A-j weer es wat metbrengt... gooi dan eers wat weg...

Wim met onze liefste pony tot nu toe, Betsie. Dit 10 jaar oude shirt is nu
uit de gratie...‘Jao jao… wi-j heb de oorlog nog met emaak’, werd er dan gezegd. Mama keek de kring om de keukentafel eens rond, pa en opoe en opa knikten mee en zuchtten. ‘Toen was alles zo betuun, ie-j gooien neet zo gauw wat vot’.
En dan was het even stil en lieten ze hun gedachten teruggaan naar die tijd toen alles op de bon was.
Meestal ging het om iets dat wel of niet ingeruild of weggegooid zou worden. Zou dit misschien toch onbewust bij mij zijn blijven hangen?
Ik ben weer op oorlogspad geweest. Er moest weer opgeruimd. De kamer boven die ik me toegeëigend heb voor mijn kleding, naaimachine en strijkplank was aan een opruim- en schoonmaakbeurt toe. Maar wat kostte me dat een moeite. Uiteindelijk leverde het weer een zak of vier op die afgevoerd gaan worden naar de Kringloop. Ik heb er wel, zij het in etappes, vier dagen over gedaan, maar dan heb je ook wat. En Wim zei het nog maar eens: ’A’j weer es wat metbrengt, gooi dan eers wat weg’.
Maar ik heb hem wel aangestoken: ’Mien kaste za’k ok es uutdunnen, ik hebbe zovölle wa’k toch niet meer an doe’. En hij toog vanmiddag ook aan de slag. Na mijn vier dagen ploeteren kostte het hem op de kop af 20 minuten om de stapel T-shirts, broeken en overhemden uit te zoeken. Toen stond er ook een gevulde plastic zak klaar. ‘Maor Wim, den he-j zowat niet an ehad, zunde um dat noe weg te doen.’ Toen volgden de redenen waarom iets niet werd gedragen: te laege an de hals, te krap in de scholders, te strak um de boek. Tja… ook hij wordt ouder. Er ging bijna een splinternieuw paars T-shirt achteraan waar het kaartje van € 18,95 nog aanzat. Ik had het hem blijkbaar opgedrongen bij Schomaker. ‘Man... den is veur onder oew nieje aoverhemd’. Ik stond versteld met hoeveel gemak hij praktisch nieuwe kleren in de zak stopte, maar gek als het was.. de afgedragen overhemdjes bekeek hij met liefde en vroeg me dan:’Ku-j daor nog iets an doen, effen iets an-ikkeren öf zo?’ Ik heb wel eens kragen gekeerd en gaatjes gedicht in zijn lievelingshemden.
Toen ik zonet de stapel onder de kapschuur bekeek moest ik ook even zuchten en bedacht dat neef Wim nog niet zo’n slechte manier van kleden heeft. Hij heeft één stel nette kleren en een stel om in te klussen, zegt hij. That’s it. Zijn de kluskleren versleten dan wordt het stel nette kleren gebombardeerd tot klussen en koopt hij weer een nieuw setje. Goed voorbeeld, maar…. zucht…
Misschien kan een van de jongens nog iets uit die zak gebruiken want... zie boven....!













