Weerspreuken voor de maand oktober (wijnmaand)
- Is oktober nat en koel, wordt de winter zacht en zwoel.
- Is oktober warm en fijn, het zal een scherpe winter zijn.
- Blinkt oktober in zonnegoud, de winter volgt snel en koud.
- Houd de boom de bladeren lang, wees dan voor een lange winter bang
- Als de bomen zich ontkleden, gaan de mensen zich meer kleden
- Tot het vallen van het blad, geuren doet het duizendblad
- Oktober met veel regendrang, maakt de sterke man nog krank
- Brengt oktober veel vorst en wind, zo zijn januari en februari zeer mild
- Zo oktober zo ook maart, dat heeft zich immer wel bewaard
- Verdwijnt de boer van de akker, dan worden hond en jager wakker
- Wie veel noten kan klippelen, zal nog van de kou gaan trippelen
- Worden de bladeren geel en krom, kijk dan maar naar de kachel om
- Zoals de weersheilige het eind oktober heeft gedaan, zo zal Allerheiligen ermee verder gaan