Naar de inhoud

Lut De Rudder

akke.beakke.be

Tweedehands

In Wezemaal is er een SPIT kringwinkel. Deze namiddag zijn we er heen gereden. Voor de academie had ik een zakje nodig om tekengerief in op te bergen en een tupperware doos voor mijn acrylverf. Als ik in de kledingafdeling een passende jeans zou vinden was dat ook mooi meegenomen. Dan had ik weer iets om dragen in de academie: ik ben een vreselijke sloddervos, al mijn kleren geraken onder de verf, ondanks een beveiligende schort.

 

Een zakje vond ik wel, hoewel het niet dat was wat ik zocht, maar voor 0,25 euro kan je je niet bedrogen voelen. De tupperware doos was niet te vinden, jammer. Bij de jeans lachte het geluk mij toe: 2 broeken die voldeden aan 5,20 euro per stuk. Ik kan me weer uitleven zonder scrupules: een vlek min of meer deert niet.

 

Karel zat bij de boeken. Meestal springen we in Spit binnen om de boeken te doorsnuffelen. Hij had een stapeltje boeken opzij gelegd waarvan hij weet dat ze mij interesseren. Inderdaad de meeste had ik nog niet. Voor zichzelf had hij ook wat interessante titels gevonden. We lijken dolgelukkige kinderen als we een paar goede boeken vinden … alleen: waar brengen we ze onder. Ons huis is volgestapeld, we zullen al die boeken nooit gelezen krijgen. Het is een verslaving.

 

Toen ik wat verder neusde ontdekte ik een mooie uitgave van in het Nederlands vertaalde gedichten van Federico Garcia Lorca met prachtige tekeningen. Ik kon niet anders dan het meenemen. Een soort reflex om dat boek te beschermen. Ooit was ik in een tweedehandszaak en ontdekte op de grond een stapeltje boeken. Ook het dagboek van Victor Klemperer. Ik had dat boek in een van de boekenrekken staan, al twee keer gelezen zelfs, maar het was zo’n mooie uitgave en als het op de grond bleef liggen tussen de andere boeken zou het na een paar dagen totaal afgebeuld zijn. Dus heb ik het maar meegenomen en staat het nu naast mijn oorspronkelijk exemplaar in een ‘beschermde’ omgeving. Het is irrationeel maar sterker dan mezelf.

 

Op weg naar huis stopten we nog bij een zaak in tweedehands goederen waar we eens wilden binnen gaan om te kijken wat het aanbod was. Het was me wel een rommelzaak, het Spit was dan een luxewinkel. Maar wat vond ik? Inderdaad mijn tupperware doos. Ze zat wel onder stof, maar na een wasbeurt merk je daar niks meer van ze kostte slechts 1,50 euro. Mijn namiddag sloot schitterend af.

 

De hand van een gepensioneerde is soms rap gevuld.

Tekst bij de onthulling van 'Deus pénitents'

200911 Tekst bij de onthulling van ‘Deux pénitents’

 

Karel maakte een tekst die ik niet kon lezen zonder tranen in de ogen te krijgen. Ik had hier niets meer aan toe te voegen. Elk van de aanwezigen kreeg de tekst op papier zodat ze konden volgen, ook als het voorlezen aarzelend verliep.

 

Dit beeld is voor ons geen hoopvolle of veilige kunstbelegging in woelige beurstijden, geen artistiek design element in een pronkerige siertuin, geen trots etaleren van onze financiële welstand. Met deze sobere, intense sculptuur van Anne Cornil willen we vorm geven aan onze diepste gevoelens op dit moment van ons leven, wanneer ook wij het hoofd buigen, denkend aan de tegenslagen, de teleurstellingen en de vernederingen, aan wat ons heeft pijn gedaan, aan de smart die ons allen treft en die niet overgaat. Denkend aan de geliefden die van ons zijn heengegaan. Zij die ons verlaten hebben, die we uit het oog verloren zijn, die wij in de steek gelaten hebben, die ons de rug hebben toegekeerd. Maar vooral denkend, blijvend denkend aan hen die ons zo dierbaar nabij waren, uit wie wij geboren zijn en die uit ons geboren zijn, aan onze ouders, kinderen, broers, zussen en levensgezellen die nu gestorven zijn, door ziekte, ongeval, ouderdom of die de zwaarte van het leven niet meer aankonden en zelf de laatste stap hebben gezet.

Voor hen en voor ons hebben we dit beeld opgericht als een blijvende herinnering.

 

Karel las deze tekst zelf voor, daarna werd het beeld onthuld. Daarna, terwijl in de achtergrond ‘Adagio for strings’ van Samuel Barber speelde, werd het gedicht deel na deel door iemand voorgelezen.

 

Een thrénodie wil ik voor u zingen

een klaagzang een treurlied

als een schaafwonde zo rauw

voor de bolsterruwte in de straten

voor dolle dolken

en de woorden die kwetsen en inslaan

als bijtend ijzer en ijstijd.

 

Een lamentatie hef ik aan

een trage treurzang

voor rouwende ouders

het nest geroofd en verlaten

vertwijfeld met lege handen

en ongeziene etterwonden

een leven lang verweesd achtergelaten.

 

Nee ik zal niet mee opstappen

bedank voor stille mars

of woelige fakkels in kristallen nachten

ik zing mijn klaaglied in stilte

en de kilte van het lange wachten.

 

Is er tussen de sterren

een onvermoede vader?

zal na lengten van dagen

uw hand mijn hand beroeren

uw blik mijn oog ontroeren

een einde maken aan de hunker en het vragen?

Hoort het woord van de Wijze:

geen engelen geleiden ons ten paradijze.

 

Ik zing mijn trage thrénodie in stilte

voor de kinderen en hun moeders

voor hen die niemand wilde

alle mensen zijn geen broeders.

 

Ik zing dit klaaglied mijn lament

voor het leed dat nimmer went

voor vaders en zonen en broers en zussen

die ons met hun koude lippen kussen.

 

Gij die dit hoort gedenk uw dierbaren

Die niet meer zijn en ooit zo onmisbaar waren.

 

Toen het gedicht was voorgelezen stopte ook de muziek, als op afspraak. Even was het grijpend stil, je kon als het ware de bomen horen ademenen. Dan keken we mekaar aan, sommigen met tranen in de ogen. Je lacht dan wat verlegen en toch blij dat dit mocht gebeuren. Samen zouden we verder gaan.

 

Dan vliegt de stop van een fles: laten we het leven vieren en nu er op drinken!

 

De onthulling

We kochten het beeld ‘Deus pénitents’ aan en wilden er een soort viering rond organiseren. Gezien ik in augustus jarig ben, leek het ons een leuk idee om mijn verjaardagsfeestje te laten samenvallen met de onthulling van het beeld. We zouden het als een ritueel beschouwen waarin de betekenis van het beeld in ons leven zou vorm krijgen door woorden en uitgesproken worden.

 

Een dag bepalen waarop iedereen kon komen was niet direct een probleem: zondag, 21 augustus. ‘Iedereen’ omvat de twee kinderen, en hun partners en de drie kleinkinderen van Karel, mijn drie kinderen en partners, de vroegere pleegdochter met twee pleegkinderen en Anne die het beeld maakte en Pol haar man. Arne, de steeds aanwezige afwezige kreeg een kaarsje voor zijn foto. Zo nemen we hem telkens mee bij elk feest.

 

Op voorhand hadden Karel en ik vaak overlegd hoe we het zouden aanpakken. Hoe konden we ieder betrekken bij die viering. Hoe konden we het rouwen van elk aanwezig stellen. Namen noemen: dan riskeer je iemand te vergeten die voor een ander belangrijk is. Als we voor onszelf namen noemden beseften we wel hoe uitgebreid een mens rouwt om mensen die dierbaar waren. Maar dan dachten we aan de kleinsten. Rouwen kinderen van 9 en 10 jaar? Meteen konden we voor hen namen invullen. Het moest een tekst worden die zoveel ruimte liet dat ieder zijn eigen afscheid nemen erin verwoord zag.

 

Karel liep er dagen op te broeden tot de tekst te voorschijn kwam. We zouden aan verschillende mensen vragen om een stuk voor te lezen zodat elke familie vertegenwoordigd zou zijn in het uitspreken. De kleinsten zouden het laken van het beeld wegtrekken, zodat ze zich ook betrokken voelden bij dit gebeuren.

 

Gelukkig was het die zondag even ‘droog’ weer. We konden de viering buiten houden. Bij het binnenkomen kreeg ieder een glas Cava en de kinderen een glas kinderchampagne. Ze bleken er gek op. Carlo zorgde voor de foto’s. Als iedereen aanwezig was verzamelden we ons in een kring rond het beeld. Jammer genoeg liet het toestel het op dat moment afweten. Wellicht best ook, want zulke momenten is een mens verbonden met het diepste van zichzelf en dit hoeft niet objectief vastgelegd te worden.

 

In stilte stelden woorden zich tussen mensen aanwezig.

 

Het is goed dat het diepste rouwen mag aanwezig zijn wanneer we het leven vieren, het sluit elkaar niet uit, integendeel. Het aanwezig stellen van pijn en gemis dat we samen dragen brengt mensen dichter bij elkaar. Het herkennen van de kwetsbaarheid en het gekwetst zijn maakt behoedzamer in de omgang. Laat ook de vreugde van leven duidelijker aan bod komen. Het werd een prachtig feest, hoewel het aanbod heel eenvoudig was: vlees op de grill klaargemaakt met koude groenten en daarbij een glas wijn. We hadden ook nog wat kaas voorzien, maar die zijn we vergeten opdienen. Voor het dessert zaten we buiten … en toen iedereen weg was besefte ik dat er geen koffie was aangeboden, ook vergeten. Maar niemand die iets van opmerkte van het ‘vergeten’. Integendeel, ieder was erg tevreden: een dergelijk gezellig feest wilden ze wel opnieuw beleven.

 

Een mens zou er een nieuw beeld voor willen onthullen.

Vanuit de aanhangwagen wordt het beeld getakeld: het is op weg naar een plaats in onze wereld.

Het lijkt wel een ingewikkeld gedoe.

Het beeld wordt uit de aanhangwagen gehesen.

Het beeld staat al op de oprit, nu op weg naar de definitieve plaats.

Vanachter struiken verschijnt het beeld in de tuin.

Het beeld rolt naar zijn definitieve plaats.

De takelbalk staat klaar in de tuin.

Het beeld wordt tot dicht bij de definitieve plaats gerold.

Ophangen aan de takelbalk.

De sokkel bouwen op de juiste plaats.

De sokkel is klaar, het beeld kan erop getakeld worden.

Gelukt, het beeld staat op zijn plaats.

Het beeld staat op zijn plaats, de takelbalk is weggenomen.

Op de definitieve plaats, omsloten door de tuin.

Anne poseert bij haar beeld

Anne Cornil

Geboren in 1939. Nu ze 72 jaar geworden is, blijft ze haar ziel toevertrouwen aan steen. Best kan ik de woorden van Pol, haar man aanhalen om dat te verduidelijken:

 

‘De stenen die Anne Cornil gebruikt bij het beeldhouwen zoekt ze meestal zelf uit in de steengroeve. Als ze er dan een vindt, of beter als een ontmoeting plaats heeft tussen de beeldhouwster en haar steen dan is dat een moment van groot geluk maar tegelijk van twijfel. Anne brengt haar steen mee naar het atelier en draait er omheen als een bezetene, terwijl ze hem kantelt in horizontale en verticale posities. Ze zit er uren naar te kijken en speurt naar de essentie ervan, naar de ziel, de vorm die de steen in zijn massieve omhulsel verborgen houdt. Op een gezegend ogenblik ontwaart ze iets van wat binnen zit, en dan begint ze vol schroom de eerste beitelslagen te geven. Met angst om te veel weg te kappen, de ziel ervan te kwetsen. Vertwijfeld gaat het werk verder, maar ook met volgehouden moed om het grote avontuur ten volle te beleven. Anne Cornil werkt meestal in taille-directe, haar beeldhouwwerken ontstaan met een natuurlijke spontaniteit. Steen is het materiaal waarmee ze zich uitdrukt en tot verfijnde vormexpressie komt.’

Deze groep is bijna votlooid.

Meer van Lut De Rudder

↑ Terug naar de berichten