Koenraad Tinel en Simon Gronowski

Tijdens het optreden van de zoon van kapitein Gilson, dat als een sombere wolk over me heen kwam, moest ik denken aan twee andere zonen: Koenraad Tinel en Simon Gronowski. De zoon van kapitein Gilson is van 1930, Simon Gronowskivan 1931 en Koenraad Tinel van 1934. We kunnen zeggen dat ze leeftijdgenoten zijn.
Over de hartverwarmende vriendschap tussen Koenraad Tinel en Simon Gronowski verscheen een boek: ‘Eindelijk bevrijd’.
Op de flaptekst:
Het onwaarschijnlijke verhaal van een vriendschap tussen een kind ontsnapt aan Auschwitz en een kind van een nazi.
Simon Gronowski’s levensverhaal had dat van een gewoon kind in een gewone familie moeten zijn. Maar hij is een Jood. Op 17 maart 1943 werd hij samen met zijn moeder en zus door de Gestapo opgepakt. Toen hij op 19 april met het beruchte twintigste konvooi werd gedeporteerd, sprong hij uit de trein en kon hij als bij wonder ontsnappen. Hij was toen elf en een half jaar. Zijn moeder en zus verdwenen in Auschwitz.
Ook Koenraad Tinels levensverhaal is tragisch. Zijn vader was een fervente aanhanger van Hitler; zijn broers droegen het uniform en de wapens van de SS en verdedigden de idealen van de Führer.
Deze twee oorlogskinderen, Simon en Koenraad, gingen lange tijd gebukt onder het gewicht van hun verleden. Tot de zestienjarige Sacha Rangoni hen samenbracht tijdens een lezing die werd georganiseerd door de Union des Progressistes Juifs de Belgique. Uit die ontmoeting ontstond een hechte vriendschap, die haar neerslag vond in dit boek, een oprecht pleidooi voor menselijkheid. Koenraad leerde van Simon dat hij de last van zijn vaders schuld niet dient te dragen, terwijl Simon van Koenraad leerde dat hij niet het eeuwige slachtoffer hoefde te blijven om zijn verloren geliefden te eren.
Hun verhaal werd verwoord door Simon Gronowski, verbeeld door Koenraad Tinel en in perspectief geplaatst door auteur David Van Reybrouck.
Hier zijn geen helden of overwonnenen. Er zijn alleen mensen die in hun leven veel verloren hebben. Ze hebben beiden de moed om zich dat verleden te herinneren. Juist daardoor komen ze dichter bij elkaar, omdat ze de pijn die ieder in zich draagt ruimte geven, eerbiedigen en proberen te begrijpen. Het kan wat gebeurde niet ongedaan maken, het kan de sporen die de gebeurtenissen nalieten niet uitvegen, het kan alleen een weg aangeven om catastrofes te vermijden: elkaar proberen te begrijpen en daarvoor taal (tekenen is ook een taal) te gebruiken.





