Het weerzien


Op Tremartre hadden we afgesproken: we zouden elkaar eens op een rustiger moment ontmoeten. En zo kwamen we enkele dagen geleden samen: C. en M. en de respectievelijke mannen. Het was 50 jaren geleden dat we elkaar voor het laatst zagen. Even hadden we elkaar op de kunstmarkt gesproken en nu zouden we elkaar uitgebreid zien.
Het was wel spannend uitkijken: hoe zouden de mannen op elkaar reageren, zouden we de tijd vol krijgen, hadden we naast de gemeenschappelijke studiejaren elkaar nog iets te bieden?
We hadden afgesproken dat wij (Karel en ik) ons niet zouden moe maken met koken. Dus het enige restaurant in Werchter gebeld om te vragen of ze open waren en of we konden reserveren voor 6 personen. Dat was geen probleem. De koffie zouden we thuis gebruiken. In Werchter hebben we een echte warme bakker waarvoor ze uit de andere gemeenten naar Werchter komen voor de bijzondere lekkere patisserie. Toen ik een taart ging bestellen, je weet wel een taart volgestapeld met allerlei fruit, bleek de bakkerij die week gesloten. Een tegenvaller, maar er bestonden nog mogelijkheden om aan iets zoets bij de koffie te geraken.
Afgesproken om 11 uur bij ons thuis. Hoewel beiden uit verschillende gemeenten kwamen en meer dan een uur dienden te rijden, kwamen ze met maar een paar seconden verschil toe. M. verklaarde dat als beroepsmisvorming: de niet uit te bannen stiptheid van onderwijsmensen.
De cava lag al een dag op voorhand koel te worden. En voor de cava in de glazen was borrelde het gesprek als lichtvoetige champagne naar boven. C. had foto’s ‘van toen’ bij. Een rondje namen noemen, herinneringen bijvoegen. Karel ging een ‘loupe’ halen om de kleine zwart-wit foto’s te ontcijferen. Terwijl wij terugkeerden naar onze tijd van samen ‘gelukkig en ongelukkig’-zijn, zaten de mannen gezellig bijeen hun interessepunten te delen.
Cava op, goed weer dus te voet naar ‘Bistro Sint-Jan’. Een gezondheidswandeling. Het gesprek houdt niet op. Er zijn nogal wat klanten aanwezig. De kaart is vernieuwd. Karel herinnert zich van vorige keer het wildgerecht dat nu als suggestie geafficheerd wordt. Daar zullen we ons met een viertal aan wagen, de anderen nemen een visschotel. Je moet wel wat geduld oefenen: voor een snelle hap ga je beter naar de frituur, die hebben we ook in Werchter. Maar het wachten op de schotels is geen probleem, we hebben elkaar nog zoveel te vertellen. De vele jaren van leven zijn niet te vatten in enkele volzinnen. Het is ook prettig praten met elkaar: ieder krijgt tijd om zich uit te spreken, niemand wordt het woord ontnomen omdat er een ander verhaal zit te dringen, ook bij de mannen blijkt het zo te verlopen. Wellicht heeft dit te maken met de leeftijd: het hoeft allemaal zo niet meer, de tijd van het ‘de eerste’ willen zijn is voorbij, we hebben tijd in overvloed, de dag is nog lang niet om. Soms lachen we als ontembare pubers dan weer zijn we bedachtzaam om het gekwetst zijn van de andere te aanhoren.
Het eten is lekker, de porties overvloedig, de bediening is verzorgd … ik hoef me niet te schamen om het kleine Werchter.
Terug naar huis voor de koffie. Ik had beloofd wat van mijn schilderijen te tonen. Feitelijk komt dat goed uit: vanaf zondag begint de kunstroute I.C.G.S. Ik heb de ruimte al ingericht voor dat evenement. Bij elk schilderij geef ik het bijhorende verhaal, net of we in een tentoonstellingszaal zijn terecht gekomen. Het is leuk om aan hen het verhaal te vertellen. Ik voel me geborgen in hun warm medeleven.
Ja, nog een koffie, de laatste dan, want we willen voor het donker thuis zijn. Nee, de vaat doen Karel en ik samen, het is onze manier om de dag af te ronden. De vroegere vaatwasmachine hebben we aan een van de kinderen gegeven, samen de vaat doen heeft nog zo iets oergezellig. Jassen bijeen zoeken, we zien elkaar zeker terug. Eerst is er nog de oud-leerlingendag op 19 november.
Uitzwaaien. We ontdekken dat we toch wel moe zijn, maar zo vol van verhalen en warme aanwezigheid. Vriendschap is toch een niet te missen goed. Ik voel me er dankbaar om.












