The wild cattle of Chillingham
700 jaar geleden heeft de Duke van Chillingham een muur laten bouwen om een groot stuk van zijn terrein om allerlei soorten wild op zijn land te houden voor de jacht. In die tijd werd er ook veel vee gestolen, zowel door de Schotten net als ook andersom wel gebeurde. Die wilde koeien zijn er altijd gebleven. Er wordt op geen enkele manier ingegrepen in de natuur. Alleen bij veel sneeuw worden wat balen hooi gebracht. De kudde houdt zichzelf in stand, hoewel er na de winter van 1947 maar 17 stuks over waren. Nu zijn het er 79. Er is altijd één grote stier die het voor het zeggen heeft en alle dekkingen verricht. Dat is meestal gedurende een jaar of drie. Dan wordt het overgenomen door degene die dan het sterkste is. Want er wordt wat afgevochten door die mannetjes. Als een kalf geboren wordt in afzondering, brengt de moeder die pas na een twee weken terug bij de kudde. De vaderstier beslist of de kleine sterk genoeg is. Als de kleine goed gekeurd is mag die blijven, zo niet wordt de kleine na drie keer verstoten te zijn door vader ook door moeder in de steek gelaten. Dat gebeurt een enkele keer. Ze zijn er op gebouwd om hard te kunnen rennen, weinig uier en een slank lijf. We zijn net als de anderen onder de indruk van dit staaltje puur natuur, want dat is het.





















