De Klaagmuur bij avond

De Klaagmuur bij avond
Jeruzalem bij avond
Don, Gijs en Ben proosten hier op de vrede van Jeruzalem.
Bethlehem
Op naar Jeruzalem
Nazareth
Nazareth
TabghaOp het meer van Tiberias.
In Tabgha bezoeken we de plek waar de wonderbare spijziging geweest zou
kunnen zijn. Ook hier een soort kerkje met bijzondere oude mozaïeken op de
vloer. Er was iemand bezig om wat schade en slijtage te herstellen. Dit zou die
plek zijn waar een menigte van 5000 mensen van 5 broden en 2 vissen genoeg te
eten kregen.
Dan gaan we langs het meer naar een andere plek waar we, hoe
kan het ook anders, aan een vislunch gaan, vers gevangen in het meer van
Tiberias. Het weer is helemaal opgeknapt en we zitten lekker buiten in het
zonnetje en het is zomaar 21 graden.
Het is nog steeds niet afgelopen met de
bijzondere plekken rond het meer.



Golan en Kapernaum
Galilea
Akko 2
Akko
Haifa
Caesarea
Netanya
Tot gauw...
Nog even...

De Yad Vashem onderscheiding voor Johan en Berendina Eggink- Jansen. Ze
kregen dit omdat ze in de oorlog 1,5 jaar Elly, een joods meisje, onderdak
boden.
Dit natte winterweer heeft één voordeel. Het dwingt je bijna tot
een soort winterslaap. ’s Morgens is het laat licht en dan keutelen we wat aan.
Zo aan het eind van de middag gaat het houtkacheltje aan en om vijf uur zit ik
al voor mijn favoriete programma op 7 De Grote Verhuizing, een Engels
woonprogramma. Wat kleuren betreft weet je niet wat je ziet: Rood, groen, geel,
oranje vliegt je om de oren. De huizen op het platteland vind ik het
mooist.
Toch heeft zwager Ben iets bedacht om die winter te doorbreken. ‘Wat
vinden jullie ervan om een weekje naar Israël te gaan?’ Dat hoef je tegen Wim
maar één keer te zeggen.
‘Waar is je zwembroek?’, vroeg ik Wim gisteren. ‘Het
zou te gek zijn wanneer we straks bij de Dode Zee aan komen dat je geen
zwembroek bij je hebt. Ik moet toch minstens ook één foto van je hebben,
drijvend en lezend in een krantje.’
Ze zeggen dat je door het zoute water erg
goed kunt blijven drijven. Jullie merken het. De plannen zijn vergevorderd.
Maandag is het zover en gaan we samen naar Israël voor een rondreis van 8 dagen.
’Imposant Israël’ heet het. Ze zeggen dat het in Jeruzalem wat killer kan zijn
dan in Tel Aviv waar we aankomen en later in Eilat waar we de laatste paar dagen
zullen zijn. Ik ben heel benieuwd naar het land van de bijbel waar we
verschillende plaatsen opzoeken waar Jezus rondgelopen heeft. Bovendien zouden
in het Yad Vashem Holocaust Museum de namen van opa en opoe Eggink te zien
moeten zijn. Die Yad Vashem onderscheiding voor opoe en opa is pas kort geleden
postuum uitgereikt en door oom Bram in ontvangst genomen. Het was een
indrukwekkende middag, heb ik begrepen. Vandaag gaan we inpakken, zondag komen
Ben en Niesje als onze vaste oppas en dan gaan wij ’s middags richting
Achterhoek.
Wie wat bewaart.... heeft soms teveel.

Mama als een mooie en blije bruid, september 1941. Onder de donkerblauwe
kanten jurk droeg ze een lichtroze onderjurk.
Het leeghalen en opruimen
van oma’s kamer in de Bongerd zette ons aan het denken. Wat zeg ik... de schrik
sloeg ons om het hart. Wij wonen nu bijna 18 jaar aan het Schoolpad. Hiervoor 10
jaar aan de Kuifmees, 8 maanden aan de Laan van de Marel, dit alles in Emmen.
Daarvoor 10 jaar in de Marnixstraat en 6 jaar aan de Jan Voormanstraat in
Hengelo. Nog verder terug brengt ons ruim een jaar aan de Eligiusstraat in
Aalten en natuurlijk de eerste 1,5 jaar van ons huwelijk aan de Eierdijk in
Hattem. En het was goed om regelmatig je verkassen, je spullen door te kijken en
dingen te vervangen of aan te passen.
Nu beginnen wij het wat benauwd te
krijgen als we opnieuw aan verhuizen gaan denken. Wanneer we het later aan onze
kinderen moeten overlaten komt alles in de container voor de Kringloop terecht.
Ik zie het voor me. Die hebben echt geen tijd om alles grondig te gaan
bekijken.
Het gevolg van al dat denken was dat we maar zelf eens gingen
kijken wat we aan overbodige spullen in huis hebben. Het begon met de
schuurzolder. Die stond vol en de kasten op die zolder ook. Wil je weten wat
daar nog te vinden was?
-Wim z’n trouwpak, nog helemaal intact plus
stropdas.
-Wim z’n regenjas van de Koopvaardij, iets minder intact.
-Twee
jassen van mama die ik niet weg kon doen. Een ervan is zo’n beroemde Burberry
regenjas, nog van oom Sjoerd.
-Mama’s donkerblauwe kanten trouwjurk anno
1941, zeer waarschijnlijk ook uit de kleermakerij van zwager Sjoerd
Aartsen.
-Heel veel kleding van Mark toen hij uiteindelijk naar Jennifer
vertrok.
-Een salontafel die Wim ooit meebracht maar die wij niet meer gaan
gebruiken.
-En meer....
Ik moet zeggen, het ruimde lekker op. De Burberry
en de trouwjurk liggen er nog. De rest is weg. En wat voelt dat
lekker.
Vandaag ging ik verder in huis. Vier zakken kleding… weg ermee.
Heerlijk!
Binnenkort volgt er een tweede screening!
Iemand belang bij
de jas of de trouwjurk?
Creatief...?

Op de lagere school moest je voorbeeldjes van landschappen natekenen. Op
geen enkele manier werd daar je creativiteit ontwikkeld. Het breien was ook al
zo’n ramp, zo strak werd dat met die breikatoen. Ik nam het telkens mee naar
huis en breide om de beurt met opoe. Die zorgde dat het weer wat losser op de
pennen kwam. Ook het tekenen op de middelbare school deed me niet veel. Wel een
tekendoos aanschaffen met alles erop en eraan tot een vleugel aan toe om de
kruimeltjes van je papier te kunnen vegen. Je kunt hooguit zeggen dat mijn fijne
motoriek er door ontwikkeld werd.
Op de kweekschool leerde ik alle technieken
die er zijn.. naaien, mazen, stoppen, verstellen, smocken. Allemaal praktische
dingen… wel leuk, maar creatief? Ja.. portret tekenen ging me aardig af.
Toen
onze jongens klein waren naaide ik bijna al hun kleren. Uit een wat versleten
Harris tweed colbertje van Wim naaide ik een jasje voor Rick. Dat was leuk, maar
ook creatief?
Maar… in de jaren 70 kwam het spinnen en weven. Er kwam een
Louët spinnewiel, een weef raam en ik begon de gesponnen wol te verven. We
woonden in Hengelo tegenover een school en met heel wat groepen hebben we thuis
gesponnen, geweven en geverfd, maar ben je dan creatief?
In Emmen heb ik in
een vlaag een tijdje truien gebreid, maar dat ging ook weer over, net als het
sokken breien toen ik stopte met werken. Minstens 30 paar. Toen was het voorbij.
Niesje vraagt nog wel een of ik al weer brei, want die sokken waren zo fijn,
maar ik moet haar teleurstellen.
Het blijft nu alleen bij schilderen. Een
paar schilderijen vind ik zelf zo goed gelukt dat ik verbaasd ben van mezelf.
Zou het toch creativiteit zijn?


Leuk idee...!
‘Wat is dat? ’ Agnes, onze regelmatige logée, staat meteen naast haar fiets. ‘Is dat een muis?’ We
zijn afgelopen zaterdag gezellig Emmen in geweest en zijn op de terugweg bij het
Schoolpad aanbeland. Ik kijk eens goed naar het zwarte beestje met korte staart
en grijphandjes. Je ziet ze niet vaak bovengronds. Het is een mol die zich half
ondergronds een weg probeert te banen door grassen en ander groen. We staan er
verwonderd naar te kijken. Een nuttig diertje, maar als je er zoveel hebt als
wij in deze tijd wordt het teveel van het goede. Op het land van de boer zijn ze
niet want ik denk dat er weinig voor ze te halen is door al die kunstmest- en
verdelgingsmiddelen. Dus dan zijn wij de pineut.
Huize Minoe

Nu we het toch over een kat hebben. Vanmorgen waren we als Expo-werkgroep
bij elkaar om te brainstormen over de toekomst van de expo-groep in de
Schepershof. Deze zomer zullen we voor het laatst de Voorhof gebruiken en
voorgoed de Schepershof gaan bevolken als PKN gemeente Emmen- Oost.
Dat
gebeurde ten huize van Dea en Dick. En behalve een hondje, zo een met haar voor
de ogen, was er ook een kat. Een prachtige zwarte kat met een mooi wit blesje.
En je zag het meteen. Dit was haar huis. De vensterbank had een railing zodat er
niks af kon vallen als Minoe dit als haar pad verkoos. Terwijl Dick ons van
kannen koffie en lekkere bonbons voorzag, liep de kat met opgeheven staart door
de kamer, schoot achter me langs over de vensterbank, ging dan door een
kattenluikje naar buiten in een speciaal gemaakte gazen kooi. Ik dacht nog even
dat die voor de vogels was, maar nee… voor de kat. Het was niet voor lang. Even
later was ze er al weer en deed ze haar rondje terwijl ze ons wat ongerust
bespiedde. Ineens zette ze zich af vanaf de stoel waar Co zat en met één sprong
zat ze boven op de kast om ons in de gaten te houden. Dea verblikte of
verbloosde niet. Het was me compleet duidelijk. Minoe is hier de baas. Dit is
háár huis.