Naar de inhoud

Lut De Rudder

seniorennet.beseniorennet.be

Een volgende boomstronk bied ons het zicht op een elfenbankje dat reeds jaren doorstaan heeft.

Nog geen meter verder vinden we de aanwezigheid van het verschijnsel mens: een weggeworpen plastieken fles. Jammer dat men dit stukje natuur niet ongeschonden kan achterlaten.

Er staan prachtige oude bomen. De bomenrand is niet zo groot: daarachter begint het overstromingsgebied. Door het gebladerte probeert het licht van de zon de ondergrond wat te verwarmen, maar het blijft er kil en vochtig.

We verlaten het donkere, intieme bomengebied en de ruimte verwelkomt ons met een overvloed van licht.

Op sap met Toby II

We moeten nog maar laten vermoeden dat we onze jas gaan halen of Toby komt kwispelstaartend naar de deur. Net of hij wil zeggen: vergeet me niet. Waarschijnlijk weet hij niet dat hij de oorzaak van onze wandeling is, hoe zouden we hem kunnen vergeten.

Het is een prachtige dag: zon, een beetje wind … en nauwelijks verkeer op de baan, want het is zondag, 27.09.15.

We sluiten de deur en Karel houdt Toby kort aan de leiband: we moeten een 200 m langs de baan lopen, over een fietspad, en dan pas kunnen we rechtsaf een verkaveling in, waarvan de aanpalende huizen hun eerste winter in Werchter zullen meemaken.

Op het einde van de weg slaan we linksaf: hier ligt nog niet-verkavelde grond te wachten tot dit ook zal gebeuren. Voorlopig blijft er nog ruimte om van de natuur te genieten.

We steken de weg over en nemen ietwat links een baantje dat naar de Demerdijk leidt. We komen voorbij een paardenrusthuis, waar oude paarden van hun pensioen mogen genieten. Vandaag zijn de paarden blijkbaar ergens op visite, de weide ligt er verlaten bij.

We komen aan de Demerdijk. Een prachtige omgeving. We haasten ons echter een beetje, om die sportievelingen op de fiets te kunnen achterlaten wanneer we de dijk afdalen.

Onderweg stroomt de beek ‘De Winge’ in de Demer. Het stromend geluid werkt heel ontspannend.

De Demer trekt zijn bochten in het landschap.

Rechts van de Demer zie je in de verte huizen: ertussen een overstromingsgebied. Werchter is laag gelegen t.o.v. de zeespiegel. Overstromingen heb ik nog niet meegemaakt, wel dat er dijken werden doorstoken om het water in het overstromingsbekken op te vangen.

Hier verlaten we de Demerdijk en dalen af naar een kleinere weg waar fietsers zich niet wagen en we in volle rust en overgave kunnen genieten van wat zich aanbiedt.

Op stap met Toby I

Laten we stellen dat de wandeling met Toby tussen de drie kwartier en een uur duurt: een prima gezondheidsoefening voor oudjes die anders binnen blijven omdat de pc of tekentafel hun verdere aandacht opslorpt.

Toby is nu bijna een jaar bij ons. Vandaag viel het me op hoe, door die wandelingen,  de seizoenen zich veel meer in mijn bewustzijn aanmelden: de kleuren, de plantengroei, de temperatuur …

Vandaag nam ik mijn fototoestel mee: ik wou even vastleggen hoe de herfst zich aandient.

Toby loopt speels voor ons uit: hij wordt over enkele maanden vijf jaar, dus in volle levenskracht. Hij is een prachtige hond: zijn pels blinkt, zijn kont wiebelt elegant en als hij loopt steekt zijn staart als een wit uitroepingsteken de lucht in. Hij is een voorbeeld van eigenzinnigheid. Hij gehoorzaamt als het hem goed uitkomt of als hij niet anders meer kan. Een Beagle is niet op te voeden: we kunnen niet anders dan dit bekennen. Wanneer mensen op bezoek komen is zijn enthousiasme niet te stillen. Wanneer hij de aandacht gekregen heeft die hij nodig acht, gaat hij rustig naar een van zijn ‘plekjes’ om daar in slaap te vallen tot hij vermoedt dat er iets spannends staat te gebeuren, vb. na het eten kruimels zoeken op de grond.

Bij het wandelen gedraagt hij zich voortreffelijk … tot hij een kat of een ander levend jachtobject vermoedt. Kippen worden door hem ook met de nodige aandacht bedacht.

Andere honden benadert hij eerst met uitgebreide emotionele tekens van ‘ik ben hier en wie ben jij’. Wanneer hij dan kennis kan maken (uitgebreid snuffelen) wordt hij vriendelijk of gunt de andere hond geen verdere interesse.

Een van onze geliefkoosde wandelingen is op stap langs de Demerdijk en terugkomen langs de notenboom. Bij zonnig weer en zeker in het weekend, is die wandelroute erg druk. Fietsers razen naast je heen. Vooral de ‘sportievelingen’: ze zijn zo verzonken in hun tempo dat een belsignaal te veel van hun concentratie vergt. Daarom steken we nogal eens de brug over en wandelen we aan de overkant : minder fietsers en meer honden die hun baasjes uitlaten.

Maar via de overkant geraken we niet meer op het pad van de notelaar. Dus trotseren we de voorbijflitsende fietsers en hopen heelhuids de afdaling naar het gewenste pad te kunnen aanvatten. Ondertussen beleven we een prachtig cadeau: een hemel die de ruimte overspant waarin alles ademt naar leven en intense rust.

Zo kan je ook schrijven

Ik blijf een beetje hangen in de speelsheid van het vorige werk. Het verschil in intensiteit van de inkt blijft maar het strakke van de horizontale is nu vervangen door bogen. De ‘lijn’ van de letters is echter veranderd: elk onderdeel bestaat uit één lijn, het zou om een woord kunnen gaan. De lijn verwijst niet naar een concreet schrift. Het is gewoon een beeldspel waaruit ooit, met enige inspanning, een schrift zou kunnen ontstaan. Schrijven is immers het aaneenschakelen van iconen die herkenbaar en begrijpbaar.

 

 

 

 

Een zachte overgang

Zat ik in vorig werk nog diep in het verleden van herkenbare taal, nu wil ik louter de vorm van letters onderzoeken. Met hetzelfde zwierig elan plaats ik ‘schriftvormen’ op horizontale lijnen. De vlakken die ontstaan vul ik met verschillende verdunningen van Oost-Indische inkt in. Het geeft iets speels aan het werk. Het doet ook denken aan puzzelstukjes, net of er een uitdaging geformuleerd wordt: zoek maar welke boodschap er in verborgen ligt.

En nu de letters

En dan stort ik me op de uitdaging van de ‘letters’. Ik hou de boot naar het probleem van de vormgeving nog even af door terug te gaan naar een van de eerste teksten in het Nederlands, waarschijnlijk een fragment uit een liefdeslied:

Hebban olla uogala nestas hagunnan hinase hi(c) (a)nda thu uuat unbidan uue nu

Het is de vertaling van de Latijnse paralleltekst die ervoor staat:

Habent omnes uolucres nidos inceptos nisi ego et tu. Quid expectamus nunc.

De vertaling zou luiden:

Alle vogels zijn nesten begonnen, behalve ik en jij. Waar wachten wij nu op?

De tekst moet niet direct ‘herkenbaar’ zijn … laat de vorm maar zijn gang gaan en als je analyserend toekijkt ontdek je de woorden. In mij blijft de tekst echter al zovele jaren, nadat ik hem voor de eerste keer las, nagloeien. Ja, waarom het avontuur nog niet ingaan  van …? Durf ik een nest bouwen om mijn ervaringen in neer te leggen zodat ze rust vinden?

Het gebruik van al dan  niet verdunde Oost-Indische inkt geeft een speels accent aan de tekening. Speelsheid is een kracht die energie geeft om het leven aan te kunnen als het allemaal zo in het honderd loopt.

Dit is een vormgeving van ‘toen’ in de titel brieven van ‘toen aan later’

 

 

Doe ik nog iets aan mijn tekenatfel

Tijdens de maand juli heb ik dagen en dagen geklost. Daarna begon de tentoonstelling in december mijn gedachten op te eisen. Dus haalde ik mijn pen en Oost-Indische inkt boven en richtte mijn aandacht op het tekenpapier dat voor me lag.

Een blanco papier confronteren is telkens toch een vorm van faalangst overwinnen. In mijn gedachten heb ik wel een vorm van ontwerp klaar, soms erg duidelijk, soms wat vager … maar de eerste lijnen op dat witte papier zetten is toch een grote stap. Soms denk aan een parachutesprong: eens gelanceerd kan je niet meer terug. Zo ook met die eerste lijn op het witte blad, zelfs als die met potlood voorbereid is. Ik moet mezelf vaak geruststellend toespreken: als het mislukt, is dat erg? Het papier heeft nog een achterkant of ik kan het tot een kleiner formaat versnijden … en zelfs als het niet meer bruikbaar is: het is geen kapitaal dat ik weg gooi.

Ik had reeds heel wat ontwerpen gemaakt rond de formele vorm van een beschreven blad, nu onderzocht ik de iconografie van letters. Door de Oost-Indische inkt in verschillende verdunningen te gebruiken ontstond een soort van dieptewerking in de tekening.

Voor de lijnen zelf hanteerde ik sjablonen, daardoor ontstond een repetitieve vorm in de tekening. Hierbij krijgt de vorm nog voorrang op het inhoudelijke. De emoties of bedenkingen worden nog even terzijde gelaten. Door het aanbrengen van ritmering in de herhaling van dezelfde vormen krijg je een wereld aangeboden die eerder bevreemdend aandoet.

Er zijn geen ‘herkenbare’ vormen of spanningen die verwijzen naar het dagdagelijkse werkelijkheid, vb. een bloem ‘herken’ je aan de bloemblaadjes, stengel, enz. Ik wil een ander kader creëren, van wat nog niet werd vorm gegeven, om daarin de ervaring te plaatsen en tot een nieuw formuleren te komen.

Om concreter te zijn: als ik mijn ervaren afzet tegenover hoe ‘men’ denkt, vb. over zelfdoding … dan kan ik daar mezelf niet in terugvinden. Laat ons zeggen dat ‘men’ niet nadenkt over zelfdoding, men benadert alleen de sensationele kant van het gebeuren als iemand door zelfdoding uit het leven stapt. Zelfdoding heeft met een vorm van geweld te maken wat emoties in gang zet. Ik zoek een andere benadering, naar een ander kader, andere woorden, zodat ik mijn ervaring kan plaatsen en in die plaatsing mezelf terug vind: zo klopt het voor mij. Dit proces is nooit ‘af’. Telkens opnieuw moet je op zoek naar een betere formulering, een nog meer nauwkeurige benadering van je ervaring. Hoe precieser je dat ervaren kan uitdrukken, hoe meer rust er komt t.o.v. die verschrikkelijke realiteit. Tevens dompel je onder in het besef dat elk tot uitdrukking brengen, ontsnapt het aan een ‘definitief’ formuleren. Enerzijds omdat je, door elk authentiek formuleren, je wezen verandert en dat je met dat veranderde zijn opnieuw de realiteit benadert, anderzijds omdat het net nooit lukt om door te dringen tot het allerdiepste ervaren van jezelf omdat dit ontsnapt aan het taal-bewustzijn, wat die taal ook mag zijn.

Laat me stellen dat ik deze tekening opdraag aan al degenen die op zoek zijn naar dat formuleren buiten het ‘men denkt’, om dan te kunnen stellen: zo ver kan ik het nu al verwoorden.

Noten rapen

Wanneer we met Toby gaan wandelen nemen we vaak een weg die langs een  notenboom loopt. Zoals van een notenboom verwacht wordt staat hij nu ook afgeladen vol met noten in hun groene bolster. Stilaan breekt de tijd aan dat de bolsters van kleur veranderen en hun inhoud op de grond laten vallen.

Toen we vandaag voorbij de notenboom wandelden, zagen we op de grond al wat noten liggen … en ineens werd ik weer dat kind van vroeger. Op weg naar school kwam ik ook voorbij een notenboom, die met breed uitwaaierende takken zichzelf stond te zijn. In de herfst liet de boom zijn noten vallen … en wij kinderen raapten de noten op die op de openbare weg vielen.

’s Morgens vroeg ging ik vaak naar de mis, zoals toen gewoonte was … en die noten waar een motiverende attractie op de weg naar de kerk, waar het altijd zo kil aanvoelde. Ik was de eerste die na een nacht herfstweer de notenboom passeerde en stak mijn zakken vol met wat ik kon oprapen. Later kwamen dan de andere kinderen … maar ik had mijn voorraadje reeds meegenomen.

Die verse noten vond ik het lekkerst: de schaal openbreken, het vliesje van de pit halen … en knabbelen maar. Vooral als ik uit school kwam en honger had, waren die noten een festijn.

En nu tref ik weer noten op mijn weg. Ik heb me gebukt en werd weer het kind van toen: ik vulde mijn zakken met wat ik vond en thuis ontbolsterde ik de noten indien nodig, deed het houten omhulsel kraken, pulkte het gele, bittere vliesje er af en stak de witte kern vol overgave in mijn mond: heerlijk!

Die notenboom maakt de uitstap met Toby extra boeiend: je legt niet alleen een paar kilometer af langs geasfalteerde of platgetreden wegen, maar je duikt zo je kindertijd in, alsof er geen jaren ‘van verstand’ tussen liggen.

Hoe zalig kan de herfst zijn, zelfs bij regenweer.

Felix Torfs II

Felix is echt kundig in ‘sfeerschepping’.Hieronder een paar werken die daarvan getuigen … hoewel het geen optimale foto’s zijn: zowel Christel als ik waren ons fototoestel vergeten en zij heeft dan maar haar smart phone boven gehaald. Toch geven die foto’s een beeld van zijn manier van schilderen.

Meer van Lut De Rudder

↑ Terug naar de berichten