Guy Van Beersel
Een trouwe gast in de Biënnale, hij is al voor de tiende keer mede-exposant. Met een prachtig sneeuwzicht in aquarel opent hij zijn hoek. Op een tafel ligt een grote farde waarin tussen plastieken schutbladen, tekeningen en aquarelschilderingen opgeborgen zijn. Bij het doorbladeren word ik getroffen door de trefzekerheid waarmee hij beelden neerzet.
Guy Van Beersel
Een trouwe gast in de Biënnale, hij is al voor de tiende keer mede-exposant. Met een prachtig sneeuwzicht in aquarel opent hij zijn hoek. Op een tafel ligt een grote farde waarin tussen plastieken schutbladen, tekeningen en aquarelschilderingen opgeborgen zijn. Bij het doorbladeren word ik getroffen door de trefzekerheid waarmee hij beelden neerzet.
Tuur Van Huffel
Naast een paar figuratieve beelden toont Tuur vooral beelden die abstract zijn of waarin het figuratieve naar het abstracte evolueert. Merkwaardig zijn de ‘banden’ waarmee de beelden als het ware samengehouden worden. Alsof hij daardoor beschutting wil bieden tegen een wereld die uit elkaar dreigt te vallen.
Mimi Verstraeten
Mimi is vooral geboeid door de natuur, ook in zijn kleine verschijningsvormen: een schelp, een bloem, een waterdiertje ... Dat inspireert haar bij het ontwerpen van juwelen. Prachtige ontwerpen, unieke stukken. Kunstwerkjes om behoedzaam mee om te gaan.
Christel Verstreken
Christel verkreeg het van haar ouders dat ze na de kunsthumaniora nog het diploma van regentaat in de plastische opvoeding mocht halen. Maar les geven zag ze niet zitten. Ze koos voor een andere job. En zoals bij vele jonge vrouwen kwam het gezin en vooral de zorg om de kinderen op de eerste plaats. Tot de kinderen opgroeiden en er tijd kwam voor eigen aspiraties. Ze schreef zich in voor de academie en een tweede schilder- en tekencarrière ging van start. Gedreven is ze bezig om die kant in zichzelf zoveel als mogelijk te ontplooien, wat niet altijd evident is bij een fulltime job.
An Wauters
An zit in een rolstoel. Op haar weblog stelt ze zichzelf voor als:
‘iemand die graag wil tekenen, wil schrijven, wil handbiken, wil vrolijk zijn... en daarbij wel eens botst op de grens van wat mogelijk is’.
De onderwerpen van haar tekeningen gaan over super-mobile mensen: wielrenners, topsporters. Ik vind het wel grijpend dat iemand die in een rolstoel door het leven moet mensen neerzet die pogen de grenzen te verleggen van de sport en daarin vooral van hun eigen kunnen. Met dezelfde zwier waarmee ze tekent gaat ze vermoedelijk door het leven, in elk geval zo ontmoet ik haar in de tentoonstellingsruimte. Ze kan niet naar boven de andere werken gaan bekijken … want er zijn alleen maar trappen. Hoe dikwijls zal zij verzet voelen omdat gebouwen nog ontoegankelijk zijn voor rolstoelgebruikers? Waarschijnlijk is haar tekenpen dan een toevlucht.
6de Keerbergse Biënnale


De volledige titel is: 6de Keerbergse Biënnale van de plastische kunst, een heel mondvol. Het gaat uit van een kleine groep medewerkers die om de twee jaar de moed hebben om dit evenement te organiseren. Ze huren daarvoor een zaal, zoeken deelnemers door zelf naar tentoonstellingen te gaan en kunstenaars aan te spreken en zetten dan de organisatie op touw: afspraken, affiches, flyers, aankoop van drank en knabbeltjes … en uiteindelijk aanwezig zijn om op tijd de deur te openen en tijdens de openingsuren de mensen die komen kijken te ontvangen.
Ze zeggen dat mensen met pensioen tijd zat hebben, maar als ze uit liefhebberij in het kunstleven duiken door zelf creatief te zijn, door deel te nemen aan tentoonstellingen of deze te organiseren is die tijd gauw gevuld. En achter de glans van vb. een vernissage, staat de vaat van vuile glazen of het terugzetten van tafels en stoelen die nu opgeborgen werden om ruimte te maken.
Toch blijft deze groep van kunstminnende mensen zich engageren. En met succes. De expositie wordt druk bezocht, de ten toon gestelde werken zijn het bekijken waard en dit in een warme, rustgevende ruimte. Alleen een hoekje ontbreekt nog om iets te drinken en na te praten. Zal ik het even influisteren?
Den Rooden Leeuw
Woensdag schilderijen ingepakt en op weg naar Den Rooden Leeuw in Keerbergen. Ik kende Den Rooden Leeuw niet. Tijdens onze gezamenlijke expositie in februari kwam er een vraag van een dame of ik geen zin had om samen met Christel daar te exposeren. We zagen het beiden wel zitten en lieten ons inschrijven. Nadien vraag je jezelf wel af welke zaal je gaat aantreffen en wie de mensen achter de organisatie zijn. Maar zowel zaal als organisatoren vielen erg mee.
Het leuke is dat Den Rooden Leeuw het grootouderlijke huis is van een collega uit de tekenklas. Het was vroeger een café in de nabijheid van de kerk. Nog een echte afspanning: paarden vonden er onderkomen in de stallingen en de voermannen konden slapen op een zolder. In de keuken werd dan zowel voer voor paarden als voermannen gekookt. De muren waren van leem. Het gebouw werd verplaatst naast de molen en is een reconstructie van de herberg ‘Den Rooden Leeuw’, de oudste herberg van Keerbergen, die rond de eeuwwisseling gouden tijden kende.
De Heimolen staat er naast. In 1705 werd de molen elders in gebruik genomen maar in 1722 naar deze plaats overgebracht. De molen werd een geklasseerd monument en was tot in 1951 in gebruik. De molen weegt 35 ton (kan ik me dat nog voorstellen?) en is in 2002 mooi gerestaureerd. Hij staat er zichzelf te zijn als een richtingwijzer voor mensen (zoals ik) die niet vertrouwd zijn met de omgeving. Een dergelijke windmolen imponeert toch wel: hij is op opgehoogde aarde gebouwd en krijgt ruimte omdat er geen directe buren zijn. Er straalt kracht en rust van uit, ineens voel je je verbonden met een ‘vroeger’ dat ook positieve kanten had, vb. ruimte in het architecturale landschap.
En zo gaan we exposeren in een stukje Keerbergse geschiedenis. Binnen zijn de muren uitgebroken maar werden de drie niveaus behouden. Die drie niveauverschillen maken van het gebouw een boeiend geheel: het nodigt uit om de volgende trap (een paar treden maar) op te stappen om te kijken wat er volgt. Christel en ik kregen een plaats op de bovenste verdieping toegewezen. Veel licht, ruimte, een mooi dakgebinte en een houten vloer. Ik was onmiddellijk vertrouwd met de omgeving en ging graag aan de slag om mijn hoek in orde te brengen.
Tussendoor kennis gemaakt met mijn buurvrouw, ook een Lut. Dat is het leuke aan een groepsgebeuren: je leert nieuwe mensen kennen, ieder met een eigen verhaal.
Ik kijk al uit naar de vernissage. Je komt samen om een beetje feest te vieren, mensen die je een tijdje niet zag weer te zien, verhalen voort te zetten met mensen die je vaker tegenkomt … en ondertussen kan je eens tonen wat je de laatste tijd maakte en je laten inspireren door de andere kunstenaars. Een goede voorbereiding op de winter die in mijn aanvoelen elk jaar kouder en kouder wordt … of ben ik zo’n koukleum geworden?

