Mimi Verstraeten
Mimi is vooral geboeid door de natuur, ook in zijn kleine verschijningsvormen: een schelp, een bloem, een waterdiertje ... Dat inspireert haar bij het ontwerpen van juwelen. Prachtige ontwerpen, unieke stukken. Kunstwerkjes om behoedzaam mee om te gaan.
Christel Verstreken
Christel verkreeg het van haar ouders dat ze na de kunsthumaniora nog het diploma van regentaat in de plastische opvoeding mocht halen. Maar les geven zag ze niet zitten. Ze koos voor een andere job. En zoals bij vele jonge vrouwen kwam het gezin en vooral de zorg om de kinderen op de eerste plaats. Tot de kinderen opgroeiden en er tijd kwam voor eigen aspiraties. Ze schreef zich in voor de academie en een tweede schilder- en tekencarrière ging van start. Gedreven is ze bezig om die kant in zichzelf zoveel als mogelijk te ontplooien, wat niet altijd evident is bij een fulltime job.
An Wauters
An zit in een rolstoel. Op haar weblog stelt ze zichzelf voor als:
‘iemand die graag wil tekenen, wil schrijven, wil handbiken, wil vrolijk zijn... en daarbij wel eens botst op de grens van wat mogelijk is’.
De onderwerpen van haar tekeningen gaan over super-mobile mensen: wielrenners, topsporters. Ik vind het wel grijpend dat iemand die in een rolstoel door het leven moet mensen neerzet die pogen de grenzen te verleggen van de sport en daarin vooral van hun eigen kunnen. Met dezelfde zwier waarmee ze tekent gaat ze vermoedelijk door het leven, in elk geval zo ontmoet ik haar in de tentoonstellingsruimte. Ze kan niet naar boven de andere werken gaan bekijken … want er zijn alleen maar trappen. Hoe dikwijls zal zij verzet voelen omdat gebouwen nog ontoegankelijk zijn voor rolstoelgebruikers? Waarschijnlijk is haar tekenpen dan een toevlucht.
6de Keerbergse Biënnale


De volledige titel is: 6de Keerbergse Biënnale van de plastische kunst, een heel mondvol. Het gaat uit van een kleine groep medewerkers die om de twee jaar de moed hebben om dit evenement te organiseren. Ze huren daarvoor een zaal, zoeken deelnemers door zelf naar tentoonstellingen te gaan en kunstenaars aan te spreken en zetten dan de organisatie op touw: afspraken, affiches, flyers, aankoop van drank en knabbeltjes … en uiteindelijk aanwezig zijn om op tijd de deur te openen en tijdens de openingsuren de mensen die komen kijken te ontvangen.
Ze zeggen dat mensen met pensioen tijd zat hebben, maar als ze uit liefhebberij in het kunstleven duiken door zelf creatief te zijn, door deel te nemen aan tentoonstellingen of deze te organiseren is die tijd gauw gevuld. En achter de glans van vb. een vernissage, staat de vaat van vuile glazen of het terugzetten van tafels en stoelen die nu opgeborgen werden om ruimte te maken.
Toch blijft deze groep van kunstminnende mensen zich engageren. En met succes. De expositie wordt druk bezocht, de ten toon gestelde werken zijn het bekijken waard en dit in een warme, rustgevende ruimte. Alleen een hoekje ontbreekt nog om iets te drinken en na te praten. Zal ik het even influisteren?
Den Rooden Leeuw
Woensdag schilderijen ingepakt en op weg naar Den Rooden Leeuw in Keerbergen. Ik kende Den Rooden Leeuw niet. Tijdens onze gezamenlijke expositie in februari kwam er een vraag van een dame of ik geen zin had om samen met Christel daar te exposeren. We zagen het beiden wel zitten en lieten ons inschrijven. Nadien vraag je jezelf wel af welke zaal je gaat aantreffen en wie de mensen achter de organisatie zijn. Maar zowel zaal als organisatoren vielen erg mee.
Het leuke is dat Den Rooden Leeuw het grootouderlijke huis is van een collega uit de tekenklas. Het was vroeger een café in de nabijheid van de kerk. Nog een echte afspanning: paarden vonden er onderkomen in de stallingen en de voermannen konden slapen op een zolder. In de keuken werd dan zowel voer voor paarden als voermannen gekookt. De muren waren van leem. Het gebouw werd verplaatst naast de molen en is een reconstructie van de herberg ‘Den Rooden Leeuw’, de oudste herberg van Keerbergen, die rond de eeuwwisseling gouden tijden kende.
De Heimolen staat er naast. In 1705 werd de molen elders in gebruik genomen maar in 1722 naar deze plaats overgebracht. De molen werd een geklasseerd monument en was tot in 1951 in gebruik. De molen weegt 35 ton (kan ik me dat nog voorstellen?) en is in 2002 mooi gerestaureerd. Hij staat er zichzelf te zijn als een richtingwijzer voor mensen (zoals ik) die niet vertrouwd zijn met de omgeving. Een dergelijke windmolen imponeert toch wel: hij is op opgehoogde aarde gebouwd en krijgt ruimte omdat er geen directe buren zijn. Er straalt kracht en rust van uit, ineens voel je je verbonden met een ‘vroeger’ dat ook positieve kanten had, vb. ruimte in het architecturale landschap.
En zo gaan we exposeren in een stukje Keerbergse geschiedenis. Binnen zijn de muren uitgebroken maar werden de drie niveaus behouden. Die drie niveauverschillen maken van het gebouw een boeiend geheel: het nodigt uit om de volgende trap (een paar treden maar) op te stappen om te kijken wat er volgt. Christel en ik kregen een plaats op de bovenste verdieping toegewezen. Veel licht, ruimte, een mooi dakgebinte en een houten vloer. Ik was onmiddellijk vertrouwd met de omgeving en ging graag aan de slag om mijn hoek in orde te brengen.
Tussendoor kennis gemaakt met mijn buurvrouw, ook een Lut. Dat is het leuke aan een groepsgebeuren: je leert nieuwe mensen kennen, ieder met een eigen verhaal.
Ik kijk al uit naar de vernissage. Je komt samen om een beetje feest te vieren, mensen die je een tijdje niet zag weer te zien, verhalen voort te zetten met mensen die je vaker tegenkomt … en ondertussen kan je eens tonen wat je de laatste tijd maakte en je laten inspireren door de andere kunstenaars. Een goede voorbereiding op de winter die in mijn aanvoelen elk jaar kouder en kouder wordt … of ben ik zo’n koukleum geworden?
Ik schrijf je naam
de herfst brengt weemoed mee
of alles alleen voorbijgaat
als trage wind naar vergetelheid
ik schrijf je naam
in zelf uitgevonden hiëroglyfen
zodat niemand ze lezen kan
kijk zeg ik
en hef mijn hand op
hieronder staat het te lezen
kent iemand de code?
Je stapte uit de tijd
ik droom van een zomer vol zon
en vlinders in het gras
van een verre reis kom je terug
met trage passen van volheid
je lacht en kijkt me aan
je ogen levendig
snelle vissen van ontroering
je handen druipen van overvloed
in je stem de zachte trilling van vroeger
huil niet
vragen je woorden
er is vrede tussen ons
en oneindig graag zien
het is goed zo
je stapte uit de tijd
en bleef aanwezig
in mijn lichaam
als onblusbaar vuur
lieve zoon
levend in mijn bewustzijn
Rode ballerina's


Met de trein naar Antwerpen, samen met mijn oudste dochter. Bij aankomst in het station even naar het toilet. Het was er druk. Een vrouw zorgde voor het onderhoud, een andere vrouw voor de ontvangsten. De toiletten voldeden aan alle hygiënische vereisten, de ontvangsten werden zorgvuldig bijgehouden met een automatische merci.
De vrouw aan het tafeltje die de centen bijhield leek op te gaan in haar omgeving. Haar blond gekleurde haar dicht tegen het hoofd gekamd en met spelden stevig vast gestoken, een schort die aarzelde tussen lichtblauw en vaalbeige. Haar gezicht uitdrukkingsloos van gemis aan buitenlucht. Tot ik haar schoentjes zag: rode ballerina’s.
‘k Zag plots die grijsheid verdwijnen en ik verbeeldde me dat die vrouw, wanneer haar werkuren erop zaten, opstond van haar tafel, voor de spiegel haar haren los kamde, een felgekleurde jas aantrok, met een zwierige beweging haar handtas over haar schouder zwaaide en de stad in trok, de vrijheid in, een eigen leven vorm gevend.
Of een moderne versie van het sprookje van Assepoester.
Tweedehands
In Wezemaal is er een SPIT kringwinkel. Deze namiddag zijn we er heen gereden. Voor de academie had ik een zakje nodig om tekengerief in op te bergen en een tupperware doos voor mijn acrylverf. Als ik in de kledingafdeling een passende jeans zou vinden was dat ook mooi meegenomen. Dan had ik weer iets om dragen in de academie: ik ben een vreselijke sloddervos, al mijn kleren geraken onder de verf, ondanks een beveiligende schort.
Een zakje vond ik wel, hoewel het niet dat was wat ik zocht, maar voor 0,25 euro kan je je niet bedrogen voelen. De tupperware doos was niet te vinden, jammer. Bij de jeans lachte het geluk mij toe: 2 broeken die voldeden aan 5,20 euro per stuk. Ik kan me weer uitleven zonder scrupules: een vlek min of meer deert niet.
Karel zat bij de boeken. Meestal springen we in Spit binnen om de boeken te doorsnuffelen. Hij had een stapeltje boeken opzij gelegd waarvan hij weet dat ze mij interesseren. Inderdaad de meeste had ik nog niet. Voor zichzelf had hij ook wat interessante titels gevonden. We lijken dolgelukkige kinderen als we een paar goede boeken vinden … alleen: waar brengen we ze onder. Ons huis is volgestapeld, we zullen al die boeken nooit gelezen krijgen. Het is een verslaving.
Toen ik wat verder neusde ontdekte ik een mooie uitgave van in het Nederlands vertaalde gedichten van Federico Garcia Lorca met prachtige tekeningen. Ik kon niet anders dan het meenemen. Een soort reflex om dat boek te beschermen. Ooit was ik in een tweedehandszaak en ontdekte op de grond een stapeltje boeken. Ook het dagboek van Victor Klemperer. Ik had dat boek in een van de boekenrekken staan, al twee keer gelezen zelfs, maar het was zo’n mooie uitgave en als het op de grond bleef liggen tussen de andere boeken zou het na een paar dagen totaal afgebeuld zijn. Dus heb ik het maar meegenomen en staat het nu naast mijn oorspronkelijk exemplaar in een ‘beschermde’ omgeving. Het is irrationeel maar sterker dan mezelf.
Op weg naar huis stopten we nog bij een zaak in tweedehands goederen waar we eens wilden binnen gaan om te kijken wat het aanbod was. Het was me wel een rommelzaak, het Spit was dan een luxewinkel. Maar wat vond ik? Inderdaad mijn tupperware doos. Ze zat wel onder stof, maar na een wasbeurt merk je daar niks meer van ze kostte slechts 1,50 euro. Mijn namiddag sloot schitterend af.
De hand van een gepensioneerde is soms rap gevuld.
Tekst bij de onthulling van 'Deus pénitents'
200911 Tekst bij de onthulling van ‘Deux pénitents’
Karel maakte een tekst die ik niet kon lezen zonder tranen in de ogen te krijgen. Ik had hier niets meer aan toe te voegen. Elk van de aanwezigen kreeg de tekst op papier zodat ze konden volgen, ook als het voorlezen aarzelend verliep.
Dit beeld is voor ons geen hoopvolle of veilige kunstbelegging in woelige beurstijden, geen artistiek design element in een pronkerige siertuin, geen trots etaleren van onze financiële welstand. Met deze sobere, intense sculptuur van Anne Cornil willen we vorm geven aan onze diepste gevoelens op dit moment van ons leven, wanneer ook wij het hoofd buigen, denkend aan de tegenslagen, de teleurstellingen en de vernederingen, aan wat ons heeft pijn gedaan, aan de smart die ons allen treft en die niet overgaat. Denkend aan de geliefden die van ons zijn heengegaan. Zij die ons verlaten hebben, die we uit het oog verloren zijn, die wij in de steek gelaten hebben, die ons de rug hebben toegekeerd. Maar vooral denkend, blijvend denkend aan hen die ons zo dierbaar nabij waren, uit wie wij geboren zijn en die uit ons geboren zijn, aan onze ouders, kinderen, broers, zussen en levensgezellen die nu gestorven zijn, door ziekte, ongeval, ouderdom of die de zwaarte van het leven niet meer aankonden en zelf de laatste stap hebben gezet.
Voor hen en voor ons hebben we dit beeld opgericht als een blijvende herinnering.
Karel las deze tekst zelf voor, daarna werd het beeld onthuld. Daarna, terwijl in de achtergrond ‘Adagio for strings’ van Samuel Barber speelde, werd het gedicht deel na deel door iemand voorgelezen.
Een thrénodie wil ik voor u zingen
een klaagzang een treurlied
als een schaafwonde zo rauw
voor de bolsterruwte in de straten
voor dolle dolken
en de woorden die kwetsen en inslaan
als bijtend ijzer en ijstijd.
Een lamentatie hef ik aan
een trage treurzang
voor rouwende ouders
het nest geroofd en verlaten
vertwijfeld met lege handen
en ongeziene etterwonden
een leven lang verweesd achtergelaten.
Nee ik zal niet mee opstappen
bedank voor stille mars
of woelige fakkels in kristallen nachten
ik zing mijn klaaglied in stilte
en de kilte van het lange wachten.
Is er tussen de sterren
een onvermoede vader?
zal na lengten van dagen
uw hand mijn hand beroeren
uw blik mijn oog ontroeren
een einde maken aan de hunker en het vragen?
Hoort het woord van de Wijze:
geen engelen geleiden ons ten paradijze.
Ik zing mijn trage thrénodie in stilte
voor de kinderen en hun moeders
voor hen die niemand wilde
alle mensen zijn geen broeders.
Ik zing dit klaaglied mijn lament
voor het leed dat nimmer went
voor vaders en zonen en broers en zussen
die ons met hun koude lippen kussen.
Gij die dit hoort gedenk uw dierbaren
Die niet meer zijn en ooit zo onmisbaar waren.
Toen het gedicht was voorgelezen stopte ook de muziek, als op afspraak. Even was het grijpend stil, je kon als het ware de bomen horen ademenen. Dan keken we mekaar aan, sommigen met tranen in de ogen. Je lacht dan wat verlegen en toch blij dat dit mocht gebeuren. Samen zouden we verder gaan.
Dan vliegt de stop van een fles: laten we het leven vieren en nu er op drinken!
De onthulling
We kochten het beeld ‘Deus pénitents’ aan en wilden er een soort viering rond organiseren. Gezien ik in augustus jarig ben, leek het ons een leuk idee om mijn verjaardagsfeestje te laten samenvallen met de onthulling van het beeld. We zouden het als een ritueel beschouwen waarin de betekenis van het beeld in ons leven zou vorm krijgen door woorden en uitgesproken worden.
Een dag bepalen waarop iedereen kon komen was niet direct een probleem: zondag, 21 augustus. ‘Iedereen’ omvat de twee kinderen, en hun partners en de drie kleinkinderen van Karel, mijn drie kinderen en partners, de vroegere pleegdochter met twee pleegkinderen en Anne die het beeld maakte en Pol haar man. Arne, de steeds aanwezige afwezige kreeg een kaarsje voor zijn foto. Zo nemen we hem telkens mee bij elk feest.
Op voorhand hadden Karel en ik vaak overlegd hoe we het zouden aanpakken. Hoe konden we ieder betrekken bij die viering. Hoe konden we het rouwen van elk aanwezig stellen. Namen noemen: dan riskeer je iemand te vergeten die voor een ander belangrijk is. Als we voor onszelf namen noemden beseften we wel hoe uitgebreid een mens rouwt om mensen die dierbaar waren. Maar dan dachten we aan de kleinsten. Rouwen kinderen van 9 en 10 jaar? Meteen konden we voor hen namen invullen. Het moest een tekst worden die zoveel ruimte liet dat ieder zijn eigen afscheid nemen erin verwoord zag.
Karel liep er dagen op te broeden tot de tekst te voorschijn kwam. We zouden aan verschillende mensen vragen om een stuk voor te lezen zodat elke familie vertegenwoordigd zou zijn in het uitspreken. De kleinsten zouden het laken van het beeld wegtrekken, zodat ze zich ook betrokken voelden bij dit gebeuren.
Gelukkig was het die zondag even ‘droog’ weer. We konden de viering buiten houden. Bij het binnenkomen kreeg ieder een glas Cava en de kinderen een glas kinderchampagne. Ze bleken er gek op. Carlo zorgde voor de foto’s. Als iedereen aanwezig was verzamelden we ons in een kring rond het beeld. Jammer genoeg liet het toestel het op dat moment afweten. Wellicht best ook, want zulke momenten is een mens verbonden met het diepste van zichzelf en dit hoeft niet objectief vastgelegd te worden.
In stilte stelden woorden zich tussen mensen aanwezig.
Het is goed dat het diepste rouwen mag aanwezig zijn wanneer we het leven vieren, het sluit elkaar niet uit, integendeel. Het aanwezig stellen van pijn en gemis dat we samen dragen brengt mensen dichter bij elkaar. Het herkennen van de kwetsbaarheid en het gekwetst zijn maakt behoedzamer in de omgang. Laat ook de vreugde van leven duidelijker aan bod komen. Het werd een prachtig feest, hoewel het aanbod heel eenvoudig was: vlees op de grill klaargemaakt met koude groenten en daarbij een glas wijn. We hadden ook nog wat kaas voorzien, maar die zijn we vergeten opdienen. Voor het dessert zaten we buiten … en toen iedereen weg was besefte ik dat er geen koffie was aangeboden, ook vergeten. Maar niemand die iets van opmerkte van het ‘vergeten’. Integendeel, ieder was erg tevreden: een dergelijk gezellig feest wilden ze wel opnieuw beleven.
Een mens zou er een nieuw beeld voor willen onthullen.

