

Art meets art II


Jos Van Moorhem toont etsen en klein ruimtelijk werk, Marina Damen collages en ruimtelijk werk. Wat hen beiden bindt, is een vorm van humor. Ik merk dat ik vaak innerlijk sta te grinniken, zowel bij het werk van Jos als bij het werk van Marina. Je wordt er gewoon vrolijk van. Denkelijk heeft het te maken met de sprankelende fantasie die zich in de werken uitleeft.
En wat hen nog bindt: het werken met ‘verloren’ materiaal. Wanneer Jos het aantal etsen afgedrukt heeft die hij wil maken, vervormt hij zijn etsplaat tot een of ander beeldje. Marina ‘vindt’ haar materiaal en bekijkt dan wat ze er mee kan aanvangen. Het resultaat bestaat vaak uit poëtische beeldjes met een knipoog waarin een kritische noot schuil gaat.
Bij de etsen van Jos komen vooral paarden aan bod. Denkelijk zitten de paarden in het bloed van de artiesten van deze streek. Toch geraak ik er niet op uitgekeken.








Art meets art I


Ik vind het jammer dat de titels van evenementen zo vaak in het Engels verschijnen. Net of het Nederlands een taal is, die te weinig aanbod heeft voor het culturele leven. Dat even terzijde.
Art meets Art is een tentoonstelling die opgebouwd is in de Mena, een vroegere brouwerij, maar nu een soort cultureel centrum in Rotselaar, waar Werchter een deelgemeente van is. Het is de tweede editie van ‘Art meets Art’ waar ‘een kunstenaar van binnen de gemeente samen met een geestesgenoot van buiten de gemeente elkaar met hun werken ontmoeten. Jos Van Moorhem uit Werchter vindt een verwante ziel in Marina Damen uit Holsbeek’ zoals de uitnodiging vermeldt
Jos Van Moorhem ken ik van zijn engagement in ’t Alent, de tweejaarlijkse kunstroute in Werchter. Omdat ik ook zijn werken wil leren kennen, spreek ik af met Christel om naar de vernissage te gaan. Ik weet dat Marina Damen werkzaam is als artieste, maar ik heb nog geen kennis kunnen maken met haar werk. Dat kan boeiend worden.
Het is nogal een drukke week geweest en we nemen ons voor niet te lang weg te blijven en zwaaien Karel en Toby uit met de belofte erg vlug terug te zijn.
Mapic-art II


Christel heeft foto’s genomen. Gelukkig neemt zij die taak op zich, zodat ik thuis nog wat kan nagenieten. Geniet er ook van.





Mapic-art


Mathy Pichal tekent en schildert onder het alias ‘Mapi’ of ‘Mapic’ en haar werk benoemt ze met ‘Mapic-art’. Ze stelt ten toon in Baal bij Gesigneerd.
Op de uitnodiging lezen we:
EXPO Mapic-Art
Even voorstellen, Mapic-Art is geboren en getogen in het Antwerpse en is al van kindsbeen af bezig met de wereld, haar gedachten en gevoelens in beelden om te zetten, met tal van materialen zoals olieverf, aquarel, grafiet, pen en allerhande mengtechnieken.
Zij genoot een opleiding van 3 jaar sierkunsten en 6 jaar academie te Antwerpen.
Deze tentoonstelling " De naakte schoonheid" is een nieuwe benadering en uitvoering waarvoor snelschetsen naar naaktmodel als basis gebruikt is. Deze expo wil een mooie eenheid vormen van de machtige schoonheid van de mens, gevangen in het ogenblik, beweging, uitdrukking en emotie.
Christel en ik gaan er heen, benieuwd wat we gaan zien. We komen goed op tijd, zodat we ruimte hebben om de werken te bekijken en een praatje te maken met de artieste.
Mathy Pichal kreeg moeilijkheden in haar schouders en daardoor kon ze geen grote werken meer maken. Ze zocht een oplossing door schetsen naar naaktmodel, kleiner werk, af te drukken op groter formaat. Van elk werk liet ze vijf afdrukken maken: achteraan heeft ze het nummer van afdruk voorzien.
Het nadeel is dat het geheel van de tentoonstelling een ietwat eentonig verloop kent: de achtergronden zijn veelal op dezelfde wijze uitgewerkt … en er is maar één onderwerp: een naaktmodel.
Wanneer de drukte toeneemt is ons drankje op en hebben we een aantal mensen een goede dag kunnen zeggen. We gaan naar huis, bekomen van een drukke week.
Een dekentje van bloemen
We komen samen met de familie om naar het graf van Arne te gaan. Deepak heeft twee boeketten rozen gekocht, witte en rode. Een voor een leggen we ze op het graf. Het is net of we Arne toedekken met een dekentje van bloemen. We blijven dan een poos staan, dicht bij Arne, ieder in zijn of haar wereld.
Het zijn momenten waarop de pijn zich plots scherp aanwezig stelt: de pijn van zoveel jaren gemis, de pijn van leven zonder hem.
In heel wat godsdiensten is er uitzicht op een leven ‘na’ de dood. Het is een hoop of geloof dat men uitspreekt als vorm van troost. Ik hoop noch geloof dat ik Arne na dit leven terug zal zien. Sterven is voor mij een definitief verlaten van het ‘zijn’. En ik weet niet of de spanning aanhouden naar een leven na de dood zo ‘troostend’ is. Ik zie soms mensen hun verlangen richten op dat leven ‘na’ de dood, waardoor ze niet meer kunnen aarden in het leven zelf. Natuurlijk is het wreed om iemand waarvan je zielsveel hield te moeten afstaan aan het ‘niets’. De openheid van het verlangen confronteert je voortdurend met een weerzien ‘later’. Geeft dat rust of wordt de tijd daardoor vijand omdat het weerzien zo lang duurt? Het ‘niets’ is iets definitief: je hebt geen keuze meer. Rouwen is heen en weer geslingerd worden tussen tegenstrijdige gevoelens, het confronteert je met het diepste van jezelf. Maar eens je kan aanvaarden dat de geliefde ‘weg’ is uit de wereld van levenden komt er een vorm van verzoening opzetten met de realiteit. Voor mij is die realiteit : zolang ik hier ben wil ik verder leven en mijn verlangen richten op ‘hier en nu’. Ik weet dat ieder een eigen weg moet gaan, dat de pijn soms ondraaglijk is. Hopelijk ontdekt iemand door de zwaarte van het rouwen hoeveel ‘graag zien’ er was en is. Die ontdekking stemt me dankbaar: ik mocht Arne heel graag zien en dat graag zien blijft als een warme aanwezigheid in mij verder leven.
Verzoening met wat gebeurde is die wereld van rouwen, de wereld van de geliefde, niet verdonkeremanen alsof die niet bestaan heeft. Integendeel, die wereld vraagt om vormgeving, om gedeeld te worden met anderen. Zo komen we in Leuven maandelijks samen met ouders die een kind verloren door zelfdoding: we leren over onze dode kinderen spreken, zodat ze een nieuw leven geschonken worden in ons bewustzijn, zodat ze aanwezig blijven in ons bestaan.
En niet alleen ‘praten’ behoort tot die vormgeving, maar ook een dekentje van bloemen leggen op een graf en daar rond staan alsof Arne van uit zijn dood-zijn opnieuw in de levende intimiteit van het gezin opgenomen wordt.
Proeflapje
Voorlopig hou ik me bezig met ‘proeflapjes’ te maken bij het klossen. Ik heb een groot werk voor ogen (50 x 110) maar moet toch eerst wat draden en slagen uitproberen. Omdat die proeflapjes 30 x30 zijn, vinden mijn collega’s dat we van ‘proeflappen’ mogen spreken. Ach, als ’t kind maar een naam heeft.
Tijdens de vakantieperiode heb ik in augustus het klossen terzijde gelegd en ben bij wijze van spreken dag en nacht aan het tekenen gegaan: overdag met pen en Oost-Indische inkt, ’s nachts , als ik de slaap niet kon vatten, probeerde ik een volgende ontwerp in beeld te brengen … of kon ik niet slapen omdat ik aan het bedenken was hoe ik ’s anderendaags de confrontatie met de uitdaging van het witte blad kon overwinnen.
Nu heeft het kantklossen me weer in zijn greep. Natuurlijk zijn er tussendoor de tentoonstellingen, maar soms bekruipt me het gevoel: had ik maar niet toegezegd dan kon ik helemaal opgaan in wat ik bezig ben. Maar die tentoonstellingen stimuleren me ‘om voort te maken’: geen tijd verliezen, niet uitstellen, want wat ik te zeggen heb moet ik ‘nu’ doen.
Een vriendin stuurde me wol die ze zelf gesponnen had. Omdat ik een bepaald ontwerp voor ogen had, spon ze een tweede editie van wol, waarbij de kleuren aangepast waren aan wat ik wilde uitwerken. Bij het ‘proeflapje’ gebruik ik de eerste wol: zo kan ik vertrouwd raken met de draad, slagen uitproberen … en ondertussen denk ik aan haar. Hoe multi-functioneel een ‘draad’ kan zijn.
Het is zoeken, vaak de weg terug gaan en terugklossen. Maar uiteindelijk kan ik blij vaststellen dat ik wel gevonden heb wat ik zocht. Niet dat ik u onmiddellijk aan het grote werk begin, er moeten nog wat experimenten plaats vinden. En met de tentoonstelling van december in het vooruitzicht wil ik wat stress-ruimte vrij houden om ook dat tot een goed eind te brengen. Maar na de tentoonstelling vouw ik mijn ontwerp open … en begin. Ik kijk er echt naar uit.

