Naar de inhoud

Lut De Rudder

akke.beakke.be

... en dan komt de stress opzetten

Tot hiertoe maak ik me niet teveel zorgen. Alles lijkt me goed georganiseerd en als er plots onverwachte problemen opduiken: er zijn helpende handen genoeg die willen bijspringen.

Maar soms begint de twijfel toch te knagen. Heb ik wel iets aan te bieden? Zal het allemaal zo vlot verlopen als ik het me voorstel? Zal de vernissage voldoende aanbod hebben van wijn en snacks? Zullen er wel bezoekers op af komen?

Op die momenten moet ik mezelf streng toespreken. Het gaat vlot verlopen en als er onverwachte problemen opduiken … die geraken wel opgelost. En er zijn meer dan genoeg mensen die heel graag willen helpen. Eerst en vooral Karel … maar die moet zich concentreren op wat hij in de inleiding gaat zeggen. En dan zijn er kinderen en kleinkinderen en vrienden, helpende handen in overvloed.

En wat de wijn en snacks betreft: mezelf kennende zullen de helpers met nog voldoende wijn en snacks naar huis gaan om de eindejaarsfeesten door te komen.

Wanneer die vragen bij het slapengaan komen opzetten is het toch moeilijk om me over te geven aan de warmte van het bed. Dan vraag ik me soms af: waaraan ben ik begonnen.

Maar ’s morgens, voor mijn tekentafel, weet ik daar antwoord op. De uitdaging van een wit blad: niets zo beangstigend en niets zo intens vervullend. Hier vind ik mezelf.

Brieven van toen aan later

101115  Brieven van toen aan later

 

Bij de uitnodiging voor de tentoonstelling heb ik naast een afbeelding van de affiche (met dank aan Deepak, mijn jongste zoon, die de affiche ontwierp) ook een tekst verstuurd. Die tekst geeft wat toelichting bij de titel van deze tentoonstelling. 

Voor het internet zijn intrede deed, was brieven schrijven een van de mogelijkheden om met anderen in contact te komen. Vaak werd dit briefschijven tot kunst verheven: in een sierlijk handschrift werd de inhoudelijk hoogstaande en diepgaande boodschap op papier gezet.

Bij het ontvangen van een brief hoort een heel ritueel: kijken naar de afstempeling, het handschrift van het adres, raden of herkennen wie de afzender is, even ruiken als het om een intieme relatie gaat, heel precieus de brief open maken zodat alleen de briefomslag beschadigd wordt, de brief uiteen vouwen en hem dan lezen… en soms herlezen, na korte of langere tijd een antwoord schrijven, waarna de brief wellicht een plekje krijgt in het brievenarchief van de ontvanger, al dan niet met een gekleurd lint eromheen.

Die tijd is voorbij. Via internet gaat de communicatie razendsnel… en stilaan verhuist de kunst van het briefschrijven op papier naar de vergetelheid.

Lut De Rudder houdt van brieven schrijven en ontvangen, vroeger met de hand, daarna met de typemachine, nu via internet. In deze tentoonstelling wil ze de tanende wereld van de brief grafisch benaderen. Een brief heeft een uiterlijke vorm en die kan erg verschillen, zowel in lengte: van een kort kattebelletje tot een lange levensbrief, als in de kwaliteit van het papier: heerlijk fijn papier dat kan ritselen onder je handen, of handgeschept luxemateriaal, of gewoon gerecycleerd papier dat ecologisch verantwoord is en dat dienst doet zonder verdere pretenties, als in het gebruikte lettertype: letters zijn visuele tekens die door een groep mensen herkend worden in allerlei vormen, als in de schikking van de woorden op het blad.

Deze tentoonstelling toont werken die zonder zich te bekommeren om de inhoud van de geschreven boodschap op zoek gaan naar de vorm van een brief, letters, woorden. Van chaos naar discipline, van soberheid naar overvloed. Het is een liefdevolle ode aan de brief, een hartverwarmende herinnering aan vroeger om te bewaren voor later.

De tentoonstelling vindt plaats in kunstkring ‘Gesigneerd’, Baalsebaan 287 te 3128 Baal-Tremelo. Deze tentoonstelling is te bezichtigen op zaterdag en zondag 5/12 en 6/12, 12/12 en 13/12/2015 van 13uur tot 18 uur.

De tentoonstelling in Baal

Stilaan beginnen de laatste voorbereidingen voor de tentoonstelling in Baal.

Eerst was er natuurlijk de selectie en het inkaderen van de werken die ik zou meenemen. Ik heb er een foto-lijst van gemaakt, zodat ik op voorhand de werken min of meer een plaats kan geven. Zo kan ik bij de opbouw van de tentoonstelling de werken direct tegen de juiste muur zetten en moet ik geen energie meer spenderen om de juiste plaats te zoeken. Natuurlijk zal ik nog wel eens een werk van plaats verhangen, maar de grote indeling staat reeds op papier.

Eind november haal ik de werken die nu op de eerste verdieping staan te wachten, naar beneden. De maandag voor de opening begin ik met het wegbrengen van de werken: ik neem er twee dagen voor, dan kan ik het rustig aan doen. Een vriend heeft aangeboden me te helpen uitladen. Woensdag brengen Christel en ik de laatste werken naar Baal en hangen de werken op. Donderdag is er dan nog tijd om eventuele problemen die zouden opduiken op te lossen.

Ik heb wat affiches en flyers laten drukken. Die hebben ondertussen hun verspreiding gevonden. Persoonlijk vind ik die affiches en flyers verspilling van bomen: zouden er nu nog mensen zijn die via die flyers of affiches geïnformeerd worden over die tentoonstelling? Misschien de buren: het zijn meestal oudere mensen die zich niet meer aan de computer gewaagd hebben. Maar zij krijgen een speciale uitnodiging in de brievenbus. De echte uitnodiging gaat via email.

Karel en Christel zitten op face-book. Ook via dat kanaal wordt de informatie verspreid. De kanalen van kunstkring ‘Gesigneerd’ dragen ook bij aan het bekend maken. Zo krijg ik ook een uitnodiging om naar mijn tentoonstelling te komen. Leuk toch, ik zou het eens durven vergeten.

Intiem / In Team: toemaatje

Bij het kantwerk van Greet Moons ontdek ik dit boekje. Hoe iets heel eenvoudigs je innerlijk kan doen lachen. Als je de foto dubbelklikt zie je hoe aan de rechterzijde een streepje kant bevestigd is. Dat boekje is zowat een symbool van het samenzijn met Karel: hij ‘leest’ zo’n boek, ik zorg voor het kantje.

 

 

 

 

Het belevingscentrum WOI

In de gangen van het deel van het klooster dat voorbehouden is voor ‘Belevingscentrum WOI’ is een tijdlijn aangebracht. In de ruimten die op die gang uitkomen, is telkens een aspect van die periode opgeroepen. Alles erg verzorgd.

Wanneer het moorden in Aarschot vernoemd wordt, voel ik me toch extra gegrepen: zowat een jaar terug maakte ik een tekening voor een herinneringstentoonstelling aan dat moment en de mensen die toen afgeslacht werden.

Soms worden er voorwerpen getoond uit die periode. Kippenvel krijg je ervan. En toch hebben we als gemeenschap nauwelijks iets geleerd. Wellicht omdat het doden nu ergens ver van ons bed gebeurt en we ons tijdens het nieuws erover nog maar een glas inschenken.

Het belevingscentrum is heel sober gehouden, maar wellicht daardoor zo ‘sprekend’. We hebben echter geen tijd genoeg om alles op ons te laten inwerken, want Karel en Toby wachten op ons. We beloven elkaar eens terug te komen. We willen de  ’tijd’ nemen om alles te beluisteren, alles te lezen en met de nodige aandacht bij de kleine relieken te verwijlen. Want het gaat niet om ‘objecten’ maar om mensen die toen, in grote nood soms, met die dingen zijn omgegaan.

Wanneer we naar huis gaan, voel ik me zowat onderste boven: dat prachtige werk in de kapel, de ontmoeting met mensen van vroeger en dan dat belevingscentrum. Ik heb nood aan tot rust komen … maar ik heb ook honger en we in een restaurantje gereserveerd. Dat zal ook opkikkeren.

Intiem / In Team III

We gaan elk onze eigen weg om op eigen ritme en aanvoelen de werken te bekijken … en eerlijk gezegd ik kijk mijn ogen uit.

Het is stilaan aan het donker worden en daardoor worden de werken door de spots extra in het licht gesteld. Er is erg veel zorg besteed aan de tentoonstelling … en vanavond moet ze afgebroken worden. Wanneer ik er met een van de exposanten over praat zucht die wel even. Het is niet van inpakken en wegwezen zoals bij ‘Kunst in eigen Huis’, waar de organisatoren de ruimte weer in orde brachten. Hier moeten de exposanten, na de vermoeiende dagen van opbouw en expositie, de ruimte ‘leeg’ maken. Natuurlijk hebben ze hulp gevraagd aan familie en vrienden. Maar toch is het nog een hele karwei.

Ondertussen geniet ik gewoon van wat ik zie.

Er zijn veel bezoekers naar de tentoonstelling afgezakt. En terwijl ik rondkijk word ik op mijn schouders getikt. Even is er aarzeling, maar dan herken ik haar. Het is zo lang geleden dat we elkaar nog eens zagen. Enthousiast beginnen we een babbel. Later ontmoet ik nog iemand die ik wellicht meer dan veertig jaar terug voor het laatst zag. Veel tijd hebben we niet voor elkaar, want Christel en Ludo staan al even te wachten. We hadden afgesproken ook binnen te gaan in het ‘Belevingscentrum WOI’ nu we hier toch zijn. En dat bevindt zich op het gelijkvloers. We verlaten de nu donker geworden kapel met het dwingende licht van de spots op de werken. Wat gaat het belevingscentrum ons bieden?

Intiem / In Team II

De tentoonstelling is opgesteld in de kapel van het vroegere Ursulinnen klooster in Tildonk. In een klooster binnen stappen maakt me toch altijd wat vreemd weemoedig. De lange brede gangen brengen me terug naar mijn jeugdjaren. Wat voelde ik me toen ‘gevangen’ tussen die muren.

We worden naar het uiteinde van de gang verwezen, daar rechts de trappen op en dan komen we waar we zijn moeten. In de gang ligt een drempel, waarschijnlijk was hier vroeger een dubbele deur … en dat voert me terug naar de dubbele deur met de koperen klink van ‘toen’, toen ik op internaat zat. Hoe dikwijls heb ik niet gedacht: die klink omhoog duwen … en weg wezen … maar die kleine klink, zo gemakkelijk te hanteren, was van beton in mijn aanvoelen. Daar kon je niet doorheen. Trouwens, waar zou je naar toe gaan? Er was maar één adres: thuis. Ik denk niet dat mijn ouders enthousiast zouden gereageerd hebben, met de eerstvolgende bus zou ik teruggebracht zijn. Dus bleef ik maar en liet de verzoeking aan mij voorbijgaan. Ook hier zie ik, hoe ontelbare voetstappen, die drempels hebben uitgesleten. Dat maakt een gebouw zo ‘menselijk’: hier hebben vooral vrouwen een deel van hun leven doorgebracht. Zouden sommigen er soms ook aan gedacht hebben de klink om te draaien en weg te gaan?

De metalen trap is nieuw, met een traplift voor rolstoelgebruikers. Boven de trap biedt een kleine overloop toegang tot de gerestaureerde kapel … en wat is die groot, zelfs als je bedenkt dat hier een internaat voor meisjes (van betere afkomst) gehuisvest was. Ik noem dit al een heuse kerk, maar ik weet het verschil niet tussen kapel en kerk.

En dan laat ik de herinneringen maar naar de diepte van mijn geheugen verzinken. Er is hier wat te zien in deze ruimte, creativiteit die spettert van energie.

Meer van Lut De Rudder

↑ Terug naar de berichten