De Treinman


We zouden de week ervoor naar Kontich gegaan zijn, maar er kwam een treinstaking tussen. Dus werd de reis met een week uitgesteld.
’s Morgens Toby aan de goede zorgen van Karels oudste zoon en zijn gezin toevertrouwd, daarna met de auto naar Haacht, op de trein stappen, in Mechelen overstappen en een goed half uur later komen we aan in Kontich. Het is amper vijf minuten lopen naar het adres waar we moeten zijn. Gezien ik niet graag met de auto rijd, is de trein een comfortabele oplossing. Het enige mankement is het perron in Haacht: je moet zowat een bergbeklimmer zijn om in de wagon te geraken … voor mensen die moeite hebben met treden is dit zowat onoverkomelijk: denkelijk meer dan een halve meter hoogteverschil is er tussen het perron en de laagste (uitgeschoven) trede van het treinstel. Met de hulp van Karel lukt het me net, maar als ik alleen reis is het een hele onderneming… en dat verbetert niet met ouder worden. In Mechelen en Kontich biedt de hoogte van het perron geen probleem: daar zweef je heel elegant van de trein naar de begane grond.
Wanneer we terug naar Leuven gaan, komt de controleur langs. Er zijn niet zoveel reizigers in de trein. Wij betalen meestal ons treinticket via de pc en laten dit op onze identiteitskaart markeren. Wanneer Karel opmerkt dat betalen via de identiteitskaart toch gemakkelijker is, weet de kaartjesknipper te vermelden dat de gemiddelde duur van een controle via identiteitskaart 1 minuut is en van een papieren ticket zowat de helft van de tijd. Het is vooral in het oproepen van de gegevens dat tijd verloren gaat. Dat is voor ons wel merkwaardig: wij die dachten dat elektronisch verkeer veel vlugger ging. De tijdswinst zit hem bij de loketten.
Dan moet de controleur uitstappen bij een volgende halte. Wanneer de trein zich terug in beweging zet, komt hij nog even langs: of we graag de gegevens weten over de aansluiting in Mechelen, waar we moeten overstappen, voor Haacht. Ja, graag! We krijgen zelfs een uitprint op een papiertje met de gegevens, maar van de sporen is hij niet zeker: dat durft nogal eens te veranderen, best dat we dit even nakijken op de schermen met de vertrektijden. We bedanken hem uitvoerig om zijn aanbod en zijn antwoord doet mijn dag blozen van warmte: wie mij vriendelijk behandelt, behandel ik ook vriendelijk.
En dat allemaal in een keurig Nederlands, wellicht zijn school-Nederlands want er zit een licht accent in, waardoor hij verraadt dat zijn moedertaal van buiten de Nederlandssprekende grenzen komt, zijn huidskleur verwijst naar Afrikaanse roots.
Ondanks dat ik moe ben, krijgt mijn dag een stralende afsluiting. Terwijl ik dit neer schrijf voel ik opnieuw de opborrelende vreugde van die ontmoeting: wie mij vriendelijk behandelt, behandel ik ook met vriendschap. Een bejegening om in grote letters ‘DANK U’ tegen te zeggen. Het hoeven niet altijd grimmige stakingsgezichten te zijn die we van de NMBS te zien krijgen.
Dank je wel, onbekende treinman.


