De Roepende
DE ROEPENDE
Het is zo weinig
het is zoveel
ik geef iets
maar krijg wel meer
Mondjesmaat
is wat ik doe
af en toe
En zie
mijn uitgestoken hand
mijn vragenblik
mijn onverzadigbare honger
Omzichtig
weeg ik
schuw geef ik
Maar mijn krijgen
is niet stil
het schreeuwtMijn goed behoed
glipt
door de kieren van mijn hand
Vang het
wik hetMaar dagen komen
dat men doof is
voor mijn vragen
Dat niemand hoort
hoe luid ik roep
dat ik wil gevenEn ik alleen
mijn echo hoor
En weet
waarom men doof is
© Nest Martens.







