Het huwelijk
Willem Elsschot moet ik hier niet meer voorstellen. En “Het huwelijk” is wellicht ook gekend. Het is een wreed gedicht, maar op het einde komt een vreemde berusting. De eerste verzen beschrijven brutaal ongenadig een fantasme dat best binnenhuids blijft. De laatste verzen laten een realiteit toe die zich zachter formuleert en wordt het ongenoegen teruggetrokken van de partner en opgeborgen in de man die “een godvergeten en vervaarlijk aanblik bood”
Ik heb, met in mijn achterhoofd dit gedicht, een tekening uitgewerkt met bister. De vogel staat voor het starten van het huwelijk: torteltjes op de huwelijkskaart, de vredesduif die iedereen gerust stelt dat dit huwelijk zal slagen. De tekst is rond het beeld vredesbeeld geschreven. Met water werd de tekst, die nog leesbaar bij is, uit de bister opgelicht. Wat aandoet als een rustig beeld, houdt een verborgen boodschap in. Vechtscheiding behoort altijd tot de mogelijkheid van een huwelijk.
Het huwelijk
Toen hij bespeurde hoe de nevel van de tijd
in d'ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven,
haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven
toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt.
Hij vloekte en ging te keer en trok zich bij de baard
en mat haar met de blik, maar kon niet meer begeren,
hij zag de grootse zonde in duivelsplicht verkeren
en hoe zij tot hem opkeek als een stervend paard.
Maar sterven deed zij niet, al zoog zijn helse mond
het merg uit haar gebeente, dat haar toch bleef dragen.
Zij dorst niet spreken meer, niet vragen of niet klagen,
en rilde waar zij stond, maar leefde en bleef gezond.
Hij dacht: ik sla haar dood en steek het huis in brand.
Ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wassen
en rennen door het vuur en door het water plassen
tot bij een ander lief in enig ander land.
Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad
staan wetten in de weg en praktische bezwaren,
en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.
Zo gingen jaren heen. De kindren werden groot
en zagen dat de man die zij hun vader heetten,
bewegingloos en zwijgend bij het vuur gezeten,
een godvergeten en vervaarlijke aanblik bood.





