Torenval (Ereli)

Torenval (Ereli)
Wielewaal (Martina1) Wielewaal
In populieren roept hij ongezien
zijn luide naam in een herhalend ritme
dat tureluurs maakt maar ook vreugde schept.
De schuwheid is hem blijvend aangeboren,
hij zoekt de schaduw van de dichte kruin
en zelden vangt een oog zijn geel en zwart.
Van boom tot boom gaat hij in snelle vlucht,
een vallend glijden door het rijdend licht,
alsof hij zich verlustigt in het niets.
Het nest wuift als een luchtig wiegelied
en vangt de trilling van de minste wind:
een verend deinen, eindeloos herhaald.
Het kenmerk van zijn mensenschuwe staat
herneemt hij in zijn schallende muziek
die in Dutmala klank en weerklank vindt.
Een vreemde is hij in dit schamel land
van ruime verten en gehaagde bomen
en dat besef bestempelt hem tot vroom:
een pelgrim die op bedevaart zal gaan,
de kringloop volgend van zijn litanie
die na de zomer in het niets verstomt.
Torenvalk (Ereli)
| Torenvalk IUCN - status: Veilig [1] | |||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||
| |||||||||||||
| Soort | |||||||||||||
| Falco tinnunculus ( Linnaeus , 1758 ) | |||||||||||||
De torenvalk (Falco tinnunculus ) is een vogel uit de familie van valken (Falconidae ).
Een volwassen exemplaar is 30 tot 35 centimeter groot. Ze komen voor op allerlei soorten plaatsen, ook in steden. De dieren zijn vaak te zien langs autowegen. Ze kijken vanuit de lucht naar beneden op zoek naar een prooi. Als ze deze hebben gevonden, duiken ze erop af. Het voedsel bestaat voornamelijk uit kleine zoogdieren en insecten , bijvoorbeeld muizen en kevers . Hierom bouwen ze hun nest dan ook op een plaats waar ze zicht hebben op een open ruimte waar ze kunnen speuren naar voedsel.
Het mannetje heeft een grijsblauwe kop en nek, een roodbruine rug en vleugels met donkere vlekken. De staart is blauwachtig grijs en heeft een zwarte eindband. Het vrouwtje is identiek aan het mannetje, maar heeft een bruine kop en nek, dwarsbandjes op de rug en vleugels en een bruine staart.
Het gehele jaar komen torenvalken in een groot deel van Europa voor, waaronder Nederland en België . In Scandinavië en Noord-Rusland zijn de dieren alleen in de zomer aan te treffen.
Knudde
Fragiele diertjes (Yradja)
| Fragiele diertjes |






Vaccinatie van een kat: zijn er nevenwerkingen te vrezen? (Ereli)
|
Gezondheid Huisdieren |
|||||||
25/09/2007 | |||||||
Knudde
Haar puppy liefde kent geen grenzen (Ereli)
| Haar puppy liefde kent geen grenzen | |
Een Chinese hond zwemt dagelijks meer dan 4 km om haar pasgeboren puppies te verzorgen die gestrand zijn op een eiland. De hond is ondertussen al een bekendheid geworden in Chongqing stad en ze werd Huahua gedoopt door de lokale bevolking. Ze bevoel van 4 puppies in Shanhuba dat een eiland werd door het feit dat de Changjiang rivier buiten haar oevers trad, door de felle regens.
Huahua zwemt elke dag 1,2km naar het eiland om haar 4 baby's te verzorgen en te voeden. Dan keert ze terug naar de Changjiang rivier, volgt de stroom van het water en zwemt nog eens 1.1 km terug naar een ander deel van de stad om zichzelf te voeden.
Iedere dag herhaalt Huahua dit scenario tweemaal. Een keer in de morgen rond 7 uur en nog eens een keertje rond 7 uur 's avonds. Op dat tijdstip blijft ze bij haar kindjes op het eiland tot de volgende morgen, want dan keert ze terug naar de stad.
Huang Pingren, een gepensioneerde man die elke dag naar het eiland zwemt, vertelde dat hij dit wonderlijke gebeuren enkele weken geleden opmerkte.
¨Ik rustte uit op het eiland en vond 4 onbeschermde kleine hondjes. In de avond rond 7 u zag ik een hond naar de oever zwemmen en naar de pasgeborenen rennen.¨
Twee dagen geleden steeg het water weer en de moeder verhuisde haar kleintjes naar een hoger gelegen punt van het eiland, aldus de Chongqing Evening News.
Dierenleed Azie
Belgie / Nederland
www.dierenleedazie.be
DA
Knudde
Cartoons (Ereli)


verzorgen van Kittens
Hamsters zijn slaapkoppen (Martina1)
| ||
|
Hamsters zijn slaapkoppen
Hamsters zijn leuke diertjes om in huis te halen als je geen zin hebt in de rompslomp van een écht huisdier. Een hok plaatsen, hamster erin en klaar is Kees, denken we. Voor alle zekerheid trokken we eens bij dierendokter Rob Lückerath aan de bel om hem te vragen of het wel zo eenvoudig is.
W aar moeten we allemaal op letten wanneer we overwegen een hamster te kopen?(NBL)
Grappige hondenfoto's (Ereli)





Knudde
Schorpioenen
| Schorpioenen | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Androctonus crassicauda | |||||||
| Taxonomische indeling | |||||||
| |||||||
| Orde | |||||||
| Scorpiones C. L. Koch , 1837 |
Schorpioenen (Scorpiones) zijn een orde van geleedpotigen , behorend tot de klasse der spinachtigen . Zweepstaartschorpioenen en bastaardschorpioenen zijn overigens geen echte schorpioenen en missen ook de staart met gifstekel. Schorpioenen zijn verwant aan spinnen , mijten , teken en hooiwagens . Toch zijn ze eenvoudig van de andere groepen te onderscheiden door het langgerekte lichaam, de grijpscharen en de dikke staart met een gifstekel. Alle soorten zijn giftig, maar veruit de meeste zijn niet gevaarlijk voor de mens. Schorpioenen komen voor in subtropische en tropische landen, maar ook in Europa. Ze komen op alle continenten voor, maar niet op Antarctica . Ook in Nieuw-Zeeland komen van nature geen soorten voor. Schorpioenen leven in spleten en holen, soms graven ze zelf een ondergrondse gang of hol en er zijn zelfs soorten die in bomen leven. Omdat schorpioenen kannibalistisch zijn, leven ze solitair. De oudst bekende fossielen van schorpioenen zijn ruim 400 miljoen jaar oud; pas 200 miljoen jaar later verschenen de dinosauriërs . Ze zijn hiermee tevens de oudst bekende spinachtigen. Sommige soorten werden bijna een meter lang. Schorpioenen zijn allemaal carnivoor , en ruimen veel insecten en spinnen op. Het zijn zonder uitzondering bestendige dieren, die in extreme omstandigheden kunnen overleven. In totaal zijn er meer dan 1000 soorten schorpioenen, die bijna allemaal leven in de tropen, veel soorten leven ook in woestijnen. Kleinere soorten leven vaak maar een jaar, maar grotere soorten zijn pas na meer dan 5 jaar volwassen.
|
|
Het lichaam van een schorpioen bestaat uit een kopborststuk (1, ook wel cephalothorax of prosoma) en een achterlijf (2 en 3, ook wel abdomen of opisthosma). Het voorste deel van het achterlijf is opgebouwd uit zeven segmenten en is dikker, bevat de organen en wordt mesosoma genoemd (2). De staart van de schorpioen (3), is dus onderdeel van het achterlijf. De staart bestaat uit 5 segmenten en wordt metasoma genoemd. Aan het einde zit de telson (11) met de gifstekel (10). Aan de voorzijde zitten de monddelen, die cheliceren worden genoemd (6).
Een schorpioen heeft vijf paar gesegmenteerde poten (5), vier looppoten en twee tasterpoten waarvan het voorste paar (4) sterke scharen heeft (7). De scharen zijn het laatste segment van de tasterpoten en bestaan uit een onbeweegbaar deel (9) en een beweegbaar deel (8). Aan de onderkant zit het sternum of buikschild, de genitaalheuvel en de pectines (12). Dit is een soort kam -vormig orgaan dat onder de achterste poten hangt en de grond aftast. Met de pectines wordt de geur van prooidieren waargenomen maar ook eventuele partners kunnen worden opgespoord. Aan de achterkant van de onderzijde heeft de schorpioen vijf buikplaten. Aan de bovenkant zitten achter het rugschild, dat de kop en borststuk verbindt, zeven rugplaten.
Een schorpioen heeft twee ogen voorop het halsschild en geen of vijf paar ogen aan de zijkant van het rugschild. Met de ogen aan de zijkant ziet de schorpioen weinig. De schorpioen heeft vier paar boeklongen die gepositioneerd zijn aan de onderkant van het laatste segment. De huid van schorpioenen houdt het water vast, zodat veel soorten in heel droge gebieden kunnen overleven. Schorpioenen hebben geen felle balts- of schrikkleuren, hoewel sommige soorten naar blauw of paars neigen, maar vertrouwen op de camouflage. Soorten die in woestijngebieden leven zijn meestal zandgeel gekleurd en soorten die de bosbodem in regenwouden leven zijn veel donkerder. Dit heeft te maken met de nachtelijke levenswijze; overdag zit de schorpioen verstopt en pas 's nachts gaat hij jagen. Kleinere soorten schorpioenen blijven onder de centimeter, grotere soorten kunnen langer dan 20 cm worden.
Schorpioenen moeten bij hun groei naar volwassenheid, net als kreeftachtigen en spinnen en een aantal insecten, geregeld vervellen; het harde pantser groeit niet mee. Tijdens de vervelling is de schorpioen volkomen weerloos, zeer zacht en erg kwetsbaar voor vijanden. Jonge schorpioenen vervellen een aantal maal (4 tot 6 keer), het jaar daarop meestal maar drie keer en in het derde jaar zijn veel soorten pas volwassen en vervellen niet meer. Het vervellen geschiedt door de huid van de kop open te klappen, waarna de schorpioen uit zijn oude huid kruipt. Het komt voor dat deze wordt opgegeten. Het vervellen gebeurt gewoonlijk 's nachts en op een verborgen plaats, zoals onder een steen.
Schorpioenen zijn nachtactief en leven van insecten en spinnen . Grotere soorten pakken wel eens kleine gewervelden. De prooi wordt opgemerkt met haren die trillingen opvangen die op de grijpscharen zitten. Schorpioenen grijpen de prooien beet met de scharen en rijten deze aan stukken met de chelicerae (dat zijn grote kaken aan de zijkant van de mond), of vermorzelen deze met de scharen. Daarna wordt de prooi met de scharen ontleed en met de monddelen opgegeten, waar het dier uren mee bezig kan zijn. Alleen als de prooi zich verzet, gebruikt de schorpioen zijn gifstekel. Pas 14 dagen na een steek is het gif namelijk weer volledig aangevuld. Bij een steek buigt de schorpioen zijn staart naar voren over het lichaam heen en doorboort de prooi met de punt. Als een schorpioen wakker is, staat zijn staart overigens altijd omhoog gericht; alleen als hij slaapt ligt de staart plat. Met de tastharen, die ook geluidstrillingen kunnen waarnemen, merkt het dier ook zijn vijanden op. De belangrijkste zijn spinnen, vogels , slangen , bavianen , stokstaartjes en hagedissen . Sommige dieren zijn immuun voor het gif, maar bavianen en stokstaartjes niet; deze verwijderen altijd eerst de staart van de schorpioen voor deze wordt opgepeuzeld. Schorpioenen zijn gevreesd door de giftige steek, die bij de meeste soorten in de regel alleen zeer pijnlijk is: slechts een klein aantal soorten heeft een potentieel levensgevaarlijk gif, en meestal alleen in het geval van kleine kinderen en bejaarden. Alleen tropische soorten zijn soms gevaarlijk, de Europese schorpioenen niet. Als algemene regel kan gesteld worden: hoe kleiner de scharen, hoe groter de gifstaart en de giftigheid, en omgekeerd. Dit is ook logisch: een soort met grote scharen kan zijn prooi met de scharen verpletteren en heeft geen gif nodig. Het gaat echter niet altijd op; soorten uit het geslacht Androctonus hebben een zeer dikke staart, maar zijn juist heel gevaarlijk. Sommige schorpioenen maken een tsjilpend geluid door de onderkant van de grijpschaar tegen de onderkant van zijn voorste looppoot te wrijven ( stridulatie ). Dit geluid gaat vooraf aan een aanval en geldt als waarschuwing. Door de tastharen op de poten voelt hij trillingen van vijanden, een schorpioen heeft geen goed zichtvermogen. Bij een aanval houdt de schorpioen zijn scharen wijd open en schuin omhoog gericht. Bij een verdediging houdt het dier de scharen omlaag en vlak voor de kop.
Als het mannetje wil paren, gaat hij voorzichtig bij het vrouwtje in de buurt staan en maakt hij een soort liefdesdans . De liefdesdans gaat als volgt: het mannetje komt klapperend met zijn grijpscharen naar het vrouwtje toe. Als het vrouwtje beweegt, blijft het mannetje stil staan. Als het vrouwtje hem dan goedgekeurd heeft, komt het mannetje naar haar toe en gaan ze met de koppen tegen elkaar aan staan en houden ze elkaars scharen vast. Het mannetje pakt haar dan vast met zijn grijpscharen en drukt haar op zijn spermafotoor , waarin het sperma zit. Het sperma komt dan in haar geslachtsopening, en de bevruchting is voltooid. Het vrouwtje kan het sperma ook opslaan en kan dan verscheidene keren jongen ontwikkelen. Als de bevruchting achter de rug is, gaat het mannetje er snel vandoor: het kan voorkomen dat hij anders door het vrouwtje wordt opgegeten. Dit is echter zeldzaam. Dit gebeurt ook bij bidsprinkhanen en spinnen, hoewel deze vrijwel altijd worden opgegeten en de schorpioen meestal wegkomt. Dit kannibalisme heeft als voordeel dat het vrouwtje een voedzame maaltijd heeft voor de ontwikkeling van de eitjes. Een zwanger vrouwtje stopt namelijk met eten bij schorpioenen. Ze krijgt acht tot meer dan 30 jongen. Als de schorpioen hoogzwanger is, lijkt het of ze gaat ontploffen; de rug en buikschilden staan dan ver van elkaar af. Dit komt omdat de nimfen zich bij de schorpioenen, in tegenstelling tot veel andere spinachtigen, volledig in de moeder ontwikkelen. Als ze geboren worden, rijden de schorpioentjes de eerste tijd van hun bestaan op de rug van hun moeder mee; ze worden als ze op de rug zitten niet verzorgd en dus ook niet gevoed. Als de kleintjes voor het eerst vervellen, gaan ze kort erna meer en meer van de rug van de moeder af, maar keren in het begin steeds terug naar haar. Circa 2 a 3 weken na geboorte verlaten de kleintjes de moeder voorgoed.
Over schorpioenen doen diverse fabeltjes de ronde; zo zouden ze zelfmoord kunnen plegen, als uitzondering radioactiviteit kunnen overleven etcetera. Het bekendste fabeltje is de vermeende giftigheid van schorpioenen: in sommige streken denkt men dat iedere steek van elke soort dodelijk is, wat geen enkele relatie heeft met de werkelijkheid. Van de vele honderden soorten schorpioenen zijn er maar enkele tientallen dodelijk voor de mens, en zeker niet bij elke steek. Geschat wordt dat één procent van alle gestoken volwassenen sterft, en alleen bij de gevaarlijke soorten. Bij kleine kinderen liggen de percentages wel hoger. Een andere misvatting is dat een schorpioen zichzelf zou doodsteken bij gevaar, bosbranden of onder invloed van alcohol. Van geen enkel dier is bekend dat zelfmoord gepleegd kan worden en bovendien is de schorpioen immuun voor zijn eigen gif en dat van soortgenoten. Wel maakt de schorpioen nogal spastische bewegingen als de temperatuur te hoog wordt, maar dat geldt voor bijna alle dieren, en zeker alle geleedpotigen omdat ze koudbloedig zijn. Het feit dat tweestaartige schorpioenen voorkomen is waar, dit is echter geen soort schorpioen maar een zeer zeldzame genetische mutatie . Tweekoppige dieren, zoals sommige slangen en schildpadden, zijn nog zeldzamer, met name levende exemplaren. Dat een schorpioen radioactiviteit in grote hoeveelheden zou kunnen overleven is wel beschreven, maar bijzonder is het niet: van ongewervelden als kakkerlakken en kevers is ook bekend dat ze radioactieve straling overleven. Een bijzonderheidje is dat sommige soorten schorpioenen oplichten als ze in het donker met blacklight worden beschenen.
Schorpioenen zijn in veel landen algemeen, zoals het Midden-Oosten ; ook in de bijbel komen ze voor. Het gif van sommige soorten wordt gebruikt in de medische industrie om medicijnen van te maken. In sommige culturen worden ze zelfs gegeten. In de Egyptische mythologie staat de schorpioen symbool voor Seth , de broer van Osiris , die hij later zou vermoorden.
Leiurus quinquestriatus , ook wel bekend als de 'death stalker", is een van de gifstigste soorten schorpioenen. Deze soort leeft in Noord-Afrika en het Midden-Oosten
Groene leguaan (Ereli)
| Groene leguaan | |||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||
| |||||||||||||||
| Soort | |||||||||||||||
| Iguana iguana Linnaeus , 1758 |
De groene leguaan (Iguana iguana ) is een reptiel en de bekendste vertegenwoordiger van de leguanen . De hagedis wordt in Midden-Amerika ook wel boomkip genoemd vanwege het smakelijke vlees.
Inhoud[ verbergen ] |
Deze tot 2 meter lange dieren inclusief staart zijn groen tot bruin van kleur. Verder zijn de dieren herkenbaar aan hun halskwab ook wel wam genoemd. Ook de typische sublabiale schub op de wang is kenmerkend voor de soort.
Pasgeborenen voeden zich met jong groen blad wat samen in de geboortetijd van de jongen opkomt. Deze periode is net na het regenseizoen. Jong bladgroen heeft een hoog proteïnegehalte en dit is precies wat de dieren nodig hebben om op te groeien. Langzaam gaan de dieren over naar een eetpatroon van blad en fruit. Ook zijn er waarnemingen dat leguanen soms dode dieren en eieren als voedselbron gebruiken. Naarmate het dier ouder wordt neigt het steeds meer naar een folifoor eetgedrag.
De groene leguaan komt voor in Midden - en Zuid-Amerika , ook op de Antillen en in Suriname . Leguanen maken geen geluid maar kopknikken als vorm van communicatie . Wateragamen als baardagamen vertonen eenzelfde gedrag. Communicatie wordt biologisch / evolutionair gezien als een verhoogde vorm van intelligentie .
Er is discussie over een ondersoort (Iguana iguana rhinolopha ) die soms kleine hoorntjes ontwikkelt, maar deze wordt niet algemeen als zodanig erkend.
Groene leguanen kunnen ook tam gemaakt worden en vanaf jonge leeftijd in gevangenschap gehouden dieren kunnen zelfs zindelijk worden. Het in gevangenschap houden van deze dieren is niet eenvoudig. Er is gedetailleerde informatie over de levenswijze bekend, omdat groene leguanen veel in gevangenschap worden gehouden. Het in terraria houden van (bijvoorbeeld) groene leguanen heet terrariumkunde . Niet te verwarren met herpetologie wat de studie van wilde reptielen en amfibieën inhoudt. Met een volwassen lengte van 140 tot 200 cm heeft hij een vervaarlijk voorkomen, dit wordt door de vale stekels op de rug en bij de volwassen man de vergrote kam op de nek nog eens extra versterkt. Groene leguanen kunnen bijten, maar de bacteriën in de bek zijn gevaarlijker dan de beet ( tetanus ). Hoewel een flinke Iguana de huid kan beschadigen, is er van afgerukte vingers geen sprake. De staart wordt gebruikt als zweep, en kan bij grote exemplaren een flinke striem veroorzaken, bij voorkeur in het gelaat.
Een goede leguanen salade dient qua verhouding uit het volgende te bestaan. De calcium/fosforverhouding van 2:1 per salade dient te worden gehaald.
Om deze dieren in huis een goede leefruimte te geven is een ruim terrarium nodig. Hoewel reptielen taaie dieren zijn en er lange tijd over doen om dood te gaan, is de stress van een klein terrarium snel fataal. Zo heeft een volwassen koppel een minimale leefruimte nodig van 250 x 250 x 200 (LxHxB). Jongere dieren (maximaal 3) tot 50 cm kunnen in een bak van ongeveer 1 m³, bij voorkeur met een wat grotere hoogte, worden gehouden.
Er dient een temperatuur gehandhaafd te worden van ongeveer 28 graden op de bodem van het terrarium en tot 50 graden direct onder de lampen . De belichting voor een volwassen koppel vraagt al snel 200 Watt . Ook is het belangrijk dat de luchtvochtigheid in het terrarium continu is. Dit omdat groene leguanen tropische regenwouden als natuurlijk habitat hebben. Een RV ( relatieve vochtigheid ) van 70% is de norm; 's nachts mag de temperatuur dalen tot rond de 20 graden en moet de RV oplopen tot wel 95%. Indien de RV te lang veel afwijkt zullen huid- of vervellingsproblemen ontstaan.
Groene leguanen zijn door hun grootte en intelligentere gedrag t.o.v. de meeste hagedissen, een wat complexere soort. Zoals eerder vermeld hebben ze een bijzonder menu, maar ook een grotere gevoeligheid voor stress . De meeste ziektes ontstaan of verergeren door stress die de dieren ondervinden. Met name in terraria speelt dit een grote rol.
Knudde
'Kerkuilen zie je niet vaak' (Ereli)
Vrijdag 21 september 2007 - In deze aflevering vertelt Martin Schuurmans (48) uit Oud Gastel over zijn kerkuilen. Hoe is het allemaal begonnen?
Knudde
Hoe communiceer jij met je hond? (Martina1)
Voorkom misverstanden en problemen door de lichaamstaal van je hond te begrijpen! (Martina1)
Honingbijen en wesp (Martina1)
|
honingbijen en een wesp |

Ontdekken jullie mee de cochin :
De Cochin is een van de grootste en zwaarste rassen. De hennen worden gemiddeld 4000 gram, hanen 5250 gram. De dieren hebben veel ronde vormen en zijn breed gebouwd. Opvallend is de grote hoeveelheid veren. Het ras wordt gefokt in zwart, blauw, wit, buff, zwartbont, koekoek en meerzomig patrijs.
Cochins zijn rustige kippen die nauwelijks vliegen. Mede daardoor zijn ze populaire hobbykippen. De eierproductie ligt rond 170 eieren per jaar.
(wikipedia)
Walvishaai (Ereli)
| Walvishaai | |||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||
| |||||||||||||
| Soort | |||||||||||||
| Rhincodon typus Smith , 1828 |
De walvishaai (Rhincodon typus ) is de grootste vis (en daarmee ook de grootste kraakbeenvis en tevens de grootste haai ). In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, is de walvishaai geen walvis . Walvishaaien vormen een bedreigde diersoort. Niettemin wordt er in ontwikkelingslanden nog wel op gevist. De soort geldt als een van de grootste mysteries in de biologie en is onderwerp van veel wetenschappelijk onderzoek.
Inhoud[ verbergen ] |
De gemiddelde walvishaai meet 8 m, maar hij kan ongeveer 15 m lang worden, of misschien nog wel langer. In dat geval weegt hij 15 ton. Vrouwtjes zijn gemiddeld groter dan mannetjes .
De walvishaai heeft een uniek uiterlijk. Zijn kop is breed en plat. De bek bevindt zich vooraan, niet onderaan de kop zoals bij veel andere haaien, en is net zo breed. Hij bevat 300 rijen kleine tanden , in totaal zo'n 3000. Deze lijken echter geen functie te hebben (zie onder).
Opvallend zijn de drie groeven die aan beide zijden langs een groot deel van het lichaam lopen. Aan de bovenkant is de walvishaai grijs van kleur met grote witte tot lichtgele stippen en horizontale en verticale strepen. De onderzijde van het lichaam is wit. De walvishaai heeft aan elke kant vijf kieuwopeningen . De huid is tot 10 cm dik.
Walvishaaien komen in alle wereldzeeën voor in het gebied tussen 30-40 graden noorderbreedte en 30-40 zuiderbreedte , maar in de oostelijke Atlantische Oceaan slechts tot de Kaapverdische Eilanden . In de Middellandse Zee vindt men ze ook niet. Er wordt vermoed dat ze migreren, maar daarover bestaat nog erg veel onduidelijkheid. Er zijn maar weinig plekken ter wereld waar ze met regelmaat komen. Eén daarvan is Ningaloo Reef in West-Australië . Vele walvishaaien verblijven daar elk jaar rond maart, de tijd dat er erg veel voedsel is. Een andere locatie waar ze met regelmaat verschijnen is het water voor de kust van Donsol in de Filipijnse provincie Sorsogon . Op deze en andere plekken is er veel belangstelling van toeristen voor ze. Er zijn vaak strikte regels ten aanzien van de benadering van walvishaaien.
Walvishaaien zijn voor mensen ongevaarlijk, met dien verstande dat er wel duikers gewond zijn geraakt die niet oppasten voor de gigantische staart.
Walvishaaien worden zowel in de open oceaan als nabij de kust aangetroffen. Soms worden ze zelfs in lagunes gezien. Ze zwemmen vaak vlak onder de waterspiegel en lijken water te prefereren dat een oppervlaktetemperatuur heeft van tussen de 21 en 25 graden met daarbij een opwaartse stroom van kouder water, van zo'n 17 graden. Vergeleken met andere haaien zwemmen ze erg langzaam, niet sneller dan ongeveer 5 km per uur. Hierbij bewegen ze hun hele lichaam heen en weer, niet slechts hun staart zoals veel andere haaien doen.
Walvishaaien worden zelden in groepen gezien.
Geschat wordt dat walvishaaien tussen de 100 en 150 jaar oud kunnen worden. Pas rond hun dertigste zijn ze geslachtsrijp, wat naast hun geringe snelheid een belangrijke oorzaak is van het feit dat ze met uitsterven bedreigd worden. Lang werd aangenomen dat ze eieren leggen. In 1953 werd in de Golf van Mexico een walvishaai-ei gevonden met een lengte van 36 cm, vermoedelijk het grootste ei ter wereld. Recenter is echter duidelijk geworden dat de eieren al in het moederlichaam uitkomen, met andere woorden, dat walvishaaien eierlevendbarend zijn. Dat zou betekenen dat het gevonden ei geaborteerd moet zijn geweest. Er kunnen honderden jongen per keer geboren worden. Deze zijn zo'n 40 - 60 cm lang. Zoals alle haaien zorgen walvishaaien na de geboorte niet voor hun jongen.
De walvishaai voedt zich door met zijn bek open te zwemmen en na de bek weer gesloten te hebben het water te filteren met speciale structuren bij zijn kieuwen. Hierin blijven plankton , krill , kleine vissen en pijlinktvissen hangen. Het zeewater verlaat het lichaam weer door de kieuwen. De walvishaai kan per uur ongeveer 6000 liter water verwerken. Het schijnt dat walvishaaien soms ook op een stofzuiger-achtige manier eten, waarbij ze ook wel verticaal in het water hangen.
Volwassen walvishaaien hebben weinig natuurlijke vijanden, maar ze vallen soms ten prooi aan orka's .
Knudde
Wespen (Martina1)
|
|
| Wespen | |||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Koningin van de gewone wesp . | |||||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||||
| |||||||||||||
| Superfamilies | |||||||||||||
| Wespen | |||||||||||||
Gewone wesp | |||||||||||||
Vespa mandarinia |
|
|
Sociale wespen bestaan uit een volk met meestal één koningin en een aantal werksters. Een volk leeft maar één jaar en sterft aan het begin van de winter zodra het gaat vriezen. Aan het eind van de zomer, in augustus of september, worden er uit enkele tientallen bevruchte eitjes koninginnen en uit onbevruchte eitjes mannetjes geboren. De koninginnelarven krijgen speciaal hormoonrijk voedsel waardoor uit gewoon bevruchte eitjes koninginnen ontstaan.Dit hormoon wordt door speciale klieren in de kop van de werksters gemaakt. De mannetjes zijn 15 mm lang en hebben langere antennes dan de werksters. Ze sterven vrijwel direct na de paring. Na paring met meerdere mannetjes overwinteren de jonge koninginnen in scheuren, vermolmd hout, onder de schors van een boom, onder mos of op andere beschutte plaatsen, zoals in schuren, muurholten, spouwmuren of onder een dak. De koningin kan in haar winterslaap probleemloos bevriezen en ontwaakt pas als zij boven een bepaalde temperatuur komt die pas in het voorjaar wordt bereikt. In het voorjaar bouwt de jonge koningin een nieuw nest. De tamelijk grote wespen (20 mm) die in het vroege voorjaar te zien zijn, zijn dus altijd de jonge koninginnen. Deze koninginnen voeden zich in het begin met nectar, en stuifmeel en indien aanwezig ook honingdauw . Ze bouwt de eerst vijf tot tien cellen zelf en legt daar een bevrucht eitje in. Het sperma dat nodig is voor de bevruchting heeft de jonge koningin vanaf de paring in een aparte opslagplaats meegedragen.De angel en gifblaas hebben plaats gemaakt voor legboor en ei opslag dit is ook de reden dat een koningin geen mogelijkheid heeft tot steken.
Na 7-10 dagen komt de pootloze larve uit het eitje. De larve groeit 1-2 weken en gaat zich dan verpoppen. Vóór het verpoppen spint de larve een papierachtig deksel over de opening van de cel. In deze fase hopen de uitwerpselen zich op in het achterste gedeelte van de darm, die leeggemaakt wordt in de oude larvehuid, als de larve verandert in een zachte witte pop. Na 1-2 weken komt uit de pop de volwassen wesp. De jonge larven worden gevoed met dierlijke prooien, die door de koningin fijngekauwd worden en tot balletjes worden gemaakt. Hieruit komen ongeveer een maand na de bouw van het nest de eerste werksters, die voedsel gaan zoeken en het nest verder uitbouwen. De werksters zijn 10-15 mm lang. De koningin verlaat nu het nest niet meer en legt alleen nog maar eitjes.
( WIKEPEDIA)
Wat te doen bij oogluxatie?Wat te doen bij oogluxatie?
Soms komt het voor dat de hele oogbol uit de oogkas stulpt. Met name bij honden- en kattenrassen met korte snuiten komt dit nogal eens voor (o.a. pekinees). Zo'n oogluxatie of oogprolaps kan ontstaan door een ongeval of tijdens een gevecht, maar ook door opwinding of te strak aan het nekvel pakken.
Spoedhulp :
- Het oog niet zelf proberen terug te duwen,
- hou het oog vochtig en schoon, en voorkom beschadiging,
- bescherm het oog met een steriel gaasje of schone doek, gedrenkt in olijfolie, contactlensvloeistof of eventueel schoon water (ieder kwartier opnieuw bevochtigen),
- eventueel een licht verband aanleggen,
- het dier zo snel mogelijk naar de dierenarts (laten) vervoeren
Wat te doen bij epilepsie ?
Een toeval is een plotseling optredend, maar tijdelijk bewustzijnsverlies, gepaard gaande met hevige onwillekeurige samentrekkingen van de skeletspieren. Meestal speekselt het dier overvloedig en laat het de urine lopen.
Het is meestal van beperkte duur (zelden langer dan een minuut) , maar kan soms zelfs uren duren.
Oorzaak
- Infectieziekten,
- tumoren van de hersenen,
- ernstige verwondingen aan de kop (bv na auto-ongeval),
- diverse andere onbekende oorzaken.
Eerste hulp
- Zorg dat het dier zich tijdens de aanval niet kan verwonden,
- probeer het dier lichtjes in bedwang te houden (bv met een deken),
- als dit niet lukt, verwijder dan alles in de omgeving waaraan het dier zich zou kunnen kwetsen.
- Omdat ook de kaakspieren zich bij een aanval krachtig samentrekken, zal het dier bijten op alles wat in zijn bek komt, pas dus op uw vingers en probeer beschadiging van de tong te voorkomen.
- Gebruik géén muilkorf en stop niéts tussen de tanden!
- Beperk prikkels van buitenaf (lawaai, fel licht, onverwachte bewegingen).
- Noteer zoveel mogelijk alles wat er tijdens een aanval waargenomen wordt (duur, tijdstip en gedrag vóór en na de aanval).
- Het dier zo snel mogelijk naar de dierenarts vervoeren indien er nog geen behandeling ingesteld werd.
http://www.folyfoot.org/ehbo.htm#omgang