Dinsdag 9 juni 09.

Zondag laatstleden zijn we willens of niet gaan kiezen, maar wanneer hebben we een nieuwe Vlaamse regering of wordt het weer een pijnlijke bevalling zoals twee jaar geleden met de federale verkiezing toen. Eigenlijk staat die regering die eerst na vele maanden op de been is gebracht, nog steeds niet goed te werken. Er word meer ruzie gemaakt dan er problemen opgelost worden.
Maar nu over iets anders gesproken, deze voormiddag ben ik dan toch maar even naar de kapper geweest. M’n haar werd verdorie zo lang dat ik er niets meer mee kon aanvangen, m’n froufroe hing voortdurend in mijn ogen en dat is vrij lastig. Misschien wel met een korreltje zout te nemen, maar toch zolang wacht ik nooit, want eigenlijk ben ik nog wel tamelijk gesteld op een proper geknipt kopje haar.
Eigenlijk heb ik altijd schrik gehad om m’n haar te verliezen, dat zou ik heel erg gevonden hebben. Misschien zou ik er wel depressief van geworden zijn, wie zal het zeggen. Een mens zit op dat gebied aardig in elkaar, maar eigenlijk ben ik best fier op m’n kop haar, belachelijk hé.
De vleesschuif in de diepvriezer was aardig aan het leeg geraken en daarom vroeg Anita of ik deze namiddag niet eens naar de “ Vleesmeester” kon rijden om een voorraad vlees in te slagen. Dat is altijd gemakkelijker dan elke keer bij de slager in de buurt enkele stukken vlees te gaan halen. We konden dan in het winkelcentrum aldaar even binnenwippen in de “Aveve,” beter bekend onder de naam “ Den boerenbond” om een middel tegen bladluis op rozelaars te kopen, want de rozelaar op het terras heeft er van te lijden.
Als beloning zijn we dan nog iets gaan drinken en het palmpje deed me deugd en de tweede palm was om de tijd te verdrijven, want er hing toen een geweldig onweer boven Schoten, met plenzende regen en daar was geen doorkomen aan. We zijn dan toch thuis geraakt en niet dronken en daarmee verdien ik dit onderstaande potje bloemen.






























