OLIFANTEN OP EEN WEB Uitgeverij :ATLAS -Amsterdam -1997
'Omdat het hart de pen beweegt'. Beter had de inzet van dit boek niet uitgedrukt kunnen worden.
***
Olifanten op een web is geschreven naar aanleiding van de dood van haar moeder.In een mengeling van verslag, herinneringen en dagboeken schetst ze op intense wijze haar relatie met haar moeder , haar familie en haar verleden.Het resultaat is een universeel verhaal met een schat aan belevenissen dat zowel de grote liefde en verbondenheid als ook de tegenstellingen en spanningen tussen moeder en dochter verwoordt,omdat het gaat over iets waar we allemaal mee worstelen: familie, jeugd en gemiste kansen.
Vanaf de eerste regel is de ontgoocheling na haar moeders plotselinge dood voelbaar. De dagen die volgen ... Terug in haar moeders huis.
Door ramen kijken die ze vorige week nog gezeemd heeft.
Spullen vol vingerafdrukken , te dichtbij om te bewaren...
In dit autobiografische boek ,dat Mensje naar aanleiding van de dood van haar moeder schreef, is veel over haar jeugd, latere belevenissen en haar schrijverschap te vinden.
Tot in de details leren we het gezin kennen, het wel en wee van de vele ooms en tantes, de anekdotes. Prachtig. Maar veel mooier nog zijn de beschrijvingen van haar moeder, die krachtige onbaatzuchtige vrouw, getekend door sop en poetsgerei, en het aardappelmesje dat 'door de jaren heen een klein web in haar duim had geëtst'.(…) Van Keulen veracht de dood: voor haar geen gezeur in de trant van ' je moet aanvaarden, respecteren, die hele zeik-rimram die elkaar tot troost toevoegen. Van Keulen daagt de man met de zeis uit, ze strijdt met hem(…)Olifanten op een web is een heel warm boek, Om zo'n van liefde en respect overvloeiende verhouding met je moeder gehad te hebben is iets om jaloers op te zijn. Dat is lang niet iedereen gegeven.
Mensje van Keulen
: 1946
Mensje van Keulen wordt op 10 juni 1946 in Den Haag geboren. Haar eigenlijke naam is Mensje Francina van der Steen. Ze is de oudste uit een gezin van drie kinderen en is katholiek opgevoed.
Na de middelbare school studeert ze aan verschillende Academies voor Beeldende Kunsten maar maakt deze studies nooit echt af. Tijdens dezelfde periode werkt zij enige tijd als een soort hulp in de huishouding in Engeland en later aan boord van een passagiersschip.
"De zee inlopen, dacht ie, niet m'n armen spreiden als het water m'n borst raakt, maar gewoon doorlopen. De eerste golf slaat over me heen. M'n hoofd komt even boven tot de tweede eroverheen gaat, en tenslotte spoelt de hele zee over me heen alsof ik er nooit liep."
In: Bleekers zomer.
Haar artistieke loopbaan begint in 1966 als ze als tekenares bij het studententijdschrift Propria Cures gaat werken. In 1967 vestigt ze zich definitief in Amsterdam en trouwt met de fotograaf Lon van Keulen. Van 1970 tot 1973 maakt zij ook deel uit van de redactie van Propria Cures, waarvoor ze al politieke en literaire cartoons tekende.
Haar eerste verhaal wordt in 1969 gepubliceerd in Hollands Maandblad. De van jongs af aan aanwezige lust tot tekenen en schilderen maakt in die jaren steeds vaker plaats voor het schrijven van korte verhalen. In 1972 debuteert ze met de roman Bleekers zomer; later dat jaar worden haar korte verhalen gebundeld in Allemaal tranen. Van 1973 tot 1981 maakt ze deel uit van de redactie van Maatstaf. In die periode schrijft ze de roman Van lieverlede en de schelmenballade De avonturen van Anna Molino. In de jaren zeventig geven haar boeken sterk blijk van een fascinatie voor verval en uitzichtloosheid.
In 1982 verschijnt de roman Overspel en daarmee schrijft Van Keulen een roman waarin de verhaalontwikkeling voor het eerst meer aandacht krijgt. Ook in Engelbert (1987) geeft ze haar personages de mogelijkheid om hun deprimerende bestaan te ontvluchten.
Vanaf 1985 schrijft Van Keulen ook kinderboeken, die variëren van bizar tot sinister. Het succes van de boeken en het plezier dat de schrijfster in het schrijven ervan schept, doen haar besluiten voorlopig alleen voor kinderen te schrijven.
Het verschil tussen het schrijven van een kinderboek en een boek wat in principe voor volwassenen bedoeld is, omschrijft ze als volgt:
"het schrijven van Tommie Station was veel leuker. Ik had er zelf lol in en zat soms echt te lachen. Er is niets autobiografisch aan … Het schrijven van een kinderboek is niet per se makkelijker want je hebt allerlei beperkingen, maar het is emotioneel minder gecompliceerd."
In 1992 schrijft ze dan een boek over de schrijver Maarten 't Hart die zich zo nu en dan in vrouwenkleren hult (Geheime Dame). Twee jaar later verschijnt De rode strik en in 1997 publiceert ze haar herinneringen aan haar overleden moeder in Olifanten op een web.
"Op de ochtend van 21 september is de vrouw die het meest voor mij heeft betekend, gestorven."
In: Olifanten op een web.
"De zusters van mijn moeder waren echte volksvrouwen, sterke vrouwen die ongegeneerd hun man vervloekten"
In: Opzij, februari 1995
Thematiek en stijl
Van Keulens thematiek wordt, in ieder geval in haar vroegere werk, bepaald door de uitzichtloosheid en de miezerigheid van het kleinburgerlijk milieu: het bestaan van de gewone burgerman; iemand die eenzaam is, niet kan ontsnappen uit zijn dagelijks bestaan, en blijft steken in hopeloze relaties.
Thema en motieven uit een debuut zijn vaak terug te vinden in het latere werk van een auteur.
Thema van Van Keulens debuut Bleekers zomer is: het beklemmende karakter van het burgerlijk bestaan en de onmogelijkheid daaruit te ontsnappen.
Motieven in dit debuut zijn: de sleur van het leven, levensangst, heimwee naar de (onbezorgde) jeugd, constipatie, zwakte, verloedering, Amsterdam tegenover Den Haag.
Ze schenkt veel aandacht aan details, die voor het verhaal heel sfeerbepalend werken. Sommige critici zien in haar werk het naturalisme uit de 19de eeuw terug. Ze wordt door hen vergeleken met schrijvers uit die tijd als: Frans Coenen, Marcellus Emants en J. van Oudshoorn. Zelf ziet Mensje van Keulen haar manier van schrijven meer als een variant op dit negentiende-eeuwse naturalisme, het nieuwe realisme. Zij wil in tegenstelling tot het naturalisme ook geen boeken met een boodschap of strekking schrijven. Zij schrijft om het schrijven zelf.
Mensje van Keulen, Mennie voor de vrienden en familie, schrijft op een nuchtere, sobere, zakelijke manier. Zo nu en dan gebruik makend van wat men wel spreektaal noemt (zei ie, dacht ie). Zij is ook een veelzijdig schrijfster; thuis in veel genres: poëzie, kinderboeken en romans.
LITERAIRE PRIJZEN :
Zilveren griffel (1986)
Nienke van Hichtumprijs (1991)
Vlag en wimpel (1993)
Longlist Libris-Literatuurprijs (2002)
Shortlist Ako-Literatuurprijs (2003)
Annie Romeinprijs (2003)
Longlist Libris-Literatuurprijs (2004)
BIBLIOGRAFIE :
Verschenen bij Uitgeverij Atlas:
Bleekers Zomer (roman; 1972)
Allemaal tranen(verhalen; 1972)
Pension -1974
Van Lieverlede(roman; 1975)
Lotgevallen(balladen ; 1977)
Trucjes (1977) onder het ps. Constant P. Cavalry)
De avonturen van Anna Molino (schelmenballade; 1979) Uit de oude poepdoos – 1980 (onder pseudoniem Josien Meloen)
Overspel (roman;1982)
De Ketting (verhalen; 1983)
Tommie Station – 1985 (k) (zilveren griffel)
Je eerste jaar - 1986
Polle de orgeljongen - 1987 (k)
Engelbert (roman; 1987)
Vrienden van de maan - 1989 (k) (Nienke van Hichtumprijs)
Van Aap tot Zet, gedichten - 1990 (k)
De lach van Schreck (reisverhalen; 1991)
Meneer Ratti - 1992 (k)
Snottebel Lies, gedichten - 1994 (k)
Geheime Dame (biografie over Maarten 't Hart als dame; 1992)
De rode strik (roman; 1994)
Pas op voor Bez - 1996 (k)
Olifanten op een web (autobiografische roman; 1997)
Het vroege werk (heruitgave van werk uit de jaren zeventig; 2000)
Tien stoute katjes, aftelvers - 2000 (k)
Donkere Dagen – 2000
De gelukkige(roman; 2001)
De dames en de bal - 2002
Het andere gezicht(verhalen; 2003)
Het blauw van de Monnikskap – 2003
Een opmerkelijk portret - 2003
Titus raakt zoek - 2004 (k)
Alle dagen laat (dagboek, uitgegeven 2006)