Een dagboek


Ik blijf even hangen bij mijn dagboek van toen. Blad na blad schreef ik vol. Ach, geen geweldige gebeurtenissen. Het leven op internaat was tot en met gereglementeerd: met de bel gewekt en met de bel het bed in. Daartussen voortdurend belsignalen voor de les, de studie, toiletbezoek en vooral de kerk. We leken wel honden van Pavlov. Als je dan bedenkt dat we nog in een uniform werden gestoken bleef er van een ‘eigen’ beleven weinig over. Toch maakten we plezier, deelden we ons triestig zijn, hadden onze geheime opmerkingen over de begeleidende opvoedsters. Achteraf bedenk ik: wat een hondenstiel hadden die vrouwen. Ik denk niet dat ze veel vreugde beleefden aan die vervelende pubers: ze mochten geen affectieve relaties aangaan (alle liefde behoorde de Heer toe), voor seksualiteit waren geen woorden dus bestond dit niet eens en altijd, met de bel in de hand, zorgen dat alles volgens de regels werd uitgevoerd.
Het ‘schrift’ gebruik ik als achtergrond. De uitsparingen verwijzen naar de bladen van het dagboek: datgene wat niet uitgeschreven werd, waar jaren van leven voor nodig waren om tot bewustzijn te komen. Maar we hebben het met zijn allen overleefd, sommigen wat beter dan de anderen. Maar zeggen dat de jeugd de beste jaren van het leven zijn … vergeet dat maar, in elk geval niet voor mij.

