Dan toch
DAN TOCH
Op de rand van de afgrond, zag ik je staan.
Maar springen deed je niet
Nog niet.
Je ging langs vele wegen, kwam menig tegen.
Maar binden deed je niet
Nog niet.
Je dronk uit vele bekers, tot randen toe gevuld.
Maar braken deed je niet
Nog niet.
Je zag vele zomers, en winters bitter koud.
Van binnen niet bevroren.
Nog niet.
Je kuste vele monden, met bitter zoete smaak.
Maar spuwen deed je niet.
Nog niet.
Je plukte vele rozen, zo lokkend in de kleur.
Je prikken deed je niet.
Nog niet.
Je ruimde vele tafels, het voedsel toren hoog.
Maar stikken deed je niet.
Nog niet.
De melk uit haar borsten, laveloos in je mond.
Stuwt niet terug naar boven.
Nog niet.
Je greep alles om je heen, met niet te laven dorst.
zelf wordt je niet gegrepen.
Nog niet.
De afgrond gaapt nog steeds.
De rand brokkelt af.
De val niet meer te stuiten.
Dan toch
© Nest Martens

