Naar de inhoud

Lut De Rudder

seniorennet.beseniorennet.be

Egidius

nu spreek ik je naam uit

als een kostbaar geschenk

 

ik dank het leven

omdat je

vanuit mijn lichaam

in mijn armen opgroeide

dat je die jaren

bij ons mocht zijn

 

dat ik

in je dood

ontdekte hoe graag ik je zag

 

je naam is vreugde nu

en de pijn daar rond is

onvervreemdbaar

mijn leven

nochtan moet emmer ghestorven sijn

dan weer

een dag

waarop de pijn zich aanbiedt

 

zomaar

een herinnering

een stukje muziek

 

of gewoon

het leven zelf

 

neem het mij niet af

 

ook na zoveel jaren

rouw ik om mijn zoon

 

mijn graag zien

omdat hij niet voorbij is

 

ik wil niet genezen van mijn kind

ic moet nog zinghen een liedekijn

zoon

het geschreven woord

met je dyslectie

was een vreemdeling voor jou

 

in je afscheidsbrief

spelde je

hoe graag je ons zag

vroeg je ons

na je dood

het leven te hernemen

 

dat deden we

ondanks de afgrond van de pijn

 

tot we rust vonden

in jouw aanwezige afwezigheid

 

we komen samen

op je verjaardag

op je sterfdag

 

en elk jaar

op de familiedag

waar we

naar je graf gaan

en dan jou meenemen

om de rest van de dag

te genieten van elkaar

met jou in ons midden

verware mijn stede di beneven

eens zal ik de weg gaan

naar de verte

waarheen jij ging

 

ik heb geen angst meer voor de dood

 

alleen

de weg daarheen

schrikt me af

 

hoeveel gemis moet ik nog dragen

hoeveel dagen

moet ik nog gaan

zonder jou

zonder de andere geliefden

 

 

nu bidt vor mi ic moet noch sneven ende in de weerelt liden pijn

in mijn dromen

zie ik je weer

alsof de tijd niet bestaat

die ons onherroepelijk

van elkaar gescheiden houdt

 

je spreekt

je beweegt

je ademt

bijna kan ik je raken

 

tot de ochtend komt

zich weer een dag aanbiedt

waarin je niet meer bent

 

ik herneem

de dagelijkse routine

 

gemis

als een liefdesverklaring

 

neem het mij niet af

du coors die doot du liets mi tleven

je kon niet meer

we wisten het beiden

de dag naderde

waarop je weg zou gaan

 

bij elk afscheid

keek ik je aan

bewust

dat dit voor het laatst kon zijn

 

tot je

de diepte in sprong

en als een vogel

je vleugels spreidde

naar vrijheid

je diepste begeren

niet meer onderworpen

aan de wetten

van pijn

en onmacht

 

je liet me achter

met al de anderen die

je naam noemen

in liefde

in gemis

 

zonder jou

 

 

 

 

mi lanct na di gheselle mijn

de dagen zijn stil

alsof ze op kousenvoeten

niets willen verstoren

 

toch zijn ze vol

van jouw aanwezigheid

 

kon ik je nog eens raken

je aanwezigheid voelen

je lichaamsgeur ruiken

 

ik weet dat je voorbij bent

 

en ik moet verder

waer bestu bleven

ik schreeuw

wil je uit de dood terug

 

bevraag de mensen

muren komen op me af

 

waar ben je

 

geen antwoord

alles leegte

oneindige leegte

achter die leegte

nog leegte

 

uitgeput smeek ik de ruimte

 

geef me een teken

van hoop

van leven

 

de dagen

rijgen zich aaneen

terwijl de tijd me ontsnapt

 

er is alleen pijn

 

mijn zoon

is uit me weggesneden

 

verdwenen

 

hoe leef ik verder

zonder hem

Egidius

je naam

een lied van liefde

alom tegenwoordig

 

ik spreek je naam

vol tederheid

 

ik schreeuw je naam

de wolken in

 

je naam

alleen maar pijn

alleen maar wanhoop als antwoord

 

in elke ruimte ga ik op zoek

hoeveel muren heb ik nodig

om je naam te schrijven

hoeveel dagen

om je naam te omarmen

nu bestu in den troon verheven

wat van jou

hier blijft

 

een tabaksdoos

sigaren die je leerde roken

ontwerpen voor houtsculptuur

 

rapporten

van school

van psychiatrie

van de rechtbank

 

foto’s

van een vroeger

dat voorbij is

 

je afscheidsbrief

 

hoe onbereikbaar je ook bent

je leeft verder

in mijn bewustzijn

 

in mijn lijf

dat elke dag

vraagt om jou

 

het sceen teen moeste gestorven sijn

tot je lichaam

ophield met ademen

je bewustzijn de wereld verliet

 

nog kan ik het niet bevatten

dat je weg bent

en alleen nog in

beelden van herinnering

onrustige dromen

tot mij weerkeert

 

 

dat was gheselscap goet ende fijn

ik heb je niet genoeg gezegd

hoeveel ik van je hield

 

hoe je

 

toen je

dag na dag groeide in mij

kosmos in de kosmos

mijn wezen vervulde

alle vragen ten einde

 

hoe je

 

later

mij brak van zorgen

overgeleverd aan een waanwereld

waarin je tussen de goden ging wonen

en overspoeld werd door agressie

 

zoon van mij

 

je ging van mij weg

steeds verder

je keerde niet meer weer

 

 

du liets mi tleven

ontspannen

lag je in de rust van de dood

 

we kwamen afscheid nemen

ik sprak je toe

 

en in dit spreken werd ik me bewust

dat ik verder moest

leven

dat ik bleef ademen

 

dat je weg was

dat je

ieder

hoe dierbaar ook voor jou

overliet

aan tijd en ruimte

 

onherroepelijk was de grens

jij verstild tot de dood

wij

terug geworpen in de tijd

 

 

du coors die doot

toen je wezen overmand werd door pijn

en geen troost je bewustzijn kon bereiken

 

nodigde je

de dood

als laatste reisgezel

 

je gaf al je geld weg

kocht wellicht nog een laatste joint

rookte op het balkon nog een laatste sigaret

 

en toen sprong je

van vijf hoog

je bevrijding tegemoet

 

mi lanct na di gheselle mijn

de tijd

niet te weerhouden

schuift elk moment

eeuwigheden

tussen ons beiden

 

ik omhels je

voel de kou van je dode lijf

de geur van dood zijn

 

onherroepelijk

word je uit mijn verlangen

weggeroofd

 

waar kan ik mijn onmacht uitschreeuwen

waer bestu bleven

toen het leven

je lichaam verliet

was ik

in de wachtkamer van de dood

dicht bij jou

 

je mocht de weg gaan

die zich voor je ontplooide

je had de pijn van leven

tot het uiterste gedragen

 

toen je stierf

werd je opnieuw uit mij geboren

 

ik legde mijn armen

behoedzaam om je heen

lieve zoon van mijn verlangen

 

zo wou ik je vergezellen

tot aan de grens

waar jij voorgoed

inging

tot je eigen verte

Egidius

toen je viel

en te pletter sloeg tegen de aarde

scheurde je naam

de ruimte uiteen

 

even hield de wereld

de adem in

 

stilte

ontzetting

 

men droeg je weg

een verdwaald kind

de dood tegemoet

Nu op goed papier

Van een goede kwaliteit tekenpapier (300gram) maak ik een harmonica. Daarvoor snij ik op 2 cm van de rand zeer licht over het tekenpapier en plooi dit om. Door deze zeer lichte inkerving plooit het papier gemakkelijk. Met houtlijm maak ik de losse stukken aan elkaar vast, er voor zorgend dat het blad in de juiste richting plooit.

In de academie installeer ik me zodat ik het hele harmonica uit kan spreiden: zo kan het bewerkte deel drogen terwijl ik de rest verder afwerk en krijg ik een goed overzicht van het geheel.

Het is plezant werken en door het uitproberen op kaartenkarton heb ik nu genoeg zelfvertrouwen om het water en daarin de Oost-Indische inkt zijn gang te laten gaan.

De tekst zal ik er thuis bij voegen. Ik gebruik daarvoor écoline met warmgrijze kleur en kleine letters, zo valt de tekst nauwelijks op en blijft hij toch goed leesbaar.

 

Papierkunst III

Ik vind het werken met papier zo hartveroverend dat ik, om af te sluiten, er nog wat foto’s bij haal. Hiernaast een werk van Truus Van den Heuvel

Nikki Van Es

Meer van Lut De Rudder

↑ Terug naar de berichten