Naar de inhoud

Lut De Rudder

akke.beakke.be

Berichten van 1 april 2012 tot 30 april 2012

 nog gauw een herstelling uitvoeren, over een kwartier moet de danser de scène op

 hoofden bijeen gestoken … om te slapen

 de jarigen worden niet vergeten tijdens het optreden

 ze willen én dansen én een diploma halen

 

Vrijdag

Het weer is wat aantrekkelijker, maar het blijft guur. Goed op tijd vertrek ik naar de sporthal.

 

Ik kom net op tijd toe om Aike haar toespraak mee te maken. Voor elk optreden roept ze de dansers samen voor bespreking. Eerst komt de waardering. Gisteravond was het erg goed, wel een 8/10 waard … maar ze wil een 10/10 bekomen. Dan overloopt ze haar nota’s met opmerkingen. Wanneer een groep het erg goed gedaan heeft, komt er applaus van de andere dansers, bij iets wat moet verbeterd worden, luistert men aandachtig. Nu, Aike kan het dan ook heel dramatisch brengen. De kleinere dansers genieten ervan, velen willen dan ook later als ‘juf Aike’ worden.

 

Na de palavers moet iedereen even ‘meewerken’. Sara Mancini ( choreografe, volgt ook een professionele opleiding als danser) heeft Vincent Vianen meegebracht. Ik zie wel dat het een mooie jongen is, maar weet (tot mijn schande!) niet wie hij is. Hij blijkt een gekend danser te zijn. Samen met Sarah wil hij een spotje opnemen dat zal dienst doen om Sarah te promoten bij een of andere wedstrijd …

 

Dus even oefenen. Aftellen en daarna handen in de lucht. Daarna de opname. Het wordt nog eens overgedaan: het was goed maar nog niet goed genoeg. Na een paar beurten zijn Sarah en Aike tevreden en zoekt iedereen zijn hoekje op.

 

Bij het buitengaan van de zaal zie ik vrijwilligers van de bar-ploeg wc’s poetsen, vuilniszakken verwisselen … enfin, alles klaar maken om de volgende toeschouwers comfortabel en netjes te ontvangen alsof zij de eerste bezoekers zijn.

 

Ik loop naar boven en ga een goede dag zeggen bij schminksters en kapsters. Het is er ontzettend warm. Op een gegeven moment worden alle dansers die niet onder handen worden genomen gevraagd om buiten te wachten, de lucht is echt niet meer te ademen. Ook nu hangen er overal foto’s van voorbeelden en lijsten met uitleg. Gelukkig zijn de vrijwilligers goed op elkaar ingespeeld en de eindverantwoordelijkheid wordt gedragen door professionelen.

 

Dan naar de kleedkamers. De gekende drukte. Groepjes eten een meegebrachte boterham, anderen zijn verdiept in een spelletje. Ze leven rustig naar het optreden toe.

 

Achter het podium slaagt Greet erin alle kostuum op de juiste plaats te krijgen voor de snelle wissels. Soms moet dit zo rap gebeuren dat, eens de danser achter de schermen verschijnt, er iemand klaar staat om te helpen voor het uittrekken van de kleren, daarnaast staat dan weer iemand die de nieuwe kleding helpt aantrekken, terwijl een derde zich ontfermt over een of ander accessoire. Even later staat de danser dan weer op het podium, soms in de daarop volgende dans. Terwijl op het podium alles geluidloos (ach nee, de muziek is duidelijk hoorbaar) in elkaar loopt, is het achter het podium soms een heel hectisch gedoe.

 

Tegen de muur aan, achter het decor, liggen kabels en nog eens kabels, en niet van de minste. Omdat  de sporthal niet genoeg elektriciteit kan leveren om te voorzien in de behoeften voor klank en licht, staat er buiten een generator te draaien. Om tijdens de opvoering niet te struikelen over deze hindernissen, blijft er steeds een soort kerstversiering branden, niet zichtbaar op de scène, maar voldoende licht gevend om de dansers voor valpartijen te behoeden.

 

Bij de finale komen alle deelnemende dansers op het podium. Groep na groep verschijnen ze. Ze hebben een zwartgekleurde basiskleding aan met daarop felgekleurde accessoires die fluorescerend  oplichten onder een blacklight lamp. De eerste groep draagt handschoenen. De tweede groep krijgt een soort bretels opgespeld, de groep met de kleinste dansers draagt een bloem op hun bovenstuk en de laatste groep beroept zich op een stropdas: 400 jonge mensen die samen dansen. Wanneer ze uitgedanst zijn komen de choreografen op het podium: even schrik dat het podium het niet gaat houden. Tenslotte verschijnt Aike. Ik weet dat ze daar erg tegen op ziet. Op dat moment draagt zij de show, de school, alle verantwoordelijkheid. Ze neemt het welverdiende applaus in ontvangst en verwijst naar de docenten en dansers om ook hen in het applaus te betrekken. Bloemen worden de scène opgedragen: de choreografen en Aike worden met bloemen bedacht. Dit zal zich na elke vertoning herhalen en ten slotte mogen de betrokkenen de bloemen mee naar huis nemen.

 

Zo, de tweede vertoning zit er op. Morgen is er ook een namiddagvertoning. Daarmee zal het optreden voor cast I er op zitten.

 

 Tina, zus van Anna Karenina (danser en choregraaf), staat haar vrouw in de keuken

 rustig wachtend tot ze moeten optreden

 wie een tekening maakt, maakt kans om verkozen te worden een ruiker bloemen af te geven bij de finale

 achteraan de scène: kabels en nog eens kabels

 Christel komt vanavond kijken, samen met man en kinderen

 alleen degenen die gekapt worden mogen in het lokaal, wachten moeten ze buiten doen

 ook bij de schminksters is geen tijd te verliezen

 v.l.n.r. onbekend, Sarah Mancini, Aike en Vincent Vianen

 

Donderdagavond

Stilaan wordt het de tijd van optreden. Iets na zeven uur komen de eerste toeschouwers toe. De inkombalie bestaat uit een tafel aan de ingangsdeur in een gang die leidt enerzijds naar de sanitaire blokken, anderzijds naar de toegangsdeur tot de sporthal waar het podium staat opgesteld. Feitelijk is het nog te vroeg voor de bar: die gaat pas open om 19u30. Maar de vrouw met twee kinderen komt van Kortrijk en wou zeker op tijd komen. Ze dacht in de buurt wel iets te vinden om de resterende tijd door te komen … maar rond de sporthal is echt niets te vinden dat aan die behoefte kan voldoen. En buiten nog wat rondwandelen is ook niet zo aantrekkelijk: de wind is vrij guur. Carlo wrijft eens over zijn goed hart en stelt de bar open. Heel attractief is dat niet als oplossing: een grote ruimte met tafeltjes en kisten (geen stoelen), maar beter dat dan te verkleumen in de kou.

 

Ik trek me terug in de artiestenbar voor een koffie. Aike loopt er ook rond, komt zelfs even bij mij zitten … ze moet haar teennagels nog lakken. Dat doet ze terwijl ze in twee zinnen wat informatie doorgeeft over de familie. Wanneer mijn gsm afgaat, weet ik dat Felix aangekomen is. Felix is medelid van de kunstkring Gesigneerd en we kunnen het goed met elkaar stellen.. Ik loop de trap af richting ingang en zie hem toekomen met zijn vrouw, zoon en schoondochter en een kleindochter. Een andere kleindochter danst bij Aike. Nu komt hij als fiere opa naar het eerste optreden van de kleindochter kijken. Even aan iedereen een goede dag zeggen en we spreken af dat we tijdens de pauze samen iets zullen drinken. Dat zal later een hopeloze zaak blijken: ik vind hen niet tussen de massa.

 

Ook ik ga richting optreden. Ik heb er vertrouwen in. Iedereen loopt er vrij ontspannen bij, Aike bliksemt van hier naar daar, Carlo is zijn gewone rustige vriendelijkheid zelve … uiteindelijk het normale plaatje voor een optreden.

 

Bij de toegangsdeur naar de zaal staat een groepje van zes: twee mannen in ’t zwart, die met hun zonnebril op hun neus als stoere deurwachters willen overkomen, wat hen bijna lukt. Zij kijken of iedereen de juiste toegangskaart heeft. Trouwens, het logo op de achterkant van de kaart (en ook van de t-shirts voor de medewerkers) is van Deepak, de jongste broer van Aike. Leuk om ontdekken. Naast de twee mannen in ’t zwart staat een schitterende Marly Monroe in ’t wit en een toekomstige Michael Jackson samen met een konijntje Pluis en een soort John Travolta uit vroegere jaren. Zij bieden het programmaboekje van de dansproductie aan. Ook dat moet aan de man (m/vr) gebracht.

 

Voor het begin van de show is er een soort opwarmer met jonge breakdancers. Die zullen tijdens de pauze hun optreden nog eens herhalen.

 

Ook ik zoek stilaan mijn plaats op. Toevallig kom ik naast de moeder van E. te zitten: ze was een van de kinderen die het ongeluk in Sierre overleefden. E. treedt mee op. Ze was licht gekwetst, maar nu voldoende hersteld om één dansje van de twee waarvoor ze oefende mee te doen. Later komt er nog een jongen in een rolstoel binnen gereden, ook hij overleefde Sierre. Bij een andere voorstelling zal een ander meisje in de tribune zitten dat er bij was: zij moet nog verder genezen voor ze terug kan dansen. Het drama blijft aanwezig. Maar het is goed dat het aanwezig mag zijn. Trouwens, in het voorwoord dragen Aike en Carlo, in naam van alle choreografen en dansers, deze voorstelling op aan alle slachtoffers van het busdrama en hun familie.

 

Wanneer het optreden begint groeit de zaal mee met de dansers. Het applaus is welgemeend. De kleinsten krijgen een extra applaus: hun leeuwendans is niet alleen leuk, maar ook heel expressief. Ontroerend om die jonge dansertjes zo overtuigend de sterren uit de hemel te zien dansen.

 

Dansact na dansact brengt de zaal in beroering: soms heel onstuimig  dan weer meer ingetogen zoals in Romeo and Julia. En dan flitst het licht weer aan, schuift het gordijn achter de tribune omhoog en is de bar zichtbaar. We schuifelen er heen. Ik bestel me een witte wijn en zoek naar Felix en zijn groepje. Helaas vind ik ze niet maar ontdek wel de moeder van Carlo en drie van haar kleinkinderen. Ik sluit me bij hen aan. Waarover praat je dan? Over de kinderen natuurlijk, ook over Aike en Carlo. Twee fiere moeders die ook wel trekjes van bezorgdheid vertonen. Er mag nu toch niets verkeerd gaan, er staat zoveel op het spel. Maar we kunnen over onze (over)bezorgdheid ook wel lachen. En D. geniet van haar kleinkinderen: mooie jonge mensen die nu de volwassenheid uitproberen. Het pamperen is voorbij, nu kan ze al een ernstig gesprek met hen voeren en daar houdt ze wel van.

 

Het tweede deel is nog intenser dan het eerste. Even hou ik mijn hart vast als er in een breakdance sessie acrobatische toeren worden uitgehaald. Maar ook dat verloopt vlot, het is geoefend tot en met en het applaus is welverdiend.

 

De finale is origineel. Ik voel me opgelucht dat alles voor het oog van het publiek zonder problemen verlopen is. Hoe het achter de schermen was verneem ik morgen wel. Ik kan Carlo nog even goede dag zeggen maar Aike is nu opgeslokt door andere bezigheden. Laat maar, ik ga naar huis, daar verslag doen.

 

 twee moeders, ontzettend fier over de prestatie van hun kinderen

 Carlo, de rust zelve in dit hectische gedoe, neemt even tijd voor wat uitleg

 Felix, een fiere opa. Leuk dat hij kwam kijken.

 na de opvoering proberen dansers nog wat paaseitjes te verkopen ter ondersteuning van de reis naar New-York van compagnie AIRA

 aan de inkombalie herken ik mijn jongste dochter (rechts) naast Karine, een medewerkster sinds jaren

 deze Michael Jackson wou samen met Aike op de foto en dat kon Aike niet weigeren

 John Travolta en konijntje Pluis: om door hen bediend te worden zou je een extra programmaboekje nemen

 Marly Monroe en Michael Jackson, twee sterren uit de vele deze avond

Het is zo ver ...

Vanavond start het optreden. Zouden Aike en Carlo geslapen hebben? Aike zal waarschijnlijk alle resterende problemen nog eens doorgemaald hebben: hoe dit oplossen, daar moet nog iets veranderen, wie zorgt voor …? Carlo zal wellicht zijn logistieke problemen onder controle hebben, maar kan hij de financiële kant met een gerust gemoed benaderen? Zo’n optreden is een enorme investering. Ik probeer er niet aan te denken. Ik kan toch niets doen in hun plaats en als moeder moet ik bedenken dat ze de klappen van de zweep-van-het-optreden kennen en er mee weten om te gaan.

 

Als toeschouwer geniet je van de glamour, het dansen, het enthousiasme van de kinderen, achter de schermen gaat het er soms wel anders aan toe. Maar de vele vrijwillige handen zullen het geheel wel draaiende houden en ik ga er als toeschouwer heen.

 

Donderdag is er een algemene repetitie, daarin worden de laatste onnauwkeurigheden verbeterd.

 

Elke vertoning wil ik bijwonen, enerzijds wat bang dat er toch iets zal mislopen, anderzijds genieten van de show en fier zijn op mijn dochter en schoonzoon dat ze het weer klaar gekregen hebben. Ik weet, na elke vertoning zal Aike nog wel punten vinden waaraan dient gewerkt. Achteraan de tribune, naast de technicus van het licht zit ze als een strenge juf notities te maken met haar opmerkingen, die ze dan voor het begin van de volgende opvoering bespreekt. Als toeschouwer merk je nauwelijks iets van die tekortkomingen. Maar ze zal de dansers ook waarderen en aanmoedigen om het nog beter te doen.

 

Ik voel me zelf een beetje ‘stressie’ (is het woord dat ik soms hoor vallen in het danscentrum). Ik ga op tijd naar de sporthal, dan kan ik eens rondlopen, met de mensen wat babbelen, me laten inspireren voor dit verslag, foto’s maken voor mezelf en mijn blog … en even poolshoogte nemen of Aike en Carlo het overleven. Vorige dagen hadden we nog regelmatig telefonisch contact: kaarten bestellen voor vrienden, een vraag of ik een bepaalde boodschap wou doen … Nu is het telefoonstilte tussen ons. Maar nu is geen nieuws goed nieuws. Vanavond zie ik ze dan weer. Aike waarschijnlijk in een flits, net genoeg voor een zoen, Carlo zal me wel inlichten over de lichamelijke en geestelijke toestand van mijn dochter: uiterlijk blijft hij de rust zelve.

 

Wanneer ik toekom verken ik de omgeving: toch een enorm gedoe deze sporthal. Ik ontmoet bekenden; ze lopen er enthousiast bij, maar zijn druk bezig. Die allerlaatste uren zijn toch wel stresserend: 20 uur nadert onherroepelijk. Ik neem wat foto’s hier en daar, loop de artiestenbar binnen: een brede gang met een keuken met een basisinstallatie van warm water, afwasmachine … met al de apparaten van de dansschool erbij een handzame ruimte. Rechts, aan de overkant van  de keuken is er een bureau. Iemand werkt achter een pc. Is het iemand van het danscentrum? Ik ken hem niet, maar je weet nooit. Even vragen dus. En van de vraag naar informatie i.v.m. zijn aanwezigheid in het geheel, komt er een heel gesprek.

 

Neen, hij behoort niet tot het danscentrum, maar is ambtenaar van de Stad Leuven. De Sporthal is van de Katholieke Hogescholen Leuven. Leuven zelf heeft verschillende sportcomplexen, maar niet voldoende om aan alle aanvragen te voldoen. Daarom huurt de stad dit complex af na de lesuren, anders staat het toch maar leeg. Hij vormt met twee andere collega’s een team. Zij zijn zaalverantwoordelijken, die het geheel moeten laten draaien, vanaf de administratieve afwerking tot het sluiten van de deuren. Het is de eerste keer dat een dergelijk optreden plaatsvindt in de sporthal. Toevallig heeft hij dienst. Zijn collega vroeg hem te vervangen daar die op vakantie trok. Hij heeft er geen spijt van. De sfeer is geweldig … en werken met jonge mensen houdt je zelf jong. We blijven nog een tijdje doorbabbelen, hoe hij op deze job terecht kwam, hoe hij zijn huis verbouwd heeft … Het is leuk om met hem te praten. Nu ja, voor deze job moet je wel een sociabel iemand zijn. Wellicht duik ik nog wel eens zijn bureau in, even wat rust in de drukte van dat al dan niet jong geweld.

Op het gelijkvloers bevinden zich de kleedkamers. Het is een enorme ruimte, vermoedelijk met dezelfde afmeting als de ruimte waar het optreden plaats vindt. Elke groep heeft een kleedhoekje, aangeduid met Zweedse banken, linten, kledingrekken … naarmate de dagen vorderen brengen dansers er hun eigen accenten aan. Ondanks de dagen en vermoeidheid toenemen blijkt de chaos zich te beperken tot wat wanorde in eigen kleding. De dansers zijn gedisciplineerd in het wegbrengen van afval en de vuilniszakken worden regelmatig vervangen: dus geen bananenschillen om op uit te glijden, geen vet papier waarin boterhammen zaten. Ondanks ze met 400 dansers de ruimte in beslag nemen, lijkt alles nogal rustig te verlopen. Dat is het voordeel van een goede ‘structuur’: ieder kent zijn plaats en weet de regels, zo vermijdt men conflicten en eerbiedigt men ieders aanwezigheid.

 

Dan zie ik dansers rondlopen zuigend op een lolly. Het is een vorm van toy-toy (gelukwenser, een ritueel in het dansmilieu) en tevens wel een letterlijk zoethoudertje bij het wachten. De lolly’s zijn vrij beschikbaar: de suikers geven wat extra energie (wat soms nodig is) en omdat ze er zoveel mogen eten als ze willen, maken de dansers er maar beperkt gebruik van.

 

Met het verschijnen van de lolly’s stijgt de spanning. De bewegingsvrijheid van de dansers wordt ingeperkt: niet meer vanachter het scherm naar de toiletten op het gelijkvloers, daarvoor moeten ze nu naar de eerste verdieping. Nog even geduld en de show gaat definitief van start.

 

 Helena houdt de wacht bij het scherm. Elke danser die nu nog probeert deze weg te nemen wordt onverbiddelijk teruggestuurd: dit is nu ruimte voor de toeschouwers

 ook de bloemen zijn present

 de barploeg staat klaar, de toeschouwers zullen geen dorst moeten lijden

 als een echte lijfwacht die alle bewakingstaken aankan, houdt hij nu toezicht op de programmaboekjes van de dansproductie

 Aike in actie, geen tijd meer voor stress

het draaiboek van de toneelmeester (vr.)

Jacob aan de lichtinstallatie

de tribune wacht op de toeschouwers

Maandag voor het optreden

Maandag, de eerste vakantiedag, wordt het hard werken in het danscentrum: alles moet verhuisd worden naar de sporthal: zowat de hele inboedel van het cafetaria van het danscentrum, de vele kledingrekken, schmink- en kapgerief, vuilniszakken, de hele keukenuitrusting, het naaigerief, strijkijzer  … De verschillende firma’s leveren hun bestelling: elementen voor podium en tribune, licht- en geluidsinstallatie. Moet je je inbeelden dat er een lege sporthal gehuurd wordt en dat je daar dan een podium opbouwt, zitplaatsen klaarmaakt, zorgt dat er een goede klank geproduceerd wordt, zorgt dat het licht de juiste effecten teweeg brengt, een opvang achter de schermen organiseert voor de 400 kinderen, een artiestenbar installeert waar de vele (185) medewerkers kunnen eten en drinken, een bar voor de toeschouwers klaar maakt, waar ze voor, tussen en na het optreden iets kunnen drinken … een nachtmerrie als je er aan denkt. Gelukkig zijn de meesten geroutineerde medewerkers die al jaren mee zorg dragen voor een geslaagd optreden. Velen nemen zelfs een paar dagen vakantie: ze willen erbij zijn want meedraaien in de vrijwilligersploeg is ook een vorm van feest vieren. Mensen leren elkaar kennen, worden vrienden en vinden het heerlijk om op zo’n manier iets voor hun kinderen te doen.

 

De elementen voor de opbouw van het podium en de zitplaatsen komen van Stageco, de firma die gegroeid is uit Torhout-Werchter dat evolueerde tot Rock-Werchter. Dat dubbelfestival begon als een minifestival van de Chiro in Werchter onder inspiratie en uitvoering van Herman Schuermans, nog altijd de grote man achter Stageco. Nu is die firma op wereldvlak gekend. De licht- en geluidsinstallatie komt van EML , een zusterfirma Stageco, met als grote man achter de schermen … Herman Schuermans. Omdat de elektriciteitstoevoer van de sporthal onvoldoende is, wordt extra stroom door een generator opgewekt. Deze generator wordt gehuurd bij de firma Powershop, met als grote man achter de schermen, inderdaad …. Blijkbaar stapte Herman Schuermans van Chiro naar giro over.

 

De elementen voor het podium en zittribune, licht en geluid worden door de firma aangeleverd. Nu komen de mannen en vrouwen met twee rechterhanden in actie. Eerst wordt licht en geluid uitgeprobeerd. Zoals vorige jaren zullen de onafscheidelijke broers Ketels daar voor zorgen: Jacob zit zoals altijd aan het licht, Andreas staat in voor het geluid. Bij het optreden zelf wordt hij vervangen door Philippe Poppe.

 

Vanaf dinsdag beginnen de repetities voor de dansers. Iedereen is verwittigd om welk uur ze er moeten zijn. Nu wordt het menens. Achter de scène zijn vrijwilligers druk bezig met hun taak: opvang van de kleinsten, de verschillende groepen op tijd naar de wachtruimte voor de scène brengen terwijl de toneelmeesters (vr.)  aan de hand van het draaiboek de juiste opvolging verzekeren. Zo wordt nagegaan of alles vlot in elkaar loopt, of er zich ergens achter de schermen problemen voordoen. Maar alles verloopt zoals gepland: de voorbereidingen waren grondig en de medewerkers kennen hun opdracht.

 

Wanneer woensdagnacht de lichten uitgaan, begint het aftellen naar donderdagavond.

 

 

 

 

 

een laatste blik op de grote zaal: tot gisteravond werd hier gerepeteerd. De zijkant van die zaal kan opengeschoven worden, zodat men de dansers als het ware op een podium aan het werk ziet

 

links de berichtenmuur, in de gang nog allerlei dat ook meemoet richting sporthal.

de dansschool wordt leeggehaald, straks komt een vrachtwagen alles ophalen.

de fluorescerende linten worden met veiligheidsspelden op de finale-kleding aangebracht, daar zullen ze het effect van bretels of een das oproepen.

een vierhonderd dansers moeten gekleed worden én voor hun dans én voor de finale, sommigen verwisselen soms verschillende malen per optreden van verpakking … alles moet tot in de puntjes voorbereid worden want tijd en ruimte voor improvisatie is er niet.

de kledij wordt per dans en per cast opgehangen. Bordjes duiden aan waarover het gaat. De accessoires gaan mee in grote zakken;

tot zelfs aan de wasmachine wordt een kledingrek geparkeerd.

Zie daar komt ... de wervelende show 'Mash up movies'

Ja, in 2012 zou er weer een optreden komen van de Dansschool Aike Raes. Af en toe hoorde ik wel eens een opmerking in die richting. Meestal wordt er gewerkt achter de schermen van het bureau van Carlo: een zaal vinden en vastleggen, decoropbouw organiseren, lichtopbouw, geluidsinstallatie … Maar Carlo kent het klappen van de zweep. De afspraken met betrokken firma’s worden vastgelegd, de medewerkers die al jaren meedraaien worden opnieuw opgenomen in de crew. Het loopt zijn gangetje wel tussen de ander activiteiten die voorrang eisen … en waar heeft Aike dat fotoapparaat weer gelegd?

 

Na Nieuwjaar kwam er meer beweging: de kaders met de affiches van de voorbije optredens worden van de muur gehaakt en vervangen door lijsten met namen van kinderen. Gevraagd wordt om die lijsten na te kijken:staat iedereen er op, krijgt iedereen de juiste cast toebedeeld (de jongsten zijn verdeeld over twee casts zodat ze drie optredens kunnen meedansen, wat al een hele belevenis is en veel energie eist), kan iedereen meedoen met het optreden op de gestelde datum? Daarna verschijnen de lijsten met vragen naar vrijwilligers. Wie wil meedraaien voor naaiwerk, opbouw decor, schminken en haarverzorging van de dansers, verhuis, begeleiding van 400 kinderen en jongeren tijdens zes optreden … En toch, de lijsten geraken vol, meer dan 180 m/vr bieden zich aan.

 

Er lijkt ook wat meer beweging te komen bij de kledingafdeling. Kledingrekken verschijnen met de eerste ontwerpen en uitvoeringen ervan.

 

Naarmate de weken voorbijgaan verschijnen er rekken op alle mogelijke en onmogelijke plaatsen: het danscentrum geraakt vol. Gelukkig is het weer de laatste weken van de partij: de eerste zonnestralen lokken mensen naar buiten om in het zonnetje te genieten van koffie, frisdrank of een lekker biertje, tijdens het wachten op zoon of dochter. De stemming zit er in, het zal weer een spetterende show worden.

 

Tot die 13 maart komt: als een bom treft het nieuws van het busongeluk in Sierre het danscentrum. Ineens is het optreden verdwenen en gaat alle aandacht naar de getroffen kinderen en hun familie. Heel intens leeft het danscentrum mee. Volwassenen zijn met hun aandacht bij de doden en gekwetsten, kinderen schrijven hun meeleven uit in woorden en tekeningen om ze in een doos mee te geven naar het betreffende kind of familie. Pas als de dozen overgedragen zijn aan de geadresseerden kon het danscentrum opnieuw wat ademen. Om emotioneel terug te starten wordt het optreden opgedragen aan de betrokkenen en hun familie.

 

Zo wordt er weer flink tegen aan gegaan. De paasvakantie zit er aan te komen. In de verschillende doorlopen proberen de docenten tot een vlotte opeenvolging te komen: opkomende dansers verglijden in het geharrewar van dansers die achter de schermen verdwijnen. Extra oefentijden worden georganiseerd: iedereen wil ‘klaar’ zijn voor het optreden.

 


Weer vijf dagen later ...

15 april 2012

 

Het is een drukke bedoening in onze tuin: vogels, vooral duiven, vliegen af en aan om stokjes, grassprietjes, mos te verzamelen om hun nest te bouwen. Aan de straatkant is het een andere drukte: mobilhomes (dat tweede huis op wielen) rijden, na hopelijk een deugddoende vakantie, weer naar huis, weer naar de routine. Natuur en cultuur tegenover elkaar … maar is een nest niet een stukje cultuur, door de genen aangeleverd en is reizen met een mobilhome geen restje dat overblijft van de mens als verzamelaar en jager?

 

Maar ondertussen groeit de rabarber naar hartenlust en begint de blauwe regen te ontbotten: het zachte purper van de trossen laat zich reeds vermoeden. Deze lentetekens steken dan af tegenover de bruine sparappels die, verwijzend naar herfst en winter, nog in overvloed, bijna wellustig aan de takken hangen.

 

Vandaag sluit de paasvakantie af. Ik ben gelukkig met de voorbije dagen: het optreden is goed verlopen, het beloofde verslag voor ARTRA, het viermaandelijkse tijdschriftje van het danscentrum, is net afgeraakt en zal wellicht eerst als blog verschijnen … nu zou er voor mij nog een weekje vakantie mogen aangebreid worden om de ideeën uit te werken die ik zou willen uitschilderen. Toch denk ik eerst wat te strijken, ook dat moet gebeuren. Ook het strijken is een creatief gebeuren. Of alles vouwloos vanonder het strijkijzer komt is niet mijn directe bekommernis. Maar ondertussen luister ik naar muziek en kan ik met aandacht het nieuws volgen. Als criminologe vind ik de laatste tijd wel mijn gading. Hoe vaak heeft men reeds een staking gevoerd voor meer veiligheid binnen de gevangenismuren, hoe vaak heeft men al meer personeel beloofd. Telkens als gevangenen ontsnappen krijgen deze problemen weer onze volle aandacht. Maar kan men gevangenissen zo beveiligen dat ze geen enkele kans tot ontsnapping bieden? Misschien, maar dat zal een onleefbaar klimaat scheppen en wat zijn de consequenties? Enerzijds worden gevangenen zo ‘tijdbommen’ die uiteindelijk nog meer risico voor het personeel inhouden en anderzijds, zijn wij bereid meer belastingen te betalen voor ‘criminelen’, dit uitschot van de samenleving, door naast elke gevangene een bewaker te installeren? Een deel van de gevangenen hebben altijd gepoogd te ontsnappen, meestal zwaar gestraften, hoe minder te verliezen hoe meer risico men wil nemen, en zij zullen blijven dromen dit te doen en daarvoor ‘routes’ uitproberen. Als ik mensen hoor praten lijkt het dat ze dromen van een samenleving zonder criminaliteit. Heeft dat ooit bestaan? Het is een illusie. Criminaliteit is de tegenhanger van de wetgeving. Er zullen altijd mensen zijn die tegen de normering van wetten ingaan, die zich niet kunnen onderwerpen aan het ‘burgerlijk’ samenleven. Of het nu om druggebruikers gaat of ramkrakers, seksuele delinquenten of moordenaars, handtasdieven of witteboord criminelen … tot het overschrijden van de snelheidsbeperking op de weg: de wet zal vaak meer als een hinderpaal gezien worden i.p.v. een organiserend middel in een samenleving.

 

Het overschrijden van de wet zit in de mens ingebakken, alleen willen we dit niet geweten hebben, het zijn steeds ‘de anderen’ die zich daaraan bezondigen. Het ligt allemaal zo ver van ons bed tot we als slachtoffer geconfronteerd worden met die problematiek. Dan voelen we ons zeer tekort gedaan en wellicht wraakzuchtig: de straf kan niet zwaar genoeg zijn. We moeten het doen met een onvolmaakt rechtssysteem, zijn verontwaardigd als iets fout loop. Binnen kort zijn het verkiezingen, waarom kan dit geen thema worden zonder dat het gekoppeld wordt aan een racistisch getint gedachtegoed? Of beperken we ons tot brood en beleg op ‘onze’ tafel?

 

 

weldra zullen de bloementrossen zich vol overgave tonen

Het protest

Protest zit hem soms in een kleine hoek, vooral het individueel protest om duidelijk te maken dat het leven niet verloopt zoals men het wenst. Een baby die om eten vraagt en steeds luider zijn eisen kracht bij stelt is daarvan een voorbeeld van. In weeshuizen (vb. India) krijgen de kinderen die het luidst om eten schreeuwen en wellicht de meest levenskrachtige kinderen zijn het eerst te eten, waardoor hun levenskracht bevestigd wordt en toeneemt. Die kinderen komen ook in aanmerking voor adoptie; kinderen die te zwak zijn door bv. te sterke ondervoeding blijven nogal eens in het thuisland, omdat sterke ondervoeding vaak problemen geeft op allerlei vlakken bij het opgroeien.

 

Individueel protest kan sterkere vormen aannemen. Op een bidbank van een klooster waren de woorden: ik ga niet meer naar mijn baas gekerfd. Het verhaal er achter ken ik niet, maar om met een mes in hout te kerven moet de bewogenheid diep zitten. Liever in hout dan in een mens denk ik dan. Een meer gekende vorm van individueel protest is de zelfverbranding bij Oosterse monniken. Zij stellen ook duidelijk waarom ze de dood ingaan.

 

De vele vormen van gezamenlijk protest kleurt de geschiedenis, hoewel dit niet altijd in de geschiedenisboeken is terug te vinden. Gandhi die met zijn vorm van protest, nl.  burgerlijke ongehoorzaamheid, de wereld in beroering bracht is in de Indiase geschiedenis en die van de kolonisator Engeland niet weg te denken. Machteloosheid wordt kracht als men afziet van agressie en zich innerlijk zo opstelt dat men niets meer te verliezen heeft, ook zijn vrijheid, ook zijn leven niet. Toch heeft Gandhi zelf gezegd dat zonder een tegenaanval van de geallieerden de nazi’s en hun waanzin niet overwonnen konden worden. Blijft mij de vraag: wat doen we daar in het Oosten. Zijn we zo naïef te denken dat we daar de democratie gaan brengen? Of lokt de olie ons naar buiten?

 

Vroeger stapte ik nogal eens mee in betogingen, vb.tegen atoomwapens of de witte mars. Nu blijft mijn protest beperkt tot het toetsenbord van mijn pc en af en toe een schilderij. Maar in de gesprekken blijf ik mijn ‘neen’ gestand en wil ik vooral vrouwen aanmoedigen bewust te worden van hun situatie en als het moet er iets aan te doen.

  

Het gesprek

Een gesprek is wellicht de meest voorkomende vorm van communicatie. Soms praat men uit beleefdheid of om de tijd door te komen of omdat men niet weet wat zeggen of om zakelijke of andere mededelingen te doen, om zijn hart te luchten, om te roddelen, om de stilte te doorbreken, om …

 

Soms wil men in een gesprek zichzelf kenbaar maken, m.a.w. het risico nemen om de kwetsbaarheid van mens-zijn in te gaan.

 

Toen nodigde ik ze uit voor een koffie: jong, verward, niet meer wetend waarheen met haar leven. Haar verhaal kwam er haperend en zoekend naar woorden uit, maar was niet meer te stuiten; voor de eerste keer vertelde ze over haar vader, het seksuele misbruik, nergens kon ze terecht. Ze kwam uit een nette familie, gezien in het dorp, wekelijks naar de mis.

 

Hoeveel verhalen heb ik zo beluisterd? Het was zowat 25 jaren terug. Het seksuele misbruik was nog geen item in het maatschappelijk gebeuren. Hoogstens kwam dit wel eens voor in gedegenereerde families, bij de laagste sociale klasse. Helaas weten we nu beter.

 

Eerst zochten vrouwen (en mannen) elkaar op om over hun ervaren te praten, om er woorden voor te vinden. Daardoor werden ze bewust van zichzelf, wat misbruik verwoest had in hun leven, kregen ze moed om dat verdomde leven weer in eigen hand te nemen. Vriendschapsbanden ontstonden die op moeilijke momenten uitkomst boden tegen de dreiging van zelfdoding. Soms was de dood toch sterker.

 

Het was de periode dat de praatgroepen opgang maakten. Die praatgroepen gaven vaak accenten die professionele hulp niet kon bieden. Het ervaren van solidariteit, waardering door de anderen, het inzicht niet alleen te staan, de kracht die ontmoeting schenkt. Vaak ziet men een goede samenwerking tussen praatgroepen en de professionele hulpverleners: ze verrijken elkaar.

 

Passie als lijden

150412  Passie als lijden

 

Niet elke dag reikt de extase van de passie aan. Telkens moet je terugkeren naar een realiteit die eisen stelt. Soms met een innerlijke wereld die verscheurd wordt door onverwerkte ervaringen. Toch moeten examens afgelegd, kinderen verzorgd, werken gaan voor brood en beleg. Hoe krijg je je, tussen het koken en de was, jezelf weer tot eenheid?

 

Uiterlijk laat je de ontreddering niet zien die zich manifesteert. Integendeel. Je neemt deel aan de maatschappij en probeert daarin een eigen plaats te vinden, vaak met inlevering van mogelijkheden. Wie acht uur werkt, kinderen groot brengt, maatschappelijk geëngageerd is … heeft niet veel energie over om dan nog een hoekje te vinden om bv. te tekenen, een muziekinstrument te bespelen.

 

Hooglied (Asma asmaton 1969) is een van de mooiste liederen die de pijn van de realiteit uitzingt. De oorspronkelijk tekstschrijver is Iakovos Kambanelis (1922-2011) een overlevende van Mauthausen, de vertaling is van Lennaert Nijgh. Het is een interpretatie van het Bijbelse Hooglied door de ogen van een vrouw in een concentratiekamp onder de Nazi’s. Mikis Theodorakis zorgde voor de onvergetelijke muziek. Met de stem van Liesbeth List dringt met dit lied doorheen elke porie van je lijf

 

Hooglied

O mijn liefde is zoeter dan honing is
Zoals een bloem het zonlicht het liefste is
Zo lief is hij mij die mijn koning is
Ik heb hem lief maar niemand weet dat hij mijn liefste is
Ik heb hem lief maar niemand weet dat hij mijn liefste is
Ik heb hem lief maar er is niemand die dit weet
Ik heb hem lief

O meisjes van Auschwitz
O meisjes van Dachau
Vertel mij toch waar mijn liefste is
Vertel mij toch waar mijn liefste is
Vertel mij toch waar hij is
Ik heb hem lief

We hebben hem vandaag voorbij zien komen
Vanwaar hij kwam, kan hij nog dromen
Maar niemand weet waarheen hij gaan zal

O mijn liefde die alles verwarmen kan
Zoals mijn hoofd rust in zijn linkerhand
Zoals zijn rechter mij omarmen kan
Ik heb hem lief maar niemand weet dat hij mijn liefste is
Ik heb hem lief maar niemand weet dat hij mijn liefste is
Ik heb hem lief maar er is niemand die dit weet
Ik heb hem lief

O meisjes van Mauthausen
O meisjes van Belsen
Vertel mij toch waar mijn liefste is
Vertel mij toch waar mijn liefste is
Vertel mij toch waar hij is
Ik heb hem lief

We hebben hem een gele ster zien dragen
Hij kreeg hier geen antwoord op zijn vragen
En nooit zal hij hier een antwoord krijgen

O mijn liefde die alles verwarmen kan
Zoals mijn hoofd rust in zijn linkerhand
Zoals zijn rechter mij omarmen kan
Ik heb hem lief maar niemand weet dat hij mijn liefste is
Ik heb hem lief maar niemand weet dat hij mijn liefste is
Ik heb hem lief maar er is niemand die dit weet
Ik heb hem lief

 

Passie als extase

Achttien zijn, nog niet meer van de wereld ervaren hebben dan studeren in een pensionaat (nu in Eeklo, waar ik goede herinneringen aan bewaar), het jaarlijkse kamp met de jeugdbeweging (waar ik naar uitkeek) het dorp waar we woonden (buiten wat ratelende boerenkarren en voetstappen van smokkelaars in de sneeuw niets dat de aandacht trok) en het gezin waar voor een opgroeiend meisje niet veel anders viel te rapen dan hard meewerken en wat tijd om te lezen.

 

Achttien zijn en plots op de radio het ‘Non, rien de rien’ van Piaf horen. Als een bliksem sloeg het bij mij binnen. Ineens wist ik: dat lied droeg de wereld van passie in zich. Ik kon dat toen nog zo niet benoemen, waar zou je immers die woorden geleerd hebben. Maar het verwees naar een wereld die in mij aanwezig was, geheim moest gehouden worden want het strookte niet met de heersende opvattingen. Ik kende amper genoeg Frans om de betekenis van de woorden  te snappen. Maar die stem sneed door de ruimte en plantte zich voor de rest van mijn leven in mijn bewustzijn.

 

Later, na lang genoeg geleefd te hebben, begreep ik ook de inhoud van die woorden. De dood van haar geliefde Marcel Cerdan heeft Piaf enorm aangegrepen en toch vindt ze de moed om op haar manier te zeggen dat ze herbegint, dat ze de pijn van het verleden vergeet en zonder verbittering weer de toekomst en nieuwe relaties aangaat.

 

Piaf gaf me door haar liederen gelegenheid om bewust te worden van de beperkte wereld van het fatsoen, het leven volgens ‘zo hoort het’, de heersende vooroordelen. Tot ik zelf de weg van de passie ging, voorbij de grenzen van fatsoen, niet meer levend volgens ‘zo hoort het’, op zoek naar een andere interpretatie. De jaren zestig kwamen ook Vlaanderen binnen met veel vernieuwingsdrang. Na vier jaren les gegeven te hebben vertrok ik naar Leuven: ik ging opnieuw studeren

 

Piaf vergezelde me op al mijn tochten, hield een bewustzijn in mij gaande dat uitkeek naar het grenzeloze. Ik leerde drinken: in de Expo ’58 cola, in Leuven alcohol, maar gelukkig bleef ik van de drugs. Met vrienden heroïsche discussies, tot laat in de nacht. Een wereld ging open. Ik leefde van diep uit mezelf.

 

Ter ere van Piaf voeg ik haar lied hier bij:

Non, Rien De Rien 

Non, rien de rien, non je ne regrette de rien,
Ni le bien qu'on m'a fait, ni le mal, tout ca m'est bien egal
Non, rien de rien, non je ne regrette de rien
C'est payé, balayé, oublié, je me fous de passé

Avec mes souvenirs, j'ai allume le feu,
Mes chagrins, mes plaisirs, je n'ai plus besoin d'eux
Balayés mes amours avec leurs tremolos,
Balayés pour toujours, je repars a zero

Non, rien de rien, non je ne regrette de rien,
Ni le bien qu'on m'a fait, ni le mal, tout ca m'est bien egal
Non, rien de rien, non je ne regrette de rien
Car ma vie, car mes joies, aujourdhui, ca commence avec toi!

 

 

Het boek

In de normaalsschool te Sint-Niklaas beschikte elke klas over een kleine klasbibliotheek. Ik heb het nu over de jaren vijftig van vorige eeuw. Daarin zaten dan de geschikte boeken voor onze leeftijd. ’s Avonds, tijdens de avondstudie, mochten we ‘lezen’. Daar ik de meeste boeken nogal kinderachtig vond, probeerde ik leentjebuur te spelen bij iemand uit een hogere klas. Als het ontdekt werd … wee je gebeente.

 

Ik was en ben een verwoed lezer.

 

Zo herinner ik me nog de rondgang van de non met toezicht. Omdat ik zo verdiept was in mijn lectuur werd het boek van onder mijn neus weggenomen. Gelukkig kwam het uit onze bibliotheek: een verhaal van Karl May, met Winnetou als hoofdfiguur. Dat was het hoogste peil dat ons werd aangeboden. De rest waren meisjesboeken waar ze het steeds heerlijk vonden om ‘poffertjes’ te gaan eten. Ik heb nooit geweten wat ‘poffertjes’ waren, maar ik kon me wel de giechelgeluiden voorstellen die daarbij hoorden.

 

Nu denk ik: WOII was nog maar een paar jaren achter de rug … maar nergens kreeg ik daar informatie over. Thuis werd er in alle talen over gezwegen: de naoorlogse ervaringen waren te dramatisch. Soms kwam er wel eens iemand op bezoek die ‘zwart’ was en met leuren langs de deuren zijn brood moest verdienen. Moeder gaf hen altijd een uitgebreide broodmaaltijd en kocht wat garen of veters. Mijn beeld van ‘oorlog’ beperkte zich tot die momenten. Maar hoe alles in mekaar zat … nee.

 

Bij ons thuis werd verwoed gelezen. We beschikten over een kleine huisbibliotheek: boeken die verschenen bij het Davidsfonds. Die mochten we wel lezen. Daarnaast werd het leesvoer aangevuld uit de dorpsblibliotheek; daar werd ook volgens leeftijd geschift. Je mocht altijd boeken meenemen die voor een lagere leeftijd bestemd waren, maar nooit erboven. Vanaf 16 jaar mocht je al meer boeken meenemen voor volwassenen. Maar veel betekende dat ook niet. Dat zijn toestanden die nu verdwenen zijn. Wil iemand informatie: via internet is alles beschikbaar. Nu moet je zelf oordelen wat je met welke  informatie doet.

 

Denkelijk is door de beperking van het leesaanbod mijn eigen bibliotheek ontstaan: ik ben nu vrij te lezen waar ik zin in heb, geen censuur meer.

Uit de symbiose

In vele vrouwenverhalen beluister ik vaak de thematiek van het moeilijk loskomen van de moeder, het realiseren van echt op eigen benen te kunnen staan. Hoe doen zij het nu met hun dochters, hun zonen?

 

Bij oudere vrouwen komen vaak schrijnende verhalen te voorschijn. Natuurlijk wordt dat ook bepaald door mijn houding: vrouwen voelen dat ze met hun verhaal bij mij terecht kunnen. Het ontroerende is dat elke vrouw dat op een eigen manier doet. Sommige hebben veel aanloopverhaal nodig om tot de kern van hun beleven te komen, anderen hebben zelf al veel nagedacht over hun ‘vroeger’ en komen onmiddellijk tot de verankering van hun pijn. Anderzijds leek het vroeger een evidentie dat een oudste (eventueel ook een andere in de rij) meisje de moeder vlug bijsprong in het meestal grote gezin. Het werd als zo’n evidentie beschouwd dat men dit ‘vermoederen’ van een kind niet eens in vraag stelde. Nu heeft men een benaming voor deze problematische situatie: ‘parentificatie’, het kind dat de plaats van de ouder in neemt. Nu gaat men er van uit dat een kind ‘kind’ moet kunnen zijn en niet de lasten van de volwassenen op zich moet nemen. Volwassenen moeten steun, vriendschap, hulp, seksueel beleven … zoeken bij andere volwassenen.

 

Kinderen kijken door de ogen van hun ouders naar de wereld. Racisme wordt doorgegeven aan tafel, in de warmte van een gezin. Het ‘geloof’, van welke aard ook, fanatiek beleden of zachtmoedig aanvaard, prent zich via de religieuze vieringen, uitspraken, morele opvattingen in het nog kneedbare bewustzijn van een kind. Wanneer een kind door ‘ervaring’ leert dat het gekleurde vriendje in de klas toch leuk is of dat de gesluierde vrouw vriendelijk lacht, komt het tot de ontdekking dat de ‘waarheid’ die thuis gehanteerd wordt niet zo waar is als beweerd. Wanneer het kind buitenshuis informatie krijgt waardoor goede eigenschappen niet alleen bij ‘hun’ godsdienst thuis horen, kan het zich vragen gaan stellen. Twijfel is de krachtige voedingsbodem om een eigen opvatting, interpretatie van de wereld rondom te ontwikkelen.

 

Hoe ging ik zelf niet stap na stap uit de warme beslotenheid, soms opgeslotenheid van thuis weg? Voor mij duurde het lang voor ik ontdekte dat er buiten het gezin nog een wereld bestond die anders kon benaderd worden dan met de vooringenomenheid, vooroordelen van thuis. En die vooroordelen waren maar een afspiegeling van het algemeen aanvaarde. Maar daarvoor moest ik eerst het leven in dat me confronteerde met een onbekende wereld van ervaringen, bedenkingen die niet klopte met wat ik eerst leerde.

 

Ineens weet ik wat ik als icoon ga gebruiken voor dit thema: een kinderhemdje als symbool voor de kwetsbaarheid van een kind.

 

 

Weer vijf dagen later ...

10 april

 

Het regent behoorlijk, maar niet gezeurd. De grond vroeg om water. Plots is alles veel groener geworden en lijkt de rabarber uit zijn sloffen te schieten om zijn veroveringsmars te voltooien.

 

Vandaag komen vrienden uit Nederland. Via zijn blog schreef J. naar Karel … en het werd een intense correspondentie, na Nieuwjaar gingen beide heren skypen. Uren deden ze erover, ze konden er geen genoeg van krijgen. Ik luisterde met een half oor aan mijn tekentafel. Uiteindelijk werd het wekelijkse gesprek met J. iets waar zowel Karel en ik naar uitkeken. Karel had iemand gevonden waarmee hij zijn filosofische en andere overtuigingen kon bij uitspreken, zonder afgestraft te worden om zijn vaak nogal radicale opvattingen, J. bleef bij de les, en probeerde zijn opvattingen uit. Ze stimuleerden elkaar om juister te formuleren, verder te zoeken, nog meer te lezen. Heerlijk om horen. Ook ik begon uit te kijken naar de skype-gesprekken tussen hen beiden, het was een vorm van gezelligheid die zich aandiende. Soms zeg ik wel eens een goede dag tegen J., maar mijn rol bleef beperkt tot passieve toehoorder terwijl ik verder tekende of schilderde.

 

Tot J. opeens een datum vastlegde om uit Nederland naar Vlaanderen over te waaien, ook zijn vrouw W. zou meekomen. Zowel Karel als ik keken er naar uit. ’s Maandags extra gepoetst, zo’n bezoek stimuleert om ook eens de plinten en tekentafel een grondige beurt te geven, zonder te overdrijven … er moet nog energie overschieten om de rest van de dag creatief door te komen.

 

Toch is het ook wel spannend. Feitelijk kennen we elkaar niet, is de vriendschap ontstaan via een pc scherm dat niet meer weergeeft dan een gezicht. W. kennen we alleen uit de verhalen van J. Maar het is lente, een goede tijd om nieuwe vriendschappen uit te proberen: het uitgroeien zit in de lucht.

 

Wanneer ze de oprit opdraaien is zowel Karel als ik ‘aangedaan’. Even kan ik geen woord uitbrengen. Vriendschap die van zover komt.

 

En wat we verhoopten wordt gerealiseerd: we beleven een heerlijke dag samen. We beginnen met cava en Karel heeft lekker gekookt. Het gesprek huppelt soms over de verhalen van de kinderen, het werk, de situatie in Nederland tot het diepere gronden bereikt en we op skype-niveau belanden, met Spinoza als centrum.

 

Als ze vertrokken zijn gaan Karel en ik aan de slag: afwassen. Ondertussen kunnen we nog wat nagenieten, napraten … en een beetje ons verweesd achterblijven wegwerken. Het huis was zo boordevol woorden, eerlijke, intense aanwezigheid … en nu blijft een soort warme leegte achter.

 

Maar wellicht wordt er morgen weer geskypt en blijft deze dag als een warm nagenieten aanwezig in de herinnering.

De vergeetput van Vorst

Op het nieuws: hoog bezoek aan de gevangenis van Vorst. Na het meer dan twee uur durende bezoek: verontwaardiging. De accommodatie is onmenselijk. Er moet onmiddellijk iets aan gedaan worden.

 

De dag ervoor had ik het boek beëindigd: Gevangenisherinneringen van een anarchist van Alexander Berkman. Alexander Berkman werd geboren in 1870 geboren in Vilna (Rusland) uit Joodse ouders. In 1888 emigreert hij naar de Verenigde Staten. Ondertussen was hij een vurig aanhanger geworden van het Anarchisme. In de Verenigde Staten probeert hij Frick te vermoorden, een man die de staking van staalarbeiders trachtte te breken door met een leger van 300 gehuurde stakingsbrekers een bloedbad aan te richten. In dit boek probeert de schrijver een beeld te schetsen van zijn veertienjarige opsluiting in de Western Penitentiary, een staatsgevangenis in Pennsylvania.

 

Sinds de ervaringen van Alexander Berkman en het bezoek van de rechters aan de gevangenis in Vorst zijn iets meer dan honderd jaar verlopen … maar blijkbaar is de tijd blijven stilstaan achter gevangenismuren. Het is al jaren geweten dat het er in Vorst niet zo best voor staat. Maar materiële veranderingen kosten geld … en gevangenissen zijn niet direct geliefd kiesvoer, integendeel.

 

Hoe vaak hoor ik geen uitspraken in de zin van: ja, die gevangenen hebben een luxe-leven, ze zijn als in een hotel gelogeerd zonder er iets voor te moeten doen. Stemmen om de doodstraf in te voeren gaan steeds luider klinken: waarom zouden we voor die moordenaars, kinderverkrachters … gans ons leven belasting moeten betalen.

 

Sinds Dutroux is er in de samenleving iets veranderd t.o.v. de gevangenisstraf. Voor Dutroux accepteerde men de rechterlijke uitspraak: wie zijn gat verbrandt moet op de blaren zitten. Nu wil men naast de rechterlijke straf nog een extra straf opleggen, een soort wraak, zodat er een emotioneel genoegdoening volgt. Dutroux en konsoorten worden het licht van de dag niet meer gegund. Als ze niet ter dood gebracht kunnen worden: opsluiten in een kerker waar geen licht of geluid doordringt, zodat ze uit de maatschappij helemaal verdwijnen, met alleen het aller-noodzakelijkste om in leven te blijven. Het verwondert me telkens dat het christelijk gebod van de naastenliefde en het aanbieden van de andere wang dan plots verdwijnen als sneeuw voor de zon. Terwijl ons huidig gevangenissysteem van straffen ‘op cel’ ontstaan is om de gestraften de kans te geven tot inzicht te komen, berouw te tonen en terug te keren naar de maatschappij als een waardevol burger. De Quakers hebben daar een enorme rol in gespeeld. Jan De Hartog beschrijft dit op zeer aangrijpende wijze in zijn geschiedenis van de Quakers, vier turven van boeken.

 

Ik ben er nogal voor om me aan de wet te houden. Een rechtbank doet uitspraak en die zal opgevolgd worden. Is deze uitspraak altijd correct? Neen. Is de wet perfect? Neen. Wordt het juridische spel mede bepaald door de sociale klasse? Ja: wie geld heeft om een gekende advocaat te betalen heeft een voorsprong op de tegenpartij. Biedt een volksjury een objectieve uitspraak? Neen: de jury wordt door uitsluiting zo samengesteld dat ze de meest beïnvloedbare mensen eruit pikken, liefst geen intellectuelen, liefst vrouwen van middelbare leeftijd uit de middenklasse, die beleven dan de soap van hun leven.

 

Ondanks het gehele systeem discutabel is, kies ik ervoor om de wetten te eerbiedigen. Ook bij de strafuitvoering. Als gevangene heb je rechten en plichten. Daar van afstappen is het individu uitleveren aan willekeur. Wil je iets veranderen: verander de wet. Met gevoelsmatig te reageren in de zin van: ze moesten hem (haar … dat is al iets moeilijker) opknopen kom je niet verder dan een western waar ze zonder vorm van proces iemand lynchen.

 

 

Ik pleit criminelen niet vrij. Maar iemand die uitbundig de staat oplicht door belasting te ontduiken kan in een riante villa de rest van zijn leven in alle overvloed doorbrengen, hoewel hij in feite ook een crimineel is. Dat we voor de belastingoplichter mee betalen vinden we niets om over na te denken, maar wee als we vernemen dat de pot choco in de gevangenis niet van een wit product is.

 

Welke politieke partij zal de moed opbrengen om de problematiek van de gestraften ter sprake te brengen? Het is al zo moeilijk om een uitspraak te verkrijgen om in een ver afgelegen land iets te formuleren over mensenrechten die geschonden worden. Daar spelen economische motieven mee. Om een menswaardig leven in de gevangenis te eisen is nog moeilijker: de kiezer mag niet voor het hoofd gestoten worden.

 

Zoals bij een volksjury worden we tijdens de verkiezingscampagne bespeeld met bestudeerde slagzinnen. Gevangenis is zo’n afschrikwekkend woord, niet direct bruikbaar in een veroveringstocht.

 

* Jan  de Hartog: Het koninkrijk van de vrede (bestaande uit De kinderen van het licht; Het heilig experiment; Het uitverkoren volk; De oorlog van het Lam). Aanbevolen!

Meer van Lut De Rudder

↑ Terug naar de berichten