Königswinter

Gisteren heb ik vertelt dat de eerste aanlegplaats Köngswinter was en daar hadden de passagiers één uurtje en een half de tijd om het pittoreske stadje te verkennen. Natuurlijk op die tijd kun je niet veel bezienswaardigheden bekijken, na het avondheden kon je terug van boord maar daar had niemand behoefte aan.
Het stadje telt ruim 35 duizend inwoners en ligt in een mooie omgeving en bekijk de foto’s maar eens die ik hier onder afgedrukt heb.
Dit mooie wit geschilderde gebouw is het raadhuis, bij ons bekent onder de naam van gemeentehuis of in dit geval stadhuis omdat het een stad is. Als je er voorstaat geeft het iets warms af en met die boom er recht voor is het een idyllisch zicht. Omdat er die dag niet veel wind waaide hing de stadsvlag er rustig bij.

In dit eveneens witgeschilderde gebouw wordt de stadsadministratie gedaan. Het is schuin over het raadhuis gelegen met een pleintje ervoor, er kunnen enkele auto’s parkeren. Deze twee eigendommen van de stad Königswinter zijn gelegen in een straat die uitkomt op de promenade, die gelijklopend is met de rivier de Rijn.

We blijven op het zelfde pleintje en bewonderen nu de waterput die zorgde dat de bewoners van het stadje water hadden, maar ze diende het wel met teilen te gaan halen. Het was drinkbaar water toen maar nu hangt er een plaatje op “Niet van drinken” dus zal de bron ook niet meer zo zuiver zijn als toen in die lang vervlogen tijd.

Toen we op de terugweg waren naar onze boot, passeerde we dit mooie beeld dat langs de promenade stond. Het stelt twee ezeltjes voor, maar waarom juist ezels dat weet ik niet. Misschien is er een legende aan verbonden, maar dat is maar gissen van mij. Het is in elk geval toch een mooi beeldhouwwerk.






















