Wat dronken onze grootjes? (deel 5: kluchtliederen)


Reeds in 1650 stammen twee kluchtliederen, die de lof der bieren van Stalle (Ukkel) en Koekelberg bezingen in een “boerthig referyn op het edel en wydt vermaert koeckel-bergs bier” en in een “kluchtig rondceel tot lof van het lekkere Stallenbier”
Tot het volksliederenrepertorium behoort eveneens een drinklied, dat een lofzang is op het Brabants bier en waarvan de aanhef luidt:
“Van al de vreemde dingen, zowel van oost of west,
Hoort men de mensen spreken, is het bier nog best,
Komt er een Djek of Rus, een Schot of Batavier,
Zij smaken lijk de vissen naar het Brabants bier,
Omdat ’t zo lekker is
En zo fris!”
De auteur Domien Sleeckx (1818-1901) zei, na en bezoek aan de gekende buitenherberg ‘De Ekster’ bij Antwerpen: “Men tapte er een wit bier, dubbel seef geheten, dat schuimde als champagne, naar ’t hoofd liep als porto, en tien cents de liter kostte.”
Bron: Het bier in het volksleven
Wordt vervolgd…
Tot de volgende chill…
ps: wil je meer weten over Domien Sleeckx, klik dan op de foto











