De eeuw van mijn vader


Toen ik even langs liep in Polare (vroeger De Slegte) in afwachting dat mijn autobus zou komen, ontdekte ik in de afdeling geschiedenis het boek ‘De eeuw van mijn vader’ van Geert Mak. Omdat ik al verschillende boeken van Mak gelezen had kon ik niet weerstaan om dit boek uit het rek te halen en mee te nemen naar huis.
Het is een hele leesbelevenis geworden. Aan de hand van de biografie van zijn vader (geboren 1899) laat Mak ons kennis maken met de geschiedenis van de twintigste eeuw, maar dan van uit Nederlandse ogen … hoewel, die Nederlandse inslag is beperkt. Mak schetst de context van de twintigste eeuw en plaatst daarin de concrete ervaringen van zijn vader en de verdere familie. Om die ervaringen te beschrijven beschikt Mak over een uitgebreide briefwisseling van de familie. Toen zijn vader naar Nederlands-Indië vertrok als gereformeerde dominee werd het contact met de familie door brieven onderhouden. En ze schreven elkaar vaak. Ook interviewde Mak familie en vrienden die de familie kenden, zocht hij in krantenarchieven naar wat er op een bepaalde dag gebeurde, tot zelfs het weer. Zo geeft het individuele beleven een eigen kleur aan de (wereld)geschiedenis.
Vaak heeft het boek me erg aangegrepen … Geert Mak is een nakomertje in een gezin dat reeds zeven kinderen omvatte, geboren in 1946 (vier jaar jonger dan ik). Zijn vader is 13 jaar ouder dan mijn vader. De tijd die hij beschrijft is ook voor ons, de ouderen, zeer herkenbaar. Wij kennen wel geen ‘gereformeerden’, maar de verzuiling is ook niet aan ons voorbijgegaan. Doet de gestrengheid van de gereformeerden (en anderen) ons nu naar adem happen … het Roomse was in die periode ook geen snoepje.
De opkomst en groei van fascisme en nazisme krijgen natuurlijk aandacht: maar ook hoe moeizaam het was om zich daar een mening over te vormen. Als antwoord op bepaalde noden spraken beide ideologieën de mensen aan … Tot Hitler de wereld in brand stak en zijn waanzin escaleerde in de totale vernietiging.
Stilaan zien we dan de hedendaagse wereld ontstaan en komt onze eigen geschiedenis aan bod.
Voortdurend vergelijk ik ‘toen’ in Nederland en hier bij ons. Voor mij waren er vaak punten van overeenkomst. Zo trouwt Mak’s vader, afkomstig uit een kleine zelfstandige onderneming die zeilen maakt, met een meisje van een ‘hogere’ stand. Mijn vader, opgegroeid in een arbeidersgezin, trouwde mijn moeder die afstamde van ‘rijke polderboeren’. Die spanning heb ik altijd aanwezig geweten: het vaak brute macho-gedrag van de broers van mijn vader tegenover een wereld van mensen die over geld beschikten en gewoon waren ‘baas’ te zijn.
De jaren ’68 en de nasleep ervan, de ‘pil’ die de vrouw emancipeerde, de ontkerkelijking …
Is er zoveel veranderd sinds 1899? De democratie heeft hier wortel geschoten, we doen meer dan ‘overleven’, kennen een ongeëvenaarde luxe, maar toch blijft men oorlog voeren, mensen en hun omgeving vernietigen. Zullen we het ooit leren om vreedzaam met elkaar om te gaan?
Het is een hartverwarmend boek. Je ziet hoe concrete mensen hun tijd beleefden. Mijn kinderen kunnen zich nauwelijks meer voorstellen hoe men leefde zonder elektriciteit of gas, water uit de (soms gezamenlijke) pomp, zonder telefoon … en vooral zonder tv. Toch was er in die tijd ook warmte en menselijkheid aanwezig, hielp men elkaar, was er vakmanschap dat doorgegeven werd van vader op zoon. En de winters? Die waren veel kouder dan nu … of niet?




















