Naar de inhoud

Lut De Rudder

seniorennet.beseniorennet.be

de mens geeft vorm aan de wereld of een steeds verder evoluerende natuur

    is de schepping ‘af’ of blijft de evolutie zich doorzetten

    een van mijn verhalen

Het kader

Op een wit blad: een kaderlijn. Deze lijn bepaalt binnen welke ruimte het beeld of de verbeelding zich mag manifesteren. Dit kader maakt duidelijk van waaruit men het verbeelde vorm geeft. Op dit witte papier in deze situatie, verwijst het kader naar een tekenkundige actie. De vorige tekeningen maakten duidelijk dat het om een experiment van vereenvoudigen ging. Door een kader geef je de grenzen aan waarmee je aan de slag gaat.

 

Absolute waarheid bestaat niet. Het is steeds een verhaal van mensen, vanuit de mogelijkheden en begrenzingen van het menselijk bewustzijn. Boeiend is wel dat dit menselijk bewustzijn steeds dieper kan doordringen in de werkelijkheid naarmate de wetenschap middelen ontwerpt en gebruikt om die wereld te ontraadselen.

 

Ook de niet-wetenschapper kan niet buiten een ‘kader’. Een verhaal, gesproken of geschreven is afhankelijk van de concrete verteller en de toehoorder(s) of lezer(s) waarvoor het verhaal verteld wordt. Door een ‘kader’ neemt men een bepaalde plaats in: een oorlog krijgt andere bewoordingen als het de overwinnaar of de verliezer is die het verhaal vertelt, als het conflict nog met knotsen of met gesofistikeerde wapens is uitgevochten.

 

Luisteraar of vertellers weten dat het vertelde geen ‘absolute’ waarheid bevat, hoogstens een benadering. Beiden genieten echter om een realiteit op te roepen waarbij de fantasie aangesproken wordt. Een goed verhaal tilt een mens boven het alledaagse ‘gekend’ zijn uit. Zelfs een nieuw recept voor soep kan zo een boeiend verhaal leveren.

Horizontaliteit

En dan kan ik niet anders meer dan de reeks stoppen of de verticaliteit laten verdwijnen en alleen het horizontale tot taal maken. Het horizontale verdeelt de ruimte in een boven en een onder … maar voor de rest leegte.

 

Resten van het scheppingsverhaal komen bij me aanwaaien. Van een god die eerst de ruimte schiep om daarna er van alles aan toe te voegen. Ik heb dat altijd een mooi verhaal gevonden: zoals ‘Gods geest zweefde over de wateren’ … ik stelde me dan een god voor die als een soort mist boven de grote grachten van ons dorp zwierf, want de zee had ik toen nog niet gezien. Als kind uit het (vochtige) Waasland maakte ik elk jaar die mist mee: er was nog ruimte en vlakte genoeg om dat als iets ‘geweldigs’ te ervaren.

 

Plots besef ik dat ik een omgekeerd scheppingsverhaal getekend heb. Ik moet die werken eens op een rijtje zetten en kijken of het klopt.

Nog wat verder proberen?

Als ik nu die verticale lijn niet helemaal doortrek maar ze wat boven en onder de horizontale lijn laat uitkomen, wat dan? De vraag stellen is het experiment aangaan.

 

Het strakke van de vorige tekening verliest plots zijn uitdagende vormgeving. De verticale staat zo wat verloren in de ruimte. Net een uitproberen dat niet tot in zijn uiterste consequenties werd doorgetrokken wegens bv. angst voor het radicale.

 

Zoiets als een mens: zoveel mogelijkheden zijn in hem aanwezig … maar om te overleven kan dit wezen niet anders dan zich aanpassen aan de wetten, of het nu de natuurwetten of de wetten van de samenleving zijn.

Nog een stap verder

De rechtopstaande vorm heeft nog een zeker volume, ook dat mag verdwijnen. Daardoor ontstaan twee lijnen die verwijzen naar de twee principes die onze waarneming helpen bepalen: de horizontaliteit en de verticaliteit. Ik laat de beide lijnen doorlopen tot aan het kader, zo wordt het landschap in vier ongelijke vlakken verdeeld.

 

Deze tekening heeft een grijpend, bijna meedogenloos karakter. Net of de vormgeving van abstracte principes aan het absolute raakt. Het doet me ook denken aan Mondriaan.

Nog eenvoudiger

Als ik het attribuut dat de opwaartse vorm omgeeft nu eens weggelaat verkrijg ik nog meer essentie: louter verwijzing naar het verticale in het veld. Het boeit me enorm wat er plaats vindt bij het vereenvoudigen: hoe ver kan je gaan totdat de essentie van ‘landschap’ verdwijnt? Zolang wat in lijnen uitgedrukt wordt van toepassing is op de gedifferentieerde werkelijkheid zit ik nog goed.

 

Het lijkt een avontuur: ik weet niet waar ik uit zal komen. Maar bij het uittekenen van elke vereenvoudiging zie ik al andere mogelijkheden opdagen. Ik wil aan niets anders denken dan de volgende tekening.

Naar de essentie

Ik wil dat landschap meer tot zijn essentie laten komen. Ik teken hetzelfde ontwerp als gisteren en laat de kleur weg. Zo, zwart op wit laat het geen bijkomende fantasie meer toe: het is wat het is. Maar juist daardoor wordt het sterker, spreekt het meer. Of het nu een boom, een basketbalveld of om het even wat voorstelt, de essentie is een ruimte die ingevuld is met een of andere vorm van aanwezigheid, leven.

 

Kan het nog eenvoudiger?

Een landschap

Hoe kan ik de diepte van een landschap oproepen en daarbij in een abstracte tekentaal werken? Ik ga uit van een vlakke lijn: die verwijst naar een platte vlakte en uiteindelijk naar de horizon. Rechtopstaande lijnen vullen de leegte op: het kan een boom zijn, of een telefoonpaal, maar evengoed een huis of een monument. Feitelijk al wat het plat-zijn doorkruist geeft vorm aan het landschap. Ik geef de verticale vorm nog een attribuut mee, vb. de boom zijn kruin. Om het geheel ‘spannend’ te maken, zorg ik er voor dat de vormen en lijnen afwijken van het voorspelbare: de horizon loopt schuin, de verticale vorm is schuin afgeknot en het attribuut is net geen vierkant. Om het geheel wat kleur te geven plaats ik er nog een geeloranje vlak achter.

 

Het is een heel eenvoudig werk, maar het staat er als een soort gebalde energie.

... de derde dimensie

Het eendimensionale probeerde ik uit in lijnen, het tweedimensionale gaf ik vorm in vlakken en nu wil ik het driedimensionale uitproberen. Om diepte te verkrijgen gebruikt men in het tekenen de principes van perspectief, een van de vele dingen uit de trukendoos van de tekenaar (m/vr.). Een simpele vormgeving daarvan is een vlak waarin het vluchtpunt in het midden ervan ligt. Met dergelijke constructie maak je geen boeiend werk: er komt zo weinig aan bod en wat er getoond wordt is zo voorspelbaar (foto hieronder).

 

Dus maar gauw iets anders uitgeprobeerd. Met Oost-Indische inkt maak ik een kubus, laten we zeggen een aquarium. Daarin laat ik een vorm zakken, laten we zeggen een kruis. Doordat de achterkant van de kubus verdwijnt achter de ingezakte vorm, ontstaat er diepte: een ruimte waarin veel kan gebeuren. Het geheel poets ik wat op met gele en rode vlakken. Ik wil me niet echt gaan verdiepen in de leer van het perspectief, maar andere mogelijkheden verkennen.

   uitproberen en verder zoeken

Op zoek naar ...

Het vierkant blijft me aantrekken, maar ik wil er wel uitstappen. Vierkanten uitsnijden en lijnen die reeds naar een rechthoek evolueren, gele acrylverf … en het is wat het is. Feitelijk wou ik uitproberen of de rode kleur primeerde op het geel en daardoor een zekere diepte in het werk zou ontstaan, een volgende stap, maar die verwachtte diepte blijkt niet zo denderend te verschijnen. Natuurlijk is de rode kleur erg afgezwakt. Ik gebruik vellen van toonzaalbehang: wie wil nu een vermiljoen rood behang op zijn slaapkamer. Maar na de intense beleving van ‘Sierre’ geniet ik wel van het zachtere werk: gewoon plezier beleven aan het zoeken naar een rustige schikking. Dat mag ook eens, niet?

Sierre

Wanneer ik wat rommel tussen de tekeningen die ik wil bijhouden, ontdek ik een werk dat ik zowat een jaar geleden maakte. Op 13 maart verongelukte een bus met kinderen uit Lommel en Heverlee. Het greep me enorm aan, vooral omdat er heel wat kinderen bij betrokken waren die in de dansschool van Aike een opleiding volgden. (zie de blogs na 13 maart 2012).

 

Met de affiche die het optreden van de dansschool aankondigde maak ik verschillende collages. Een collage komt terecht in de dansschool zelf, een ander werk geef ik aan G. die enkele kinderen verzorgde toen ze overgebracht werden naar Leuven, een derde hangt bij me thuis en de vierde verdween in de map ‘niet goed genoeg bevonden’. Deze collage haal ik boven, versnijd ze in vierkanten van 4cm op 4cm en ga aan het schikken. Het is bijna een sacraal beleven: raken aan de stilte na de dood van dierbaren. Ik schik de vierkanten, met acrylverf werk ik nog wat lege plaatsen bij en tenslotte lijm ik over alles heen een soort venster: door dat venster kijk ik naar een jaar terug, kijk ik naar mezelf, zoveel jaren terug na de dood van mijn zoon.

 

Hoe vaak spreek ik nog over Arne? Het leven herneemt zich, ook mijn leven. Alleen is er een leegte ontstaan die immaterieel vervangen wordt door een bijna absolute aanwezigheid. De zoon die voor hij stierf een soort paria was, lijdend aan schizofrenie, is nu in al zijn mogelijkheden, als puur graag zien aanwezig, omdat hij niet meer in dat concrete lichaam, in die concrete beschadigde hersenen zit, die zonder medicatie vaak agressief werd, waardoor ik niet meer wist wat voorrang had: graag zien of angst.

 

Dat alles zit besloten in die collage. Laat ons zeggen dat het voor mij een helend werk is. Eerst schreef ik ‘therapeutisch’, maar ik ben niet ‘lijdend’ aan de dood van mijn zoon maar leef dag na dag met een gemis van de belofte, de droom bij de geboorte van deze zoon: er zou uit dit kind een mens groeien die de weg naar zichzelf zou gaan. Wellicht kan ik zijn zelfdoding zo interpreteren. Dat kan ik niet zeggen tegen de vaders en moeders, de partners, de kinderen die een kind of man of ouder verloren. Hoe leer je omgaan met een ‘ongeluk’? Ik kan me voorstellen dat daar veel woede bij komt en niet aanvaarden en waarom mijn kind, partner, ouder?

 

Eerst dacht ik dit werk niet te publiceren. Maar waarom niet kenbaar maken van wat ik reeds gezegd krijg? Wellicht zijn er nog andere vrouwen, mannen die proberen woorden te zoeken, voor de ‘stilte’ na het weggaan uit dit leven van iemand die dierbaar is?

Beweging

Uit een zilverkleurig vel behangpapier snij ik vierkantjes met een zijde van 1,3 cm. Daarmee wil ik een oppervlakte vullen. De positie van alle vierkantjes keurig in het gelid, zowel vertikaal als horizontaal, sla ik over. Ik speel met de tussenruimte. De bovenste en onderste rijen laat ik horizontaal evolueren van weinig tussenruimte naar meer. De rijen in het midden schik ik wat anders, zodat een zwarte balk ontstaat van de achtergrond. Het voelt nogal benepen aan.

In een tweede ontwerp laat ik de vierkantjes uit het gelid vallen door ze schuiner en schuiner op de achtergrond te lijmen. Daardoor ontstaat er een zekere beweging.

Ten slotte probeer ik de twee helften in een soort spiegelbeeld met elkaar te laten evolueren. Zowel vertikaal als horizontaal wordt van een kleine tussenruimte naar een grotere gemanoeuvreerd. Dat roept wel spanning op.

Andere vormen

Het behangpapier blijft me aantrekken, maar nu ga ik er wat brutaler tegen aan. Ik snij grillige vormen uit die ik aan het uiteinde wat versmal. Om het geheel aan elkaar te binden trek ik twee lijnen die elkaar kruisen. Ik doe dat met écoline en merk dat de inkt wat uitloopt. Het geeft een verzachtend effect. Al doende leert men.

Nu zijn de vormen nog minder op elkaar afgestemd. Om de verbindingslijn te trekken gebruik ik nu acrylverf. Die is duidelijker aanwezig en loopt niet uit.

Een andere invalshoek

Neem een vel lichtkleurig behangpapier, knip daar een rechthoek uit van 15 x 23 en lijm dat op een zwarte ondergrond: de basis voor experimenteren met collages van vlakken is gelegd.

Meer van Lut De Rudder

↑ Terug naar de berichten