Naar de inhoud

Lut De Rudder

seniorennet.beseniorennet.be

     tussen de verhalen door laten we het ons smaken

    nog even een slaapmutsje voor we naar bed trekken

En nu naar Hopper

De snack smaakte en de rust heeft ons deugd gedaan. Aan de balie infobalie in Centre Pompidou vroeg Brigitte uitleg over de weg naar het ‘Grand Palais’ en of het verstandig was om morgenvroeg te gaan. Dat laatste raadden ze haar af: zondagmorgen zou het zeker zo druk worden als vandaag.

 

Via de metro naar onze bestemming. Brigitte heeft geprobeerd gereserveerde inkomkaarten te bekomen, maar die waren niet meer beschikbaar … en dat zullen we wel voelen.

 

Ver moeten we niet stappen … maar de rij is ontzettend lang. We besluiten om toch maar door te zetten, tot we aan het bericht komen: vanaf hier is het nog 4 uren wachten. Dit is wel even schrikken … vooral omdat het wel niet ijskoud maar toch ook niet warm is. Het is wel droog met af en toe een streepje zon … maar om lang ter plaatse te staan zou wat meer graden aangenamer zijn. Kristel gaat naar een rij-wachter om te vragen of we met onze museumkaart geen voorrang hebben. Neen, dat niet, maar wel wil hij kwijt dat die vier uur in feite maar twee uur zijn, zodat de mensen niet ongelukkig worden dat ze zolang in de rij moeten staan. Het is een psychologisch truukje. Zo, daar knappen we even van op. Na twintig minuten staan we al aan het bericht van ‘nog twee uren wachten’ … wellicht zullen we nog vrij vlug naar binnen kunnen. Maar dat is een misrekening. Eerst worden de gereserveerde kaarten binnengelaten … en die rij groeit steeds maar verder aan. Soms wordt onze rij even gelucht … maar het blijft langzaam aanschuiven. Ondertussen begin ik wel koude voeten te krijgen; Ik probeer dan maar van het ene been op het andere te gaan staan om toch wat beweging in mijn voeten te krijgen. Niemand vindt het wachten leuk, maar we slaan er ons door met verhalen en humor. Na twee uren aanschuiven komt dan toch de bevrijding … bijna juichend trekken we de brede trappen op. Het moet wel in een smalle rij achter een lint gebeuren: bij het binnenkomen moeten we door een metaaldetector en ook onze rugzakken worden onderzocht. Ik trek met plezier de rits van mijn rugzak open: seffens zijn we binnen in de warmte.

 

Rugzakken en jassen in kleedkamer afgeven terwijl Brigitte de kaartjes haalt. Dan besluiten we eerst iets te gaan drinken, zodat we opgewarmd aan de rondgang kunnen beginnen. Wat doet het deugd te beseffen dat we er geraakt zijn. Het is pas half vijf … we kunnen in alle rust de tentoonstelling bezoeken. We dienen alleen nog ons hotel op te zoeken en iets te eten te vinden.

 

Dan beginnen we er maar aan. Ik heb iets over mij: tot nu toe volgehouden maar nu moet het ook de moeite waard zijn.

 

En het is de moeite waard. Ik ken Hopper natuurlijk van afbeeldingen … maar een kunstwerk echt zien is een ‘beleving’. De sfeer die hij in zijn doeken schept kan je alleen maar door het echt te zien tot je laten doordringen. De figuren die afgebeeld zijn zouden er precies liever niet bij zijn. De wereld en de gebouwen zijn net voorwerpen waar alle leven afwezig is. Ineens moet ik denken aan een bericht van jaren terug: in Amerika was een bom ontwikkeld die alleen de mensen doodde maar de huizen intact liet. Ik vond en vind dit nog altijd een gruwel van een bericht: wie kon zo nog maar iets bedenken laat staan ontwikkelen zonder zich gewetensvragenvragen te stellen. Het werk van Hopper roept een wereld na zo’n bom op: er is licht, de huizen staan er nog, het gras plooit nog mee met de wind … maar niets laat vermoeden dat er nog menselijk leven aanwezig is.

 

Wanneer figuren op het doek verschijnen krijgen die een onwezenlijkheid met zich mee. Het zijn geen mensen, maar een soort poppen die een rol spelen zonder enige vorm van communicatie met elkaar. Zo is er een schilderij ’het zonnebad’: vooraan links vijf houten stoelen met daarin mensen. Eén vrouw trekt vooral de aandacht met haar grote hoed en rode sjaal. Rondom die vrouw zitten drie mannen terwijl er half verdoken nog een vrouw zit. Een man leest een boek. Bijna hoor ik die centrale vrouw haar lezende zoon tot de orde roepen: ’Louis leg dat boek weg en zit recht, je moet nu van de zon genieten, dat is goed voor je gezondheid, trouwens, waar is je zonnebril, straks kan je weer naar de oogarts’. Die mensen genieten niet, die vervullen een rol, doen hun plicht. Het moet een verschrikking zijn om zo te leven om zo mens met de anderen te zijn. Wat een wereld roept Hopper op. Toch is het geen pure fictie: er zijn mensen die gedisciplineerd tot een bepaalde rol opgevoed zijn en daar niet meer uit geraken, alsof ze niet meer van vlees en bloed zijn, maar uit pure vormelijkheid bestaan. Heel beleefd de anderen laten voorgaan, converseren op de juiste toon, geen woord luider dan het andere … en zichzelf terecht wijzen als er iets spontaan bij hen zou opkomen.

 

Vooral de onmacht om met de ander in contact te komen straalt van zijn doeken af: elk individu is gericht op een onwezenlijke ijlte. Hij of zij kon even goed niet bestaan, ze nemen alleen maar fysieke ruimte in maar hebben geen mens-zijn veroverd.

 

Ik kijk en kijk … tot mijn ogen branden. Gelukkig loopt de tentoonstelling op zijn einde. Ik heb het gevoel in een andere wereld vertoefd te hebben en met veel enthousiasme begroet ik de anderen: vrouwen van vlees en bloed die je kunt omarmen.

 

Het was het wachten waard … maar nu laten we de kunst even terzijde en zoeken onze stek op waar we gaan overnachten.

 

     we schuiven aan in een rij die eindeloos lijkt

    

nog 4 uren aanschuiven … doen we het?

     we houden vol ondanks de kou

Centre Pompidou

Het is even wennen aan de metro nemen. Parijs is ondergronds één groot verteringstelsel: het slokt massa’s mensen op om ze later weer uit te spuwen. We duiken voor de eerste keer het metronet in. Een jonge vrouw staat te zingen en probeert wellicht zo een vorm van inkomen samen te bedelen. Ze heeft een gevormde stem … wat is er met die vrouw gebeurd dat ze nu in de kou haar levensonderhoud moet samen zingen?

 

De donkere tunnels waaruit de treinstellen te voorschijn komen beangstigen me: vanuit het niets en met groot geraas verschijnen ze en stoppen dan bruusk bij het perron. Snelheid is hier troef. Na een paar keer de metro genomen te hebben, begin ik er schik in te krijgen: het vraagt een kleine inspanning om van de ene kant van Parijs naar de andere kant te komen. Hoewel … mensen die de metro dagelijks nemen zullen die charme wellicht niet meer herkennen. Soms staan we zo opeengepakt dat we nauwelijks ademruimte krijgen. Maar de volgende halte gaan mensen dan weer weg en komen er weer bij en als het nodig is wordt er wat extra geduwd en kan de laatste man er toch bij.

 

Het eerste museum op ons verlanglijstje is Centre Pompidou: een tentoonstelling van Dali. Even is het schrikken als we de rij zien waarachter we moeten aansluiten. We hebben een museumkaart gekocht, maar hier moeten we toch inkom betalen: die museumkaart is voor andere musea geldig. Een man komt de rij langs om te vragen of er mensen zijn die voorrang hebben. Ja, met die museumkaart hebben we voorrang op de gewone bezoekers. Terwijl Brigitte voor ons de entreekaartjes gaat kopen sluiten wij aan voor de kleedkamer. Wanneer we bijna aan de balie staan om onze rugzakken en dikke winterjassen af te geven is Brigitte daar met de kaartjes.

 

Bevrijd van rugzak en dikke jas beginnen we aan onze rondgang. Langs een buizenstelsel aan de buitenkant van het gebouw klimmen we omhoog. De tentoonstelling start op de hoogste verdieping. Zo krijgen we een uitzicht op iets typisch Parijs: overal zijn muren gebouwd met daarop roodbruine schouwtjes. Maar het uitzicht reikt niet ver: er hangt smog over der stad: de Eifeltoren is meer een vermoeden dan echt te zien.

 

Wanneer we op onze bestemming aankomen, worden we verrast door een rij ‘wachtenden’. We beginnen het aanschuiven in een koude gang … hadden we onze jassen maar bijgehouden. Het babbelen houdt ons warm. Na een kwartier mogen we binnen gaan aanschuiven. Maar daar is het warm en dat maakt het dragelijk. Na bijna twee uren ‘nog een meter verder’ mogen we onze kaarten laten zien en zijn we echt binnen: meer dan 120 doeken, tekeningen, foto’s, objecten, films wachten op ons. We spreken een uur af aan de ingang om elkaar weer te zien mochten we elkaar uit het oog verliezen

 

Iedereen kent Dali natuurlijk … op het einde van zijn leven is hij zijn zelf ontworpen rol geworden. Mocht hij niet zo’n groot artiest zijn, we zouden hem knetter verklaren … maar schilderen kon hij wel. Ik voel me ontroerd als ik het werk over de Spaanse burgeroorlog ontdek. Het bekende werk waarin een hand een borst platknijpt: zo uitgeput is Spanje. Het is heel aangrijpend. Veel van de werken heb ik al gezien op reproducties, maar de werken ‘in het echt zien’ is toch een aparte ervaring. Ik zuig me vol aan wat me aangeboden wordt.

 

Ik ben juist rond wanneer het tijd is om samen te komen. We ontdekken dat de rij wachtenden nog groter geworden is. We hebben geluk gehad met op de middag aan te schuiven: het heeft ons wellicht meer dan een uur minder aanschuiven opgeleverd.

 

Het is over tweeën: we hebben wel honger. Dus iets gaan zoeken om te eten en wat te bekomen.

 

Dan terug op weg naar de volgende tentoonstelling: Hopper. Hij is de centrale gast. Op weg naar de metro kunnen we het niet laten naar de winkeltjes te kijken die we langskomen … en wat dacht je: iemand ziet een leuk jasje hangen aan 70% korting. We wachten even, zodat er gepast kan worden. Iemand anders vindt iets anders leuk in solden, weer wordt er gepast en aangekocht. Even verder is er een boekenwinkel die zwaar soldeert. Ik kan het niet nalaten er even te gaan kijken. Vind ik daar toch niet een boek met tekeningen dat op de reeds verlaagde prijs nog 50% korting geeft. Voor vijf euro kan ik het hebben: Volti. Een kunstenaar die in dit boek vooral tekeningen presenteert. Waarschijnlijk een inkijkexemplaar, want het plastieken kaft zit er nog rond.

 

We mogen niet blijven hangen in de buurt van de pittoreske winkeltjes. We zoeken de metro op. Overal ontmoet je daklozen die hun aanwezigheid nauwelijks kenbaar maken. Aan de overkant van het perron zit een man, diep verborgen in de kap van zijn jas, iets te eten. Voortdurend trekt hij de kap van zijn jas lager over zijn gezicht, alsof hij zich wil verbergen omdat hij zich schaamt om zijn bestaan.

 

De metro doorsnijdt mijn gedachten en slorpt mijn aandacht weer op: we gaan naar Hopper.

 

 

     de roltrap binnen het buizenstelsel brengt ons naar boven

     de buizenconstructie van binnen uit bekeken

     uitzicht over Parijs met de roodbruine schouwen vanuit het Centre Pompidou

We zijn vertrokken

Karel heeft me op tijd gewekt zodat ik me rustig kan klaarmaken. Toch voel ik me gespannen maar op een plezante manier: het is of een heel avontuur op me afkomt. Om twintig voor zevenen hoor ik Brigitte de oprit oprijden en even later komt Denise aanbellen om met haar mee te rijden. Haar man brengt ons en zal ons later terug komen ophalen.

 

Ruim op tijd komen we in Leuven aan. Nog even wachten op de anderen en na uitgebreide zoenen is de groep compleet. Zes vrouwen van drie verschillende generaties. Brigitte is dertig geworden, dan zijn er vier van (bijna) vijftig en ik voltooi met mijn zeventig de ouderdomswissel.

 

De eerste trein naar Brussel-Zuid is op spoor 2. Er is ruimte genoeg: het is nog vroeg en daarbij weekend. Voor de Thalys hebben we tijd zat, dus wat rondwandelen … en de eerste dakloze ontdekken die onder een deken slaapt … en dat terwijl het toch koud is. Er is nauwelijks iets te zien aan deze kant van het station, alleen maar leegte. Gelukkig laat de trein niet lang op zich wachten en we kunnen onze plaatsen opzoeken.

 

We installeren ons en Maggy ontdekt dat ze achterwaarts zal moeten reizen, waardoor ze binnen de kortste keren zich ellendig zal voelen. We spreken een treinbegeleider aan over dit probleem en wanneer de trein nog maar net vertrokken is mogen we met de groep verhuizen naar een compartiment waar we tegenover elkaar kunnen zitten en Maggy in de juiste richting kan reizen. Er is alleen nog een jonge vrouw aanwezig. Ik stuur een sms-je naar Karel om te melden dat we goed vertrokken zijn en prompt krijg ik een antwoord: afstanden bestaan niet meer.

 

De gezelligheid groeit … maar ik trek me terug in een boek dat ik meenam. Onderweg stopt de trein. Er komt een mededeling dat de trein moest stoppen omwille van mensen op de spoorlijn. Even voel ik me koud wegtrekken … toch niemand die tot zelfdoding wou overgaan? Gelukkig lijkt er niets speciaal aan de hand, wellicht werd er aan het spoor gewerkt. Even later vertrekt de trein weer.

 

Tegen het einde van de reis, wanneer we onze bagage samen zoeken, blijkt de jonge vrouw die met ons samen reisde, een Roemeense te zijn. Brigitte is ook Roemeense van afkomst. Onmiddellijk ontwikkelt zich een gesprek in hun taal. Jammer dat ze hun gezamenlijke nationaliteit niet vroeger ontdekt hebben.

 

Zo, we zijn zonder hindernissen in Parijs toegekomen. Ik kijk eens rond … maar feitelijk lijken alle grote stations op elkaar. Het is nu zoeken naar de toegang tot de juiste metro. Dit laten we over aan Kristel, Brigitte en Maggy … die zullen gans de reis vaardige ‘de weg waarheen’-zoekers blijken. Ondertussen gaat Christel aan de slag met haar fotoapparaat: een versiersel van de metrogang hier een hoekje met …

 

Parijs … hier zijn we!

     Brigitte en Kristel

     Denise en Christel

     Maggy en Lut

Een dunnere lijn uitproberen

Het werken met bister heeft me weer in de ban, het is heel anders van aanvoelen dan Oost-Indische inkt. Nu wil ik de lijnen in een dunnere uitgave proberen. De lichtnuances spreken me wel aan. Van hieruit kan ik precies vertrekken voor een verre reis: alle lijnen staan nu nog netjes in de rij, maar roepen het vermoeden op dat er nog zoveel te ontdekken is.

Wat zachter

Als ik nu dezelfde opdracht van gisteren eens met bister uitvoer. Goede Oostindische inkt is opaak, terwijl bister meer nuances laat zien in het werk.

 

Wanneer ik bruine notenbister gebruik, zie ik inderdaad die nuances ontstaan, net of er zonlicht in komt spelen. Nu doen de lijnen me denken aan het grote gordijn in een schouwburg: het is nog gesloten, maar vol verwachting kijkt het publiek wat straks daarachter gaat gebeuren.

Fundamentalisme

Ik neem nogal een fors besluit: lijnen trekken die bijna een vlak vormen. Ik gebruik daarvoor een kalligrafische pen van 5 mm. Elke lijn bestaat uit twee banen van de pen. Ik heb voor ogen dat dit een prachtig effect moet geven: heel aanwezig, heel gedisciplineerd … maar niets is minder waar. Terwijl ik mijn pen het werk laat doen, bedenk ik dat het fundamentalisme ook zoiets moet zijn: de lijnen zijn als ondoordringbare woorden zonder enige nuance en de zogenaamde ademruimte zijn de tralies waarin het genuanceerde, de bevrijdende twijfel wordt gevangen gezet.

Lijnen samen brengen

Ik probeer uit wat het geeft als ik twee soorten lijnen samen breng, vb. de lijnen die doen denken aan verwrongen ijzer en soepel lopende lijnen die vooral speelsheid oproepen.

 

Het resultaat is niet zo denderend. De lijndikte is hetzelfde, want met dezelfde pen getrokken, daardoor onderscheiden beide soorten lijnen zich te weinig van elkaar. Dat gaat mijn volgende interessepunt worden: naast het karakter van een lijn, komt de aanwezigheid, de dikte aan bod. Een nieuw avontuur wacht.

Terug naar de les

De trip naar Parijs is voorbij. Het was prachtig, maar vermoeiend, zeker voor oude benen. Vandaag is het tekenles. Ik maak het me gemakkelijk: terug naar de theepot en een lijndichtheid uitproberen die de achtergrond wat zwarter maakt. Niet nadenken, gewoon geconcentreerd lijntje na lijntje neerzetten.

 

De uren dat ik me fris genoeg voel zit ik aan het toetsenbord een verslag neer te schrijven. Weer geniet ik van de voorbije dagen. Christel nam uitgebreid foto’s en ik mag daar gebruik van maken. Het resultaat zal je wel over enkele dagen  zien.

Vanuit verschillende invalswegen

Wanneer ik de lijnen vanuit verschillende hoeken laat vertrekken en ze dan samen breng ontstaat er een complex geheel. Net zoals bij mensen: wanneer ieder zijn of haar verhaal aanwezig stelt wordt de intensheid van het gesprek verhoogd. Zo is abstract werken voor mij bezig zijn met het concrete.

 

Het nodigt uit om daarmee verder te werken, het spreekt me enorm aan.

Meer van Lut De Rudder

↑ Terug naar de berichten