Moederdag - 15 augustus 2024

.


.


.



Weemoed
meestal komt ze
slechts bij valavond
als de dag moe is
van zichzelf en de mensen
dan ontwaakt ze
als een fladdermuis
schichtig en onzichtbaar
op het eerste oog
maar soms plots en onverwachts
het kan ook zomaar
als een late merel fluit
de zon achter de wolken schuift
een boek op tafel openvalt
lichtjes aangeraakt
zoals de wind mijn baard
en dan zo helder als een poolnacht
zie ik me staan
tussen de knikkers, de tollen
en moeder die naar me lacht.
Uvi
Link naar: De onvoltooid verleden tijd van gemis en verlangen

.

Liggend in de zon
De liefste sluimert naast mij in het kruid.
Onder mijn arm door lig ik naar haar te staren.
Soms laat de wind haar zachte lange haren
strelend over mijn rug, mijn naakte huid.
Ik luister naar het ijl ruisend geluid
– mijn adem gaat in rythme met de hare –
naar het verre doffe bruisen van de baren
en naar een wulp, die schor, weemoedig fluit.
Er ligt een wijding over het ongerepte land.
Het is te stil om veel en snel te praten,
enkel een zoen, heel vluchtig op haar hand.
De zilte schorren en het wijde zand
zijn aan ons twee alleen overgelaten.
Er is geen einder en geen overkant.
Hans Warren
.
Soms kun je …
Soms kun je eenzaam wandelen op straat
en naar de lucht zien en de stille daken,
het lijkt of je de wolken aan kunt raken
en even is het of je echt bestaat
en of er nooit een ogenblik zal komen
waarop je stiller zijn zult dan in slaap.
Maar vogels strijken op de daken neer
en om de hoek verschijnt een oude man.
Maarten 't Hart

.

Foto: Arjen29
Walcheren bij avond
De dag gaat dicht als een deur. Jij schudt
een sprookje uit je mouw. We lopen
langs het duinpad naar de sterren en open
gaat de nacht. De lage lichten van de kust
beloven meer dan je kunt zien. Een visser staat
met zijn lantaarn aan zee. Het silhouet
van een geluidloos schip wordt neergezet
tegen de einder en verschuift. Met regelmaat
van enkele seconden zwaait een armvol licht
vanaf de vuurtoren over ons heen. De wind
gaat liggen in een dal, de avond wint
het van de dag. En dan van ver komt er een dicht-
regel van Achterberg over het schaduwpad:
“Aan het roer dien avond stond het hart”.
Johanna Kruit

.
Foto: Dave in Pixabay
Boomgaard
Kom hier, dat ik je bijt,
je als een appel eet,
en – zoals dat gaat –
van blijdschap
niet meer weet
waar ik mijn handen laat.
Je bent een boomgaard
eigenlijk, waarvan ik graag
de vruchten pluk,
de bloesems ruik,
zoals vandaag.
Kijk maar:
weer raak ik hier
mijn handen kwijt,
nu ik je in mijn armen bijt
en als een appel eet,
en weet hoe liefde smaakt.
Bart Moeyaert

.

Foto: AI DreamUp
Zoek
Zoek
de zonkant,
kind.
Vul
uw ogen
met het licht
dat klaar en koel
in ’t vroege voorjaar
schuw nog om de parklaan
draalt.
En groei
als uit uw eigen
Zon
Paul Verbruggen


Ik heb je liever
Ik heb je liever dan brood
al zegt men ook dat het niet kan
en al kan het ook niet.
Ik heb je liever dan vrolijkheid of regen,
liever dan de stilte van drie uur
in de rustig in- en uitademende nacht.
De meeuwen scheren overdag met hun vleugels
langs de blonde warme lucht.
De wilde bloemen staan te lachen
in het warme bad van de zon.
De zon danst zijn toch maar kleine rol
met zoveel overgave dat het heel
stil wordt, hier, in dit deel van het heelal.
Ik heb je liever dan brood
al zegt men ook dat het niet kan
en al kan het ook niet.
Liever dan vrolijkheid of regen,
liever nog dan ik heb je lief.
Hans Andreus

.

(Afbeelding AI gecreëerd)
In memoriam patris
Mijn vader heeft de waterlaarzen aan.
Wij samen zijn de Lekdijk afgekomen.
Ik ben voor mijn verjaardag meegenomen:
hij moest vandaag bij het gemaal langs gaan.
Gemaal: dat is je vader horen noemen
die vreemde woorden van een andere taal
als hij de waterstand leest van de schaal;
te ademen in het onbenoembaar zoemen
dat gonzend omgaande aanwezig is.
Èn, niets te zeggen als hij bezig is:
‘Dàt is een man, daar kun je staat op maken’.
Als op de zaken orde is gesteld
doen wij op huis aan. Een lucht van geweld:
Gorcum ligt al door wolken overkraagd.
Geen noodweer en geen wereld kan mij raken
als hij, het laatste stuk, mij op de schouder draagt.
Ida Gerhardt (1905-1997)