Fuga van de dood VII
hij fluit zijn joden te voorschijn
Hier breekt het drama los. Zoals de man zijn honden fluit, fluit hij om zijn joden. Let op het bezittelijke ‘zijn’ joden. Daarin reeds zit de vernedering van de mens: de joden zijn tot objecten gedegradeerd, ze hebben niet meer waarde dan een stuk speelgoed. Hij fluit zijn joden ‘te voorschijn’. Net of ze zich verborgen hadden en nu uit die verborgenheid, vanuit hun veilige schuilplaats, naar voren moeten treden. Waarom verbergen de joden zich? Er is angst voor de man en zijn honden. Zoals de sterren hebben ze weet van wat hen te wachten staat. Daarom willen ze zich verbergen voor de ogen van de man. Maar op zijn fluiten kunnen ze niet anders dan zich melden en afwachten, bang afwachten van wat er komen gaat.

