Naar de inhoud

Lut De Rudder

akke.beakke.be

Het eindwerk van Lieve

Het werk van Lieve kreeg een plaats op een bovenverdieping in het cc Gasthuis. De structuur van de ruimte straalt een zekere gezelligheid uit met het schuin op- of aflopend dak en de ruimte die door panelen in kleinere eenheden verdeeld is.

Ze heeft zich op drie werken gefocust, allemaal met kledij als basisontwerp. In een eerste werk neemt ze je mee naar een ontwerp van een jas. Telkens wordt een ander deel van de jas met een rood aspect ‘in de verf’ gezet… en wanneer je uitkijkt naar een zoveelste aflevering is er een hiaat en krijg je een geklost ontwerp aangeboden. In een tweede werk speelt ze met een jurk, snijdt daar een stuk uit en vult dat op met kant. Allemaal heel subtiel, je moet toekijken om het te ontdekken. Als laatste werk hangen er drie (poppen?)jurken in een blauwe omkadering. De jurkjes werden bewerkt met een schaar en waar de ‘gaten’ ontstonden werden die opgevuld met kantwerk. De presentatie van die dieprode mini-jurkjes, vol fantasie vervormd in het blauwe kader, heeft een ontroerende dimensie: ze hangen zo fragiel te dromen van een andere wereld. Gewoon prachtig.

Het eindwerk van Lieve bekijken maakt iets blij in me los. Zouden we naast antidepressiva eens geen kantklossen uitproberen wanneer mensen nood hebben aan wat meer blijheid?

De kantklas in Rillaar V

Een speciale vermelding verdient dit kunstwerkje naast de ingangsdeur.

Ingrediënten: een oude school die aangepast werd aan de noden van een academie en waarvan nog niet alle dichtgepleisterde gaten een verflaag kregen. Een kantklas die aan de ingangsdeur op ooghoogte pleisterwerk vertoont. Een docente die daarin  een uitdaging ziet … en het resultaat is echt verrassend.

Of hoe kant (gebouw)wonden kan helen.

De kantklas in Rillaar IV

Bij het binnenkomen van de klas worden we verwelkomd door een groot werk aan de ingangsdeur. Laag op laag werden de afzonderlijke stukken kant samengesteld tot een geheel.

Tijdens de les zag ik de collega smalle reepjes klossen. Zij had al in gedachten wat ze er mee ging doen. Als al die reepjes nu samengevoegd zijn en geplooid volgens plan ontstaat er een ritmische beweging die plezierig aandoet. Eerst kijk je naar het geheel, dan ontdek je de verschillende klospartijen in de reepjes.

Een overgebleven rits uit een versleten kledingstuk … en met de nodige fantasie en handvaardigheid wordt dit een leuk moment op de ontdekkingstocht: je moet maar op dit idee komen.

Een doosje dat nergens toe dient … maar zo mooi is om naar te kijken

Dit werkje doet me denken aan een Romeinse strijdwagen, maar dan in mini. Het is een leuk werkje, om ergens neer te zetten en er dan af en toe met plezier naar te kijken.

Nog een opdracht ‘hout’ werkje: breng wat overschotjes van de verbouwing mee naar de klas … en er ontstaat een sprankelend werkje.

De kantklas in Rillaar III

Eerst het bootje ontdekt, dan het zeil erachter: wat een mooi zeilbootje. Vervolgens wat lager gekeken: hé, daar zijn de golven. Maar als de golven zo laag verbeeld staan, dan wordt dat zeilbootje een ‘luchtbootje’ … en klieft dat bootje met zijn zeilen door ja wat, wellicht het imaginaire. Even voel ik me innerlijk trillen, het doet me aan Chagall denken.

Dit soort kantwerk is wel heel bijzonder: met gel-druk heeft men op dunne houten panelen kantwerkjes afgedrukt. Het ritmische herhalen van het drukken en het dicht bijeen plaatsen van de panelen geeft een vervreemdend effect: dit verwacht men niet als ‘kant’, terwijl men het kantwerk toch duidelijk herkent.

Dit is een werk van een collega uit het eerste jaar. Ik ervaar bijna fysiek hoe hier uit oude boeken wijsheid bijeengeklost wordt. Zelfs als je nog niet ‘afgestudeerd’ bent, kan je met beperkte technieken toch heel emotioneel rijke werken maken.

Dan een werk van mezelf. Op een donkere muur komt de lichte draad goed tot uiting … de kippendraad die daarin verwerkt werd gaat wat naar de achtergrond. Op de foto helemaal, in de tentoonstelling moet je wel nauwkeurig kijken. Maar ‘k ben er wel tevreden over: ik had nooit gedacht na enkele maanden al zo’n werk te realiseren. Ik voel me ‘op mijn plaats’ in de kantklas.

Heel voorzichtig werden de bladeren gedroogd en later werd er een kantwerkje op geklost.

Grote lucifers verwijzen ook naar hout en om ze bij het kantwerk te doen passen werden de punten van de lucifer in dezelfde kleur geverfd als de draad. Soms zijn het maar subtiele veranderingen die men aanbrengt en een voorwerp krijgt een heel andere betekenis.

Nog een bijzonder werkje: bovenaan zijn twijgjes, in zwarte verf gedompeld en als deel van het kantwerk gebruikt. Daardoor krijgt het geheel een heel grafisch accent.

De kantklas in Rillaar II

Ik ervaar de tentoonstelling in de kantklas als een ontdekkingsreis. Wellicht ben ik zo verrast omdat het de eerste keer is dat ik dat meemaak, de collega’s die al enkele jaren les volgen weten dat Lieve, de docente, een expert is in het ‘ten toon stellen’.

De ouderejaars hadden twee opdrachten waarrond ze konden werken: hout en loskomen uit het vlak, dus een derde dimensie opzoeken.

Ik zag wel kleine stukjes kantwerk ontstaan … maar pas nu ontdek ik hoe die kleine stukjes als een puzzel passen in een groter geheel … en dat dat groter geheel veel meer biedt dan een kundig uitgevoerd handwerkje.

Bij de inleidende foto: een houten ‘geraamte’ dat stevig is en tegen een duw kan met daaraan een kantwerk gekoppeld dat het houtwerk uitnodigt (of is het omgekeerd) om te klinken als een harp.

opdracht: hout. Voor mij is dit een gedicht in woorden van kant en houten toevoegsels. Ik kijk er naar en zou blijven kijken.

opdracht: hout. Dit is kant maar in zijn grafische kwaliteit. De boomschors geeft een ritme aan waartussen de kant zich kan ontplooien.

Heeft dit met een bepaalde opdracht te maken of werd de kant zomaar in elkaar gezet tot een pracht van een ‘tekening’ die door de ‘draad’, door de gelaagdheid nog een extra dimensie kreeg.

Een foto van mij (amateur fotograaf met een toestel dat mijn kinderen naar het containerpark zullen brengen bij het kleine elektronische afval… zoiets willen ze niet in de erfenis) kan nooit tonen wat er aan de muur hangt. Het werkje links past precies bij het houtstuk in het midden, maar daarvoor moet je wel een diepte van 20 cm overbruggen; dus kijken en dan nog eens kijken en dan ontdekken: dat werkje in de diepte ernaast hoort feitelijk ‘op’ de houten blok in het midden.

Meer van Lut De Rudder

↑ Terug naar de berichten