Hartenbeest

Hartenbeest
Van Wikipedia
| Hartenbeest IUCN - status: van bescherming afhankelijk (LR/CD) [1] | |||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Kaaps hartenbeest (Alcelaphus buselaphus caama ) | |||||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||||
| |||||||||||||
| Soort | |||||||||||||
| Alcelaphus buselaphus ( Pallas , 1766 ) |
Het hartenbeest (Alcelaphus buselaphus ) is een grote, algemene antilope uit de Afrikaanse grasvlakten. De naam "hartenbeest" is aan het dier gegeven door de Boeren , die het dier vonden lijken op een hert .
Kenmerken
Het hartenbeest is een grote antilope met een korte nek, een lang smal gezicht en grote gepunte oren. De rug loopt schuin af, doordat de schouders hoger liggen dan de achterzijde. De vacht is zandkleurig geel tot donkerbruin van kleur, lichter op de achterzijde. De kleur kan echter verschillen per ondersoort . De buik en romp is wittig van kleur. De staart is middellang met zwarte haren aan het uiteinde. Beide geslachten hebben hoorns . Deze zijn sikkelvormig en diep geringd. Ze kunnen 45 tot 83 centimeter lang worden. De hoorns van het vrouwtje zijn kleiner en smaller.
Het hartenbeest heeft een kop-romplengte van 160 tot 215 centimeter, een staartlengte van 30 tot 70 centimeter en een schouderhoogte van 107 tot 150 centimeter. Vrouwtjes wegen 116 tot 185 kilogram, mannetjes 125 tot 218 kilogram.
Verspreiding en leefgebied
De hartenbeest leeft in open, droge graslanden en savannes ,. Vroeger kwam hij in bijna alle grasvlakten en savannes van Afrika voor, maar de soort is tegenwoordig uitgestorven in Noord-Afrika . Hij leeft zowel op vlakten als in heuvelachtig gebied, zowel in open gebied als in meer beboste en met struiken begroeide gebieden.
Leefwijze
Het hartenbeest is voornamelijk 's ochtends, laat in de middag en 's avonds actief. Op het heetst van de dag zoeken ze de schaduw op. Hij leeft voornamelijk van grassen en kruiden . Bladeren vormen een klein onderdeel van het dieet . Als water aanwezig is, drinkt hij iedere dag, maar hij kan in de droge tijd overleven op het vocht uit zijn voedsel.
Hij leeft in kudden die soms uit duizenden dieren kunnen bestaan. Vooral in de droge tijd leeft hij in grote groepen. Ze leven vaak samen met andere grote hoefdieren . Oude mannetjes leven solitair in een territorium, jonge mannetjes zonder territorium leven in vrijgezellengroepen. In sommige gebieden hebben mannetjes het gehele jaar door een vast territorium, in andere gebieden hebben mannetjes enkel in de bronsttijd een territorium, en leven de dieren de rest van de tijd in vrijgezellengroepen. Een territorium wordt afgebakend met mest . In de bronsttijd vechten de mannetjes hevig, waarbij soms doden kunnen vallen, voornamelijk als dieren in hoge dichtheden leven.
Één kalf wordt geboren na een draagtijd van acht maanden. De moeder verdedigt haar jong fel tegen predatoren . Sommige dieren zijn al na een jaar geslachtsrijp , anderen pas na vier jaar. Het hartenbeest wordt tot negentien jaar oud.
Ondersoorten
Er zijn zeven ondersoorten. Het verspreidingsgebied van sommige van deze ondersoorten overlappen, en in deze overlappingszones komen hybrides voor, die soms als aparte ondersoorten worden gezien. Soms wordt ook Lichtensteins hartenbeest (Alcelaphus lichtensteini ) als een ondersoort van het hartenbeest gezien, maar meestal wordt dit beschouwd als een aparte soort.
- Noord-Afrikaans hartenbeest (A.b. buselaphus ) - Noordwest-Afrika , uitgestorven in 1925
- Tora-hartenbeest (A.b. tora ) - Oost- Soedan , Noord- Ethiopië
- Swaynes hartenbeest (A.b. swaynei ) - Ethiopië
- Cokes hartenbeest of kongoni (A.b. cokei ) - Zuid- Kenia , Noord- Tanzania
- Lelwel (A.b. lelwel ) - Tsjaadmeer tot Turkanameer
- Westelijke hartenbeest (A.b. major ) - West-Afrika
- Kaaps hartenbeest of kaama (A.b. caama ) - Kaap , Kalahari


















































Ondanks zijn karakteristieke haveloze uiterlijk, is het lichaam van deze Griffon Belge of Belgische Griffon goed in balans en goed ontwikkeld in zijn lange, harde vacht. De vacht is half lang, ruw draadachtig en zonder krul, liefst met een ondervacht. De kleuren zijn zwart, zwart met tan-aftekeningen en zwart gemengd met bruin. De oren en de staart worden gewoonlijk kort gecoupeerd. De Griffon Belge werd gekweekt als gezelschapsdier en is een perfect maatje. Omdat hij eens een harde werker was en ratten ving om aan voedsel te komen, heeft de Griffon nog steeds enorm veel energie. Hij heeft echter voor een stuk zijn werkdrift omgezet in gehoorzaamheid. Hij is ook zeer extrovert. Zijn draadharige vacht is dan wel lang, maar deze heeft niet zoveel verzorging nodig. De Belgische Griffon is gehard en heeft weinig voedsel nodig.
De Petit Brabançon ( Het Brabandertje of de Piccolon Brabantino ) is eigenlijk een tegenstelling op zich. Griffon betekent namelijk letterlijk 'draadharig', terwijl de Brabander gladharig is. De Amerikaanse Kennel Club staat echter deze paradox toe. De Petit Brabançon heeft geen snor en geen draadharige vacht. Zijn vacht is kort, glad en dicht. De kleuren zijn rossig, al dan niet met een zwart masker, of zwart met roestbruine aftekeningen. Hij heeft een lichaam met een korte rug, mooi gewelfde ribben en sterke dijen. De Gladharige Brabançon is vriendelijk en speels, levendig en energiek in huis. Ze lopen graag in de kijker en genieten van de aandacht. Bij een eerste ontmoeting kan deze hond ietwat verlegen zijn, maar als hij eenmaal zijn opgeruimde aard toont schept hij zeer veel vreugde.(dpbrego)