binnen.

Xavier en Francesco staan wat verder in de garage en zien Nestor binnenkomen.

“Kom jij ook voor de kunstgalerij?” Roept Xavier naar Nestor.

Nestor denkt: dat zijn klanten voor de galerij, die ga ik ontmoedigen. “Kunstgalerij? Is dit een galerij? Heb jij al eens goed rond gekeken? Bekijk die muren eens: de verf is helemaal afgebladderd. En het plafond. Kijk eens omhoog. Gaten, allemaal gaten. Dat dak valt nog eens naar beneden. En de achtergevel, die ruit: kapot! En dat is de enige niet, kijk maar eens goed, zo zijn er nog meer. Slecht, heel slecht voor kunstwerken.”

Francesco luistert al lang niet meer naar Nestor en staat reeds in het midden van de garage. Xavier denkt: dat is zeker een kandidaat huurder en antwoordt kortaf: “Dat kan allemaal gerepareerd worden. Ik heb uw raad niet nodig. Ga maar terug naar uw moestuin. Wij waren hier eerst.” Hij haast zich naar Francesco en fluistert hem toe: “Francesco, ik denk dat we snel moeten beslissen want hier is nog een kandidaat. Je weet: eerst is eerst.”

Nestor roept naar hen van aan de poort: “En droog is het ook niet altijd. Natte muren zijn slecht voor een galerij. Eerst schimmel en daarna paddes…”

Xavier onderbreekt hem en roept terug: “Meneer wil je ons alstublieft laten werken.

Onze tijd is kostbaar.” Hij draait zich hoogwaardig naar zijn leermeester: “Meester

Francesco, wat wens je dat ik doe?”

Nestor geeft het op en verdwijnt door de deur naar de keuken.

“Xavier, meet jij de hoogte en de breedte van de garagepoort maar. Hier wil ik een kunstwerk maken dat de mensenmaat overschrijdt. De afmetingen van een werk zijn van onschatbare waarde om iets groots te scheppen. Soms is ruimte een leegte.

Zelfs dat is belangrijk. Iedere holte, leegte of lacune moet zijn betekenis krijgen.”

Xavier bekijkt schaapachtig zijn meester. “Een gat is een gat. Daar zit toch niks in.”

“Een gat? Een leegte, een holte wil je zeggen. Iedere leegte of holte heeft zijn betekenis. Een gat zonder betekenis is een hiaat. Onthoud dat vriend, een hedendaagse kunstenaar weet dat, begrijpt dat en gebruikt dat.”

Xavier haalt een lintmeter uit zijn zak en laat hem speels in zijn hand open rollen: “Ik zal eraan denken mijn, heu dat gat te gebruiken. Voor die poort nu, wat moet ik eerst meten de hoogte of de breedte?”

“Och konijntje, dat is gelijk. In het oeuvre van een kunstenaar kan de volgorde een marginale, een primaire, een centrale tot een obsessionele rol innemen. En hoewel we geneigd zijn om de betekenis ervan te minimaliseren kunnen we dat beter niet doen. Toch laat ik je in dit geval de vrije keuze. Meet je nu eerst de breedte of de hoogte, in deze fase maakt dat geen verschil. En gebruik een vouwmeter, dat is handiger om een hoogte te meten.”

Xavier neemt een stoel en plaatst die links onder de poort, daarna neemt hij nog een stoel en die plaatst hij rechts onder de poort. Hij gaat op de linkse stoel staan en meet de breedte van de garagepoort. De dubbele meter is tekort om de volledige breedte te meten en hij is te lang om van op de stoel aan het uiteinde een streepje te kunnen zetten. Daarom zet hij zijn stoel nu in het midden en meet van op de zijkant tot in het midden. Het kleine deurtje gaat weer open en een man met een doos in zijn handen komt binnen. Hij ziet Xavier op de stoel staan, gaat naar hem toe en vraagt

op vriendelijke toon: “Zeg man, waar mag ik deze doos ergens zetten?” Xavier meet zonder omkijken verder de hoogte van de poort.

“Hé meneer!”

Xavier let nog steeds niet op de man. De man met de doos wordt nerveus en roept:

“HE MANNEN.”

Francesco draait zich om en ziet Xavier op de stoel staan. “Xavier wat ben je nu aan het doen?”

“A wel, ik meet de hoogte van de poort. Ik meet eerst van de grond tot het plafond en daarna van het plafond tot de bovenkant van de poort. Ik trek het één van het ander af en ik heb de hoogte. Slim hé.”

De man met de doos wordt het beu en zet zijn doos zomaar ergens tegen de muur. Hij haalt nog verschillende plastic zakken met onderdelen van bloemen en nog drie pakken opgevouwen kartonnen dozen. Hij zet alles tegen de zijmuur naast de keukendeur. Met een bonnetje gaat hij terug naar Xavier.

“Teken jij voor ontvangst?”

Xavier kijkt over de man heen en roept naar Francesco: “Zeven meter vijf en zestig.” Francesco schrikt en roept verbaasd terug: “Wat zeven meter vijf en zestig? Wat is er zeven meter vijf en zestig?”

“Wel de poort.”

“Heren, wilt er iemand eens tekenen alstublieft?”

“Hoe kom jij aan die zeven meter vijf en zestig? Is dat de hoogte of de breedte?”

“Alle twee, ik heb ze opgeteld.”

“Maar Xavier je moet eerst alleen de breedte meten.”

“Ik mocht toch kiezen wat ik eerst wou meten. In deze fase maakte dat geen verschil.”

“Xavier, ik moet de hoogte en de breedte APART hebben. Dus meet nu eerst de breedte maar en de binnenkant van de dag nemen natuurlijk.”

“Wil er iemand tekenen?”

Francesco gaat naar achter in de galerij maar ziet nog even om en ziet Xavier nog steeds stil op zijn stoel staan. “Wel waarom begin je nu niet te meten?”

“Wat is een dag? Ik weet niet wat een dag is.”

“De opening, je moet het gat meten. Vooruit Xavier. Ik ga hier niet de hele dag wachten tot jij alles gemeten hebt.”

De man met het bonnetje tikt tegen Xavier zijn been: “Meneer!”

Xavier kijkt even omlaag. “Sorry wij willen niet gestoord worden.”

“Ja, maar ik heb nog wel wat anders te doen dan hier staan wachten hé. Zeg dat is waar ook moet ik er geen voordoen? Of weet je al hoe die bloemen gemaakt moeten worden?”

Xavier kijkt nu gekrenkt naar de man. “Francesco is een grootmeester en die heeft uw raad niet nodig.”

“Tja, als je het allemaal al kent, mij goed. In de doos liggen enkele voorbeelden. Als je hier wil tekenen dan kan ik naar de volgende klant.”

Francesco wil voort werken en roept naar zijn maat: “Xavier, tekent die bon nu maar. Die vent brengt mij uit mijn concentratie. Juist nu ik inspiratie heb. Ik voel mijn impulsen resoneren met de omgeving. Indien ik mij nu niet concentreer zal een kunstwerk nooit gerealiseerd worden.”

Xavier tekent.“Bedankt hé mannen. Jullie moeten echt geen uitleg hebben?” Xavier kijkt nog kwader naar beneden: “Hoor jij niet goed? Francesco is een kunstenaar en wil niet gestoord worden.”

De man verlaat hoofdschuddend de garage. Francesco komt naar Xavier en zegt zelfvoldaan: “Zo, ik zie het wel zitten. We nemen deze galerij.”

Beiden gaan ze naar de keukendeur en passeren de dozen en de zakken. Een verdwaalde duif probeert langs een raam buiten te vliegen en Xavier kijkt achterom. Hij stoot een doos omver. De voorbeelden van de bloemen rollen op de grond. Enkele bloemen liggen gekruist op elkaar. “Miljaar!” vloekt Xavier en bukt zich om de bloemen op te rapen.

Francesco springt plots voor zijn voeten. “STOP! Overal afblijven. Alles laten liggen.” Met uitgestrekte armen gaat hij enkele passen terug en duwt Xavier mee achteruit. Hij springt weer naar voren, neemt de modelbloemen en trekt de bloemknop van elke steel. Op één steel schuift hij enkele blaadjes en dan een knop weer enkele blaadjes en weer een knop. Zo gaat hij verder tot de steel haast helemaal gevuld is. Onderaan de steel plooit hij een klein krulletje. Hij steekt het geheel in de lucht.

“Kijk dat bedoel ik nu met kunst. ‘SATEROZEN’ Mooi en grillig van vorm. Geïnspireerd op de schoonheid van de natuur en de vraatzucht van de mens. Een saté vol rozen. Kom konijntje, laat ons niet langer wachten. Straks huurt iemand anders de galerij voor onze neus weg.” Nonchalant gooit hij de bloem boven op een doos. “Goed hé meester dat ik die doos liet vallen. Zo bezorg ik jou ook nog eens inspiratie.”

“Ooit, konijntje, ooit zal jij een groot kunstenaar worden. Misschien wel zo groot als ik.”

Yvette komt net op dat moment uit de keuken in de garage. “Dag mannen wat kan ik voor jullie doen?”

Xavier doet een stap naar voor en geeft Yvette een hand. “Mag ik je voorstellen, meester Francesco en ik zijn leerling Xavier. Mijn meester is hedendaags kunstenaar. Wij zijn op zoek naar een kunstgalerij.”

“Wel dan is het vandaag uw geluksdag, wat denken de heren van deze galerij? Deze plaats is uiterst geschikt om kunstwerken in tentoon te stellen. Kijk eens die afgebladderde muren. Hoe artistiek.”

“Kunst heeft afgebladderde muren nodig,” beaamt Francesco. Waarop Xavier direct de vraag stelt: “Kapotte muren, is dat dan ook al kunst?”

“De normen die bepalen wat kunst is en wat niet waren in het verleden heel duidelijk. Iedereen kon bij de eerste oogopslag kunst herkennen. Hedendaagse kunst echter vraagt meer van de toeschouwer. Hij moet de kunst aanvoelen. De omgeving zal hem daarbij helpen. Geen kapotte muren maar muren die verweerd zijn door de tand des tijd behoren bij de hedendaagse kunst.”

Yvette voelt de zaak vlotten: “Kunstwerken in de juiste omgeving komen meer tot hun recht. Kijk naar het plafond: dat reliëf is uniek.”

Xavier wil laten zien dat hij goed naar zijn meester geluisterd heeft: “De meester vindt het gat uiterst belangrijk omdat de juiste impuls erdoor moet kunnen.” “Gat? Welk gat?” vraagt Yvette verwonderd.

“Van de poort, hé meester. Het gat van de poort.”

Francesco moet hiervan op zijn nagels bijten: “Xavier! Zwijg! Mevrouw, voor mij is de omgeving even belangrijk als de kunst zelf. Tussen kunst en omgeving moet er voor een perfecte relatie gezorgd worden en naar die relatie ben ik op zoek. Soms wanhoop ik, daar er zoveel is dat mij beroert, al die invloeden brengen mijn geest in verwarring.”

“Is dat gat dan niet belangrijk meer?” vraagt Xavier ongelovig.

“Konijntje stopt nu met dat gat.”

Yvette voelt dat zij moet ingrijpen. “Kom laat ons naar binnen gaan dan kunnen we de financiële kant bespreken en een contract opmaken.”

              In de woonkamer zit Jan aan de tafel. Eén koffiezetter blijkt volledig in elkaar te zitten. Hij kijkt even na of alles op zijn plaats zit. Yvette komt binnen en roept Jan tot de orde: “Zeg maatje, maak eens wat plaats voor de mensen dat ze kunnen zitten,” en vervolgens tot de twee heren, “mijne heren dit is onze technicus. Hij kan alles herstellen, dat is handig voor ons als er eens iets kapot is. Ga toch zitten!” Daar er eigenlijk op tafel geen millimeter plaats vrij is en de stoelen vol met gereedschappen liggen, blijven beide mannen gewoon staan. Xavier wil direct tot zaken overgaan en vraagt onomwonden: “Hoeveel?”

Yvette kijkt even sluiks naar Jan. Maar die merkt haar niet eens op. Hij draait gespannen een vijs vast.

Xavier vraagt opnieuw: “Wel? Onze tijd is kostbaar, hoeveel vraag je voor die galerij?”

“Vierhonderd euro.”

“Wat? Vierhonderd euro?”

Er valt een stilte. Waarop Xavier een bod doet: “Honderd euro zal wel genoeg zijn zeker?”

De stilte van Yvette doet de spanning stijgen.

“Allez honderd vijftig euro dan.”

Yvette kijkt de man meewarig aan en blijft als Pietje de dood zwijgen.

“Twee honderd vijftig, dat is mijn laatste bod.”

“Meneer, jij bent niet de enige kandidaat huurder. Je geeft vierhonderd euro per maand met een waarborg van drie maanden. Op voorhand te betalen of ik verhuur de galerij gewoon aan iemand anders.”

Francesco bijt weer op zijn nagels. “Xavier, een grootmeester moet kunnen breken met het aardse, het slijk der aarde, het materiële. De hogere kunst fungeert als uitdrukking van een andere, bovennatuurlijke wereld die het wezenlijke herbergt, het poëtische. Xavier, betaal en maak dat contract op.”

Xavier neemt een bundel geldbiljetten uit zijn zak en vraagt: “Hoeveel moet je hebben?”

Yvette is sprakeloos bij het zien van zoveel geld.

Francesco merkt haar verwondering en verklaart: “Zijn papa is paardenfokker, aan geld geen gebrek.”

“Twaalfhonderd euro waarborg en vierhonderd als eerste huur. Samen zestienhonderd euro.”

Xavier telt duizend zeshonderd euro af en haalt een blocnote uit zijn aktentas.“Op wie zijn naam moet dat contract staan?”

Yvette kijkt weer sluiks naar Jan en merkt dat deze nog steeds druk met zijn koffiezetter bezig is: “Zet maar op Vermeulen Nestor.”

Jan staat recht en zegt luid en duidelijk: “Nestor Vermeulen. Meneer Nestor.”

Xavier steekt onmiddellijk zijn hand uit: “Geldmeyer, Xavier Geldmeyer.”

Jan negeert de toegestoken hand. “Ja, maar ik ben Nestor niet, zeg maar Jan tegen mij. Daarbij, ik heb met de zaak helemaal niets te maken.”

“Let maar niet op hem, hij is met zijn gedachten bij zijn werk,” zegt Yvette sussend tegen Xavier.

Xavier geeft het contract aan Yvette. “Als jij hier wil tekenen.”

Yvette zet zomaar een krabbel en laat de mannen buiten. Het contract laat zij op tafel naast de koffiezetter liggen. Jan gaat naar de keuken en vult een kan met water om de koffiezetter te vullen. Yvette komt handenwrijvend achter hem aan. “Zo, onze garage wordt nu een kunstgalerij.”

“Hmm,” mompelt Jan zonder veel interesse te tonen.

”Ik ben eens benieuwd welke kunst zij zullen maken.”

Jan springt recht. “WAT?!? KUNST, waren dat kunstenaars? DAT VOLKSKE KOMT HIER NIET BINNEN!” In paniek loopt hij roepend naar buiten: “He wacht, heren wacht.”

Yvette proest het uit want zij ziet door het raam dat Jan de verkeerde kant van de straat uitloopt. Tien minuten later komt hij hijgend terug binnen. “Te laat, ze zijn weg.”           Na het eten gaan Nestor, Yvette en Jan naar de garage. Daar zien zij de dozen en zakken tegen de muur staan. Waarop Jan in zijn haar krabt. “Amaai wat is dat hier allemaal? Dat is zeker dat thuiswerk. Geraak daar maar wijs uit. Zeg Nestor, hoe ga je die bloemen nu maken?”

“Wel gewoon hé.”

“Zijn ze dat dan niet komen uitleggen?”

“Daar hebben we toch geen uitleg voor nodig. Dat kan zo moeilijk niet zijn. Kijk hier ligt al een voorbeeld.” Nestor neemt het kunstwerkje van Francesco op: “Kijk maar, dat zijn gewoon wat bloemknoppen op een steeltje, wat blaadjes erbij, een krulletje van onder en het is klaar.”

“Is dat het model?” vraagt Jan onnozel.

“Dat zat er toch bij. Natuurlijk is dat het model. Dat zie je toch zo.”

Jan bekijkt aandachtig de bloem. “Doe dat eens uiteen, dan kunnen we zien hoe dat ineensteekt.”

“En ons voorbeeld dan? Dan hebben we geen model meer.”

“Is er dan maar één?”

Nestor wordt ongeduldig. “Als ik zeg dat we dan geen voorbeeld meer hebben, dan zal er maar één zijn zeker? Of zeg ik dat niet duidelijk genoeg? Moet ik er soms een tekeningetje van maken?”

Jan zijn ogen beginnen te glinsteren. “Natuurlijk, dat is het. Maak er een tekening van.”

“Dat kan ik niet. Ik kan niet tekenen.”

Yvette luistert vol interesse naar de twee kibbelaars. “Kom ik zal dat wel doen. We nemen het voorbeeld mee naar binnen en we schrijven gewoon alles op wat er op die steel zit.”

“En de juiste afstanden. Het moet correct zijn,” voegt Nestor er aan toe.

Samen gaan ze terug naar de keuken. Jan loopt achteraan. De duif probeert opnieuw buiten te komen en fladdert tegen het plafond. Jan wordt hierdoor afgeleid, kijkt omhoog en stoot een doos omver. Vlug zet hij de doos weer recht maar ziet niet dat er nog een overgebleven origineel bloemenmodel onder een radiator rolt.

              In de keuken tekent Yvette de satéroos op ware grootte na en kleurt ze ook in. De afstanden tussen de verschillende onderdelen zet Nestor erbij. Op een millimeter nauwkeurig. Het krulletje ziet hij drie keer na of de vorm wel helemaal juist is. De tekening ligt voor hen. Jan somt de volgorde van de onderdelen op. Yvette noteert. Nestor zegt plots: “Geef die lat nog eens dat ik alles nog eens nameet.” “Niks van, je hebt al drie keer alles nagemeten. Laat ons liever zien hoe zo een bloemknop ineensteekt.” Jan neemt het model van de tafel en trekt ruw een bloemknop van de steel. De knop valt in zijn hand uiteen. Nestor trekt snel de satéroos uit de handen van Jan.“Wat doe je nu? Kom ik zal dat wel doen. Voordat we geen enkele knop meer hebben. Je moet dat met zachtheid behandelen.” Voorzichtig pelt hij een tweede bloemknop uiteen. Jan wacht rustig af tot alle bloemblaadjes op tafel liggen. “En, grote meneer steek ze nu eens terug ineen ook?”

Nestor neemt het topje dat al de bloemblaadjes moet vasthouden in zijn linkerhand en met zijn rechter probeert hij de bloemblaadjes erop te steken. Telkens hij het derde blaadje erop wil steken schuift de boel uit elkaar. Jan probeert het ook maar die geraakt zelfs niet verder dan twee blaadjes. Yvette krijgt uiteindelijk na herhaalde pogingen de bloemknop terug in elkaar.

Jan zucht diep na de spannende gebeurtenis. “Ja, Nestor en dat allemaal voor twee cent. En er zitten zo vijf knoppen op dat steeltje. Om nog maar niet te spreken van de groene blaadjes die er telkens ook nog tussen zitten.”

“Yvette kan het. Vrouwen zijn daar heel handig in. Nu zul je wel willen helpen zeker, Yvette?”

“Ik? Bloemen maken? Nog in geen honderd jaar.”

“Straks begin ik eraan. Ik ga naar de garage en als niemand mij wil helpen zal ik het wel alleen doen. Stikt allemaal.”

“Naar waar ga jij? Naar de garage? Oh nee hé vriend die garage is verhuurd. Die garage moet leeg blijven.”

“Ik ga in de garage werken. Zolang die twee er nog niet zijn kan ik gerust in de garage werken.”

Jan gaat naar de woonkamer om zijn koffiezetter uit te proberen, in zijn vlucht roept hij snel naar Nestor: “Zo is het. Jij bent jouw werkplaats kwijt en ik mijn rust.” Als Jan terug in de keuken komt vraagt Yvette hem: “Uw rust? Wat heeft uw rust met de galerij te maken?”

“Natuurlijk. Iedere dag komen er twee halve garen die denken dat ze het warm water uitgevonden hebben. Die komen hier wat kunstwerken maken. Alle kunstwerken?

Geld verspillen en rommel maken ja.”

Yvette kijkt hem streng aan. “Als er ene is die rommel maakt dan ben jij het wel. Kijk maar eens in de woonkamer naar die rommel op tafel.”

Nestor schudt meewarig met zijn hoofd en vraagt aan Yvette: “Dat huurcontract, waar ligt dat eigenlijk? Ik wil dat eens lezen.”

“Dat ligt in de woonkamer op tafel. Tussen zijn rommel.”

Nestor verlaat de keuken en Jan vraagt stilletjes aan Yvette: “Wat gaat Nestor zeggen, als hij ziet dat het contract op zijn naam staat?”

“Pfft. Hij kan toch niet terug. Die twee kunstenaars hebben het dubbel.”

Yvette en Jan staan te gniffelen wanneer Nestor terug in de keuken komt. Hij zwaait met een bruinig nat velletje papier. “Is dit het contract soms? Dat is onleesbaar geworden. Dit lag naast de koffiezetter die daar ongelooflijk staat te stinken. Er lag een grote plas koffie naast en de dras vloeide van de tafel op de grond.”

“Mijn koffiemachine,”roept Jan. “Mijn contract,” roept Yvette gelijktijdig. Jan springt in paniek recht en spurt naar de woonkamer.

Nestor roept hem na: “Wees voorzichtig. Water en elektriciteit samen is gevaarlijk.” Yvette wil het contract en trekt het uit de handen van Nestor maar het doorweekte velletje scheurt in twee.

“Ja scheur het maar helemaal kapot. Dan zijn we er vanaf. Dan kan ik de garage gebruiken om mijn bloemen te maken. Daar is plaats genoeg voor ons drie. Samen staan we sterk.”

“Geen denken aan. De twee kunstenaars hebben nog het dubbel.”

Op dat moment doet een zware knal hen opschrikken. Even later komt Jan met zwart gezicht binnen.

“Het is mislukt. Mijn koffiezetter is ontploft.”

Nestor berispt Jan: “Ik heb het je nog zo gezegd. Water en elektriciteit gaan niet samen. Daar komen altijd vodden van.”

              Enkele dagen later rond de middag zit Nestor al van ’s morgens vroeg in de garage. Hij heeft zo al tien dozen vol met afgewerkte bloemen, net als satérozen, als Jan binnenkomt.

“Wel, Nestor. Hoe gaat het? Hoeveel dozen heb je al?”

“Tien dozen. Maar zie eens. Alles volgens de perfectie. Zelfs die krul mag je nameten. Die is exact even groot en met dezelfde vorm. Kijk eens die bloemknoppen! Allemaal juist even ver uit elkaar. Net zoals het model.”

“Tien dozen op hoeveel dagen?”

“Dat moet je niet tellen. Het zijn de inkomsten die tellen. De inkomsten zijn belangrijk.

Tijd? Die hebben we aan ons eigen.”

“Inkomsten? Tien dozen, dat is twintig euro op vier dagen.”

“Nee, geen vier dagen want gisteren was het elf uur eer ik begon. En de eerste dag is leergeld. Dat mag je niet meetellen.”

“Gisteren? Om elf uur begonnen en om tien uur ’s avonds gestopt. Je had zelfs geen tijd om te komen eten. Kom man je hebt al zeker veertig uur gewerkt. Als ik goed kan rekenen is dat aan een halve euro per uur. Dat wordt goed betaald. Je hebt al voor een maand koffie verdiend.”

Nestor grijpt een plastic zak met blaadjes en wil die naar het hoofd van Jan smijten maar Xavier en Francesco komen net binnengewandeld. Bij het zien van Nestor die de zak met blaadjes boven zijn hoofd houdt, klaar om te smijten, maakt Xavier de opmerking: “Het is ongehoord hoe het werkvolk tegenwoordig leeft. Die kennen toch geen fatsoen meer. Het zijn net wilden.”

Francesco neemt een bloem uit de doos: “Kijk eens, het is zeer interessant om de reacties van het publiek na te gaan. Kunstwerk en omgeving staan in permanente relatie. Denkproces, realisatie en reactie van de omgeving zijn essentieel voor een kunstenaar. Maar dit hier is, dit is enkel mimesis, nabootsingen. De mensen kunnen mijn kunstwerk wel namaken maar het vuur van de inspiratie ontbreekt.”

Nestor zet de zak weer op de grond en denkt na over de woorden die hij zopas gehoord heeft: “Kunstwerk? Hoe kunstwerk? Welk kunstwerk?”

Xavier staat zijn meester bij: “Wel, meester Francesco, hier aanwezig, heeft zijn creatieve geest laten werken en een kunstwerk gemaakt naar het thema van de vraatzucht.”

Francesco vult aan: “Een combinatie van schoonheid van de natuur en de vraatzucht van de mens.”

“Vraatzucht en wilde natuur?” vraagt Nestor ongelovig.

“Dat stokje is tenminste vol. Bloemen en blaadjes geprikt op één satéstokje. Een creatie van de grootmeester.”

Op dat moment komt Yvette binnen met het echte laatste model in haar hand. “Kijk eens mannen wat ik daarnet onder de radiator gevonden heb. Is dit misschien ook een model van die bloemen?”

 

05-05-2020 om 09:56 geschreven door Bart

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
>> Reageer (0)
04-05-2020
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Al wie schrujft en jarige.

Al wie schrijft voor zijn genot

Vangt nooit bot

Al leest niemand

Dan nog valt hij niet door de mand

Met plezier zal hij schrijven

En dat zal immer zo blijven

 

Wie schrijft voor het geld

Wordt misschien de held

Maar de kans is zeer groot

Zijn verhaal beland in de goot

Zonder plezier van het schrijven

Dat zal immer zo blijven

 

Wie schrijft met plezier en krijgt geld

Is pas de echte held

Maar deze soort is zeldzaam

En zijn ze dan wel bekwaam

Om hun geld te beheren

Anders gaat het weer tegen hun keren

 

Daarom raad ik ieder schrijver aan

Blijf met je voeten op de grond staan

Probeer te genieten van elk moment

En wees steeds blij gestemd

Niet alleen bij het schrijven

Maar laat het altijd, zo blijven.

Bart

 

Een verjaardag is slechts één dag verder in je leven.

Een mens denkt dan, al is het maar heel even

Het is lang geleden, de tijd vliegt voorbij

Toch is deze dag bijzonder ook voor mij

Ik besef indien jij niet waart geboren

Ik zelfs niet van je kon dromen

 Bart.

 

04-05-2020 om 10:25 geschreven door Bart

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
>> Reageer (0)
03-05-2020
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.voor onze helden

Het kwam als een donderslag

Het werd plots stil in de uitgaansbuurt

Iedereen was van slag

Want om de hoek is het corona die gluurt

 

Iedere dag een applaus om acht uur

Daarna is het weer stil

Enkel zij die lopen door het vuur

Enkel zij die werken wil

 

Laat in de avond komen ze pas naar huis

Vlug even naar de winkel daar of hier

Maar zij komen van een kale reis thuis

En zonder WC papier

 

Toch krijgen zij applaus

Iedere avond om acht uur

Ze zijn echt geen zeurkous

Maar dat proeft toch echt zuur

 

Alles gaat voorbij dat weten we wel

Het gaat hen niet om de gelden

Zij vergeten dit echt niet zo snel

Waarom niet jaarlijks één dag voor onze helden

 

Veertien maart

Die dag was de stad voor het eerst leeg

Die dag is het wel waard

Zodat een dankbare herinnering herleeft.

 

 

03-05-2020 om 09:45 geschreven door Bart

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
>> Reageer (0)
02-05-2020
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mijn vestzakje

Ik vind hier in mijn vestzakje

Nog een klein pakje

ik wil het aan ieder geven

die er mee wil leven

 

het is niet het hele zonlicht

slechts één straal,

maar op u gericht

verwarmd ze u helemaal

 

het zijn geen grote dingen

of dure ringen

enkel een kleine wens

tevredenheid aan ieder mens

 

geen moeilijke woorden

of hoge akkoorden

gewoon jij, die het verdiend

mijn beste wensen, vriend

 

 

Ik vind hier in mijn kotje

Nog een piepklein vodje

Ik ga het op maat knippen

Zo bedek ik neus en lippen

 

Het zal wel niet elke druppel stelpen

Maar alle beetjes helpen

We moeten ook niet overdrijven

Toch wil ik ook niet achterblijven

 

Het is een kleine moeite

Wat voldoet aan mijn behoefte

Zo kan ik bij je komen

In plaats van enkel van je te dromen

 

We houden wel wat afstand

Maar het verstevigd toch onze band

En volgen we braaf de regeling

Van onze geliefde regering.

Bart

02-05-2020 om 10:54 geschreven door Bart

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
>> Reageer (0)
01-05-2020
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.5 Tropische wandeling bloemen uit de plantentuin van Meise.

Tropische wandeling bloemen uit de plantentuin van Meise.

 

Vooraleer we het rijk der orchideeën binnen wandelen raad ik u aan nog even aar de bekerplantjes te kijken. De beker bevat een heerlijke nectar voor de mens nochtans is het dodelijk gif voor de insecten. Nepethes is de officiële naam voor bekerplant; ne = niet en penthes =droefheid. Het vocht van deze plant verzacht het leed. Als je wilt drinken mag de beker nog niet geopend zijn want anders is de nectar vervuild door de insecten.

 

Orchideeën zijn zeer gewaardeerd omwille van hun spectaculaire prachtige bloemen. Avonturiers waagden hun leven om de eerste orchideeën te verzamelen. Minstens 18000 soorten zijn in de wereld bekend.

 

In één van de tropische kweekkassen vinden wij mooie dendrobiums afkomstig uit Azië en het Himalaya gebergte. Het Griekse woord dendron betekent boom wat er ons op wijst dat deze orchideeën in de bomen leven. Wij mogen aannemen dat 1 op de 10 bloemen in de wereld tot de orchideeën behoort.

 

Steeds is één bloemblad uitgesproken opvallend gekleurd. Het geeft de orchidee haar karakteristiek uiterlijk. Het is het enige blad dat toegang geeft tot de geslachtsorganen.

 

Plantkundigen hebben ondervonden dat orchideeën om goed te kunnen gedijen, een bepaald soort schimmel nodig hebben. Door deze te benutten kan men nu ook in Europa prachtige orchideeën kweken.

 

Moeder natuur heeft aphrodite voorzien van stengels met lange doornen.

 

De citroengele anguloa is een orchidee oorspronkelijk uit Columbia.

 

Een begeerde snijbloem waar u minstens een maand volop van kunt genieten is wel het bekende venusschoentjes. En... met dit schoentje stappen we uit het rijk der orchideeën.

 

Vooraleer wij onze wandeling beëindigen, nog eventjes uw aandacht voor één van de grootste en zwaarste bloemen uit het plantenrijk.

De salomonscepter uit Afrika. Deze Hoornachtige bloem was de grote attractie op de wereldexpo 1958 te Brussel.

 

Wij hopen dat u genoten hebt van onze wandeling en zien u graag op bezoek in ons plantenpaleis te Meise.

 

Einde

 

 

 

 

01-05-2020 om 10:51 geschreven door Bart

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
>> Reageer (0)
30-04-2020
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.4 Tropische wandeling bloemen uit de plantentuin van Meise.

Tropische wandeling bloemen uit de plantentuin van Meise.

 

Wegens de enorme afmeting der grootste waterlelie ter wereld werd, een vijver overkoepeld in ons plantenpaleis te Meise namelijk de victoriahall.

 

Een jong blad van de victoriaregia zal zich tot een enorme bladschijf ontwikkelen. De plant ontwikkelt zich achter chlorofyl dat bladgroen wordt. Deze grote broer van onze waterlelies groeit in Zuid Amerika.

 

De bloemknop zal ’s avonds als een prachtige witte bloem ontluiken. Vervolgens wordt zij roze en zal als rode waterlelie op het eind van de 2de dag afsterven.

 

Even van nabij bekijken. In volwassen toestand is het mooi rond en kan wel een doormeter van 2 meter bereiken. Al wie geen 80kg weegt zou deze bladeren kunnen gebruiken als minibootje.

 

Wanneer deze nog niet geopende knop doormidden wordt gesneden bemerkt men juist achter de stengel het vruchtbeginsel, centraal de jonge stamper die nog moet doorgroeien. Mooi op een rijtje de meeldraden en aan de top de roodgekleurde bloembladen. Toch zullen deze rode kleuren deze koningin in het wit kronen.

 

De clerondendron of kansenboom heeft wel een eigenaardige bloemwijze, net als het ware bloempjes die speelsgewijs uit een dennenappel komen kijken. Dendron is Grieks voor boom. Wanneer men het blad kneust zal het aroma van pindakaas vrijkomen. Als boom wordt deze ongeveer 6m hoog.

 

Tot één van de grootste plantenfamilies namelijk de rubiaceae waar ook onze koffie en kinine vandaan komt behoort deze mooie pentas bloem. Penta verwijst naar vijf omdat de bloem stervormig is.

 

Laat u niet misleiden deze rode lothus bertheloti bloempjes hebben helemaal niets te maken met de vermaarde lotusbloem uit Egypte. Zij zijn immers afkomstig van de Canarische Eilanden. Deze plant is zeldzaam geworden omdat de vogelsoort die voor bevruchting moet zorgen bijna uitgestorven is. Gelukkig is de plant zich aan het aanpassen door zijn nectar ook voor insecten aantrekkelijk te maken.

 

Moest u ooit in de tropische wouden gaan wandelen dan zult u zeker de chamydocarys, met zijn eigenaardige bloeiwijze ontmoeten.

 

De commerciële variëteiten van deze kohleria worden ook bij ons gekweekt. Het is een gloxinia achtige uit dezelfde familie als het ons bekend Kaaps viooltje. De bloem hangt aan een 2.5cm lange fluweelachtige stengel.

 

 

30-04-2020 om 09:24 geschreven door Bart

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
>> Reageer (0)
29-04-2020
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.3 Tropische wandeling bloemen uit de plantentuin van Meise.

Tropische wandeling bloemen uit de plantentuin van Meise.

 

Nu ontmoeten wij de calistemon. Hij doet denken aan een flessenborstel. Zijn officiële Vlaamse naam? Lampenpoetser. Eigenaardig, de stengel groeit dwars door de bloem heen. Deze kleine familie heeft maar 25 soorten in struik- of kleine boomvorm. De meeldraden zijn rood en als de bloem uitgebloeid is is het zaad ook rood poeder. De orm: tak bloem, tak, bloem, tak...

 

Canna edulis is een moerasplant. De edele vorm van het bekende bloemriet., veel gebruikt als blikvanger in onze bloemperken. De knollen vervangt zetmeel en wordt gegeten door de lokale bevolking.

 

Acca selowianna een, prachtige bloem die later kleine heerlijke vruchtjes afwerpt. Bewonder de prachtige rode meeldraden. De vruchten hebben een zuurzoete ananas smaak.

 

De haemanthus is geen vluggertje. Deze Zuid-Afrikaan doet er jaren over eer hij bloemt. Hij behoort tot de narcissen familie. Hij wordt ook wel eens de poederkwast genoemd.

 

De flamingoplant is één van de aronskelken. Spijtig verspreiden zij meestal een walgelijke geur om dasvliegen aan te trekken. De officiële naam is anthurim. Afkomstig uit Cuba en leeft in moeras. Het schutblad is rood of groen. Het is de bureauplant bij uitstek, hij is niet alleen mooi maar ook zeer makkelijk in onderhoud.

 

Spectaculair is de bloei van de spathicarpa. Stamper en meeldraden groeien per uitzondering rechtstreeks op het blad.

 

Een beruchte moerasplant is de waterhyacint of eichornia. In Zuid-Amerika zijn ze echter een echte plaag. Door overwoekering worden rivieren en waterlopen als het ware afgesloten. De bladvoet zwelt op als een spons. Nieuwe planten groeien zowel aan de wortels als door verstuiving van het zaad.

 

Reedseeuwenoud geliefd in China en Griekenland is de waterlelie of Nympheae. Volgens legende werd Nympha wegens ontrouw aan hercules, in een waterlelie omgetoverd. De vrucht rijst onder het water.

29-04-2020 om 08:28 geschreven door Bart

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
>> Reageer (0)
28-04-2020
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.2 Tropische wandeling bloemen uit de plantentuin van Meise.

Tropische wandeling bloemen uit de plantentuin van Meise.

 

We wandelen voorbij de luciferplant of cuphea ignea. Zeer rijk bloeiend en afkomstig uit Mexico. De plant behoort tot de germeliaecea familie en is ongeveer 1 m hoog. De kelk is scharlakenrood met een zwarte rand. De kroon van de bloem ontbreekt. Het is alsof men een doos lucifers in de plant geworpen heeft.

 

Insectenetende planten groeien zowat overal ter wereld maar zeer overvloedig in Australie, de Tropen en Nieuwzeeland. Drosera’s hebben de eigenaardigheid hun gevangenen te verdrinken.

 

Onze Belgische heide kent ook een vleesetend plantje. de drosera rotundifolia of zonnedauw. Evenals de metalansis vangen zij insecten die zij met hun tentakels vasthouden. De harige tentakels scheiden een soort maagsap af zodat het insect verteerd. Drosera is het Griekse woord voor bedauwd.

Wie Zuid-Afrika zegt denkt aan het suikerbossie of Protea. De plant dankt zijn naam aan de Griekse God: Proteus: hij die zich willekeurig van gedaante kon verwisselen. Het blad zelf kan dikwijls ook zeer veel verschillen. De suikerbossie is een ideale bloem voor droogboeketten.

 

De gele kleur van de butomus nymphoides die ook zwanenbloem genoemd wordt trekt ons aan. Zwanenbloem omdat de stampers op kleine zwaantjes lijken. Zij groeien vooral in moerassige gebieden.

 

Uit het land van de glimlach komt deze prachtige hibiscus. Bij velen een bekende kamerplant. De bloemen bloeien slechts 1 dag doch de knoppen volgen snel elkaar op. De struiken kunnen 6m hoog worden. Ze gedijen het best in een vochtige atmosfeer.

 

Eerder zeldzaam is deze geel gekleurde hibiscus ook wel Chinese roos genoemd Zij behoren allen tot de familie van de heemst en stokroos die ongeveer uit 200 verschillende soorten bestaat.

 

De originele struik heeft rode enkelvoudige bloemen .Maar beschouw hier onder eens deze prachtige bloemige dubbele hibiscus .

 

 

28-04-2020 om 10:20 geschreven door Bart

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
>> Reageer (0)
27-04-2020
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.1 Tropische wandeling bloemen uit de plantentuin van Meise.

Tropische wandeling bloemen uit de plantentuin van Meise.

 

Een mooie passiflora kijkt ons aan. Deze passiebloem is één van de 60 soorten die ons bekend zijn voor hun eetbare vruchten. Uit één ervan wordt de grenadine gemaakt.

 

Wij komen bij de bromeliaceae, de familienaam voor bv. Alle anansachtige. Allen zijn het  tropische planten hieronder één van hen: de guzmania. Deze leeft zowel in de bomen als in de grond.

 

Evenals de vriesea fulgida behoren zij tot één grote familie van ongeveer 1600 ananasachtige. Na bloei en vruchtvorming sterven zij af. Deze plant eist een hoge luchtvochtigheid. Zij is de ongekroonde koningin der bromeliaceae. Ceae wil zeggen achtige.

 

De meesten van hen leven hoog in de boomkronen der Braziliaanse oerwouden. Aechmea’s benuuten de boomtakken als steun en wortelen zich in de ter plaatse gevormde humus. Zij onttrekken echter geen voedsel uit de boomtakken. Zij leven van lucht en water.

 

De bij ons meer bekende kamerplant nidularium toont duidelijk de gootvormige bladeren om zoveel mogelijk regenwater op te vangen. De bloemen hebben geen steel. Nidus is het latijnse woord voor nest. (nestbromlia)

 

Bijna alle bromeliaceae voeden zich zoals deze prachtige Guzmania met zijn draadvormige wortels,  met zuigmondjes. Deze zuigmondjes zitten onderaan de rozetten. Deze plant wordt ook wel eens scharlakenster genoemd.

 

Enkele uitzonderingen onder andere: bilbergia en de bromelia. Beiden bromelia-achtige die zich op de grond tot statige planten kunnen ontwikkelen.

 

27-04-2020 om 09:55 geschreven door Bart

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
>> Reageer (0)
26-04-2020
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.bloemen zeggen zoveel meer

Deze bloemen zeggen tien keer meer

Dan ik je vertellen kan telkens weer

Wit van mijn oprechtheid

Groen van uw frisheid

Het rood geeft mijn warme liefde weer

Die groeit ieder jaar telkens meer en meer

Bart

 

 

De viroloog zegt het telkens weer

Hij waarschuwt ons meer en meer

Afstand houden is een vaste waarde

En dat telt voor de hele aarde

Volgen wij allen heel gedwee

Dan wordt besmetting niet telkens maal twee.

 

26-04-2020 om 09:46 geschreven door Bart

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
>> Reageer (0)
25-04-2020
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.6-Mineralen verzameling Paul van Hemelrijck tekst Ingrid Haxelmans fotografie Bart Daems

Mineralen laatste deel

 

 

Dioptaas is een zeldzaam mineraal dat uit kopersulfaten bestaat. Geslepen is het een uitzonderlijk mooi juweel. Het is zowel hard als broos tegelijk.

 

Zeer zeldzaam en ook zeer mooi is auricalciet, meestal met limoniet als moedergesteente. De blauwgroene naalden vormen een prachtig tapijt. Het is een echt sierstukje voor de verzamelaars.

 

Nog een zeldzaam kopermineraal is malachiet dat plaatvormig kristalliseert. Het is prachtig om siertafels uit te vervaardigen of als wandbekleding zoals bv. In het winterpaleis in Leningrad.

 

Aphofilliet, roos, geel of groen wordt voornamelijk in Indië gevonden. Het is een zeldzaamheid die vooral door verzamelaars begeerd wordt.

 

Een zeer zeldzaam mineraal is okoniet. Okoniet is parelmoerglanzend in kristalliseert in zeer fijne haartjes. Daarvoor echter bestaat uit glanzende witte bollen. Dit exemplaar bevat zowel de bollen als de uitgekristalliseerde naaldvormige kristallen. Voor ik begon te fotograferen waren het alleen glanzende witte bollen. Maar door de warmte van de belichting (tijdperk van gloeilampen) werd de kristallisatie in gang gezet.

 

De woestijnroos is niet zoals weleens verteld wordt, de versteende vormen van kameelurine, het zijn ook geen versteende uitwerpselen of spuwsels van djinns maar gewoon een ophoping van gipskristallen gebakken in het hete woestijnzand. Na een zandstorm gaan de Arabieren ernaar op zoek om ze daarna aan de toeristen te koop aan te bieden.

 

 

25-04-2020 om 10:34 geschreven door Bart

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
>> Reageer (0)
24-04-2020
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.5-Mineralen verzameling Paul van Hemelrijck tekst Ingrid Haxelmans fotografie Bart Daems

Mineralen deel 5

verzameling Paul van Hemelrijck tekst Ingrid Haxelmans fotografie Bart Daems

Marcasiet in open lucht wordt het langzaam omgevormd tot limoniet dat een gele tot bruine kleur heeft. Het wordt gebruikt in gietijzer. Bij oxidatie worden er witachtige vlekken gevormd. Soms ook gebruikt in rozetten als sieraden.

 

Marcasiet wordt dikwijls gevonden in knollen, die aan de buitenkant reeds de omzetting naar limoniet vertonen. Nadat we ze hebben open gekapt kunnen we duidelijk de straalvormige marcasiet zien.

 

De bruine tonen hier duidelijk de overgang aan dat ook wel metamorfoseproces genoemd wordt.

 

Hier onder  zie je een recent gevonden stuk marcasiet dat nog niet aan verwering onderhevig is geweest.

 

Fluoriet is een veel voorkomend mineraaldat meestal 6- 8- of 12 vormig is. Het is een stof dat glas aantast. In zuivere vorm heeft het fluoriderende eigenschappen. Ook hier weer gebruikt in sieraden.

 

Steenzout is van levensbelang voor de mens daar het als voedsel gebruikt wordt. Het is meestal kleurloos maar door onzuiverheden kan het verkleuring vertonen.

 

Azuriet heeft een azuurblauwe kleur en is plaat of prismavormig. Het is een zeldzaam kopermineraal dat oplost in ammoniak. Bij smelting wordt het zwart van kleur.

 

De welbekende smaragd is een beryl soort en wordt dikwijls geslepen voor sieraden. Beryl kan verschillende kleuren hebben Bv. Blauwe beryl die ook wel aquarmarijn genoemd wordt.

24-04-2020 om 12:47 geschreven door Bart

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
>> Reageer (0)
23-04-2020
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.4-Mineralen verzameling Paul van Hemelrijck tekst Ingrid Haxelmans fotografie Bart Daems

Mineralen deel 4

verzameling Paul van Hemelrijck tekst Ingrid Haxelmans fotografie Bart Daems

 

Cerusiet met bariet is een zeer zeldzame samenstelling. De grote grijze massa hier is cerusieten wordt gevormd door loodafzetting in koolzuurrijke wateren.

 

De plaatvormige bruin-rode kristallen is bariet. Dit kan in verschillende kleuren voorkomen zoals rood, geel, groen, zwart of wit.

 

Net als lood bezit bariet de eigenschap om radioactieve straling tegen te houden. Alle dokters kennen het bariumpapje dat ingenomen wordt juist voordat röntgenopnamen van de maag genomen worden. Bariet wordt eveneens in beton gemengd voor atoomschuilkelders of als kostbaar wit pigment voor verf.

 

De kleine bolletjes bovenop deze bariet zijn kleine pyriet kristallen.

 

Pyriet bestaat voornamelijk uit ijzer en zwavel. Het kan voorkomen in de vorm van een kruis, als vijfhoek of zoals meestal in kubusvorm.

 

Wegens het goudachtig uitzicht wordt dit mineraal ook “fools gold” of klatergoud genoemd.

 

 

 

23-04-2020 om 09:22 geschreven door Bart

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
>> Reageer (0)
22-04-2020
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.3-Mineralen verzameling Paul van Hemelrijck tekst Ingrid Haxelmans fotografie Bart Daems

Mineralen deel 3

verzameling Paul van Hemelrijck tekst Ingrid Haxelmans fotografie Bart Daems

 

Vele mineralen kristaliseren in een holte , geode genaamd. Aan de buitenkant lijkt dit een gewone kei te zijn, die moet worden open gekapt om het mineraal te vinden. Deze geode bevat agaat waarop kwartskristallen gekristalliseerd zijn.

 

Opaal wordt dikwijls gebruikt voor sieraden. Er bestaan verschillende variëteiten zoals bv. Vuuropaal, edelopaal, en houtopaal afkomstig uit de versteende wouden van Yellowstone park in Midden-Amerika. Anduaan opaal, zoals hier te zien, is een pas ontdekte soort (jaren 80), gevonden in Mexico.

Edelopaal wordt gekenmerkt door zijn karakteristiek kleurenspel en is de enig opaalsoort die bij de edelstenen grekend wordt.

 

Agaat wordt dikwijls samen met k<arts gevonden. Bekende vindplaatsen zijn Brazilië en Uruguay. Het heeft een uiterst fijne korrel en is een prachtig edelsteen.

 

Agaat wordt dikwijls kunstmatig bijgekleurd.

 

22-04-2020 om 07:51 geschreven door Bart

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
>> Reageer (0)
21-04-2020
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.2-Mineralen verzameling Paul van Hemelrijck tekst Ingrid Haxelmans fotografie Bart Daems

Mineralen deel 2

verzameling Paul van Hemelrijck tekst Ingrid Haxelmans fotografie Bart Daems

 

De eerste bergkristallen werden in de bergen gevonden, vandaar hun naam. Ze waren zo helder dat men dacht met versteende ijskristallen te doen te hebben. Later werd dit mineraal in verschillende gebieden gevonden, tot zelfs in Winterslag in België.

 

Herkimmer-diamant, ook wel diamantkwarts genoemd. Al lijkt de vorm op een geslepen diamant toch is het geen diamant, het is een kwartssoort met dezelfde samenstelling als bergkristallen. Hij heeft die naam te danken aan zijn lichtbreking en vorm. Deze diamantkwarts werd opgedolven tijdens de afbraak van een oud huis in New-York.

 

Purperkleurige kwarts wordt amethist genoemd. Het is dankzij de IJzeroxiden dat deze purper gekleurd is. Na verhitting wordt de kleur echter geel en noemt men het citrien. Degene die in België gevonden wordt is echter slechts lichtjes gekleurd, en dit door natuurlijke radioactiviteit. Natuurlijke radioactieve straling is ongevaarlijk voor de mens.

 

Tijdens onze zoektocht in Idar-Oberstein, dat gekend is voor zijn mineralen, en vooral voor zijn amethist hebben we een bergriviertje onderzocht. De oever van het stroompje waren zo dicht begroeid dat we verplicht waren door het ijskoude water te ploeteren. Ons lijden werd beloond met de vondst van dit prachtig exemplaar. Het is tegenwoordig moeilijk om nog zo’n amethist te vinden.

Amethist uit Brazilië is door ijzeroxide violet gekleurd.

 

Hier ziet u een stalacmiet gevormd in een vulkanisch gebied. Het gesteente is door de hitte gesmolten en kan daardoor een stalacmiet vormen.

Kwarts die een lange tijd wordt blootgesteld aan radioactieve straling kan verkleuren van licht- tot donkerbruin tot zelfs zwart. Rookkwarts is daarom ook zeldzamer dan andere kwartssoorten.

 

Kathedraalraamkwarts dankt zijn naam aan zijn vorm die hier duidelijk te zien is.

 

21-04-2020 om 08:00 geschreven door Bart

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
>> Reageer (0)
20-04-2020
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mineralen verzameling Paul van Hemelrijck tekst Ingrid Haxelmans fotografie Bart Daems

Mineralen deel 1

verzameling Paul van Hemelrijck tekst Ingrid Haxelmans fotografie Bart Daems

 

De meeste zwavelkristallen worden gevonden op plaatsen waar de bodem ooit eens sterk verhit is geweest.

 

Zwavel komt veel voor op aragoniet. De belangrijkste plaatsen zijn Sicilië en het Vesuvius gebied.

 

Aragoniet wordt echter niet enkel gevonden als moedergesteente voor zwavel, maar ook als mineraal op zichzelf. Dit exemplaar werd gevonden in Differdance in Luxemburg.

 

Net als steenkool ontstaat aragoniet op metaforische wijze. Dit wil zeggen: door een verrottingsproces van organische stoffen ontstaat een warmte waardoor argoniet kan kristaliseren.

 

Dit mineraal kan ook in Belgie gevonden worden zoals dit exemplaar dat uit de mijnen van Jemelle komt.

 

Eenzelfde mineraal kan in verschillende vormen en kleuren voorkomen. Hier enkele voorbeelden van rodocrosiet in verschillende kristallisatie vormen zoals compacte massa’s, kubussen en puntvormen. De rode kleur komt door mangaan. Doorschijnende kristallen zijn zeer zeldzaam en worden dikwijls in sieraden gebruikt.

 

Eén van de meest voorkomende mineralen is calciet. Het wordt over de gehele wereld gevonden, heeft dezelfde chemische samenstelling als arogoniet maar wordt koud gevormd. Calciet wordt gebruikt om polaristiefilters uit te vervaardigen.

 

 

Kwarts is harder dan glas en kan alle kleuren van de regenboog hebben; het is ook het meest voorkomend mineraal in de gehele wereld. Het is één van de belangrijkste mineralen. Van in de oertijd tot nu in de modernste technieken; van de vuursteen tot de chip. Zelfs op het strand lopen we op korreltjes kwarts.

 

 

20-04-2020 om 13:37 geschreven door Bart

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
>> Reageer (0)


Inhoud blog
  • GEDICHTENBUNDEL
  • Dromen
  • Op naar mijn pensioen
  • Alles komt goed.
  • 7 Magere jaren
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Archief per week
  • 15/02-21/02 2021
  • 02/11-08/11 2020
  • 26/10-01/11 2020
  • 28/09-04/10 2020
  • 21/09-27/09 2020
  • 14/09-20/09 2020
  • 17/08-23/08 2020
  • 03/08-09/08 2020
  • 27/07-02/08 2020
  • 20/07-26/07 2020
  • 13/07-19/07 2020
  • 25/05-31/05 2020
  • 18/05-24/05 2020
  • 11/05-17/05 2020
  • 04/05-10/05 2020
  • 27/04-03/05 2020
  • 20/04-26/04 2020
  • 13/04-19/04 2020
  • 06/04-12/04 2020
  • 30/03-05/04 2020
  • 16/03-22/03 2020
  • 09/03-15/03 2020

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!