Het konijn (Ereli)

Knaagdieren
Er zijn een aantal knaagdieren die vaak als huisdier gehouden worden. Dat zijn vooral de hamsters en konijnen. Hier een kort stukje over konijnen.

Het konijn
Het konijn wordt in heel West-, Midden- en Zuid-Europa aangetroffen op elk terrein waarin hij holen kan graven. Hij heeft zich van het Middellandse Zeegebied uit verspreid en is in de middeleeuwen in Nederland en België ingevoerd. Het konijn kwam tot 1954 veel voor in zandstreken, bossen en duinen. Een virusziekte is er de oorzaak van dat het dier op vele plaatsen is verdwenen. Later is dat aantal weer toegenomen.
Bekende rassen
- Vlaamse reus
- Pooltje
- Franse hangoor

Franse hangoor
Voedsel
Konijnen eten alleen plantaardig voedsel. Het zijn herbivoren. Je kunt ook veel kant-en-klare voedselpakketten kopen in de winkel. Een nadeel van het gemengde voer uit de winkel is dat het konijn er de lekkerste dingen uithaalt en de rest laat staan. Hierdoor eet het konijn erg eenzijdig. Konijnen die zwanger zijn hebben minimaal twee keer zoveel eten nodig als normaal. Je moet ze altijd zoveel geven als ze willen. Naast droge brokjes vindt een konijn hooi ook erg lekker. Niet alleen hooi is belangrijk maar ook water heeft een konijn heel veel nodig. Gemiddeld drinkt een konijn een tiende van zijn lichaamsgewicht per dag. Verder vinden konijnen vers groenvoer erg lekker. Bijvoorbeeld: peentjes, andijvie, boerenkool, peer en appel.
Ram of voedster
De mannelijke konijnen worden ram genoemd en de vrouwelijke konijnen heten voedster. Het uiterlijke verschil tussen beide konijnen ligt in de vorm van de kop en de rest van het lichaam. Bij de meeste rassen is de vorm van de kop iets breder en hij heeft iets dikkere wangen. De kop van de voedster is minder ontwikkeld en het lichaam van het vrouwtje is vaak wat langer. Verder zijn er ook nog wat karakterverschillen tussen beide konijnen. Normaal gesproken zijn de rammen wat feller. De voedsters zijn wat minder gauw boos. Alleen als ze drachtig (zwanger) zijn kunnen ze soms hard uitvallen.
Verzorging
Konijnen kunnen zowel binnen als buiten leven in een hok. Konijnen kunnen wel tegen kou maar niet tegen tocht, nattigheid, felle zon en vrieskou. Je kunt dus beter je konijn in de winter in een schuur zetten waar het niet zo koud is. Je moet het konijn nooit vanuit een koude schuur zo bij de warme kachel zetten want de kans is groot dat hij het dan niet overleeft.
Konijnen kunnen ook makkelijk binnen leven. De dieren zijn erg schoon en verspreiden geen nare luchtjes. Als je de kooi maar op tijd schoon maakt. Je kunt het konijn zelfs los laten lopen in de kamer als je de kamer maar konijnvriendelijk maakt. Dus elektriciteitsdraden en giftige kamerplanten aan de kant!
Konijnen zijn uitzonderlijk zindelijke dieren. Het is overbodig om ze in bad te doen. Je moet je konijn iedere week even borstelen. Dit is goed voor de bloedsomloop van het konijn en de oude haren worden verwijderd. De tanden van het konijn groeien altijd door en ze moeten dus af kunnen slijten. Het beste is veel hooi, hard brood en takken waarop ze kunnen knagen. Te lange tanden hinderen het konijn bij het eten. De nagels van het konijn moet je elke 2 a 3 maanden laten knippen door de dierenarts.
Hoe moet ik mijn konijn optillen en dragen?
Heel vaak als mensen een konijn optillen doen ze dat verkeerd. De goede manier is het konijn met de rechterhand stevig vastpakken aan het rugvel achter de schouderbladen, tegelijkertijd met de linkerhand ondersteunen. Je moet het dan zo op je arm zetten dat een hand op de nek blijft rusten. Zo kun je een konijn altijd vastpakken. De foute manier is het konijn als een teddybeer onder de arm vast te klemmen. Het is heel gevaarlijk om het op deze manier te doen omdat je zo de ribben en de ingewanden van het dier in kan drukken. Als het konijn dan ook nog gaat spartelen, kan het uit je arm glijden en op de grond vallen.
(jd.media.nl)
Knudde



















































Hoe komt het dat veel zoogdieren 's nachts kunnen zien, terwijl toch het zicht afhankelijk is van de lichtsterkte? De opbouw van het oog van dieren die 's nachts actief zijn is praktisch gelijk aan de andere zoogdieren. Het verschil ligt hierin, dat de ogen groter en boller en ontvankelijker voor licht zijn. De zoogdieren die 's nachts actief zijn hebben bovendien een reflecterende laag achter het netvlies, die het invallende licht terugwerpt naar de lichtgevoelige staafjes, die zodoende nog een keer licht opvangen. Dit effect is goed te zien als er 's nachts licht op het oog valt van bijvoorbeeld een kat of vos. Door de reflectie lichten de ogen op. Ook heeft het netvlies relatief veel meer staafjes, waardoor het waarnemingsvermogen in de schemer verhoogd wordt. Dit brengt wel met zich mee, dat deze dieren het volle daglicht moeten mijden. Dit is ook de reden dat de pupillen bij een kat in het volle licht tot smalle streepjes vernauwd worden.
De bouw van het oog is voor ieder zoogdier in principe gelijk, maar de plaats van de ogen in de kop bepaalt wat en hoeveel een dier kan zien. Succesvolle roofdieren, zoals bijvoorbeeld de kat, moeten hun ogen exact kunnen instellen op hun prooi en deze goed in de gaten kunnen houden. Doordat hun ogen recht naar voren gericht staan, wordt een bijzonder goede dieptescherpte bereikt. Zo kunnen zij uiterst nauwkeurig vaststellen waar precies zich een prooi of iets anders bevindt en hoe ver het van andere dingen verwijderd is.
Lange tijd bijna roerloos uitrusten op een veilige plek kan voor dieren op allerlei manieren van nut zijn. In de eerste plaats is hij meestal veiliger voor roofdieren op zijn slaapplek dan wanneer hij hongerig op zoek is naar voedsel en misschien niet zo goed oplet. Daarom hebben dieren die weinig tijd nodig hebben om te eten, de neiging om lang te slapen en het veiligste moment van de dag afwachten om naar voedsel te zoeken. Een dier dat slaapt kan zo ook energie besparen of aan extreme kou of hitte ontsnappen.
Op welk moment een dier slaapt, hangt ervan af wanneer hij wakker moet zijn. Veel vogels kunnen alleen bij daglicht vliegen en zullen dus 's nachts slapen. Kleine zoogdieren zoals muizen proberen daarentegen overdag aan roofdieren te ontkomen en gaan liever 's nachts op zoek naar voedsel. Andere dieren zoals konijnen en vossen hebben een soort tussenoplossing gevonden en slapen zowel 's nachts als overdag een paar uur. Ze zoeken hun voedsel dan in de ochtend- of avondschemering. Hun bioritme is in elk geval afgestemd op de dagelijkse afwisseling van dag en nacht. Veel zeedieren, vooral die aan de kust leven, trekken zich niet zoveel van het daglicht aan, maar stellen hun bioklok in op de getijden.
* Gierzwaluwen, die tot drie jaar ononderbroken in de lucht kunnen zijn, slapen vliegend.
