Toch zijn er wat noten op de grond gevallen. Ik raap ze op en laat ze verdwijnen in mijn zak. Blij als een kind vervolg ik mijn weg … of wordt het oerinstinct van ‘plukker’ in mij geactiveerd?
Op stap met Toby III
Anderhalve meter dieper bereiken we het paadje dat ons naar het inwendige van het bos (of hoe benoem je zo’n verwilderde aanplanting) voert. Nu kunnen we genieten van kleine ontmoetingen in de natuur. Jaren terug zijn bomen gekapt en op de stronken verschijnen elfenbankjes. Een viertal brede stronken tonen hun begroeiing. Telkens blijven we even staan om ze te bewonderen. Er zijn oude droge exemplaren bij, maar ook nog aanwassen die jaarlijks aangroeien. Vooral die met een witte rand zijn prachtig.
Even verder vinden we prachtige paddenstoelen. Namen ken ik niet, maar ze zijn nog ongeschonden en vragen om gezien te worden.
Dan vinden we een groep paddenstoelen die ontzettend mooi geordend zijn. Het is een vochtig gebied en paddenstoelen gedijen hier.
Nog geen meter verder vinden we de aanwezigheid van het verschijnsel mens: een weggeworpen plastieken fles. Jammer dat men dit stukje natuur niet ongeschonden kan achterlaten.
Er staan prachtige oude bomen. De bomenrand is niet zo groot: daarachter begint het overstromingsgebied. Door het gebladerte probeert het licht van de zon de ondergrond wat te verwarmen, maar het blijft er kil en vochtig.
We verlaten het donkere, intieme bomengebied en de ruimte verwelkomt ons met een overvloed van licht.
Op sap met Toby II
We moeten nog maar laten vermoeden dat we onze jas gaan halen of Toby komt kwispelstaartend naar de deur. Net of hij wil zeggen: vergeet me niet. Waarschijnlijk weet hij niet dat hij de oorzaak van onze wandeling is, hoe zouden we hem kunnen vergeten.
Het is een prachtige dag: zon, een beetje wind … en nauwelijks verkeer op de baan, want het is zondag, 27.09.15.
We sluiten de deur en Karel houdt Toby kort aan de leiband: we moeten een 200 m langs de baan lopen, over een fietspad, en dan pas kunnen we rechtsaf een verkaveling in, waarvan de aanpalende huizen hun eerste winter in Werchter zullen meemaken.
Op het einde van de weg slaan we linksaf: hier ligt nog niet-verkavelde grond te wachten tot dit ook zal gebeuren. Voorlopig blijft er nog ruimte om van de natuur te genieten.
We steken de weg over en nemen ietwat links een baantje dat naar de Demerdijk leidt. We komen voorbij een paardenrusthuis, waar oude paarden van hun pensioen mogen genieten. Vandaag zijn de paarden blijkbaar ergens op visite, de weide ligt er verlaten bij.
We komen aan de Demerdijk. Een prachtige omgeving. We haasten ons echter een beetje, om die sportievelingen op de fiets te kunnen achterlaten wanneer we de dijk afdalen.
Rechts van de Demer zie je in de verte huizen: ertussen een overstromingsgebied. Werchter is laag gelegen t.o.v. de zeespiegel. Overstromingen heb ik nog niet meegemaakt, wel dat er dijken werden doorstoken om het water in het overstromingsbekken op te vangen.
Hier verlaten we de Demerdijk en dalen af naar een kleinere weg waar fietsers zich niet wagen en we in volle rust en overgave kunnen genieten van wat zich aanbiedt.
Op stap met Toby I
Laten we stellen dat de wandeling met Toby tussen de drie kwartier en een uur duurt: een prima gezondheidsoefening voor oudjes die anders binnen blijven omdat de pc of tekentafel hun verdere aandacht opslorpt.
Toby is nu bijna een jaar bij ons. Vandaag viel het me op hoe, door die wandelingen, de seizoenen zich veel meer in mijn bewustzijn aanmelden: de kleuren, de plantengroei, de temperatuur …
Vandaag nam ik mijn fototoestel mee: ik wou even vastleggen hoe de herfst zich aandient.
Toby loopt speels voor ons uit: hij wordt over enkele maanden vijf jaar, dus in volle levenskracht. Hij is een prachtige hond: zijn pels blinkt, zijn kont wiebelt elegant en als hij loopt steekt zijn staart als een wit uitroepingsteken de lucht in. Hij is een voorbeeld van eigenzinnigheid. Hij gehoorzaamt als het hem goed uitkomt of als hij niet anders meer kan. Een Beagle is niet op te voeden: we kunnen niet anders dan dit bekennen. Wanneer mensen op bezoek komen is zijn enthousiasme niet te stillen. Wanneer hij de aandacht gekregen heeft die hij nodig acht, gaat hij rustig naar een van zijn ‘plekjes’ om daar in slaap te vallen tot hij vermoedt dat er iets spannends staat te gebeuren, vb. na het eten kruimels zoeken op de grond.
Bij het wandelen gedraagt hij zich voortreffelijk … tot hij een kat of een ander levend jachtobject vermoedt. Kippen worden door hem ook met de nodige aandacht bedacht.
Andere honden benadert hij eerst met uitgebreide emotionele tekens van ‘ik ben hier en wie ben jij’. Wanneer hij dan kennis kan maken (uitgebreid snuffelen) wordt hij vriendelijk of gunt de andere hond geen verdere interesse.
Een van onze geliefkoosde wandelingen is op stap langs de Demerdijk en terugkomen langs de notenboom. Bij zonnig weer en zeker in het weekend, is die wandelroute erg druk. Fietsers razen naast je heen. Vooral de ‘sportievelingen’: ze zijn zo verzonken in hun tempo dat een belsignaal te veel van hun concentratie vergt. Daarom steken we nogal eens de brug over en wandelen we aan de overkant : minder fietsers en meer honden die hun baasjes uitlaten.
Maar via de overkant geraken we niet meer op het pad van de notelaar. Dus trotseren we de voorbijflitsende fietsers en hopen heelhuids de afdaling naar het gewenste pad te kunnen aanvatten. Ondertussen beleven we een prachtig cadeau: een hemel die de ruimte overspant waarin alles ademt naar leven en intense rust.
Zo kan je ook schrijven
Ik blijf een beetje hangen in de speelsheid van het vorige werk. Het verschil in intensiteit van de inkt blijft maar het strakke van de horizontale is nu vervangen door bogen. De ‘lijn’ van de letters is echter veranderd: elk onderdeel bestaat uit één lijn, het zou om een woord kunnen gaan. De lijn verwijst niet naar een concreet schrift. Het is gewoon een beeldspel waaruit ooit, met enige inspanning, een schrift zou kunnen ontstaan. Schrijven is immers het aaneenschakelen van iconen die herkenbaar en begrijpbaar.
Een zachte overgang
Zat ik in vorig werk nog diep in het verleden van herkenbare taal, nu wil ik louter de vorm van letters onderzoeken. Met hetzelfde zwierig elan plaats ik ‘schriftvormen’ op horizontale lijnen. De vlakken die ontstaan vul ik met verschillende verdunningen van Oost-Indische inkt in. Het geeft iets speels aan het werk. Het doet ook denken aan puzzelstukjes, net of er een uitdaging geformuleerd wordt: zoek maar welke boodschap er in verborgen ligt.
En nu de letters
En dan stort ik me op de uitdaging van de ‘letters’. Ik hou de boot naar het probleem van de vormgeving nog even af door terug te gaan naar een van de eerste teksten in het Nederlands, waarschijnlijk een fragment uit een liefdeslied:
Hebban olla uogala nestas hagunnan hinase hi(c) (a)nda thu uuat unbidan uue nu
Het is de vertaling van de Latijnse paralleltekst die ervoor staat:
Habent omnes uolucres nidos inceptos nisi ego et tu. Quid expectamus nunc.
De vertaling zou luiden:
Alle vogels zijn nesten begonnen, behalve ik en jij. Waar wachten wij nu op?
De tekst moet niet direct ‘herkenbaar’ zijn … laat de vorm maar zijn gang gaan en als je analyserend toekijkt ontdek je de woorden. In mij blijft de tekst echter al zovele jaren, nadat ik hem voor de eerste keer las, nagloeien. Ja, waarom het avontuur nog niet ingaan van …? Durf ik een nest bouwen om mijn ervaringen in neer te leggen zodat ze rust vinden?
Het gebruik van al dan niet verdunde Oost-Indische inkt geeft een speels accent aan de tekening. Speelsheid is een kracht die energie geeft om het leven aan te kunnen als het allemaal zo in het honderd loopt.
Dit is een vormgeving van ‘toen’ in de titel brieven van ‘toen aan later’

