kantkussens : Engeland

Een hobby die een obsessie werd !!
Niet alle afgebeelde kant is door mij gemaakt,
dat zou trouwens onmogelijk zijn.
Ik wil alleen
ALLE
facetten van
KANT
belichten !!

kantkussens : Engeland
Kanten-spinsels

“Kanten-spinsels”
In de hedendaagse wereld,
Waar het leven één en al drukte is
En snelheid de norm.
Waar mensen geen tijd hebben
Om te luisteren naar vogelenzang
Noch stilstaan bij een naderende storm…
Op een rustig plekje,
In mijn eigen kleine cocon
Neem ik de tijd.
Met kussen en draad,
Geprikte patronen, spelden op maat
En klosjes netjes op een rij…
Het doet zo goed
Om klos over klos te leggen
En naar eigen tempo
De rij af te maken.
Om speld na speld te steken,
En alle spanning te vergeten…
Wanneer de stress te groot is
Trek ik mij terug uit de wereld.
Laat alle zorgen achter
Om schoonheid te scheppen
Kalm en rustig
En bewonder wat ik gemaakt heb…
Gisela Altruye
Burano kant
Coco Chanel

Ik beschouw
“KANT”
als de mooiste imitatie van de natuur!!
“KANT” roept bij mij altijd een vergelijkbaar ontwerp op van takken en bladeren, geborduurd in de lucht. En ik denk dat er geen enkele uitvinding van de menselijke geest zo dankbaar en nauwkeurig is.
Coco CHANEL - 1939
kantkussens 12: Burano
Burano
Het kleurrijke “KANT EILAND” in de Venetiaanse lagune.

Legende
Een visser vertok naar zee en liet zijn verloofde achter in Burano.
Op zee zag hij een prachtige zeemeermin. Die sloeg met haar staart, er spatte een kroon van zeeschuim op en die veranderde in een bruidsluier voor zijn aanstaande bruid.
Later kopieerden jonge meisjes uit Burano, deze sluier met naald en draad.

Tot zover de legende.
In werkelijkheid herstelden de vrouwen, terwijl hun mannen op zee waren, de visnetten. Door het milde klimaat zaten ze meestal buiten te werken, zittend voor hun kleurrijke huisjes.
Was dit het ontstaan van Burano kant ???

Met een beetje geluk kun je nog altijd een kantwerkster aan het werk zien alhoewel hun aantal sterk verminderd is.

Bij ons wordt het patroon in de hand gehouden om naaldkant te maken. Maar in Burano wordt het patroon op een kussen gespeld. Tussen het kussen en het patroon wordt voldoende ruimte gelaten om een stuk hout tussen te steken. Zo heeft de kantwerkster steun om met de naald onder de tracé draden te steken.
Op deze manier heeft ze beide handen vrij om de draad te leiden en aan te trekken.


Het resultaat van bovengaand patroontje.

Intermezzo
Intermezzo
Deze morgen kreeg ik deze leuke kranten foto van een kantkennis uit Nederland.

Een telefonische instructie bij het kantklossen tijdens de Spakenburgse dagen ?
Of gewoon tegelijkertijd een gesprek voeren ?
Alleen de dame in kwestie kent de oplossing !
Gezelligheid troef....
Gezelligheid troef!!!
De Duitse kantwerksters klosten graag in gezelschap. ’s Zomers was dat geen probleem want dan zaten ze buiten, voor hun huis, te werken. Maar gedurende de winter waren de avonden lang, donker en eenzaam.
Deels uit spaarzaamheid, besparen op petroleum voor het ordinaal en op de verwarming, maar toch grotendeels voor de gezelligheid kwamen ze ’s avonds samen in een
“klöppelstube”
een echte
“kantklos herberg”
om er samen te klossen!!!
Ondertussen vertelden ze verhalen, sagen, legenden, er waren er die gedichten voordroegen en er werden ook volksliederen gezongen.

kantkussens 11 : Duitsland

Erzgebergte
Volgens de overlevering heeft Barbara Uthmann, uit Annaberg, het kantklossen geleerd van een Brabantse vrouw die voor de godsdienstvervolging gevlucht was naar het Erzgebergte in 1600.

In Saksen kloste men hoofdzakelijk Mechelse kant en Chantilly maar op een vergrootte prikking en met veel dikker garen. Daardoor ging de eigenheid van die kantsoorten verloren. Dat was dan ook de reden dat de kant uit Saksen van weinig belang was op de wereldmarkt en men verkocht ze dan onder een “valse” naam.

Op weg naar de kantschool.
Om deze “wantoestanden” tegen te gaan stichtte Julius Paufler in 1877 een heuse kantschool in Schneeberg. Vandaar de Schneebergse kant die we nu nog kennen.
Na een cursus van 3 jaar kreeg men het diploma van kantlerares. Die werden dan, onder staatstoezicht, te werk gesteld in de verschillende kantscholen in Saksen.
Na WO II werd er nog maar weinig “om den brode” geklost en ontwikkelde het kantklossen zich als een zuivere hobby.

Schneeberger kant bestaat nog altijd en de techniek leunt aan bij Russische kant en grof bloemwerk.
Ook hier klost men op een rol die op een staander gelegd wordt. De klossen zijn tamelijk zwaar en er wordt meestal met een klein aantal gewerkt.

kantkussens 10 : Denemarken

Het best gekende kantcentrum van Denemarken :
Tönder

“Tönder” kant dankt zijn naam aan de stad waarvan hij afkomstig is.
De kant gelijkt sterk op de Engelse “Buck point” en de Vlaamse “Rijselse kant”maar heeft zijn eigen specifieke, florale motieven. (voor meer uitleg zie archief)

De grond is de tule tralie, dikwijls versierd met vierkante kunstslagen. De motieven worden steeds omgeven door een sierdraad.

De patronen hebben namen zoals : anjer, roos, aardbei, slak….
Soms dragen ze de naam van een kantwerkster, Ellen, Nora, Lisette…of zijn genoemd naar een plaats waar ze vandaan komen.

Het Deense kantkussen is vierkant met een rol. Speciaal is de uitsparing zodanig dat het rond het lichaam van de kantwerkster past.

De klosjes zijn juweeltjes, fijn van “steel” en onderaan bolvormig. Meestal is dit bolletje versierd met pareltjes in allerlei kleuren.

Een Deens kussen is het bekijken waard!!

kantkussens 9 : Sri Lanka

Sri Lanka is al lang bekend voor kant - en borduurwerk.

Galle, in het zuiden van het land, is het belangrijkste centrum voor deze kunsten.
Portugezen brachten in de 16de eeuw de kant naar Sri Lanka. In die tijd waren het koningshuis en de aristocratie bezeten van kant – borduurwerk als symbool van hun rijkdom en macht!
Dit zijn natuurlijk vervlogen tijden…
Nu worden projecten opgestart om de noodlijdende kantwerksters te helpen.
De bekende Engelse kostuumontwerpster Andrea Galer, gaf de kantwerksters uit Sri Lanka opdracht om de kant te klossen die nodig was voor de prestigieuze BBC productie Jane Eyre.

Na de tsunami, in 2004, werd in de streek van Galle het “Power of Hands” kant-project opgericht. Het is de bedoeling de vele kantwerksters in het getroffen gebied een helpende hand te reiken.
Nieuwe kantklossters worden opgeleid in de traditionele kanttechnieken maar ook in het gebruik van nieuwe materialen en ontwerpen. Ervaren kantwerksters uit de streek kunnen hier terecht voor workshops en er is een winkel waar de afgewerkte kant te koop wordt aangeboden.
Met de opbrengst van de verkoop worden de lopende kosten betaald en tevens krijgen de kantwerksters een loon.

In Sri Lanka gebruikt men dezelfde kussens als in Potugal. De klossen zijn zwaar en bolvormig en vroeger werden ze met de hand gesneden zodat geen enkele klos dezelfde grootte of dikte had.

De kantwerksters zitten op de grond of op een laag stoeltje zoals hier op de foto.

kantkussens 8 : Vila do Conde
Vila do Conde

Portugal,
land van zeevaarders, vissers en botenbouwers…

Reeds in de 16de eeuw werd er kant geklost in Vila do Conde.

Vila do Conde is een havenstadje gelegen tussen dennenbossen, langs de Ave rivier en de zee.
Hoe de kant hier gekomen is, heeft men niet kunnen achterhalen maar het is een feit dat Vila do Conde, in de 16de eeuw één van de belangrijkste havens was van Portugal. Daarom wordt verondersteld dat de kant ingevoerd werd door zeevaarders en handelaars die nauwe contacten onderhielden met het noorden van Spanje en Vlaanderen.
Vanaf 1616 kreeg “KANT” in Vila do Conde een belangrijke economische betekenis!!
Dank zij de oprichting van een kantschool in 1919, werden nieuwe patronen ontworpen met motieven ontleend aan de zeevaart en ook veel gestyleerde bloemen.

De techniek werd geperfectioneerd waardoor de kant een nieuwe impuls kreeg.
Dit is de traditionele houding van een Portugese kantwerkster, gezeten op de grond met de “tombolo” in een mand.

Tegenwoordig gebruikt men “staanders” om het kussen op te leggen (net zoals wij) en zit de kantwerkster op een stoel.

Inmiddels is men in Vila do Conde een andere weg ingeslagen. Naast de traditionele kantmotieven wordt er nu ook hedendaagse kant geklost.

Men gebruikt nieuwe materialen, zoals wol, zijde, metaaldraad… van toepassing in de mode zoals te zien op de afbeelding. Maar het behoud van deze eeuwenoude kunst is verzekerd en wordt levend gehouden in de kantschool, gevestigd in hetzelfde gebouw als het mooie Kant museum.

kantkussens 7 : Canada

Canada
Men zegt : Wie zoekt, die vindt…
Ik heb uren zitten surfen op internet maar niets gevonden wat betrekking heeft op de geschiedenis van kantklossen in Canada.
Uiteindelijk heb ik toch een kantclub gevonden waarover ik iets kan schrijven.
“THE HAERTLAND LACE GUILD”

Het doel van de organisatie is : “De interesse in oude kant stimuleren en bewaren voor het nageslacht.”
“The Heartland lace Guild” is opgericht in 1990 en is dus nog bitter jong als wij het met de Europese organisaties vergelijken. De kant die er gemaakt wordt is eenvoudig, stropkant of een soort Russische kant. Er komt echter verandering in want sommige Canadese kantklossers komen in Europa lessen volgen.

Het hart, verwerkt in hun logo vindt men overal op terug.
Zo wordt er ieder jaar voor de leden een klosje ontworpen. In het ontwerp is steeds een hart verwerkt. Zo bijvoorbeeld in 1996/1997 zien we “5 Olympische harten” als teken van hulde voor de Olympische spelen in Atlanta of in 1998 twee ineengestrengelde hartjes.

In 2006 kreeg ieder lid van het bestuur een persoonlijk “ Thank you “klosje met op de ene zijde een pictogram toepasselijk op hun functie binnen de vereniging en langs de andere zijde hun naam.

Voorzitter = een hamer
Secretaris = potlood en papier
Penningmeester = beurs met dollarteken
Web-master = computer
Opvolging verjaardag van de leden = taart
Enz…
Toch een zeer leuk idee!!

Dit prachtige beeldje is van Eugéne Jankowski!!
In een notendop
kantkussens 6 : Camarinas
Camarinas

Caraminas is gelegen langs de Atlantische oceaan. Het is de hoofdstad van La Coruna (Galicië)
Buiten kant is de visserij de voornaamste bron van inkomsten.

Zoals andere kantcentra heeft ook Camarinas een standbeeld van een kantklosster. Het imposante beeld staat op het belangrijkste plein, dichtbij het museum.

De kant van Camarinos is gekend over heel de wereld.Bijna iedere vrouw kent de techniek van het kantklossen en kinderen worden op jonge leeftijd aan het klossen gezet. Op de foto's meisjes van 10, 8 en 5 jaar.
Ze werken op een “almoada”, een kantkussen dat op hun knieën rust.

Het kussen is in feite een zak gevuld met stro. De twee uitstekende stokken bovenaan dienen om het kussen sterkte te geven maar ook als steun tegen bv. een tafel.


kantkussens 5 : Cantu
Cantu is een stad in de Noord-Italiaanse provincie Como, regio Lombardije.
Voor de plaatselijke economie is de productie van kant en meubels van groot belang.

Op dit kussen klost men met “olijfvormige” klossen.
Cantu, ten noorden van Milaan, heeft zijn eigen specifieke kant namelijk « Cantu-kant ».
Op het eerste zicht zou je denken dat het de Rococokant is die bij ons in de omgeving van Lotenhulle en Bellem werd geklost.( zie archief)

Het motief bestaat ook uit een hoofdnerf met daaraan blaadjes en drie - en vijfbladige bloempjes. Doch het verschil met « onze » Rococo is dat men bij Cantu-kant met bundels werkt die aangehaakt worden aan reeds gewerkte delen.

kantkussens 4 : Auvergne - Le Puy
Auvergne

Met als meest bekend kantcentrum : Le Puy
Venez écouter le chant des fuseaux,
Pour nous il n’est rien de plus beau,
Depuis que nous sommes dentellières.
Pour l’amour de l’art, de jolis doigts
Tissent de fragiles dentelles,
Délicates et éternelles.
Wanneer men begonnen is met kant te klossen in Le Puy is niet geweten.In de Middeleeuwen was Le Puy een druk bezocht christelijk bedevaartsoord. Het was en is nog steeds het begin van de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela. De religieuze feesten brachten een massa volk op de been. Ook handelaars en marskramers kwamen in grote getale.Men veronderstelt dat deze laatste de kant naar Le Puy hebben gebracht.

In 1665 werd in Le Puy het instituut “Dames de l’instruction”opgericht. Deze religieuzen, bekend als de “Béates”hadden de taak de bevolking te onderwijzen in de godsdienst en de techniek van het kantklossen.
Onder Colbert kende de kant van Le Puy een geweldige bloei en werd uitgevoerd naar alle landen van Europa en naar Zuid-Amerika.

In 1775werden de kantwerksters verplicht zijden draad te gebruiken en daaruit ontstond de “Blonde”.Door de Franse revolutie kwam er een einde aan de kantproductie!

Zoals het in Le Puy de gewoonte is, worden de kussens bekleed met "toile cirée".
Na verschillende heroplevingen stichtte mevr. Mick Fouriscot, met succes, in 1974 “Le nouveau conservatoire de la dentelle à la main”met als doel de traditie van het kantklossen verder te zetten.Vandaag de dag wordt er weer druk gekantklost in Le Puy en is dit weer een toeristisch trekpleister.
kantkussens 3 Puerto Rico
Puerto Rico

Kussen Cuba en Puerto Rica
Volgens historici ligt de oorsprong van de kant in Puerto Rico in het feit dat zich vele Franse kolonialen zich hier gevestigd hebben na de slavenopstand in Haïti.

Haïti was een Franse kolonie en na de slavenopstand werden de Fransen verdreven en velen hebben zich in Puerto Rico en Cuba gevestigd en zo de kant geïmporteerd.

Sommigen beweren dat dank zij de Spanjaarden de kant haar intrede heeft gedaan.
De koloniale Spanjaarden hadden behoefte aan kant voor religieuze, militaire en rechterlijke doeleinden. Men gebruikte kant voor uniformen, zelfs knopen werden overtrokken met kant.

Deze Spanjaarden leerden de bevolking kantklossen.
Uiteindelijk begonnen die zelf kant te ontwerpen om te exporteren.
De kantklossters van Puerto Rico behoren tot alle lagen van de bevolking. Ze zijn fier op hun geschiedenis en Moca is het kantcentrum van Puerto Rico en heeft een heus kantmuseum.
Op het ogenblik zijn er 9.000 kantwerksters .
Kantkussens met rol werden gemaakt uit alle beschikbare materialen zoals fruitkisten of laden. Alle soorten hout werden gebruikt en de klossen werden met de hand gesneden. In het museum vinden we klosjes van wel 64 soorten hout, van verschillende dikten.

kantkussens 3 - Lorraine/ Mirecourt
Mirecourt
Vanaf de 16de eeuw wordt het kantklossen geïntroduceerd in Lotharingen (Lorraine) en meer bepaald in Mirecourt, door Italiaanse vioolbouwers en gesteund door de graven van Lotharingen.
Meisjes uit grote gezinnen klosten kant om hun uitzet te versieren en in de weeshuizen werd kant geklost om te verkopen.In 1790 werkten duizenden kantwerksters voor kanthandelaars uit de naburige landen. Mirecourt was gekend over heel de wereld.
1850 Was een gouden periode voor Mirecourt en omgeving. Men telde toen 25.000 kantwerksters!!!
Op het einde van de 19de en begin 20ste eeuw raakte kantklossen in verval, vooral door de veranderingen in de modewereld. Er bleven slechts enkele kantwerksters over die het kantklossen doorgaven zodanig dat deze kunst niet verloren ging.
Tegenwoordig, dank zij de Vereniging ter Promotie en Heropleving van het kantklossen, de beoefening van deze kunst weer op gang getrokken. Meer dan 140 enthousiaste kantwerksters geven Mirecourt terug een ‘kantuitstraling”.
“La maison de la dentelle” is opgericht in 1996 en biedt de bezoeker een overzicht van de kantgeschiedenis van Mirecourt.
Métier of carreau

Eén van de eerste kantkussens uit Mirecourt.

Dit kussen heeft een rol zodanig dat men kant aan de meter kan klossen zonder het werk van het kussen te halen.

Kussen uit 1902. Hier is in het midden een schijf gemonteerd die kan draaien zodanig dat er hoeken kunnen gemaakt worden.
Oude staalboek v uit Mirecourt, gevonden op een rommelmarkt in Parijs. Dit armoedig boekje bevat 183 stalen en is waarschijnlijk meer dan 100 jaar oud.


kantkussens 2 : Queyras
Queyras

Queyras ligt in de Franse Alpen, dicht bij Italië.
Vanaf einde 17de eeuw kloste men hier kant voor eigen gebruik. De bevolking was zeer arm en de vrouwen maakten kant om de eigen mutsen en kappen mee te versieren.

Rond 1825 kwam er een kentering in deze “huisvlijt”. Sommigen klosten nog verder zuiver uit liefhebberij tot ongeveer 1850.
Het kantklossen bestond puur uit overlevering want men heeft geen enkel patroon noch prikking terug gevonden.
De tamelijk eenvoudige, rechte kanten werden geklost met hennepvezels (geteeld in de streek) of Italiaans vlas. Men gebruikte de stevige Parijse tralie als grond.
De tambour
De gesulpteerde tambour is gemaakt van dennenhout, uit de streek, dat zich gemakkelijk laat bewerken. Aan de zijkant is er een deurtje om materiaal in op te bergen. Ook de klossen zijn bewerkt en meestal van verschillende dikten.

Aan Italiaanse zijde, Val Variëta” gebruikt men dezelfde “tombolo” of “tambour”.
Men klost er dezelfde soort kant, misschien iets minder eenvoudig.
Dit noemt men de “Val Variëta kant”.

kantkussens 1 : Cogne
Kantkussens
Soms sta ik er van te kijken wat een verscheidenheid aan kantkussens er bestaat.
Cogne

Cogne is een klein dorpje in de Vallei van Aosta, Italië.
In 1665 hebben de zusters Benedictinessen, gevlucht uit het klooster van Cluny, zich gevestigd in Aosta Vallei. Deze religieuzen onderwezen de vrouwen uit de kleine dorpen in de kunst van het kantklossen.

De “geheimpjes” en “truckjes” werden doorgegeven van moeder op dochter want echte cursussen bestonden niet.

Museum
In Cogne zijn ongeveer 130 kantklossters verenigd in een coöperatieve.
In het museum verkoopt men meterkant :
“Pizzi fatto a mano al tombolo”

Men klost hier meters stropkant op een ronddraaiend kussen = tombolo, met zware bolvormige klossen.
Het kussen is overtrokken met geruite stof die men gebruikt om de afstand tussen de “gekleurde” spelden te bepalen.
Men heeft immers géén prikking!!!

Bron : http://www.dentellieres.com
Mijn thesisTot zover het historische gedeelte van mijn thesis met als onderwerp :
De Zeelse kant de krone spant!
Er is nog een technisch gedeelte maar dat bewaar ik voor later.
Ik dank toch al diegenen die de moeite gedaan hebben om de dagelijkse afleveringen te lezen en ik hoop dat ik mijn steentje heb bijgedragen om de naaldkant eens in de bloemen te zetten.
Het einde van de Zeelse kantschool
Het einde
Ondanks het overlijden van haar stichter-bestuurder, bleef de kantschool nog bestaan.
Mej. Roze Vergeylen nam de zware taak op zich.
Zij zorgde, het zij in mindere mate, voor bestellingen en ging de afgewerkte kanten persoonlijk in Brussel verkopen.
Rosalie reisde met de trein en werd kort voor haar dood nog beroofd van haar handtas waarin zij het geld van de verkochte kanten bewaarde.
Toen zij in 1950 plots overleed was de Zeelse kantschool haar ziel en drijfveer kwijt!
Op haar doodsprentje lezen we een eerbetoon aan deze vrouw, die samen met minister Rubbens, leefde voor de kant.
…“Ze heeft gelukkige jaren gekend. Haar fijn naaldenwerk vond waardering in binnen- en buitenland. Gerugsteund door een ideaal Leider, voerde ze honderden jong meisjes op in de kunst van de Zeelse kant. Wie zal ooit tellen de vele uren die ze doorgebracht heeft in het zo fijn afwerken van honderden kunstige motieven? En toch haar ideaal reikte hoger dan het vervaardigen van aards en vergankelijk naaldenwerk. Het was uitgegroeid tot een waar apostolaat : vele meisjes vonden niet alleen een werk naar hun hand, maar evenveel meisjes bewaarden in reinheid hun hart en leerden God in schoonheid dienen.”…
Einde citaat van het doodsprentje.
Nog enkele jaren is de naaldkant opgenomen in het programma van de beroepsschool van de Zusters van het Kapelhof te Zele.
Doch zoals ook de kloskant in de vergetelheid geraakt verdween ook de Zeelse naaldkant.
Van het levenswerk van Edmond Rubbens en Roze Vergeylen bleven nog de herinnering, een aantal prachtkanten en de leuze :
KANT
is een vrouwelijke arbeid bij uitmuntendheid!!!
Deze medaillon is een “proefwerk” dat werd gemaakt alvorens met het eigenlijke kantwerk te beginnen.
Voortijdig heengaan
Voortijdig heengaan
Dat de stichter en weldoener van de Zeelse kantschool, dokter Edmond Rubbens een zwakke gezondheid had, was een publiek geheim.
Toen op 27 april 1938 het overlijden bekend werd waren velen zwaar onder de indruk.
“Monsken Rubbens, zoals de Zelenaren hem vertrouwelijk noemden, was té vroeg heengegaan. Hij had nog zoveel plannen, nog zoveel te doen!”
Nog altijd spreken vroegere Zeelse kantwerksters vol ontzag en met diepe bewondering over deze man.
Hij is hen hun leven lang bijgebleven en als ze vertellen over vroeger is zijn naam in de gesprekken verweven.
1 jaar later verscheen dit “in memoriam” in de krant.

het verval 2
De tweede oorzaak was er één van sociale aard.
Doordat meer en meer mannen tewerkgesteld werden in de fabrieken, steeg het uurloon en was het voor vrouwen en kinderen geen noodzaak meer om het gezinsinkomen te verbeteren met het vervaardigen van kant.
Het werk loonde niet meer temeer als men bedenkt dat kantwerksters max. 5 frank per uur mochten verdienen wilde men het kantwerk nog kunnen verkopen.
Alhoewel de sociale vooruitgang ook haar stempel drukte op de Zeelse kantschool bleef ze toch bestaan.
Samen met Rosalie Vergeylen bleef minister Rubbens, ondanks zijn zwakke gezondheid, ijveren voor haar voortbestaan.

De druivenpluksters
Het verval
Ondanks de verwoede pogingen van minister Rubbens om de kantnijverheid in het algemeen en de Zeelse kantschool in het bijzonder, te vrijwaren voor een geleidelijk verval, was het einde onafwendbaar.
Eén van de voornaamste oorzaken was de wet op de leerplicht tot 14 jaar. Het was voor kinderen beneden de 14 jaar dus onmogelijk geworden om het gezinsbudget te spijzen met enkele centen. De meeste moeders waren dan ook tegen deze wet gekant!!
De meeste kantscholen sloten de deur maar in de Zeelse kantschool werd toch nog kant aangeleerd aan kinderen jonger dan 14 jaar. Waren zij voldoende onderlegd dan werden ze ingeschreven in de Vereniging voor Kunstkantwerk en kregen een vergoeding. Dit was een verdoken vorm van kinderarbeid.
Na de dagtaak

Dit kantwerk ...???Dit kantwerk,
opgenomen in de inventaris van het
Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium, werd geveild bij Christie’s op 6 september 1988.
De nieuwe eigenaar is onbekend.
Soms vraagt men zich af wat er met al die koninklijke geschenken gebeurt?
Naar het schijnt worden de meeste geschenken verkocht en de opbrengst gaat naar goede doelen.
Toch vind ik het enorm spijtig, het zou zelfs niet mogen gebeuren, dat de koninklijke familie geschenken die tot het patrimonium van het land behoren, van de hand doet.
In het geval van de tafelloper is dit echt onaanvaardbaar want voor veel van die vrouwen was een bijdrage van 10 cent, alhoewel met hart en ziel gegeven, een streep door hun rekening.
Een sprookje dat echt gebeurd is! Slot.
De koningin schudde iedereen de hand, vroeg naar hun naam, hoeveel kinderen ze hadden, hoe oud die kinderen waren en hoe ze heetten.
Bij de kantwerksters informeerde ze hoe lang er aan de kant gewerkt was en hoe ze te werk gingen om toch zo’n mooie dingen te maken.
Daarna mochten ze in een andere zaal. Daar stond een tafel van wel 50 meter lang gedekt met fijne porceleinen “telloren”, zilveren lepels en vorken en allerlei lekkers.
Precies als in de hemel!!
Ze lieten het zich allemaal goed smaken.
Onder luid :
“LEVE de KONINGIN!”
namen ze afscheid.
Dit is het verslag zoals het in 1935 in de “gazet” verscheen.
Het taalgebruik is dan ook een tikkeltje ouderwets maar het heeft toch zijn charme.

Een sprookje dat echt gebeurd is!

Was dat nu de koningin ??
Ze hadden het zich allemaal anders voorgesteld.
Ze dachten dat ze gehuld zou zijn in zijde en hermelijn en behangen met goud en diamanten. Daar stond nu een eenvoudige, schone vrouw voor hen gehuld in een simpel blauw kleedje en een zwart fluwelen hoedje op.
Toen ze dichterbij kwam zagen ze allemaal dat dit de koningin was want ze kenden haar gezicht van de portretten die ze in de gazetten hadden gezien!
Toen trad er een vrouw naar voor die de koningin, in het Frans, in hun aller naam hulde bracht.
Daarna een Vlaamse vrouw, mevr. Segers-Vanneste uit Kortrijk :
Mevrouw,
215.000 Vrouwen uit de arbeidersstand, die samenwerkten in de Kristelijke Arbeiders Vrouwengilden (K.A.V.) brengen U vandaag de hulde hunner eerbiedige genegenheid.
Wij begroeten in U de Jonge Vorstin die moedig het leven ingaat met de vaste wil samen met Haar Doorluchtige Echtgenoot, de voorspoed van ons volk te verzekeren.
Wij begroeten in U de Jonge Moeder met wie wij ons één voelen in de liefde tot het kind en met wie wij delen in de vreugde der moederweelde.
Wij begroeten in U de Edele Vrouw op wier hulp wij durven rekenen in de strijd die wij voeren voor het hooghouden der christelijke huwelijkszeden en het geluk van het arbeidersgezin.
De belangstelling die U dezer dagen betoond hebt aan de noodlijdende gezinnen, is ons reeds daarvan een bewijs.
Wij vragen U te aanvaarden het kunstwerk, met taaie volharding door de onzen voor U vervaardigd.
Dat God U overvloedig zegene als echtgenote, als moeder, als vorstin. Dat vragen vandaag duizenden arbeidersvrouwen.
De kant die zij U aanbieden, weze een blijvend en sprekend bewijs van hun liefde en trouw.
Daarna brachten nog een kajotster en een jociste hulde aan onze vorstin.
Een sprookje dat echt gebeurd is!

Naar het paleis
Met popelend hart betraden ze de trappen van het paleis en met ingehouden adem “schreden” ze door een haag vuurrode lakeien.
Die stonden zo stijf alsof ze een “bonenstaak” hadden ingeslikt!!
Ze werden in een reusachtige zaal gelaten, die was zeker wel 100 voet lang. Heel het plafond en de muren waren met goud beschilderd en de lusters glinsterden van al dat geslepen kristal!
Opeens riep een lakei :
“Sa Majesté la Reine !”
Een brede vleugeldeur vloog open en de koningin trad binnen gevolgd door twee hofdames.
Een sprookje dat echt gebeurd is!
Koningin Astrid was zeer getroffen toen ze hoorde van de mooie tafelloper die de arbeidersvrouwen haar wilden schenken.
“ Ik wil die vrouwen persoonlijk bedanken, zei ze, laat 300 van hen naar mijn paleis komen zodat ik hen zelf kan zeggen hoe dankbaar ik ben!”
En op 10 april 1935 kwamen 300 arbeidersvrouwen en meisjes naar Brussel :
Brugge aan het werk.

Een sprookje dat echt gebeurd is!
Dat vonden ze allemaal een uitstekend idee en er werd dadelijk garen besteld. E.H. Maertens van Brugge ontwierp de tekeningen. Zodra die klaar waren begonnen kantklossters van Brugge en de naaldkantwerksters van Zele aan het werk.
De naalden prikten vliegensvlug en de klosjes vlogen heen en weer op de lustige wijze van het kantwerkstersliedje.
Met 15 vrouwen werkten ze aan de tafelloper en na 10 maanden was het prachtstuk klaar!!
Het is een kunstwerk zoals er nog zelden één gemaakt werd. De tafelloper is 2 meter lang en 90 cm breed.
Langs de ene kant staat de K.A.V. afgebeeld door een boom, zwaar beladen met vruchten en omringd door moeders en kinderen.
Langs de andere kant zien we de kajotsters die rond een bloeiende appelboom dansen.
In de hoeken zijn de schilden van K.A.V., de L.O.F.C.(Waalse vrouwengilde), de V.K.A.J. en de J.O.C.F. uitgewerkt.
Afbeelding : De Zeelse kantwerksters aan het werk

Een sprookje dat echt gebeurd is!

Toen zei er één :
“Het kantwerk was eertijds de roem van ons land. We zullen de koningin een kanten tafelloper geven, daaraan zal ze zien hoe kunstzinnig de Vlaamse vrouwen zijn. En onze kantwerksters, die sinds jaren niets meer te doen hebben, zullen weer een poosje werk hebben.”
Binche kant uit Brugge en medaillons in Zeelse naaldkant.
Een sprookje dat echt gebeurd is!

“Er waren eens 200.000 arbeidersvrouwen, waarvan er 100.000 in Vlaanderen woonden en 100.000 in Wallonië. Die arbeidersvrouwen waren gegroepeerd in een grote gilde die ze KAV en LOFC noemden.
Op zekere dag kwam er een nieuwe koningin op de troon. Die koningin was zeer goed voor de armen en daarom werd ze door de mensen gaarne gezien!
De arbeidersvrouwen, die in de KAV waren, zegden ondereen :
“We moeten onze Koningin tonen dat we haar gaarne zien. We zullen allemaal 10 cent uitleggen en van dat geld zullen we een vorstelijk geschenk kopen. We zullen ook aan de Kajotsters vragen dat ze hun steentje bijdragen.”
Daarmee waren ze het allemaal eens, maar wat zouden ze kopen ?”
Wordt vervolgd…
Zeelse kant 16 : Een sprookje dat echt gebeurd is !!Een sprookje dat echt gebeurd is
Een ander “prachtwerk” waarmee de Zeelse kantschool uitpakte was de kanten loper, die in 1933 geschonken werd aan wijlen koningin Astrid.
Morgen meer hierover...
nog enkele sfeerbeelden
In the Zele needle school : joining details of the needle-point scarf presented to Queen Elisabeth.
De verschillende delen worden aan elkaar “gelast”.

nog enkele sfeerbeelden
Foto :
At work on details of a needle-point scarf tob e presented to Queen Elisabeth
De sluier wordt in verschillende delen gewerkt.

nog enkele sfeerbeelden
Nog enkele sfeerbeelden van de sluier
Foto :
Needle lace class room to the trade union lace school at Zele.
Het klaslokaal van de Zeelse kantschool.

Zeelse kant 15
Ondertussen werkte minister Rubbens ook aan een boekje met als titel :
“De Vlaamsche kantnijverheid”
Het werd in 1920 uitgegeven bij N.V. De Standaard te Brussel.
Volgens de auteur was het de bedoeling, ik citeer :
“Een poging om de algemene belangstelling voor die nationale schat, bron van roem en welvaart, gaande te maken opdat door samenwerking van regering, privaat initiatief en openbare mening een aanzienlijke macht zou tot stand komen om onze kantnijverheid te redden, te beschermen en te bevorderen in de toekomst.”
Afbeelding : de maaier
de Zeelse kant de krone spant...
Na de bevrijding werd er onder impuls van de heer Famelaer en toondichter meester Oscar Roels, een huldecantate uitgevoerd waarin het internationale succes van de kantschool werd belicht.
De Zeelse kant de krone spant
Om ’t even in welk land !!

De karnster, détail uit de sluier.
De sluier van de koningin 5
De kantschool bloeide inderdaad!!!
Er werd meegedaan aan wereldtentoonstellingen in Brussel en Parijs.
Op de wereldtentoonstelling in Rio de Janeiro, in 1920, werd wijlen mevr. Rachel Vehent afgevaardigd om er te kantklossen.
Meer dan eens behaalde de Zeelse kantschool een gouden medaille!!
De hoppe plukster, détail uit de sluier.

De sluier van de koningin 4
De sluier van de koningin 3
De liefde van het Vlaamse volk voor haar koningin werd vertolkt door kransen van rozen en de trouw door slingers van klimop.
De IJzerstreek was uitgebeeld door :
1. De wapenschilden van Ieper, Nieuwpoort, Veurne en Poperinge.
2. Beroepen eigen aan de IJzerstreek :
het kantwerk, de visserij de veeteelt en de hoppeteelt.
3. De producten van de IJzerstreek :
Hoppe, aardappelen, distels uit de duinen en boterbloemen
van de weide.
4. Schelpen en wieren stelden de zee voor.
Dit alles was verbonden door prachtige linten die
schoonheid en rijkdom symboliseerden.
De kantwerkster, détail uit de sluier.

De sluier van de koningin 2
De sluier van de koningin

De kantschool bloeide!!
De heer en mevrouw Rubbens besteedden al hun artistieke gaven om de kantschool een grote faam te geven.
De bekroning op hun werk was de verwezenlijking van een prachtige kanten sluier, volledig in “point de Bruxelles”, die in 1919 geschonken werd aan koningin Elisabeth.
Deze sluier symboliseerde de erkenteljkheid en de trouw van de Vlaamse kantwerksters aan hun koningin.
Koningin Elisabeth stond immers bekend om haar belangstelling en bescherming van de kant.
(Zie "Kant uit het koningshuis" van november 2006)
Maar deze kanten sluier was eveneens ee dankbetuiging voor het heldenwerk dat koningin Elisabeth on W.O.I aan het Ijzerfront presteerde.
Het oorspronkelijke ontwerp, van Meester De Craemer uit Gent, was onuitvoerbaar en werd gewijzigd door Rosalie Vergeylen en Min. Rubbens, die zelf de medaillons tekende.
Bij de overhandiging sprak de minister onze vorstin toe
In een tweetalige brochure, die bij de sluier in het schrijn werd gelegd, verstrekte hij bijzonderheden over techniek en de verwerkte motieven.
Zeelse kant 14
In de kantnormaalschool
Hier werden de beste werksters van de vereniging opgeleid tot lerares in de naaldkant.
Doch de kantnormaalschool bleef slechts enkele jaren bestaan. Want toen enkele jaren later de kant stilaan in verval raakte, door de mechanisatie, sociale verbeteringen, minder toepassingen in de mode, was de opleiding tot kantlerares nutteloos geworden.

Afbeelding : hooien
Het blokkenkussenDe laatste jaren ziet men meer en meer het “blokkenkussen” verschijnen!
Bij het traditionele ronde kantkussen bestaat de vulling uit zeegras of fijn hooi. Het ronde kussen is ook licht gebold.
Het onderstel van een blokkenkussen is een bak die gevuld is een stuk piepschuim. Dit piepschuim is in stukken gesneden en deze stukken zijn overtrokken met stof.
Alles past in de bak en de kantklosster kan nu, naargelang haar werk vordert, de stukken naar onder, boven, links of rechts verplaatsen zodanig dat het werk niet meer van het kussen moet om verder te kunnen werken.
Het is een ingewikkelde uitleg, ik weet het maar als je de werkwijze eens gezien hebt wordt alles duidelijk.
Alhoewel het tijdsbesparend is zijn er toch veel kantwerksters die liever op het ronde kussen werken omdat een kussen van piepschuim plat is en er toch wat ruimte is tussen de verschillende stukken zodat daar de spelden té los zitten.
Ikzelf werk altijd op een “ouderwets, rond kussen!”.
Moeten er nog kussens zijn ???
Zeelse kant 13
Naast deze werkgroep stichtte minister Rubbens in 1918 niet alleen een
“Beroepsschool voor kantwerksters”
maar tevens een
“Normaalschool voor kantwerksters”.
De beroepsschool, met Rosalie Vergeylen als bestuurster, had twee afdelingen :
een esthetische afdeling = de tekenschool
een technische afdeling = de kantschool,
ook wel de “werkschool” genoemd.
In de werkschool
werden de kinderen onderricht in alle facetten van de naaldkant en werden ze opgeleid tot bekwame kantwerksters.
In de tekenschool
werd er kunst – en tekenonderwijs gegeven aan de kinderen van de werkschool. Ook de leden van de Vereniging voor kunstkantwerk kregen hier een opleiding in tekenen en ontwerpen van nieuwe patronen.
Naast de lessen in kant en tekenen kregen de meisjes ook onderricht in rekenen, huishoudkunde, godsdienst en gezondheidsleer.
Dit alles in een ontspannen sfeer en gedurende de kantlessen werd er gezongen en voorgelezen. Dagelijks las men de rozenkrans en soms kwam een pater Jezuïet spreken.
Kantwerksters getuigden dat het
“de schoonste tijd van hun leven was!!”.

Afbeelding :
didactisch materiaal van de vroegere kantschool.Voorbeelden van gronden op een uiterst fijne manier gewerkt.
Het aards paradijs
Het aards paradijs
Naar een ontwerp van Eva Liisa Kortelahti, een Finse kantdame met een eigen stijl.
Tijdens mijn zoektocht op internet vond ik dit ludieke gedichtje over Adam en Eva geschreven door Piet Paaltjens.
Piet Paaltjens was het pseudoniem van de Nederlands dichter en predikant François HaverSchmidt (Leeuwarden, 14 februari 1835 – Schiedam, 19 januari 1894).

Adam en Eva
Adam en Eva,
Die aten samen gort.
Adam had een broekjen aan
En Eva droeg een schort.
Als ik mij niet zéér vergis,
Is dat lang geleden,
Maar het ging (of 'k heb het mis!)
Toen al net als heden.
Eva's die de broek aanhebben,
Zijn de rechte Eva's niet,
En een Adam met een schort voor
Noemde men een keukenpiet.
Wat de kroon is voor een koning,
Voor de huisvrouw is haar schort.
Draag de uwe steeds met eere,
En 't ontbreek't u nooit aan - gort.
Piet Paaltjens. 1835-1894
Postkaart :bloemenmand uit Tsjechië

Van het zelfde kantatelier als vorige afbeelding.
Bloemenmand
Ik vind het ontwerp wel mooi maar ik zou het toch anders uitgewerkt hebben en …misschien doe ik het nog wel eens.