Sabelantilope

Sabelantilope
Van Wikipedia
| Sabelantilope IUCN - status: van bescherming afhankelijk (LR/CD) | |||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||
| |||||||||||||||
| Soort | |||||||||||||||
| Hippotragus niger ( Harris , 1838 ) |
De sabelantilope of zwarte paardantilope (Hippotragus niger ) is een Afrikaanse antilope uit de onderfamilie der paardantilopen . Zijn nauwste nog levende verwant is de Roanantilope (Hippotragus equinus ). De Angolese ondersoort, de reuzensabelantilope (Hippotragus niger variani ), is ernstig bedreigd.
Kenmerken
Het is een grote antilopesoort met een stevige nek, stevige schouders, een lange snuit, grote, gepunte oren en een lange staart. De vacht van het mannetje is glanzend zwart. Vrouwtjes en jonge dieren zijn bleker en meer kastanjebruin dan zwart van kleur. De buik is wit, evenals de kin, de mond, de binnenzijde van de oren en twee brede strepen langs de zijde van de kop. De buitenzijde van de oren en de hoofdkruin is licht kastanjebruin van kleur. Van de nek tot de schouders loopt een rechopstaande maan . De hoorns zijn tot 154 centimeter lang. Ze zijn zeer geringd en achterwaarts gebogen. De hoorns van een vrouwtje zijn korter dan die van een mannetje.
De sabelantilope heeft een kop-romplengte van 190 tot 255 centimeter, een schofthoogte van 117 tot 143 centimeter en een staartlengte van 40 tot 75 centimeter. Mannetjes zijn zwaarder dan vrouwtjes. Een mannetje is tussen de 200 en 270 kilogram zwaar, een vrouwtje tussen de 190 en 230 kilogram.
Verspreiding en leefgebied
De sabelantilope leeft in bosrijke savannes en de open Miombo -bossen. In het droge seizoen, van juni tot september, als het Miombo -bos wordt geteisterd door branden en lokale waterbronnen opdrogen, trekt hij naar de mbuga 's, graslanden op de bodem van valleien , in de buurt van permanent water. Als in oktober de regentijd begint, en de grond in de mbuga's modderig wordt, trekt hij weer terug de Miombo -bossen in.
Hij komt voor in het zuiden en oosten van Afrika , in het noordoosten van Zuid-Afrika , Botswana , Noordoost- Namibië , via Zambia , Zimbabwe , Mozambique , Malawi , Zuid- Congo-Kinshasa , Tanzania en Kenia . Geïsoleerde populaties leven langs de Keniaanse kust en in Angola .
Leefwijze
De sabelantilope eet voornamelijk jong of middelhoog gras en kruiden, maar eet soms ook bladeren en scheuten. De sabelantilope moet om de dag drinken en zal dan ook zelden ver van water te vinden zijn. Hij is voornamelijk vroeg in de ochtend, laat in de middag en 's avonds actief.
De sabelantilope leeft in kudden van tien tot dertig dieren, bestaande uit vrouwtjes met hun kalveren. Deze kudden behoren tot een grotere groep van rond de honderd dieren. Dieren uit verschillende groepen zijn agressief tegen elkaar. Mannetjes volgen soms deze groepen, maar meestal leven ze apart van de vrouwtjes in territoria . Mannetjes vechten regelmatig met andere mannetjes. Ze laten zich door de knieën zakken en worstelen met hun hoorns. Soms raakt een dier zwaar gewond, maar dit is zeldzaam. Een voorbijtrekkende kudde probeert hij in zijn territorium te houden, waarbij ieder vrouwtje in oestrus wordt gedekt.
Na een draagtijd van 240 tot 280 dagen wordt één zandkleurig kalf geboren. Hij blijft drie weken lang verborgen in de vegetatie , waarna hij zich bij andere jonge dieren voegt in de kudde van zijn moeder. Zijn moeder zoekt hij enkel op om te zogen. Als mannetjes drie jaar oud zijn, worden ze uit de groep gejaagd. Ze sluiten zich dan aan bij vrijgezellengroepen, bestaande uit twee tot twintig jonge mannetjes. Vrouwtjes krijgen meestal na drie jaar hun eerste kalf. De sabelantilope wordt ongeveer zeventien jaar oud.




Hoe komt het dat veel zoogdieren 's nachts kunnen zien, terwijl toch het zicht afhankelijk is van de lichtsterkte? De opbouw van het oog van dieren die 's nachts actief zijn is praktisch gelijk aan de andere zoogdieren. Het verschil ligt hierin, dat de ogen groter en boller en ontvankelijker voor licht zijn. De zoogdieren die 's nachts actief zijn hebben bovendien een reflecterende laag achter het netvlies, die het invallende licht terugwerpt naar de lichtgevoelige staafjes, die zodoende nog een keer licht opvangen. Dit effect is goed te zien als er 's nachts licht op het oog valt van bijvoorbeeld een kat of vos. Door de reflectie lichten de ogen op. Ook heeft het netvlies relatief veel meer staafjes, waardoor het waarnemingsvermogen in de schemer verhoogd wordt. Dit brengt wel met zich mee, dat deze dieren het volle daglicht moeten mijden. Dit is ook de reden dat de pupillen bij een kat in het volle licht tot smalle streepjes vernauwd worden.
De bouw van het oog is voor ieder zoogdier in principe gelijk, maar de plaats van de ogen in de kop bepaalt wat en hoeveel een dier kan zien. Succesvolle roofdieren, zoals bijvoorbeeld de kat, moeten hun ogen exact kunnen instellen op hun prooi en deze goed in de gaten kunnen houden. Doordat hun ogen recht naar voren gericht staan, wordt een bijzonder goede dieptescherpte bereikt. Zo kunnen zij uiterst nauwkeurig vaststellen waar precies zich een prooi of iets anders bevindt en hoe ver het van andere dingen verwijderd is.

Lange tijd bijna roerloos uitrusten op een veilige plek kan voor dieren op allerlei manieren van nut zijn. In de eerste plaats is hij meestal veiliger voor roofdieren op zijn slaapplek dan wanneer hij hongerig op zoek is naar voedsel en misschien niet zo goed oplet. Daarom hebben dieren die weinig tijd nodig hebben om te eten, de neiging om lang te slapen en het veiligste moment van de dag afwachten om naar voedsel te zoeken. Een dier dat slaapt kan zo ook energie besparen of aan extreme kou of hitte ontsnappen.
Op welk moment een dier slaapt, hangt ervan af wanneer hij wakker moet zijn. Veel vogels kunnen alleen bij daglicht vliegen en zullen dus 's nachts slapen. Kleine zoogdieren zoals muizen proberen daarentegen overdag aan roofdieren te ontkomen en gaan liever 's nachts op zoek naar voedsel. Andere dieren zoals konijnen en vossen hebben een soort tussenoplossing gevonden en slapen zowel 's nachts als overdag een paar uur. Ze zoeken hun voedsel dan in de ochtend- of avondschemering. Hun bioritme is in elk geval afgestemd op de dagelijkse afwisseling van dag en nacht. Veel zeedieren, vooral die aan de kust leven, trekken zich niet zoveel van het daglicht aan, maar stellen hun bioklok in op de getijden.
* Gierzwaluwen, die tot drie jaar ononderbroken in de lucht kunnen zijn, slapen vliegend.












































