Naar de koffietafel
Na de bijzetting van de urne wacht de “koffietafel”. Met broers en schoonzussen wandelen we naar het opgegeven adres . Wat is het dorp veranderd. De straat waarin de ingang naar de feestzaal zich bevindt, wellicht nog het meest van allemaal. Vroeger was het een steegje, niet gekasseid met enkele krotten van woningen (als je dat nog woningen mocht noemen). Daarin kwamen dan de mensen van de vierde wereld terecht die dan nog gewoon ‘armen’ werden genoemd. Als het regende werd de weg één grote modderpoel. Nu is het een brede straat met enkele zijstraten en nieuwe huizen met nog veel groen.
Ik herinner me nog een gezin uit die steeg. Zowat elk jaar kwam er een kind bij. De ouders dronken. De kinderen kregen nauwelijks te eten. Gans het dorp sprak er schande over. Maar wie bleef die mensen bier schenken en aanrekenen? Wat deed men in het onderwijs toen die kinderen schoolplichtig werden? Wat deden de ingezetenen van het dorp om dat gezin, of tenminste de kinderen, waarvan iedereen wist dat ze in nood verkeerden, te helpen? Er gebeurde niets, doen of je neus bloedt … maar wel schande roepen: verontwaardiging alom maar de verantwoordelijkheid voor die concrete kinderen afschuiven op … ja wie wou er verantwoordelijkheid daarin opnemen? Niet de gemeente, niet de kerk, niet de medeburger.
Ik weet niet wat er van die kinderen is geworden.
Maar nu, eens de krotten weggeveegd uit de modder en uit het geheugen, is de steeg een prachtige straat geworden. Het doet goed te beseffen dat mijn geboortedorp heeft aangehaakt bij de moderne urbanisatie. Het is een ander dorp geworden. Toekomst houdt altijd iets verwachtingsvol in zich. Hoe ouder je wordt, hoe meer je van die evolutie mag en kan meemaken.
Dit is nog een tekening van mijn vader, die, toen ik reeds lang weg was van het dorp, ook als hoofding voor het parochieblad werd gebruikt. Je ziet een modern gebouw (ik weet niet wat het juist is) … of hoe ook de evolutie in die tekeningen merkbaar is.






